U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 17 juni 2015, 14.00u

Voorzitter
van Jan Van Esbroeck, Ward Kennes, Marc Hendrickx, Rik Daems, Johan Verstreken en Karim Van Overmeire
228 (2014-2015) nr. 1
De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn de voorstellen van resolutie van Jan Van Esbroeck, Ward Kennes, Marc Hendrickx, Rik Daems, Johan Verstreken en Karim Van Overmeire betreffende de erkenning van de Palestijnse Staat, van Tine Soens en Güler Turan betreffende de erkenning van Palestina als onafhankelijke staat en van Wouter Vanbesien en Imade Annouri betreffende de erkenning van de Palestijnse Staat.

De voorstellen van resolutie van Tine Soens en Güler Turan en van Wouter Vanbesien en Imade Annouri werden door de commissie verworpen.

Bij brieven van 15 en 16 juni 2015 hebben de indieners verzocht ze op de agenda van de plenaire vergadering te plaatsen.

Conform artikel 77, punt 5, van het Reglement van het Vlaams Parlement moeten wij ons bij zitten en opstaan uitspreken over het aanvatten van de bespreking.

De volksvertegenwoordigers die voorstander zijn van het aanvatten van de bespreking van de voorstellen van resolutie van Tine Soens en Güler Turan en van Wouter Vanbesien en Imade Annouri, wordt verzocht op te staan.

De tegenproef.

De bespreking wordt aangevat.

Dames en heren, ik stel voor de besprekingen van de drie voorstellen van resolutie samen te voegen tot één bespreking.

Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De bespreking is geopend.

Mevrouw Turan, verslaggever, heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Voorzitter, wij zijn de bespreking van deze drie resoluties begonnen met een procedurebehandeling.

Voorzitter Rik Daems merkt op dat er verschillende voorstellen van resolutie zijn over hetzelfde onderwerp, die weliswaar in chronologische volgorde samen worden geagendeerd, maar dat de commissie beslist welke tekst zij als basistekst voor de bespreking neemt. Na veel discussie wordt beslist dat de tekst van de meerderheid als basistekst wordt genomen.

Ik geef dan ook een verslag over het geheel.

De heer Van Besien citeert, als indiener van het voorstel van resolutie betreffende de erkenning van de Palestijnse Staat, Brigitte Grouwels, die in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement stelde dat ze het belangrijk vindt dat dat parlement een signaal aan de Belgische federale overheid geeft om de Palestijnse Staat nu te erkennen. Het voorstel van resolutie dat onder meer door haar in dat parlement werd ingediend, heeft de spreker overgenomen. In het Brussels Hoofdstedelijk Parlement onthielden de N-VA en Open Vld zich. Het voorstel van resolutie werd daar goedgekeurd door CD&V en Groen.

Volgens de heer Van Besien is het belangrijk niet in de val te trappen van het formuleren van voorwaarden voor de erkenning. Een erkenning van de Palestijnse Staat moet onvoorwaardelijk zijn, er is geen voorwaardelijk recht op zelfbestuur. Dat laten afhangen van de resultaten van de vredesgesprekken geeft volgens de spreker een feitelijk vetorecht aan Israël. Het kan ook niet afhangen van de unanimiteit in de Europese Unie, want van de 193 leden van de Verenigde Naties hebben al 135 leden zich voor de erkenning van Palestina uitgesproken. In het korte en duidelijke voorstel van resolutie wordt de federale overheid dan ook gevraagd om Palestina onmiddellijk te erkennen.

Vervolgens zijn wij overgegaan naar de toelichting bij het voorstel van resolutie van de sp.a-fractie betreffende de erkenning van Palestina als onafhankelijke staat. Tine Soens stelt dat de tweestatenoplossing meer en meer onder druk komt te staan door het agressieve nederzettingenbeleid van Israël. Het vredesproces raakt de laatste jaren voortdurend opnieuw in het slop. Het geweld steekt steeds opnieuw de kop op. Elk land dat de tweestatenoplossing voorstaat, zou tot erkenning moeten overgaan. Het is als het ware een morele plicht. Dit voorstel van resolutie wil volgens mevrouw Soens bijdragen aan de tweestatenoplossing, een onderhandelde oplossing waarbij Israël en Palestina vreedzaam naast elkaar leven. Dit is de enige weg naar een duurzame vrede in het Midden-Oosten en de regio. De erkenning van de Palestijnse Staat is volgens de spreker een symbolische stap. De erkenning stuurt een duidelijk signaal aan diegenen die de tweestatenoplossing actief tegenwerken op basis van de diep ingewortelde Israëlische bezetting en de toenemende nederzettingenactiviteit. Het signaal moet worden gestuurd dat de internationale gemeenschap dit niet langer aanvaardt en dat er gevolgen zullen zijn. De erkenning van de Palestijnse Staat, met een duidelijke definiëring van zijn grenzen, zou Israël duidelijk moeten maken dat er geen gebiedsuitbreidingen meer kunnen komen en dat de bouw van nederzettingen op vreemd grondgebied plaatsvindt.

Verder stelt mevrouw Soens dat de erkenning ondersteuning biedt aan de gematigde Palestijnen die tot onderhandelen bereid zijn en in staat zijn het staatsvormingsproces aan te gaan. Het recht op soevereiniteit van de Palestijnen is zo groot als dat van Israël. De Palestijnse zelfbeschikking is geen keuze van Israël, maar een recht van het Palestijnse volk. België heeft de status van Palestina als waarnemend niet-lid bij de Verenigde Naties ondersteund. De logische volgende stap is dan de onafhankelijkheid te ondersteunen. De duurzame vrede kan er enkel komen door onderhandelingen.

Vervolgens werd er een toelichting gegeven bij het voorstel van resolutie betreffende de erkenning van de Palestijnse Staat van de meerderheid. De heer Jan Van Esbroeck heeft als indiener de discussie rond Palestina als staat en dus als internationaal rechtssubject te complex genoemd om louter in zwart-wittermen te voeren. Voor de indieners staan in deze discussie twee zaken voorop: wederzijds respect dat onderhandelingen mogelijk moet maken, en veiligheid. De weg naar een Palestijnse Staat is daarom die van de politiek en de diplomatie. Het zelfbeschikkingsrecht van volkeren zorgt ervoor dat de indieners de erkenning van Palestina als staat en de tweestatenoplossing in principe steunen, wanneer dit tegelijk parallel loopt met vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnse autoriteiten, met internationale ondersteuning, zodat erkenning mogelijk wordt op het meest geschikt geachte ogenblik. Dat ogenblik moet worden gekozen op basis van de evolutie van het overleg tussen de lidstaten van de EU en van haar inspanningen om het vredesproces te ondersteunen; het bestaan van een volwaardige Palestijnse regering met gezag over het hele Palestijnse grondgebied; de grenzen van het grondgebied van de Staat Palestina zijn die van 1967 en kunnen enkel gewijzigd worden na overleg tussen beide partijen.

