U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Uit de Onderwijsspiegel van 2020 blijkt dat het niet goed gaat met het leesonderwijs in Vlaanderen. In 44 procent van de basisscholen wordt niet voldoende tijd gespendeerd aan effectieve leestijd. Een derde van de basisscholen heeft een eenzijdig of verouderd leesaanbod. Bovendien blijkt uit het onderzoek ook dat er in minder dan de helft van de basisscholen in alle klassen wordt voorgelezen. Bovendien heeft de helft van de scholen geen aandacht voor doordachte leesdidactiek.

Deze problemen zijn niet nieuw. Bij de laatste PIRLS-meting (Progress in International Reading Literacy Study) uit 2018 bleek dat het niveau van begrijpend lezen in ons onderwijs zowel relatief als absoluut achteruitging. Ook meest recente PISA-resultaten (Programme for International Student Assessment) signaleren dezelfde achteruitgang van het begrijpend lezen.

De inspecteur-generaal van de Onderwijsinspectie, de heer Lieven Viaene, geeft terecht aan dat dit een groot probleem is, want “begrijpend lezen is de kern van alles”. Je kunt bijvoorbeeld ook geen vraagstuk oplossen, als je niet begrijpt wat er staat. De Onderwijsinspectie en andere experten pleiten daarom voor een leerlingenvolgsysteem voor begrijpend lezen naar analogie van het AVI-systeem (Analyse van Individualiseringsvormen) voor leesvaardigheid.

In de commissie onderwijs van 9 januari 2020 stelde mijn collega Jan Laeremans u al een vraag over het leesvaardigheidsbeleid van scholen. U kondigde toen aan dat u onder leiding van de heer Dirk Van Damme een internationaal team van experten zou samenbrengen dat beleidsaanbevelingen moet doen. U gaf zelf echter ook aan dat de kwestie te urgent is om op de aanbevelingen te wachten. U verwees naar de maatregelen aangekondigd in de beleidsnota. Belangrijke speerpunten hierin zijn een grotere focus op het Nederlands, het aanscherpen van de onderwijsdoelen voor de moedertaal, het inzetten op de professionalisering van leraren en het invoeren van regelmatige gestandaardiseerde testen.

Minister, hoe evalueert u de resultaten op het vlak van het leesonderwijs in de Onderwijsspiegel 2020?

Hoe ver staat het met de aanbevelingen van de expertengroep rond Dirk Van Damme?

Wat denkt u over de ontwikkeling van een leerlingenvolgsysteem voor begrijpend lezen? Bent u bereid om een dergelijk systeem te ontwikkelen?

Plant u nog extra initiatieven om ons leesonderwijs te versterken gezien de grote nood op het terrein?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De resultaten leesonderwijs uit de Onderwijsspiegel 2020 bevestigen wat we al aangekondigd zagen door onder meer PIRLS en PISA en bevestigen dus ook de gekende aandachtspunten. Vandaar dan ook onze vanzelfsprekende focus op het Nederlands, het Nederlands en ook wel het Nederlands.

De afgelopen jaren hebben we heel wat onderzoeksdata vergaard en nu is het tijd om die vanaf dit en volgend jaar om te zetten in een systematische aanpak, samen met Cultuur, de Taalunie, de Taalraad, De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en zowat iedereen die het Nederlands genegen is. De Onderwijsinspectie zal in de toekomst nauwgezet inzoomen op dat begrijpend lezen.

U alludeerde ook even terzijde op de werkgroep rond Dirk Van Damme. Voor de duidelijkheid: dat is intussen de werkgroep rond Philip Brinckman geworden, want Dirk Van Damme kreeg geen toestemming van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) om die zaak ter harte te nemen. Philip Brinckman heeft intussen een voorstel gedaan voor de samenstelling van de werkgroep en voor de werkwijze ervan.

Wat de ontwikkeling van een leerlingvolgsysteem begrijpend lezen betreft, zijn de gestandaardiseerde proeven en zeer goed instrument. Ik wil daar zo snel mogelijk mee vooruitgaan. Daarnaast plannen we natuurlijk nog andere initiatieven ter versterking van het leesonderwijs. Zo zullen de eindtermen aangescherpt worden, vooral voor Nederlands en wiskunde, en dat niet alleen in de eerste graad van het secundair onderwijs, maar ook in de tweede en derde graad en vooral ook in het basisonderwijs.

