U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2010, het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2010 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking en de maximumspreektijd te bepalen op 45 minuten per fractie. Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Smaers, verslaggever, heeft het woord.

Griet Smaers

Voorzitter, minister, dames en heren, ik heb de eer en het genoegen vandaag samen met de heer Watteeuw verslag uit te brengen van de begrotingsbesprekingen die we gehouden hebben in de commissie Financiën en Begroting. Het betrof de toelichting en bespreking van de begrotingsaanpassing 2010, de toelichting en bespreking van de meerjarenraming 2011-2014, de bespreking van het advies en het verslag van het Rekenhof, de reacties daarop en tot slot de algemene bespreking.

In totaal waren vier zittingen van de commissie Financiën gewijd aan de toelichting en bespreking van de begrotingsaanpassing, de meerjarenraming en het advies van het Rekenhof, en dat op op 18 en 25 mei en 1 en 8 juni 2010. Zowel over het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de begroting 2010 als over het ontwerp van programmadecreet werd gestemd in de commissie van 8 juni, maar enkel door de leden van de meerderheid. De oppositie verliet de zaal op het moment van de stemming.

De heer Watteeuw en ikzelf nemen het verslag deze morgen voor onze rekening. De heer Watteeuw zal straks het tweede deel van het verslag brengen. Hij zal in het bijzonder verslag uitbrengen over de algemene bespreking en de toelichting en de bespreking van het ontwerp van programmadecreet. De andere zaken neem ik voor mijn rekening. Ik zal starten met de toelichting over de algemene begrotingsaanpassing 2010.

Eerst de ontvangsten. Bij zijn toelichting gebruikte minister Muyters een overzichtelijke PowerPoint-presentatie die als bijlage 2 zeer overzichtelijk is toegevoegd aan het verslag van de commissie Financiën. Na de budgetcontrole worden de geconsolideerde ESR-ontvangsten geraamd op een totaal van 24 miljard euro. Dat is 1,7 percent of 397 miljoen euro meer dan bij de initiële begrotingsopmaak 2010. De samengevoegde en gedeelde belastingen zijn ten opzichte van de initiële begroting gestegen met 211 miljoen euro en bedragen in totaal bij budgetcontrole 16,6 miljard euro. De ontvangsten uit de gewestbelastingen stijgen met 4,7 percent of 190 miljoen euro tegenover de initiële begrotingsopmaak en komen uit op een totale raming van 4,28 miljard euro.

De significante herziening naar boven van de registratiehypotheek, de schenkings- en successierechten heeft te maken met de inflatie en groei en een elasticiteit die groter is dan 1. Bij de registratierechten is er rekening gehouden met een extra ontvangst ingevolge de verkoop van de gronden van de VMM aan Aquafin. Bij de andere ontvangsten zijn te vermelden: de terugstorting van 500 miljoen euro van het Vlaams Pensioenfonds van de middelen die daar eind 2009 geparkeerd werden vanuit een aangelegde provisie. Dit was ook al opgenomen in de initiële begrotingsopmaak 2010. Verder zijn er 125 miljoen euro doorgestorte ontvangsten uit de verkoop van gronden van VMM aan Aquafin. Dit werd bij begrotingscontrole opgetrokken met 18 miljoen euro tot 143 miljoen euro in totaal.

Tot slot te vermelden bij de ontvangsten is het feit dat de in de initiële begrotingsopmaak voorziene terugstorting door KBC ten belope van 100 miljoen euro bij de begrotingscontrole nu werd geschrapt.

Ingevolge de herraming van de uitgaven bij constant beleid, blijkt dat het constant beleid 203 miljoen euro extra zal kosten. De belangrijkste posten daarin zijn de lonen van het onderwijs. Hier wordt 95 miljoen euro extra voor vrijgemaakt. Ten tweede worden bijkomende betaalkredieten ingeschreven a rato van 185 miljoen euro voor het aanzuiveren van facturen uit het verleden.

Het verschil tussen beleids- en betaalkredieten neemt af van 526 miljoen euro bij de initiële begroting tot 403 miljoen euro bij de begrotingscontrole. Het verschil daalt dus met 123 miljoen euro. Hier kunnen we spreken van 183 miljoen euro bijkomende betaalkredieten zonder vastleggingskredieten; anderzijds is er sprake van 60 miljoen euro bijkomende vastleggingskredieten zonder betaalkredieten waarmee een nieuw beleid kan worden gevoerd. Van die 60 miljoen euro bijkomende beleidselementen gaat er 8 miljoen euro naar het onderhoud van de wegen, 12 miljoen euro naar scholenbouw en 15 miljoen euro naar investeringen in het kader van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Ik beperk me hierbij tot de grootste extra uitgavenposten; ik ga niet in op de kleinere posten.

Verder wil de regering onderzoek en ontwikkeling extra stimuleren, reden waarom er 140 miljoen euro extra in kapitaalparticipaties komt, 20 miljoen euro via ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) voor een zaaikapitaalfonds in het kader van Vlaanderen Medisch Centrum en 120 miljoen euro voor het nemen van participaties in bedrijven ter ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling.

Bij de uitgaven is er verder een belangrijke bijstelling van de onderbenutting van 470 miljoen euro bij de initiële begrotingsopmaak naar 256 miljoen euro bij de begrotingscontrole. In de tabel normnaleving in de algemene toelichting is als onderbenutting 456 miljoen euro vermeld, het verschil slaat op 10 miljoen euro provisie voor onderwijslonen en een onderbenuttingsbuffer van 190 miljoen euro. Voor 190 miljoen euro beleids- en betaalkredieten zullen in de begroting 2010 worden geblokkeerd. Pas als blijkt dat de onderbenutting onderschat is, zullen de middelen in die buffer geheel of gedeeltelijk worden vrijgegeven. Pas wanneer er naar aanleiding van een doorgevoerde begrotingsmonitoring voldoende zekerheid is verworven dat de vooropgestelde begrotingsdoelstelling wordt behaald, zullen de geblokkeerde kredieten worden vrijgegeven.

Finaal geeft dan het saldo van middelen en uitgaven na begrotingscontrole 2010 samen een tekort van 495 miljoen euro, hetgeen heel dicht ligt bij het tekort van een half miljard euro geraamd bij de initiële begrotingsopmaak van 2010. Dat voor wat betreft de begrotingsaanpassing 2010.

Ik ga nu verder met het verslag over de toelichting meerjarenraming 2011-2014. De minister legde uit dat de meerjarenraming de budgettaire ontwikkeling bij constant beleid in kaart brengt. Er wordt vertrokken van de begrotingscontrole 2010. De raming houdt rekening met de implementatie van een besparingsplan in 2011. Gezien de onzekerheid daarover houdt de raming geen rekening met de terugbetaling van de perpetuals door KBC.

Wat de middelen betreft die worden doorgestort door de federale overheid, gaat de begroting uit van de parameters voor inflatie en economische groei uit de economische begroting van 12 februari 2010. Voor latere jaren baseert men zich op de parameters uit het stabiliteitsprogramma 2009-2012, aangevuld met de prognoses van het Federaal Planbureau uit december 2009 voor 2013-2014. De Hoge Raad van Financiën gebruikte dezelfde cijfers in zijn rapport van januari 2010.

Bij de raming van de gewestbelastingen wordt het onderscheid gemaakt tussen wel en niet conjunctuurgevoelige gewestbelastingen. De niet conjunctuurgevoelige gewestbelastingen werden geraamd door de gemiddelde historische groei van 4,6 percent toe te passen op de raming van 2011. De raming van de conjunctuurgevoelige gewestbelastingen gaat uit van de verwachte groei en inflatie.

Bij de andere ontvangsten groeien de dividenden van de financiële instellingen aanzienlijk. De dividenden worden geraamd op 10 miljoen euro in 2010 – dat zijn dan de dividenden van Dexia Bank. Vanaf 2011 worden daarnaast ook dividenden ingeschreven van KBC en Ethias, a rato van een goede 300 miljoen euro in de periode 2011-2014. De minister onderstreept dat de terugbetaling door KBC zelf niet in de begroting staat, maar wel een jaarlijks dividend van 297,5 miljoen euro.

De minister onderstreepte verder dat de regering in de meerjarenbegroting geen provisies heeft opgenomen voor in de toekomst af te sluiten cao’s. In de periode 2012-2014 worden er meer betaal- dan beleidskredieten begroot ter honorering van in de voorbije jaren aangegane verbintenissen. De impliciete schuld zal daardoor in de periode 2012-2015 met 500 miljoen euro dalen.

Om vanaf 2011 een vorderingensaldo van nul te halen, moet er boven op de geplande besparingen nog een 200 miljoen euro recurrente besparingen worden gerealiseerd. Wat de bij de regeringsvorming afgesproken enveloppe voor nieuw beleid betreft, werd in 2010 een bedrag van 77,5 miljoen euro begroot. Dat loopt in de meerjarenraming op tot 600 miljoen euro in 2013 en een bedrag tussen 1 en 1,4 miljard euro in 2014.

Dan kom ik bij de toelichting van het verslag van het Rekenhof. Raadsheer Jan Debucquoy van het Rekenhof bracht op 25 mei 2010 verslag uit van het onderzoek van het Rekenhof, waarop een bespreking in de commissie volgde. Het Rekenhof startte zijn toelichting met de opmerking dat het niet begrijpt waarom het geen inzage kreeg in de voorbereidende documenten voor de begroting: de begrotingsvoorstellen van de departementen, de adviezen van de Inspectie van Financiën en de verslagen van de bilaterale vergaderingen. Die bekommernis heeft het Rekenhof al meermaals herhaald en werd in de commissie ondersteund door enkele commissieleden.

De eerste onderzoeksvraag die het Rekenhof beantwoordt, is of de begrotingsnormen gerespecteerd worden. De belangrijkste maatstaf daarvoor is het vorderingensaldo. Het Rekenhof beoordeelt enkel ex ante of dat correct wordt geraamd. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) beoordeelt vervolgens ex post. Volgens het Rekenhof respecteert de Vlaamse Regering de afspraken van het stabiliteitsprogramma en de akkoorden met de federale overheid van 15 december 2009 en 3 februari 2010.

De Vlaamse Regering hanteert in 2010 groei- en inflatieparameters conform de ramingen van het Federaal Planbureau (FPB). De ramingen van het Planbureau liggen dan weer in de lijn van de ramingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Commissie. Over de meerjarenbegroting 2011-2014 beperkt het Rekenhof zijn advies tot de opmerking dat de Vlaamse Regering de economische groei vrij optimistisch raamt.

Wat het vorderingensaldo 2010 betreft, heeft het Rekenhof twee bedenkingen. De eerste gaat over de invloed van de terugstorting van 500 miljoen euro van het Egalisatiefonds. In de komende weken zal duidelijk worden hoe het INR dat zal verwerken in zijn rekeningen voor 2009. Mogelijk zal het INR het vorderingensaldo 2009 met 500 miljoen euro verbeteren.

De tweede bedenking van het Rekenhof gaat over de raming van de onderbenutting. Het Rekenhof vindt het logisch dat bij de raming van het vorderingensaldo rekening gehouden wordt met een onderbenutting. Het is onmogelijk om alle kredieten volledig uit te geven. Het Rekenhof heeft altijd de stelling verdedigd dat de onderbenutting moet worden berekend op basis van historische onderbenuttingspercentages. Het opvolgen van de onderbenutting mag zeker niet leiden tot uitstel van betaling van facturen. Een overheid moet altijd trachten de betalingskredieten zo correct mogelijk te ramen zodat kredieten zo volledig mogelijk besteed worden. Als het uitgaventempo beperkt wordt, moet in de eerste plaats worden ingegrepen in de beleidskredieten in plaats van op de betalingskredieten.

De minister argumenteerde dat een onderbenutting van 266 miljoen euro op basis van historische gegevens de correcte cijfers weergeeft. Het Rekenhof heeft daar geen opmerkingen bij, maar de onderbenutting bedraagt volgens de algemene toelichting bij de begroting 456 miljoen euro. Het verschil van 190 miljoen euro wordt geblokkeerd in het financiële systeem van de Vlaamse Gemeenschap.

Commissieleden van verschillende partijen vroegen waarom slechts 190 miljoen euro en niet de volledige 456 miljoen euro wordt geblokkeerd. Het Rekenhof stelt dat er hierdoor heel wat onduidelijkheid blijft, niet alleen voor het Rekenhof zelf maar ook voor de departementen van de Vlaamse overheid. Zij weten niet of ze moeten besparen, facturen later betalen of niets speciaals ondernemen.

Wat het vorderingensaldo van de meerjarenbegroting betreft, is het duidelijk dat de Vlaamse Regering het besparingspad volgt om een evenwicht te bereiken in 2011 en in 2014 een vrije beleidsruimte van 1 miljard euro. In vergelijking met de vorige meerjarenbegrotingen biedt deze heel weinig toelichting over hoe die vrije beleidsruimte ingevuld zal worden. Een deel van de middelen zal wel naar het masterplan gaan. Los van de discussie over de ESR-neutraliteit van de Oosterweelverbinding, zal de rest van het masterplan ten laste vallen van de Vlaamse begroting. Vlaams minister Crevits is het effect van het masterplan op het vorderingensaldo van de komende jaren aan het berekenen. Dat zal de volgende weken of maanden volgen.

De raming van de onderbenutting in de meerjarenbegroting is wel correct. In de meerjarenbegroting staat dat de directe schuld vanaf 2011 stabiel wordt gehouden. Voorheen was schuldafbouw wel een expliciete beleidsdoelstelling.

Het Rekenhof blijft erbij dat er te weinig informatie over de schuld wordt gegeven. De toelichting bevat geen geconsolideerde gegevens, dat is: gegevens over de schuld die openbare instellingen cumuleren met de directe schuld. Voorts is er geen toelichting over de gewaarborgde schuld, noch over de evolutie van de betaalverplichtingen buiten de begroting en hun impact na 2014. Het Rekenhof denkt dan in het bijzonder aan de alternatieve financiering en de pps. Het recentste document over alternatieve financiering en de pps dateert van eind 2008. Daarom hebben veel commissieleden gevraagd om de meest recente stand van zaken over de beschikbaarheidsvergoedingen en de pps mee te delen.

Het Rekenhof stelt verder dat de meerjarenbegroting te weinig aandacht besteedt aan de impliciete schuld, dat is de stock aan niet-betaalde verbintenissen. Over de ontvangstenraming van de begroting 2011-2014 heeft het Rekenhof twee kleine bedenkingen. De meerjarenbegroting houdt geen rekening met de minderopbrengst van de registratierechten vanaf 2011. Het Breitsohlarrest van het Europese Hof van Justitie stelt immers dat bij de aankoop van nieuwe gebouwen én de grond op die grond btw is verschuldigd maar geen registratierechten. Daardoor zal de Vlaamse begroting minder en de federale begroting meer middelen krijgen.

In het Overlegcomité is overeengekomen dat de federale regering dit zou compenseren. Compensaties vergen echter een aanpassing van de Bijzondere Financieringswet. Het is maar zeer de vraag of het federale niveau die compensatiebelofte zal houden, aangezien heel wat federale ministers pleiten voor een herziening van de lastenverdeling tussen de federale en de deelentiteiten. Het is niet voorzichtig om daar geen rekening mee te houden.

De tweede bedenking bij de ontvangstenraming voor 2011-2014 is de volgende. De meerjarenbegroting houdt rekening met 320 miljoen euro aan jaarlijkse inkomsten komende van de financiële instellingen. Het gaat voornamelijk over dividenden op de lening die KBC van de Vlaamse overheid heeft gekregen. Er zijn echter drie scenario’s: ofwel betaalt KBC geen dividenden en wordt de Vlaamse overheid niet vergoed, ofwel betaalt KBC wel dividenden en krijgt de Vlaamse Regering 8,5 percent, ofwel gaat KBC over tot een vervroegde terugbetaling van de lening waarbij ze 150 percent van het bedrag terugbetaalt. Er is geen zekerheid over wat het wordt, dus moeten de ramingen voorzichtig zijn.

Het Rekenhof blijft ongelukkig over de ontvangsten uit verkoop van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en de daarbij horende gronden van de Vlaamse Milieumaatschappij aan Aquafin. In deze begrotingsaanpassing worden de ontvangsten in dit verband verhoogd tot 143 miljoen euro en de meerjarenbegroting voorziet voor 2011 nog in een bijkomende ontvangst van 200 miljoen euro. Het Rekenhof twijfelt niet aan de realisatie van die ontvangsten, maar vraagt zich wel af of die maatregel past in een goed beheer van de openbare financiën.

Het Rekenhof heeft niet veel opmerkingen over de uitgaven. De meeste uitgaven zijn correct geraamd. Inzake het beleidsdomein Financiën en Begroting is er onvoldoende toelichting bij de kredietverhoging voor kapitaalparticipaties. Het gaat om een sterke verhoging van de economische 8-kredieten die niet meetellen voor de berekening van het vorderingensaldo. Gelet op de omvang van de verhoging van het bedrag – 173 miljoen euro ten opzichte van de initiële begroting –, is volgens het Rekenhof bijkomende toelichting nodig. Wegens de beperkte uitleg kan het Rekenhof onmogelijk beoordelen of de economische code 8 correct wordt gebruikt. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen zal nauwgezet moeten nagaan of die code correct wordt gebruikt.

Tot zover gaat mijn verslag over het advies van het Rekenhof en de bespreking ervan. De heer Watteeuw zal verslag uitbrengen over de algemene bespreking en de bespreking van het ontwerp van programmadecreet. (Applaus)

De voorzitter

De heer Watteeuw, verslaggever, heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, collega’s, ik zal proberen om mijn verslag even goed te brengen als mevrouw Smaers. Verslag uitbrengen over de algemene bespreking is vrijwel onmogelijk. Er kwamen daarin zo veel onderwerpen aan bod dat het echt nodig is om een selectie te maken. Dat impliceert dat een aantal zaken niet aan bod zullen komen en dat een aantal collega’s onrecht zal worden aangedaan. Ik verontschuldig me daar nu al voor.

Ik zal de volgende thema’s behandelen. In de algemene bespreking hadden we het lange tijd over de schuldevolutie en de impliciete schuld, over de onderbenutting, de meerjarenbegroting, de KBC-schulden en de ESR8-verrichtingen. Ik zal dan ook nog enkele bedenkingen formuleren die zijn gemaakt over de transparantie van de begroting.

Over de schuld en impliciete schuld werd de voorzet gegeven door de heer Van Mechelen, die naar Griekenland verwees en zei dat een gezonde begroting geen onoverkomelijke schulden mag inhouden. Hij stelde dat een versnelde schuldafbouw essentieel is. Hij wees erop dat het Rekenhof duidelijk aangeeft dat er momenteel nieuwe schulden worden opgebouwd. In de algemene toelichting bij de aanpassing van de begroting 2010 staat duidelijk dat de directe schuld in 2010 verder zal toenemen.

Een andere kritiek die wordt geformuleerd, is dat de Vlaamse Regering ook de reserves aantast. Bovendien zijn de rentelasten terug van weggeweest. Ze bedragen in de voorgelegde begroting ongeveer 186 miljoen euro voor 6,1 miljard schuld. De heer Vereeck geeft aan dat de gewaarborgde schuld in de algemene toelichting niet wordt geduid. Hij vraagt daar meer informatie en een update over. Het is volgens hem noodzakelijk dat het parlement inzicht krijgt in de evolutie van de impliciete schuld. Dit wordt momenteel niet gegeven; er wordt geen overzicht gebracht van de totale schuld.

De heer Van den Heuvel nuanceert door te zeggen dat de Vlaamse schuld nu 6 miljard euro bedraagt, en dat is 3 percent van het bruto regionaal product van Vlaanderen. Hij gaat ervan uit dat de 3,5 miljard euro van KBC integraal zal worden besteed aan schuldafbouw.

De minister repliceert dat in de laatste jaren van de vorige legislatuur een impliciete schuld is opgebouwd, waarvoor nu de facturen worden betaald. Ondertussen is dat veranderd: de aangepaste begroting doet het al 123 miljoen euro beter dan de initiële begroting. Vanaf 2011 zullen de betaalkredieten de beleidskredieten overstijgen. Hij zegt ook dat eind 2008 de schuld nog steeds rond 1 miljard euro was, terwijl die eind 2009 opliep tot bijna 7 miljard euro. Daarmee verwijst hij ook naar de vorige legislatuur. Die stijging heeft volgens hem te maken met de financiële participaties, de gevolgen van de economische crisis op de overheidsontvangsten en de consolidatie van de BAM.

Een volgend punt dat hij aanhaalt, is de gewaarborgde schuld, die toeneemt met 1,1 miljard euro. Dat is vooral het gevolg van een toename binnen de sociale huisvesting.

