U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Mijn vraag gaat over de energie-intensieve industrie die bij ons nog altijd meer betaalt voor energie dan in de ons omringende landen. Er zijn al studies gemaakt door PricewaterhouseCoopers (PwC) en Deloitte. Die hebben dat becijferd. Maar de resultaten liepen sterk uiteen door het gebruik van andere parameters. Maar wat wel blijkt, is dat de energie-intensieve bedrijven een concurrentieel nadeel hebben en dus ook een kostenhandicap. Dat kan de competitiviteit en dus ook de werkgelegenheid ondermijnen.

De buurlanden hebben tal van maatregelen genomen. U kunt zeggen dat we niet naar de buurlanden moeten kijken, maar daar hebben de energiebedrijven een duidelijk lagere kost. Ze hebben daarmee een gevolg gegeven aan de Europese richtlijnen. Deze verplichten de lidstaten om vanaf 2019 rekening te houden met de elektro-intensiteit van hun ondernemingen.

De energienorm die is afgesproken in het regeerakkoord – ik ga het stuk niet citeren, u kunt het terugvinden op pagina 87 – moest een antwoord bieden op dat concurrentieel nadeel, maar er zijn op dat vlak nog geen concrete resultaten. 

Ik heb al een jaar geleden vragen om uitleg gesteld over dit onderwerp. U hebt toen verwezen naar werkgroep 4 van de Stroomversnelling. Op 18 januari 2017 gaf u aan dat toen de eindsprint voor deze werkgroep werd ingezet. De resultaten zouden twee dagen later beschikbaar zijn, lees 20 januari. Op basis daarvan zouden initiatieven worden aangekondigd. U kon daar toen nog geen uitspraken over doen, maar u lichtte wel een aantal principes toe.

De energienorm moet worden ingevoerd, dat staat zowel in het Vlaams als federaal regeerakkoord. Een gezamenlijke invoering kan, maar er kan perfect alleen een energienorm voor Vlaanderen worden ingevoerd. Ieder niveau moet de berekeningen maken en de impact nagaan. Het kan niet zo zijn dat een daling bij het ene bevoegdheidsniveau een stijging bij het andere beleidsniveau uitlokt.

Ten slotte zou dit eveneens aan bod komen op het interfederaal overleg met federaal minister van Energie Marghem in april 2017.

Minister, is de aangekondigde studie over de benchmark van de energie-intensieve bedrijven met de ons omringende landen opgeleverd? Zo ja, kunnen we die inkijken of de resultaten kennen?

Welke parameters heeft men gebruikt? In de eerste studie was het probleem dat men met verschillende parameters heeft gewerkt.

Worden de maatregelen van de buurlanden mee opgenomen in deze studie? Kunnen deze goede praktijken een oplossing bieden voor ons land?

Eerder gemaakte studies geven aan dat er wel degelijk een concurrentieel nadeel is voor de energie-intensieve bedrijven in vergelijking met de buurlanden. Kunnen we in dat opzicht reeds nadenken om initiatieven te ontwikkelen? Wat kunt u als minister nu reeds ondernemen? 

Binnen welke door de EU opgelegde contouren kunnen maatregelen worden genomen?

Wat zijn de vorderingen van de aangekondigde werkgroep 4 inzake de uitwerking van de energievisie en -pact? Wanneer zullen de resultaten van deze werkgroep worden vrijgegeven?

We lazen deze morgen nog in De Standaard en De Tijd dat er binnenkort ook een onlinebevraging komt, van onderuit. Ik heb al zitten zoeken, maar de website niet gevonden. U zult dat waarschijnlijk wel kunnen meedelen. Half november wordt dat afgesloten waarna u politieke beslissingen zult nemen, zo hebt u geformuleerd op de radio.

Hoe zult u samenwerken met de federale collega voor een snelle invoering van de energienorm, zowel op distributienet- als op transmissieniveau? Is een gezamenlijke invoering opportuun? Wat is de timing daarvoor?

Minister Tommelein heeft het woord.

In de vierde werkgroep van de energievisie werd voorgesteld dat de uitwerking van de energienorm via een samenwerkingsverband met de andere gewestelijke en federale energieregulatoren dient te gebeuren.

