U bent hier

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister, op donderdag 15 maart heb ik u hier een vraag om uitleg gesteld over het veranderingstraject van het DCJM, de afschaffing van de afdeling Jeugd en de resultaten van een vergadering die plaatsvond op 9 maart tussen de secretaris-generaal van het departement en de jeugdsector. Ik heb daarbij geïnformeerd naar vier zaken: de bezorgdheden die de jeugdsector had geuit en hoe daaraan werd tegemoetgekomen; hoe de secretaris-generaal tegenover het voorstel van de Vlaamse Jeugdraad stond om een coördinator voor het jeugd- en kinderrechtenbeleid in te voeren met een sterke cel Jeugdbeleid rond zich; welk antwoord de secretaris-generaal gaf op de suggestie vanuit de Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en -consulenten (VVJ) om ambtenaren vijf rollen toe te wijzen om een goed beleid voor kinderen en jongeren te garanderen; wat uw kijk was op het resultaat van het overleg van 9 maart.

De jeugdsector heeft toen vier bekommernissen naar voren geschoven. Zo zouden kinderen en jongeren een plaats moeten krijgen in de missie en visie van het departement. Er was ook de vraag naar een coördinerende cel geïntegreerd jeugd- en kinderrechtenbeleid, met een mandaat. Er was de noodzakelijkheid van de verankering van de reflectiegroepen, en de betrokkenheid van de Vlaamse Jeugdraad en de bovenbouw Jeugd bij de monitoring van de impact van de herstructurering van het departement.

In uw antwoord op mijn vraag hebt u toen verwezen naar het overleg tussen de secretaris-generaal en de jeugdsector, en aangegeven dat het de bedoeling is om een sectoraal netwerk jeugd op te richten met uitdrukkelijke taken en een mandaat. Daarmee zou ook worden tegemoetgekomen aan de eerste twee vragen die de jeugdsector formuleerde. U antwoordde ook dat de vraag naar de verankering van de reflectiegroepen en de betrokkenheid bij de monitoring van de impact van de herstructurering van het departement “ondubbelzinnig positief beantwoord” werd door de secretaris-generaal. U antwoordde ook dat dergelijk overleg tussen de secretaris-generaal en het departement enerzijds en de jeugdsector anderzijds voor herhaling vatbaar is. U gaf toen aan dat het zinvol zou zijn indien dat gesprek over een of twee maanden nog eens ten gronde en uitgebreid zou worden overgedaan. Tegen de zomer zou overigens de implementatie van de herstructurering zijn voltrokken, en zouden de kinderziektes ook zijn weggewerkt.

Wel, de zomer is vandaag begonnen. We zijn ook drie maanden verder, dus vandaar de volgende opvolgvragen aan u. Welke gesprekken hebben er ondertussen nog plaatsgevonden tussen de secretaris-generaal en/of het departement enerzijds en de jeugdsector anderzijds? Welke zaken werden daarbij besproken? Welke opvolging werd daaraan gegeven?

Werd aan de ruime jeugdsector gecommuniceerd wie de nieuwe aanspreekpunten zijn voor hun dossiers en vragen?

Zijn met de oprichting van het sectoraal netwerk Jeugd alle bezorgdheden bij de jeugdsector weggewerkt wat betreft de plaats van kinderen en jongeren in de missie en visie van het departement? Hoe staat het met de beloofde aanpassing van de missie en visie van het departement om jeugd hierbinnen een duidelijkere plek te geven?

Zijn met de oprichting van het sectoraal netwerk Jeugd alle bezorgdheden bij de jeugdsector weggewerkt wat betreft de coördinerende cel geïntegreerd jeugd- en kinderrechtenbeleid met mandaat?

Dit sectoraal netwerk Jeugd zou niet enkel een sectoraal netwerk meer zijn maar ook een categoriaal netwerk dat al enkele maanden actief zou zijn. Kunt u vertellen over de werkzaamheden van dit netwerk? Hoe vaak is dit netwerk al bij elkaar gekomen en welke zaken werden toen besproken?