Met dit voorstel van resolutie willen, volgens de heer Van Esbroeck, de indieners twee doelen bewerkstelligen: ten eerste onverkort bekrachtigen dat voor Vlaanderen een tweestatenoplossing, waarbij Israël en Palestina naast elkaar bestaan, de enig mogelijke uitkomst is, en ten tweede erkennen dat de Palestijnen recht hebben op hun eigen democratische staat naast Israël. Daarnaast onderschrijven ze dat de erkenning van een Palestijnse Staat pas zinvol is via onderhandelingen met Israël en indien die ondersteund wordt door andere landen en organisaties.

Collega Ward Kennes stelde ter plekke vast dat veiligheid in Israël bijna een religie is. Dat vloeit voort uit hun geschiedenis. Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen een warme sympathie voor het Joodse volk, de garanties voor de veiligheid van Israël en de politiek en de verklaringen van de huidige regering-Netanyahu. Die regering geeft geen enkele blijk van bereidheid tot stappen in de richting van vrede en is daar nog trots op ook, wat bijzonder betreurenswaardig is.

Een aantal collega’s, die alle in de commissie aanwezige partijen vertegenwoordigden, waren er op bezoek. Voor de Palestijnen zijn er een aantal zeer dringende zaken. De blokkade van Gaza veroorzaakt een humanitaire crisis en Israël laat uit angst voor de bouw van nieuwe tunnels geen bouwmaterialen toe. De heropbouw kan hierdoor niet starten. De uitbreiding van de nederzettingen in bezet gebied gaat verder, tegen alle internationale rechtsregels in. De regeling rond de fiscaliteit waarbij Israël bepaalde middelen zou innen en doorstorten aan de Palestijnse Autoriteit, is door de Palestijnse stappen in de richting van het Internationaal Strafhof geblokkeerd. Dit heeft als bijkomend risico dat de Palestijnse Autoriteit bij gebrek aan middelen dreigt in te storten en dat haar inspanningen voor de veiligheid van Israël en zijn burgers onder druk komen te staan. De Palestijnen die in onderhandelingen, in vrede en een vergelijk geloven, staan na al die jaren nog altijd met lege handen.

Alle collega’s zitten op de lijn van de grenzen van 1967, de tweestatenoplossing, onderhandelingen en een duurzame vrede. Iedereen is ook van oordeel dat nederzettingen in bezet gebied niet kunnen omdat ze in strijd zijn met het internationaal recht.

Heel wat landen hebben al de stap gezet naar de erkenning van de Staat Palestina. Welk signaal kan er dan worden gegeven? Het voorstel van resolutie van de meerderheidspartijen ligt, niet toevallig volgens collega Kennes, in de lijn van wat er federaal is gebeurd. De discussie richt zich op de vraag of het over de timing, dan wel over voorwaarden gaat. De oppositie stelt dat het voorstel voorwaarden oplegt die Israël de kans biedt eenzijdig te bepalen of de erkenning al dan niet kan doorgaan. Volgens de spreker gaat het echter over een aantal elementen waarbij de erkenning maar eenmaal kan plaatsvinden.

Het is in het belang van het bestaan van de Staat Israël en van de veiligheid van de  Israëlische burgers dat die problemen worden aangepakt, dat er vrede komt en dat de Palestijnse Autoriteit niet gedestabiliseerd raakt.

Het signaal is dat de Israëlische regering slecht bezig is en dat het in hun belang is om tot een onderhandelde oplossing en tot een rechtvaardige situatie voor de Palestijnen te komen.

Indiener Rik Daems stelt vast dat de erkenning van staten geen Vlaamse bevoegdheid is. Via het voorstel van resolutie wordt er aan de Federale Regering een aanbeveling gegeven om tot erkenning over te gaan. Dit betekent uiteraard niet dat het Vlaams Parlement hier geen mening over mag of zelfs moet hebben. De West-Europese Unie (WEU) was het enige instrument waar parlementariërs met elkaar over de West-Europese veiligheid konden overleggen. Dit instrument is inmiddels afgeschaft als gevolg van de illusie van het Europees Parlement dat daar het veiligheidsbeleid vorm zou worden gegeven.

Volgens de spreker is dit een van de grootste stommiteiten op internationaal vlak van de afgelopen tien jaar. In die context bleken gesprekken wel degelijk mogelijk te zijn. Hij had de ervaring om met Palestijnse en Israëlische parlementariërs rond de tafel te zitten voor ernstige debatten. Het loopt echter scheef als derden een zeer uitgesproken mening pro of contra uiten. Dit is een strategische overweging, geen waardeoordeel. Open Vld is van oordeel dat het een strategische fout zou zijn, in hoofde van een van de partijen, al dan niet gewild, de indruk te wekken unilateraal voor een van de partijen te kiezen. De spreker zegt dat hij de tekst afkomstig van het federaal parlement mee ondertekend heeft om die boodschap over te brengen. Het lid stipt tot slot nog aan dat het niet te geloven is hoe een kleine vonk enorme en onoverbrugbare emotionele tegenstellingen kan veroorzaken.

Güler Turan zegt dat de onrust en onvrede die daar heersen, beide kanten raakt. Ook heel wat Israëlische jongeren zien geen toekomst meer voor hun land en heel wat zijn al vertrokken. Zo is ook zij uiteraard voorstander van de tweestatenoplossing op basis van 1967. De diplomatieke middelen moeten worden ingezet, maar de vredesonderhandelingen moeten vooral een eerlijke kans krijgen. De onderhandelaars mogen inderdaad niet worden opgejaagd door de zijde van de ene of de andere te kiezen.

De realiteit is echter dat de vredesonderhandelingen volledig in het slop zitten, net omdat beide partijen elkaar niet erkennen. Er zijn gelijkwaardige gesprekspartners nodig om tot een oplossing te komen. Ook de ‘wall of shame’ wordt nog steeds uitgebreid en dat gebeurt niet op de grenzen van 1967. Er worden wijken en buurten ingenomen waardoor gezinnen en families uit elkaar worden getrokken.

Europa kan geen staten erkennen, maar heeft in december 2014 voor al de landen van de EU een belangrijke aanzet gegeven. De spreekster vraagt om daar gebruik van te maken en over te gaan tot een onvoorwaardelijke erkenning.

De heer Vanbesien wijst erop dat CD&V niet alleen in het federaal parlement een standpunt heeft ingenomen, maar ook in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Dat laatste standpunt was anders dan de tekst van de meerderheidspartijen die nu voorligt. Ward Kennes zal dus moeten kiezen, volgens de heer Vanbesien. Ofwel gaat men voor een onvoorwaardelijke erkenning, ofwel wordt het recht op zelfbeschikking een element dat strategisch als een vorm van, beloning wordt ingezet. Een dergelijke werkwijze mag worden verwacht van een machtspoliticus als Rik Daems, maar veel minder van de N-VA. (Gelach)

Aldus nog altijd de heer Vanbesien dus. Het is verbazend dat de N-VA het recht op zelfbeschikking voorwaardelijk maakt. De spreker citeert tot slot nog Desmond Tutu: “Als je neutraal bent tegenover een situatie van onrechtvaardigheid, dan kies je eigenlijk de kant van de onderdrukker.”

