U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, het Nederlands wordt vaak beschouwd als katalysator voor sociale mobiliteit, dat hebben we deze ochtend nog gehoord in de commissie Brussel. Laat onderwijs nu een van de belangrijkste katalysatoren zijn voor sociale mobiliteit, zeker het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.

Wat lezen we in de krant? Vandaag zijn er meer dan 1300 kinderen geweigerd in Nederlandstalige scholen. Van 600 kleuters blijven er honderden gewoon thuis. Ze hebben geen Nederlandstalige en geen Franstalige school in Brussel, maar ook niet in de Rand.

Dat is beschamend. Het is beschamend voor een samenleving dat ze haar kinderen geen onderwijs kan aanbieden. Als kinderen niet naar de kleuterklas kunnen gaan, als ze geen taalbad kunnen nemen, als ze niet in de kweekvijver voor een aantal vaardigheden die nodig zijn voor het volgen van basisonderwijs, mogen, dan organiseren wij schoolachterstand. We hypothekeren de toekomst van die kinderen en jongeren.

Als we willen vermijden dat we die kinderen nu al in de miserie duwen, dan moeten we daar op heel korte termijn adequate oplossingen voor aanreiken. Minister, zijn deze cijfers juist? Wat zult u doen? Hoe zult u deze problematiek die zich vandaag in Brussel voordoet, aanpakken?

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, 1300 kinderen in Brussel vonden geen plaats in het Nederlandstalig onderwijs. Een aantal onder hen hebben wellicht een plekje gevonden in het Franstalig onderwijs maar toch is men er vrij zeker van dat heel wat kinderen geen plaats hebben op school. Daar zijn kinderen bij die uit Nederlandstalige gezinnen komen en dus eigenlijk zelfs voorrang hadden in het Nederlandstalig onderwijs. Daar zijn kinderen bij die normaal gezien naar het eerste leerjaar moeten gaan en die dus onderhevig zijn aan de leerplicht maar toch geen plek hebben op school. Daar zijn heel wat kinderen bij uit sociaal zwakkere gezinnen die een jaar of twee jaar later naar school zullen gaan. Dat zijn net die kinderen voor wie twee weken geleden zo’n warm pleidooi is gehouden. Er is toen gezegd dat we die kinderen zo vroeg mogelijk naar school moeten krijgen om op die manier maximale gelijke kansen te garanderen. Deze week komen we tot de vaststelling dat in een stad als Brussel, waar zo hard moet worden gewerkt aan die gelijke kansen, we niet eens kunnen voorzien in een plek voor kinderen op school.

Minister, u zegt in de krant dat u onmiddellijk hebt voorzien in 5 miljoen euro. Volgens mij is dat die 5 miljoen waarin voormalig minister van Onderwijs, Pascal Smet al had voorzien. Bij de verdeling van de capaciteitsmiddelen had Pascal Smet voorzien in 5 miljoen euro voor Brussel. Dat zijn dus die middelen, minister, en ik zie u knikken. Volgens minister Vanhengel is die 5 miljoen euro een belachelijke som en een historische vergissing. Ik hoop dat u die historische vergissing zult rechtzetten en dat u zult voorzien in meer middelen. Minister Vanhengel heeft vanmorgen nog gezegd dat hij in deze legislatuur voorziet in drieduizend plaatsen. Deze legislatuur, dat is tegen 2019. Die plaatsen zijn echter veel dringender nodig, minister. Hoeveel extra plaatsen zult u creëren in 2014 en 2105? Hoe en met welke middelen zult u dat doen?

De voorzitter

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Eind oktober is de traditionele periode dat het eerste schoolstof wat gaat liggen. En dan kan men de situatie inzake capaciteit en inschrijvingen bekijken. Wat dat betreft, hebben we inderdaad enkele pijnlijke persberichten vanuit Brussel gelezen. De cijfers zijn al genoemd: ongeveer 3000 kinderen hebben de melding gekregen dat zij niet terecht konden in de school van hun keuze. Daarvan zouden, door het lot berekend, 1300 kinderen uiteindelijk nergens zijn ingeschreven, noch in een Nederlandstalige school in Brussel, noch in een Nederlandstalige school in Vlaanderen.

