U bent hier

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, vorige week donderdag lanceerde Het Nieuwsblad de rusthuiswijzer, een databank met allerhande heel interessante gegevens over de Vlaamse rusthuizen. Tegelijk bleek ook dat de gemiddelde rusthuisfactuur van 2018 naar 2019 met 500 euro op jaarbasis is gestegen. Dat zorgt ervoor dat op maandbasis de gemiddelde rusthuisfactuur tot 500 euro meer bedraagt dan het gemiddelde pensioen.

Wij vinden het onaanvaardbaar dat als je een leven lang hard hebt gewerkt en bijgedragen, je op het einde van je leven, als je wilt genieten van je oude dag, moet gaan aankloppen bij het OCMW of moet gaan bedelen bij de kinderen om je ziekenhuisfactuur te kunnen betalen. Ik hoop dat we het daar allemaal over eens zijn.

Nochtans is de realiteit in Vlaanderen momenteel dat de OCMW's meer dan 5500 keer hebben moeten bijpassen. Volgens schattingen komt ongeveer 1 op 4 mensen niet toe met het pensioen of inkomen om de rusthuisfactuur te kunnen betalen. Ik krijg dat niet uitgelegd aan mensen. Ik weet niet of u dat uitgelegd krijgt, minister.

Wat misschien nog het ergste is, is dat die hoge rusthuisfactuur niet eens een garantie is op goede, kwaliteitsvolle zorg. Als je de artikelenreeks in Het Nieuwsblad leest, maar ook als je spreekt met mensen die op de vloer staan of mensen die in een rusthuis verblijven, val je soms achterover van de mensonterende toestanden die daar bestaan.

Ik wil geen steen werpen naar het personeel, laat me daar heel duidelijk over zijn. Die mensen zijn vaak enorm gefrustreerd omdat ze goede zorg willen bieden, maar door de werkdruk en te weinig personeel die kans niet krijgen, laat staan dat ze ook nog eens een paar minuten de tijd kunnen nemen om een menselijke babbel te doen met de mensen die in hun rusthuis verblijven.

Minister, welke maatregelen zult u nemen om de stijging van de rusthuisfacturen te stoppen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat die prijzen voortaan terug betaalbaar zijn zodat mensen met hun pensioen toekomen? (Applaus bij sp.a)

De heer Parys heeft het woord.

Als je een leven lang heb gewerkt, dan mag je genieten van een zorgeloze oude dag. Voor heel veel mensen gaat dat samen met de vraag: kan ik mijn woonzorgfactuur betalen op het einde van de maand?

Minister, met de cijfers die vorige week zijn uitgekomen, zien we een gemiddelde prijsstijging van 0,65 procent in reële termen. Als je daar de inflatie bijrekent, gaat het over 2,5 procent. Dan is de vraag natuurlijk: wat doet de overheid eraan om ervoor te zorgen dat iedereen recht heeft op zo'n onbezorgde oude dag?

De vrienden aan de linkerkant van het spectrum zeggen: dan voeren we toch gewoon een maximumfactuur in, maar dat is natuurlijk een fausse bonne idée. Het is een onzalige variant op het gratisverhaal, die eigenlijk in wezen discrimineert. Als je thuis bent en thuis blijft als oudere Vlaming, dan moet je bijvoorbeeld huur betalen, dan moet je je thuiszorg inkopen en dan geldt daar helemaal geen maximumfactuur. Het is dus eigenlijk een pervers systeem dat we meer mensen die eigenlijk thuis kunnen blijven naar een woonzorgcentrum zouden leiden.

Het kan ook tot een tekort leiden in het aanbod van bedden en tot een snellere prijsstijging, aangezien de overheid toch het verschil bijpast tussen de maximumprijs en wat de overheid zal moeten betalen om aan de dagprijs die een woonzorgcentrum vraagt, tegemoet te komen.

Minister, wij zien veel meer heil in de maatregelen die in het regeerakkoord zijn afgesloten, namelijk ten eerste betere en meer financiering van meer handen aan het bed, dus minder druk om de dagprijs te verhogen.

Ten tweede, een zorgbudget dat het verschil tussen het pensioen dat iemand krijgt en de prijs van een woonzorgcentra op basis van een effectieve nood, vergoedt en bijpast.

Ten derde, een versterkt toezicht op de controles van de dagprijzen.

Mijn vraag gaat net over dat laatste aspect, minister. Hoe zult u effectief een verscherpte controle uitvoeren op een dagprijsverhoging van de woonzorgcentra?

