U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Werbrouck heeft het woord.

Ulla Werbrouck

Mijnheer de minister, op 7 november stond u 100 percent achter het decreet. Op 8 november zei u in De Zevende Dag dat u zou nagaan hoe u de geschorste atleten financieel kon bijstaan. U was bereid te sleutelen aan de procedure van het Vlaamse Doping Tribunaal.

Uw houding werd nog bedenkelijker. Vorige week zei u zonder verpinken in de commissie dat Yanina Wickmayer had meegedraaid in een proefproject van het ADAMS-systeem in 2008. Dat bleek een flagrante leugen die u hebt goedgemaakt door te zeggen dat uw administratie een fout had begaan. U gelooft uw administratie voor 100 percent.

En wat doet u nu? U gaat in beroep tegen een uitspraak in kortgeding. Ik begrijp niet goed waarom, want dat is nog altijd geen uitspraak ten gronde. U zegt dat u niet in beroep gaat tegen de strafopschorting, maar wel tegen de argumentatie van de rechter. De rechter heeft gezegd dat het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens geschonden is, want er is geen beroepsmogelijkheid in eigen land en in eigen taal.

Ik denk dat het WADA u de opdracht heeft gegeven om in beroep te gaan. Mijnheer de minister, u bent minister van alle sporters. Zij hebben plichten, daar ben ik van overtuigd, maar hun rechten moeten ook worden gehonoreerd. In plaats van in beroep te gaan, is de vraag of u niet beter tot het besluit was gekomen om eens samen te zitten en aan dat decreet te sleutelen en de beroepsprocedure in te schrijven.

De voorzitter

De heer Deckmyn heeft het woord.

De schorsing die het Vlaams dopingtribunaal over Yanina Wickmayer en Xavier Malisse heeft uitgesproken, deed in Vlaanderen al heel wat stof opwaaien. U hebt zelf al heel wat initiatieven genomen. Ze waren echter niet allemaal even consequent, en om het in wielrennertermen uit te drukken, u hebt heel wat bochtenwerk achter de rug. Ik verklaar mij nader.

In het begin toen de uitspraken door het Vlaams dopingtribunaal werden gedaan, hebt u verklaard dat u zich volmondig achter de twee tennissers zou scharen. U zou hen helpen met een beroepsprocedure. Wat zien we nu? Nu de Brusselse rechtbank een uitspraak doet, gaat u ertegen in beroep. Dat is nogal vreemd. In de commissie hebben we het debat al gevoerd. Ik heb u gewezen op het feit dat de beroepsprocedure wel eens een probleem zou kunnen opleveren. U hebt gezegd dat de huidige decreetgeving perfect beantwoordde aan wat er moest gebeuren. Laat dit nu precies een element van de uitspraak van de Brusselse rechtbank zijn. Men wijst erop dat dit in strijd is met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens. Uiteindelijk staan we waar we staan. Ik heb mijn vragen hierover. Vreest u niet als minister, in tegenstelling tot wat u vroeger hebt verklaard, dat de uitspraak van de Brusselse rechtbank de decreetgeving volledig onderuit zal halen? Welke initiatieven zult u nemen?

De voorzitter

De heer Gysbrechts heeft het woord.

Peter Gysbrechts

Ook ik was dinsdagavond na de begrotingsbespreking serieus geschrokken toen ik plots het nieuws hoorde van het beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Ik denk dat er inderdaad al heel wat gezegd en geschreven is over deze situatie. De vraag is waarom men het geweer nu plots van schouder verandert. U hebt al een heel parcours afgelopen. We kunnen dat rustig een bochtenparcours noemen.

Nemen we een van de eerste acties, namelijk het voorstel om de beroepsprocedure van onze sporters te betalen als dat nodig mocht blijken en in welbepaalde omstandigheden. Voorts kwam de mededeling dat u de sporters wilde helpen. Dan kwam het gesprek met het WADA. U zou het WADA trachten te overtuigen om de straf niet zwaarder te maken en u zei nog eens onze atleten te zullen helpen.