Ward Kennes meent dat een aantal beperkingen die Güler Turan opsomde, terecht zijn. De problemen gaan niet alleen uit de weg worden geruimd door erkenningen. Er zijn een aantal essentiële zaken die nu urgenter zijn voor de situatie op het terrein en voor de toekomst van Israël en Palestina.

De heer De Croo merkt op dat het hier om een enorm complex probleem gaat, waarbij de belangen niet alleen ter plekke worden geregeld, maar misschien ook in Washington en in de Amerikaanse politiek. Mocht het volgens hem vandaag lukken om tot twee staten te komen, dan blijven er nog een aantal ‘vlekken’ binnen de Palestijnse Staat waarvoor een oplossing moet worden gevonden.

De heer Van Esbroeck verduidelijkt dat het door hem mee ingediende voorstel van resolutie tot een oplossing wil komen om in het kader van de vrede iets te realiseren. Het is niet de bedoeling het conflict aan te wakkeren.

Ter afsluiting noemt de heer Daems de redenering van de heer Vanbesien dat elke voorwaarde afbreuk doet aan het recht op zelfbeschikking, een sofisme.

De voorzitter

De heer Vanlouwe, verslaggever, heeft het woord.

Bij de algemene bespreking stelt de heer De Croo het voorstel van de meerderheid evenwichtig te vinden. Hij stelt dat de erkenning een positieve impact moet hebben, maar ook een perspectief moet geven en binnen de grenzen van 1967 moet blijven.

Mevrouw Soens attendeert op de officiële erkenning van de Staat Palestina door andere landen, waaronder Zweden, de daarop volgende niet-bindende resoluties over een onvoorwaardelijke erkenning van Groot-Brittannië, Spanje, Frankrijk en Ierland en de resolutie van het Europees Parlement. Ze verwijst eveneens naar de VN-beslissing dat er een Joodse en Palestijnse Staat moeten komen op het grondgebied van het historische Palestina. Die dateert al van 1947. Ze stelt hierbij dat steeds meer Europese landen vinden dat de maat vol is en dat Israël kleur moet bekennen: wil het een Palestijnse Staat of niet, staat het wel of niet achter een tweestatenoplossing?

De heer Van Esbroeck verwijst uiteraard naar het door hem namens de meerderheid ingediende voorstel van resolutie. Hij stelt heel uitdrukkelijk een voorstander te zijn van een vreedzame oplossing. Het heeft weinig zin een polemiek op te starten waarmee precies het tegenovergestelde wordt bereikt. Hij betreurt dan ook de politisering door sp.a, die er uitdrukkelijk een politiek verhaal van maakt. Bovendien spreekt hij tegen dat de Europese fractie van zijn partij hetzelfde zou hebben gezegd als de indieners van het sp.a-voorstel. Hij verwijst naar de stellingname van Europees parlementslid Demesmaeker in het Europees Parlement, die heeft verwezen naar het zelfbeschikkingsrecht van volkeren en de erkenning van Palestina, maar dat wel binnen een tweestatenoplossing, die ook door zijn fractie wordt ondersteund. In die context steunt collega Van Esbroeck het evenwichtige meerderheidsvoorstel dat thans voorligt en waarbij vrede uiteindelijk de inzet is. De erkenning van een Palestijnse Staat zal alleen mogelijk zijn na door andere landen en organisaties als de Verenigde Staten, Rusland, de Europese Unie en uiteraard ook de Verenigde Naties ondersteunde onderhandelingen met Israël. Een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring zou het tegenovergestelde resultaat kunnen bereiken, en een militaire logica brengt geen enkele oplossing.

Collega Kennes beaamt dat het om een evenwichtig voorstel van resolutie gaat, maar betreurt dat de feiten op het terrein niet die richting uitgaan.

Collega Vanbesien repliceert tegenover de meerderheid dat het hier wel degelijk om een politieke kwestie gaat, zij het niet de lokale, maar de internationale politiek, waarbij elke keuze inhoudelijk en misschien zelfs voor een stuk ideologisch is onderbouwd. Volgens hem is het meerderheidsvoorstel niet evenwichtig. De bestaande situatie waarvan wordt uitgegaan, is immers dat slechts een van de twee staten zou worden erkend.

Collega Turan stelt dat de meerderheid een initiatief heeft genomen omdat haar partij al veel eerder een voorstel van resolutie had ingediend. De behandeling daarvan was gevraagd en de meerderheid wou, althans volgens haar, dat initiatief niet wegstemmen zonder een alternatief. Ze verwijst naar de voortrekkersrol die Vlaanderen volgens de beleidsnota van de minister-president Bourgeois speelt. Ze nodigt daarom de N-VA-fractie uit een gedurfd standpunt in te nemen. Het gaat om erkenning nu of nooit.

Volgens mevrouw Turan is iedereen het eens over de grenzen van 1967, hoewel die nu praktisch onmogelijk worden gemaakt door de nederzettingen. Het lid treedt bij dat over een oplossing onderhandeld moet worden, maar de nieuwe, radicale regering is daar tegen gekant.

De heer Van Esbroeck onderstreept dat het niet over de schaal van Vlaanderen gaat in deze discussie. Hij wou alleen repliceren dat mevrouw Soens er een lokaal politiek spel van maakt. Het doel van het voorstel van resolutie van de meerderheid blijft vrede in de regio. Het sp.a-voorstel, althans volgens de heer Van Esbroeck, bekritiseert dat de EU blijft kiezen voor erkenning te gepasten tijde, maar vindt wel dat Vlaanderen er een voorbeeld moet aan nemen.

Mevrouw Soens repliceert dat sp.a sinds de overgang van meerderheid naar oppositie niet van standpunt zou zijn veranderd. Ze verwijst naar een eerder voorstel van resolutie van de heren Van der Maelen en Roegiers in de Kamer en in het Vlaams Parlement. Volgens haar dreigt het meerderheidsvoorstel met zijn verwijzing naar een Europese consensus Vlaanderen en België hun internationale voortrekkersrol te ontnemen. De Palestijnen hebben volgens mevrouw Soens de staat Israël al diverse keren erkend. Zij verwijst naar de Letters of Mutual Recognition. Wat de veiligheidsgaranties betreft, is de vraag of Israël als bezettingsmacht goed geplaatst is om dat aan de Palestijnen te vragen.

Tot slot stelde de heer De Croo dat de voorwaarde van een regering met gezag over het hele grondgebied niet is vervuld in Palestina. Door tweedracht zijn er op dit moment feitelijk twee Palestijnse regeringen op twee aparte stukken grondgebied. Verder is de vraag wie destijds het vredesproces in Oslo gesaboteerd zou hebben. Hij wijst erop dat de bewoners van de Palestijnse nederzettingen in Libanon, dat deel uitmaakt van de Arabische Liga, beroep noch eigendommen mogen verwerven. Hij herinnert er ook aan dat Saoedi-Arabië ooit honderdduizenden Palestijnen verdreef, toen Arafat een keer het verkeerde kamp koos in een van de oorlogen.