Dat zijn pijnlijke cijfers. 1300 kinderen die eigenlijk op de schoolbanken zouden moeten zitten, zitten daar niet. Mevrouw Meuleman heeft daarnet al gezegd dat de Vlaamse Gemeenschap in het verleden al heel wat bijkomende inspanningen heeft gedaan en dat die nu zelfs nog doorgaan. De Vlaamse Gemeenschap heeft dus al heel wat inspanningen geleverd en deze discussie is op dit spreekgestoelte al ettelijke malen gevoerd. We moeten ons dan ook eens afvragen wat de Franse Gemeenschap voor dit thema heeft gedaan. Het blijft gissen naar cijfers daarover. Minister, hoe zult u de concrete aanpak van dit probleem in kaart brengen maar dan zowel voor de Vlaamse als voor de Franse Gemeenschap? Het gaat immers om een gezamenlijk probleem. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Het is inderdaad een probleem van de hele stad, het is een gedeeld probleem. Ik heb er hier twee weken geleden vol vuur voor gepleit om voor elke peuter en kleuter in een plaats te voorzien. Ik heb het toen gehad over een studie waarover sp.a een beetje verbaasd leek te zijn. Ik heb die studie voor u meegebracht, mevrouw Gennez, ik zal ze u straks bezorgen.

Die studie gaat over ‘Effects of Early Intervention on Intellectual and Academic Achievement: A Follow-up Study of Children from Low-income Families.’ En daarover gaat het helaas maar al te vaak in Brussel.

Ik ben dan ook heel erg geschrokken van de cijfers, minister. Ik weet welke investeringen al gebeurd zijn in het verleden en welke nu op til zijn, maar ik ben bezorgd over de cijfers.

Hoeveel van die 1291 kinderen zitten nu in het Franstalig onderwijs, of de Europese school, of thuis? Thuiszitten is een drama, een onrecht. Die kinderen moeten op school zitten. Voor mijn fractie is dat het meest dringende probleem dat nu moet worden aangepakt in het belang van elk kind, de sociale mobiliteit en de toekomst van onze stad.

Minister, ik wil heel graag van u horen of u meer precieze informatie hebt over dit probleem, over de cijfers van het lokaal overlegplatform (LOP).

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, laat me starten met te melden dat ik de stelling van de vier vraagstellers absoluut onderschrijf, namelijk dat elk kind recht heeft op een plek op school, onafhankelijk van de thuistaal. Brussel is een heel specifieke situatie, dat weten we allemaal.

Ik zal eerst wat duiding geven bij de cijfers. Wie zijn kind wil inschrijven in het Brussels onderwijs moet zich aanmelden via het lokaal overlegplatform (LOP) Brussel. De aanmeldingen komen daar binnen. Zodra de school gestart is, moet het LOP kunnen nagaan of die kinderen ergens ingeschreven zijn. Dat is nu gebeurd en het LOP heeft vastgesteld dat zo’n 1200 kinderen nergens ingeschreven geraakt zijn.

Eerste nuance: van die 1200 kinderen zijn er zo’n 600 instappers. Instappers zijn de jongste kleuters. Via het systeem DISCIMUS, waar de scholen de aanmelding moeten doen, kan het LOP weten waar een kind ingeschreven is. Het is dus mogelijk dat de aanmelding van een aantal instappers nog moet gebeuren, dat ze nog niet in het systeem zitten. Wat die 600 betreft, moeten we nog afwachten.

De Franse Gemeenschap kent dit systeem niet. We kunnen niet nagaan of er van de kinderen die zich hebben aangemeld voor het Nederlandstalig onderwijs, terechtgekomen zijn in het Franstalig onderwijs. Ik vind dat een groot probleem, we kunnen niet traceren waar ze precies terechtgekomen zijn.

In die groep van 1200 zitten dus kinderen in het Franstalig onderwijs, ofwel krijgen ze thuisonderwijs. Wat de leerplicht betreft, controleren onze onderwijsdiensten echt wel alert. Er zijn niet zoveel kinderen die de leerplicht ontduiken. Dat is heel beperkt.

