U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest telt naast een regionaal, communautair en bicommunautair bestuur ook nog negentien lokale besturen. Al die besturen ontwikkelen beleidsacties. U voert uw beleid uit in Brussel, maar ook die lokale negentien gemeenten voeren een beleid op maat van hun inwoners. Vanzelfsprekend bevinden zich in het pakket van bevoegdheden een aantal elementen die een rechtstreekse impact hebben op het leven en welzijn van de bewoners, op hun wijk, straat of buurt. Dat gemeentelijk bestuur is tot nader order het nabijheidsbestuur bij uitstek van elke Brusselaar. Iedereen kent de argumentatie van 'la proximité', die zeker voor de Franstalige Brusselaars van enorm belang is. We stellen als Brusselse Vlaming echter al jaren vast dat in dat beleid van die negentien lokale Brusselse besturen blijkbaar niet iedereen gelijk is. Er is een ongelijke behandeling, ik zou zelfs durven zeggen een vorm van discriminatie, taaldiscriminatie, ten aanzien van Nederlandstaligen, ten aanzien van Vlamingen in de hoofdstad, niet alleen van de pendelaars maar ook zelfs van de Vlaamse inwoners van Brussel.

We hebben reeds gesproken over de gebrekkige tweetaligheid bij de gemeentelijke diensten en OCMW’s. Zo is me het feit bekend van een Nederlandstalige die niet geholpen kon worden op een OCMW-dienst. Er waren zelfs geen documenten in het Nederlands beschikbaar om een aanvraag in te dienen, hoewel dit uiteraard wettelijk verplicht is. Daarnaast zijn er een heel aantal andere beleidsdomeinen waar die ongelijke behandeling, die discriminatie, vaak subtieler terug te vinden is. Ik vind het dan ook opmerkelijk dat men, op het ogenblik dat we strijden tegen de ongelijke behandeling en discriminatie, de ogen sluit voor dit aspect. Zo stellen we vast dat heel wat lokale besturen jeugd- en sportactiviteiten ontwikkelen, uitsluitend in het Frans. Gemeentelijke scholen worden georganiseerd maar ook daar is er vaak enkel aandacht voor het Franstalig onderwijs. We zien maar al te vaak dat het Nederlands en Vlaamse jongeren in Brussel stiefmoederlijk worden behandeld: vele Vlaamse jeugdbewegingen of organisaties klagen vaak over het moeilijke contact met de lokale besturen om bepaalde zaken te organiseren of aan te kaarten en worden niet altijd op een gelijke manier behandeld door de administratie.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) treedt uiteraard op als lokale actor van het Vlaams Gemeenschapsbeleid in Brussel en doet zeker enorm veel inspanningen. Men hanteert er een bijzonder open houding naar initiatieven vanuit de gemeenten.

Maar het is en blijft een moeilijke klus om de gemeenten tot actie voor hun Vlaamse Gemeenschap te bewegen. Ik verwijs naar de strijd die in het verleden is gevoerd om in elke Brusselse gemeente een Nederlandstalige bibliotheek te krijgen. Ik weet dat dat is opgelost, maar dat was geen evidentie. Er was geregeld een blokkering van de lokale besturen, terwijl Vlaanderen bereid was om heel wat kosten op zich te nemen, ik denk aan de personeelskosten.

We hebben al vaak uw signaal- en brugfunctie als Vlaams minister van Brussel hier aangehaald. U moet niet alleen de belangen van de Brusselse Vlamingen in onze hoofdstad verdedigen, maar u kunt ook optreden als katalysator naar andere overheden toe om hen tot meer en een opener beleid ten aanzien van de Vlamingen te bewegen. Rechtstreekse actie ten aanzien van de Brusselse lokale besturen is zeker een element uit uw mogelijk arsenaal in deze materie, gelet op uw brugfunctie. Ik denk hierbij aan een soort ‘ronde van Brussel’. Ik doe hierbij een constructief voorstel. We kennen allemaal de Ronde van Vlaanderen, maar ik heb het over een politieke ronde van Brussel vanuit Vlaanderen en vanuit de Vlaamse Regering, waarbij u rechtstreeks in dialoog gaat met de lokale besturen om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de situatie en vooral het leven en welzijn van de Vlaamse Brusselaars te kunnen verbeteren, niet alleen door bijkomende gemeentelijke actie maar ook door eventuele gezamenlijke initiatieven ten bate van de Brusselaars en heel specifiek de Brusselse Vlamingen.