Het voorstel van resolutie van de heren Van Esbroeck, Kennes, Hendrickx, Daems, Verstreken en Van Overmeire betreffende de erkenning van de Palestijnse Staat werd aangenomen met 10 stemmen voor en 3 stemmen tegen. Het voorstel van resolutie van de dames Soens en Turan betreffende de erkenning van Palestina als onafhankelijke staat werd verworpen met 10 stemmen tegen en 3 stemmen voor. Het voorstel van resolutie van de heren Vanbesien en Annouri betreffende de erkenning van de Palestijnse Staat werd verworpen met 9 stemmen tegen en 2 stemmen voor en 1 onthouding.

De voorzitter

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

De heer Jan Van Esbroeck (N-VA)

Voorzitter, collega’s, we zijn aan dit voorstel van resolutie beginnen te werken met vrede als doel voor ogen. We willen helpen om het conflict in het Midden-Oosten te kunnen ontmijnen. Om een signaal te geven dat krachtig genoeg is, ben ik in dit parlement op zoek gegaan naar een grote meerderheid voor een breed gedragen voorstel.

Collega’s, het is de eerste maal dat er in dit parlement een door de meerderheid gedragen initiatief genomen wordt om een oplossing te helpen bieden aan het vredesproces tussen Israël en Palestina. Ook voor onze fractie is het een bijzonder belangrijk voorstel van resolutie, omdat het gaat over het recht op zelfbeschikking voor het Palestijnse volk in het kader van een duurzame tweestatenoplossing voor een leefbaar Palestina.

Pasklare oplossingen voor dit conflict bestaan niet. Ook wij hebben die niet in petto. Toch staan voor onze fractie twee zaken voorop in deze discussie: erkenning en veiligheid. Wij gaan ervan uit dat een erkenning van een Palestijnse Staat mogelijk moet zijn. Een erkenning is wel alleen mogelijk via onderhandelingen met Israël, en ondersteund door andere landen en organisaties zoals de Verenigde Naties, de Verenigde Staten, Rusland, en de Europese Unie. Een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring zal niet resulteren in een duurzame oplossing. De enige weg naar een Palestijnse Staat is die van de politiek en de diplomatie. De militaire logica, collega’s, brengt geen enkele oplossing.

Een tweede belangrijk punt voor mijn fractie is de veiligheid. Niet alleen de Palestijnen, maar ook de Israëli’s hebben een bestaansrecht. De Palestijnen moeten ondubbelzinnig het bestaansrecht van de Israëlische staat erkennen en moeten de veiligheid van Israël garanderen. Zolang Hamas de Gazastrook controleert en niet kan leven met een Israëlische staat, zal vrede uitblijven. Onze fractie pleit dus voor een vreedzame tweestatenoplossing, met een Israëlische en een Palestijnse Staat die naast elkaar leven.

Erkenning en veiligheid moeten het kader creëren waarin een duurzame oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten mogelijk moet zijn, maar er zijn ook heel wat randvoorwaarden die ingelost moeten worden. Collega’s van sp.a, het is een illusie te denken dat deze problemen opgelost kunnen worden via een opbodpolitiek. Alleen wederzijds overleg kan een uitweg bieden.

Hoewel een onafhankelijke Palestijnse Staat die ondubbelzinnig Israël erkent voor N-VA ook het einddoel is, ontslaat dit de Palestijnse overheid niet om nu al het heft in handen te nemen. De strijd tegen de corruptie, het opbouwen van openbare dienstverlening, het verlenen van seculier onderwijs en het creëren van jobs zijn enkele zaken waar de Palestijnen nu al een verschil kunnen maken. Ze krijgen daarvoor ook veel hulp van internationale instellingen en niet-gouvernementele organisaties.

Ook de Palestijnse elite moet de noodzaak inzien van een haalbaar compromis. Toen Israël zich in 2006 uit Gaza terugtrok, hebben de plaatselijke leiders niet gekozen voor goed bestuur, maar wel voor een machtsstrijd tussen Fatah en Hamas en geweld tegen Israël. De Palestijnen hebben jobs nodig, geen jihad.

Met dit voorstel van resolutie willen we weer zuurstof bieden aan de Israëlisch-Palestijnse dialoog. Het is een pragmatisch voorstel, dat concreet bruikbaar is binnen het vredesproces. Het is voor ons ook essentieel dat de verschillende EU-lidstaten de geest van dit voorstel ondersteunen. Ik ben dan ook verheugd een breed gedragen stem gevonden te hebben in dit parlement om deze niet onaanzienlijke stap te kunnen zetten.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Sedert de oprichting in 1948 van de Israëlische staat beheerst deze regio de internationale politiek. In heel veel landen is het eigenlijk een deel van de binnenlandse politiek geworden.

Oorlogen en vredesinitiatieven wisselen elkaar af zonder dat we op dit moment uitzicht hebben op duurzame vrede. Integendeel, de Syrische burgeroorlog en de opmars van IS hebben de regio opnieuw in een tragisch bloedbad gedompeld en een ontzaglijke vluchtelingenstroom op gang gebracht, die ook tot in onze straten zichtbaar is.

Recent hoorden we in de hoorzittingen van de commissie Radicalisering dat het niet oplossen van het conflict in het Midden-Oosten mee een voedingsbodem vormt voor radicalisering in de islamitische gemeenschap, ook in West-Europa. De geschiedenis van Israël toont aan dat veiligheid een dagelijkse bezorgdheid is van de Joodse Staat en dat de Israëli’s leven met een constante bedreiging. We willen de ogen niet sluiten voor deze realiteit maar duurzame vrede en veiligheid worden niet bereikt met militaire kracht en het bouwen van muren, met het blokkeren van de Gazastrook of het in stukken kappen van de Westoever in A-, B- en C-gebieden.

Het is ook als vrienden van Israël dat wij ons ernstig zorgen maken over een aantal recente ontwikkelingen. De nieuwe Israëlische regering staat sceptisch tegenover de tweestatenoplossing. Er is geen teken dat zij de vredesgesprekken opnieuw wil hervatten. De Israëlische afsluiting en gebrekkige financiering belemmeren de heropbouw van Gaza, een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld, met een zeer jonge bevolking die opgroeit tussen vier muren en zonder perspectief.

Het geweld van salafistisch-jihadistische groeperingen, de aanhoudende vete tussen Fatah en Hamas en de repressie van Hamas voeden de interne chaos in Gaza. We hebben vernomen dat deze namiddag de eerste minister, Rami Hamdallah, zijn ontslag heeft aangeboden aan president Mahmoud Abbas. Dat komt de duidelijkheid over de evolutie binnen de Palestijnse regering niet ten goede.

Israëlische vernielingen van Palestijnse structuren in zone C nemen toe. In 2014 ging het om zeshonderd structuren. Heel wat met EU-geld gefinancierde projecten lopen nog steeds het risico op vernieling.

Ook Palestijnse gemeenschappen in Israël worden met vernielingen geconfronteerd, dus binnen de grenzen van Israël. De nederzettingen in de bezette gebieden blijven uitdeinen en de internationaal erkende grenzen worden flagrant geschonden.

Alles samen bekeken, zijn er weinig hoopgevende signalen. Het is in deze context dat steeds meer staten overgaan tot de erkenning van Palestina als een staat. Dat zijn er op dit moment al 135. Vorig jaar heeft Zweden de stap gezet en in mei van dit jaar ook het Vaticaan. De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat al deze erkenningen de vrede op het terrein nog niet dichterbij hebben gebracht.

