U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, een paar dagen geleden maakte staatssecretaris Francken bekend dat er dertig asielcentra zouden sluiten, goed voor tienduizend plaatsen. Daar zijn driehonderd plaatsen bij voor niet-begeleide minderjarigen. Er zijn vier centra specifiek voor niet-begeleide minderjarigen die zouden sluiten: Dendermonde, Deinze, Overijse en Knesselare. Die centra waren van die sluiting niet op de hoogte gebracht. Die weten ook niet wanneer ze moeten sluiten.

Het gevolg is dat die kinderen – en in bepaalde centra zijn het er 110 – van 13, 14, 15 jaar die hier zijn zonder hun ouders, niet weten waar ze volgend jaar naar school zullen kunnen gaan. Die centra weten ook niet waar ze die kinderen moeten inschrijven. Moeten ze die kinderen inschrijven in de school waar ze nu schoollopen? Moeten ze die kinderen in een andere inschrijven? Maar dan weten ze nog niet waar! Voor die kinderen heerst dus de grootste onzekerheid. En deze voormiddag hoorden we nog in een hoorzitting dat Fedasil 36 procent van hen als ‘zeer kwetsbaar’ bestempelt. Dat wil zeggen: getraumatiseerd, psychiatrische problemen. Van die kinderen gaan we dus op het einde van het schooljaar zeggen dat we niet weten waar ze naar school zullen kunnen gaan.

Minister, dat zijn de niet-begeleide minderjarigen. Maar het gaat ook over een hoop kinderen die hier wel zijn met hun gezin, die hier een tijdje school hebben gelopen, voor wie onze scholen en leerkrachten – zoals u weet, minister – ontzettend veel inspanningen hebben gedaan, om die kinderen door middel van nieuw opgerichte OKAN-klasjes (onthaalonderwijs voor anderstalige kinderen), van containerklassen die ze op school bij hebben gezet, een plek te geven en rust te geven. Ook die weten niet meer waar ze naar school kunnen gaan.

Minister, wat gaat u daaraan doen, want dat zijn toch toestanden die wij absoluut niet kunnen dulden?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, de Federale Regering en de staatssecretaris hebben vorige week inderdaad gecommuniceerd dat een aantal collectieve voorzieningen zouden sluiten.

Ik zet eerst een aantal principes op een rijtje.

We hebben in het parlement al een aantal keren gedebatteerd over het feit dat kinderen en gezinnen niet thuishoren in grote collectieve centra. We moeten alles doen wat we kunnen om ervoor te zorgen dat gezinnen ofwel zo snel mogelijk naar lokale opvanginitiatieven kunnen gaan, ofwel dat kinderen die hier zonder hun ouders aankomen, een plaats kunnen vinden in een gastgezin of elders.

Die sluiting werd plots gecommuniceerd. Ik heb niets aan het toeval overgelaten. Twee dagen later zaten wij al samen met de staatssecretaris om een aantal zorgen te uiten. De eerste zorg was dat dit alstublieft niet in dit lopende schooljaar kon worden gedaan. Die afspraak werd onmiddellijk gemaakt: evident niet in het lopende schooljaar. Ten tweede is het ook van belang om te weten – zeker als het gaat om niet-begeleide minderjarigen – dat zij toch zo veel mogelijk een traject zouden kunnen volgen dat aansluit bij wat ze al gedaan hebben. Mevrouw Meuleman, nogmaals: als we de keuze moeten maken tussen de kans geven aan kinderen om in een gastgezin te verblijven of in een groot collectief centrum, dan zult u met mij de eerste keuze maken. De vraag is dus gesteld om een zeer zorgzaam transitietraject op te zetten, zeker voor de kinderen die hier zonder ouders of zonder familieleden zijn. Dat engagement is opgenomen. Men is nu aan het bekijken op welke manier men ermee kan omgaan. Er zijn natuurlijk een aantal centra in ons land geopend met de duidelijke expliciete veronderstelling dat ze tijdelijk zouden zijn.

