U bent hier

Commissievergadering

woensdag 25 september 2019, 13.59u

Voorzitter

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, begin september passeerde er op Facebook een berichtje op mijn tijdlijn. Het was een noodkreet van mijnheer Dupont. Gerd Dupont, de papa van Janos. Janos is een jongen met een verstandelijke en een motorische handicap. Janos heeft sinds 2009 recht op een persoonlijkeassistentiebudget, recht op ondersteuning omwille van zijn handicap. Die jongen is nu 14 jaar. Tien jaar van zijn leven…

Minister, ik ben tegen u bezig.

Ik maakte mij even zorgen dat u over een persoonlijk dossier spreekt. Het heeft blijkbaar goed in de krant gestaan… Laat ons voorzichtig zijn met individuele dossiers.

We hadden het daarnet over de baby Pia. We hebben het nu over de jongen Janos. Dat zijn belangrijke gevallen. We moeten daarover hier een maatschappelijk debat kunnen voeren.

Nu de grootouders van die jongen stilaan niet meer uit de voeten kunnen, geraken die ouders echt in de problemen om hun zoon iedere dag op en af naar het dagcentrum te brengen. Janos en zijn ouders zijn uiteraard niet alleen. Er staan bijna twintigduizend mensen op een wachtlijst voor ondersteuning voor personen met een handicap. Ik heb maandag in dit parlement bepleit dat dit een hoogdringende kwestie zou zijn. Dat werd toen verworpen. Maar het is duidelijk dat er sprake is van een noodsituatie. Minister, de vader van Janos heeft u op Facebook aangesproken om te vragen of u een van uw chauffeurs zou kunnen uitlenen om ervoor te zorgen dat zijn zoon in het dagcentrum zou geraken. Ik weet niet of u die man geantwoord hebt, dat is misschien net iets te individueel om hier te bespreken.

Minister, hoe u het ook draait of keert, die wachtlijsten blijven aangroeien. We weten ondertussen dat er 1,6 miljard euro nodig is om ze op te lossen, 205 miljoen euro voor de grootste noodsituaties. Minister, hoe lang weet u dit al en hoe komt het dat we dit geld vandaag nog niet hebben? Zult u er tot het laatste moment dat u in functie bent alles aan doen om ervoor te zorgen dat we die wachtlijsten zoveel mogelijk kunnen aanpakken?

Erkent u dat we hier met een noodsituatie zitten, dat er heel wat mensen in nood zijn en dat we zeer urgente maatregelen moeten nemen? U hebt beloofd dat de zorg voor de mensen met de grootste ondersteuningsnood tegen 2020 gegarandeerd zou zijn. Kunt u dat vandaag nog steeds garanderen?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega, de voorbije legislatuur investeerde de Vlaamse Regering meer dan 330 miljoen euro in de sector van personen met een handicap. Naast deze grote investering werden zowel bij de minderjarigen als bij de meerderjarigen ingrijpende wijzigingen in het systeem van toekenningen en budgetten doorgevoerd. Een systeem met twee trappen werd uitgebouwd.

Door de investeringen en de wijzigingen in het systeem kregen in 2018 70.000 personen met een handicap een ondersteuning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en/of een zorgbudget voor mensen met een handicap, het zogenaamde basisondersteuningsbudget (BOB). Dit is een gevoelige stijging ten opzichte van 2013, waar dit slechts voor ruim 45.000 mensen het geval was.

Met deze legislatuur hadden we inderdaad het plan Perspectief 2020. Dat strekte ertoe om in 2020 een vraaggestuurde financiering te hebben en meer zorggarantie voor mensen met een grote ondersteuningsnood.

Met de invoering van de persoonsvolgende financiering (PVF) voor meerderjarige personen met een handicap werd een ingrijpende aanpassing doorgevoerd aan de wijze waarop dossiers geprioriteerd worden. Het zal u misschien niet zo bekend zijn zoals diegenen die al wat langer in deze commissie actief zijn: vroeger was er een distributie van de budgetten naar aanbod verdeeld over de provincies, waarbij telkens opnieuw mensen moesten worden geprioriteerd, met alle mogelijke onvoorspelbaarheden. Daardoor kon het perspectief op zorggarantie nauwelijks bestaan. Dat systeem is dus grondig gewijzigd.