Maar, voorzitter, collega’s, ook de partijen van de meerderheid geloven dat de weg naar een duurzame vrede via een tweestatenoplossing loopt en dat die in het belang is van zowel Israël als Palestina. Dit is de logica van het internationaal recht. Dit is de logica van de duurzame vrede. Dit is ook de economische logica. Enkele weken gelden werd de studie bekend van het RAND Center for Middle East Public Policy. Die berekende dat de tweestatenoplossing een economische winst van 173 miljard dollar zou genereren. Volgens die studie hebben alle partijen te winnen bij deze oplossing.

Ons voorstel van resolutie dat voorligt, heeft de volgende uitgangspunten. Een principiële erkenning van de Palestijnse Staat als sleutelelement van een tweestatenoplossing. De erkenning van de grenzen van 1967. Jeruzalem als hoofdstad van beide staten. Veiligheid voor Israël en een democratische en levensvatbare staat Palestina. Een krachtige veroordeling van alle vormen van geweld en terrorisme. Een tijdstip van feitelijke erkenning dat het beste wordt bepaald in functie van vredesonderhandelingen die door de betrokken partijen tot een goed einde moeten worden gebracht. Ook houden we rekening met de gemeenschappelijke positionering in EU-verband waarbij de Europese Unie het vredesproces ten volle moet ondersteunen. En een volwaardige Palestijnse regering met gezag over het hele Palestijnse grondgebied, de Westoever en de Gazastrook. En inderdaad, dit is ook een oproep aan de Palestijnen om intern orde op zaken te stellen zodat een eensgezinde delegatie rond tafel kan zitten.

Voorzitter, collega’s, er liggen drie voorstellen van resolutie voor. Ten gronde liggen de uitgangspunten van de verschillende indieners volgens mij niet zo heel ver uit elkaar. Het verschil tussen de andere voorstellen van resolutie en het onze is dat een onvoorwaardelijke en onmiddellijke erkenning een heel hoog symbolisch karakter dreigt te krijgen en dat wij ons initiatief uitdrukkelijk plaatsen in de hoop dat de vredesonderhandelingen ondanks alles een nieuwe kans krijgen. (Applaus bij CD&V en bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Voorzitter, collega’s, na de Gaza-crisis van afgelopen zomer kwam het Israëlisch-Palestijns conflict weer bovenaan de agenda van de Europese regeringsleiders te staan. Zweden ging over tot de officiële erkenning van de staat Palestina en zette daarmee een positieve trend in beweging. Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje en Ierland volgden met niet-bindende resoluties tot de onvoorwaardelijke erkenning van Palestina. En ook onze collega’s aan de overkant keurden een resolutie goed voor de erkenning van Palestina.

Tot daar het goede nieuws, want de resolutie die in de Kamer goedgekeurd werd en hetzelfde voorstel van resolutie dat hier door de meerderheid wordt voorgelegd, lijken in niets op de teksten van de andere lidstaten, op het voorstel van resolutie van mevrouw Turan en mezelf en op dat van de Groen. Het voorstel van de meerderheid zal immers niet leiden tot de erkenning van een Palestijnse Staat, want de tekst spreekt over een erkenning: “op het ogenblik dat het meest geschikt wordt geacht”.

Daarnaast maakt men de erkenning afhankelijk van: “de evolutie van het overleg tussen de lidstaten van de Europese Unie” en “het bestaan van een volwaardige Palestijnse regering met gezag over het hele Palestijnse grondgebied.” Dit zijn voorwaarden waaraan enkel kan worden voldaan indien de Israëlische regering meewerkt. De meerderheidspartijen geven hiermee eigenlijk een vetorecht aan Israël.

Ondertussen won Netanyahu de verkiezingen in Israël, nadat hij heel letterlijk liet weten dat er met Likoed in de regering geen sprake kan zijn van een Palestijnse Staat. De partijen waar Netanyahu mee in zee gaat, staan allemaal voor een verdere uitbreiding van de Joodse nederzettingen in Palestijns gebied, die trouwens illegaal zijn volgens het internationaal recht.

Voor het eerst sinds 1993 staat de tweestatenoplossing ook niet meer in het regeerakkoord. Dat stelt de internationale gemeenschap voor een groot probleem, want er is geen officiële partner voor vrede meer aan Israëlische kant. De meerderheid zal zich moeten afvragen hoe ze daarmee omgaat.

Al in 1947 beslisten de Verenigde Naties dat er een Palestijnse en een Joodse Staat moest komen op het grondgebied van historisch Palestina. Israël werd in 1948 opgericht en al snel door de internationale gemeenschap erkend. De Palestijnen wachten nog steeds op hun staat. Meer dan twintig jaar na het begin van het Oslo-vredesproces is een Palestijnse Staat verder weg dan ooit. We zien nederzettingen, we zien de muur, de scheiding tussen Gaza en de Westoever, de annexatie van Oost-Jeruzalem en last but not least Israëls onwil om de bezetting te stoppen.

Meer en meer Europese landen vinden dat de maat vol is en dat Israël kleur moet bekennen: wil het een Palestijnse Staat of niet? Staat het echt achter een tweestatenoplossing of niet? En we kunnen de meerderheid hier dezelfde vraag stellen: wilt u een Palestijnse Staat of niet? Staat u echt achter die tweestatenoplossing of niet? Want met uw voorliggende voorstel van resolutie kiest u voor het status quo. U tolereert het nederzettingenbeleid van Israël.

Bovendien is het recht op soevereiniteit van de Palestijnen even groot als dat van Israël. Waarom weigert de N-VA de Palestijnen wat ze eist voor alle volkeren? In het Europees Parlement was Frieda Brepoels nog medeauteur van een resolutie die opriep om Palestina als staat en als lid van de VN te erkennen. In de Senaat keurde de N-VA onder impuls van Piet De Bruyn een gelijkaardige resolutie goed. Een resolutie was in 2011 wel nog het geschikte middel om de creatie van een Palestijnse Staat te bewerkstelligen, maar vandaag, amper vier jaar later, is ze dat niet meer.

Vijftien jaar geleden organiseerde toenmalig VU-partijvoorzitter en huidig Vlaams minister-president Geert Bourgeois – het is jammer dat hij hier niet meer is – een persconferentie waarbij hij net aan de kaak stelde dat België zich verschool achter Europa en waarbij hij vroeg om de ambassadeur uit Israël terug te roepen. Toen vonden de Vlaams-nationalisten het blijkbaar wel relevant en nuttig dat er een eenzijdig initiatief zou worden genomen. Hij riep toen trouwens ook op om de preferentiële handelsakkoorden met Israël op te schorten. Zou hij vandaag even moedig zijn? Ik vrees ervoor.

De voorzitter

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

De heer Jan Van Esbroeck (N-VA)

Mevrouw Soens, ik vind dit een klein beetje hypocriet. Dit is het eerste initiatief dat in dit parlement genomen wordt. U verwijt de N-VA dat wij daar niets aan doen, dat wij daar niet mee bezig zijn geweest, terwijl we dat in het verleden wel zeiden. Wel, we zitten nu in dit parlement, we zitten nu in de meerderheid, en dit is het eerste initiatief, dat vandaag goedgekeurd zal worden, waarin we iets doen om een niet onbelangrijke stap vooruit te zetten.