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, we zitten midden in de publicatie van Het Grote Rusthuisdossier van Het Nieuwsblad. Vorige week was de opener al direct raak: de prijzen van de rusthuizen zijn opnieuw omhooggegaan.

Volgens cijfers van het Agentschap Zorg en Gezondheid bedraagt de gemiddelde rusthuisfactuur ondertussen 1790 euro per maand. Dat is opnieuw een stijging van 45 euro per maand ten opzichte van vorig jaar; ten opzichte van het referentiejaar 2016 is dat zelfs een stijging van 136 euro. Ondanks alle begrenzingsmechanismen die intussen werden ingebouwd, steeg de prijs sneller dan de levensduurte. Minister, voor heel wat van onze rusthuisbewoners staat het water al aan de lippen en is deze sprong er net te veel aan. Zij kunnen die rusthuisfactuur zelf niet meer betalen.

U weet ook – en het werd al aangehaald – dat het gemiddelde pensioen in ons land 1280 euro bedraagt. We kijken hier naar een immense kloof van zo’n 500 euro per maand die moet worden dichtgereden. Steeds vaker moet het OCMW tussenkomen om deze rusthuisfactuur betaalbaar te houden. Naast het OCMW – en dat zijn de voorzichtige schattingen van OKRA – moet een op de vier kinderen tussenkomen om de rusthuisfactuur van een of twee ouders betaald te krijgen. Dat zijn de harde cijfers in het rusthuisdebat. Dat zijn de cijfers die ook de bevolking onthutsend en onrechtvaardig vindt en u, minister, zegt in uw communicatie dat u die onder controle hebt. Minister, mag ik toch vragen om even met de twee voetjes terug in de realiteit en in het echte leven te gaan staan?

In het regeerakkoord lezen we dat deze regering via het zorgbudget maximum 400 euro tegemoet zal komen in de laagste pensioenen, maar voor deze laagste pensioenen is dat onvoldoende om de rusthuisfactuur betaald te krijgen. Is er bovendien wel voldoende budget om deze belofte hard te maken?

Wat is uw reactie op deze onthutsende cijfers? Hoe wilt u deze belofte hardmaken om een eerste stap in de betaalbaarheid van onze rusthuisfacturen te realiseren? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

In Vlaanderen zijn er zo’n 81.000 mensen die in een woonzorgcentrum wonen omdat hun zorgnood te groot is om thuis te kunnen blijven. Ze worden daar verzorgd door heel veel ongelooflijk geëngageerde mensen die in de zorg werken en die het ook niet altijd gemakkelijk hebben in die functie, omdat er heel veel noden zijn.

We lazen deze week inderdaad de artikelenreeks en de cijfers over de kostprijs van zo’n woonzorgcentrum. De kostprijs bedraagt momenteel gemiddeld 1790 euro per maand. Dat is een gemiddelde. In 60 procent van de woonzorgcentra is dat iets minder en in 40 procent is dat meer. Dat is heel veel geld en het is heel begrijpelijk dat de mensen zich daar dan ook zorgen over maken. ‘Kan ik dat betalen?’ ‘Ga ik dat kunnen blijven betalen?’ ‘Wat als ik naar een woonzorgcentrum moet verhuizen?’ Nochtans doet Vlaanderen al veel en in het verleden werden al heel wat maatregelen genomen. Ik denk maar aan het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, dat van 87 naar 583 euro is gestegen. Ik denk aan de vroegere zorgverzekering of het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden van 130 euro. Ik denk aan de bijkomende erkenning als rust- en verzorgingstehuis (rvt) en de 10.000 bijkomende plaatsen die er tijdens de vorige legislatuur zijn gekomen.

Toch zet deze regering nog veel verder en sterker in op enerzijds kwalitatieve zorg en anderzijds betaalbaarheid van de zorg. Het motto luidt dat we meer handen in de zorg willen en dat die zorg betaalbaar moet zijn.

Op 22 mei 2019 lanceerde ik hier namens onze fractie al het voorstel om het zorgbudget voor mensen in een woonzorgcentrum niet meer afhankelijk te maken van de zorgnood, maar enkel van het inkomen, omdat de kostprijs voor iedereen hetzelfde is.

Minister, welke maatregelen zult u nemen met betrekking tot de betaalbaarheid van de woonzorgcentra?

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ik wil me in de eerste plaats aansluiten bij collega Anaf, die terecht zegt dat het niet normaal is dat mensen met hun volledige pensioen hun rusthuisfactuur vaak niet kunnen betalen. De gemiddelde rusthuisfactuur ligt hoger dan het gemiddelde pensioen. Dat is niet normaal.