Daarnaast willen we de lerarenprofessionalisering versterken. Het gaat dan specifiek over vakdidactische expertise op het vlak van begrijpend lezen. Het is belangrijk leerlingen daarvoor te kunnen enthousiasmeren. Het gaat niet alleen over de kennis van het vak Nederlands maar ook over de didactiek.

Daarnaast zullen regelmatige gestandaardiseerde testen worden ingevoerd.

Verder gaan we ook voor een nieuwe aanpak, namelijk een systematische samenwerking tussen Onderwijs en Cultuur, zowel beleidsmatig als operationeel. Ik denk daarbij aan de volgende actieterreinen: vroege geletterdheid, levenslang lezen, de lerarenopleiding, het beleid in bibliotheken.

Ik heb dit ook ter sprake gebracht in het kader van de Taalunie. We verschillen soms wel van beleidsvisie, maar we delen wel de grote bezorgdheid over lezen en begrijpend lezen. Mijn voorstel is om te komen tot een gezamenlijke campagne met Nederland. Daarbij proberen we wat af te wijken van de aloude gekende paden waarbij vooral diegenen werden geënthousiasmeerd die eigenlijk al enthousiast waren. Ik geloof niet zozeer in campagnes waarbij schrijvers komen voorlezen, ook uit eigen werk, omdat ik denk dat je daarmee vooral de kerk der overtuigden bereikt. Het moet vooral de ambitie zijn een campagne op poten te zetten om lezen een beetje hip te maken. We moeten proberen een zo ruim mogelijke doelgroep te bereiken, ook diegenen die we vandaag niet bereiken. We moeten degenen die vandaag al mee zijn, niet verwaarlozen, maar we moeten een inspanning te doen om lezen een positief imago te geven. Nu heeft lezen soms toch iets stoffigs, iets niet-attractiefs in hoofde van kinderen en van leerlingen. We proberen dus duurzame effecten op de lange termijn te realiseren.

Het lezen van boeken is geen puur schools gegeven, vandaar ook onze samenwerking met Cultuur, waarbij lezen vanuit beide invalshoeken wordt benaderd.

Er zijn twee grote projectoproepen gelanceerd over taal. De eerste gaat over taalstimulerende initiatieven in de schoolvakanties en de buitenschoolse opvang voor kinderen en jongeren die het Nederlands onvoldoende beheersen. Daar bestaat vooral bezorgdheid over kinderen die vandaag in een niet-Nederlandstalige omgeving opgroeien. Zij dreigen gedurende enkele maanden losgekoppeld te raken van de Nederlandstaligheid. We moeten vooral die doelgroep aantrekken en begeleiden richting taalstimulerende initiatieven. Dat staat los van de zomerscholen. Daarvoor hebben we 82 aanvragen gekregen waarvan er 57 zijn goedgekeurd. Ik moet wel nog naar de Vlaamse Regering om de financiering daarvoor rond te krijgen.

Het tweede is toch ook lezen op school. Dat is ook samen met de minister van Cultuur. Er zijn 39 projecten ingediend en 33 goedgekeurd. Ook dat gaat naar de Vlaamse Regering. Dat zijn projecten voor twee jaar waarin we voorzien; we hebben voor een iets langere termijn gekozen, niet enkel voor deze zomervakantie, maar direct voor twee jaar. Voor lezen op school wordt ook echt ingezet op begrijpend lezen.

We hebben ook nog een recente beslissing rond de prioritaire nascholingen vanaf volgend schooljaar, waar er ook wordt gefocust op het sterker maken van leraars, van schoolleiders en van lerarenteams uit het basisonderwijs op het vlak van begrijpend lezen.