Maar wat de cijfers betreft, wil ik duidelijkheid scheppen. Eén, dat overleg met de Franse Gemeenschap moet er komen. Zij moeten ook een systeem hebben waardoor we echt kunnen zien waar elk kind terechtkomt. Er is een heel netwerk van scholen waar ze zouden kunnen zitten en we weten het niet. Twee, op 1 januari 2015 start de VUB samen met een hogeschool een onderzoek. Ze gaan de mensen bevragen waar hun kind terechtgekomen is. Ik weet het, dat is het verleden. Mevrouw Idrissi, ik ben pas minister, maar inderdaad, het probleem is niet opgelost. Dat is juist. Daar zijn redenen voor die in het verleden liggen.

Een paar weken geleden hadden we in de commissie Onderwijs een discussie. Binnen enkele maanden komt er een capaciteitsmonitor. Aan de hand van de nataliteitscijfers zullen we beter kunnen inschatten wat de noodzakelijke capaciteit zal zijn. Nu hollen we iedere keer achter de feiten aan. We moeten op voorhand gegevens verzamelen: de vermoedelijke geboortes en hoeveel kinderen er kunnen terechtkomen.

Moeten we investeren? Absoluut! U weet het allemaal, ik heb nog niet zo lang geleden een bijzonder goed overleg gehad met collegevoorzitter Vanhengel. Hij heeft discussiepunten uit het verleden aangehaald. Mevrouw Meuleman, wat die 5 miljoen euro betreft: collegevoorzitter Vanhengel heeft helemaal niet gezegd dat het een foute keuze was. Hij was net als ik verveeld dat die 5 miljoen euro – waar al heel veel over georakeld is – niet toegewezen was aan projecten. Dat vind ik een schande. Ik kom daar toe als minister, ik zie die begroting, en daar staat 5 miljoen euro geparkeerd voor Brussel! Maar zolang dat geld niet is toegewezen aan een project, kan een school daar niets mee doen.

We hebben dan samen de keuze gemaakt om de middelen toe te wijzen aan drie of vier scholen. Dat is ondertussen gebeurd en ik heb minister Vanhengel daar helemaal niets negatiefs over horen zeggen. Integendeel, we hebben samen die keuze gemaakt. Met de VGC wil hij in 3000 plaatsen voorzien. In Vlaanderen willen we absoluut onze middelen investeren. Mevrouw Meuleman, u wilt het nu al weten, maar in het masterplan scholenbouw zullen we prioriteren. Samen met mijn Brusselse collega wil ik de capaciteit aanzienlijk vergroten.

De heer Segers heeft een punt dat ook de samenwerking met de Franse Gemeenschap moet verbeteren. We moeten er minstens in slagen om de gegevens aan elkaar uit te wisselen zodat we van elk kind weten waar het terechtgekomen is. Ik wil nog een nuance maken bij de cijfers. Mevrouw Walentina Cools van het LOP Brussel heeft zelf gesteld dat er van de 1200 vermoedelijk ongeveer 100 tot 120 kinderen recht hadden op voorrang omdat ze Nederlandstalige ouders hebben. Dat is een belangrijk punt, maar voor mij heeft elk kind recht op onderwijs.

We zullen nu eerst nagaan wie van de instappers wel terechtgekomen is. We zullen een onderzoek voeren naar welke keuzes ouders maken. Daarnaast wordt er absoluut geïnvesteerd in capaciteit. Ik zou bijzonder blij zijn mocht volgend jaar het probleem al een beetje kleiner zijn. Daarvoor hebben we wel een zicht nodig op de kinderen die komen en moeten we erin slagen om een uitwisselingsafspraak te maken met de Franse Gemeenschap. Ik heb van mijn administratie begrepen dat de Franse Gemeenschap ook sterk geïnteresseerd is in ons DISCIMUS-systeem. Het ideale zou zijn dat ze hetzelfde of een gelijkaardig systeem hanteren. Dan wordt het transparant. In het Brusselse parlement is er een interpellatie gehouden aan minister Vanhengel. Hij heeft gezegd dat er nog plaatsen vrij zijn in het Franstalige onderwijs, maar ik heb daar geen zicht op.

Ja, ik deel uw bezorgdheid. Ja, er wordt aan gewerkt, maar we moeten goed samenwerken, niet alleen met Brussel maar ook met de Franse Gemeenschap.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid en punctueel antwoord. Inzake de capaciteitsuitbreiding in Brussel is niet het probleem dat er geen middelen zijn, maar dat er een enorme tijd voorafgaat aan het toekennen van die middelen aan scholen. Wat zult u doen om die periode te beperken om zoveel mogelijk plaatsen te creëren?