Daarnaast zien we ook een andere evolutie. Er zijn steeds meer woonzorgcentra in Vlaanderen die door commerciële spelers worden uitgebaat. Dat hangt samen. Die commerciële spelers vragen gemiddeld een hogere prijs en werven gemiddeld minder personeel aan voor de zorg voor de bewoners. Er was in 2017 een beklijvende reportage van Pano daarover. Heel veel mensen waren terecht gechoqueerd door het feit dat er winst wordt gemaakt op de zorg voor ouderen. Nog steeds zijn er heel veel signalen dat daar iets misloopt. Het personeel zelf zegt dat de zorg bandwerk is geworden, dat ze geen tijd meer hebben voor een babbeltje, wat ervoor zorgt dat de mensen die daar wonen, zich ook eenzaam voelen. Als wij eenzaamheid in de plaats geven in de laatste levensjaren van iemand, dan is dat niet normaal. Daarnaast zien we ook dat er bij die commerciële spelers op heel wat zaken wordt bespaard, bijvoorbeeld op pampers – het personeel mag soms de pamper pas verversen als die voor 65 procent verzadigd is –, maar ook op de maaltijden. Chef-koks trekken aan de alarmbel omdat ze voor 3 euro per dag per bewoner in maaltijden moeten voorzien. Dat zorgt er al gauw voor dat je verse vis of vlees gaat vervangen door gehakt enzovoort.

Die commerciële spelers nemen toe. Er was de afgelopen zeven jaar een verdubbeling van het aantal commerciële woonzorgcentra in Vlaanderen. Dat blijkt een booming business te zijn. Er blijkt geld te kunnen worden verdiend op de zorg voor ouderen. Dat heet de ‘silver economy’. Er zijn grote spelers daar die winstmarges van 10 à 15 procent boeken. Dat moet ons verontrusten. Het is sprekend dat een van de grote ketens, Armonea, in handen is van de steenrijke familie de Spoelberch, van AB InBev. Dat is het grijze goud. We moeten ons echt wel afvragen of men die evolutie moet aanmoedigen. Minister, dat is mijn vraag aan u. Vindt u het oké dat er geld wordt verdiend op de ouderenzorg, dat wordt uitgekeerd aan aandeelhouders? In uw regeerakkoord zegt u dat u zult samenwerken met private partners, met sociaal ondernemers. Zijn dat de partners waarmee u de ouderenzorg in Vlaanderen wilt organiseren?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, voor ik op de concrete vragen antwoord, wil ik eerst en vooral een pluim geven aan al die mensen, al die verpleegkundigen, al die zorgkundigen, al die mensen voor of achter de schermen die de maaltijden bereiden, die in de technische dienst zitten, die zo’n woonzorgcentrum leiden, voor het engagement dat ze elke dag opnieuw aan de dag leggen om voor deze mensen in heel Vlaanderen de beste zorg te geven.

Collega Vandecasteele, u hebt verwezen naar de artikelenreeks in de krant en een aantal dingen die daarin staan. Ik heb naar aanleiding van die artikelenreeks mails gekregen van mensen die daar wonen. Ik zal u een passage voorlezen van iemand die daar werkt, Naike Costa van het woonzorgcentrum Sint-Jozef in Assenede. Zij zegt: “Ik heb het geluk elke dag te mogen werken in vzw Zorg-Saam (...) waar (...) men zingeving, deskundigheid, zorgzaamheid, respect, betrouwbaarheid en betrokkenheid hoog in het vaandel draagt.” Die mevrouw wijst erop dat volgens IDEWE acht op de tien medewerkers er graag hun job doen. Ik citeer haar opnieuw: “Wij maken werk van werkbaar werk, wij tillen onze medewerkers op, wij zetten in op vorming en deskundigheid. Het vinden van medewerkers is geen evidente opdracht. Toch slagen we er in mensen te vinden die met hun hart kiezen voor ouderenzorg (...).” Dat is geen bandwerk, met andere woorden. Dat is met hart en ziel werken voor diegenen die die zorg inderdaad in de laatste fase van hun leven nodig hebben.

Iemand anders schrijft me: “We worden niet gedreven door financiële motieven, maar zijn intrinsiek gedreven door de inhoud van onze job, door persoonlijke menselijke waarden.” Dat is de reden waarom die mensen daar werken, niet aan bandwerk doen, maar elke dag zorg dragen voor die mensen.