Wat u zegt, is dus onterecht. Uw partij zat hier al vele jaren voor ons en heeft de kans gehad om de daad bij het woord te voegen. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Ik verwijt u niet dat u niets doet. Ik verwijt u wel dat u van standpunt veranderd bent. Ik kan alleen vaststellen dat u in 2011 wel via een resolutie Palestina wou erkennen en dat dat in 2015 niet meer het geval is.

U verwijt ons dat wij niets gedaan hebben. Vooralsnog zaten wij niet alleen in de regering. Wij hebben wel degelijk een resolutie ingediend in het Vlaams Parlement en in de Kamer om Palestina onvoorwaardelijk te erkennen.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, ik vind dat collega Soens wat kort door de bocht gaat als zij uit onze betogen en uit ons voorstel van resolutie zou kunnen afleiden dat wij het nederzettingenbeleid in de bezette gebieden op een of andere manier zouden tolereren. Wij hebben duidelijk gemaakt, zowel in de tekst als tijdens de bespreking in de commissie, dat dit absoluut niet het geval is. Ik daag haar uit om dat ergens in onze betogen terug te vinden.

De idee dat wij één partij een veto zouden geven om tot erkenning over te gaan, strookt niet met de tekst zoals die in het voorstel van resolutie vervat zit. Daarin staat dat onder andere een drietal elementen mee in rekening kunnen worden gebracht. Een eerste gaat over de interne Palestijnse aangelegenheden. Dat is geen veto geven aan Israël.

Het andere punt gaat erover dat wij erop aandringen om in een Europees verband een aantal zaken gezamenlijk aan te pakken en het vredesproces als Europese Unie te ondersteunen. Dat is geen veto geven aan Israël.

En wanneer wij dan vragen dat de erkenning een positieve impact heeft op het onderhandelingsproces, leidt u daaruit af dat als één partij niet wil onderhandelen, die een veto heeft. Neen. Dat staat daar niet. Er wordt alleen gezegd dat het een van de elementen met een positieve impact kan zijn. Op basis van deze tekst kan de Federale Regering, als zij het moment gekomen acht, morgen overgaan tot die erkenning, op basis van die elementen. Maar er zijn verschillende elementen. Een veto van één partij, zijnde Israël, zit daar niet in.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Mijnheer Kennes, in uw voorstel van resolutie staat er ook dat er een volwaardige Palestijnse regering moet zijn, met het gezag over het hele Palestijnse grondgebied. U bent daar geweest, net als ik. U moet mij toch eens uitleggen hoe een Palestijnse regering gezag moet hebben over het gehele Palestijnse grondgebied als er zoiets bestaat als een Israëlische bezetting. Als dat geen de facto vetorecht van Israël is, dan weet ik het ook niet meer. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, op dit moment wordt het Palestijnse grondgebied bestuurd door twee regeringen. Je hebt Hamas in Gaza en de Fatah op de Westoever. Wat hier staat, is dat we zeggen dat ze moeten komen tot een akkoord, tot een regering van eenheid. Als Palestijnen moeten ze gezamenlijk met één mond kunnen spreken en als één partij aan de onderhandelingstafel gaan zitten.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Uiteraard zijn wij ook voor een Palestijnse eenheidsregering. Maar u kunt toch niet ontkennen dat er in de Westelijke Jordaanoever een bezettingsmacht is, namelijk Israël, en dat zelfs een eenheidsregering van Palestina geen controle heeft over het volledige Palestijnse grondgebied.

Ik kom tot mijn conclusie. Als we serieus zijn over vrede in het Midden-Oosten, dan kunnen we niet anders dan de Palestijnse Staat onvoorwaardelijk erkennen. Het is een morele must voor alle landen die de tweestatenoplossing steunen. Het is een investering in vrede. Het bewijst dat diplomatie en het internationaal recht de enige weg vooruit zijn. We missen hier de kans om een duidelijk signaal te sturen naar Israël dat zijn nederzettingenbeleid niet langer zal worden getolereerd. We missen de kans om een hart onder de riem te steken van de gematigde Israëlische en Palestijnse krachten die bereid zijn om opnieuw aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Want die onderhandelingstafel is de enige weg naar het beëindigen van een conflict dat al decennialang aansleept.

We wachten al twintig jaar op het meest geschikte moment. Deze meerderheid heeft echter beslist om nog wat langer te wachten en de keuze voor Palestijnse zelfbeschikking over te laten aan Israël.

Ik wil afsluiten met een quote van Arundhati Roy: “De moeilijkheid is dat, zodra je het gezien hebt, je het niet kan on-zien. En zodra je het gezien hebt, wordt zwijgen, wordt niets zeggen, een even politieke daad als zich uitspreken. Er bestaat geen onschuld. Je bent hoe dan ook verantwoordelijk.“ Daarom vraag ik u om Palestina onvoorwaardelijk te erkennen en ons voorstel van resolutie te steunen. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer Jan Van Esbroeck (N-VA)

Mevrouw Soens, ik wil benadrukken dat we ons initiatief hebben genomen om te proberen vrede te bereiken, met als doel naar een mogelijkheid tot vrede te gaan. Ik stel vast dat u daar niet in wilt meegaan. Wij vrezen dat uw voorstel het alleen maar erger zal maken. Dat is ons standpunt. Wij hebben getracht een meerderheid te zoeken om naar vrede te kunnen toewerken. Dat was onze intentie. Ik denk dat we daar met dit voorstel van resolutie in zijn geslaagd. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Ik zal maar kort spreken. Ik denk dat heel wat van de argumenten die ik wilde inbrengen, al door mevrouw Soens zijn ingebracht. De kern van mijn kritiek op het voorstel van resolutie van de meerderheid is dat het een voorwaardelijke erkenning is. Ze zeggen eigenlijk: “Ooit, op een dag zullen we Palestina wel erkennen, maar er zijn nog wat voorwaarden die eerst moeten worden vervuld.”

Mijnheer Kennes, er wordt inderdaad verwezen naar de vredesgesprekken en naar de controle van het hele grondgebied.

Daarnet in uw repliek zei u dat daar helemaal niet bij staat hoe we zullen evalueren wanneer aan die criteria en die voorwaarden is voldaan. Zo wordt de resolutie alleen maar zwakker, want er staan voorwaarden in en je kunt op geen enkele manier zelf, als Belgische regering of als Vlaams Parlement, gaan afvinken of aan die voorwaarden al dan niet voldaan is.

Het is onze overtuiging dat het de logica zelf is dat, als je gaat voor een tweestatenoplossing, je die twee staten dan ook erkent, zowel Israël als Palestina.