Toen waren er de interpellaties in de commissie. Ik vond dat we een hele nuttige voormiddag hadden doorgebracht. Het verhaal is toen goed uit de doeken gedaan. Dat mag ook eens gezegd worden. In diezelfde commissievergadering kwam er dan jammer genoeg een uitschuiver, namelijk dat Wickmayer in 2008 al met whereabouts bezig zou geweest zijn. Dat is daarna opnieuw rechtgezet. Daarna kwam dan deze plotse houdingwijziging. Vandaar onze grote verwondering.

Ik heb een tijdje geleden een opiniestuk van uw hand over medaillebeleid en sportbeleid gelezen. We hebben daarop gereageerd. Eén gouden medaille is al binnen, en dat is de medaille van het bochtenwerk. Dat gaan we niet meer kunnen evenaren. Daar gaan we geen studies meer voor moeten doen. Die is al binnen de eerste maanden.

Ik sluit af met een doodsimpele vraag. Vanwaar komt deze gewijzigde houding, mijnheer de minister?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Inderdaad, u hebt een paar maanden geleden gezegd dat u sporters die het moeilijk hebben om bij het TAS in beroep te gaan, eventueel zou helpen, mijnheer de minister. U kiest partij voor die sporters. Nu zegt u dat u in beroep gaat tegen de opheffing van de schorsing door de Brusselse rechtbank. Het lijkt of u nu partij kiest voor de Vlaamse overheid.

In het eerste geval heb ik gevraagd welke kant u nu zult kiezen.

Mijnheer de minister, de rechter van de Brusselse rechtbank zegt dat het argument van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens zwaarwichtig is. Hij zegt dat de rechten van de verdediging geschonden zijn omdat er geen tweede aanleg mogelijk is in Vlaanderen.

Verscheidene collega’s, en ook ik, hebben een voorstel van decreet ingediend om eventueel de tweede aanleg – een soort van beroepsmogelijkheid –, ongeacht de rechten van het TAS, in Vlaanderen mogelijk te maken. Zou het niet eenvoudig zijn in de eigen regelgeving die tweede aanleg in te schrijven? Als dat voor de sportbonden en sporters te duur zou zijn, zou er enige steun kunnen worden gegeven door de Vlaamse overheid indien het voorkomt bij zo’n organisatie, zo’n tribunaal. Dan is er tenminste een tweede stap in eigen land mogelijk.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Uit deze opmerkingen maak ik op dat het moeilijk is. Ik bedank de heer Caron voor de voorzichtigheid waarmee hij de zaak formuleert. Dat is terecht. Ik zie dat nog altijd niet iedereen juist begrijpt waarover het gaat. Ik zal mijn antwoord beginnen met de rechte lijn die ik heb gevolgd.

Mijn rechte lijn is dat we een antidopingsbeleid, zoals het is uitgetekend in Vlaanderen, dat onderschreven is in België op basis van de UNESCO- en WADA-code, ondersteunen. Dat is punt één. Punt twee is dat we, waar mogelijk, de sporters zouden helpen. Ik ben daar nergens van afgeweken. Ik zal dat ook duidelijk maken.

Zoals de heer Caron heeft gezegd, ben ik altijd zeer voorzichtig geweest in mijn formulering. De kostprijs voor het beroep bij TAS in Lausanne is zeer onduidelijk en afhankelijk van de goodwill van de partijen. Het bedrag kan oplopen tot 8000 of 15.000 euro. Als het in België kan worden behandeld, is de kostprijs 300 euro. Ik wil zien wat we daar moeten doen en of het dan nodig is hen financieel of op een andere manier te steunen. Dat kan ook betekenen ermee akkoord te gaan dat de procedure in Vlaanderen wordt gevoerd.

Verschillende sprekers zeggen dat we een goede bespreking hebben gevoerd in de commissie. Ik dank u daarvoor. Ik ben het daarmee eens. Er was ook een goede wisselwerking. Bij een vraag van de heer Sauwens ben ik afgegaan op de informatie van mijn administratie op een vraag. Ik denk dat het correct is dat ik de informatie geef die ik heb gekregen van de administratie. De keuze die deze regering heeft gemaakt, is te werken met kleine kabinetten. Ik ga het werk van de administratie niet overdoen. Als ik verkeerde informatie van de administratie krijg, zal ik de nodige maatregelen nemen om dat te onderzoeken.