Op het ogenblik dat je voelt dat we die capaciteit niet meer nodig hebben, moeten we maximaal zoeken naar structurele oplossingen voor mensen, wat we nu ook zullen doen. Ik heb twee dagen geleden alle onderwijskoepels en ook Fedasil en het kabinet van de staatssecretaris bij mij op overleg gehad. Er zijn ondertussen dus al twee overlegmomenten geweest en er zijn ook afspraken gemaakt om zeer zorgvuldig om te gaan met alles wat sluitingen en kinderen aangaat. U weet wellicht dat we de vervolgcoachregeling volledig hebben aangepast zodat scholen ook in de komende jaren op een goede wijze ondersteuning kunnen krijgen. Het is nu zaak om over wat beslist is een cadans te volgen op maat van kinderen, en zeker van die kinderen die hier helemaal ontheemd en zonder familie aangekomen zijn.

Minister, het gaat om 300 niet-begeleide jongeren in die asielcentra en voor hen moet een pleeggezin worden gezocht. Nu zijn er vier kinderen in pleeggezinnen. Er zullen wel wat plaatsen bijkomen, ik heb mij laten vertellen dat er 36 nieuwe matches gevonden zijn. Er zitten ongeveer 40 kinderen in begeleid wonen en 18 in residentiële centra. Als we de som maken: 300 kinderen, 18 en 40 hebben onderdak en er zijn 36 pleeggezinnen, zitten we dus lang nog niet aan het aantal dat we moeten hebben om voor opvang te zorgen. Volgens berekeningen zouden er van die 300 150 een plaats vinden in Vlaanderen, maar zouden er 150 naar Wallonië moeten omdat de heer Francken vindt dat de inspanningen tussen Wallonië en Vlaanderen niet eerlijk verdeeld zijn. Die kinderen, die hier dus gedurende een halfjaar of een aantal maanden Nederlands geleerd hebben in OKAN-klasjes (Onthaalklas Anderstalige Nieuwkomers), zullen nu dus naar Wallonië moeten gaan om daar opnieuw in een andere taal te moeten beginnen. Ik hoop, minister, – maar ik heb dat vernomen uit zeer betrouwbare bron en uit overleg dat met u heeft plaatsgehad – dat dit absoluut niet het geval zal zijn, want dat lijkt mij een compleet verkeerde beslissing.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wij hebben deze voormiddag dienaangaande een zeer interessante hoorzitting gehad; collega Meuleman, u was daar ook een tijdje aanwezig.

Vooreerst denk ik dat het inderdaad heel belangrijk is om een continuüm te hebben, maar we mogen ook niet ontkennen dat wanneer grote asielcentra hun rol vervuld hebben, ze ook gesloten worden. Wat het onderwijscontinuüm betreft, mogen we ook niet doen alsof tijdens het schooljaar van school veranderen problematisch is. Ik weet dat dit een gevoelige materie is, maar er zijn heel wat kinderen die in een gewone situatie ook tijdens een schooljaar van school veranderen, wegens verhuizingen of dies meer.

Voorzitter, we mogen ook niet vergeten dat dit problemen schept voor deze kinderen als ze niet begeleid zijn, we hebben daarstraks de aantallen gehoord. Mevrouw Meuleman, u doet een oproep naar meer mensen die deze pleegzorg op zich zullen en willen nemen, zodat die begeleiding er is.

Minister, ik wil u vragen het pad te blijven bewandelen. Ik weet dat de omzendbrief van de staatssecretaris dit jaar gewijzigd is om een zicht te hebben op die schoolgaande kinderen. Ik hoop dat op deze manier kan worden voortgewerkt en ik denk dat we op goede weg zijn.

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, collega van Dijck heeft juist ook gezegd dat we deze voormiddag een heel interessante hoorzitting hebben gehad, met drie commissies samen, omdat de problematiek van kinderen zonder papieren en kinderen op de vlucht niet beperkt is tot het onderwijs alleen, ook welzijn, jeugd en vrije tijd zijn hier bij betrokken. Daarom hebben de drie commissies samen deze hoorzitting gehouden vanochtend. De verschillende aanwezigen bij die hoorzitting hebben heel duidelijk gezegd dat het ontzettend belangrijk is om vanuit de verschillende beleidsdomeinen een veel betere communicatie te voeren over wat scholen kunnen verwachten met betrekking tot kinderen. Onze leerkrachten doen enorme inspanningen om die kinderen te integreren, om hen de taal te leren. Ze bereiken zeer mooie resultaten maar ze worden nauwelijks of niet geïnformeerd over het traject dat kinderen afleggen, het statuut waarin ze zich bevinden. Ze zijn echt vragende partij om een goede ontwikkeling en begeleiding van kinderen in de toekomst te verbeteren. Vandaar de vraag om dat zeker te blijven opnemen, niet alleen nu met betrekking tot de asielcentra, maar voor alle kinderen.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Ik hoop dat effectief alle fracties en alle collega’s de mening delen dat kinderen, van vluchtelingen of niet, begeleid of niet, geen gewichtjes zijn op een Belgische weegschaal.