Minister, ik verwijs eigenlijk naar het initiatief dat u vorig jaar al eens genomen hebt rond speelpleinwerking. Ik herinner me dat u samen met uw collega minister Somers toevallig in mijn gemeente Ganshoren aanwezig was bij de heropening van de speelpleinen in deze gemeente. Dergelijke acties geven niet alleen blijk van een duidelijk engagement van de Vlaamse Regering in de hoofdstad, maar kunnen ook de samenwerking tussen de Brusselse lokale besturen, de Vlaamse Gemeenschap, en ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) als lokale actor verstevigen en verder structureel verankeren.

Minister, hebt u reeds bijkomende acties ondernomen in het kader van uw brugfunctie naar de Brusselse lokale besturen toe sinds de start van deze legislatuur? Hoe zult u de rechtstreekse dialoog tussen uzelf en de lokale besturen in Brussel de komende jaren trachten te versterken, uiteraard binnen uw bevoegdheid? Uiteraard kunnen er bepaalde thema's ter sprake komen, ik denk aan het thema van de tweetalige dienstverlening, dat mevrouw Tavernier net heeft aangehaald. Hoe staat u tegenover het constructief voorstel van een ‘ronde van Brussel’ dat ik heb geschetst? Hoe evalueert u de rol die de VGC in de dialoog met de Brusselse lokale besturen vandaag opneemt? Ziet u ruimte tot verbetering en hoe ziet u dit in verhouding met de eigen inspanningen van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel?

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Dank u, voorzitter Slootmans, een historisch moment. Dank u, collega Vanlouwe, voor de vraag. Ik heb gemerkt dat er toch een belangrijk onderscheid was tussen uw schriftelijk ingediende vraag en uw mondelinge toelichting. Ik dacht al dat u aan het afdwalen was op het vlak van uw Vlaamse uitgangspunten. Ik heb gelezen dat u het had over de Vlaamse Brusselaar, maar u hebt dat rechtgezet in uw mondelinge toelichting en over Brusselse Vlamingen gesproken. Ik ben blij dat er nog zekerheden zijn in het leven.

Alle gekheid op een stokje, zoals ik al eerder toelichtte in deze commissie, deel ik het standpunt dat het zinvol kan zijn om de Nederlandstalige mandatarissen in Brussel samen te brengen om de dialoog en de samenwerking met het lokale niveau in Brussel te versterken.

Het is trouwens ook een opportuniteit om hen tijdig te betrekken bij concrete projecten en investeringen vanuit de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. In de bestuursakkoorden en de beleidsnota’s van de VGC en de Vlaamse Gemeenschap wordt de wil en het engagement tot verbinden en samenwerken met de Brusselse gemeenten ook expliciet opgenomen. Zowel het VGC-College als de Vlaamse Regering wil de dialoog met de lokale besturen versterken.

Wat betreft uw eerste vraag: vanuit die gedeelde ambitie en in samenspraak met VGC-Collegevoorzitter Van den Brandt is er gekozen om voor het overleg met de lokale besturen gebruik te maken van de bestaande overlegfora. In juli berichtte ik u al over het gemeenschappelijk schrijven dat we gericht hebben aan de Conferentie van Vlaamse schepenen en OCMW-voorzitters om een positieve samenwerking uit te bouwen met de Conferentie en hen te informeren over belangrijke en interessante beleidsacties van de Vlaamse Gemeenschap. Dat is sindsdien ook gebeurd. Ik geef enkele voorbeelden daarvan.

