U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 14 juni 2017, 14.00u

Voorzitter
De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, eergisteren voltrok zich in Appelterre een drama. Daarover hoeft hier, denk ik, niets méér te worden gezegd en past enkel ons diepste medeleven.

Minister, ik wil het met u wel hebben over de wijze waarop nagenoeg alle media over dit persoonlijk drama hebben bericht. Bijna alle media zijn daarbij flagrant ingegaan tegen afspraken – wij noemen ze mediarichtlijnen – die samen met de Vlaamse Raad voor Journalistiek (VRJ) en met de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) werden ontwikkeld. Deze richtlijnen hebben niet tot doel de berichtgeving over suïcide onmogelijk te maken, maar wel om de mogelijk nadelige gevolgen van die berichtgeving zo sterk mogelijk te beperken. Ik denk dat ieder redelijk mens, ieder journalist, achter die doelstelling zou moeten kunnen staan.

Toch stellen we vast dat gisteren werkelijk alle stoppen doorsloegen. Zodanig dat om elf uur in de voormiddag, na overleg met alle experten die op dat veld actief zijn, besloten werd om een oproep tot de media te richten om onmiddellijk alle verdere berichtgeving te stoppen, of om op zijn minst de berichtgeving aan te passen aan die mediarichtlijn. Helaas stelden we vast, ook vandaag in de gedrukte media, dat dit niet gebeurde. Ik weet niet of ik verontwaardigd moet zijn, verbijsterd of woest, misschien van dat alles een beetje tegelijkertijd.

Minister, wat was uw reactie op, en wat is uw actie na deze manifeste flagrante schending van de basisafspraken tussen en met journalisten over de manier van berichten over zelfdoding?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega, in Vlaanderen werken wij in de strijd tegen suïcide al een hele tijd met actieplannen. Onze regio heeft wat dat betreft zeer trieste cijfers. Elke suïcide is er één te veel, maar met dat plan proberen we toch dat aantal naar beneden te brengen. Al geruime tijd bestaan er in het kader van dat plan mediarichtlijnen die aangeven en adviseren hoe je over suïcide kunt rapporteren. Dat is belangrijk omdat we weten – niet instinctief maar uiteraard wetenschappelijk onderbouwd – dat er een geweldig risico is als het gaat over copycatgedrag. Als je zeer expliciet beschrijft hoe en wat, heb je het risico dat kwetsbare mensen daardoor getriggerd worden. Dat is uiteraard de reden waarom die richtlijnen bestaan.

Ik deel natuurlijk absoluut uw woorden van medeleven ten aanzien van de nabestaanden. Maar ik deel ook de mengeling van een aantal gevoelens, waaronder frustratie en toch ook wel voor een deel woede, over wat er gebeurd is. Wat er is gebeurd, is echt niet oké.

Wat u zegt, is juist: toen de eerste berichten verschenen, heeft ons Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) samen met de organisatie Zelfmoord1813 een persmededeling opgesteld en naar de redacties gestuurd, om te zeggen: ‘Alsjeblieft, let op met de manier waarop jullie daarover gaan rapporteren.’ Deze mededeling werd verstuurd naar de nationale en regionale media, naar de online media, naar de weekbladen. Zij werd in een blogbericht gezet op Zelfmoord1813, zij werd geretweet en getweet via verschillende organisaties. Het VLESP heeft contact gehad met een aantal belangrijke media, televisies en ook kranten. Daarbij is zeer uitdrukkelijk toelichting gegeven bij die richtlijn en werd er gewezen op het belang ervan. De mediawatch van de Werkgroep Verder, die alle berichtgeving screent, heeft ook onmiddellijk alle hoofdredacties verwittigd, contact opgenomen, feedback gegeven over wat er verscheen, en gevraagd om een en ander aan te passen. We hebben moeten vaststellen dat een aantal grote media die adviezen met de voeten hebben getreden, onder het mom van het zogenaamde maatschappelijke belang.