Het is goed dat u dit allemaal veel grondiger wilt becijferen en dat de Franstalige collega’s een gelijkaardig systeem willen gebruiken. Ik had gehoopt dat u niet alleen contact zou hebben gehad met minister Vanhengel, maar ook met de minister-president die een taskforce ging oprichten om de scholenproblematiek op te vangen. Blijkbaar is dat nog niet gebeurd.

Minister, ik ben het eens met de vorige spreker. De situatie in Brussel is complex. Er zijn verschillende spelers die verantwoordelijk zijn voor het creëren van extra plaatsen in Brussel, namelijk de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap, Brussel en de Brusselse gemeenten. Dat moet beter op elkaar afgestemd geraken. Daar hebt u een punt en de taskforce was daarvoor in het leven geroepen. Die heeft tijdens de vorige legislatuur niet echt goed gedraaid. Bent u van plan om die actief bijeen te roepen? Gaat u die activeren?

Het staat als een paal boven water dat er enorm veel plaatsen tekort zijn. Het is de eerste keer dat ik hoor dat er plaatsen over zouden zijn in de Franse Gemeenschap. Er zal in 2020 een totaaltekort zijn van ongeveer 20.000 plaatsen, waarvan 6000 Vlaamse. Dat is gigantisch en die inschatting kunnen we nu al maken. Daar zult u nu al middelen voor moeten vrijmaken.

De heer Willy Segers (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord en zeker ook voor de correctie of de betere inschatting van de cijfers. Of het er nu 600, 1300 of zelfs maar 50 zijn, we delen dezelfde mening: het is te veel. Schoolrijpe kinderen die niet op de schoolbanken zitten, vinden we een drama. Bekeken vanuit de doelgroepen van het LOP zitten er kansarmen tussen. Daarvan schooltijd ontnemen, betekent onvermijdelijk de vicieuze cirkel van toekomstkansen. Voor de anderstaligen die voor de Nederlandstalige gemeenschap hebben gekozen, is het jammer dat ze niet de eerste taalbadjaren krijgen vanaf de kleuterklas. Daardoor beginnen ze met een taalachterstand aan het basisonderwijs.

Er zijn nu ook Nederlandstalige leerlingen in het spel, en dat is jammer. Als Nederlandstalige kinderen vanuit Brussel niet in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel kunnen geraken, dan veroorzaakt ook dat weer een taalonevenwicht in de Brusselse klassen. We mogen niet vergeten dat het een verschuiving teweegbrengt naar het Nederlandstalig onderwijs in de Vlaamse Rand, met alle gekende problemen van capaciteitsdruk en taalaspecten. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik ben blij dat u al overleg hebt gehad en dat uw administratie al heeft gepraat over DISCIMUS. Sta me toe te zeggen dat ze echt wel promotie mogen maken voor DISCIMUS, want zonder een dergelijk systeem aan Franstalige zijde kunnen we de Brusselse problematiek niet aanpakken.

Twee zaken zijn essentieel. Er moet een degelijk overleg zijn, zonder politieke spelletjes tussen alle betrokkenen: de ministers van Onderwijs aan Franstalige zijde, mevrouw Laanan en mevrouw Milquet, u aan Vlaamse zijde, en de Brusselse minister Vanhengel, die de coördinatie op het terrein moet verzorgen. Dat zijn belangrijke taken.

Men moet ook het gewest responsabiliseren, want het afleveren van vergunningen voor scholenbouw moet sneller kunnen dan vandaag, me dunkt. Als je nu een dossier in gang zet, dan duurt het lang voor de kinderen op die school kunnen zitten. Dat is heel belangrijk.

We mogen ook wat spoed zetten achter de verschillende procedures om elk kind een plaats te geven.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, ik wil me aansluiten bij de alarmerende vragen die hier zijn gesteld. Het is echt te ver gekomen als er Nederlandstalige kinderen in onze hoofdstad gewoon thuisblijven omdat er geen plaats meer is in het Nederlandstalig onderwijs. Er is al verwezen naar de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding, en die vraag ondersteun ik ten zeerste.

