U bent hier

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, collega’s, de groep van 65-plussers is al van in het begin van de coronacrisis gedefinieerd als een bijzondere risicogroep, waarvoor dus ook bijzondere beschermingsmaatregelen nodig zijn. Dat is begrijpelijk, want als we kijken naar de sterftecijfers, dan zien we dat 90 procent van de patiënten die in het ziekenhuis aan COVID-19 zijn overleden, ouder is dan 64 jaar.

Die beschermingsmaatregelen zijn natuurlijk heel goede intenties, maar die kunnen ook ongewenste neveneffecten hebben. We zagen dat al in de woonzorgcentra waar ouderen psychologisch lijden onder eenzaamheid en isolatie.

Vandaag wil ik hier aandacht vragen voor de ouderen die thuis wonen, want ook voor hen zijn die coronamaatregelen bijzonder hard. Buurtcentra zijn gesloten en het verenigingsleven ligt stil.

Sinds 18 mei mogen grootouders wel opnieuw kleinkinderen opvangen, maar niet wanneer ze ouder zijn dan 65 jaar. Hoewel ouderen wel meer risico lopen, worden door de afbakening op 65 jaar alle ouderen over dezelfde kam geschoren, terwijl er binnen deze groep toch wel grote verschillen zijn op het vlak van gezondheid en risico. Dat is ook al aangekaart door de Vlaamse Ouderenraad, die zelfs het woord ‘leeftijdsdiscriminatie’ in de mond nam. Er bestaat natuurlijk ook een groot verschil in soorten activiteiten en het risico dat die verschillende activiteiten met zich meebrengen.

Ouderen waren al voor de coronacrisis een risicogroep op het vlak van eenzaamheid en isolatie, het is niet voor niets dat zij een doelgroep zijn in het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie. Daarenboven houden veel 65-plussers onze samenleving ook draaiende: 80 procent van de grootouders vangt kleinkinderen op, ongeveer een op de vier Belgische vrijwilligers is 65 jaar of ouder, en we moeten nu echt zoeken naar mogelijkheden om ouderen die maatschappelijke rol waar zij ook veel voldoening uit halen, opnieuw te laten opnemen, natuurlijk op een veilige manier en met afweging van risico’s.

De ouderenorganisaties hebben er eerder al bij de overheid op aangedrongen om aan deze groep te denken en af te stappen van een strikte leeftijdsgrens bij het bepalen van de risicogroepen. Wat jeugdbewegingen zijn voor jongeren, zijn ouderenverenigingen en buurtwerkingen voor ouderen. Mijn vraag is dan ook, minister, hoe en onder welke voorwaarden voor ouderen, los van die arbitraire leeftijdsgrens van 65, een perspectief kan worden geboden dat zij hun sociaal leven alsook de maatschappelijke rol die ze zo vaak opnemen, kunnen hernemen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

65-plussers zijn in deze coronacrisis een risicogroep, maar ze zijn in onze samenleving vooral een groep van mensen die Vlaanderen maatschappelijk en sociaal draaiend houdt. Ik ben vanmorgen op bezoek geweest bij de voedselbank in Hasselt, het liep daar vol met vrijwilligers, allemaal 65-plussers. Zij hielden zich allemaal aan de regels: mondmasker, sociale afstand, handen ontsmetten met alcoholgel enzovoort. Maar ze deden het wel. Ik denk dat niemand zich kan indenken wat het zou betekenen als deze groep van mensen dat sociaal-maatschappelijk engagement niet meer zou kunnen opnemen.

Bij het begin van de crisis hebben we collectieve maatregelen moeten nemen. We hebben daarstraks gesproken over personen met een beperking en wat de consequenties daarvan zijn.

Dat heeft consequenties op vele vlakken gehad, en er zijn ook een aantal consequenties geweest voor de 65-plussers, net omdat zij een risicogroep vormen voor het coronavirus. En dat blijft natuurlijk zo. Als we kijken naar de statistieken, dan zien we dat dit een kwetsbaardere groep is, niet alleen om het virus te krijgen maar vooral om eraan te overlijden, dan andere groepen. Dat betekent echter niet dat we niet van deze collectieve beslissing van begin maart naar een meer individuele beslissing moeten gaan. Dat is de omslag die vandaag ook gedeeltelijk door de Nationale Veiligheidsraad wordt gemaakt.

We hebben samengezeten met de Vlaamse Ouderenraad, met mantelzorgorganisaties en met Erika Vlieghe om dat pleidooi te houden om naar een individuele benadering te gaan.