Voor uitzonderlijke situaties – noodsituaties, maatschappelijke noodzaak, snel degeneratieve aandoeningen, jongvolwassenen die nog worden ondersteund in het aanbod voor minderjarigen, geïnterneerde personen met een handicap – waarvoor de Vlaamse Regering oordeelde dat het maatschappelijk niet te verantwoorden valt dat mensen moeten wachten op middelen voor zorg en ondersteuning, wordt steeds onmiddellijk een budget of direct gefinancierde zorg ter beschikking gesteld. Wij hebben dus voor het eerst een groep met perspectief op een automatische toekenning die niet moet wachten maar die automatisch geprioriteerd wordt.

De andere zorgvragen worden ondergebracht in een aantal prioriteitengroepen. De mensen van de automatische toekenningsgroepen krijgen automatisch een PVB ter beschikking gesteld. Dat kwam in 2017 en 2018 neer op 55 miljoen euro respectievelijk 58 miljoen euro. De recentste inschatting voor 2019 bedraagt 88 miljoen euro en voor 2020 89 miljoen euro. U moet uiteraard wel rekening houden met het feit dat een aantal mensen uitstromen en dat er dus in een constant beleid middelen vrijkomen doordat een aantal budgetten niet meer moeten worden toegekend.

Zoals gezegd, zijn de overige vragen ondertussen ondergebracht in een van de drie prioriteitengroepen, waarbij de restmiddelen overwegend voorbehouden worden aan personen met een vraag in de hoogste prioriteitengroep, groep 1. Ik spreek dus altijd over de volwassenen. In 2017 en 2018 werd daar respectievelijk 11 en 22,9 miljoen euro in geïnvesteerd. De recentste inschatting voor 2019 is dat we 22,6 miljoen euro zullen kunnen toewijzen.

U hebt echter ook gelijk. Ondanks de grote investeringen kunnen we niet zeggen dat de wachtlijsten substantieel zijn teruggedrongen. Dat heeft met tal van oorzaken te maken., maar misschien is dit niet de plaats, voorzitter, om daar nu opnieuw uitvoerig op in te gaan. Het is duidelijk dat we ook de volgende jaren nog voor grote uitdagingen staan.

Onze administratie heeft een grondige analyse gemaakt en verschillende scenario’s ontwikkeld. U kunt dat document terugvinden op de website van het Vlaams agentschap.

Elk jaar van de voorbije regeerperiode is een zorgvuldige afweging gemaakt om de beschikbare middelen op de best mogelijke manier te verdelen. De administratie monitort de beschikbaarheid van het budget per kwartaal. Daarover is ook per kwartaal hier in het parlement verslag uitgebracht. Op korte termijn, in 2019, zal er uit die 22 miljoen euro opnieuw een bijkomend budget van 7,1 miljoen euro persoonsvolgende budgetten ter beschikking worden gesteld aan mensen die wachten in een van de drie prioriteitengroepen. In de loop van het jaar worden er verschillende schijven vrijgemaakt.

Dankzij die investeringen van de voorbije periode moeten we uiteraard wel zeggen dat er een stijging vast te stellen is van het aantal mensen dat ondersteuning krijgt. Als we kijken naar de situatie van de mensen die op de prioriteitenlijsten staan, stellen we vast dat een belangrijke groep reeds over een of andere vorm van VAPH-ondersteuning beschikt, ook al zijn ze geregistreerd als wachtende. 28 procent van die mensen heeft al een persoonsvolgend budget, maar vraagt een hoger budget. 3 procent krijgt niet-rechtstreeks toegankelijke hulp vanuit de minderjarigensector van het VAPH. 47 procent van degenen die op de wachtlijsten staan, krijgt rechtstreeks toegankelijke hulp en/of een zorgbudget voor mensen met een handicap. Dat alles betekent dat van diegenen die vragend zijn, 78 procent reeds een vorm van VAPH-ondersteuning of zorgbudget voor mensen met een handicap heeft.