Ik ga nu over naar de grond van de zaak. De grond van de uitspraak van de rechter is niet zozeer de schorsing van de sporters. Essentieel in de uitspraak van de rechter is dat zij van oordeel is dat het Vlaams Doping Tribunaal en het TAS geen uitspraken kunnen doen. En, mijnheer Caron, de beroepsprocedure in eigen land is daar maar één element van. Zelfs met een beroepsprocedure in eigen land hadden we dezelfde uitspraak gekregen.

En waarom ga ik hiertegen in beroep? Ik richt me niet tegen de sporters, uiteraard niet. Ik richt me op de essentie van de zaak. Zonder Vlaams Doping Tribunaal en zonder de erkenning van het TAS zitten we niet meer op de lijn van de erkenning van UNESCO en niet meer op de lijn van de WADA-code. We hebben dan problemen. Al onze verenigingen, al onze sportverenigingen, niet alleen de tennisvereniging maar alle sportverenigingen, hebben dan problemen met de WADA-code en de internationale erkenning. Als dus morgen iemand wordt gepakt wegens onbetwist dopinggebruik, dan is er geen tribunaal of kan hij om dezelfde reden in kort geding naar diezelfde rechters gaan om een echte dopingzaak opnieuw aan te klagen. Dat kan ik niet zomaar laten passeren. De indruk mag niet gewekt worden dat ik aan de essentie van de zaak, wat mijn eerste lijn was, verzaak.

Wat de beroepsprocedure betreft, herhaal ik kort wat ik in de commissie heb gezegd. Ik heb daar duidelijk naar voren gebracht dat ook vandaag een beroepsprocedure mogelijk is. Elke vereniging, elke bond kan zijn beroep zelf instellen. Maar een beroepsprocedure en een beroepstribunaal hebben, kost geld. Het zijn de verenigingen die het Vlaams Doping Tribunaal betalen. Ze zouden dan ook de beroepsprocedure moeten betalen. En laten we niet vergeten dat het TAS daar nog altijd bovenop kan komen. Indien een sporter in eigen land in beroep gaat en gelijk zou krijgen, kan bijvoorbeeld het WADA in beroep gaan bij het TAS. En we hebben nu al vragen over de hoge kostprijs van het geheel.

Dit komt er gewoon bovenop. Het wordt nog duurder, ook voor de sporter. Voor alle duidelijkheid: ik zal niet tussenkomen bij de tennissers vermits zij zeven processen hebben, het niet gaat over het TAS en zij schijnbaar geen financieel probleem hebben. Als we die procedure erbij doen, kan het voor iedereen aanzienlijk duurder worden, want het TAS blijft. Het is een keuze geweest van het vorige Vlaams Parlement bij unanimiteit om het aan de verenigingen over te laten al dan niet een beroepsprocedure te voorzien.

Wat doe ik dan wel? Ik heb het ook al in de commissie gezegd. Vandaag zijn er 680 sporters die de whereabouts moeten invullen. Als ik me goed herinner, zijn er drie met drie streepjes, acht of negen met twee streepjes en 144 met een streepje. Een dikke 500, om zeker geen telfouten te maken, hebben geen enkel streepje. Ik heb die 680 sporters per brief, per mail en met andere middelen gevraagd wat zij denken dat er kan worden verbeterd aan het systeem.

Met die resultaten kan ik ten eerste naar WADA gaan, dat zelf een evaluatie doet ten aanzien van het whereaboutsysteem na een jaar, niet om de code zelf aan te passen, maar wel de procedures die ermee samenhangen. Ik kan ten tweede naar de federaties gaan om hun te zeggen welke suggesties ik heb gekregen van de topsporters ten aanzien van de verbetering van de procedure. Ten derde kan ik, indien het nodig zou zijn, een decreetswijziging voorstellen, het uitvoeringsbesluit wijzigen of een aantal procedurele dingen vragen.