En dan hebben we ook nog wat kleinere initiatieven. Dit najaar gaan we bijvoorbeeld een magazine bedelen naar alle basisscholen: Beste Boekenjuf/Boekenmeester. Dat gaat over sterke praktijken van leerkrachten uit het basisonderwijs. We hebben de Voorleesweek en we hebben ook de bekendmaking van de winnende Poëziesterren. Dat zijn ook initiatieven waarmee we een doelgroep bereiken die we misschien al mee hebben in ons verhaal, maar ik hoop vooral dat ook een gezamenlijke campagne in het kader van de Taalunie op dat vlak wel wat nieuws kan opleveren.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Ik ben heel blij dat dit probleem serieus genomen wordt. Het kadert eigenlijk wel in een breder maatschappelijk probleem, namelijk dat kinderen minder en minder lezen. Dat komt ook door de ontwikkeling van technologie en daar kunnen we weinig aan doen, behalve ze natuurlijk stimuleren om alsnog te lezen. Jammer genoeg is het ook niet enkel een kwestie van anderstaligen, maar zien we dat ook Nederlandstalige kinderen, die thuis dus Nederlands spreken, slechter en slechter scoren op dat begrijpend lezen. Dat is toch wel heel jammer.

Tijdens de voorstelling van de Onderwijsspiegel in de commissie heb ik dus ook vernomen van de inspecteurs dat een groot deel van de scholen geen doordacht programma heeft om met leesvaardigheid om te gaan. Dat is geen kwestie van slechte wil, dat is een kwestie van niet weten hoe ze het moeten doen. Daarom was de vraag van mevrouw Vandromme over die prioritaire nascholing heel interessant. Ik vraag mij af of het misschien ook een kwestie is van dat er ergens een lacune in de lerarenopleiding zit, dat ze daar misschien niet goed worden opgeleid om met dat leesonderwijs om te gaan.

Verder kan ik alleen maar heel blij zijn met de initiatieven die u neemt. Ik hoop ook dat we dat binnenkort gaan merken bij de volgende testen die zullen worden afgenomen.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Dank u wel voor de vraag, mevrouw Beckers. Minister, dank u wel voor het antwoord. U verwees eventjes naar de commissie Brinckman. Ik vroeg mij af of daarbinnen al een bepaalde scope werd vastgelegd – ik dacht van wel, maar dat daar eigenlijk niet specifiek verwezen werd naar lezen – en ik vroeg me ook af of er al rond de samenstelling een bericht gegeven kon worden.

In de Onderwijsspiegel werd ook heel vaak gesteld dat elke leerkracht eigenlijk een taalleraar moet zijn. Ik denk dat die sensibilisering en professionalisering zeker ook meegenomen moet worden, zeker in het secundair onderwijs, dat je als leerkracht geschiedenis of aardrijkskunde ook wel een taak hebt rond dat begrijpend lezen.

Het is heel belangrijk om begrijpend lezen niet alleen binnen het onderwijs aan te pakken. Het moet in een context van co-creatie zijn: wetenschappers, onderwijsverstrekkers, over de verschillende beleidsdomeinen heen. Zelf ben ik schepen van Cultuur en Bibliotheek, en ik probeer echt wel zo breed mogelijk mensen aan te spreken om te lezen, om dat leesvirus te verspreiden. Minister, ik kijk ernaar uit welke campagne u opzet om het lezen aantrekkelijker te maken. Ik heb al een voorbeeld: naast Corneel van Oosterweel kunt u misschien eens denken aan Freek van de Bibliotheek; het is een aanzet.

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

De Onderwijsspiegel windt er geen doekjes om en bevestigt eigenlijk wat we al wisten: er is duidelijk nog werk aan de winkel op het vlak van Vlaams onderwijs inzake begrijpend lezen.

Collega Beckers haalde reeds enkele markante resultaten aan. Zo wordt er in 44 procent van de basisscholen niet voldoende tijd gespendeerd aan effectieve leestijd en heeft een derde van de basisscholen een eenzijdig of verouderd leesaanbod. Daar moeten we eventjes bij stilstaan.

Gezien de ernst van de situatie ben ik toch wel tevreden dat we deze legislatuur kunnen bogen op een regeerakkoord dat nog nooit eerder zoveel handvatten aanreikte om het niveau van de leesvaardigheid bij onze leerlingen bij te sturen. Hierbij denk ik aan het sterk inzetten op de kennis van het Nederlands, aan het aanscherpen van de eindtermen, aan het invoeren van die gestandaardiseerde Vlaanderenbrede proeven om de kwaliteit van het onderwijs te monitoren. Daarnaast grijpt de minister door middel van tastbare initiatieven ook echt de koe bij de horens met betrekking tot de problemen van begrijpend lezen. Die prioritaire nascholingsmiddelen zullen toegespitst worden op het versterken van het begrijpend lezen van die lerarenteams in het basisonderwijs.