Dan worden enkele replieken gegeven. Ik beperk me tot die van de heer Van Mechelen. Hij zegt dat de Vlaamse Regering de opmerking van de oppositie dat de impliciete schuld met meer dan 402 miljoen toeneemt, tracht te pareren door te zeggen dat de impliciete schuld daalt ten opzichte van de initiële begroting.

Tot daar het hoofdstuk over schuld, impliciete schuld en gewaarborgde schuld.

In de commissie hebben we het heel lang gehad over de onderbenutting. Vandaag zijn we daar ook mee begonnen, en ook daar gaf de heer Van Mechelen de voorzet. Hij zegt dat de budgetcontrole 2010 een onrealistische onderbenutting bevat. Het Rekenhof zegt dat de onderbenutting een onvermijdbaar resultaat is van een bepaald begrotingsbeleid, zelfs als de uitgaven zo correct mogelijk worden geraamd. Deze regering maakt van de post onderbenutting de sluitsteen van haar begroting.

Ze doet dat om een gat van 200 miljoen euro te dichten en ze trekt daarom de onderbenutting op met dit bedrag.

De heer Van Mechelen neemt aan dat het parlement een gedetailleerd overzicht zal krijgen per basisallocatie. We hebben het daar vandaag al over gehad.

De heer Vereeck zegt dat de huidige werkwijze ook voor hem een vreemde manier van werken is. Onderbenutting is het resultaat van een onderrealisatie en nu wordt het plots een streefcijfer.

Volgens de heer Van den Heuvel zou het gepast zijn dat het parlement inzage krijgt in de verdeling van de 190 miljoen euro van die onderbenuttingsbuffer. De minister repliceert en geeft aan dat er kritiek was op de blokkering van de 190 miljoen euro die een intering op het eerste bedrag zou kunnen betekenen. Om dat risico te vermijden worden zowel betalings- als beleidskredieten geblokkeerd. Verder wordt de uitvoering van ontvangsten en uitgaven strikt gemonitord. Hij probeert daarmee een garantie te geven dat de oorspronkelijke onderbenutting wel degelijk zal worden gehaald.

De heer Van Mechelen zegt in zijn repliek dat als er effectief een onderbenutting van 456 miljoen euro is, er structureel iets mis is met de Vlaamse begroting. Het volledig uitputten van begrote middelen is onmogelijk, maar het is een andere zaak kredieten in de uitgavenbegroting te schrijven met als ambitie ze niet uit te geven.

Uw nederige dienaar, de verslaggever, stelt dan dat het toch niet anders kan dan dat de blokkering een invloed zal uitoefenen op de oorspronkelijke onderbenutting die is berekend op historische gegevens. De Vlaamse Regering lijkt daarmee te besparen zonder het besparingen te noemen. Zij wil middelen blokkeren zonder te zeggen wat.

De heer Vereeck vraagt zich af of het niet beter is de heldere techniek van de schrapping te gebruiken in plaats van de troebele techniek van de blokkering. De minister antwoordt dat wat de onderbenutting betreft, de blokkering zeker geen voorafname mag zijn op de mogelijke onderbenutting. In dat geval zal 190 miljoen euro niet volstaan. Hij wil daar zeker een technisch nazicht organiseren. De regering heeft als goede huisvader voorzichtig willen zijn en heeft daarom extra middelen geblokkeerd.

De heer Van Mechelen dringt ten slotte nogmaals aan op de lijst van blokkeringen voor 190 miljoen euro. Het was niet de eerste en ook niet de laatste keer dat hij dat vroeg.

Wat de meerjarenbegroting betreft, vraagt de heer Van Mechelen duidelijkheid over de begrotingscontrole voor het debat over de meerjarenbegroting wordt aangevat. De meerjarenbegroting lijkt hem een zuiver mathematische oefening. De uitgaven voor nieuw beleid stijgen, maar er is absoluut geen duidelijkheid over de invulling van dat nieuwe beleid.

De heer Tack zegt dat de Vlaamse Regering evenmin het beleid voor na 2010 toelicht. Hij dringt erop aan dat ze dat wel zou doen.

De meerjarenbegroting is volgens de heer Van den Heuvel een technische oefening. Hij kan zich niet van de indruk ontdoen dat er van de laatste lijn naar boven is gerekend in plaats van omgekeerd.

De heer Peumans hoopt ook dat de commissie een vergadering zal organiseren over de meerjarenbegroting 2011-2014.

Na de repliek van de minister geeft de verslaggever, uw nederige dienaar, aan dat de minister niet heeft geantwoord op alle vragen over de meerjarenbegroting. Volgens de heer Vereeck is dat inderdaad het geval. Wanneer de behoeften zich voordoen, zal dat het motto zijn van de regering wanneer het gaat over de meerjarenbegroting.

Wat de meerjarenbegroting betreft, antwoordt de minister dat het een relatieve zaak is. Natuurlijk is een gedetailleerde meerjarenbegroting niet haalbaar. Anders zou elke gewone begroting overbodig zijn.

We hebben het ook gehad over de KBC-gelden.

De heer Tack stelde vast dat de Vlaamse Regering niet wil vertellen wat ze met de KBC-gelden wil doen, allicht om de handen vrij te houden.

De heer Vereeck gaf aan dat het belangrijk is om te weten wat de Vlaamse Regering zal doen met de KBC-middelen. Hij stelde dat dat het moment is om de kaarten op tafel te leggen. Hij pleitte ook voor schuldafbouw op dat vlak.

De heer Van Mechelen zei dat de regering in het verleden keer op keer heeft verwezen naar de meerjarenbegroting als er vragen waren over de KBC, terwijl de regering nu zonder verpinken zegt geen rekening te houden met de ‘perpetual loans’. Het parlement heeft het recht te weten hoe de regering die middelen zal besteden.

De heer Van Rompuy wees erop dat de regering het voorbarig vindt om een bestemming te geven aan de KBC-gelden. Dat is niet meer dan een politieke keuze.

De heer Peumans hoopte dat er nog uitleg over zal worden verstrekt. Hij was teleurgesteld omdat de regering niet laat weten wat er met de KBC-terugbetalingen zal gebeuren.

De minister stelde ten slotte dat, zeker wat de uitkering van een dividend betreft, er nooit zekerheid is. De KBC behaalde in het eerste kwartaal wel een nettowinst van 442 miljoen euro. Daarom gaat de Vlaamse Regering ervan uit dat de bank in 2011 een dividend kan en zal uitkeren, en dat de vergoeding van 8,5 percent naar de Vlaamse overheid zal gaan.

Er was ook nog een discussie over de ESR 8-verrichtingen. Ik kan daar vrij kort over zijn. Het werd aangehaald door de heer Van Mechelen. Hij stelde dat het failliet van Griekenland grotendeels veroorzaakt is door de ESR 8-verrichtingen. Hij vroeg een omstandige toelichting over die participaties. De minister repliceerde daarop dat voor de ESR 8-operaties in de begroting 2010 een bedrag van 300 miljoen euro is opgenomen, een deel van de 800 miljoen euro die bij de regeringsvorming was afgesproken. Hij gaf dan ook verder uitleg over de betrokken bedragen.

Ten slotte was er nogal veel te doen over de transparantie van deze begroting. Ik heb het dan zowel over het verkrijgen van informatie als over de manier van werken. De discussie daarover werd geopend door de heer Tack, die vroeg waarom de Vlaamse Regering de begrotingsvoorbereidende documenten niet aan het Rekenhof heeft bezorgd. Hij gaf ook aan dat deze regering werkt met een soort trukendoos. Hij verwees naar de tovenaarsleerling van de componist Paul Dukas. De minister was van oordeel dat als men de voorbereidende documenten die het Rekenhof vroeg zou geven, dit zou leiden tot vertraging en complicaties.

De heer Van Mechelen stelde dat uit de begroting moet blijken welke keuzes de regering maakt. De keuzes van de Vlaamse Regering blijven hier echter onduidelijk. Dat heeft te maken met de transparantie op het vlak van de methodiek. Heel wat vragen blijven onbeantwoord. Eigenlijk wordt dat bevestigd door zowat alle commissieleden. Uw verslaggever stelde dat de oppositie duidelijke vragen heeft gesteld en dat de minister op heel wat vragen niet ofwel summier antwoordt. De onduidelijkheden zijn niet weggenomen.

Dit is in een heel kort bestek het verslag van de algemene bespreking. Ik herhaal dat ik daarmee heel wat collega’s, die het woord hebben genomen over punctuele zaken, onrecht aandoe. Ik verwijs naar het verslag, waarin u hun bijdrage kunt lezen.

De algemene bespreking is op een wat vreemde manier geëindigd. Bij monde van de heer Van Mechelen zei de oppositie nogmaals dat ze inzicht wenste in de lijst van de geblokkeerde kredieten. De minister zei dat hij die omwille van lopend technisch nazicht niet naar voren kon brengen in de commissie.

De heer Van Mechelen heeft dan gezegd dat zijn fractie niet aan de stemming over de begrotingsaanpassing en het programmadecreet zou deelnemen. De andere fracties van de oppositie hebben zich daarbij aangesloten. De verdere bespreking en de stemming over het ontwerp van decreet is gebeurd door de overblijvende fracties. Ongetwijfeld zal dat een vlotte gebeurtenis geweest zijn. Ik kan daar echter verder geen verslag over brengen, want ik was niet aanwezig.

De voorzitter

In het Uitgebreid Bureau hebben we afgesproken dat we over de drie ontwerpen van decreet samen één algemene bespreking houden en de maximumspreektijd per fractie werd bepaald op 45 minuten. Ik veronderstel dat iedereen het daarmee eens is.

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, minister, collega’s, ik zal proberen heel kort te zijn en een aantal aandachtspunten van de CD&V-fractie trachten te formuleren.

Deze begrotingscontrole heeft alles van een normale begrotingscontrole, namelijk een actualisatie van de ontvangsten en een meer realistische inschatting van de uitgaven. In dezen verschilt ze nauwelijks van de andere begrotingscontroles die de voorbije jaren in dit halfrond zijn gepresenteerd. Belangrijk is, hoewel het door sommigen snel onder de tafel wordt geveegd, dat de doelstelling, namelijk een tekort van 500 miljoen euro, gehaald wordt en bevestigd wordt als doelstelling in deze begrotingscontrole. We gaan daar misschien heel snel over heen, maar dit is en blijft in de huidige economische conjunctuur en de huidige vergelijkingen met de budgettaire prestaties van andere overheden in dit land en in Europa, een uitzonderlijk goede prestatie. Dit wordt snel onder de mat geveegd, maar dit staat heel sterk. Ik wil dat bij het begin van mijn uiteenzetting sterk onderstrepen. Het is een prachtige prestatie van deze Vlaamse Regering.

Daarnaast wil ik een vijftal aandachtspunten kort met u overlopen. Een eerste heeft te maken met de ontvangsten. Deze begrotingscontrole gaat uit van een stijging van ontvangsten van bijna 400 miljoen euro. Dat is door een herraming van de economische prognoses die in het voorjaar naar boven zijn herzien. Misschien moeten we wel opletten, want intussen geven de meest recente prognoses opnieuw een daling aan. Daar moeten we voorzichtig mee zijn, zeker naar 2011.

Deze stijging van ontvangsten gaat evenwel gepaard met een stijging van de uitgaven met ongeveer hetzelfde bedrag, namelijk bijna 400 miljoen euro, en dat is een tweede aandachtspunt. Dat had te maken met het aanzuiveren van facturen uit het verleden en met de herraming van de uitgaven bij constant beleid, vooral de herraming van de lonen in het onderwijs. De vraag die we hierbij aan de minister van Begroting willen formuleren is in welke mate hij een kijk heeft op het effect van de besparingen die in de loop van de eerste maanden van 2010 hebben gespeeld op het totale budgettaire resultaat op het einde van het jaar.

De CD&V-fractie is ook blij met de extra inspanning van 140 miljoen euro voor impulsen aan de vernieuwing van de Vlaamse economie: 20 miljoen zaaikapitaal voor de initiatieven van het Medisch Centrum Vlaanderen en 120 miljoen extra kapitaalparticipaties in de vernieuwing van onze economie.

Een derde aandachtspunt is het saldo. We zijn heel blij dat dat wordt bevestigd en dat we de ambitieuze doelstelling van het tekort van 500 miljoen euro absoluut willen halen. Het is zeker een voorbeeld voor heel wat andere overheden.

Hierbij past ook een kleine kanttekening met betrekking tot de onderbenuttingsbuffer. We hebben het daarnet al gehoord. Ik wil trouwens de beide verslaggevers bedanken voor hun uitgebreide en goede weergave van de discussies in onze commissie. Over de onderbenuttingsmarge van 456 miljoen euro is wat te doen geweest, omdat die wat hoger ligt dan de historische lijn van de onderbenutting. De regering heeft dat opgelost door een innovatie in de begrotingsmethodiek toe te passen, namelijk een onderbenuttingsbuffer van 190 miljoen euro. Dat is een nieuw woord. Dat staat binnenkort misschien in Van Dale. Dat gebeurt vanuit het behoedzaamheidsprincipe. In de discussie in de commissie was ter zake wat onduidelijkheid. Dat is daarnet ook al aan bod gekomen in het verslag. Ondertussen zijn we er echter van op de hoogte gebracht dat elke vakminister zijn buffer kenbaar kan maken en kan bespreken. Die onderbenuttingsbuffer kan dus in de diverse commissies worden bekendgemaakt, zodat onze vragen zijn beantwoord. Elk parlementslid kan ondertussen die onderbenuttingsbuffers inkijken. Dat bedrag van 456 miljoen euro kan dus realistisch worden genoemd, op voorwaarde natuurlijk dat die buffer met voldoende respect wordt behandeld.

Een volgend aandachtspunt is het verschil tussen de beleids- en de betaalkredieten. We willen ter zake een waarschuwing geven. Dat verschil is afgebouwd in deze begrotingscontrole, van 500 miljoen euro tot ongeveer 400 miljoen euro. Dat is een stap in de goede richting, maar als we naar het verleden kijken, blijft dat natuurlijk een groot verschil. Minister, dat blijft een punt dat we in de toekomst in het oog zullen moeten houden. In de nabije toekomst zal dat immers de marge kleiner maken.

Een laatste aandachtspunt is de discussie over de schuld. Ik kan me echt niet van de indruk ontdoen dat sommige commissieleden aan een schuldmanie lijden. Ze doen alsof de Vlaamse schuld immens en dramatisch hoog is. Natuurlijk hebben we allemaal liever een beperkte schuld. Een schuld van 6 miljard euro is inderdaad 1 miljard euro meer dan vorig jaar. We weten ook waar dat vandaan komt. Er is het tekort van 500 miljoen euro. Er zijn de kapitaalparticipaties die we investeren. Dat is heel belangrijk: de Vlaamse Regering maakt schulden om te investeren in de Vlaamse economie. Ik heb 4 jaar lang getracht Economie te studeren. Een gulden regel die de professor Openbare Financiën me steeds voorhield – en die man heette Van Rompuy, wat op zich al een gezagsargument is – is dat een overheid nog altijd kan lenen om te investeren. We mogen die schuld dus niet onderschatten, maar ook niet opblazen.

De schuld bedraagt dus 6 miljard euro. De minister heeft zich ertoe verbonden die schuld in de toekomst te zullen bewaken. Er is heel veel te doen geweest over het KBC-geld. Ik denk dat er een consensus over bestaat dat de kern van dat geld, die 3,5 miljard euro, zonder discussie naar schuldafbouw kan gaan. De discussie spitst zich toe op de vraag wat er met de bonus van 1,75 miljard euro zal gebeuren. Dat is niet duidelijker geworden in de meerjarenbegroting, omdat dat geld niet ter beschikking is en we niet weten wanneer precies het ter beschikking zal zijn. Die discussie moet vandaag dus nog niet worden gevoerd, maar er lijkt me een heel grote consensus te bestaan over het feit dat de kern van dat KBC-geld in aanmerking kan komen voor schuldafbouw.

Samenvattend juichen we bij deze begrotingscontrole vooral toe dat er extra geld is gevonden om te investeren in de vernieuwing van de Vlaamse economie. Heel belangrijk is eveneens dat de ambitieuze doelstelling van het tekort van 500 miljoen euro gehandhaafd blijft. We hebben in deze begrotingscontrole gezien dat we daar voldoende aandacht voor moeten hebben, maar dat dit als realistisch kan worden ingeschat.

En dan de meerjarenbegroting. Of de meerjarenraming, want dat is een beter woord. Ik hoorde al zeggen dat men daar een beetje op zijn honger blijft zitten en dat een aantal cijfers onduidelijk zijn. Maar een meerjarenraming is een technische oefening. Er worden prognoses geformuleerd, er wordt een constant beleid ontwikkeld en er wordt gekeken welke marge er nog is als we de begrotingsdoelstelling van een nultekort willen handhaven. Meer moet men achter een meerjarenraming niet zoeken. Dit moest eens duidelijk worden gesteld.

De meerjarenraming maakt duidelijk dat de doelstelling van het nultekort wordt gehaald. Dat is voor ons een heel belangrijke voorwaarde. We kunnen er dus zeker mee akkoord gaan dat die nultekorten de volgende jaren worden gehandhaafd.

Wij hebben daar een aantal aandachtspunten. Er moet een realistische inschatting zijn van de ontvangsten. Er is de opmerking dat de eventuele minderontvangsten als gevolg van het Breitsohlarrest niet zijn opgenomen. Maar ook de eventuele meerontvangsten door een verruiming van het eurovignet zijn niet opgenomen. Die twee zaken kunnen elkaar wellicht ten dele compenseren.

Er is de discussie over de realistische economische ramingen. Wij zagen dat u ervan uitgaat dat de economische groei vanaf 2012 aantrekt tot meer dan 2 percent. Het is koffiedik kijken of dat realistisch is of niet. Wij zijn geneigd om voorzichtig te zijn. De voorbije dagen is er weer heel wat twijfel gezaaid over de duurzaamheid van het economisch herstel. We mogen niet verder gaan op de waan van de dag. Minister, ik vraag toch om de nodige behoedzaamheid en voorzichtigheid aan de dag te leggen. Zijn de macro-economische prognoses waarop u uw meerjarenraming hebt gebouwd, voldoende realistisch?

Er zijn geen provisies aangelegd voor de cao-afspraken. Heel wat cao’s moeten de volgende jaren worden vernieuwd. Minister, hoe moeten wij dat interpreteren? Is dit een duidelijk signaal van de Vlaamse Regering dat, indien er extra’s moeten worden vrijgemaakt, deze in eerste instantie moeten worden gecompenseerd binnen het departement zelf?

Ten slotte zagen we ook dat BAM vanaf 2012 uit de consolidatiekring wordt gehouden. Ook daar hadden wij graag geweten, minister, in welke mate uw onderhandelingen met Eurostat en Europa opschieten. Zo zouden wij ervan uit kunnen gaan dat dit een verworven zaak is en dat het geen probleem zal vormen wanneer wij BAM vanaf 2012 uit de consolidatiekring kunnen houden.

Wat leren wij uit deze meerjarenraming? Wij zijn tevreden dat de nultekorten de volgende jaren van de legislatuur als ambitieuze doelstelling gehandhaafd blijven. We leren uit die ambitieuze doelstelling dat de ‘happy times’ van de Vlaamse begroting achter de rug zijn. Deze meerjarenraming leert ons dat we de volgende jaren zeer behoedzaam en voorzichtig zullen moeten werken. Minister, in deze uitdaging zal de CD&V-fractie u volop ondersteunen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Smaers heeft het woord. (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen)

Griet Smaers

Ik sluit nog even aan bij wat de heer Van den Heuvel namens onze fractie heeft uiteengezet over het ontwerp van programmadecreet. Het zou ons te ver leiden om in te gaan op alle facetten waarop het ontwerp van programmadecreet een wijziging of een aanpassing wil doorvoeren. Ik zal mij beperken tot één zaak waarvan de CD&V-fractie van oordeel is dat die heel belangrijk is voor de toekomst.

De diepgaandste verandering in het ontwerp van programmadecreet betreft de overname van de dienst Verkeersbelasting door de Vlaamse overheid. De inning van de verkeersbelasting wordt vanaf 1 januari 2011 overgenomen. We hebben dus nog een half jaar te gaan.

Het doel van de bepalingen in het ontwerp van programmadecreet over de hervorming van de verkeersbelasting bestaat erin de invordering en de inning van de verschillende gewestbelastingen zo veel mogelijk op dezelfde leest te schoeien. Dit moet leiden tot een geautomatiseerde afhandeling door het Vlaams Fiscaal Platform. De termijnen voor de verkeersbelasting worden met de termijnen voor de onroerende voorheffing geharmoniseerd.