Dit snelsnel doen met weinig onmiddellijk effect, is niet nuttig of zinvol. Deze weg is gekozen. Ik weet één ding: de medaille voor bochten die ik zou krijgen, zou echt wel onterecht zijn. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Ulla Werbrouck

Mijnheer de minister, wij vragen niet om er snelsnel werk van te maken. In Nederland is er wel een beroepsprocedure mogelijk. Waarom kan dat niet in Vlaanderen? U trekt opnieuw uw paraplu open en zegt dat de sportbonden het moeten doen. Als ze het niet vrijwillig doen, dan moeten we het hen verplichten. Wij zijn dat verschuldigd aan de sporter. Mijnheer de minister, u moet nu een decreetswijziging doen en ervoor zorgen dat die mensen een beroepsproceduremogelijkheid hebben. Ik weet dat de sporters plichten hebben, maar ze hebben verdorie ook rechten. Ze verdienen die ook.

Mijnheer de minister, ik hoop dat u ervoor gaat. Alle sporters – ik heb het niet over de geschorsten, maar over de 152 die momenteel streepjes hebben – zullen u dankbaar zijn als u stappen zult zetten. (Applaus bij Open Vld en LDD)

Mijnheer de minister, ook ik heb niet gevraagd om dit snelsnel te regelen. U lijkt zich niet zoveel zorgen te maken over het feit dat de Brusselse uitspraak het decreet onderuit zou kunnen halen. Alle commentatoren maken zich daar wel zorgen over. Ik dring er bij u op aan dat heel goed te bekijken. We zullen het debat ter zake in de commissie nog verder voeren.

Peter Gysbrechts

Mijnheer de minister, ik denk dat we wel moeten doorwerken. Dat wil niet zeggen snelsnel. Er is duidelijk een decreetsaanpassing noodzakelijk, anders komen er nog veel ongevallen op ons af. Het is ook nodig om de voorliggende voorstellen van resolutie te laten stemmen en uit te voeren. We moeten er absoluut prioriteit aan geven om ervoor te zorgen dat er geen bijkomende ongevallen meer gebeuren.

Wat betreft het bochtenwerk en de verdiende medaille, denk ik dat er wel degelijk een serieuze bocht is gemaakt. Op veel punten is het onduidelijk waarom dit nu absoluut noodzakelijk was en vooral welk signaal ermee wordt gegeven aan de sportwereld. Wat mij betreft is die medaille wel degelijk verdiend. Dan hebben we er toch al één.

Bart Caron

Mijnheer de minister, ik begrijp waarom u in beroep gaat. Vanuit het oogpunt van het verdedigen van die Vlaamse regelgeving vind ik dat op zich een normale zaak. Ik zal wat dat betreft niet een andere visie vertolken. Ik wil hier ook niet de indruk wekken te pleiten voor straffeloosheid of het vieren van de teugels in het dopingbeleid. Neen, het gaat over correctheid.

Wat die tweede aanleg betreft, gebruikt u een financieel argument. U stelt dat dit de kosten hoger zal maken voor de sportlui. U schuift de verantwoordelijkheid door naar de sportbonden. U hebt gelijk: het is inderdaad hun verantwoordelijkheid om dat zelf te organiseren. Ik stel dan ook voor dat we de sportbonden in kwestie zouden horen. Ik kijk ook even naar de voorzitter van de commissie. Misschien kunnen we een hoorzitting organiseren in de commissie, waarop we een aantal tenoren van de sportbonden kunnen uitnodigen om hun mening te uiten over het al dan niet noodzakelijk zijn van een vorm van tweede aanleg in Vlaanderen. Het kan dan gaan over de manier waarop dat kan worden gefinancierd, zodat dat financieel niet ten laste komt van de amateursporters, vooral dan in die sporttakken waar niet veel geldgewin is, maar hun rechten toch maximaal worden gevrijwaard.

De voorzitter

De heer Sauwens heeft het woord.