En ik durf nog meer zeggen, ik heb zelfs begrepen dat er één redactie is die expressis verbis zegt ‘dat men zich niet gehouden acht, dat men zijn eigen visie heeft op die zaken, dat er wel richtlijnen mogen bestaan, maar dat men zijn eigen gedacht zal doen ter zake’. Ik vind dat onvoorstelbaar.

Aan de andere kant, en dat is positief, waren er ook verschillende redacties die bevestigd hebben dat ze hun reportages en berichtgeving zouden aanpassen en de richtlijn zouden respecteren en die dat ook effectief gedaan hebben. Gelukkig zijn er ook die dat wel degelijk ernstig nemen.

Ik denk dat onze organisaties gedaan hebben wat ze moesten doen, en dat onze manier van reageren op deze gebeurtenissen correct is. Uiteraard zullen wij die betrokken redacties opnieuw uitnodigen voor een gesprek samen met het expertisecentrum en de Werkgroep Verder. We gaan daar ook de VVJ bij betrekken. Ik denk dat we moeten vernemen waarom men zo – soms zeer expliciet en bewust – tegen die richtlijn is ingegaan.

Ondertussen is een evaluatie bezig van de huidige werking van onze richtlijnen. We zijn aan het bekijken hoe we met de partnerorganisatie nog meer kunnen doen om de naleving ervan te stimuleren. We gaan uit dat overleg hopelijk ook nieuwe of hernieuwde werkafspraken kunnen maken.

Het spreekt vanzelf dat ik met minister Gatz hierover zal overleggen, aangezien hij bevoegd is voor media.

Ik had niet anders verwacht, minister, maar ik ben tevreden met uw ergernis, woede en engagement om een stap verder te zetten.

Ik denk dat we – en het zou wel eens de eerste keer kunnen zijn – eens terug moeten kijken naar de mogelijkheden in het actieplan Suïcidepreventie. Dat is namelijk dat bij een flagrante overtreding van de mediarichtlijnen – en u geeft zelfs het voorbeeld van een redactie die manifest weigert zich te confirmeren – een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek aangewezen is. Dus ik roep u op om dat te doen of te laten doen vanuit de organisaties, vanuit de expertisecentra. Ikzelf heb het in elk geval persoonlijk al gedaan. Ik neem dit niet.

De voorzitter

De heer Depoortere heeft het woord.

Ortwin Depoortere (Vlaams Belang)

Minister, voorzitter, ik sluit mij uiteraard aan bij de oproep die collega De Bruyn hier lanceert. Ik denk dat dat over alle partijgrenzen heen het geval zal zijn.

Er moet inderdaad meer terughoudendheid aan de dag worden gelegd in zulke situaties. De sensatiezucht van sommige kranten, radio en tv moet een halt worden toegeroepen. Dat kan alleen maar als die mediarichtlijnen – die bestaan maar zijn te vrijblijvend – een dwingender karakter krijgen. Nu moet men soelaas zoeken bij de indiening van een klacht. En dan maar hopen dat dat resultaat oplevert.

Ik roep u op om samen met minister Gatz die mediarichtlijnen te herbekijken en dwingender te maken zodat in de toekomst dergelijke zaken niet meer voorvallen.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, uiteraard wil ik namens mijn fractie aan de familie en nabestaanden ons diepste medeleven betuigen. Op onze beurt willen wij ons aansluiten bij het antwoord dat u hebt gegeven op de terechte vraag en bekommernissen van collega De Bruyn. Dergelijke richtlijnen en afspraken moeten worden nageleefd, zeker als het gaat over dergelijke kwetsbare mensen en precaire situaties.

Ik sluit mij namens mijn fractie aan bij de oproep van collega De Bruyn om niet enkel met de betrokken media terug aan tafel te gaan zitten – de evaluatie van de richtlijnen is aan de gang, de resultaten daarvan wachten we af – maar ook om verdere stappen te zetten en op basis van het dossier over te gaan tot een klacht.