CD&V hoopt dat, na de lang geplande overname van de verkeersbelasting, eindelijk werk zal worden gemaakt van de aangekondigde hervorming van de verkeersbelasting. Die hervorming moet leiden tot een vergroening van de verkeersfiscaliteit.

Ik verwijs in dit verband naar het rapport ‘20 jaar Vlaams fiscaal beleid’ van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). In dit rapport staat onder meer te lezen dat vanuit diverse invalshoeken druk wordt uitgeoefend om de bestaande verkeersbelasting grondig te hervormen. Volgens dit rapport is er een ruime consensus om de wijze waarop de verkeersbelasting functioneert vanuit het oogpunt van de mobiliteit en van de ecologie bij te sturen.

We stellen voor dat nu procedurele stappen worden gezet om de verkeersfiscaliteit te hervormen. De CD&V-fractie zal in elk geval graag aan een grondige hervorming meewerken.

De voorzitter

Mevrouw Dillen, u had daarnet gelijk. Ik leer hier elke dag nog bij.

De heer Tack heeft het woord.

Erik Tack

Voorzitter, ik zal tijdens mijn toespraak over de begrotingscontrole 2010 zes onderwerpen behandelen. Eerst en vooral zal ik het hebben over het waarheidsgehalte van de door de minister-president gehanteerde cijfers. Vervolgens zal ik het over de meerjarenbegroting hebben. De Vlaamse schuldpositie is eveneens belangrijk. Het ontwerp van programmadecreet zal ook aan bod komen. Daarna zal ik ingaan op de beloftes van de Vlaamse Regering. Wat vinden we in de meerjarenbegroting over deze beloftes terug? Tot slot zal ik even op de federale context van deze begrotingswijziging ingaan.

Mijn fractie heeft al meermaals onderstreept dat we het principieel eens zijn met het besparingspad dat de Vlaamse Regering wil volgen. Het is de bedoeling tegen eind 2011 een evenwicht te bereiken. Om de Belgische schuld te helpen afbouwen, wil de Vlaamse Regering hierna geen begrotingsoverschotten boeken. Op zich is dit in theorie een mooi plaatje. We hebben ons vorig jaar dan ook akkoord verklaard met de uitgangspunten.

We hebben echter een steeds krachtiger indruk dat het begrotingsbeleid en het beoogde traject van de Vlaamse Regering steeds kwetsbaarder worden. We beginnen eraan te twijfelen dat de Vlaamse Regering het tekort eind dit jaar tot het beoogde bedrag van 0,5 miljard euro zal kunnen beperken.

Ik heb daarnet gehoord dat de minister-president perfect in zijn opzet zou zijn geslaagd en dat het tekort eind 2010 500 miljoen euro zou bedragen. Met cijfers kan natuurlijk alles worden bewezen. Volgens ons zal het werkelijke tekort veel groter zijn. Het is nu zelfs al groter dan 500 miljoen euro. Bovendien gebruikt de Vlaamse Regering een aantal klassieke trucjes om het streefcijfer te halen. Het is veel erger dat de minister-president op een heel pak vragen over dit onderwerp helemaal geen antwoord formuleert.

De vergelijking tussen de echte ontvangsten en de echte uitgaven leert ons al heel veel. Het gaat dan niet om 500 miljoen euro, maar om 1,3 miljard euro. Er zal 1,3 miljard euro meer worden uitgegeven dan zal worden ontvangen. Dat is meer dan 2,5 keer 500 miljoen euro.

Eerst en vooral is er de onderbenutting van 266 miljoen euro. Er wordt hier al eindeloos over de onderbenutting gesproken. We zullen dit begrip vandaag ongetwijfeld nog een paar maal horen vermelden. Om de begrotingsdoelstelling, een tekort van 500 miljoen euro, te bereiken, verhoogt de minister-president eenvoudigweg de onderbenutting met 190 miljoen euro. Het Rekenhof is van mening dat dit volledige bedrag zal moeten worden geblokkeerd. Hierdoor wordt de onderbenutting in totaal tot 456 miljoen euro verhoogd.

Maar die verhoging is natuurlijk enkel nodig in functie van het door u beoogde vorderingensaldo. Maar op de vraag op welke posten en departementen die 190 miljoen euro nu precies zal worden gevonden, daar kan, mag of wilt u niet op antwoorden. Zelfs vandaag weten we dat nog altijd niet. En daarom vraag ik het u andermaal. Welke zijn de posten waar de onderbenutting vooral zal worden verwacht en waar zult u die zoeken? De voorzitter heeft het daarnet al gezegd. Misschien zult u een antwoord kunnen geven in uw reactie op onze tussenkomsten.

Er hangen nog onweerswolken boven uw begroting en begrotingswijziging van 2010. Valt het Egalisatiefonds nu al dan niet onder de consoliderende instellingen? In de commissie hebt u geantwoord – u kon niet anders – dat u nog altijd geen zekerheid hebt dat die operatie, namelijk het doorsluizen van 500 miljoen euro van vorig jaar naar dit jaar via het Egalisatiefonds, inderdaad wel technisch zal worden aanvaard door het INR. Geen geruststellende antwoorden, eens te meer een onbeantwoorde vraag.

Wat het Breitsohl-arrest betreft gaat u er ook daar van uit dat er compensaties zullen volgen. U denkt dat, u meent dat, u hoopt dat, u verwacht dat, maar zekerheid kunt u ons daar allerminst over bieden. We zullen zien of het meer dan wishful thinking is. In elk geval neemt u uw wensen aan voor waarheid. Dat is nog eens een punt in uw begroting waarover u geen enkele zekerheid heeft en absoluut niet kan garanderen dat u in dit verband inkomsten zal genereren, wat andermaal een vraagteken plaatst bij uw verwachte inkomsten.

U schrijft in uw begroting 8,5 procent rente die u van KBC moet krijgen. Het gaat ongeveer om 300 miljoen euro, namelijk 8,5 procent van 3,5 miljard euro. Maar die moet slechts betaald worden als KBC een dividend uitkeert. Kunt u daar zeker van zijn? Hebt u contact gehad met de mensen van KBC? Weet u nu al zeker dat KBC een dividend zal uitkeren? Want anders hebt u nu al een tekort bij van 300 miljoen euro.

Toen we u inzage vroegen in de adviezen van de Inspectie van Financiën, kon u ook geen antwoord geven. U wou dat niet doen omdat er bepaalde vertrouwelijke documenten tussen zouden zitten waar we geen zicht mogen op hebben. Weer eens onzekerheden en niet beantwoorde vragen. En nog steeds, het Rekenhof blijft ook ongelukkig over de ontvangsten die u haalt bij een eenmalige maatregel, de verkoop van rioolwaterzuiveringsinstallaties en de bijbehorende gronden. Ook het Rekenhof is zeer ongelukkig over die 200 miljoen euro. Dat brengt ons bij tijden uit het verleden, ook op federaal niveau, waar eenmalige maatregelen moesten worden aangekondigd en doorgevoerd om de begroting een zeker gunstig cijfer te kunnen geven. Maar of dit voor Vlaanderen allemaal zo goed is, is een andere vraag.

Ik denk dat alle oppositiepartijen het erover eens zijn dat er heel veel onbeantwoorde vragen blijven waarop u niet kunt, niet wilt of niet mag op antwoorden. Het is dus ook niet verwonderlijk dat de voltallige oppositie bij de stemming de commissie heeft verlaten.

Een volgend punt is de meerjarenbegroting. Is dit eigenlijk wel een meerjarenbegroting? De vraag stellen is ze beantwoorden. Ze is die naam nauwelijks waardig, want u hebt ze gedegradeerd tot een richtinggevend document. Over de invulling van de vrije beleidsruimte - 1 miljard euro volgens uw raming in 2014 - mag niet worden gepraat zolang u niet zeker bent van de ontvangsten. U hebt deze meerjarenbegroting enkel gemaakt - en bovendien zeer laat want we vragen er al maanden naar in de commissie, eigenlijk van eind vorig jaar - omdat het moet, maar een document met een visie, wat het eigenlijk had moeten zijn, is het allerminst geworden.

Daarbij komt nog eens dat de groeiparameters van de meerjarenbegroting ook nogal optimistisch zijn. Ik geef toe dat het heel moeilijk is om de toekomst te voorspellen, maar ik ben niet alleen om te stellen dat uw parameters redelijk optimistisch zijn. Verder weten we nog altijd niet hoe het nu zit met het financiële luik van het Masterplan. Los van de uitkomst rond de kwestie van de ESR-neutraliteit van de Oosterweelverbinding, waarover ondertussen duidelijkheid is gekomen, zal er natuurlijk een ernstig effect zijn van het Masterplan op het vorderingensaldo van de volgende jaren. Het Rekenhof stelt immers dat de impact van het nieuwe Masterplan op de toekomstige begrotingen nog steeds onduidelijk blijft. Een verzachtende omstandigheid voor het nogal vrijblijvend karakter van deze meerjarenbegroting is misschien de ontwikkeling rond de verwachte staatshervorming en de Bijzondere Financieringswet. Het is in elk geval zo dat de intenties van het Vlaamse begrotingsbeleid nogal verschillend zijn van de begrotingsdoelstellingen van het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

De Vlaamse overheid zal zeer snel opnieuw geconfronteerd worden met de Europese begrotingscontext, namelijk het stabiliteitspact, om nog maar te zwijgen van de federale schuldenlast. Dat de deelstaten opnieuw moeten besparen en er over schuldverdeling zou gesproken worden zonder dat daartegenover fiscale autonomie staat, is voor ons natuurlijk onbespreekbaar.

Dat brengt ons bij de schuldenproblematiek. Het is duidelijk dat een gezonde begroting geen te grote schuldenlast mag vertonen. We moeten steeds voorzichtig zijn met het opbouwen van schulden en het aangaan van leningen. Ik heb geen vier jaar economie gestudeerd, maar kan wel als goede huisvader nadenken. Schulden maken is geoorloofd als er een return aan is gekoppeld. Als er investeringen tegenover staan, kan men schulden maken. Schulden die gemaakt worden, moeten echter ook worden terugbetaald. Dat is een proces van dikwijls jaren. Schulden brengen automatisch interesten met zich mee en dat geld is niet beschikbaar voor andere doeleinden. We moeten ervoor opletten dat de omvang van de schulden niet almaar groter wordt.

Het Rekenhof heeft pertinente opmerkingen gemaakt over de schuldevolutie. Er wordt al met al veel te weinig informatie over de schuldpositie gegeven. U hebt het van de voorgaande sprekers ook al gehoord. U blijft daar zeer vaag over. De toelichting bevat geen geconsolideerde gegevens. De directe schuld stijgt dit jaar overigens met 1,1 miljard euro. Het ziet ernaar uit dat we, na de 800 miljoen euro extra leningen die u eind vorig jaar aankondigde, eind dit jaar aan ongeveer 6 miljard euro directe overheidsschuld komen.

De Vlaamse Regering wenst te participeren in sectoren met een toekomst. Er gaat uiteindelijk bijna 500 miljoen euro naar participaties in het TINA-Fonds, het Vlaams Medisch Centrum en het Vlaams Energiebedrijf. Dergelijke participatiedeelnemingen hebben geen impact op het ESR-vorderingensaldo, maar beïnvloeden natuurlijk wel het te financieren saldo en maken extra financiering ook bij een nulbegroting noodzakelijk. Vorig jaar werd ons wijsgemaakt dat omdat op termijn belangrijke ESR-neutrale ontvangsten worden verwacht, terugbetaling van onze deelname in de banken, er wellicht voor de financiering van deze gerichte participaties geen externe financiering meer nodig zou zijn.

De Vlaamse schuldpositie zou eind 2010 een maximaal peil bereiken, zo werd ons gezegd. Intussen weten we dat voor 200 miljoen euro voor het Vlaamse Energiebedrijf, 140 miljoen euro voor het TINA-Fonds en het Vlaams Innovatiefonds en 20 miljoen euro voor het Vlaams Medisch Centrum middelen worden geleend.

Het Rekenhof stelde tevens vast dat er in de meerjarenbegroting geen toelichting over de gewaarborgde schuld staat, noch over de evolutie van de betaalverplichtingen buiten de begroting en hun impact op de lange termijn. De pps-schuld van de Vlaamse overheid zonder de BAM-projecten bedraagt 3,9 miljard euro. De leningen van de pps-vennootschappen worden betaald door een beschikbaarheidsvergoeding die uiteraard wel een impact heeft op de Vlaamse begroting. De meerjarenbegroting besteedt ook te weinig aandacht aan de impliciete schuld, of de niet-betaalde verbintenissen, waarvan u zegt dat ze daalt en versneld zal worden afgebouwd.

In ieder geval bedroeg de totale gewaarborgde schuld van de Vlaamse Gemeenschap op 31 december 2008 bijna 8 miljard euro. Ze is de voorbije anderhalf jaar alleen maar gestegen door de financiële crisis en de noden van de sociale huisvestingssector. Deze gewaarborgde schuld is volgens de ESR-regels weliswaar niet automatisch te beschouwen als schuld van de Vlaamse overheid.

Uw belangrijkste verklaring in de commissie was dat de terugbetaling door de KBC van de hoofdsom van 3,5 miljard euro gebruikt zal worden voor de terugbetaling van de schuld die hiervoor werd aangegaan. Dat heeft lang geduurd. We zaten er al maanden op te wachten. Het was een moeilijke bevalling, maar bijzonder belangrijk.

Maar in de huidige realiteit in het financieel-economische klimaat is het allesbehalve zeker dat die terugbetaling van KBC er vroeg zal komen, en bovendien aan 150 percent. Wat de KBC-bonus van 1,75 miljard euro betreft, 50 percent van de 3,5 miljard euro die is geleend, blijft het nog altijd koffiedik kijken. Daar doet u nog steeds geen enkele uitspraak over.

Er was natuurlijk niet alleen KBC. Ook Ethias heeft middelen gekregen van de Vlaamse overheid. U verwacht dat het herstructureringsplan de solvabiliteit rond 2012-2013 bij Ethias op een voldoende hoog niveau zal brengen en dat dan een meerwaarde zal kunnen worden gerealiseerd. Maar ook dat blijft koffiedik kijken.

En dan is er nog de participatie in Dexia. Zoals de heer Van Mechelen heeft opgemerkt, is een van de belangrijke mogelijkheden in de deal met Dexia dat er terugbetaald wordt in aandelen. Maar zoals de toestand er nu voorstaat, is het beter dat die aandelen niet gevaloriseerd worden. Van het realiseren van een meerwaarde zijn we immers nog heel ver verwijderd.

Dat brengt mij bij mijn volgende punt, het programmadecreet. De Raad van State heeft over meer dan de helft van de artikelen in het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010 geen uitspraken willen doen, omdat er geen band is tussen deze artikelen en de begroting 2010. Met andere woorden: van de 72 artikelen in het ontwerp van decreet zijn er 37 die volledig aan de controle van de Raad van State ontsnappen. Dat is erg te betreuren. Zeker wat betreft de inning en de invordering van de verkeersbelastingen is dat toch wel flagrant. Er is niet direct een band met deze begroting. Die centen komen hoe dan ook. Of ze nu door ons geïnd worden of via de Belgische tussenstap aan ons worden doorbetaald, doet er niet toe. Het ware beter geweest indien dat in een apart decreet was geregeld.

Dan komen we bij de beloftes. Wat zal er nu terecht komen van de eerder gemaakte beloftes? Eigenlijk zouden we daar toch op zijn minst een glimp mogen van terugvinden in de meerjarenbegroting. Ik licht er slechts enkele uit. De grootse ambities voor het Vlaams Energiefonds zijn ondertussen tot hun ware proporties gereduceerd. Waarschijnlijk zal het beperkt blijven tot een rollend fonds voor participaties, waarvoor dan nog eens geld zal moeten worden geleend.

In het regeerakkoord werd een vernieuwd sociaal beleid beloofd. Ik citeer: “Om een krachtig en vernieuwd sociaal beleid gestalte te geven, zal een basisdecreet met betrekking tot de Vlaamse sociale bescherming worden gerealiseerd. Dit basisdecreet bevat alvast volgende onderdelen: de bestaande zorgverzekering, een systeem van maximumfactuur in de thuiszorg, een Vlaamse hospitalisatieverzekering, een nieuwe regeling voor de financiële ondersteuning van kinderen, een nieuw systeem van begrenzing van de kosten in de residentiële ouderenzorg.”

Eerst een woordje over de zorgverzekering. “De financiële toegankelijkheid van de zorg”, zo stelt men, “wordt gevrijwaard door een consolidatie van de Vlaamse zorgverzekering. De langetermijnprognoses voor de financiële leefbaarheid van de zorgverzekering worden jaarlijks geactualiseerd en opgevolgd, met bijzondere aandacht voor de toestand van het reservefonds.” Daar komen we nu toch wel tot een trendbreuk. In tegenstelling tot het verleden wordt er vanaf nu ingeteerd op het reservefonds. Er zit natuurlijk nog wel een pak geld in, maar toch begint men dat fonds af te bouwen.

Van een maximumfactuur in de thuiszorg, een Vlaamse basishospitalisatieverzekering, een nieuwe Vlaamse regeling van financiële ondersteuning van kinderen en een nieuw systeem van begrenzing van de kosten voor residentiële ouderenvoorzieningen hebben we ook in de meerjarenbegroting niets gehoord. Waren dat misschien loze beloften? Waar zal het geld vandaan komen? Misschien weet ik wel waarom u daar geen uitspraken over hebt gedaan. Als ik mij goed herinner, minister, was dat voor uw partij een voorwaarde om in de regering te stappen. Uw partij zou nooit in een regering stappen zonder Vlaamse kinderbijslag, herinnert u zich dat nog? Misschien blijft u daarom zeer vaag over uw overschotten in 2014.

We kunnen deze begrotingswijziging niet los zien van de federale context. De volgende federale regering moet zo snel mogelijk concrete maatregelen aankondigen die staven hoe België zijn stabiliteitsprogramma gaat uitvoeren. Dat stelde ontslagnemend minister van Financiën Reynders vorige maandag bij de voorstelling van het jaarverslag 2009 van de federale staatsschuld. “Liever een regering die iets later wordt gevormd en met concrete maatregelen komt, dan zeer snel een nieuwe regering zonder aangekondigde maatregelen”, zei hij.

De Belgische schuldratio steeg van 84,2 percent van het bbp in 2007 naar 89,8 in 2008 en 96,7 in 2009. Tegelijk steeg de gemiddelde schuldratio in de eurozone van 66,3 procent naar 77,7 procent. Minister Reynders wees op het spel van de economische stabilisatoren tijdens de crisisperiode, waardoor een aantal uitgaven stegen en een aantal inkomsten daalden. Bovendien kwam de overheid financieel tussenbeide in de redding van een aantal financiële instellingen. De regering kan daar op een bepaald moment een meerwaarde op boeken, al is het niet de bedoeling dat op korte termijn te doen, zei Reynders. Dit jaar wordt echter verwacht dat de schuldratio boven de 100 percent zal uitkomen. Nominaal bedroeg de schuldenlast eind vorig jaar 321 miljard euro. Bedoeling is dat België in 2012 opnieuw een begrotingstekort haalt van minder dan 3 percent en een evenwicht wordt geboekt in 2015. Men hoopt de schuldratio weer in de buurt van 100 percent te kunnen brengen. De Belgische schuldenlast ligt dus erg hoog, ik moet u daar niet van overtuigen. In het licht van de netto schuldenlast en gezien het feit dat we als crediteur nog altijd geloofwaardig zijn, vaagt die schuld niet helemaal weg.

Voorzitter, ik rond af, het Vlaams regeerakkoord zegt dat er na het bereiken van een begrotingsevenwicht geen extra inspanningen meer gedaan worden om de federale minister van Begroting te plezieren. We zijn dan ook benieuwd wat er uit de bus zal komen bij de federale regeringsonderhandelingen rond enerzijds de huidige bijzondere financieringswet en anderzijds de bijdragen van de gewesten en gemeenschappen tot de sanering van het Belgisch overheidstekort.