Eind oktober heb ik de Conferentie geïnformeerd over de projectoproep ‘Verbindingsambassadeurs voor het jeugdwerk’. Dat is een projectenoproep samen met collega Somers. De Brusselse gemeenten konden hierop intekenen in het kader van hun jeugdbeleid en samenwerking met het Nederlandstalige jeugdwerk. De gemeente Anderlecht diende samen met Groep INTRO een succesvol dossier in.

Nog een voorbeeld: begin november 2020 heb ik de Conferentie geïnformeerd over de uitbreiding van de zogenaamde Vlaams controletoren, een online Zorgatlas die per gemeente toont waar patiënten met COVID-19 zich bevinden tot op het niveau van de statistische sector.

Een ander voorbeeld: de Brusselse schepenen bevoegd voor de jeugd werden de voorbije periode ook uitgenodigd op overlegmomenten die ik organiseer met alle jeugdschepenen, de Vlaamse en de Brusselse.

We ambieerden ook een eerste gesprek met de voltallige Conferentie in 2020, maar uiteindelijk beschouwde de Conferentie begin 2021 als een beter geschikt moment. Nog deze maand zal ik samen met het VGC-College een gesprek hebben met de leden van de Conferentie.

Als laatste voorbeeld: in januari 2021, bij de start van de campagne om de dienstverlening van het Steunpunt Taalwetwijzer bekend te maken bij de Brusselaar, heb ik een verzoek gestuurd naar alle zogenaamde ‘Vlaamse ambassadeurs’. Ik vroeg de VGC-Collegeleden en hun administratie, de Vlaamse volksvertegenwoordigers in het Brussels Parlement, de Nederlandstalige schepenen en OCMW-voorzitters, maar ook de gemeente- en OCMW-raadsleden om het Steunpunt Taalwetwijzer te helpen bekendmaken. Ik denk dat daar ook een redelijk mooi gevolg aan gegeven is.

Als antwoord op de tweede vraag: natuurlijk is het bedoeling om op deze ingeslagen weg verder te gaan. Dat die weg tot resultaten leidt, mag bijvoorbeeld blijken uit het goedgekeurde project ‘Verbindingsambassadeurs voor het jeugdwerk’ van de gemeente Anderlecht, maar ook uit het feit dat mijn kabinet regelmatig vragen tot advies of doorverwijzing van ambtenaren van Brusselse gemeenten ontvangt en beantwoordt. Maar ook uw eigen initiatief, collega Vanlouwe, om de bijkomende folders Taalwetwijzer van de gemeente Ganshoren aan te bieden, is een mooi voorbeeld, dat ook navolging zal verdienen in andere gemeenten

In uw derde vraag rond het idee van de Ronde van Brussel, verwijst u naar de Ronde van Vlaanderen. Dat vind ik een zeer aantrekkelijk precedent. Waarom geen Ronde van Brussel, maar dan echt in de koers, collega Vanlouwe? Ik weet dat u dat ook graag doet, het is misschien een idee. Uiteraard is uw idee hier om een politiek overleg te organiseren. Hiervoor kan ik verwijzen naar het antwoord dat ik in juli vorig jaar heb gegeven. Daarin gaf ik aan dat ik ervoor opensta om alle mandatarissen te ontmoeten en samen te brengen. Ik denk wel dat het belangrijk is om ons goed te beraden over de doelstelling. Er moet uiteraard een meerwaarde zijn, zonder een nieuw praatoverleg te institutionaliseren. Mijn focus ligt in die zin op de zaken die ik schetste bij aanvang van mijn antwoord.

Vandaag is de situatie in de Brusselse gemeenten natuurlijk zeker nog niet ideaal, maar inzake Vlaamse gemeentelijke voorzieningen in Brussel is de situatie de voorbije twintig jaren wel verbeterd. De Vlamingen en Nederlandstaligen vormen een dynamische groep binnen de Brusselse samenleving, en dat wordt in de meeste gemeenten ook op een positieve manier geïntegreerd in het beleid.