We hebben het gisteren ook al gehad over die twee projectoproepen. Samen met de projectoproep taalstimulerende activiteiten Nederlands werd dus ook de projectoproep leesbevordering op school gelanceerd, die specifiek tot doel heeft de aandacht voor lezen op school en begrijpend lezen te versterken en de taalontwikkeling Nederlands te bevorderen.

Minister, in april hebt u samen met Boek.be het lees- en leerplatform ‘Verspreid het leesvirus’ gelanceerd om het contact met leesmateriaal meer te stimuleren, om lezen toch wat attractiever te maken. Aangezien dit platform nu al een tijdje loopt, had ik graag geweten of u al een zicht hebt op het bereik van dit platform.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik moet inderdaad de cijfers eens opvragen van die campagne ‘Verspreid het leesvirus’. We hebben daar toen wel heel snel geschakeld. Ik vond het toen aangewezen, ook in het licht van de paasvakantie die voor de deur stond, om te proberen het lezen wat aantrekkelijker te maken en een campagne in elkaar te boksen. Maar toegegeven, het is vrij snel gegaan en beperkt gebleven tot een socialemediacampagne. We moeten daar de evaluatie eens van bekijken. Het was ook met beperkte middelen dat we dat gelanceerd hebben. Ik wil dus inderdaad een grotere campagne. Corneel van Oosterweel was al een gigantische hit, dat is nadien wel een oorwurm gebleven en is bekender dan ooit. We zullen daar nog wel een mooi alternatief voor kunnen bedenken.

Maar ik wil het ook ruimer dan alleen de bibliotheken: vooral het gewoon hipper maken van lezen ‘as such’, het maakt niet uit waar je wat leest. We moeten er misschien ook een beetje van af dat de klassieke hogere literatuur de doelstelling is. Neen, het is gewoon lezen, het maakt niet uit of het boeken zijn over Fortnite – wat bij mij thuis werkt –, dat is ook lezen, dat is gebruikmaken van de wereld waarin de leerlingen zitten en proberen via die weg wat leesvoer tot bij de betrokkenen te brengen.

Het tweede element dat we daarstraks meegegeven hebben, is wel belangrijk. Als het gaat over die gegadigden die uiteindelijk niet in aanmerking kwamen voor de campagne rond lezen op school, moeten we echt bekijken dat we op de goede praktijken een megafoon kunnen zetten. De info, de data, de goede praktijken worden echt gevaloriseerd en we moeten bekijken hoe we dat breder kunnen verspreiden.

Het is belangrijk dat we inzetten op de lerarenopleiding. Enerzijds moeten we proberen de lat hoger te leggen op het vlak van kennis van het Nederlands, dat spreekt voor zich, zeker ook in de lerarenopleiding, maar ook van de vakdidactische expertise met betrekking tot begrijpend lezen.

Het enthousiasmeren van kinderen en leerlingen om mee te gaan in het lezen is ook weer belangrijk.

Wat de vragen rond de commissie-Brinkman betreft: ik ga volgende week met de samenstelling die men voorstelt naar de Vlaamse Regering, en dan kunnen zij ook formeel starten vanaf 1 september.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Dank u voor het uitgebreide antwoord, minister. Ik kan alleen maar hopen dat alle initiatieven ook zullen leiden tot resultaten en het leesonderwijs er weer op vooruit zal gaan. Dit is natuurlijk de kern van alles: je moet kunnen lezen wat er staat. Ook later in het verdere leven is dat uitermate belangrijk.

Minister, u verwees naar de schrijvers die hun eigen boeken komen voorstellen. Ik wou daar nog een grappige anekdote over delen. Vorig jaar kwam er een jeugdschrijver spreken in de school van mijn dochters. Mijn dochters kwamen heel enthousiast thuis en zeiden: “Mama, Guy D’haeseleer is komen spreken.” Maar het was dus Guy Didelez. Dus je ziet, mijn dochters zijn al helemaal geïndoctrineerd, vrees ik.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.