CD&V heeft in haar verkiezingsprogramma voor ruim 2,2 miljard euro aan eigenlijke usurperende bevoegdheden opgelijst die ze uit de federale begroting wil schrappen. De minister-president heeft al gezegd dat, als die aan Vlaanderen worden overgedragen, hij voor onderhandelingen rond het dichtdraaien van deze geldkraan open staat, maar dat dit uiteraard niet kan gelden voor de nieuwe bevoegdheden die Vlaanderen na een staatshervorming hopelijk zal verkrijgen. Daar zullen natuurlijk centen tegenover moeten staan. Wij zijn benieuwd hoe deze federale context in de komende weken en maanden zal evolueren. In elk geval, minister, hebt u gemerkt dat wij nog bijzonder veel vragen hebben bij uw begrotingswijziging en wij hopen dan ook van u straks alle verlossende antwoorden te krijgen. Dank u. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Voorzitter, minister-president, minister, collega’s, een dankwoord aan de verslaggevers en de commissiesecretaris is gepast. Ze hebben een omstandig verslag van 146 pagina’s geredigeerd, een werk waar wij ongetwijfeld de komende jaren en maanden nog veel genoegen aan kunnen beleven.

Minister-president, tijdens de G20 in Toronto is duidelijk gebleken dat Europa getraumatiseerd is door de Griekse schuldencrisis en vindt – zeker onder leiding van de Duitse bondskanselier Angela Merkel – dat het terugdringen van overheidstekorten de eerste prioriteit moet zijn van het beleid. De wereldleiders kwamen overeen dat ze tegen 2013 hun overheidstekort tot de helft zullen herleiden, en tegen 2016 hun schuldratio, de verhouding tussen overheidsschuld en bruto binnenlands product, zullen stabiliseren of verminderen. Zoals u weet, waren wij op deze top prominent vertegenwoordigd door de president van Europa. Het moge gezegd: de belangstelling voor gezonde overheidsfinanciën en acceptabele schuldpositie van landen is vandaag de dag bijzonder groot en, wat mij betreft, ook meer dan terecht.

Immers tot een half jaar geleden werd er nogal gemakkelijk en lacherig gedaan over het feit dat een overheidsbegroting niet als geloofwaardig werd bestempeld. Men reageerde een beetje met ‘so what?’. Te gemakkelijk werd er in Europa van uitgegaan dat een overheid niet failliet kon gaan, dus waarom dan werk maken van een geloofwaardige en gezonde begroting, een begroting die in evenwicht is, die geen onoverkomelijke schuldenberg achter zich aan sleurt en bij het minste incident kan omslaan, zeker bij een allesvernietigende negatieve rentespiraal? Ondertussen is het voor ons allemaal duidelijk geworden door de Griekse tragedie, tot wat een ongeloofwaardige begroting kan leiden en wat dat kan teweegbrengen.

Met andere woorden, collega’s, werk maken van een gezonde, een correcte begroting, werk maken van een versnelde schuldafbouw is een absolute en niet te negeren verantwoordelijkheid voor alle beleidsmakers die vandaag een politiek mandaat uitoefenen, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen. Laat dat duidelijk zijn. Ik zeg dit dus vandaag absoluut niet met de bedoeling om aan platte politieke oppositie te doen. Het is, minister-president, vanuit de fractie van de Open Vld een oprechte bekommernis. En ik vrees dat we met de huidige begroting niet tegemoetkomen aan deze verzuchting omdat wij ervan overtuigd zijn dat we de begrotingsnorm en de afgesproken doelstellingen opnieuw moeilijk of niet zullen kunnen halen in 2010.

En laat me duidelijk zijn. Dat baart me zorgen, want als we eenmaal als regio onze in het verleden moeizaam opgebouwde budgettaire geloofwaardigheid kwijt zijn, zullen we daarvoor zwaar moeten betalen op de financiële markten. Op dat vlak is gebleken dat de kapitaalmarkt genadeloos is, en dat risico mogen we met Vlaanderen, met België onder geen beding lopen, want dat zou nefast zijn voor ons land.

En daarom ben ik zo bezorgd wanneer ik denk dat dit begrotingsplaatje niet klopt en dat voor een stuk onze geloofwaardigheid zwaar op het spel wordt gezet. Ik moet zeggen dat ik daar tijdens de commissiezitting, over de grenzen van de meerderheid en de oppositie heen, ook heel wat vragen over heb horen stellen. Ook het Rekenhof heeft wat dat betreft met de vinger gewezen.

Ik meen dat er vier goede redenen zijn om vast te stellen dat deze begroting niet consistent is. Een eerste indicator is er een waar je gewoon niet naast kunt kijken, namelijk de heel negatieve evolutie van het begrotingssaldo, eigenlijk de meest eenvoudige parameter van een begroting. We stellen vast dat bij de budgetcontrole dit begrotingssaldo verslechtert en dat de initiële begroting voorzag in een tekort van 1.173.000.000 euro dat uiteindelijk steeg tot 1.328.000.000 euro, een stijging van het begrotingstekort met nogmaals 155 miljoen euro. Met andere woorden, het begrotingstekort in percent uitgedrukt, is op dit ogenblik 5,8 percent ten opzichte van de ontvangsten. Dit is toch wel heel alarmerend.

Eigenlijk is dit nog alarmerender wetende dat men uiteindelijk bij deze begrotingscontrole ingevolge de Bijzondere Financieringswet bijkomende dotaties heeft kunnen inschrijven uit de samengevoegde en gedeelde belastingen en dat er een serieuze stijging was binnen de gewestelijke belastingen. Denken we maar aan de substantiële stijgingen bij de registratierechten, maar ook bijvoorbeeld bij de schenkingsrechten. Ik denk, en ik geef u dit gewoon mee als bedenking, maar ook als een heel oprechte bekommernis, dat het laten groeien van het begrotingssaldo – ik kom daar straks nog op terug – uiteindelijk nefast is en zal leiden tot een crash van de Vlaamse begroting, misschien niet in 2010 en misschien niet in 2011, maar op termijn is dit echt niet houdbaar.

Er is daarstraks al op gealludeerd door onder andere de heer Van den Heuvel dat we toch streven naar een nulsaldo. We opteren dit jaar uiteindelijk voor een tekort van 500 miljoen euro. Je kunt erover discussiëren of je die begroting in één keer had moeten ‘toefietsen’ of niet, dat laat ik in het midden. Officieel, volgens de afspraken, mag het tekort 493 miljoen euro bedragen. Men spreekt nu al van 495 miljoen euro. Het is essentieel dat je dat tekort ook haalt en dat je niet meer tekort opbouwt dan afgesproken.

Minister, vorig jaar in december kwam u zonder verpinken 2 weken voor het einde van het jaar zeggen dat de begroting solide was en dat, zoals de begrotingscontrole voorlag, we zouden afsluiten met 1 miljard euro. Het is toch pijnlijk om 14 dagen later te moeten zeggen dat de begroting uiteindelijk is afgerond met 1,2 miljard euro. Ik waarschuw de regering dat ik vrees op basis van de voorliggende cijfers dat we dat tekort van 500 miljoen euro waarschijnlijk zullen overschrijden.

We hebben daarover in de commissie omstandig gediscuteerd. Er zijn heel eenvoudig volgens mij twee aanwijsbare redenen voor. U gaat voor 589 miljoen euro aan deelnemingen en kredietverleningen opnemen en u gaat een onderbenutting realiseren van 456 miljoen euro. De deelnemingen en kredietverleningen zijn de zogenaamde ESR8-verrichtingen of de kapitaalparticipaties. Het is mij niet duidelijk hoe rekening wordt gehouden met het risico op herkwalificatie door het INR door het strengere toezicht, dat het gevolg is van het Griekse drama. In de Griekse begroting paste men ook dergelijke praktijken toe. De ESR8-kapitaalparticipaties liggen, wat mij betreft, zeer zwaar onder vuur, zowel bij het INR als bij Eurostat.

In de commissie heeft de raadsheer van het Rekenhof, onze adviseur bij uitstek, letterlijk gezegd: “Als een maatstaf een beleidsdoelstelling wordt, houdt hij op een goede maatstaf te zijn. Louter focussen op ESR95 kan slecht aflopen.” En hij gebruikte het woord “ESR-fetisjisme”. Het zijn niet de woorden van de oppositie, maar van de raadsheer van het Rekenhof, die zei: “Let op met die oplopende kapitaalparticipaties, want bij herkwalificatie heb je een levensgroot probleem.”

We gaan de discussie over de onderbenutting niet opnieuw voeren. Maar ik moet eerlijk zeggen dat een onderbenutting van 456 miljoen euro toch zeer aanzienlijk is. We hebben in het verleden inderdaad hogere onderbenuttingen gehad, maar dat was telkens in jaren met groeiende financiële inkomsten, waarbij we altijd hebben gezegd dat we erover moeten waken dat we die niet twee keer uitgeven. Dan hebben we het saldo van de onderbenutting positief gebruikt voor stortingen in het Toekomstfonds. Met die 1 miljard euro die we gespaard hadden, hebben we later de Dexiabank gered. We hebben er ook de schuldoperatie van de gemeenten mee gefinancierd. Dat zijn eenmalige shots die je kunt doen.

Nu wordt de onderbenutting systematisch meegenomen in de begrotingsopmaak. De heer Van den Heuvel denkt dat het woord ‘onderbenuttingsbuffer’ misschien in Van Dale komt. Ik hoop in hemelsnaam dat dat nooit gebeurt. Het is het meest kafkaiaanse woord dat ik ooit in het begrotingsbeleid heb gehoord. Het Rekenhof heeft nadrukkelijk gesteld dat dit een compleet verkeerde methodologie is, die je niet kunt toepassen.

– De heer Carl Decaluwe, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

We hebben andere dingen in onze begroting ingeschreven. Ik denk aan het Fonds voor de Financiering van Eenmalige Uitgaven, dat de voorbije jaren uitstekend gewerkt heeft en ook nu nog uitstekend werkt. Maar dat is iets compleet anders dan te werken met een onderbenuttingsbuffer.

Minister-president, nu is het echt 5 voor 12. Ik richt me in het bijzonder tot de meerderheid. Gaat de meerderheid deze begroting goedkeuren zonder dat wij voor de stemmingen eindelijk eens weten welke 190 miljoen euro aan kredieten worden geblokkeerd en er minstens een debat over kunnen voeren? We weten vandaag nog altijd niet waar dit gaat gebeuren.

Mijnheer de voorzitter, ik doe een beroep op uw autoriteit en uw wijsheid om de regering voor haar verantwoordelijkheid te stellen. Wat mij betreft, kan deze begroting niet worden goedgekeurd zonder dat we die lijst hebben gekregen. Meer zelfs: ik vind dat we daarover een ernstig politiek debat moeten voeren. Gisteren, om 14.22 uur, heeft de commissiesecretaris ons een mailtje gestuurd om te zeggen dat de regering heeft beslist dat elke minister kan communiceren over de kredieten die in zijn of haar begroting zijn geblokkeerd. Kijkend naar mijn fractieleider en de andere fractieleiders stel ik voor dat we bij hoogdringendheid de commissies samenroepen om van elke minister te vernemen waarover het gaat. Het moet een enorm mysterie zijn, want anders begrijp ik niet waarom dat niet aan het parlement wordt meegedeeld.

Een derde reden waarom ik zeg dat deze begroting wankelt en voor problemen zal zorgen – zeker op middellange termijn – is de wijsheid dat we niet boven onze stand mogen leven. De afgelopen jaren heeft Vlaanderen gelukkig altijd kunnen beschikken over vrij aanzienlijke middelen. Die krimpen, en we zitten nu niet in een gemakkelijke positie. Ik begrijp dat beter dan wie ook. We moeten de tering naar de nering zetten, zegt men. Maar we moeten dat dan ook doen.

Er worden nieuwe initiatieven genomen, maar zonder dat daarvoor in betaalkredieten is voorzien. Er zijn enkel beleidskredieten afgesproken. Wie kan mij ervan verdenken een probleem te hebben met 1 5 miljoen euro extra voor restauraties, met 15 miljoen euro voor de herdenking van de Eerste Wereldoorlog of met 8 miljoen euro extra voor het onderhoud van onze wegen? Ik heb daar natuurlijk geen problemen mee. Maar men moet er dan wel voor zorgen dat daarvoor de nodige betaalkredieten zijn, zo niet valt de factuur vroeg of laat – en wellicht eerder vroeg dan laat – in de bus.

De afgelopen vijf jaar hebben we systematisch grotere bedragen uitgetrokken voor de betaalkredieten dan voor de beleidskredieten, en dat om de ombuiging in het beleid te kunnen realiseren. Het verschil blijft aanzienlijk. Het verschil in de aangepaste begroting bedraagt 402 miljoen euro. Minister, ik vond het nogal zwakjes dat u zei dat er een daling van 526 miljoen euro naar 402 miljoen euro is gebeurd, en dat het probleem onder controle is. U beloofde toen ook dat u vanaf volgend jaar – ik neem aan dat u bedoelt vanaf de begroting 2011 – ervoor zult zorgen dat de betaalkredieten hoger zijn dan de beleidskredieten. Wij zullen echter moeten afwachten of dat ook daadwerkelijk gebeurt. Desnoods zullen we u daaraan herinneren.

Een vierde reden van bezorgdheid is de evolutie van onze schuld. In de algemene toelichting zegt u het zelf: “In het jaar 2010 zal de directe schuld van de Vlaamse overheid verder toenemen. In de huidige prognose zal de Vlaamse overheid 1,1 miljard euro extra lenen op lange termijn, in 2010 omwille van het te verwachten ESR-tekort, de in de begroting afgesproken kapitaalparticipaties en het te consolideren tekort op de financiële rekening.” Dat heeft ten minste de verdienste van de duidelijkheid: de schuld zal stijgen met 1,1 miljard euro.

Mijnheer Van den Heuvel, het is juist dat een schuld van 6,1 miljard euro geen catastrofe is. Dat is nog te overzien, zeker in het licht van het tegoed van 5,25 miljard euro van KBC. Wat echter pijnlijk is, is het feit dat men niet onmiddellijk die ambitie vertaalt in duidelijke conclusies en uitspraken. We hebben twintig keer moeten aandringen, en uiteindelijk kregen we in een toelichting van de minister te horen dat de 3,5 miljard euro die we van KBC te goed hebben, volledig voor schuldaflossing zal worden gebruikt. Het zou er nog aan moeten mankeren. Maar men heeft niet de moed om een politiek debat aan te gaan over de bestemming van de bonus van 1,75 miljard euro.

U kent ons voorstel om dat op te splitsen en twee keer te gebruiken voor schuldafbouw, 875 miljoen euro extra op Vlaams niveau, dan bouwen we de schuld af met 4,375 miljard euro en 875 miljoen euro op het gemeentelijke niveau. In De Standaard van vandaag staat een heel interessant artikel onder de titel ‘Gemeenten moeten klap nog krijgen’. Die titel is gebaseerd op de studie van Dexia, die terecht stelt dat ingevolge de resultaten van de fiscale inkomsten, de afrekening van de personenbelasting, we de volgende 2 jaar de klap op het gemeentelijke niveau gaan krijgen. Dat is het moment bij uitstek om na te gaan in welke mate we de gemeenten opnieuw een duwtje in de rug zouden kunnen geven om door de crisis te geraken. In datzelfde artikel staat dat de tendensen van 2009 waarschijnlijk zouden worden voortgezet in 2010 en dat dit zou leiden tot het terugschroeven van de investeringen door de gemeenten. Dat is economisch ook een probleem, want uiteindelijk zijn de gemeenten een heel belangrijke partij, zeker inzake publieke investeringen.

E en oplopend negatief begrotingssaldo van 1,328 miljard euro, een onderbenutting van 456 miljoen euro, het feit dat de impliciete schuld 402 miljoen euro bedraagt, en dat de effectieve schuld toeneemt met 1,1 miljard euro, zijn voldoende elementen om iedereen te waarschuwen voor een ontsporend begrotingsbeleid. Ik hoop dat ik me vergis en te pessimistisch ben – dat zou me plezieren – maar ik vrees dat ik misschien gelijk zou kunnen krijgen.

Minister, we hebben goede debatten gehad in de commissie. We hebben heel veel vragen gesteld. Ik begrijp dat het niet gemakkelijk is om op sommige vragen te antwoorden, maar er zijn toch heel wat vragen onbeantwoord gebleven. Hoe staat het met het KBC-, het Dexia- en het Ethiasdossier? Daarover gaan we nog een debat voeren. Hoe staat het met onze pps-projecten? Wat is daarvan de financiële impact? Daarover gaan we ook moeten debatteren. Hoe staat het met de ESR8-participaties? Waar gaat men participeren? Hoe gaat men dat doen? Wat zijn de risico’s? Dat zullen we in de toekomst bekijken.

Met de financiering van het Masterplan Antwerpen zijn we bezig. Minister Crevits zal daarover rapporteren. Het Vlaams Energiebedrijf blijft oorverdovend stil. Voor cao’s zijn geen provisies gepland. Er moeten cao’s worden afgesloten voor de socialprofitsector, en dat kan er stevig aan toe gaan. De Lijn, ambtenarenzaken, onderwijs, hoe gaan we dat aanpakken? Wat zijn de resultaten van de roadshows die op gang zijn gebracht om de schuld te financieren? Op welke manier gaan we dat doen? Wat is de kost die daarvoor wordt geraamd? Hopelijk zijn de antwoorden op deze vragen voor morgen.

Mijnheer Van den Heuvel, u had het bij het rechte eind. Laten we de meerjarenbegroting inderdaad een meerjarenraming noemen, want een begroting is dat niet. Mijnheer Van Rompuy, ooit hebt u gezegd dat een goede meerjarenbegroting het kompas is van het begrotingsbeleid. Wat mij betreft, is het kompas toch wat aan het rondtollen. Op basis van de moeilijk raambare economische parameters, is het inderdaad wat tasten in het duister. Ik vrees dat als er iets misloopt met de parameters, de beleidsenveloppe voor de komende 4 jaar weg zal zijn. Met tegenvallende parameters en een constante groei van 1 tot 1,5 percent in plaats van meer dan 2 percent, heb je geen beleidsruimte meer, maar je moet wel cao’s afsluiten. Ik denk dat dit een gemiste kans is.

Wanneer komt de meerjarenbegroting? Ik hoop dat we hierover vandaag duidelijkheid creëren. Ik had een afspraak om dat te doen bij de budgetcontrole. Uiteindelijk heeft het parlement op het einde van de vorige legislatuur een resolutie goedgekeurd om te vragen dat dit bij de begroting zou worden gevoegd, zoals ook het Rekenhof dat vraagt. Mijn bede is dat we die nieuwe meerjarenbegroting 2011-2014, waar toch wat meer licht in de duisternis zal schijnen over die parameters, in het najaar krijgen.

Minister-president, wanneer u de vragen en debatten die nog moeten komen, aanziet en aanhoort, dan denk ik dat niet alleen vandaag een warme dag is maar dat het ook een warm najaar dreigt te worden. Open Vld heeft daarbij slechts één verzuchting, namelijk dat onze Vlaamse begroting kerngezond blijft. (Applaus bij Open Vld, het Vlaams Belang en LDD)

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

Ik was van plan om met dezelfde verwijzing te beginnen als de heer Van Mechelen, namelijk met de verwijzing naar het internationaal kader. We hebben de G20 gehad. Ik heb daar een ietwat andere lezing over. Dat is niet zo bizar. Er is immers heel veel roep om begrotingen snel te saneren en alleen dat te doen. Het internationaal kader en datgene wat men nu probeert in groep te doen als reactie op de economische evolutie, zullen bepalend zijn voor de volgende jaren.

Wat de meerjarenbegroting betreft, zijn de parameters heel onduidelijk. Ook de SERV heeft dat een paar maanden geleden al gezegd in de commissie. Het is bijzonder moeilijk om een redelijke raming te maken, zelfs op jaarbasis.

Natuurlijk moeten die begrotingen zo snel mogelijk worden gesaneerd. Dat is wat hier gebeurt. Natuurlijk moeten de schulden zo snel mogelijk onder controle worden gebracht. Dat is een focus in dezen. Men kan erover discussiëren of dat sneller of feller moet. De vraag is echter welk perspectief men gaan bieden. Ook Europa heeft een groei- en stabiliteitspact. De discussie ging tot nu toe over het stabiliteitspact, het halen daarvan en het strenger optreden om dat pact te halen. Wat het groeipact betreft, staat Europa nog helemaal niet ver. Men begint nu met de eerste werkgroepen om dat groeipact te formaliseren. Nochtans, en dat heb ik begrepen uit de G20 en gelezen van een aantal economen, is de voortdurende spanning tussen goed en snel saneren en het niet versmachten van de groei belangrijk.