Johan Sauwens

Mijnheer de voorzitter, er zijn in dit dossier veel krokodillentranen gehuild, om te beginnen door de vorige minister van Sport en diens gewezen adviseur, de heer Goossens, die zelf de teksten van het decreet hebben geschreven. Zij hebben zelf niet gewild dat er een beroepsprocedure was. Toen er dan iemand werd gepakt, waren ze er als eersten bij om commentaar te geven. Het is logisch dat er veel commotie ontstaat in de publieke opinie als de mensen die het decreet zelf hebben geschreven, veel misbaar maken.

Ook de betrokken sportlui gaan niet vrijuit. Iedereen in de sportwereld weet dat. De betere journalisten weten dat. Mevrouw Wickmayer werd op 10 november 2008 aangeschreven. Ze heeft zelf op 18 februari nog eens gevraagd hoe het nu weer zat dit jaar. Op 19 februari heeft ze dan alles via e-mail gekregen. Pas op 17 april heeft ze zelf een nieuw wachtwoord gevraagd om zich toch maar te kunnen aanmelden. Dat is meegedeeld op 20 april. Uiteindelijk heeft ze in totaal drie overtredingen gewoon laten passeren. Ze had keer op keer een beroepsmogelijkheid, om in te grijpen. Ze heeft dat niet gedaan. We steunen het beleid van de minister. Ik heb het even berekend: er zijn 669 atleten die dit correct hebben ingevuld, of één streepje hebben. Ze kunnen zich perfect ontdoen van dat ene streepje, indien ze zich rustig en aan het systeem houden. Er is een groot onrecht begaan ten opzichte van hen. Het Vlaamse dopingsysteem moet overeind blijven. Wij steunen de minister daarin. Dat moet gebeuren in overleg met het WADA. Het is duidelijk dat mevrouw Wickmayer en de heer Malisse, gezien de feiten die ik daarnet heb vernoemd, zelfs in beroep veroordeeld zouden blijven en waarschijnlijk zelfs zwaardere straffen zouden krijgen dan ze vandaag hebben gekregen van het Vlaams Dopingtribunaal.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, ook ik ben wat verbaasd. Ik heb de indruk dat er twee verschillende dingen door elkaar worden gehaald. Aan de ene kant zijn er de rechten die sportlui inderdaad hebben. Ik heb er geen probleem mee nu de sportfederaties te bevragen, maar bij het tot stand komen van dit decreet zijn ze bevraagd, en bij de evaluatie werden ze ook al bevraagd.

Aan de andere kant is er het kort geding. We moeten duidelijk erkennen dat hier het decreet zelf ter discussie staat. Is het dan niet evident dat een minister, die wordt geacht de decreten uit te voeren, ook de verdediging van die decreten op zich neemt? Mocht hij dat niet doen, dan zou hij pas opgeven. Er zou zomaar overheen worden gegaan dat een aantal sportlui een streepje hebben. Als ze zich houden aan de regels, vervagen die streepjes. Na anderhalf jaar vervalt het eerste streepje.

Het zou kunnen dat een aantal streepjes ten onrechte zijn gegeven, maar er kunnen ook wel degelijk streepjes zijn die doelbewust tot stand zijn gekomen. Als we dat niet erkennen, dan moeten we het hele systeem van de whereabouts maar overboord gooien. Dan stellen we heel dat systeem in vraag.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Mijnheer de voorzitter, ik ga absoluut niets toevoegen aan de expertise van mijn collega, die als olympisch kampioene hier over sport kan spreken. Een ding valt me toch op. Toen het probleem opdook, zag ik een mevrouw uit dit parlement die blijkbaar ooit ook tennis heeft gespeeld. Ik weet niet in welk klassement, want ik volg de sport niet zo. Ik merkte dat minister Muyters daarnet applaus kreeg van de N-VA – zijn eigen fractie –, van CD&V, maar niet van sp.a. Dat is toch wel opvallend. (Applaus van de meerderheid)

Kijk hoe een mondig oppositielid de meerderheidssamenwerking opnieuw tot stand kan brengen. Ik vind het spijtig hoe mevrouw Gennez toen in de pers de eerste viool speelde, maar dat ze vandaag de moeite niet deed om dit debat te komen volgen of deel te nemen.