In het kader van het interfederaal energiepact is deze energienorm dan ook aan de orde, zoals ik reeds heb verteld hier in de commissievergadering van 3 mei, en hierover zal dan ook duidelijkheid zijn tegen het einde van dit jaar. Dat is de afspraak. Uit de PwC-studie onthoud ik nog steeds dat er voor een bepaald segment bedrijven een concurrentieel nadeel is, maar niet voor alle segmenten. Het is dan ook noodzakelijk om hier zeer omzichtig mee om te springen. We zullen kijken hoe we de energienorm vorm kunnen laten krijgen. Hierbij dienen we steeds rekening te houden met de contouren van de Europese regels van ‘state aid’, maar ook met de Europese regelgeving in het kader van de Europese elektriciteitsmarkt. Bij het nemen van initiatieven ten aanzien van bepaalde bedrijven is het steeds balanceren op een slappe koord, ook al hebben bepaalde buurlanden reeds een bepaalde korting verkregen voor hun industrie.

Wat de aangekondigde studie betreft, veronderstel ik dat u niet opnieuw verwijst naar de studie die werd aangekondigd in april 2016. Ik stelde reeds in de commissievergadering van 18 januari alsook in die van 3 mei 2017 dat dit lastenboek niet werd afgewerkt omdat er inderdaad dubbel werk is met de studies die lopen op andere niveaus, onder andere de PwC-studie. Wel zullen we volgens mij inderdaad, nadat de verdere werkzaamheden afgesproken zijn binnen het energiepact, een specifieke studie moeten voorbereiden. De modaliteiten hierover zullen dan ook worden afgesproken in het kader van de werkzaamheden van het pact.

Op het Vlaamse niveau nam de Vlaamse Regering in september nog een belangrijke maatregel om de competitiviteit van bedrijven te vrijwaren door bij het uitwerken van de bijdrage Energiefonds met de bedrijven rekening te houden. Verder hebben we ook beslist de supercap uit te werken, wat de kosten voor de energie-intensieve ondernemingen zal drukken. Maar ik heb tegelijkertijd aan de bedrijven duidelijk gemaakt dat ook zij een inspanning moeten leveren op het vlak van de energieomslag en op het vlak van hernieuwbare energie. Ik verwacht van hen investeringen op dat vlak. Het is natuurlijk eenvoudig om te zeggen dat er een competitief nadeel is, maar het is nu vooral zaak om, samen met de bedrijven, de doelstellingen hernieuwbare energie te halen. Ze moeten dat niet alleen doen, maar ook de overheid moet dat niet alleen doen. De burgers doen dat ook al. We moeten samen aan de kar duwen. Op die manier kunnen we de doelstellingen wel halen. Ik reken dan ook op de energie-intensieve industrie om daartoe hun steentje bij te dragen.

Minister, die opmerking over ‘niet alle bedrijven’ hebt u vorige keer ook gemaakt. Ik heb toen duidelijk gespecifieerd dat het gaat om energie-intensieve elektrobedrijven. Het staat ook zo in mijn vraag. Het is belangrijk in verband met de timing. De energienorm wordt deels behandeld in het interfederale energiepact. Daarvoor moeten we nu de parameters vastleggen om de energienorm vast te leggen. Is daar al een consensus over binnen de verschillende entiteiten? (Minister Bart Tommelein schudt van nee)

Dan hebt u een probleem inzake timing?

Als wij in onze eigen energievisie afspreken dat we het op het interfederale energiepact doen, en ik heb een timing die ik met de collega’s afgesproken heb om te volgen, dan probeer ik die timing te respecteren en er vooral voor te zorgen dat die op timing blijft. Ik steek niet onder stoelen of banken, mijnheer Gryffroy, dat ik echt al het nodige doe om het energiepact op de afgesproken tijdstippen af te leveren. Ik hoop dat mijn collega’s in de andere gewesten en op federaal niveau dezelfde inspanningen leveren om dat ook te doen. Het zal niet aan Vlaanderen liggen, hoor.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Dat wil ik duidelijk bevestigen. Ik betwijfel niet dat u de timing wilt respecteren en er alles aan doet. Ik wil wel constant op het gevaar wijzen dat u straks het slachtoffer kunt zijn van wat de andere gewesten of Marghem willen doen. Want als u zegt dat er nu nog geen consensus is rond parameters, dan krijgt u die studie eind dit jaar niet rond. En dat zal niet uw fout zijn, maar wat gaat u dan doen?

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.