Ik beluister de meerderheid. Ze zegt dat ze dat ook wil. Het staat ook in het voorstel van resolutie. Maar volgens de meerderheid is het strategisch belangrijk dat we dat niet onmiddellijk en niet onvoorwaardelijk doen. Wat is dan precies die strategie, vraag ik me dan af. Die begrijp ik niet zo goed. Op welke manier kan een voorwaardelijke erkenning, die later zal gebeuren, een dwangmiddel zijn om sneller, via onderhandelingen, uit te komen bij een Palestijnse Staat. Dat zou willen zeggen dat we ervan uitgaan dat de Israëlische regering zit te bibberen omdat het Vlaams Parlement of België Palestina misschien zullen erkennen als ze zelf niet snel een onderhandelde oplossing vinden en Palestina zelfbeschikkingsrecht geven. Dat gaat niet gebeuren. Ik zie dus niet wat de strategie is die achter de strategische argumentatie zit, tenzij dat er te veel telefoontjes gekomen zijn vanuit de Israëlische ambassade.

Net zoals de mensen van de sp.a ben ik er absoluut voorstander van om hier een echte resolutie goed te keuren, die gaat voor een onafhankelijk Palestina en die het zelfbeschikkingsrecht van volkeren wel erkent.

Het voorstel van resolutie die mijn collega Annouri en ikzelf hebben ingediend, is opgesteld in ambtelijk taalgebruik. Dat bent u van mij niet gewoon, laat staan van Imade Annouri, het meest hippe parlementslid onder ons. De reden daarvoor is dat de tekst letterlijk overeenstemt met de resolutie die ook is goedgekeurd in het Brussels Parlement. CD&V heeft voor die resolutie gestemd en Open Vld en N-VA hebben zich onthouden.

Ik wil daar geen politiek spelletje van maken, want dit is een gevoelige en principiële kwestie van internationale politiek. De heer Kennes zei daarnet al zeer terecht dat veel mensen in ons land belang hechten aan dat dossier. Het is geen materie waarover je om partijpolitieke redenen en door toevallige omstandigheden in het ene of het andere parlement van opinie wijzigt. Daarom roep ik iedereen op om de resolutie, zoals goedgekeurd in het Brussel Parlement en door de heer Annouri en mezelf hier ingediend, ook goed te keuren.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Collega Van Besien, u zegt dat de Israëlische regering niet zit te bibberen bij het lezen van onze voorwaarden. Ongetwijfeld niet, maar dat 135 staten die stap al gezet hebben, heeft blijkbaar ook onvoldoende indruk gemaakt. De vraag is niet of wij met een aantal bemerkingen, randvoorwaarden of bijkomende bezorgdheden het verschil kunnen maken. Dat is niet zo, maar de onvoorwaardelijke erkenning door meer dan 130 landen heeft evenmin impact gehad. We streven hetzelfde na, we hebben dezelfde uitgangspunten en hetzelfde einddoel, maar het verschil is dat wij dat willen inpassen, ook binnen de Europese context. We willen dat de Palestijnse regering vanuit Ramallah haar gezag ook kan uitbreiden tot in Gaza en dat daar een werkende structuur komt. We zeggen inderdaad ook dat de vredesonderhandelingen een belangrijk element zijn.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Als u zegt dat het ene niet werkt en het andere ook niet, dan komt dat erop neer dat wat we hier doen als Vlaams Parlement, sowieso geen effect heeft.

Ik denk dat het logisch is dat Israël moet weten dat heel de internationale gemeenschap ervan uitgaat dat Palestina een eigen staat moet hebben en dat dat ook heel klaar en duidelijk gezegd wordt. Daar zullen vredesonderhandelingen moeten op volgen. Dat is uiteraard zo, er is natuurlijk geen vraag om dat militair aan te pakken. Laat ons tenminste met de internationale gemeenschap met één stem spreken. Dat is principieel juist en, in mijn ogen, ook strategisch juist.

De heer Jan Van Esbroeck (N-VA)

Mijnheer Vanbesien, we moeten rekening houden met de internationale context. We moeten ons de vraag stellen hoe we een nuttige bijdrage kunnen leveren. Dat is wat we met dit voorstel van resolutie doen. We zouden het gepraat voor de galerij moeten kunnen overstijgen. Ik vind het enigszins spijtig dat u dit niet kunt.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Mijnheer Van Esbroeck, ik neem het niet dat u een legitiem politiek debat vernauwt tot de stelling dat hier politieke spelletjes worden gespeeld. We hebben duidelijk een andere visie. Ik heb het dan niet over het einddoel. U hebt het in uw voorstel van resolutie ook over een tweestatenoplossing. Het gaat me om wat nu de meest consequente en terechte handelwijze is. Dat is een debat dat ik hier wil voeren en zal blijven voeren. (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord.

Voorzitter, indien iemand van mening is dat de Palestijnen recht op een eigen staat hebben, moet die persoon dat gewoon onomwonden durven zeggen. Dat hoeft niet aan allerlei voorwaarden ondergeschikt te worden gemaakt.

Volgens het voorstel van resolutie van de meerderheid kan een erkenning enkel op het meest geschikt geachte moment. Dat moment wordt gekozen op basis van voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat er een volwaardige Palestijnse regering moet zijn met gezag over het hele Palestijnse grondgebied.

Als een volk recht op zelfbeschikking heeft, wat volgens mij het geval is, moet dat vandaag kunnen. Dat volk moet dan vandaag zijn zelfbeschikkingsrecht kunnen opeisen en krijgen. Dat zal echter niet gebeuren.

Volgens de voorwaarden die door de meerderheid worden gesteld, moet er een volwaardige Palestijnse regering zijn met gezag over het hele grondgebied. Ik twijfel aan die volwaardige Palestijnse regering. Deze middag heeft het Palestine News Agency (WAFA) een persbericht verstuurd waarin te lezen staat dat premier Hamdallah volgens de heer Hamad, raadgever van president Abbas, zal aftreden. De heer Makboul, secretaris-generaal van de revolutionary Council, heeft dit bovendien bevestigd. Volgens president Abbas is dit echter bijzonder nieuws. Volgens hem heeft premier Hamdallah volgende week immers een ontmoeting met de Palestine Liberation Organization (PLO) op zijn agenda staan. Er is, met andere woorden, verwarring alom.

Volgens de door de meerderheid gestelde voorwaarden zal dit volk, dat volgens mij en ook volgens de indieners van het voorstel van resolutie zelfbeschikkingsrecht heeft, hier niet over kunnen beschikken en geen erkenning krijgen. Het moment van de erkenning is immers afhankelijk van voorwaarden die elke minuut kunnen veranderen, bijvoorbeeld door een persbericht zoals het WAFA er deze middag eentje heeft verstuurd.

Volgens mij is de vraag niet of de Palestijnen over een eigen staat moeten beschikken. Die vraag kunnen we beantwoorden. Een volk moet een zelfbeschikkingsrecht hebben. De vraag die we moeten stellen is of de Palestijnen echt wel een eigen staat willen. Die vraag wordt in verband met de hele Palestijnse kwestie niet gesteld. Uiteindelijk is dit alleen maar een poging van de islam om Israël te koeioneren, een mes in de rug te steken, zoveel mogelijk bij de rest van de wereld in diskrediet te brengen en, als het even kan, zelfs van de aardbodem te laten verdwijnen.