Ik zal nu concreet antwoorden op de vragen over de stijging van de dagprijzen. Er is een stijging van de dagprijzen, met 2,5 procent. Dat is, buiten de inflatie van 2 procent, waarop de pensioenen worden geïndexeerd, dus een stijging. Het is een beperkte stijging, maar het is inderdaad wel een stijging. Wij zijn daarover zeer transparant.

De kostprijs van de facturen baart ons natuurlijk zorgen. Daarom hebben wij het systeem ingevoerd. Ten eerste om de kostprijzen van de woonzorgcentra transparant, voor iedereen helder en duidelijk te maken. Dat is natuurlijk niet genoeg. Daarnaast hebben de mensen naast hun pensioen de Vlaamse sociale bescherming. Dat geldt in Vlaanderen althans; dat is niet het geval in andere regio’s in ons land. Er wordt 130 euro zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden gegeven. Daarbovenop komt nog het zorgbudget voor ouderen. 4 op de 10 van de 81.000 mensen waar collega Schryvers naar verwees, 31.000 mensen, maken vandaag al gebruik van dat zorgbudget. Het is nu net voor dat zorgbudget dat we een hervorming willen doorvoeren in de filosofie, zoals Katrien Schryvers heeft gezegd. Dat is omdat de facturen niet worden gemaakt op basis van zorgzwaarte maar op basis van ligdagprijzen. Dat moeten we aanpassen, want dat is niet correct. Dat is wat we zullen doen.

Daarnaast is er nog een andere maatregel genomen om ervoor te zorgen dat de kostprijs van de facturen in de toekomst en ook al vandaag wordt gemilderd. Dat is het infrastructuurforfait. Uitbaters kunnen daarvoor tot 5,15 euro per dag vragen. Dat bedrag wordt in korting gebracht op de vermindering van de factuur van de bewoner. Ongeveer vijfduizend woongelegenheden maken daar gebruik van.

Is de kostprijs nu betaalbaar? De kostprijs ligt hoog; dat gaat niet met het gemiddelde pensioen en dus moeten we daar maatregelen nemen. Langs de andere kant stel ik ook vast dat maar 7 procent van de mensen die in een woonzorgcentrum zitten, een beroep doet op steun van het OCMW. Dat moet ons er niet van weerhouden om meer te doen – de collega’s hebben daarnaar verwezen. We moeten nog meer doen om een duidelijk antwoord te geven op de vragen die rijzen bij mensen die zich, door hun financiële zorgen, afvragen of ze dat nog wel zullen kunnen betalen. Dat staat in het regeerakkoord en dat zullen we dus ook uitvoeren. We zullen via het al vermelde zorgbudget voor ouderen een extra tegemoetkoming, tot ongeveer 400 euro per maand, uitkeren aan meer bewoners met een laag inkomen die moeilijk die factuur kunnen betalen. Die middelen hebben we ook in onze meerjarenbegroting voorzien. Er is in totaal een 40 miljoen euro voor voorzien. Dat zullen we dus de komende jaren uitrollen.

Dan is er de vraag wat we gaan doen voor de kwaliteit van de commerciële woonzorgcentra. Voor iedereen gelden dezelfde regels: voor openbare, private en commerciële woonzorgcentra. Het onderzoek leert dat er niet zo’n groot verschil in kwaliteit is tussen de verschillende uitbaters. Wel zijn er meer commerciële uitbaters die onder een verhoogd toezicht staan. Dat bewijst alleen maar dat de inspectie werkt. Onlangs nog zijn private woonzorgcentra door de inspectie gesloten. Het mechanisme werkt dus. Dat is een goede zaak. Wie beantwoordt aan de kwaliteitscriteria, kan uitbaten. Tegen wie daar niet aan beantwoordt, moet worden opgetreden. Via het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg zetten we verder in op de ontwikkeling van de kwaliteitsindicatoren, die de zorgaanbieders moeten registreren. Die willen we in de toekomst ook verder transparant maken.

Een volgende maatregel die in het regeerakkoord staat en die we dus ook zullen uitvoeren, is dat we van een passieve openbaarheid, waarbij mensen verslagen kunnen opvragen, in de toekomst willen gaan naar een systeem van actieve openbaarheid, waarbij de mensen online kunnen terugvinden wat de rapporteringen daarover zeggen.

Ten slotte is in het regeerakkoord ook opgenomen dat we de boekhouding van de woonzorgcentra verder transparant zullen maken.