Wanneer we de groeicijfers zien voor dit jaar en voor de meerjarenbegroting, dan zal het niet evident zijn om die groeicijfers te halen. De verschillende discussies hebben een verschillend belang, maar dit zou wel eens de belangrijkste discussie kunnen worden, vooral dan voor de meerjarenbegroting. Het evenwicht, zowel in de opmaak als nu bij de controle, dat bij deze begroting is gevonden tussen het onder controle brengen van het saldo en het beheersen van de schuld, is een degelijk en beheerbaar evenwicht. Men ziet natuurlijk pas aan het einde van het jaar waar men eindigt. Dat is ook wat de SERV in de commissie heeft gezegd. Het is bijzonder moeilijk om bij wijze van spreken op het miljoen te zeggen waar men zal eindigen. Dat is altijd zo bij een begroting, en dat is in deze omstandigheden veel erger. Vandaar een aantal maatregelen waarmee wordt gewerkt aan de blokkering van beleidskredieten en in de departementen zelf. Dat staat trouwens ook in het regeerakkoord. Er zal voortdurend gemonitord moeten worden, dat is de enige goede werkwijze.

– De heer Jan Peumans, voorzitter, treedt opnieuw als voorzitter op.

In het eerste kwartaal hebben we gezien dat het groeicijfer voor België lager was dan eerst geraamd. We weten niet wat het dit jaar zal zijn. Men zal de begroting voortdurend verder moeten controleren.

Er is nog een tweede element. De keuzes inzake de manier waarop de begroting is opgesteld, maar ook de elementen van deze controle zijn, wat ons betreft, zeer goed. Ik zal er een aantal voorbeelden van geven. De 140 miljoen euro aan kapitaalparticipaties in Onderzoek en Ontwikkeling werden daarnet al aangehaald door de heer Van den Heuvel. Er is ook de keuze om geen zware en geen heftige saneringen in onderwijs op te leggen. Af en toe wordt gezegd dat die besparingen in onderwijs procentueel laag zijn. Dat is een zeer goede keuze, die sociaal erg verantwoord is. De bewuste keuze voor het uitvoeren van het Grond- en Pandendecreet en de 3 miljoen euro die voor de aanleg van de infrastructuur van de sociale woningbouw is uitgetrokken, zijn maar een aantal voorbeelden van bijkomende maatregelen die zijn genomen. We staan daar heel erg achter.

Dan komen we natuurlijk bij de hele discussie over de schuld. Het gaat hier veel over de schuld, over de doelstellingen en over de economie. Eigenlijk moet het daarover gaan. Maar de discussie over de schuld verloopt op een ietwat rare manier. De ratings en de evaluaties van de ratingsagentschappen zijn bijzonder goed. Mijnheer Van Mechelen, dat staat wat in tegenstelling tot wat u daarnet zei. U zei dat we steeds slechter dreigen gezien te worden. Momenteel is dat bijzonder goed. Is de situatie wankel? Die is voortdurend wankel, gewoon omdat internationaal veel meer dan vroeger wordt gekeken naar kredietwaardigheid.

Eigenlijk is niemand het oneens over het ontstaan van de schuld. We zitten nu net boven de 6 miljard euro. Niemand is het oneens over het ontstaan van die schuld. Op veel van de vragen van de oppositie over investeringen in een aantal domeinen, wordt nu ingegaan. De toename van de schuld dit jaar is te verklaren door het tekort plus een aantal participaties. Over de inhoud van de toename is niemand het oneens: de KBC blijft de grootste brok.

Het feit dat we net boven de 6 miljard euro – 3 percent van het bruto regionaal product (brp) – zitten, toont eigenlijk aan dat het bijzonder goed onder controle is. Er is echter vooral ook een perspectief om ze onder controle te houden. Mijnheer Van Mechelen, ik verwijs vaak naar u. U hebt een interessant betoog gehouden en interessante punten naar voor gebracht. Ik ben het niet met u eens als u zegt dat er in de meerjarenbegroting een pad zit dat u snel ziet verdwijnen. Ik hoop dat u met die punten niet te hard bent geweest voor uw partijgenoot in de federale regering. Want het grote voordeel van deze begroting met dat pad is dat, als er onverwachte elementen opduiken, die ervoor zorgen dat de begroting het moeilijker krijgt, er een buffer is en men niet opnieuw drastisch moet ingrijpen. Ik mag er niet aan denken wat er gebeurt als de federale overheid een bijkomende klap te verwerken krijgt. Dat maakt juist dat die schuld beheersbaar is. We weten niet wanneer de banken zullen terugbetalen. De zorg van de voorzitter in dat verband is al een paar keer herhaald. Ik denk dat iedereen de artikels van deze week en vandaag heeft gezien. Dat is bijzonder twijfelachtig. We weten niet wanneer de banken zullen terugbetalen. Eigenlijk moet het beheer van de Vlaamse begrotingsschuld heel sterk focussen op het beheren van die nominale schuld en het doen dalen ervan. Wat is de beste stap? Dat is ervoor zorgen dat men snel naar een evenwicht gaat. Dat is de beste stap om dat beheersbaar te maken. Al de rest zijn externe factoren. Tot nu toe gaat dat goed. Dat vertaalt zich ook in wat de ratingsagentschappen zeggen over die Vlaamse schuld. Die zijn bijzonder positief. Ik weet niet of u bedoelt dat die vrees al zichtbaar is of dat het een vrees is voor de toekomst. Maar vandaag is die goed. Natuurlijk past het in een geheel van een globale begroting in dit land, waaraan de spreads zijn gelinkt. Ik vermoed dat u daarnaar verwijst.

Er is een paar keer verwezen naar de pps. Aan de ene kant is er natuurlijk het Stabiliteitspact – snel naar een evenwicht gaan, de schuld onder controle brengen – en daarnaast een groeipact – ervoor zorgen dat er voldoende vertrouwen blijft voor consumptie, investeringen en perspectief. Het is dan ook niet onbelangrijk dat bijvoorbeeld de pps voor de scholenbouw ondertussen rond is. Het klopt dat dat een deel is van het geheel, van het beheer van de globale schuld en van de impliciete schuld. Maar het feit dat dat rond is, is een belangrijk element in het geheel van die begroting. Het straalt activiteit uit. Het gebeurt in bijzonder moeilijke omstandigheden. Het gaat om een groot project dat gefinancierd moet worden. Het is nu eenmaal een pak moeilijker dan het was in oktober 2008. We mogen daar bijzonder tevreden mee zijn.

Er is echter een element waarover we hier ook al een discussie hebben gehad, dus ik zal op mijn woordgebruik letten. Er wordt namelijk in het regeerakkoord terecht melding gemaakt van het feit dat er naast besparingen voldoende investeringen moeten zijn. Er staan in het regeerakkoord een aantal manieren om te zorgen voor middelen om die investeringen te kunnen doen. Het wordt belangrijk om dat heel snel in praktijk om te zetten op een manier die redelijk is voor de globale schuld omdat ik ervan overtuigd ben dat het welslagen van die begroting voor dit jaar en zeker voor meerdere jaren, voor het grootste stuk afhangt van de economische groei. Dat is de belangrijkste parameter. De economische groei voor meerdere jaren is bijzonder onzeker. Zelfs voor dit jaar is het interval waarbinnen die zou liggen, al bijzonder onzeker. Besparingen gebeuren ook in andere landen en op een ander niveau en dat zal een impact hebben op België. België is een exporterend land. Als onze buurlanden bijzonder veel gaan sparen en niet investeren, dan zullen we dat hier ook voelen. Het is bijzonder belangrijk dat we klaarstaan met manieren om eigen investeringen te stimuleren en te proberen om de groei op een voldoende niveau te houden. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, minister, collega’s, sta me toe eerst de verslaggevers te danken voor de manier waarop ze het verslag schriftelijk en ook mondeling hebben gebracht. De ontwerpen van decreet over de begrotingscontrole 2010 vormen voor mij het beste bewijs dat Vlaanderen vandaag budgettair goed doorwerkt. Met deze begrotingscontrole worden de budgettaire meevallers en tegenvallers in 2010 immers goed met elkaar in evenwicht gebracht zodat we het pad dat in het regeerakkoord is afgesproken, verder kunnen zetten, namelijk naar een vermindering van een begrotingstekort tot 500 miljoen euro in 2010. Vanaf 2011 leggen we de lat opnieuw een stuk hoger en gaan we voor een Vlaamse begroting in evenwicht. Het is daarstraks uitvoerig door de heer Van den Heuvel geschetst: dat is niet niks. Dat evenwicht zullen we voor de rest van de legislatuur, dus tot 2014, verder aanhouden.

In deze begrotingsaanpassing voor 2010 hebben we dus te maken met een aantal budgettaire meevallers en tegenvallers. Ik zal beginnen met de meevallers. Als gevolg van de opwaartse herziening door het Federaal Planbureau van de economische groeiraming voor 2010 tot plus 1,4 percent van het bruto binnenlands product (bbp), stijgen voor de Vlaamse begroting de verwachte ontvangsten van de federale overheid met 211 miljoen euro en de ontvangsten van de gewestelijke belastingen met 176 miljoen euro. Het Rekenhof stelt in dit verband trouwens vast dat deze ramingen in de Vlaamse begrotingsaanpassing “voorzichtig” zijn. De Vlaamse en federale overheid maken hiervoor immers allebei gebruik van de officiële economische vooruitzichten zoals gepubliceerd door het Federaal Planbureau.

De budgettaire tegenvallers of meeruitgaven zijn dan weer grotendeels het gevolg van het aanzuiveren van rekeningen uit het verleden. In 2010 worden we immers geconfronteerd met de rekeningen van beslissingen die dateren van vóór 2009, bijvoorbeeld met betrekking tot langlopende wetenschappelijke projecten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT).

We hebben in deze begrotingscontrole dus een oplossing gevonden voor deze grote golf aan uitgestelde facturen van eerdere, door de vorige Vlaamse Regering op zich genomen verbintenissen, door hiervoor in de nodige bijkomende betaalkredieten te voorzien. De vorige sprekers hebben het al uitvoerig belicht: daardoor is het verschil tussen de beleids- en de betaalkredieten in 2010 fors afgenomen, met 156 miljoen euro of 29 percent. Dat wijst volgens het Rekenhof op het engagement van de Vlaamse overheid om de impliciete schuld af te bouwen. Het dichten van de kloof tussen beleids- en betaalkredieten kan dan ook worden beschouwd als een maatregel van budgettaire orthodoxie. Het is immers verstandig om, doorheen de hele begroting, niet in te veel meer beleidskredieten te voorzien dan in betaalkredieten voor de effectieve betaling dat jaar. Mijnheer Watteeuw, door de betaling van een aantal rekeningen systematisch te verschuiven naar de toekomst, dreigen we immers het toekomstige begrotingsevenwicht te hypothekeren. Dat is wat wordt bedoeld met de zogenaamde impliciete schuld, die we in Vlaanderen met deze begrotingscontrole in belangrijke mate afbouwen.

Via deze begrotingscontrole lenigen we ook een aantal van de meest dringende en prangende noden in diverse beleidsdomeinen. Hiervoor voorzien we in een extra vastleggingskrediet van in totaal 60 miljoen euro, met 12 miljoen euro voor scholenbouw, 8 miljoen euro voor het onderhoud van de wegen als gevolg van de winterschade en 15 miljoen euro voor het wegwerken van restauratiewachtlijsten. Doordat we voor dit nieuwe beleid enkel in bijkomende vastleggingskredieten voorzien in 2010, en dus niet in extra betaalkredieten, zullen die uitgaven enkel in 2010 kunnen worden gedaan als de betrokken ministers andere, minder dringende uitgaven tot 2012 of later uitstellen. We voorzien ook in 160 miljoen euro extra voor investeringen in Onderzoek en Ontwikkeling, waarvan 140 miljoen euro via kapitaalparticipaties in O&O en 20 miljoen euro voor een zaaikapitaalfonds ter ondersteuning van Medisch Centrum Vlaanderen. Gelet op de uitdaging die de financieel-economische crisis stelt aan de Vlaamse bedrijfswereld en de vragen die hierover vanuit het Vlaams Parlement werden gesteld, onder meer bij de bespreking van het WIP, bieden we met die extra middelen voor O&O toch extra zuurstof voor de noodzakelijke transformatie van de Vlaamse economie.

De verwachte onderbenutting wordt in het kader van deze begrotingscontrole verminderd tot 256 miljoen euro. Deze raming is gebaseerd op de effectieve onderbenutting in 2009, met de nodige aanpassingen aan de concrete situatie in 2010. Zoals het Rekenhof echter opmerkt, wordt die onderbenutting mogelijk toch nog te hoog ingeschat, aangezien besparingen doorgaans aanleiding geven tot een grotere benutting van de kredieten. Daarom wordt de nodige extra voorzichtigheid aan de dag gelegd door in de begroting 2010 voor 190 miljoen euro aan beleids- en betaalkredieten te blokkeren. Dat komt in feite neer op een moduleerbare besparing in 2010, want deze facturen kunnen niet worden verschoven naar de volgende jaren. Pas wanneer er voldoende zekerheid is dat het afgesproken begrotingsresultaat, namelijk een vermindering van het tekort tot 500 miljoen euro, daadwerkelijk wordt gehaald, worden deze geblokkeerde kredieten vrijgegeven.

We slagen er dus in om via deze begrotingscontrole de dringendste nieuwe noden te lenigen, zoals extra investeringen in O&O. Om dit nieuwe beleid effectief te kunnen uitbouwen en toch een begroting in evenwicht te kunnen realiseren in 2011 en de volgende jaren, zullen we ervoor moeten zorgen dat het verwachte economische herstel zich ook effectief zal doorzetten.

Een aantal belangrijke sleutels hiervoor liggen tot op vandaag op federaal niveau, bijvoorbeeld de verlaging van de loonkost, de loonmatiging en de verlaging van de vennootschapsbelasting. Het zal dus mee van het beleid van de volgende federale regering afhangen en van de stap die we zullen kunnen zetten naar een overheveling van de nodige sociaal-economische bevoegdheden naar de deelstaten. Als we de komende jaren er niet in slagen deze sociaal-economische staatshervorming door te voeren, komt dus ook de doelstelling van het bereiken van een begrotingsevenwicht onder druk. Want ondanks de relatief gunstige economische groeiprognoses, die tot hogere inkomsten zullen leiden, heeft het Planbureau berekend dat de gezamenlijke overheden in België voor een aanzienlijke besparingsinspanning staan van niet minder dan 22 miljard euro om tegen 2015 het in het stabiliteitspact vooropgestelde begrotingsevenwicht te bereiken.

Enkele weken geleden was de voorzitter van de Europese Raad hier, de heer Herman Van Rompuy. Hij maakte op dit spreekgestoelte duidelijk dat ook de Europese Unie aan een strengere begrotingscontrole werkt. De Duitse regering heeft alvast recordbesparingen aangekondigd van minstens 80 miljard euro tegen 2014, het grootste bezuinigingspakket uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Ook in andere Europese landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland, worden forse besparingen doorgevoerd.

Het begrotingstekort van de gezamenlijke overheden van België bedraagt anno 2010 4,8 percent van het bruto binnenlands product (bbp). De federale overheid is verantwoordelijk voor niet minder dan 85 percent van dit tekort. Volgens de projectie van de Hoge Raad van Financiën en het Federaal Planbureau zal dit tekort bij ongewijzigd beleid in de periode 2011-2015 schommelen rond 5 percent, wat dus betekent dat we bij ongewijzigd beleid in België de begrotingsnorm van 3 percent uit het Europese stabiliteitspact niet zullen kunnen respecteren. Het is dus aan de volgende federale regering om budgettair orde op zaken te stellen. In de Vlaamse begroting zullen we dankzij de nodige inspanningen al in 2011 een begroting in evenwicht kunnen voorleggen. In de periode 2012-2014 houden we dit begrotingsevenwicht ook aan. Vlaanderen streeft dus geen overschotten na om andere putten te dichten. Dit werd expliciet afgesproken in het Vlaams regeerakkoord waarin vermeld staat dat we “voor de periode 2012-2014 een begrotingsevenwicht realiseren maar geen overschotten. Zo hebben we ruimte en tijd om het nieuwe beleid uit het regeerakkoord te implementeren en Vlaanderen zowel sociaal als economisch klaar te maken voor de toekomst.” En er zijn hier over dat regeerakkoord vragen gesteld.

Dirk Van Mechelen

U zegt dat we geen overschotten zullen boeken. Dat is een politieke keuze. U zegt dat we Vlaanderen sociaal-economisch moeten voorbereiden op de toekomst. Maar dan vind ik dat het feit dat u in het Zorgfonds geen bijkomende reserves opbouwt, toch niet strookt met wat u hier komt te stellen.

Mijnheer Van Mechelen, er is een duidelijke klik na 2011: het jaar waarin de begroting weer in evenwicht is.

Dirk Van Mechelen

Mijnheer Van Dijck, u hebt net verklaard dat Vlaanderen sociaal op de toekomst moet worden voorbereid. In plaats van in het Zorgfonds reserves op te bouwen, verdwijnt de komende 4 jaar exact 100 miljoen euro uit de reserves die we in het verleden hebben opgebouwd. Vindt u dit wijs? Dit is het tegenovergestelde van wat u net hebt gezegd.

Ik ben het er niet helemaal mee eens dat het hier om het tegenovergestelde gaat. Zoals de heer Crombez al heeft gesteld, moeten we eerst de begroting in evenwicht krijgen. Dit is momenteel het belangrijkste punt. Indien we hier in 2011 in slagen, kan de Vlaamse overheid binnen de federale staat een duidelijk voorbeeld vormen. Dit is de stelling die ik naar voren heb gebracht.

De aanpak van de Vlaamse begroting wordt overigens ook internationaal gesmaakt. Net op het ogenblik dat in Griekenland de financiële crisis volop is losgebarsten, heeft de Vlaamse overheid van Moody’s en van Standard & Poor’s een uitstekende rating gekregen. AAA en AA+ zijn examenresultaten waarvan velen mogen hopen dat hun zonen en dochters ze de komende dagen mee naar huis zullen brengen. Moody’s acht de kredietwaardigheid van de Vlaamse overheid zelfs hoger dan de kredietwaardigheid van de federale overheid.

We moeten er samen voor zorgen dat Vlaanderen deze internationale kredietwaardigheid de komende jaren kan aanhouden. We zijn er ons allemaal van bewust dat de uitdagingen groot zijn. Wij zijn er in elk geval van overtuigd dat we met de begrotingscontrole 2010 op de goede weg blijven. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, wat me in de schriftelijke toelichting, de mondelinge toelichting en de discussie over de begrotingscontrole is opgevallen, is dat de minister-president en de leden van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting eigenlijk geen gebruik maken van Latijnse citaten. Ik vind dit in feite een verdienste. “ Proverbia Latina, in propria lingua nil”, om het met een citaat te zeggen. Dit betekent dat zij die voortdurend Latijnse citaten plegen, vaak in hun eigen taal niets te zeggen hebben. Dat is een citaat van een Grieks filosoof. Toch niet, het is van mezelf. (Gelach)

Met dit citaat is het positiefste over de begrotingscontrole gezegd.

We hebben destijds al drie punten van kritiek op de begroting 2010 naar voren gebracht. Ten eerste, het begrotingstraject is niet ambitieus genoeg. De minister-president kan natuurlijk altijd naar de internationale context of de situatie van de andere delen van dit federale land verwijzen. De begroting is om twee redenen echter onvoldoende ambitieus.

Elke schuldopbouw leidt naar rentelasten die op het eigen beleid wegen. Daarom pleiten we er al bij het begin voor sneller naar het evenwicht terug te keren. We hechten geen geloof aan de doembeelden van neokeynesianen als Paul Krugman. Er is in Vlaanderen ruimte. Dat is voor ons het criterium. Het moet mogelijk zijn sneller dat evenwicht te bereiken.

Nogmaals , de heer Van den Heuvel zegt dat die 500 miljoen euro deficit een prachtprestatie is, maar ik ben daar niet zo van overtuigd om twee redenen. Ten eerste moeten we nog zien waar we landen. We zaten er in 2009 wel 200 miljoen naast. Ten tweede denk ik dat u echt een beter resultaat had kunnen neerzetten. Waarom? Omdat u in belangrijke mate pseudobesparingen hebt doorgevoerd en zeer weinig structurele maatregelen. Niet alleen mijn fractie heeft dat overigens naar voren geschoven, maar ook het Rekenhof heeft daarop gewezen.

Verder had ik graag in deze economisch toch wel bijzondere tijden duidelijke keuzes gezien. De richting van het beleid is namelijk nooit in vraag gesteld, en dan verwijs ik ook wel naar de vorige legislaturen en wat de SERV daarover zegt, namelijk dat de huidige budgettaire ontsporing naast de crisis mee te wijten is aan het te expansieve beleid van de vorige Vlaamse Regering. Die heeft niet echt een nieuwe richting durven inslaan door heel grote uitgavenposten in vraag te stellen. Ik denk dan maar aan De Lijn, de VRT, de provincies, de ambtenarenkorpsen en dergelijke meer.