Mevrouw Werbrouck heeft een voorstel tot wijziging van het decreet ingediend. Nu er echt iets moet gebeuren, blijft het heel stil op de banken van sp.a. Ik betreur dat omdat het in dit parlement is dat de wetgeving veranderd kan worden en niet in de pers.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Mijnheer de voorzitter, het applaus van bij sp.a was in elk geval een bewijs van een heel warme regering en een warme meerderheid. (Applaus)

Ik waag me een beetje op glad ijs omdat ik niet zo thuis ben in de sportwereld. Sinds mijn jeugdjaren heb ik niet meer aan sport gedaan. (Gelach)

Als ik de sportpagina’s doorblader, dan lees ik dat Wickmayer haar kansen om naar de Australian Open te gaan, verkeken zijn. Een van de redenen is dat de procedure te lang heeft geduurd. Ik hoor de vier sprekers vooraan pleiten voor nog een extra procedure, een beroepsprocedure. Dan moet je wel beseffen dat die procedure nog eens met een aantal maanden wordt verlengd, waardoor ze nog meer wedstrijden zal moeten missen. Ik vind dat de sprekers vooraan dit goed moeten beseffen. Als er een extra beroepsprocedure komt, dan kunnen ze nog meer wedstrijden verliezen.

Hebt u daarover nagedacht?

De voorzitter

Mocht u twijfelen aan de leeftijd van de heer Diependaele: hij is geboren op 7 augustus 1979.

De heer Yüksel heeft het woord.

Veli Yüksel

Mijnheer de voorzitter, ik denk dat het Dopingdecreet een goed decreet is dat gebaseerd is op de WADA-codex en de WADA-conventies. Ik ga me niet uitspreken over de communicatie van de minister, maar ik kan hem volgen in zijn handelwijze: in beroep gaan tegen de uitspraak van een kortgedingrechter omdat deze de regels van het WADA aanvalt. Het is goed dat de minister daartegen ingaat.

De grote meerderheid van de topatleten hebben geen probleem met het WADA en met het Dopingdecreet. Het gaat slechts over een kleine groep. Topatleten moeten professioneel genoeg zijn om zich aan regels te houden en zich aan te melden op een systeem. Ze zijn ook goed omringd door begeleiders. Als ze dit niet kunnen, zijn ze geen topatleten.

Mijnheer de minister, het is duidelijk dat de straffen die gekoppeld zijn aan de whereabouts, zwaar zijn. U hebt in de commissie gezegd dat u hierover met het WADA een evaluatie wilt maken en contacten wilt leggen met de federaties. Laat ons die procedure afwachten en dan nagaan of het Vlaams Parlement moet sleutelen aan het Vlaams Dopingdecreet.

Mijnheer Reekmans, ik vind het fantastisch dat u de goede samenwerking in de meerderheid nog een extra surplus geeft.

Wat mevrouw Gennez betreft, veronderstel ik dat ze meer dan voldaan was met de antwoorden en de bespreking in de commissie.

Wat het signaal betreft: natuurlijk, de oppositie moet haar rol spelen. Jullie hebben zonder twijfel mee de filosofie van het signaal gegeven, maar dat zal ik u niet kwalijk nemen. Het is de rol die ieder moet spelen.

Wat de bevraging betreft: in de commissie heb ik uitdrukkelijk gezegd dat ik, behalve de 680 mensen die nu de whereabouts moeten invullen, ook de bonden en de federaties zal bevragen. Ik zal die resultaten beoordelen, zien op welke manier ik daar een vervolg aan kan geven en ik zal uiteraard, mijnheer de voorzitter van de commissie, ervoor zorgen dat we ze kunnen bespreken, zoals het hoort.

Ik denk dat ik een beleid aan het voeren ben dat de essentie van de zaak, het antidopingbeleid, blijft naar voren brengen. De communicatie is inderdaad moeilijk. Alleen al het feit dat beide tennissers naar zeven verschillende procedures zijn gestapt, maakt het allemaal niet eenvoudiger. Niemand begrijpt nog juist het wat en het hoe.