De kwaliteit van de zorg is een belangrijk punt, waar we ook verder aan willen werken. We werken daar samen met het Vlaams Instituut Gezond Leven. We zetten daarbij in op de kwaliteit van zorgen, en we vragen om het gebruik van medicijnen, mogelijke ondervoeding, valdetectie te bekijken. Daar hebben we maatregelen voor genomen en projecten opgezet. Op dit ogenblik doen 230 woonzorgcentra mee. We hebben de middelen uitgetrokken om 600 woonzorgcentra verder te begeleiden om die kwaliteit van zorg in de toekomst verder nog mee te versterken, want dat is absoluut noodzakelijk.

Ten slotte wil ik nog meegeven dat het niet alleen gaat over de betaalbaarheid en de kwaliteit, maar dat het ook over het personeel gaat, en over meer personeel. Ook daar hebben we de middelen voor voorzien: 100 miljoen euro zullen we deze legislatuur uittrekken om meer handen aan het bed te kunnen hebben, want de mensen zijn dat absoluut meer dan waard. Een grote uitdaging zal zijn om die mensen te vinden op een krappe arbeidsmarkt. Daar heb ik met collega Crevits al over gesproken, om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat in die toenemende krappe arbeidsmarkt de nodige mensen in de woonzorgcentra naar voren zullen komen. Maar daar is alleszins één zaak voor nodig, namelijk een positief klimaat rondom die woonzorgcentra, rondom de zorg die daar gegeven wordt. Er zijn meer dan 30.000 mensen die werken in de woonzorgcentra, als zorgkundige, als verpleegkundige, als directeur. Er zijn meer dan 15.000 mensen die daar ondersteunende diensten aan geven. Alles samen gaat het over een kleine 50.000 mensen die dat elke dag met hart en ziel willen doen. Deze mensen verdienen absoluut een pluim. 

Minister, u zei op een bepaald moment dat er meer nodig is. Er is inderdaad meer nodig: er is meer nodig dan wat u voorstelt en wat in uw beleidsnota staat. Ik zeg dat niet alleen, dat zegt bijvoorbeeld ook Zorgnet-Icuro. U gaat er niet voor zorgen dat het verschil dat er momenteel is tussen de pensioenen en de rusthuisfactuur weggewerkt zal worden. Dat moet toch het uitgangspunt zijn.

Minister, ik heb de indruk dat u ook een beetje probeert de problemen rond kwaliteit weg te nuanceren. Ik hoop dat u die artikels gelezen hebt. Het kan toch niet zijn dat er mensen zijn die heel hun leven gewerkt hebben en op hun oude dag moeten bedelen om een extra stukje kaas te krijgen, mensen met doorligwonden die niet de juiste verzorging krijgen. En er is niemand hier die dat op het personeel steekt, dat engagement van die mensen stelt niemand hier in twijfel. Maar het is uw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er voldoende mensen in de zorg zijn. Ik doe echt een oproep aan u: maak er snel werk van en zorg voor extra personeel in de zorg zodat die zorg op een juiste manier kan worden opgenomen. (Applaus bij sp.a)

Dank u wel, minister. Ik wil even inpikken op wat mijn collega van de PVDA daarnet gezegd heeft. Die heeft eigenlijk gezegd dat hij de commerciële spelers in de woonzorgsector niet hoeft. Wij zijn juist blij dat er keuze is, en ik weet dat het maatschappijmodel van de PVDA er eentje is waarbij de overheid de keuze voor u maakt, maar wij denken dat als er een gelijk speelveld is en dezelfde kwaliteitsregels voor iedereen gelden, de commerciële sector hier ook een rol te vervullen heeft.

Minister, mijn vraag aan u is concreet. Ik had u daarnet gevraagd hoe u net die verscherpte dagprijscontrole gaat uitvoeren. Daar heb ik nog geen antwoord op gehoord.

Ik heb een tweede vraag, minister: als u vandaag een oudere bent en uw huis verkoopt, hebt u nauwelijks kans om steun te krijgen van de overheid, dan komt u eigenlijk niet in aanmerking voor dat zorgbudget. Als u uw huis verhuurt, krijgt u wel zo’n budget. Minister, wanneer kunnen we erop rekenen dat die discriminatie ook zal worden weggewerkt? (Applaus bij de N-VA)

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Het is inderdaad een heel breed debat. We hebben het personeel, dat u laatst aanhaalde, we hebben de prijs en de kwaliteit: drie belangrijke elementen in het debat die zeker nog heel veel aan bod zullen komen, zeker ook in de commissie.