Ik wil een bijkomende vraag stellen over de voorrangsregels. Er is een voorrangsregel van 55 procent voor kinderen van wie minstens één ouder Nederlands kent. Er is ook een voorrangsregel voor broers en zussen van scholieren. Minister, moet taal niet het eerste criterium zijn? Moeten we er niet naar streven dat er een 100 procentvoorrangsregel komt voor Nederlandstalige kinderen in het Nederlandstalig onderwijs, zodat we minstens kunnen verzekeren dat die Nederlandstalige kinderen een plaats hebben in het Nederlandstalig onderwijs in onze hoofdstad?

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Toegang tot voldoende kwalitatief onderwijs voor alle Brusselse kinderen is een absolute topprioriteit. Er is al gewezen op de verantwoordelijkheid die wordt gedeeld door verschillende partijen, zowel de Vlaamse Gemeenschap, waartoe ik ook de VGC reken, als de Franse Gemeenschap.

Er is nog een derde partner die niet is besproken, en dat zijn de negentien Brusselse gemeenten. Er zijn nog altijd zes tot zeven Brusselse gemeenten die geen enkele school inrichten in het Nederlandstalig onderwijs. Mijn eigen gemeente telt zeven gemeentelijke scholen, en die zijn allemaal Franstalig. Er is geen enkele Nederlandstalige bij. Dat is ook een lacune die moet worden aangepakt. In elke Brusselse gemeente is nu minstens één Nederlandstalige schepen. Die heeft de plicht om op tafel te kloppen en in zijn gemeente te zorgen voor voldoende aanbod Nederlandstalig onderwijs.

Er is ook gesproken over de taskforce van de minister-president van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Die is onder andere spaak gelopen omdat er geen cijfers zijn van de Franse Gemeenschap. Minister, ik stel voor om daarover gauw samen te zitten met uw Franstalige collega.

Minister Hilde Crevits

Ik kan me in een aantal aanvullende opmerkingen vinden. Wat de taskforce betreft, kennen we de hinderpalen. De laatste spreker heeft terecht opgemerkt dat we de cijfers op transparante wijze naast elkaar moeten leggen.

Ik heb met minister Vanhengel bepaalde afspraken gemaakt. Het valt af te wachten of het allemaal zo vlot zal verlopen, maar ik hoop het alvast. We moeten samen een prioriteitenlijst opstellen. We moeten de dossiers samen goedkeuren. We moeten hier samen over communiceren. We zullen ervoor zorgen dat de vergunningen sneller worden afgeleverd. Vergunningen krijgen, is in Brussel vaak een probleem.

Wat de toekenning van de middelen betreft, wil ik erop wijzen dat wie zes maanden wacht alvorens een project te alloceren op die manier al zes maanden verliest. De school weet immers niet dat zij aan de beurt is. Op dat vlak moeten we heel actief samenwerken.

Dit brengt me bij de samenwerking met de Franse Gemeenschap. Ook die taskforce wil ik graag geactiveerd zien. We moeten echter weten waar de praktische knelpunten zich bevinden. De administraties moeten die problemen dan trachten op te lossen. Ik wil hiervoor mijn eigen grote gewicht in de schaal leggen. Ik hoop dat de betrokkenen aan de andere zijde ook inzien hoe belangrijk dit allemaal is.

Mijnheer Janssens, er is een voorrangsbeleid in Brussel. Ik heb daarnet al vermeld dat er volgens mij een honderdtal kinderen van Nederlandstalige ouders geen plaats hebben. In feite moet ik mijn woorden wikken. Ik vind immers dat elk kind gewoon recht op een plaats heeft. Dat is niet enkel onze verantwoordelijkheid, dat is ook de verantwoordelijkheid van de VGC en van de Franse Gemeenschap.

Ik weet dat ons Vlaams onderwijs populair is. Dat is een goede zaak. De kwaliteit is blijkbaar goed. We moeten daar trots op zijn. Dit ontslaat de Franse Gemeenschap echter niet van de verantwoordelijkheid ook volop in infrastructuur te investeren. Indien we op dat vlak de handen in elkaar kunnen slaan, zullen we een stap voorwaarts kunnen zetten.