Minister, wat ik vooral hoor, is dat de tekorten herverdeeld worden, maar dat de bijkomende budgetten toch wel heel traag vooruitgaan. Als we spreken over een nood van 205 miljoen euro, enkel en alleen voor de meest noodzakelijke gevallen, als we spreken over 1,6 miljard euro die we nodig hebben om die wachtlijsten effectief weg te werken, dan kan ik alleen maar besluiten dat de middelen die worden vrijgemaakt, zeer laag zijn. Ik vind dat heel raar, maar misschien is dat omdat ik nieuw ben in een parlement. Ik vind het heel vreemd om te begrijpen dat we in een van de meest welvarende regio's in de wereld leven, maar er niet in slagen om medemensen in onze samenleving met een handicap het recht te geven op een menswaardig bestaan, omdat men daar de middelen niet voor vindt. Ik vind dat een heel vreemde zaak. En ik heb de indruk dat u die hoogdringendheid niet echt vat, of er niet echt op antwoordt, en dat u verder gaat in de lijn van korte, kleine, stapsgewijze verbeteringen, die ervoor zorgen dat die wachtlijsten niet alleen niet substantieel afnemen, maar de afgelopen jaren eigenlijk nog zijn toegenomen.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Collega's, de wachtlijsten voor mensen met een beperking, die vormen inderdaad een uitdaging. Het is waarschijnlijk een van de grootste uitdagingen die we de komende legislatuur tegemoet gaan. Het is niet enkel een politiek probleem of een probleem van de minister, maar een probleem dat we als samenleving moeten oplossen. En wij, volksvertegenwoordigers van het welvarende Vlaanderen, hebben daar een enorme verantwoordelijkheid in.

Het is ook een probleem dat mij persoonlijk aanbelangt, in mijn eigen familie. Maar ik wil me niet laten leiden door persoonlijke emoties. En collega D'Haese, ik raad u aan om dat ook te doen, want u schuwt de grote woorden en het politieke theater niet. Ik weet dat dat veel likes geeft op Facebook. Uw partij geeft honderdduizenden euro’s uit aan die grote multinational. Ik heb daar geen probleem mee. U mag dat doen. Maar ik doe echt een warme oproep: denk mee aan oplossingen, in plaats van te schreeuwen, in plaats van in de plenaire vergadering af te komen met flinterdunne resoluties, in plaats van hier persoonlijke casussen helemaal te ontleden – ik dacht daarnet dat u heel het medische dossier ging voorlezen. Ik raad u echt aan om met oplossingen te komen. Want mensen met een beperking hebben niets aan theatraal politiek theater, maar wel aan echt beleid. Daar hebben we nood aan. We moeten er echt voor zorgen dat iedereen met een beperking, iedereen met een zorgnood, in de komende legislatuur snel voldoende middelen krijgt om een volwaardig leven te leiden. Daar moeten wij voor gaan. Dat is echt beleid.

Ik heb hier een studiemap voor u. Het is een rode map, dus ze zal u behagen. Daarin zitten alle hoorzittingen, alle verslagen van expertencommissies en alle persoonlijke getuigenissen die ik de afgelopen jaren heb verzameld. Ik wil ze u gerust uitlenen. U mag ze altijd komen bekijken. U mag ze meenemen naar huis. U kunt er alleen maar van leren. Dan hoop ik dat u ook echt mee komt denken in deze commissie en echt met oplossingen komt, en meer doet dan enkel en alleen de minister ondervragen om persoonlijk te scoren op Facebook. Dat zou ik echt graag hebben de komende jaren. Ik denk dat wij als volksvertegenwoordigers een enorme verantwoordelijkheid hebben in dit thema. U kunt ervan op aan dat onze hele fractie in deze commissie en in de plenaire vergadering daar constructief aan zal meewerken.

Dank u wel, collega. U bent flink over uw tijd aan het gaan.

Ik ga afronden, voorzitter.

Minister, het zal u niet verbazen dat u in ons, Open Vld, een bondgenoot hebt. U en de Vlaamse Regering hebben inderdaad...

U hebt uw punt gemaakt. Wees gerust. (Opmerkingen van Maurits Vande Reyde)

Mevrouw van der Vloet heeft het woord.

Ik wil even nog iets extra’s toevoegen, collega. U haalt aan dat de wachtlijsten niet afnemen en dat de regering te weinig heeft gedaan. De minister heeft duidelijk gezegd dat we best wel heel veel hebben geïnvesteerd. Er zijn de automatische toekenningen: de groep met de grootste zorgnood krijgt automatisch een budget. Wat we daar wel hebben opgemerkt, is dat een heel groot deel, een kleine 50 procent, mensen zijn die een budget krijgen, maar nooit op de wachtlijst hebben gestaan. Dat is natuurlijk wel een heel belangrijk punt om mee te nemen. U staat te roepen dat de wachtlijsten niet worden opgelost en alleen maar groter worden, maar wij helpen de mensen met de grootste zorgnood, zij die er gewoon nog niet op stonden.