Wat de kritiek op de begrotingscontrole betreft handhaaft u, zoals gezegd, dat half miljard. Nogmaals, ik denk dat er voldoende mogelijkheden waren om een nog beter resultaat neer te zetten. We hebben er al op gewezen dat er onvoldoende structurele besparingen zijn. Ook het SERV-rapport van januari heeft erop gewezen dat er bijvoorbeeld voor 2009 alleen al 325 miljoen euro minder uitgaven waren, die gewoon te wijten waren aan allerlei meevallers in de zin van inflatiecorrecties en dergelijke meer. Ook voor 2010 zegt de SERV dat de maatregelen in hoofdzaak bestaan uit een belastingverhoging, zijnde het afschaffen van de jobkorting, wat al goed is voor 41 procent van de totale besparing en eenmalige maatregelen. Slechts 25 procent van dat pakket aan besparingen dat u nu voorlegt, zijn echte besparingen. Zoals gezegd hebben we een aantal voorstellen gedaan voor structurele besparingen: de provincies, het ambtenarenkorps, De Lijn, de fusie van de gemeente Koksijde met Veurne. Dat laatste is trouwens een grapje.

We willen de grote uitgavenposten eens existentieel in vraag stellen. Om dat in begrotingstermen te zeggen: laat ons eens een zero-based budgeting doen, om werkelijk vanaf nul te kijken naar de efficiëntie, effectiviteit en opportuniteit van elke uitgave. De Vlaamse Regering heeft dat niet gedaan en is op een incrementalistische, voortschrijdende wijze te werk gegaan. In plaats van echt te saneren heeft men bij de begrotingsopmaak in december al gebruik gemaakt van een aantal onrealistische inschattingen waar we zelf, de collega’s uit de oppositie, het Rekenhof en de SERV op gewezen hebben en die nu eigenlijk bij deze begrotingscontrole gecorrigeerd moeten worden. Ik noem een aantal voorbeelden om het toch niet te abstract te houden. Het eerste heeft bijvoorbeeld te maken met de middelen voor het IWT, waar LDD, het Rekenhof en andere instanties op gewezen hebben dat we daar in de problemen zouden geraken.

Het Rekenhof stelde dat er in onvoldoende betaalkredieten was voorzien. U hebt op dat moment laten weten dat er wel degelijk voldoende kredieten waren. De algemene toelichting bij de begrotingscontrole stelt nu – en dit is een citaat: “Ook bij het IWT is er sprake van een betaalproblematiek naar aanleiding van besparingen in zowel de beleids- als betaalkredieten bij de begrotingsopmaak 2010 zodat er bij de begrotingscontrole 29 miljoen euro extra aan betaalkredieten dient te worden voorzien.” Daar hebben we al op gewezen. Gelijkaardige problemen doen zich voor bij het Hermesfonds en het Vlaams Infrastructuurfonds.

Dan is er inderdaad die onderbenutting die bij de begrotingsopmaak op 470 miljoen was gezet, die toen al door de SERV als niet vanzelfsprekend werd bestempeld. Het Rekenhof noemde dat toen onrealistisch en ook wij hebben er bij de begrotingsbesprekingen op gewezen dat er problemen zouden komen. En nu blijkt bij de begrotingscontrole dat u die neerwaarts moet bijstellen met 214 miljoen euro ondanks al die waarschuwingen die al in december werden geuit.

Deze voorbeelden zijn allemaal elementen die tijdig werden aangekaart, maar weggewuifd. Nu moet u uw ongelijk wel toegeven. Er zijn bijsturingen die voorspelbaar waren en ook werden voorspeld. Ze zijn gebaseerd op onrealistische inschattingen. In totaal komen er nu bijvoorbeeld 125 miljoen euro bijkomende betaalkredieten die zijn ingeschreven voor het aanzuiveren van facturen uit het verleden. Het gaat om de betaling van facturen waarvan het Rekenhof wist dat ze in 2010 betaald moesten worden. Het Rekenhof wist dat, de oppositie wist dat en de meeste leden van de commissie Financiën wisten dat toen al. Blijkbaar wisten u of uw kabinet dat niet. U hebt dat toen genegeerd.

Dat is belangrijk want er werden al signalen gegeven voor de onrealistische begrotingsopmaak door de oppositie maar ook door objectieve instanties als het Rekenhof. Het gevolg is dat de extra inkomsten waarover u beschikt en die niet onaardig zijn, namelijk 340 miljoen euro of 1,5 percent meer dan de begrotingsopmaak, niet echt ingezet worden. Wat kunnen we daarmee doen? Eigenlijk niets. We kunnen het alleen maar gebruiken om de fouten die zijn gemaakt bij de opmaak, te corrigeren. De budgettaire meevallers kunnen niet of nauwelijks worden aangewend om het tekort te beperken of reële noden in te vullen.

Ik heb ook gelezen dat er bij de begrotingscontrole 60 miljoen euro vastleggingkredieten zijn voor dringende noden als scholenbouw, 12 miljoen voor wegen en 8 miljoen voor onderhoud. U weet ook dat het om vastleggingskredieten gaat zonder dat er bijhorende betaalkredieten zijn voorzien. Dat houdt in dat deze middelen dit jaar niet kunnen worden uitgegeven. Ik bestempel dat als een soort van windowdressing. Er wordt aangekondigd dat er extra middelen komen terwijl het geld pas in 2012 wordt uitgegeven. Als we naar de reële noden in die sectoren kijken, gaat het eigenlijk om peanuts.

Ook aangaande Wetenschap en Innovatie hebben we al herhaaldelijk in de commissie Begroting maar ook in de Commissie voor Onderwijs, Vorming, Wetenschap en Innovatie de besparing op O&O aangeklaagd. Het Rekenhof heeft gezegd dat dit absoluut niet strookt met het regeerakkoord. De VRWI heeft dat ook zeer duidelijk geformuleerd. We zullen de discussie hier niet meer voeren, maar we zien wel dat er voor 140 miljoen aan bijkomende participaties komen. Dat wordt aangekondigd als de grote inhaaloperatie inzake O&O. Deze participaties zijn neutraal en zullen uw begroting niet beïnvloeden.

Participaties zijn echter nodig, ook voor de ultraliberalen van LDD. Zij zijn voorstander van instrumenten als ARKimedes en Vinnof omdat ze als katalysator voor het privé-initiatief kunnen fungeren. De reden is eenvoudig. Er is sprake van een marktfalen. Er is een structureel tekort aan zaaikapitaal en durfkapitaal op de financiële markten. Participaties in deze sector zijn onvoldoende. Voor de financiering van O&O-projecten is dat een grote uitzondering. Er zijn subsidies nodig, geen participaties. Dat heeft te maken met de natuur van O&O, vooral bij onderzoek, omdat de kans op een nuloutput zeer groot is. Een nuloutput kan immers niet worden vermarkt.

Er wordt in totaal in 440 miljoen nieuwe participaties voorzien waarvan we de details niet kennen. De heer Van Mechelen heeft daar al op gewezen. Maar we weten nu al dat ze waarschijnlijk in 2010 zullen worden geïnvesteerd. We weten nu al dat de Vlaamse Regering het begrotingstraject zal missen waardoor de achterstand met de buurlanden alleen maar toeneemt.

Minister, het is de bedoeling van een minister van Begroting om een zo betrouwbaar mogelijke begroting op te stellen, die per definitie een raming is van uitgaven en ontvangsten, maar waarin het aantal onzekerheden toch zo veel mogelijk wordt beperkt. Bij de begrotingsopmaak waren er reeds heel wat dergelijke onzekerheden, zoals de aanslepende problematiek van de consolidatie van de nv BAM, de onzekerheid rond de aanvaarding van de transactie naar het Egalisatiefonds van 500 miljoen euro, de problematiek van de onderbenutting.

Wij hadden gehoopt dat nu, bij de begrotingscontrole, deze onzekerheden zouden worden weggewerkt en dat er aldus nog voldoende middelen zouden zijn voor de kerntaken van Vlaanderen. Wij stellen vast dat dat niet het geval is. Neem nu het voorbeeld van BAM. Dat is intussen een ‘neverending story’ aan het worden. BAM coördineert het Masterplan Antwerpen, waarin onder meer de Oosterweelverbinding vervat zit, een constructie opgezet om het buiten de begroting te houden. Eurostat meent dat de nv BAM dient te worden geconsolideerd en moet worden opgenomen in de begroting en de rekeningen van Vlaanderen. Het is een discussie die al lang aansleept. Er was al een eerste brief op 17 maart 2009.

Op zich verwijt ik u niet dat u niet met een oplossing komt. Het probleem dat wij als oppositie hebben, is dat u meermaals aankondigt dat er een oplossing zit aan te komen en dat u daarbij ook steeds deadlines stelt. Wij zien nu bijvoorbeeld in de begrotingscontrole dat er 21 miljoen euro uitgetrokken is wegens de consolidatie van BAM, niet-Oosterweeluitgaven. De nv BAM werd dus in de begroting opgenomen bij deze controle, wat natuurlijk de hele constructie op de helling zet.

U kondigde tijdens de begrotingsbespreking een antwoord van Eurostat aan eind juni. Ik heb daarover een vraag om uitleg ingediend, maar misschien is het ook mogelijk om hierover vandaag een stand van zaken te horen. Ik zie u heftig ‘ja’ knikken. Dat wordt een historisch moment. Welk antwoord heeft Eurostat u gegeven?

Ik wil het ook nog even over de onderbenutting hebben, uitentreuren, maar ik hoop dat wij van de onderbenuttingsbuffer als begrotingstechnisch element af kunnen raken. De onderbenutting was ingeschat op 470 miljoen euro. De SERV vond dat niet vanzelfsprekend, het Rekenhof had kritiek, LDD had kritiek. In december noemde u die onderbenuttingsinschattingen, zowel voor 2009 als 2010, ‘gerechtvaardigd’. 2 weken later moest u al toegeven dat de onderbenutting in 2009 270 miljoen euro lager lag dan geschat, met een extra tekort van 200 miljoen euro tot gevolg.

Ondertussen moet u ook voor 2010 toegeven dat uw eerste onderbenuttingsraming er volledig naast zat, met maar liefst 214 miljoen euro. Wij hadden dat voorspeld, het Rekenhof had dat voorspeld, de SERV stelde zich vragen. Dat bewijst mijn initiële stelling dat de regering bij de begrotingsopmaak onvoldoende structureel heeft bespaard en te veel onrealistische ramingen in de begroting heeft opgenomen, waarschijnlijk in de veronderstelling dat het allemaal wel los zou lopen en dat we door de economische groei toch wel wat extra inkomsten zouden moeten hebben, waardoor we dit soort lastige vragen niet zouden moeten stellen.

U verwacht ondertussen nog een onderbenutting van 256 miljoen euro. Dat is waarschijnlijk een veel realistischer cijfer. Maar door die bijstelling zit u natuurlijk met een extra gat van om en bij de 200 miljoen euro. En om uw vooropgestelde tekort van 500 miljoen euro voor 2010 alvast boekhoudkundig te behalen, voorziet u nu in een onderbenuttingsbuffer. Het gaat om 190 miljoen euro aan beleids- en betaalkredieten. Die worden geblokkeerd en zullen worden vrijgegeven op het ogenblik dat er zekerheid is dat het vooropgestelde tekort in 2010 wordt behaald. Wordt het niet behaald, dan blijven ze geblokkeerd.

Het is hier al gezegd: tijdens de bespreking van de begrotingscontrole kreeg het parlement geen overzicht van deze kredieten. Een stemming met kennis van zaken was derhalve niet mogelijk. Daarom heeft de oppositie niet deelgenomen aan de stemming.

Ik heb in de commissie gezegd, en ik wil dat hier eens herhalen, dat de werkwijze met de buffer een hele vreemde aanpak is. Onderbenutting is het gevolg van een onvolledige realisatie van de begroting, en nu wordt onderbenutting gezien als een doelstelling, als een streefcijfer dat men moet halen voor zijn begrotingsdoelstelling. Dat is een bijzonder vreemde werkwijze omdat het uitgangspunt van een begrotingsopmaak dient te zijn dat ontvangsten en uitgaven zo correct mogelijk worden geraamd. Ook het Rekenhof merkt dit op en zegt dat de onderbenutting niet langer het resultaat is van een raming, maar van een vooropstelling in functie van het beoogde vorderingssaldo van 500 miljoen euro tekort.

Met betrekking tot de buffer van 190 miljoen euro kan ik heel kort zijn. Als deze kredieten kunnen worden geblokkeerd en desgevallend niet moeten worden uitgegeven, dan kunnen we ervan uitgaan dat de regering ze niet als prioritair beschouwt. Waarom ze dan niet gewoon schrappen? Hetzij bij de begrotingsopmaak, hetzij nu. Ik vroeg dit reeds tijdens de begrotingsbespreking. Ik heb hier geen antwoord op gekregen. Het gaat om niet-prioritaire uitgaven die voor u best kunnen worden geschrapt, of minstens geblokkeerd. Dit zou bijna 200 miljoen euro recurrente beleidsruimte hebben opgeleverd. Dit zou pas structureel besparen zijn. Deze moed hebt u niet. Nochtans kan Vlaanderen die moed gebruiken, gezien de noden op het vlak van wegen, scholen en dergelijke.

Dat u om electorale redenen, vóór 13 juni, de lijst met die blokkeringen niet wilde meedelen aan het parlement, daar kan ik eigenlijk nog inkomen. Maar de verkiezingen zijn voorbij, en uw partij heeft gewonnen, minister. Dus willen wij nu weten waar u die gelden blokkeert; nu, vandaag, straks, in dit parlement.

Ondertussen gaan er al wat geruchten, namelijk dat er ongeveer 41 miljoen euro zou worden geblokkeerd op het departement Mobiliteit en Openbare Werken. Als dat waar is, vind ik dat bijzonder cynisch omdat we 12 miljoen euro krijgen voor het onderhoud van de wegen. Verder heb ik ook gehoord, maar daar heb ik geen cijfers over, dat het merendeel van de besparingen zou gebeuren op het departement Cultuur. Ik ben heel erg geïnteresseerd in die cijfers. Op welke departementen zitten die besparingen precies? Wat zijn de precieze cijfers? Ik heb nog andere cijfers, maar daar ben ik niet helemaal zeker van.

Vervolgens krijgen we een e-mail van de commissiesecretaris met de mededeling dat elke minister nu zelf mag zeggen waar hij gaat blokkeren. Dat is mooi. Maar ik moet u zeggen, vanuit de meer globale begrotingsvisie van mijn fractie, ben ik in eerste instantie geïnteresseerd in de allocatie van die blokkeringen over de verschillende departementen.

Dan wil ik het nog hebben over de schuldtoestand van Vlaanderen. Dat is geen fetisj, en absoluut geen manie van de oppositie. De schuld groeit, ze bedroeg in 2009 5,9 miljard euro en nu 6,1 miljard euro. Ze wordt natuurlijk gedekt door participaties in banken. Er staat dus ook een soort activum tegenover. Op zich is het in die zin niet dramatisch, het zijn geen pure schulden waar consumptie-uitgaven tegenover hebben gestaan en die als het ware weg zijn. Het is bijna als een hypothecaire schuld waar nog een huis achter staat, ter dekking van. Maar ik wijs erop dat de afbetaling van die schuld, in 2010, al bijna 200 miljoen euro aan intrestlasten met zich meebrengt. Dat is niet niks.

En dat is dus de reden waarom wij vanuit de oppositie zeer snel naar de volledige afbouw van die schulden willen gaan.

Nogmaals, minister, u mag daar, wat mij betreft, in doen en laten wat u wilt, maar de vraag is eigenlijk wat uw beleid nu eigenlijk is, want wij krijgen daar geen antwoord op, tenminste niet in de commissie Financiën en Begroting. Misschien krijgen we dat vandaag wel, nu de camera’s draaien en er voldoende journalisten aanwezig zijn.

In uw doelstellingen zit toch wel een tegenstelling. In uw regeerakkoord en tevens in uw beleidsnota Financiën en Begroting staat: “We willen evenwicht vanaf 2011, geen overschotten nadien voor schuldafbouw.” In uw meerjarenbegroting voorziet u wel in overschotten, weliswaar kleine overschotten, maar ze zijn er wel vanaf 2012, en in 2014 is er zelfs een overschot van 193 miljoen euro. Wat dat betreft, kreeg ik toch graag enige duidelijkheid. Gaat u nu voor overschotten of gaat u niet voor overschotten? Het is zijn kleine overschotten, maar we merken ze toch op in uw meerjarenbegroting. Dus zo ja, wat gaat u ermee doen? Gaan ze naar het Toekomstfonds, naar het Zorgfonds, naar schuldafbouw of whatever?

Wat mij al een heel tijdje intrigeert, is wat nu eigenlijk uw relatie is ten aanzien van de doelstellingen waarmee u altijd naar buiten komt, namelijk het Pact 2020. In Pact 2020 staat heel duidelijk: “De Vlaamse Regering hanteert in de jaren tot 2020 een groeipad op de begroting dat ook op langere termijn kan worden aangehouden zonder de schuldenvrije positie van de Vlaamse overheid in het gedrang te brengen.”

Ik wil nu dus weten wat primeert. Is het ViA en Pact 2020, dan is dat mooi en kunnen we vanuit die insteek uw beleid verder evalueren en analyseren. Of zegt u: Pact 2020, huppekee, het gaat met het grof vuilnis naar buiten, toch voor wat de begrotingsdoelstellingen betreft, want we geven de voorkeur aan ons regeerakkoord en aan wat er verder in de beleidsnota staat?

Ik heb nu al een aantal keer gevraagd of we Pact 2020 voor wat dat betreft, kunnen deleten, kunnen weggooien, maar het parlement heeft hierop nog nooit een antwoord gekregen. Ik stel dus een heel simpele vraag: staat Pact 2020 nu nog overeind, begrotingstechnisch, ja of nee?

Een sleutelrol in dit antwoord betreft natuurlijk de KBC-gelden. We hebben het al goed gehoord: het basisbedrag, 3,5 miljard euro, werd door de meerderheid gealloceerd voor de afbouw van die schuld. Maar wat met de meerwaarde? LDD heeft al van in het begin gezegd – en daarin verschillen we van mening met de collega’s van Open Vld – dat, wat ons betreft, die 1,75 miljard euro meerwaarde op KBC moet worden gebruikt voor de afbouw van de totale Vlaamse schuld. Die 1,75 miljard euro, dat is ongeveer de optelsom van de tekorten van 2009 en 2010. Dat betekent dus dat u in één klap, toch bijna, op enkele honderden miljoen euro na, Vlaanderen weer schuldenvrij kunt maken: precies wat de doelstelling van Pact 2020 is! Laten we toch niet vergeten dat we er 10 jaar over gedaan hebben om Vlaanderen schuldenvrij te krijgen. Als u dan zo’n cadeau krijgt, zou ik u toch aanraden om het te gebruiken om Vlaanderen zo goed zal schuldenvrij te krijgen.

Minister, u hebt meermaals gezegd: “Ik ga over de besteding van de KBC-middelen helderheid verschaffen op het moment dat de meerjarenbegroting er is.” Wel, die meerjarenbegroting is er, maar die duidelijkheid is er nog steeds niet. U geeft als argument dat u de middelen niet kunt opnemen in de meerjarenbegroting omdat u niet weet wanneer ze worden terugbetaald, omdat er onzekerheid is over de timing. En ik moet u zeggen dat dat antwoord aanvaardbaar is, we weten inderdaad niet op welk moment die gelden terugvloeien. Maar daar ging het voor ons niet om; wij hebben gevraagd naar een principiële beslissing, een politieke keuze van deze regering over de besteding van die meerwaarde. Wij hadden zeker, gezien de beloftes die u in het verleden hebt gedaan, verwacht dat u dat naar aanleiding van de bespreking van de meerjarenbegroting zou hebben gedaan.

Dat het parlement geen eenduidige uitspraak krijgt, kan voor mij alleen maar wijzen op het gebrek aan eensgezindheid binnen de regering over wat er nu met die 1,75 miljard euro moet gebeuren.

Ik herhaal mijn pleidooi voor een zeer snelle schuldafbouw. Ik pleit ervoor om dat signaal zo snel mogelijk te geven, ook al zijn die middelen er niet, en om in elk geval die principiële keuze zo snel mogelijk te maken. Dat zou een krachtig signaal zijn voor de financiële markten.