Maar het is inderdaad ook mogelijk om kwaliteit tegen een betaalbare prijs aan te bieden. Nieuw opgerichte zorgbedrijven doen daar heel wat verdienstelijk werk om daar op een innovatieve manier te werken. Ik denk dat het heel belangrijk is om deze zaken eens in kaart te brengen en dat ook breed te verspreiden. Als we de cijfers bekijken en luisteren naar uw antwoord, zien we ook wel dat er voor heel wat mensen dringend nood is aan een maximumfactuur voor de rusthuizen. Deze garandeert uiteraard de betaalbaarheid. Zelfs met de vele nuanceringen die gemaakt kunnen worden rond de pensioenen moeten we vaststellen dat we in België bij de laagste pensioenen van Europa zijn. U verwijst naar de onderhoudsplicht, dat slechts 7 procent door het OCMW toegelegd wordt, maar ik verwijs dan toch ook graag naar de onderhoudsplicht door de kinderen die voor heel wat gezinnen voor een zware last zorgt. Ik denk dat we die zeker niet mogen onderschatten. Ik zou dus ook een oproep willen doen om deze onderhoudsplicht af te schaffen.

Minister, ik dank u voor uw toelichting bij de verschillende maatregelen die u in de komende periode zult nemen. Ik denk dat dit de juiste keuzes zijn, want op die manier helpen we in eerste instantie de mensen die het meest kwetsbaar zijn en die de meeste moeite hebben om een kamer in een rusthuis of een woonzorgcentrum te betalen. Dat is natuurlijk iets helemaal anders dan een maximumfactuur, want dan betalen we met belastingmiddelen al de rest voor iedereen. Wij kiezen er alleszins voor in eerste instantie in te zetten op hen die het meest zorgbehoevend zijn.

We weten dat mensen vaak op zoek gaan. Vroeger waren er lange wachtlijsten, maar dat is nu anders in de woonzorgcentra. Mensen gaan op zoek en ze vergelijken. Ik heb gelezen over de Rusthuiswijzer, maar de vraag is natuurlijk of het altijd om correcte informatie gaat. Ik heb dan ook een bijkomende vraag. Op welke wijze zult u ervoor zorgen dat de mensen correcte informatie krijgen? U hebt verwezen naar de actieve openbaarheid waar ik in mijn vraag om uitleg om heb gevraagd. Dit is alleszins een belangrijke stap in die richting. De mensen moeten de juiste informatie krijgen over de zorg die ze zullen krijgen, over de kwaliteit en over de woonomstandigheden.

Mijnheer Parys, als ik u hoor, maak ik me grote zorgen. U bent blij dat er commerciële spelers in de zorg zijn. U bent blij dat we het mogelijk maken dat die commerciële spelers, multinationals, winst kunnen maken op de zorg voor onze ouderen. Het personeel van de woonzorgcentra werkt keihard. Zij lopen zich de benen onder het lijf, maar ze kunnen niet de zorg bieden die ze de ouderen willen bieden. Tegelijkertijd maakt hun firma winst en keert ze miljoenen euro’s winst uit aan de aandeelhouders. Dat zijn geen kleine kmo’s of kleine zelfstandigen. Dat zijn multinationals met een zetel in Parijs die hun aandeelhouders een winstmarge van 10 tot 15 procent garanderen.

Minister, de vraag is of in deze samenleving werkelijk op alles winst moet worden gemaakt. Kunnen we niet stellen dat de ouderenzorg de verantwoordelijkheid van de overheid is? Ondertussen zijn er meer commerciële rusthuizen dan openbare rusthuizen. Waarom investeert u niet in openbare, publieke woonzorgcentra die betaalbaar zijn en die kwaliteit bieden? Daarvoor moet u meer geld in personeel investeren, want er is meer volk op de vloer nodig. (Applaus bij de PVDA)

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Voorzitter, ik denk dat we het er allemaal over eens zijn. Wanneer iemand een heel leven heeft gewerkt en in een woonzorgcentrum terechtkomt, wil hij natuurlijk dat het effectief betaalbaar is. Er worden maatregelen genomen, maar we erkennen absoluut dat er een probleem is. Er is hier ook over de kwaliteit gesproken. Het is absoluut noodzakelijk dat er goede kwaliteit wordt geleverd, maar er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende types van organisatoren. Ik hoor de PVDA de commerciële sector hier schofferen. Het is allemaal een schande. Ik vind het verschrikkelijk dergelijke zaken te horen. Dat zijn mensen die we nodig hebben.