Dat is dus toch wel een heel belangrijke nood, die we zeker en vast niet mogen vergeten. Minister, we zagen dat dat bijna 50 procent was in 2018. Toen heb ik die cijfers eens opgevraagd. Is die tendens er ook nog in 2019? Dat is immers natuurlijk wel zeer belangrijk om mee te nemen. U haalde ook nog aan dat er dus 7,1 miljoen euro is gegeven of zal worden gegeven in 2019 voor de prioriteitengroepen 1, 2 en 3. Ik vermoed dat die 7,1 miljoen euro nog niet volledig is gegeven. Wanneer komt er dan nog een schijf dit jaar, als er nog budget is?

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, we moeten eerlijk zijn: er staan ongeveer 19.000 mensen op de wachtlijst, minderjarigen en meerderjarigen. Er is een groep die eigenlijk voorrang krijgt: mensen in een acute noodsituatie, personen met een snel degeneratieve ziekte en personen die van minderjarigen naar meerderjarigen moeten gaan. Dat zijn ongeveer 2000 mensen per jaar. Dat betekent dat er ongeveer 17.000 mensen op de wachtlijst staan die een toekenning hebben gekregen dat ze een handicap hebben, die heelder procedures hebben doorlopen, die ook een persoonlijk ontwikkelingsplan hebben opgesteld. Die komen op de wachtlijst te staan. Het probleem is dat die daar eigenlijk wel heel lang op moeten staan. Dat is voor veel mensen een probleem, en voor veel mensen is dat ook uitzichtloos. Dan geven wij hen als overheid toch wat het gevoel van ‘trek een beetje uw plan’. Dat wil ik toch enerzijds zo zeggen.

Anderzijds hebben we ook het VN-verdrag, dat België heeft geratificeerd in 2009. Dat zegt dat elke persoon het recht heeft op inclusief wonen en het recht op ondersteuning. Wij hebben dat dus goedgekeurd. Minister, zouden we er dus niet toe moeten komen dat ondersteuning een recht wordt voor iedereen, en dat we eigenlijk kiezen voor een open-endfinanciering en geen wachtlijsten meer, zodat iedereen die een zorgnood heeft, wordt geholpen? Is de uitzichtloze situatie, de lange tijd dat mensen moeten wachten op een wachtlijst, toch niet een beetje in strijd met het VN-verdrag dat wij hebben goedgekeurd?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, u zult daar in de nieuwe legislatuur nog regelmatig debatten over kunnen voeren, denk ik. Dit is een belangrijk debat. Ik heb in de voorbije jaren steeds geprobeerd om in alle bescheidenheid te erkennen dat er nog uitdagingen voor ons liggen, maar ook getracht om aan te geven dat de overheid, zeker met de komst van het Perspectiefplan, ook een gigantische budgettaire, maar ook organisatorische inspanning heeft gedaan, en die moet nog worden voortgezet.