Het is de bedoeling om tot een charter te komen om duidelijk te maken wat kan en wat niet kan. Ik denk dat twee factoren daar een belangrijke rol in spelen. Dat is ten eerste het persoonlijke risico. Als je voordien al gezondheidsproblemen had, dan moet je het risico niet gaan opzoeken. En ten tweede is dat het sociale, het maatschappelijke risico van de omgeving. Zijn het activiteiten met nauwe contacten? Als het buitenactiviteiten zijn, zijn er minder risico's dan binnen?75 Zijn het activiteiten waarbij je dicht bij elkaar staat of niet? Zijn het activiteiten waar je steeds met dezelfde groep van mensen aan kunt werken of zijn het activiteiten met steeds verschillende groepen van mensen?

Het is de bedoeling om tot een charter te komen, samen met de Vlaamse Ouderenraad en de experten, en dat op korte termijn, om dat perspectief te geven. Want zoals ik in het begin gezegd heb, is het niet alleen een risicogroep, maar vooral ook een bijzonder grote waardevolle groep, die Vlaanderen op sociaal en maatschappelijk vlak flink draaiende houdt.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Dank u wel, minister. Ik wil dat laatste volledig onderschrijven. Veel te vaak problematiseren we ouder worden en spreken we over het probleem van de vergrijzing. Wat zouden we doen zonder die grote groep jonggepensioneerden? Hun inzet in onze maatschappij, binnen hun families, binnen het verenigingsleven, is onvoorstelbaar groot en onmisbaar.

Ik ben heel tevreden dat u de kwestie hebt aangekaart bij professor Vlieghe en er ook over in gesprek bent gegaan met de Vlaamse Ouderenraad en dat u op zoek zult gaan naar mogelijkheden om ook die ouderen weer perspectief te bieden. De beoordeling of iemand een activiteit moet kunnen doen, moet inderdaad afhangen van verschillende factoren, en niet enkel en alleen van leeftijd. Denk aan de algemene gezondheidstoestand, maar natuurlijk ook aan de aard van de activiteit.

Het sociaal leven, de inzet als vrijwilliger, familiale contacten: ook voor ouderen zijn die natuurlijk heel belangrijk in hun mentale welbevinden. Dat we gaan zoeken hoe activiteiten opnieuw mogelijk zijn, is goed, maar het zal natuurlijk niet voor iedereen kunnen. En er is natuurlijk ook de impact van de voorbije periode.

In het actieplan Zorgen voor Morgen hebt u concrete maatregelen voorgesteld om de negatieve effecten die de quarantaine met zich meebrengt op psychosociaal vlak, zoveel mogelijk te reduceren. De globale doelstelling is natuurlijk om iedereen op de rails te houden en waar nodig snel te helpen om het dagelijkse leven weer op te nemen. Kan daarin ook voldoende aandacht gaan naar die groep van ouderen, zeker om hen ook opnieuw te laten deelnemen aan het sociale leven?

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, er is vaak gezegd dat het menselijke ontbrak in de exitmaatregelen. Het is correct dat collega Schryvers dit aanhaalt. Mensen puur op basis van leeftijd beoordelen, is ook pure discriminatie, zoals Unia hieromtrent heeft aangehaald. Het is ook onterecht, want de kwetsbaarheid van de 65-plussers is enorm divers. U hebt die statistieken ook gezien. De roep om meer divers over die mensen te praten, is echt heel sterk aan het worden. Een mens van 55 met onderliggende aandoeningen is kwetsbaarder dan een kerngezonde 65-plusser. Een kinderbegeleider van 60 met onderliggende aandoeningen mag nu probleemloos werken met baby's en peuters, met alle fysieke contact dat daarbij hoort, maar haar buurvrouw van 65 die kerngezond is, heeft allerlei maatregelen moeten ondergaan.

Een manier om dat op te lossen, minister, is die mensen horen. Het is fijn dat u nu in overleg gaat, maar de 65-plussers vragen dit al maanden. Er wordt al maanden over hen gesproken, maar zijzelf waren heel zelden aan het woord als geëmancipeerde groep, en dat is onterecht.

En uw vraag luidt?

Wat willen de mensen in rusthuizen? Wat stellen de 65-plussers zelf voor? Dat is een diverse groep met diverse levens. Zorg er dus voor dat we meer diversiteit en meer onderscheid horen en laat deze mensen hun stem horen, nu en ook bij komende lockdowns.

De heer Parys heeft het woord.