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Minister, wij willen uiteraard ook vanuit onze fractie ons medeleven betuigen aan de getroffen familie en vrienden. De situatie is dat een jongen van 15 jaar zelfdoding heeft gepleegd en dat mensen met expertise vragen aan de media om dit niet te brengen omdat het risico te groot is dat andere jongeren copycatgedrag zouden stellen en ook zelfdoding zouden plegen. Delen van de media trekken zich daar niets van aan. Er bestaan mediarichtlijnen, maar het kan hun eigenlijk niets schelen. Gelukkig zijn er wel anderen, zoals Bart Schols bijvoorbeeld, die die wel volgen en de ‘clicks’ niet achterna lopen.

Minister, Vlaanderen is recordhouder van zelfdoding bij jongeren. Anders dan in andere landen haalt u dit cijfer helaas niet naar beneden. De media zouden onze bondgenoten moeten zijn in de sensibilisering rond zelfdoding. Helaas zien we vandaag dat ze nog te vaak een obstakel daarbij zijn. Mijn vraag is: wat kan er concreet gebeuren om te vermijden dat de media dezelfde fout opnieuw gaan maken? Moeten we als parlement met de Raad voor de Journalistiek, met mensen zoals Bart Schols, niet dringend aan tafel?

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, uiteraard zullen wij met de Vlaamse Vereniging van Journalisten het contact leggen. Dat spreekt voor zich. Zij zullen hier ook in moeten tussenkomen.

Om de brede groep van mediaspelers te overtuigen van het feit dat het echt niet kan om dit soort mediarichtlijnen naast zich neer te leggen, moeten we er alvast voor zorgen dat er een heel eenduidige stem is vanuit de publieke opinie en vanuit het parlement om te zeggen dat dit gewoon niet kan. Dat draagvlak moeten we maken. We moeten dat duidelijk formuleren en luidop blijven verkondigen. Degenen die denken dat dat allemaal maar spielerei is, moeten we er echt op wijzen dat dit echt niet door de beugel kan.

We hebben een tijd geleden in de commissie een debat gehad over Netflix en alles wat je via het internet kunt bekijken. Ook toen was er in het parlement grote verontwaardiging en zelfs de ambitie om het Amerikaanse Netflix te overtuigen om dat te doen met de nodige duiding. Nu gaat het over eigen Vlaamse media. We moeten met zijn allen heel duidelijk maken dat we dit niet accepteren. We zullen dat overleg hebben, maar ik zal dat doen op een wijze die in de welzijnssector goed bekend is, met de nodige aanklampendheid, zoals we dat dan noemen, want we moeten nu nog eens heel duidelijk maken dat men er op die manier niet van af zal geraken.

De mediarichtlijnen en de evaluatie ervan zijn gewoon belangrijk. Wij krijgen dat dramatische cijfer niet naar beneden als we niet in heel de samenleving de schouders daar mee onder kunnen zetten. In die zin is het triest en zijn we op dit moment echt wel gefrustreerd, maar we gaan het gesprek voeren en kijken hoe we een stap verder kunnen zetten. (Applaus)

Ik merk enige aarzeling bij de minister wat betreft het formeel indienen van een klacht. Ik wil daar respect voor hebben. Ik denk in ieder geval dat dat aangewezen is, maar ik wil eindigen met een hoopvolle noot. Ik weet dat gisteren, vandaag en ook alle volgende dagen van deze week, deze maand en ga zo maar verder, in Vlaanderen zowel experten-professionals als experten-vrijwilligers zich inzetten om het leed van suïcide, het leed van personen die worstelen met zelfdodingsgedachten, te verzachten. Ik weet dat zij zich niet laten ontmoedigen door het wangedrag van enkele journalisten, zoals we dat de voorbije dagen hebben gezien. Ik wens hen daarvoor nadrukkelijk te danken en hulde te brengen. (Applaus)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.