Voor de reflectiegroep jeugd- en kinderrechtenbeleid werd opvolging geven binnen het nieuwe uitvoeringsbesluit Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP). Dat is positief. Hoe kan dit ook voor andere reflectiegroepen gebeuren, bijvoorbeeld een verankering voor de reflectiegroep van het decreet Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleid in het uitvoeringsbesluit bij dat decreet en voor de reflectiegroep bovenlokaal jeugdbeleid?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

De administratie Jeugd heeft overleg en samenwerking met de sector al altijd hoog in het vaandel gedragen, en dat is na de hervorming van het departement niet anders. Enkele voorbeelden van de voorbije maanden: de samenwerking naar aanleiding van de opmaak van het masterplan diversiteit in het jeugdwerk en de organisatie van de eerste Dag van de Diversiteit op 23 februari, het overleg in de reflectiegroepen waar ik zo meteen nog op terugkom, het overleg naar aanleiding van de opmaak van het uitvoeringsbesluit Bovenlokaal Jeugdwerk met de betrokken organisaties, een toelichting van de administratie op studiedagen zoals de VVJ-tweedaagse (Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en -consulenten) en Triple Lokaal, en in de commissie Jeugdwerk van de Vlaamse Jeugdraad bijvoorbeeld het project Jeugdwerk voor Allen. Eind september is er een overleg gepland met de bovenbouworganisaties en het sectoraal netwerk Jeugd.

Daarnaast werd de nieuwe structuur gecommuniceerd via de nieuwsbrief Jeugd en werd op de website sociaalcultureel/jeugdbeleid alle contactinformatie geüpdatet. Ten slotte wordt in alle brieven die naar de verenigingen vertrekken hun aanspreekpunt ook concreet vermeld.

Op het eerste overleg van het sectoraal netwerk Jeugd op 7 mei werd de aanpassing van de missie en visie voor een eerste keer besproken. Een verdere bespreking volgt op het tweede overleg van 25 juni, dus volgende week. Na het zomerreces moet dit traject afgerond zijn zodat deze aanpassingen kunnen worden besproken op het overleg met de bovenbouworganisaties in september.

Het sectoraal netwerk Jeugd is een overlegorgaan met volgende taken: een geïntegreerde visievorming rond de jeugdsector, het stimuleren van een gedeelde visie rond jeugd- en kinderrechtenbeleid binnen het departement, het uitwerken van een gecoördineerde landschapstekening en -monitoring, het afstemmen van initiatieven en thema’s allerhande, en het bespreken van signalen uit de sector.

De scope van het sectoraal netwerk Jeugd breidt zich uit naar de sectorale decreten Jeugd; het Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan; de transversale thema’s binnen Jeugd, zijnde diversiteit, gelijke kansen, armoede, integratie, digitalisering, integriteit, radicalisering, duurzaamheid, vrijwilligers, mediawijsheid, cultuureducatie; en het internationaal jeugd- en kinderrechtenbeleid.

Wanneer er beslissingen moeten worden genomen, zal het netwerk daarover nota’s opmaken die geagendeerd worden op het strategisch of operationeel overleg, afhankelijk van de scope en de impact. Deze taakstelling en aanpak zijn volgens mij een duidelijk antwoord op de bezorgdheden van de sector.

Het netwerk is opgestart in mei. In juni is er een tweede overleg gepland. Op de agenda staan zowel agendapunten van sectoraal als van categoriaal belang. Enkele voorbeelden: aanpassing missie/visie, traject Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan, Jeugd binnen de regeerbijdrage, toelichting projectlijn sociale integratie, Masterplan diversiteit, toelichting Jeugdwerk voor Allen, begroting 2019 enzovoort. Aan het overleg participeren collega’s uit de verschillende inhoudelijke teams.