Ik was tevreden met het antwoord van de minister, want er zijn 2,2 miljoen 65-plussers in dit land; 1 op de 5 inwoners van dit land zit in die leeftijdscategorie. En als er iets is waar ik mij echt te pletter aan geërgerd heb, is het het soort bevoogding dat je bij sommige mensen hoort wanneer het over die leeftijdscategorie gaat, alsof het over kleine kinderen gaat die niet intelligent genoeg zijn om zelf te beslissen wanneer zij zich in een kwetsbare situatie bevinden, wanneer zij moeten opletten.

Ik vind het dan ook heel belangrijk dat we naar hen luisteren, zoals hier al is aangehaald. We moeten niet over hen praten, maar met hen praten. Iemand van 65 jaar oud is helemaal anders dan iemand van 95 of 105 jaar oud. Het is trouwens zo dat 10 procent van de 65-plussers nog altijd professioneel actief is. Wat zouden we doen, indien zij hun job niet meer zouden uitoefenen? We moeten oog hebben voor kwetsbaarheid, maar we mogen niet in de val van de bevoogding trappen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, ik ben zeer tevreden met uw antwoord en met deze actuele vraag. Ik denk dat de waarde van die mensen voor onze maatschappij niet kan worden overschat. Ik ben zeer blij met uw initiatief om met mevrouw Vlieghe en anderen effectief na te gaan of de 65-plussers een perspectief kan worden geboden. Ik wil benadrukken dat ik akkoord ga, maar ik heb een concrete vraag. Er zijn al een aantal keren aankondigingen in het Vlaams Parlement gedaan die achteraf moesten worden teruggeschroefd. Ik hoor u dat vandaag niet doen, maar ik wil vragen wanneer er volgens u echt duidelijkheid kan komen. Wanneer denkt u ten aanzien van die groep echt te kunnen communiceren?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Mijnheer Anaf, ik heb vorige week overleg met mevrouw Vlieghe gehad. Het ging toen over verschillende thema’s, waaronder jeugdhulp, bezoekregelingen en ouderen. Dat was niet het eerste overleg met haar. We hebben al meerdere keren overlegd om een juiste inschatting van de inzichten van de experten te krijgen, maar ook om tezelfdertijd onze inschatting te geven van wat wij op het terrein aanvoelen.

Mevrouw Groothedde, het is niet de eerste keer dat ik met de Vlaamse Ouderenraad rond de tafel heb gezeten. Bij het begin van de crisis hebben we ook rond de tafel gezeten. We hebben via Teams virtueel vergaderd. Dat was een van de eerste digitale vergaderingen. Ondertussen hebben we nog verschillende keren contact gehad om na te gaan wat we kunnen doen en op welk moment we dat kunnen doen. Toen het duidelijk werd dat we naar een verdere versoepeling zouden kunnen gaan, was het moment aangebroken om een aantal thema’s verder te bespreken en dit ook hard te maken.

Het overleg heeft gisteren plaatsgevonden. Er is een principieel akkoord om naar een charter te gaan en na te gaan hoe de juiste omstandigheden kunnen worden gecreëerd voor de maatschappelijke activiteiten van die mensen op sociaal vlak, op cultureel vlak en op het vlak van hun gezin. We zullen hier op korte termijn aan werken. Ik wil geen aankondiging doen, want ik wil niet in de val trappen, die u overigens niet hebt gelegd. Ik hoop wel dat we hier op korte termijn aan kunnen werken.

Het actieplan Zorgen voor Morgen bevat onderdelen over alle mensen, zoals zorgverleners en mensen in collectiviteiten, maar er is ook een algemeen gedeelte. We zullen met de Vlaamse Ouderenraad overleggen over de verdere uitrol hiervan.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

De groep van de 65-plussers is heel groot en heel divers. Velen van hen zijn gelukkig ook nog heel gezond en actief. Het is goed dat er voor hen een concreet perspectief komt. Ik hoop echt van harte dat er snel werk kan worden gemaakt van dat charter en dat er nadien heel duidelijke communicatie komt, want zij zullen zich veel vragen stellen. Hoe moet iemand bepaalde risico’s inschatten? Welke activiteiten kunnen wel en welke activiteiten kunnen niet? Als we ervoor kunnen zorgen dat velen uit die grote groep weer aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen, ben ik ervan overtuigd dat dit een goede zaak zal zijn voor hun eigen welbevinden, maar ook voor hun families en voor de vele organisaties waarvoor ze zich inzetten.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.