Als er aan de ene kant te weinig gewicht is, moeten ze maar naar de andere kant worden verschoven. Daarom was ik zeer blij dat de collega’s van de N-VA in de commissie vanochtend zeer duidelijk waren en dat zij bericht hadden gekregen, vermoedelijk van het kabinet-Francken, dat het niet zou kloppen dat alle, of een groot deel van de kinderen die in Vlaanderen naar school zijn geweest, plots moeten verhuizen naar een regio waar een andere landstaal wordt gesproken. Ik hoop dat ofwel onze minister, ofwel de collega’s van de N-VA-fractie ons daarover de komende dagen op de hoogte houden. Een dergelijke verhuis zou inderdaad het onderwijstraject, waarvoor heel veel leerkrachten en ook de kinderen zelf inspanningen hebben gedaan, geheel of gedeeltelijk tenietdoen.

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Eén ding kwam in de hoorzitting van vanochtend heel duidelijk naar voren, namelijk dat onderwijs het recht is van ieder kind, ongeacht of het papieren heeft of niet.

We hebben vanochtend ook schrijnende verhalen gehoord van kinderen die niet mee kunnen op buitenlandse schoolreis omdat ze geen papieren hebben, en kinderen die niet meer kunnen voetballen omdat ze geen kids-ID hebben.

De kinderrechtencommissaris gaf ook het advies initiatieven te nemen om kinderen en jongeren op de vlucht de band met de taal en de cultuur van hun land te laten behouden. De kinderrechtencommissaris heeft dat voorstel een tijdje geleden gedaan, maar intussen is er niets meer over vernomen. Hebt u daar al meer informatie over, minister?

Minister Hilde Crevits

Ik stel vast dat een actuele vraag van mevrouw Meuleman over de beslissing van staatssecretaris Francken om de asielcentra te sluiten, plots uitmondt in de heel brede vraag of kinderen de taal en de cultuur van hun land kunnen behouden. We zijn hier bij de actuele vragen, en ik zal me in mijn antwoord ook tot die actuele vraag beperken.

Ik vind het een goede zaak als tijdelijke collectieve centra op een bepaald moment kunnen sluiten. Kunnen sluiten, mevrouw Meuleman, betekent natuurlijk dat we weten dat er een oplossing is voor de niet-begeleide minderjarigen op het moment van de sluiting. Die oplossing kan er voor mij niet in bestaan dat ze gewoon moeten verhuizen naar het andere landsgedeelte, zeker niet als ze een OKAN-traject hebben gevolgd. We hebben dat ook met de staatssecretaris besproken en hem gevraagd te zorgen voor een heel zorgzaam transitietraject voor de niet-begeleide minderjarigen. We hebben hem gevraagd deze jongeren bij voorkeur in Vlaanderen te houden als ze hier in Vlaanderen al les hebben gevolgd. Dat is ook zo bevestigd en de planning wordt nu gemaakt. Dat betekent dat er nu wordt gekeken waar de jongeren naartoe kunnen, hoe de structurele opvang kan worden verzorgd en hoe ervoor kan worden gezorgd dat ze maximaal in dezelfde regio school kunnen lopen.

U hebt een punt, mijnheer Van Dijck, dat van school veranderen tijdens het schooljaar geen probleem hoeft te zijn, maar het gaat hier in een aantal gevallen wel over jongeren die wellicht ook getraumatiseerd en zonder moeder of vader hier zijn aangekomen en nu misschien een beetje stabiliteit hebben gevonden. We moeten toch zorgvuldig proberen die stabiliteit maximaal te verankeren. Ik ben niet helemaal zeker dat een collectief centrum daarvoor het beste is. Het lijkt me logisch dat een gezin of een kleine groep jongeren samen het beste is, maar dat wordt nagegaan, en het kabinet draagt daar zorg voor.