De voorbije weken kwam zowel de reflectiegroep lokaal/bovenlokaal jeugdbeleid als de reflectiegroep Vlaams Jeugdbeleid samen. Op beide reflectiegroepen werd de afspraak gemaakt om in de toekomst op regelmatige basis samen te komen. Via deze manier van werken wordt de participatie van de sector op een structurele basis herbevestigd, maar blijft er ook de mogelijkheid om op een flexibele manier te werken voor agendasetting, samenstelling enzovoort.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Wat mijn eerste vraag betreft, is het interessant te weten hoe vaak het departement samen zit met de jeugdsector over heel concrete acties en initiatieven, maar de vraag van de jeugdsector was of het departement of de secretaris-generaal al verder en dieper is ingegaan op de hervorming van het departement. De vraag van de jeugdsector was om daar verder bij betrokken te worden. U geeft zelf aan dat het zeer zinvol zou zijn om dat gesprek nog eens te gronde en uitgebreid te voeren. Ik heb nu de indruk dat dit niet is gebeurd.

Ik ben blij dat het sectoraal netwerk Jeugd volgende week opnieuw bijeenkomt. Ik ben heel benieuwd naar de plaats die kinderen en jongeren in de algemene visie van het departement zullen krijgen. Ik heb de indruk dat dit tot nu niet echt duidelijk was.

Wat het sectoraal netwerk betreft, heb ik bij de jeugdsector vernomen dat die mandaten niet volledig duidelijk zijn. Daar is nog wat werk aan de winkel.

En uiteraard is het heel positief dat de reflectiegroepen blijven samenkomen en dat dit op een structurele manier gebeurt.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik heb in het antwoord op de eerste vraag een overzicht gegeven van de bestaande overlegmomenten omdat die misschien geen rechtstreeks antwoord waren op de hoofdvraag. Maar als er zoveel goede en kwaliteitsvolle overlegmomenten zijn, dan wordt er in de marge daarvan ook nog tussen mensen gepraat en de temperatuur gemeten van de betrokkenheid van de jeugdsector ten aanzien van het departement en in het departement in het algemeen. Er is toch wel een positief verband met een en ander. Maar wat betreft het grotere gesprek, waar de vraag over ging, is het wel degelijk zo dat er op 7 mei teruggekoppeld werd en dat er volgende week dan misschien een voorlopig eindpunt kan worden ingepast om de opgestarte gesprekken van enkele maanden geleden af te ronden in functie van de verdere samenwerking van het departement en zijn hervorming met de bredere jeugdsector.

Zelfs al is misschien nog niet alles volledig geregeld, ik ga er toch van uit dat er wel degelijk overleg geweest is, dat er ook naar elkaar geluisterd is en dat er eigenlijk een modus vivendi zal worden gevonden om op een goede manier met elkaar verder te gaan. Tot nader order, zelfs al is niet elk detail misschien ingevuld, beantwoord of geregeld, dat erken ik, heeft het departement wel gehoor gegeven aan de bekommernissen van het jeugdwerk en schijnt mij, tot tegenbericht, alles in de goede richting te evolueren.

De heer Van de Wauwer heeft het woord

Ik ben een beetje verrast dat volgende week al het eindpunt zou zijn van dit traject. Ik ben benieuwd naar de uitkomst daarvan. Ik heb het bij mijn vorige vraag ook beloofd dat ik vanuit de CD&V-fractie hier mijn tanden in zal zetten en dit zal blijven opvolgen. We zullen dan evalueren of dat eindpunt voldoende is voor de jeugdsector zelf.

Minister Sven Gatz

Ik weet dat ik soms wat rap lees, maar u kunt het antwoord zeker nog bekijken. Wanneer ik 'eindpunt' zei, dan is dat na het eerste overleg op 7 mei en het tweede overleg op 25 juni, dus het einde van een reeks. Maar ik heb ook gezegd dat dit traject na het zomerreces afgerond moet zijn, en dan gaan de gesprekken met de bovenbouworganisaties voort. Ik zal nooit zeggen dat er een definitief eindpunt is, maar men zit in een bepaald traject, met een ritme dat mij normaal lijkt. We kunnen het verder bekijken bij een latere vraag wanneer u dat wenst.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.