Mevrouw Meuleman, wat het aantal plaatsen betreft, heb ik gewoon het commissieverslag geciteerd. Daarin staat dat er nog plaats zou zijn. Ik moet het echter nog eens nagaan. Ik heb dit pas deze middag, naar aanleiding van deze actuele vragen, voor het eerst gelezen.

Ik wil het nog even over het inschrijvingsdecreet hebben. In het Vlaams regeerakkoord is de bepaling opgenomen dat we de inschrijvingsproblematiek wat willen versoepelen. Het voorrangsbeleid zal ook onder de loep worden genomen. Ik heb dit enkele weken geleden trouwens ook al eens in het Vlaams Parlement verklaard.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw bijkomende uitleg. Ik mis echter iets. U hebt over alternatieven op middellange termijn gesproken. Voor de kindjes die vandaag niet naar school kunnen gaan hebt u vandaag echter geen oplossing. U hebt geen alternatief. U hebt geen oplossing gegeven voor de kindjes die vandaag geen plaats hebben.

Er zullen oplossingen komen. Er zal overleg worden gepleegd. Een en ander zal worden versoepeld. Dat is allemaal zeer goed. Ik ben het daarmee eens. Wat zult u echter doen voor de kindjes die vandaag geen school hebben?

Minister, ik ben blij dat u wilt samenwerken en dat u het Nederlandstalig aanbod in Brussel wil vergroten. Iedereen moet in onze scholen terechtkunnen. Dat was tijdens de vorige legislatuur wel eens anders. Toen heerste er bezorgdheid om het aantal Nederlandstalige kindjes. De spoeling zou wel eens te dun kunnen worden en bijgevolg mochten we zeker niet te veel plaatsen creëren. Ik kon die redenering absoluut niet volgen en ik hoop dat u dit doorbreekt.

U moet ten aanzien van Brussel uw verantwoordelijkheid opnemen. We moeten de handen in elkaar kunnen slaan. Elk kind moet een plaats hebben. We zijn dat aan onze hoofdstad verplicht. Taal is belangrijk. We moeten de sociale achterstelling bestrijden. Ik kijk zeer hoopvol naar u.

De heer Willy Segers (N-VA)

Minister, ook ik dank u voor uw bijkomende toelichting en voor de inspanningen die u al hebt geleverd om de banden met de VGC nauwer aan te halen. U wilt met hen op een lijn zitten. We moeten eerlijk durven toe te geven dat het in het verleden wel eens anders is geweest.

De vorige minister van Onderwijs heeft steeds de coördinerende rol van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest beklemtoond. We hebben veel initiatieven met woorden maar niet met daden zien ontstaan.

Wat ons betreft mag het gerust een stapje hoger gaan. Onze federale instellingen moeten overkoepelend de mogelijkheid bieden om van Vlaamse Gemeenschap tot Franse Gemeenschap rechtsreeks wat dit aspect betreft toch wel eens te gaan kijken, want de huidige onderwijssituatie in Brussel is voor ons onaanvaardbaar voor een Vlaamse hoofdstad en voor een federale hoofdstad, eigenlijk een hoofdstad onwaardig.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik hoop van harte dat u de middelen zult hebben om te investeren in het Brusselse onderwijs. Ik ben er zeker van dat zodra u de middelen hebt, u dat zult doen.

Ik denk niet dat u zich moet aangesproken voelen door de kritiek van mijn lieve collega Yamila, die ik zeer waardeer, want voor de kindjes die nu geen plaats hebben, bent u niet degene die moet worden aangesproken. Ik herinner me dat in de legislatuur 2004-2009 toenmalig minister Vandenbroucke werd aangesproken over de demografische groei in grote steden en dat hij die met veel elegantie onder de mat veegde. Hij heeft toen geen enkel besluit genomen. Zijn opvolger, de voormalige minister van Onderwijs, talmde maar al te vaak. Hij heeft wel middelen vrijgemaakt onder druk van de realiteit. Maar u zit nu inderdaad met de gebakken peren, net zoals vele Brusselse ouders. Ik reken erop, ik hoop erop dat u dit probleem zult aanpakken. U hebt daarbij al onze steun. (Applaus bij de N-VA en Open Vld)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.