Mevrouw Helsen, ik begrijp dat u zegt dat leerkrachten goed geïnformeerd willen worden. Zodra deze uitdaging op ons afkwam, heb ik als minister van Onderwijs alle spelers op mijn kabinet geroepen. We komen elke twee maanden samen met de onderwijskoepels en met de begeleiding – uiteraard niet met alle leerkrachten van Vlaanderen – en zij krijgen alle info. Ook de staatssecretaris werkt zeer goed mee om goed te informeren over de vluchtelingenstroom, maar op sommige zaken krijgen we moeilijk vat. Ik denk bijvoorbeeld aan de scholingsgraad van de kinderen. Wanneer ze in scholen aankomen, weten we dat ze geen Nederlands kennen, maar weten we weinig over de voorgeschiedenis van het kind, de familie waarin het is opgegroeid. Wellicht kan daaraan iets verbeteren aan de bron, maar wat we niet weten, kunnen we niet doorgeven.

Iets totaal anders is de vraag hoe we omgaan met kinderen die hier al vele jaren lang zonder papieren zijn. Mevrouw Soens heeft er ook naar verwezen. Wat kunnen leerkrachten wel en wat niet? Daarover heb ik ook al een paar keer overleg gehad met de staatssecretaris om ook de betreffende omzendbrief nog wat duidelijker te maken. Hoelang kunnen die kinderen hun schoolcarrière voortzetten? Ook daarover zijn we in overleg.

Mevrouw Meuleman, uw vraag ging over zorgzaamheid. Ik deel een pak van uw zorgen. Ik vind wel dat we collectieve centra moeten kunnen sluiten, zeker als ze tijdelijk waren, maar, als het over jongeren gaat die hier zonder familie zijn, moeten we er vooral voor zorgen dat ze kansen krijgen om hier wortel te schieten. Wortel schieten gaat natuurlijk het best in een zorgzame omgeving. Dat lukt niet als je om de haverklap van plaats moet veranderen. Ik zie daar mee op toe. Ik ben ervan overtuigd dat bij collega Francken diezelfde zorg aanwezig is en dat hij daar op een verantwoorde wijze mee zal omgaan. Wij zullen mee ondersteuning bieden waar dat kan.

Minister, ik ben daar niet helemaal van overtuigd. Ja, we moeten kinderen opvangen, in gezinnen als dat kan, maar deze driehonderd kinderen hebben nog geen plaats op dit moment. De asielcentra vroegen wat ze moesten doen, of ze die kinderen moesten inschrijven in de school waar die kinderen nu naartoe gaan. Mijnheer Francken heeft daarop ja geantwoord en gezegd dat ze dan in de loop van het schooljaar nog altijd van school kunnen veranderen. Het Kinderrechtencommissariaat, Zonderwijs, de onderwijskoepels vragen om dat niet te doen met die kinderen. 36 procent van hen is kwetsbaar. Laat kinderen die een schooljaar begonnen zijn, op zijn minst hun schooljaar afmaken. Dat engagement bent u aangegaan. U zei dat u dat belangrijk vond. Deze beslissing gaat daar regelrecht tegenin. Het laatste overleg daarover, blijkbaar met het kabinet-Francken, om er toch ten minste voor te zorgen dat kinderen een schooljaar kunnen afmaken, is van vorig jaar. Dan bent u, niet eensgezind, uiteengegaan. Er is nog steeds geen oplossing. U hebt dat een jaar geleden beloofd. Ik vind het zeer belangrijk dat de kinderen die zo kwetsbaar zijn, op zijn minst hun schooljaar mogen afmaken, en als ze hier langer geworteld zijn, ook hun schoolcarrière. Daar moet u naar streven. Daarin zijn nog geen stappen vooruitgezet, zoals we vanmorgen nog hebben gehoord van het GO!. Daar moet een oplossing voor komen. Ik hoop dat die er nu snel komt.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.