Tot slot, uw laatste vraag over de VGC: vanuit het subsidiariteitsbeginsel en het beginsel van behoorlijk bestuur die deze Vlaamse Regering erg belangrijk vindt, lijkt het me logisch dat de VGC het voortouw kan nemen in de dialoog met de Brusselse lokale besturen. Zij staat het dichtst bij de Brusselse gemeentebesturen en kan ook als brug fungeren tussen de Vlaamse overheid en de lokale besturen. Dat is ook de reden waarom ik in dezen de initiatieven neem samen met de VGC.

Er zijn al verschillende initiatieven genomen door de VGC.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw uitvoerig antwoord.

Het klopt dat er al wel wat initiatieven genomen zijn, die ik ten zeerste apprecieer. Ik heb er u onder andere bij ontvangst van de Taalwetwijzer meteen op gewezen dat het inderdaad een zeer goed initiatief is om de Vlaamse mandatarissen in Brussel erop te wijzen dat er vanuit de Vlaamse overheid richtlijnen zijn en bijstand wordt gegeven wanneer er een problematiek is met betrekking tot de taalwet.

Daarnaast hebt u nog bijkomende initiatieven genomen, en ik apprecieer het ook dat u al meermaals met de conferentie van Vlaamse schepenen en OCMW-voorzitters hebt samengezeten. Ik zie dat uiteraard nog iets ruimer. We hebben al verwezen naar het samenbrengen van de Vlaamse mandatarissen in Brussel. Wat mij betreft moet dat zich niet beperken tot de schepenen en OCMW-voorzitters. Ik heb altijd de indruk dat zij in die coalitie soms nogal beperkt zijn in hun mogelijkheden. Daarom pleit ik er zeker voor om dat uit te breiden tot alle Vlaamse lokale mandatarissen, gemeenteraadsledenOCMW-mandatarissen, en daarbij zelfs de VGC-mandatarissen te betrekken. Dat zijn de 17 parlementsleden uit het Brussels Parlement. En waarom zelfs niet de Vlaams parlementsleden die verkozen zijn in Brussel, om die wisselwerking tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Raad van de VGC en het lokale niveau te versterken. Zo kan men ideeën uitwisselen en ervoor zorgen dat de Vlaamse Gemeenschap sterk staat, met haar mooi aanbod op het vlak van onderwijs en cultuur. Want we weten uiteraard dat er verschillen bestaan tussen bepaalde gemeenten hier in Brussel. Maar ik hoop dat we met die ronde van Brussel – zoals ik het noem – van Vlamingen, van de Vlaamse overheid, van Vlaamse mandatarissen, dat fijnmazig netwerk van mooi Nederlandstalig aanbod te versterken en meer bekend te maken.

Ik ben net als u, minister, de inspanningen van de VGC meer dan erkentelijk. Het VGC is op het lokale terrein broodnodig. Het toont nogmaals aan dat de aanwezigheid van Vlaanderen ook van belang is om in Brussel de tweetaligheid tot stand te brengen. Laten we dat erkennen: als Vlaanderen er niet was in Brussel, dan moesten we van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geen tweetaligheid verwachten. Dat was in het verleden zo, en dat is jammer genoeg ook in de toekomst nog zo. Het is jammer genoeg noodzakelijk, omdat de Brusselse lokale besturen – ondanks de aanwezigheid van een Vlaamse schepen, en dus de bijhorende financiële ondersteuning – dit geld niet oormerken aan Vlaamse initiatieven. Mijn gemeente krijgt voor haar begroting 800.000 euro extra vanuit het federale niveau, omdat er een Vlaamse schepen is. Geen enkele andere gemeente in Vlaanderen krijgt dat. Maar die Vlaamse schepen is soms eerder een doekje voor het bloeden dan een grote stap naar doorleefde tweetaligheid.

Ik zal hiermee afronden, voorzitter. Ik denk dat ik mijn tijd al ver overschreden heb. Minister, ik noteer alvast uw positieve intentie ten aanzien van een ronde van Brussel, om de Vlaamse gemeenschap in Brussel verder te versterken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.