Mevrouw Vandecasteele, wat zult u doen? Wilt u alle commerciële rusthuizen op de schop? Wilt u die oudere mensen dan onder een brug stoppen? Wie zal al die rusthuisplaatsen betalen? Het is ongelooflijk hoe u bepaalde types kunt schofferen. Zorginspectie moet hoe dan ook onderzoeken of alle types op een gelijk speelveld dezelfde kwaliteit leveren. We hebben alle mensen nodig die voor een betaalbare en kwalitatieve zorg kunnen zorgen. (Applaus bij Open Vld en de N-VA)

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Voorzitter, ik volg het debat hier vanop de banken, maar wat me het meest stoort, is dat de bejaardenzorg vooral aan bod komt, als we een uitzending van Panorama hebben gezien of een dossier in de kranten hebben gelezen. Tussendoor blijft het heel erg stil en dat vind ik spijtig.

Minister, ik wil van u het engagement vragen om tijdens de eerstkomende commissievergaderingen met voorstellen te komen in verband met alle vragen die hier zijn gesteld, onder meer over het zorgbudget. We moeten die voorstellen dan bespreken, zodat we iets concreets kunnen doen.

Ik heb nog een tweede concrete vraag. U zegt: ik heb middelen voorzien voor bijkomend personeel. Maakt u dan ook werk van het optrekken van de personeelsnormen, want die zijn nu heel laag?

Minister Wouter Beke

Er zijn nog verschillende bijkomende vragen gesteld. Op de laatste vraag kan ik antwoorden dat de personeelsnorm een bovennorm is, een bovennorm van 13 procent, die men kan gebruiken om extra personeel in te zetten wanneer men dat nodig vindt.

Over de maximumfactuur heb ik hier wel bijzonder contradictorische zaken gehoord. Aan de ene kant zegt men van links en van rechts dat we een maximumfactuur moeten hebben. Aan de andere kant zegt men van de linkerkant: je moet de commerciële sector verbieden. Maar de invoering van een maximumfactuur is eigenlijk de subsidiëring van de commerciële sector, want daar liggen de prijzen het hoogst. Als u zegt: dit is de gap, en de rest zal de overheid dichten, dan zullen ze dat plezant vinden bij bijvoorbeeld Park Lane in Antwerpen, met hun 4800 euro. Die zullen dat plezant vinden, want dat betekent dan dat de overheid daar moet gaan bijdragen. Dat is inderdaad een slecht idee.

Een goed idee is wat wij gaan invoeren, namelijk het zorgbudget aanpassen, niet op basis van de zorgzwaarte, zoals het in het verleden was, maar op basis van de dagprijs, om iets te doen aan die 400 euro verschil, waarnaar Katrien Schryvers verwezen heeft. We zullen dat doen, samen met het zorgbudget van 130 euro en samen met de pensioenen én de controle op de prijzen – dat gaan we inderdaad verder moeten uitwerken, collega Parys, dat staat in het regeerakkoord, we gaan zien hoe we dat ook effectief kunnen doen – samen met het transparant maken van de boekhouding en ervoor zorgen dat er een gelijk speelveld is. We zullen dat doen, we zullen dat verder uitvoeren om ervoor te zorgen dat die zorggarantie voor de mensen op het einde van hun leven kan worden gegarandeerd.

U hebt ook nog de vraag gesteld over wat er gebeurt wanneer men zijn huis niet verkoopt. Ook daar hebben we in het regeerakkoord maatregelen over ingeschreven om het fictieve rendement van 6 procent naar beneden te trekken naar 3,5 procent, als ik me niet vergis. Dat zullen we dus ook verder uitvoeren om ervoor te zorgen dat de mensen daar niet met die fictieve rendementen worden geconfronteerd die vroeger misschien realistisch waren, maar aan de huidige inflatiecijfers absoluut niet meer beantwoorden aan de realiteit.

Collega De Martelaer, u zegt: daar wordt alleen over gesproken als er iets in de kranten staat. Neen, wij hadden de kranten niet nodig om in het regeerakkoord in te schrijven dat we 100 miljoen euro zullen uittrekken voor het personeel. We hadden de kranten absoluut niet nodig om te zeggen dat we aan die factuur verder moeten werken, zodat het verschil tussen het pensioen en de uiteindelijke kosten dichtgereden wordt met de Vlaamse sociale bescherming, die wij hier hebben uitgerold en die in de andere regio’s, collega’s, niet werd uitgerold.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord. Ik wil daar twee dingen over zeggen. Eerst over de prijs. Uiteraard hebben we wel een maximumfactuur nodig, zodat we ervoor kunnen zorgen dat niemand nog meer betaalt aan zijn rusthuisfactuur dan dat hij aan inkomen ontvangt. En natuurlijk moet dat gepaard gaan met prijscontroles, dat lijkt mij evident. Maar met de 400 euro die u voorstelt, gaan we er niet komen.