Vergeet niet dat Vlaanderen naast die directe schuld in 2008 nog altijd 7,8 miljard euro gewaarborgde schuld heeft. Daar is nu nog 1,1 miljard euro bij gekomen. Vergeet ook niet dat die pps-schuld nog steeds oploopt. Dat merken we ook aan de beschikbaarheidsvergoedingen, die in 2010 verdubbeld zijn. In 2010 zal Vlaanderen 73 miljoen euro aan beschikbaarheidsvergoedingen betalen, in 2009 was dat 33 miljoen euro. Er is een probleem met die pps-schulden. We willen daarover eens een grondiger debat voeren. In elk geval is een update zeer wenselijk en urgent.

Tot slot zeg ik nog iets over de meerjarenbegroting. Ik ben blij dat die er is. Het wordt blijkbaar ‘het kompas van het beleid’ genoemd. Tegen 2014 is er in uw analyse, predictie of projectie een beschikbare ruimte van 1 miljard euro. De bovengrens van 1,4 miljard euro, die u eerder had gesteld, is niet haalbaar, althans niet zonder een begrotingstekort. Dat heeft het Rekenhof gesteld en u volgt die analyse.

Welke keuzes maakt de Vlaamse Regering nu? Voor LDD is het duidelijk dat de regering zich moet focussen op de kerntaken: mobiliteit, onderwijs, onderzoek en ontwikkeling (O&O). We hadden graag het standpunt van de regering gekend. Hoe zal de 1 miljard euro vrije beleidsruimte worden besteed?

Minister, uw antwoord in de commissie was verbazend. Het was de eerste keer dat ik in de commissie zetelde voor de bespreking van een meerjarenbegroting, maar ik heb toch begrepen dat het in meerdere opzichten verbazend was. Inhoudelijk zou je toch minstens een leidraad verwachten van waar de regering naartoe wil. Blijkbaar was het ook historisch, omdat het in het verleden wel is gebeurd. Wat krijgen we nu? Een pakket. Een vrij besteedbare ruimte van ongeveer 1 miljard euro. U doet geen uitspraak over in welke departementen dat gealloceerd wordt of aan wie dat extra geld toekomt.

Minister Lieten heeft tijdens de begrotingsbespreking in december en tijdens de bespreking van het Werkgelegenheids- en Investeringsplan (WIP) op 6 januari gevraagd dat de oppositie de regering niet zou bekritiseren voor de harde besparingen op het O&O-budget in 2009 en 2010, maar zou kijken naar de hele legislatuur omdat we in 2014 de Barcelonanormen van 1 percent zullen halen. De minister vroeg de tijd om een meerjarenbegroting op te stellen, waarin we zouden kunnen zien dat we in 2014 landen waar we moeten landen, namelijk op die Barcelonanorm. Minister Lieten gaf aan dat we een instrument in handen zouden krijgen waarin prioritaire keuzes zoals het behalen van de Barcelonanorm cijfermatig in een meerjarenbegroting worden weerspiegeld.

Maar in uw meerjarenbegroting zien we niets. U doet maar, als u met zo’n vrijblijvend cijfer wilt komen. Al strookt het niet met wat andere leden van de regering ons vertellen. Dan worden we uiteraard een beetje kregelig. Uit die meerjarenbegroting blijkt niet waar u naartoe wilt, terwijl andere leden van de regering ons dat beloven.

Ik wil afronden. De begrotingscontrole bevestigt de stelling van onze fractie: er zijn onvoldoende structurele besparingen doorgevoerd. U hebt gekozen voor een begroting op basis van een aantal onrealistische prognoses die door een aantal externe instanties en ook de oppositie zijn aangeklaagd.

Wellicht stelt u uw hoop op de economische groei, zodat een aantal van die voorspelbare fouten vanzelf zullen verdwijnen. In december ontkende u dat nog, maar nu hebt u ze eigenlijk bevestigd en geeft u de externe instanties en de oppositie eigenlijk gelijk. Die begrotingscontrole bestaat voor ongeveer 75 percent uit het dichten van lekken die u eigenlijk zelf hebt veroorzaakt.

Ik kan niet genoeg benadrukken dat de extra ontvangsten ten belope van 350 miljoen euro niet kunnen worden aangewend voor het terugdringen van het tekort of voor het lenigen van reële noden zoals wegenonderhoud, scholenbouw en innovatie. Ik blijf pleiten voor de oefening van de zero-based budgeting, zodat we de grote uitgavenposten existentieel in vraag kunnen stellen. Zo kan de Vlaamse begroting grondig worden doorgelicht en elke uitgave worden getoetst op efficiëntie, effectiviteit en opportuniteit. Enkel op die manier kan Vlaanderen zijn kerntaken afdoende invullen.

Ondanks de begrotingscontrole blijven we met dezelfde onzekerheden geconfronteerd. U bent daar zelf debet aan: BAM, de onderbenuttingsbuffer, het Egalisatiefonds, het schuldbeleid, het meerjarenbeleid. Het parlement kreeg onvoldoende antwoord op de gestelde vragen, tenzij het antwoord dat we in elke commissie te horen krijgen: “We zijn ermee bezig”. Misschien is dat een beter motto voor deze Vlaamse Regering, als alternatief voor “Ik doe”.

De klap op de vuurpijl is de 190 miljoen euro aan geblokkeerde kredieten. U weigert het parlement daarin inzage te geven. Of komt die inzage er nog, in uw repliek? Om al deze redenen zal mijn fractie deze begrotingscontrole niet goedkeuren. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, minister, als u later aan uw kleinkinderen zult vertellen over uw schitterende jaren als begrotingsminister en over de vele boeiende besprekingen in de commissie en de plenaire vergadering, dan zult u kunnen zeggen dat het jaar 2010 het jaar van de onderbenuttingsbuffer was. Vriend en vijand zijn het daarover eens.

De onderbenuttingsbuffer geeft goed aan waar u met deze begrotingswijziging naartoe wilt. De onduidelijkheid inzake de onderbenuttingsbuffer komt ook voor in de begrotingswijziging. Het optimisme dat ik ontwaar in de onderbenuttingsbuffer typeert uw beleid. De wijze van besparen die u zo invoert, is ook typerend voor deze regering.

Ik ga op een aantal zaken in. De onderbenuttingsbuffer toont aan dat de begrotingswijziging niet transparant is: ze is onduidelijk. De onderbenutting op zich is daarvan het beste voorbeeld. In de commissie hebben verschillende leden van zowel meerderheid als oppositie uitleg gevraagd over het geblokkeerde bedrag van 190 miljoen euro. Het is tekenend dat ondanks herhaaldelijk aandringen de lijst van geblokkeerde kredieten niet wordt vrijgegeven.

Nu krijgen we een e-mail met de melding dat de verschillende ministers zelf gaan communiceren over de geblokkeerde kredieten. Wel, dat is een vreemde zaak. Het is een camouflage van besparingen, in het beste geval zijn het besparingen onder voorwaarden. Naast het nieuwe woord onderbenuttingsbuffer heb ik vandaag een nieuwe term gehoord: de modulaire besparingen.

Het is even tekenend dat de SERV en het Rekenhof verschillende keren aandringen op duidelijkheid en meer doorzichtigheid van de begrotingsdocumenten. Het gebeurt te regelmatig de SERV en het Rekenhof in hun adviezen zeggen dat toelichtingen, bijlagen en documenten ontbreken. Dat is beschamend voor een regering die zich wil profileren op een modern en efficiënt overheidsbeleid. Wie er prat op gaat dat we het veel beter doen dan andere regeringen in dit land, moet ook belang hechten aan degenen die advies verlenen. Het wordt helemaal erg als de minister in de commissie verklaart dat het bezorgen van de voorbereidende documenten aan SERV en Rekenhof tot tijdverlies en complicaties leidt. Ik dacht dat een modern en efficiënt begrotingsbeleid er nu net moet in slagen om de combinatie te maken van snelle, flexibele procedures, met het honoreren van de waarde van adviserende organen en adviezen.

Ik was erg verbaasd dat in de voortschrijdende discussie van de commissie heel veel vragen onbeantwoord bleven. Verschillende mensen hebben verschillende keren geklaagd dat ze geen antwoord kregen. Aan het einde van de rit waren heel wat zaken onduidelijk. Dat is ook gebleken uit de betogen van mijn collega’s uit de oppositie. Als het beeld naar voren komt dat een parlement niet alle gegevens krijgt, dan maakt dat de parlementaire controle, al dan niet bewust, erg moeilijk. Elke gezonde democratie werkt met ‘checks and balances’, de regering stippelt het beleid uit, het parlement controleert dat beleid en als een regering een onvolkomen informatiepolitiek aanhoudt, dan raakt ze aan de fundamenten van onze rechtsstaat. In die zin is deze begrotingswijziging een slecht voorbeeld.

Minister, de begroting is niet alleen onduidelijk, ze is nogal optimistisch. Het is eerbaar dat de regering er alles aan doet om het begrotingsevenwicht te halen, maar daarbij maakt ze ook gebruik van prognoses die al te optimistisch zijn. Tijdens de bespreking in de commissie werden tal van voorbeelden aangehaald waaruit blijkt dat die aannames aan de positieve kant waren. Ere wie ere toekomt, het is vooral de heer Van Mechelen die dit op een overtuigende manier bracht.

We mogen niet verbaasd zijn als op het einde van de rit zou blijken dat al die gebruikte prognoses toch niet helemaal correct waren en dat we dezelfde situatie krijgen als vorig jaar. Het doembeeld duikt dan weer op van een parlement dat op 17 december een begroting goedkeurde met een tekort van 1 miljard euro, en dat 10 dagen later te horen krijgt dat het eigenlijke tekort nog 200 miljoen euro meer was. Dat is een volle 1,2 miljard euro.

Minister, ik geef enkele voorbeelden van die optimistische inschattingen. Het is opvallend dat u bij de opmaak van de aangepaste begroting uitgaat van een groei van 1,4 percent. Er zijn verschillende inschattingen gebeurd van de mogelijke economische groei, maar u neemt bij uitstek de meest positieve. U hebt zelf aangegeven dat een klein verschil al kan zorgen voor een grote afwijking. Het siert u dat u die sensitiviteitsanalyse hebt gemaakt.

Het Rekenhof haalt aan dat de geraamde ontvangsten van financiële instellingen toch aanzienlijk zijn. Dat komt vooral door de vergoeding van KBC voor de zogenaamde ‘perpetual loans’. De opmerking maken houdt in dat er twijfel is of de regering wel verder kan rekenen op die vergoeding. U hebt geïllustreerd dat KBC het goed doet en dat u dan ook verwacht dat er dividenden zullen worden uitgekeerd. Maar het probleem is natuurlijk dat als dat niet gebeurt – de banken zijn nog niet veilig, er kan nog altijd iets mislopen – die bank er niet toe gebonden is de Vlaamse Gemeenschap te vergoeden als ze die 8,5 percent niet betaalt.

Het zou dus eigenlijk wel een belangrijke vermindering op de geraamde ontvangsten betekenen.

Ook hier is er het verhaal van de onderbenutting. De onderbenutting is tekenend voor uw begrotingsaanpak, minister. Het idee wordt door niemand aangevochten. Het is onmogelijk om alle begrote middelen te gebruiken. Het is een andere zaak wanneer het een doel op zich wordt om ingeschreven middelen niet te gebruiken. In plaats van het resultaat te zijn van een onderrealisatie, is het nu plots een streefcijfer geworden.

Eric Van Rompuy

Mijnheer Watteeuw, het gaat hier nu al de hele tijd over die onderbenutting. Veertien dagen geleden was er een bespreking over de eindregeling van de begroting 2007. Hoe hoog was de onderbenutting in dat jaar?

Filip Watteeuw

Als ik het me goed herinner, was die vrij hoog.

Eric Van Rompuy

U spreekt hier over bedragen van 450 miljoen euro. Dat jaar bedroeg de onderbenutting 898,8 miljoen euro, dus bijna 900 miljoen euro.

Filip Watteeuw

Wat wilt u daarmee bewijzen?

Eric Van Rompuy

U geeft de indruk dat het met die 260 miljoen euro en die 190 miljoen euro gaat om een uitzonderlijke graad van onderbenutting, terwijl die in 2007 dubbel zo hoog lag. U hebt het over de blokkering van de onderbenuttingsbuffer. Ik heb het nog nooit meegemaakt dat aan de ministers wordt gevraagd, wanneer het gaat over de normale onderbenutting, waar zij dat allemaal situeren. Ik heb minister Van Mechelen nooit, noch in de commissie Financiën, noch in de plenaire vergadering, horen zeggen in welk departement dat werd gesitueerd. Dat is heel onvoorspelbaar, soms is het zelfs een verrassing. Zo is minister Van Mechelen op een bepaald moment naar voren gekomen met een veel grotere onderbenutting dan verwacht. Hij wist niet wat te doen met zijn geld en heeft het moeten uitbesteden.

U en de heer Vereeck doen hier alsof de democratie van het parlement in gevaar is omdat het over zo’n grote bedragen gaat, terwijl het om minimale bedragen gaat in vergelijking met vroeger. Daarnaast heb ik de libellering naar departementen nooit in de commissie Financiën naar voren weten brengen.

In de commissie hebt u geweigerd om de begrotingscontrole goed te keuren omdat u niet wist wat de libellering van die 190 miljoen euro was. Ik begrijp werkelijk niet wat hier aan de hand is. In het verleden was dat, met veel grotere bedragen, nooit een probleem.

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Rompuy, wanneer men een begrotingswijziging opstelt, is het normaal dat er vaste regels worden gehanteerd. Er zijn regels om die onderbenutting te berekenen. Dat gebeurt op basis van historische regels. Wat u zegt over 2007, doet hier niet ter zake. Men heeft op basis van historische regels gezegd dat de onderbenutting voor de begrotingswijziging kan worden ingeschat op 260 miljoen euro. Dat is geen inschatting op basis van een buikgevoel, maar op basis van cijfers. Die 190 miljoen euro die daarbovenop komt, is niet ingeschat. Het gaat hier om een nieuwe techniek om dat gat in de begroting dicht te rijden. U zegt dat het niet de gewoonte is de minister te vragen waar die onderbenutting zich zal manifesteren. Wij vragen dat niet over die 260 miljoen euro maar over die 190 miljoen euro die erbovenop komt.

Want dit is geen normale onderbenutting. Die komt er bovenop. Mijn indruk is, en ik ben er niet alleen in, dat die 190 miljoen euro eigenlijk een gecamoufleerde besparing is. Men wil besparen, maar men wil niet zeggen waar. De heer Van Dijck heeft me eigenlijk gelijk gegeven. Hij heeft gesproken over modulaire besparingen. Daarover gaat het. Dit is niet zomaar een onderbenutting, dit gaat over besparingen.

Lode Vereeck

Voorzitter, ik wil me aansluiten bij wat de heer Watteeuw zegt. De situatie in 2007 was heel anders. Er was nog een redelijke hoogconjunctuur. De situatie is helemaal anders om dit te evalueren. Daarenboven hebben we nooit kritiek gehad op de hoogte op zich. Of het nu gaat om 800 miljoen of 400 miljoen euro, doet er niet toe: het gaat om de poging tot accurate inschatting.

Voor collega Van Mechelen was het soms een verrassing wat daar uitkwam. Dat is ook al een groot verschil met wat er nu aan de hand is. Nu is dat niet de resultante van een bepaald beleid of niet-beleid, betaling of niet-betaling: het is een doelstelling op zich aan het worden. Wat die libellering zoals u het noemt betreft, is er iets dat voor mijn fractie heel belangrijk is, en ik sluit me aan bij wat de heer Watteeuw zegt. We willen geen libellering voor wat de onderbenutting in zijn geheel betreft, maar wel voor de onderbenuttingsbuffer. Want hier gaat het echt om blokkeringen die kunnen leiden tot reële besparingen. En daarover zouden we graag wat inzicht willen hebben.

Erik Tack

Voorzitter, ik wil me aansluiten bij wat zowel de heer Watteeuw als de heer Vereeck heeft gezegd. Ook namens onze fractie wil ik nog eens bevestigen dat die onderbenutting, die plots met 190 miljoen euro wordt verhoogd, eigenlijk een inbraak in die onderbenutting is. Het is precies daarover dat we uitleg willen. Het gaat niet over die initiële 256 miljoen euro.

Ik begrijp de tussenkomst van de heer Van Rompuy niet goed, die appelen met citroenen probeert te vergelijken. De budgettaire context in 2007 was helemaal anders dan die van nu. Het gaat over de rekeningen. Nu zijn we ook bezig met een begroting. We zullen wel zien wat de effectieve onderbenutting wordt. Maar die onderbenutting wordt normaal op basis van cijfers ingeschat. Tijdens een begrotingswijziging moet men die niet plots veranderen om de begrotingsdoelstelling te bereiken.

Filip Watteeuw

Als conclusie over de onderbenutting is mijn stelling dat we zullen zien of het oorspronkelijke doel van 256 miljoen euro gehaald zal worden nu die 190 miljoen euro er bovenop komt.

Het is ook opvallend dat er een aantal eenmalige ingrepen zijn. Vanuit de verschillende oppositiepartijen is daar wel wat kritiek op gekomen. Opvallend was ook dat u zei dat het altijd is gebeurd. Ik vind dat toch niet zo evident. Waarom worden elk jaar opnieuw die begrotingsgaten gedicht door eenmalige operaties, die uiteindelijk onze werkingskosten opdrijven? Men heeft op het moment zelf wat meer ademruimte, maar het bemoeilijkt de zaken voor alle daaropvolgende jaren. Het voorbeeld bij uitstek is de verkoop van de rioolzuiveringsinstallaties door de Vlaamse overheid aan Aquafin. Medewerkers van het Rekenhof bevestigen toch dat er in de toekomst een gevoelig prijskaartje aan zou kunnen vasthangen. De vraag is waarom toekomstige generaties dat moeten betalen, daarvoor moeten opdraaien.

Minister, met mijn volgend punt ga ik naar de grond van de zaak. Bij de begrotingsdiscussie in december hebben we al kritiek gegeven op de aanpak van deze regering. Vorig jaar ontwaarde ik nogal wat cijferwerk. Maar ik miste eigenlijk een bevlogen aanpak om onze economie om te schakelen, om veel te doen in de aanpak van de grote problemen van deze tijd, om alle bevolkingsgroepen mee te krijgen. Het lijkt erop dat u echt gekozen hebt om uiteindelijk pas weer voluit te gaan op het moment dat het begrotingsevenwicht op zeer korte termijn wordt gerealiseerd. Daarmee gaat kostbare tijd verloren. De Vlaamse economie heeft nu nood aan nieuwe krachtige impulsen. Mensen zitten nu zonder job. Vandaar ook ons pleidooi voor groen relanceplan.

Ik weet het wel, de omstandigheden dwingen er ons toe om te besparen, zowel Europees als hier in België. We moeten dat doen. Maar dan nog blijft de vraag naar een verstandig investeren aan de ene kant en rechtvaardig besparen waar dit mogelijk is en waar er geen hypotheek wordt gelegd op de toekomst aan de andere kant.

Collega Vereeck wijst de ideeën van Paul Krugman af. Het zal u niet verbazen, mijnheer Vereeck, dat ik die eerder verwelkom. Hij herhaalde enkele dagen geleden nog eens zijn oproep om niet enkel oog te hebben voor een stringent besparingsbeleid maar ook voor investeringen. Ik denk dat investeren in bijvoorbeeld energie-efficiëntie en de transitie naar een koolstofarme economie wel degelijk nieuwe inspanningen vergt. Ik besef dat zeer goed, maar dat zal zich op relatief korte termijn dubbel en dik terugverdienen. Dan moeten we maar eens goed nadenken of alle infrastructuurprojecten die op stapel staan, zinvol zijn. Kiezen we voor klassieke betonprojecten of gaan we naar toekomstgebonden investeringen zoals lightrails en smart grid? We moeten ons ook afvragen of er nieuwe inkomsten mogelijk zijn. Waarom moeten we nog zo lang talmen met de invoering van de slimme kilometerheffing? Het gevolg is dat wij betalen in het buitenland maar vele buitenlanders gratis gebruik maken van ons wegennet.

De keuzes die worden gemaakt, begrijpen wij echt niet. Het zijn dikwijls keuzes die duidelijk worden gemaakt omwille van het begrotingsevenwicht dat we volgend jaar al moeten halen maar die soms heel negatieve gevolgen hebben. Verschillende sprekers hebben al gewezen naar Onderzoek en Ontwikkeling. In de begrotingswijziging wordt extra geïnvesteerd in het TINA-Fonds (Transformatie, Innovatie en Acceleratie) en het Vlaams Innovatiefonds. Wij ondersteunen dat, maar het blijven voorlopig eenmalige investeringen die niet structureel helpen om die 1 percentdoelstelling voor Onderzoek en Ontwikkeling te bereiken. We hebben het hier al dikwijls gehad over Onderzoek en Ontwikkeling met veel discussies en vele vragen in het vragenuur, maar we kunnen niet anders dan vaststellen dat we zelfs volgens de meest optimistische inschattingen niet verder komen dan 0,72 percent van het bbp. Dat staat toch wel heel ver af van de Barcelonadoelstellingen.