Voor mensen die dat nu voor de eerste keer allemaal ontdekken – en het is best ook niet zo simpel –: we zijn dat PVF-systeem nu grondig aan het evalueren. Ik heb ook altijd aangegeven dat het voor mij ook evident is dat dat wordt geëvalueerd, en er zullen ook bijsturingen nodig zijn. Alleen al maar de toeleidingsprocedure zal toch wel eens moeten worden vereenvoudigd, denk ik. Het is dus echt wel nodig dat u daar in de eerste periode van de legislatuur ook naar kijkt en uw belangstelling daar ook voor toont. We hebben echter toch getracht om de veranderingen in te zetten. Als zorggarantie voor de mensen met de grootste ondersteuningsnood onze ambitie was, dan verwijs ik naar het creëren van de automatische toekenningsgroepen. Dat zijn mensen in noodsituaties, mensen waarvan de integriteit thuis in gevaar is, een hele lijst van situaties waarvan we hebben gezegd: ‘Daar wordt niet meer geaarzeld en gewacht.’ Dat budget is echt wel significant. Er is het feit dat de mensen nu in prioriteitengroepen zijn ondergebracht met hun vraag. 78 procent van die mensen die daar geregistreerd staan en die wij samen ‘de wachtlijst’ noemen, heeft eigenlijk al een of andere vorm van ondersteuning. Ik wil daar niet fier op zijn of mee pochen, maar het is niet juist te zeggen dat die allemaal aan hun lot zijn overgelaten. Dat is gewoon niet correct, en ik heb u het cijfer daaromtrent ook gegeven. Er is het feit dat dat gebeurt, dat we nu in staat zijn om eigenlijk een perspectief te geven, om, als iemand geregistreerd staat in de eerste prioriteitengroep, de prognose te kunnen maken van wat dat zou betekenen, uiteraard in functie van het uitbreidingsbeleid dat de overheid moet beslissen en dat u trouwens in het parlement ook zult moeten beoordelen, want het decreet zegt dat de startende regering een nieuw uitbreidingsbeleid aan het parlement moet voorleggen. We zijn in staat om dat perspectief te geven, hoe gebrekkig en onvolmaakt dat ook is, zeker voor de mensen met de grootste ondersteuningsnood en – laat ik dat dan toch zeggen – de automatische toekenningsgroepen en de mensen uit de eerste prioriteitengroep.

In die zin denk ik dus dat er een belangrijke stap is gezet, maar het is uiteraard zo dat daar nieuwe stappen nodig zijn. Er wordt nu een nieuwe schijf vrijgegeven. Nogmaals, er is geen onderzoek meer nodig. We weten perfect voor welke mensen dat kan worden ingezet. Het uitbreidingsbeleid voor 2019 was substantieel. Als dat wordt vrijgegeven, dan moet je eerst bekijken wat je nodig hebt voor de automatische toekenningsgroepen. Dat moet je monitoren. Dat monitoringsysteem is ondertussen ook gestabiliseerd. Het parlement krijgt daar trouwens regelmatig rapportages van. Je kunt dus zien wat je nog nodig hebt, wat je nog over hebt van dat uitbreidingsbeleid. Dat kan je dus inzetten voor de prioriteitengroepen. Zo is er een nieuwe schijf die ter beschikking kan worden gesteld. Mevrouw van der Vloet, ik verwacht dat er misschien nog een restsaldo zal zijn en dat er nog een bijkomende investering kan gebeuren in nieuwe rugzakken, maar dat zal in functie van de monitoring moeten gebeuren. Er is natuurlijk ook het feit dat de huidige regering ook niet echt gemandateerd is om heel het engagement voor heel het jaar op zich te nemen, dus de boodschap zal zijn dat de volgende minister bekijkt wat de stand van zaken is. Dan zal de administratie wellicht een nieuw advies geven aan de bevoegde minister, maar het advies dat we nu hebben, is dat er ruimte genoeg is om die nieuwe schijf vrij te geven als het gaat over rugzakken.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik val een beetje van mijn stoel. Ik dacht dat we hier zaten om ministers te ondervragen, maar blijkbaar wordt hier ook de socialemediastrategie van andere partijen gefileerd. Ik heb wat dat betreft geen lessen te leren van Open Vld, als het gaat over geld smijten naar campagnes. Mijnheer Vande Reyde, u hebt het echter terecht over de enorme verantwoordelijkheid die wij als politici hebben. Het is daarom dat ik uw uitval ook niet snap. Ik heb de afgelopen weken en maanden met heel wat mensen... (Opmerkingen bij Open Vld)

Excuseer? Ik heb de afgelopen weken en maanden met heel wat mensen met een handicap gesproken, en die lopen overal tegen de muren van het tekort aan financiering.

Dit is mijn eerste mogelijkheid om dit tijdens een commissievergadering op de agenda te plaatsen en er wordt me verweten dat ik dit doe. Van een lid van de meerderheid had ik verwacht dat hij met concrete oplossingen zou komen in plaats van enkel tegen andere Vlaamse volksvertegenwoordigers te fulmineren. (Opmerkingen)

Ik wil enkel concluderen dat we hier vandaag veel hebben gediscussieerd over hoe en met welke systemen we de middelen moeten verdelen. De vraag waarom die middelen niet worden opgetrokken tot wat we nodig hebben, blijft onbeantwoord.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.