Wat de kwaliteit betreft, zou ik zeggen: lees de reeks van Het Nieuwsblad, maar ga vooral ook eens praten met mensen die elke dag in die zorg op de vloer staan. Dan ben ik ervan overtuigd dat er niemand in dit halfrond is die graag zijn oude dag op die manier zou willen doorbrengen. Het is onze verantwoordelijkheid, als politici in dit Vlaams Parlement, om ervoor te zorgen dat die zorg voor iedereen beter wordt. Dus, minister: zorg, en zorg snel, voor extra investeringen in personeel, zodat die mensen hun job goed kunnen doen en er ook opnieuw trots op kunnen zijn.

Minister, u hebt heel veel plannen en heel veel uitleg, maar de realiteit is dat CD&V nu al vijftien jaar op Welzijn zit. De uitdagingen in de sector zijn gigantisch. ‘Get things done’ (Applaus bij sp.a)

De heer Parys heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord. Wij passen inderdaad voor dat ‘fausse bonne idée’ dat ook ‘faux bons amis’ maakt, want ik zie hier dat sp.a, het VB en PVDA alle drie voor een maximumfactuur pleiten. Dat is toch wel opmerkelijk, dat we hier een linkse coalitie zien ontstaan rond een idee dat echt onzalig is.

Wij passen ten tweede ook voor het maatschappijmodel dat de PVDA hier komt verdedigen, namelijk om alle commerciële rusthuisspelers of zorgcentra-uitbaters effectief op de brandstapel te gooien. Wat gaan we dan doen met de mensen die daar vandaag hun oude dag slijten en dat meestal op een zeer aangename manier doen? Wij passen voor een Vlaanderen dat op het Venezuela van vandaag begint te lijken. Wij willen dat er keuze bestaat, dat er verschillen zijn en dat mensen zelf kunnen beslissen waar en bij wie ze hun oude dag willen slijten.

Minister, wij geloven in de recepten die in het regeerakkoord staan. Investeren in personeel, investeren in infrastructuur en investeren in een zorgbudget dat op individuele basis het verschil bijpast tussen een pensioen en de prijs van een woonzorgcentrum. (Applaus bij de N-VA)

Mijnheer Parys, een goed idee heeft meestal vele vaders en moeders. Wat dat betreft, is dat geen bizarre coalitie.

Wij vragen alvast dat de Vlaamse Regering zeker zorg en prioriteit geeft aan de noden van onze mensen, dat dat een nieuwe prioriteit is. Wij vragen, zoals dat in onze slogan mooi verwoord wordt: eerst onze mensen. Maak daar zeker uw prioriteit van. Zorg met uw collega’s aan de overkant van de straat voor het minimumpensioen van 1500 euro per maand. Voer een goed uitgewerkte maximumfactuur in. Dat is nodig. En schaf alstublieft die onderhoudsplicht voor die kinderen af. (Applaus bij het Vlaams Belang) 

Ja, wie oud is, niet meer thuis kan wonen en moet worden opgenomen in een woonzorgcentrum, moet er natuurlijk op kunnen rekenen dat dat kwalitatief en betaalbaar is. Die twee zaken zijn heel terechte speerpunten in dit Vlaams regeerakkoord. We hebben daar ook heel concrete maatregelen voor die kaderen in ‘meer handen in de zorg’ en betaalbaarheid van de zorg. Minister, maak daar kordaat verder werk van. (Applaus bij de meerderheid)

Zowel Open Vld en CD&V als de N-VA maken er geen probleem van dat er veel winst wordt gemaakt in de ouderenzorg, dat dat een ‘booming business’ is. Ik herhaal mijn vraag: is dat normaal? Dat is inderdaad echt niet mijn maatschappijmodel, dat men veel geld maakt ten koste van de ouderenzorg. Dat zeggen de mensen op het terrein ook. Zij werken keihard, terwijl er zoveel winst wordt geboekt. De commerciële woonzorgcentra besparen op personeel, er wordt minder personeel aangeworven. Men bespaart op pampers, op voeding. Dat is toch een probleem?!

We hebben die multinationals, die grote commerciële spelers, in onze ouderenzorg niet nodig, als we een sterke overheid hebben. Het is de verantwoordelijkheid van een sterke overheid om ook voor een sterke ouderenzorg te zorgen. (Applaus bij de PVDA)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.