Ook op andere domeinen krijgen we vreemde besparingen. In Onderwijs zijn al heel wat besparingen opgelegd voor 2010 en 2011 en nu zijn er nog een aantal nieuwe investeringen noodzakelijk voor de containerklassen, maar die komen binnen de voorziene onderwijsbudgetten. Als we blijven besparen op Onderwijs en Ontwikkeling, dan leggen we een hypotheek op de toekomst.

Een van onze favoriete gespreksonderwerpen is de VDAB. Ondanks de stijgende werkloosheid wordt de VDAB naar mijn inschatting steeds verder ontmanteld. We hebben eind december 2009 23,8 percent meer werkzoekenden in vergelijking met een jaar vroeger. Dat stijgingsritme is teruggelopen en dat is maar een goede zaak, maar het aantal werkzoekenden stijgt nog wel. Toch besliste de regering om dieper te snijden in de werkingsbudgetten van de VDAB. Ik vind dat geen goede zaak. U legt zo de VDAB een onderbenutting op van 12 miljoen euro. Bovendien is er de blokkering van meer dan 4 miljoen in het vooruitzicht gesteld indien de Vlaamse begrotingsdoelstellingen niet zouden worden gehaald.

Zo kan ik doorgaan. Er is Onderwijs, er is Onderzoek en Ontwikkeling, er is De Lijn, er is ook in zekere mate de VRT. Minister, het is duidelijk dat we deze begrotingswijziging en meerjarenraming niet kunnen ondersteunen. Achter veel kunst- en vliegwerk kunt u niet verhelen dat er nog altijd geen visie in zit. In plaats van ‘Vlaanderen in Actie’, lezen we hier vooral veel ‘Vlaanderen in stilstand’. Misschien wordt het beter tegen het einde van de legislatuur – ik hoop het –, maar het zou ook wel eens kunnen dat Vlaanderen vanaf volgend jaar wordt meegezogen in de federale besparingsplannen met de toegift van meer fiscale autonomie als doekje voor het bloeden.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

Voorzitter, minister, collega’s, een aantal maanden geleden kwam de begroting al ter sprake in het parlement. Er werd toen gezegd dat het de economische crisis is die ons in eerste instantie verplicht om te bezuinigen. Toch wordt het beleidsdomein Onderwijs het meest uit de wind gezet bij de besparingen, want financiële middelen inzetten voor de educatie en ontwikkeling van kinderen en jongeren is en blijft noodzakelijk om de kwaliteit van ons onderwijs, waarvoor we internationaal bekend zijn, te kunnen garanderen. De heren Crombez en Watteeuw hebben daar in hun betoog ook terecht naar verwezen. Deze uitspraak blijft dus geldig.

Minister, u stelt dat de begrotingsbespreking traditioneel zorgt voor een aantal aanpassingen, maar voor Onderwijs is het ditmaal toch een uiterst beperkte oefening geweest. Voor scholenbouw konden zelfs extra beleidskredieten ten bedrage van 12 miljoen euro worden ingeschreven in de begroting van 2010. Dat toont aan dat de Vlaamse Regering niet alleen bespaart, maar ook de broodnodige investeringen doet. Een aantal aanpassingen die moesten worden doorgevoerd, zijn technische correcties, die bijvoorbeeld de analogie met andere onderwijsniveaus herstellen. Zo wordt er bijvoorbeeld geen indexering toegepast voor de werkingsmiddelen van het deeltijds kunstonderwijs, om de analogie met andere onderwijsniveaus verzekeren. Er is ook in aanpassingen voorzien voor zeer specifieke schoolsituaties. De Hogere Zeevaartschool is daar een voorbeeld van. De cijfers van het decreet van 2009 zullen worden aangepast, omdat de definitieve cijfers toen nog niet bekend waren.

Met betrekking tot het stelsel van leren en werken werd een amendement aangenomen dat enkel voor het komende schooljaar geldig is. Het is immers niet wenselijk dat men met dezelfde financiële middelen moet blijven werken als het aantal leerlingen binnen het deeltijds systeem stijgt. Het gaat trouwens om een zeer kwetsbare groep jongeren. Er zal in de toekomst echter een betere regeling moeten worden uitgewerkt voor deze groep.

Wat ten slotte de DBFM-vennootschap betreft, wordt in een aanpassing voorzien van artikel 7ter van het Scholenbouwdecreet. Die constructie laat toe dat, in het geval van een gebrek aan overeenstemming in het nadeel van de DBFM-vennootschap, de herfinancieringsgarantie kan spelen.

Voorzitter, minister, geachte leden, Vlaanderen werkt budgettair goed door. We hebben de meevallers en tegenvallers goed in evenwicht gebracht, zoals de heer Van Dijck vandaag ook al heeft opgemerkt. Voor het domein Onderwijs geldt die vaststelling ook. Wij zullen dus het ontwerp van decreet tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010 graag goedkeuren. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Voorzitter, minister, geachte leden, we hebben niet echt een bespreking per sector of deelgebied, maar ik wil toch iets zeggen over die techniek van de blokkeringen, of de onderbenuttingsbuffer. Dat is een woord dat ik vandaag heb geleerd. Ik ben immers geen begrotingsspecialist. Ik hoop dat die term niet in Van Dale terechtkomt, want het is een afschuwelijke term. Minister, ik wil iets zeggen over wat ik beschouw als de verderfelijke techniek van de blokkering. Mijn betoog wordt ingegeven door verontwaardiging.

U weet dat ik voor de cultuursector sta, en – net als u, trouwens – voor de sportsector. Zeker het cultuurbeleid is historisch gezien altijd al het verdelen van de schaarste geweest. Vandaag is dat niet anders, en met die blokkeringen wordt het nog sterker. Geachte leden, het gaat bij Cultuur over slechts 4,4 miljoen euro onderbenutting die bijkomend wordt geblokkeerd. Dat lijkt weinig, maar in de cultuursector komt dat erop neer dat men iemand in dienst neemt en een bepaald loon in het vooruitzicht stelt, maar die werknemer na 9 maanden moet vaststellen dat er voor het laatste kwartaal van zijn werkjaar geen geld meer is en hij voor niets zal moeten werken.

Ik zal mij wat duidelijker uiten, minister. Dan weet u wat het betekent. Ik weet dat het een deel van de verantwoordelijkheid is van een functioneel bevoegde minister. Maar, waarde collega’s, ik wil het toch zeggen. Minister Schauvliege moet ook besparen. Cultuur moet ook bijdragen tot de sanering van de Vlaamse financiën. Ik ben de eerste om dat te verdedigen. Maar de keuze van de blokkeringen gebeurt natuurlijk waar er nog budgetten zijn die niet op voorhand volledig zijn vastgelegd en waarvan de toepassing zeker is – waarvan de rechtszekerheid gegarandeerd is, om het in die termen te zeggen.

In Cultuur worden alle resterende budgetten voor projecten vastgelegd. Het gaat om projecten die jonge kunstenaars steunen. Of om amateurkunsten. Of om de aankoop van topstukken in de collectievorming van ons erfgoed. Of om de middelen voor cultuurparticipatie of voor cultureel erfgoed. Dat wordt allemaal dichtgedraaid. Of het gaat om het internationale cultuurbeleid. Samen met de blokkeringen en besparingen werd het internationale cultuurbeleid met 43 percent verminderd in vergelijking met 2009. Er is geen bilaterale samenwerking meer met Zuid-Afrika, Marokko, Palestina en Congo. Dat is gewoon weg.

Er zijn geen mogelijkheden meer voor artiesten om op uitnodiging te spelen in belangrijke buitenlandse festivals. Er is geen tegemoetkoming in hun reiskosten. De budgetten voor pop- en rockmuziek worden natuurlijk maar mondjesmaat toegekend omdat ze niet structureel maar projectmatig zijn. Zij zijn al helemaal van de kaart gevoerd. Als het buitenland voor Vlaanderen zo belangrijk is, als onze reputatie in de ranglijstjes maar ook op de culturele scène zo belangrijk is, dan betreur ik uit de grond van mijn hart dat hier 43 percent wordt weggehaald. De beeldvorming van Vlaanderen in het buitenland, Vlaanderen in Actie: in het buitenland wordt het in elk geval niet vertaald.

Het ergste is dat het haaks staat op de beleidsnota van de minister van Cultuur. Zij wil iets doen voor de cultuurparticipatie en voor het internationaal cultuurbeleid. Met deze blokkeringen worden voornamelijk de participatiemiddelen en het internationale cultuurbeleid getroffen. Natuurlijk, het kan worden goedgemaakt. Het is nog niet zeker, het is nog niet definitief. Dat is het ergste, minister. Ik zou graag hebben, in het belang van de cultuurwereld en van de sportwereld, dat er gekozen wordt. Als er moet bespaard worden, kies dan. Durf dan te zeggen wat het is.

In tegenstelling tot andere collega’s heeft minister Schauvliege op onze vraag wel details gegeven over die blokkeringen. Daardoor kan ik er op die manier op ingaan. Ik pleit ervoor dat er keuzes worden gemaakt. Er moet ernstig worden gekozen. Als het moet zeer doen, zal het zeer doen. Maar dan weten we waarom en hoe en op basis van welke motieven. De verderfelijke techniek van de blokkeringen betekent dat je niet weet wie het slachtoffer wordt en wat er zal gebeuren en wat er niet zal gebeuren.

Op de tafel van minister Schauvliege – ik hoop, minister, niet op uw tafel – liggen stapels dossiers met zaken die nog niet beslist zijn en waarover adviescommissies en administraties al vaak 4 maanden geleden voorstellen van besluit of besluitvorming hebben overgemaakt aan de minister. Op die manier bestuur je geen land. Op die manier bestuur je niet dit zwakke domein waar nu al de schaarste verdeeld wordt.

Mijn enige pleidooi is: stop met die verderfelijke techniek van de blokkeringen. Bespaar, maar maak alstublieft keuzes.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Voorzitter, minister, collega’s, ik wil als voorzitter van de commissie een slotbeschouwing geven en enkele vragen stellen waarmee we de volgende maanden ongetwijfeld zullen worden geconfronteerd.

Ik wil eerst de leden van de commissie feliciteren voor de hoge graad van techniciteit en de hoge graad van politieke analyse. Ik vond de begrotingscontrole een bijzonder boeiende discussie op niveau. De techniciteit van de Vlaamse begroting is zeer groot. Ik merk dat in de commissie heel wat collega’s dat in de vingers hebben. Dat is een heel goede zaak, want als men over begroting discussieert, discussieert men over getallen en cijfers en begrotingstechnieken. Het is goed dat die door de commissieleden worden beheerst.

Persoonlijk vind ik de Vlaamse begrotingen almaar technischer en ingewikkelder worden. Als voorbeeld verwijs ik naar begrippen als de onderbenuttingsbuffer.

Ik heb destijds ook tegen het Fonds voor de Financiering van Eenmalige Uitgaven (FFEU) gefulmineerd. Vroeger werd in december een decreet goedgekeurd omdat de overschotten absoluut moesten worden besteed. Op den duur voerden we tijdens de begrotingscontrole enkel nog debatten over de besteding van de middelen van het FFEU. De minister hadden het enkel daarover. Tijdens de plenaire zittingen werd over het FFEU en niet over de grond van de zaak gediscussieerd.

Met de onderbenutting gebeurt nu in feite hetzelfde. Vroeger was dit een discussie die tegen het einde van het jaar werd gevoerd. Toen moest worden ingeschat hoe groot de onderbenutting was. Nu is het debat over dat bedrag van 190 miljoen euro het kerndebat geworden. Ik zou ook graag zien dat de buffering wordt gelibelleerd. Volgens mij kan dit nu niet.

Indien ik de definitie die de minister tijdens de commissiebesprekingen heeft gegeven, goed heb begrepen, zullen die bedragen enkel worden vrijgegeven als de onderbenutting onderschat blijkt. We kunnen dit nu moeilijk precies voorspellen. Volgens sommige sprekers gaat het om gecamoufleerde besparingen. Dit klopt niet. De uitbetaling is afhankelijk van de mate waarin het vorderingssaldo wordt gehaald en de mate waarin de onderbenutting ten belope van 267 miljoen euro tot stand is gebracht.

Mijns inziens, maakt de oppositie hier te zeer een punt van. Het gaat in totaal om 25 miljard euro aan uitgaven. De discussie is in feite overtrokken. We kunnen hierover van mening verschillen.

Lode Vereeck

Mijnheer Van Rompuy, ik zou toch even een korte opmerking willen maken. Volgens u zal het moeilijk zijn dat bedrag van 190 miljoen euro te libelleren en exact vast te leggen. Daarnet heeft de heer Caron een bedrag vermeld dat ik nog niet kende. Blijkbaar weten de leden van de commissie voor Cultuur al dat het om 4,4 miljoen euro gaat. Zo moeilijk lijkt het dan toch niet. Dit omvat een zekere mate van politieke evaluatie. De vraag is waarom we die getallen niet voor 13 juni 2010 hebben gekregen. Ik merk dat we ze nu beetje bij beetje in handen krijgen. Voor het overige ben ik het eens met de stelling dat er fundamentelere discussies zijn. Ik wil er enkel op wijzen dat we de cijfers nu langzamerhand verzamelen.

Eric Van Rompuy

Ik veronderstel dat de minister hier zelf op kan reageren. Binnen het beleidsdomein Cultuur zal tussen een aantal dossiers moeten worden gekozen. Die keuze zal afhankelijk zijn van wat op het einde van het jaar al dan niet kan worden uitbetaald. Ik weet niet over welke dossiers het precies gaat. De heer Caron heeft het over internationale kredieten. Ik ken de departementen niet. Ik kan me inbeelden dat bepaalde kredieten tussen haakjes zijn geplaatst. Uiteindelijk zullen die kredieten in functie van de omstandigheden al dan niet worden vrijgegeven.

De heer Van Mechelen heeft het over de ESR8-operaties en over de kritiek van het Rekenhof gehad. Hij heeft erop gewezen dat een ESR-fetisjisme slecht kan aflopen. Hij heeft in dit verband naar de situatie in Griekenland verwezen. Daar hebben de ESR8-operaties tot het faillissement van de Griekse staat geleid.

Hier zou het volgens de maximalistische hypothese om 500 miljoen euro gaan. Als we zien wat er op dit ogenblik zoal op stapel staat, gaat het eigenlijk om relatief beperkte bedragen. Potentieel is daar dit jaar 173 miljoen euro bijgekomen. We mogen daaruit echter niet concluderen dat we in het ‘Griekenland aan de Noordzee’ wonen of dat de ESR8-operaties de begroting zodanig zullen verzwaren dat onze credit ratings in het gevaar komen. Volgens de heer Van Mechelen staan we voor een clash. Ik vind dit enigszins overtrokken. We kunnen hierover natuurlijk van mening verschillen.

De voorzitter

Ik wil even opmerken dat de heer Van Mechelen zich heeft laten verontschuldigen omdat de raad van bestuur van de Pensioenkas van het Vlaams Parlement een belangrijke beslissing over onze pensioenen moet nemen.

Eric Van Rompuy

De schuldpositie is ook zo’n discussie die plots een dimensie krijgt. Iedereen weet hoe die schulden ontstaan zijn, ook onder de vorige regeringen. Daar komt nu wat bij omdat er een tekort is. Die schuld is ontstaan in de loop van de bankcrisis en de terugbetaling komt er, maar de vraag is wanneer. Als die terugbetaling er komt, dan rest er nog 1 tot 1,5 miljard euro schuld. Als men dat dan vergelijkt met de federale begroting, waar het over 340 miljard euro schuld gaat, moet men dat allemaal in zijn proportie bekijken. Ik verdedig dan ook deze begroting. Men kan daar bemerkingen bij maken - er zijn er hier een aantal gemaakt -, maar ik denk dat de grote lijnen juist zijn. We gaan naar een tekort van 500 miljoen euro dit jaar en we zullen naar een evenwicht gaan in 2011. Als we daar terug een pakket van 600 tot 700 miljoen euro besparingen aan toevoegen zoals we die dit jaar hebben uitgevoerd, denk ik dat de financiële situatie van Vlaanderen bijzonder is.

Ik denk dat we hier aan het discussiëren zijn in begrotingstermen waarover we binnen een paar maanden op heel andere manieren zullen spreken. Zeker als we zien wat er op ons afkomt: de 22 miljard euro besparing en een begrotingstekort van 3 procent van het BNP tegen 2012. Ik heb deze week nog eens de studie herlezen die een paar maanden geleden is gemaakt over hoeveel rijksmiddelen er worden overgeheveld naar Europa, naar de alternatieve financiering van de sociale zekerheid, en naar gemeenschappen en gewesten. Daaruit blijkt dat bijna de helft van de rijksmiddelenbegroting voorafgenomen wordt door die drie instanties. Gemeenschappen en gewesten zitten met meer dan 35 miljard euro voorafname op de rijksmiddelen. De discussie die we nu voeren, is dat Vlaanderen in 2011 een evenwicht zal hebben, dat we daarmee ons werk hebben gedaan en dat de rest op een ander niveau zal moeten gebeuren. N-VA is nu mee aan het onderhandelen bij de federale regeringsvorming. Willen we in de volgende jaren naar een budgettaire situatie gaan van 3 percent evenwicht in 2015, dan zal heel het financieringsmechanisme moeten worden bekeken en zal het groeipad de volgende jaren, ook van de Vlaamse begroting, op een of andere manier moeten worden herbekeken.

De illusie bestaat dat Vlaanderen meer middelen zal hebben met fiscale autonomie. Het wordt zo voorgesteld dat, als er meer fiscale autonomie komt, de Vlaamse begroting meer middelen zal hebben en meer uitgaven kan doen die we nu niet kunnen doen. Ik heb daar mijn twijfels over. We gaan naar een discussie ten gronde over de financiering van de gemeenschappen en gewesten waar het een vooraf uitgemaakte zaak is dat gemeenschappen en gewesten in de volgende jaren bonussen zullen kunnen creëren op hun begroting waar we in de meerjarenbegroting over spreken, namelijk 1 miljard euro, 1,4 miljard euro. Ik hoop dat dit het geval is. Als men naar een echt grondige confederale staatshervorming gaat met een grote responsabilisering op het vlak van de personenbelasting en van de vennootschapsbelasting, een transfer van bevoegdheden ook in de sociale zekerheid, denk maar aan gezondheidszorg, arbeidsmarkt enzovoort, dan gaat het over dusdanige bedragen. Als men daar het element fiscale en financiële verantwoordelijkheid wil inbouwen en de doelstellingen van België tegenover Europa wil halen, denk ik dat de gehele begrotingspolitiek van Vlaanderen zal moeten worden herbekeken. Ik wil hier niet de fout maken die de heer Decaluwe en de heer Van Dijck hadden gemaakt en zeggen dat het regeerakkoord moet worden herzien. U werd daarover ondervraagd.

Ik heb dat niet gezegd.

Eric Van Rompuy

Ik heb het u gezegd dat u dat niet gezegd hebt. De heer Decaluwe heeft het gezegd, maar u niet. Enzovoort.

Iedereen begrijpt mijn punt. We discussiëren hier over die onderbenutting, over de ESR 8-operaties, over een schuld waar we een grote potentie hebben dat die binnen 2 tot 3 jaar kan worden terugbetaald zonder dat we daar serieuze besparingen moeten voor doen.

De heer John Crombez heeft het ook al gezegd. De internationale situatie is onzeker. De vraag is welke economische groei we zullen meemaken. Ook met welk ritme de saneringen moeten worden doorgevoerd die Europa ons oplegt. Voorts is het de vraag hoe de verhoudingen tussen de gemeenschappen onderling en de gewesten en de federale staat zullen evolueren. Er zijn ook vragen over de financiering van de sociale zekerheid.

We hebben vandaag een interessant debat over de begroting gevoerd. Als er een staatshervorming komt – en dat willen we allemaal – zal dit allemaal in vraag worden gesteld. De meerjarenbegroting zal dan in een heel andere context worden geplaatst. Het zal niet zo zijn dat er voor de gemeenschappen en gewesten meer middelen ter beschikking zullen zijn. Men maakt zichzelf iets wijs als men dat gelooft. Het tegendeel is waar. Ook in de Vlaamse begroting is de periode van matiging en sanering nog lang niet voorbij.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Dan gaan we vanmiddag verder met deze algemene bespreking.

Motie van orde
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.