Ik denk dat ik een rechte lijn houd en lever mijn medaille heel graag terug in bij de heer Gysbrechts. (Langdurig applaus bij de meerderheid. Opmerkingen)

Ulla Werbrouck

Ik heb nooit gezegd dat we geen goed antidopingbeleid hebben, maar het is voor verbetering vatbaar. U wilt daar echter niet eens over nadenken. U hebt net de heer Van Dijck gehoord die zegt dat er ook een streepje kan zijn dat misschien niet terecht is. Er is dus ergens twijfel. Nu kun je daar niet tegen in beroep gaan. Door die twijfel mag er toch een tweede beroepsprocedure zijn? U zegt het zelf. Ook de motie die ze vanavond willen laten goedkeuren, spreekt zichzelf tegen. Allez, ze willen een oplopende straf. Dat is ook tegen de WADA-code. Dat gaat u dan wel laten goedkeuren? Ik zou zeggen: kijk eerst eens goed vooraleer u iets zegt. (Applaus bij LDD)

Ik ben wat ontgoocheld in de sp.a. Ik had een staande ovatie verwacht, maar je kunt niet alles hebben.

Mijnheer de minister, u blijft met een probleem zitten. Die beroepsprocedure is niet voor niets een van de belangrijke elementen in de uitspraak van de Brusselse rechtbank. U blijft met een decretaal probleem zitten. U geeft mij daarop niet echt een bevredigend antwoord.

Mijnheer Diependaele, om u te informeren moet u niet alleen de sportbladzijden lezen, u moet ook de besprekingen in de commissie volgen.

Peter Gysbrechts

Mijnheer de minister, het was hier bijna de cérémonie protocolaire. Ik veronderstel dat nog enkel de hymne moest worden gekozen, maar we waren klaar voor de medaille-uitreiking.

Alle gekheid op een stokje, ik wil nog iets zeggen tot een aantal collega’s.

Mijnheer Yüksel, uiteraard moeten de sporters hun verantwoordelijkheid nemen en moeten er daarvoor dingen gebeuren. Daarom nodig ik u uit om onze resoluties te lezen. Wij willen ze nu net activeren en motiveren en wij willen de federaties sensibiliseren. Wat dat betreft, kunnen wij dat alleen maar ondersteunen.

Wij ondersteunen in deze materie ook de expertise van de heren Sauwens en Van Dijck. Wij zeggen niet dat men geen antidopingbeleid moet voeren. Wij hebben, ook in de commissie, altijd gezegd – en ik herhaal het hier nog één keer – dat wij een goed antidopingbeleid willen. Wij willen sporters controleren, ook buiten competitie; willen wij ze buiten competitie controleren, dan moeten wij weten waar ze zijn; om te weten waar ze zijn, moeten we de whereabouts kennen en gebruiken. Dan pas stellen wij vast dat er werk aan de winkel is. Dat is dat nieuwe decreet, dat zijn de resoluties. Ik wilde dat hier nog eens heel duidelijk stellen, voordat men ons hier in een andere hoek van de kamer plaatst.

Mijnheer Diependaele, ik nodig u echt uit om eens naar de commissie te komen. Dan zult u hier deze uitspraken niet meer doen.

Bart Caron

Mijnheer Gysbrechts, ik weet niet of u een even warm en spontaan applaus zult krijgen indien u straks een medaille zou winnen.

Het antwoord van de minister voldoet in mijn ogen. De heer Van Dijck heeft naar een evaluatie verwezen. Ik dacht dat er nog een formele evaluatie van het decreet was geweest. Dit lijkt me een goede gelegenheid om dat in alle openheid te doen. Ik zou daarbij graag niet enkel onze stem, maar ook die van de sportwereld horen. We moeten nagaan hoe we hiermee moeten omgaan.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

van Dirk Van Mechelen aan minister Kris Peeters, beantwoord door minister Philippe Muyters
99 (2009-2010)
Motie van orde

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.