Er is onmiskenbaar een grote islamitische Jodenhaat te vinden in alle nieuwsitems die me vanuit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever bereiken. Zelfs in de stad waar ik vandaan kom, Antwerpen, heb ik ervaring met de islamitische Jodenhaat. In mijn stad hebben de pro-Palestijnse betogingen geen zware politiebeveiliging nodig. Dat geldt helaas wel voor de samenkomsten van Joden. In mijn stad, Antwerpen, zijn niet de moskeeën, de koranscholen of de lokalen van de Arabische vzw’s die door het leger en de politie moeten worden bewaakt. In mijn stad moeten de synagogen, de joodse scholen en de andere joodse instellingen effectief door het leger en de politie worden bewaakt.

Wanneer ik anno 2015 tijdens betogingen in de straten van Europese hoofdsteden en grootsteden als Antwerpen “Hamas, Hamas, alle joden aan de gas” hoor roepen, denk ik dat we vooral niet naïef moeten zijn als we discussies over de erkenning van de Palestijnse Staat voeren.

Waarom is er die islamitische Jodenhaat? De islamitische Jodenhaat wordt volgens mij niet geprovoceerd door Israël, maar de Israëlhaat komt voor uit de islamitische haat die er is tegen Joden. Palestijnen zijn helaas een speelbal geworden van de islamitische jihad. Zij worden gebruikt en misbruikt voor een heel andere agenda.

Voorzitter, bij het bespreken van dit voorstel van resolutie zou ik toch een paar kanttekeningen willen maken die ik nog niet gehoord heb van de andere sprekers, hoewel ze allemaal al gepasseerd zijn en ik al een aantal argumenten gehoord heb. Ik vraag me af wat de anderen vinden van het ellendige lot bijvoorbeeld van de vele honderdduizenden, zelfs miljoenen Palestijnen die in de buurlanden van Israël wonen, in Libanon of Jordanië bijvoorbeeld. Er is geen haan die naar hun lot kraait. Zijn dan de Palestijnen in Libanon en Jordanië veel minder waard dan de Palestijnen in Gaza of op de Westbank? Het lijkt er heel sterk op dat het lot van de Palestijnen alleen belangrijk is als er Joden mee gemoeid zijn. Wanneer de Palestijnen door Arabische en islamitische broeders dikwijls als uitschot behandeld worden, dan blijft het muisstil, want dat past natuurlijk niet in de islamitische jihad of in de islamitische Jodenhaat.

Ik denk dus dat de Palestijnse kwestie vooral moet dienen om Israël in diskrediet te brengen. Het zelfbeschikkingsrecht verdient veel beter dan dat. Maar hoe je het ook draait of keert, ik denk dat dat zelfbeschikkingsrecht nu heel grondig misbruikt wordt om in eerste instantie Israël te ondermijnen. De westerse obsessie voor alles wat Israël doet of laat, heeft alles te maken met de islamisering en arabisering van onze eigen samenleving. Mocht Israël geen joods-democratische rechtsstaat zijn, waar uiteindelijk een democratie heerst, een van de enige landen trouwens in die regio die een volwaardige democratie heeft, dan zou er geen haan kraaien naar de Palestijnen, net zoals niemand wakker ligt van de Palestijnen die nu een slecht lot beschoren zijn in Libanon en Jordanië.

Ik wil een tweede kanttekening maken en wil dan enkel maar de Israëlische premier Netanyahu citeren. Hij heeft heel treffend gezegd: heeft men in Europa echt niets beters te doen op het ogenblik dat doorheen het hele Midden-Oosten de radicale islam onthoofdt, moordt en rooft? IS is op pad in het Midden-Oosten. Daesh doet barbaarse slachtingen. Dan moet ik de premier van Israël eigenlijk wel gelijk geven.

Een derde kanttekening wil ik maken bij de selectieve verontwaardiging die ik dikwijls hoor. Ik vraag me inderdaad af, collega’s, waar de verontwaardiging blijft, bijvoorbeeld over de bezetting van de Westelijke Sahara door Marokko, of de bewogenheid en zelfs de bevlogenheid, die ik hier wel gezien heb bij links en anderen, over de bezetting van Noord-Cyprus door Turkije, of de verontwaardiging over het lot van vele andere volkeren, bijvoorbeeld de Koerden of de druzen, het lot van zovele christelijke minderheden in het Midden-Oosten die momenteel afgeslacht worden door Daesh.

Ik kom tot een vierde kanttekening. Zoals ik al zei, gaat het hier niet om de erkenning van de Palestijnse Staat of Palestina als onafhankelijke staat. Het gaat hier niet over het zogenaamd Arabisch-Israëlisch conflict. Zoals ik al uitlegde, is het eigenlijk een islamitisch-joods conflict. Het gaat niet over Palestina, want Palestina is trouwens veel groter dan het kleine stukje grond binnen Israël of, ik heb het hier al door links horen zeggen, het hele grondgebied van Israël. Het gaat zelf over een veel groter grondgebied. Het gaat over een grondgebied dat zich uitstrekt tot ver in Jordanië, tot zelfs in Egypte. De vaak gehoorde islamitische leuze ‘Na Jeruzalem, valt Rome’, sluit aan bij het Arabische spreekwoord ‘Na de zaterdag komt de zondag’, wat zoveel betekent als: na de joden gaan de christenen en alle niet-moslims eraan, Palestijnse Staat of niet. Dat is wat IS/Daesh momenteel uitvoert in een heel groot gebied in het Midden-Oosten.

Waar gaat het dan wel over? Wel, het gaat over de ‘clash of civilisations’, zoals Huntington al eens beschreef. Een clash tussen vrijheid en beschaving aan de ene kant en jihad en islamitische barbarij aan de andere kant.

Wat er ook van zij, Israël is een voorpost van het vrije Westen, niet vrij van fouten, dat moet ik toegeven. Niettemin is Israël in het Midden-Oosten een deftig lichtpunt van vrijheid en democratie in een woestijn van islamitisch totalitair denken.

Wanneer de islamitische wereld vandaag de wapens zou neerleggen en zijn antisemitische haat zou laten varen, dan zou er morgen vrede kunnen zijn in het Midden-Oosten. Maar als Israël vandaag de wapens zou neerleggen, dan zou het morgen gewoonweg van de kaart geveegd zijn.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Mevrouw Van dermeersch, ik wil u er toch op wijzen dat, wanneer Israël een democratie is met heel veel kamers en heel veel stromingen, het absoluut bij de haren is getrokken om de Palestijnse gemeenschap gelijk te stellen met islamitisch fundamentalisme. Er zijn christelijke Palestijnen, er zijn marxistische Palestijnen, er zijn vrijdenkende Palestijnen, er zijn gematigde islamieten onder de Palestijnen. Het is een heel diverse groep en het is absoluut bij de haren getrokken om hen te vereenzelvigen met een gevaarlijke groep. U doet heel veel onrecht aan de Palestijnse samenleving. Die kan totaal niet op een lijn worden gesteld met Daesh.

Ik voel me aangesproken als u het over selectieve verontwaardiging hebt. Binnenkort organiseer ik een overleg over de Westelijke Sahara. Een paar weken geleden heb ik in het Vlaams Parlement christenen uit Turkije, Libanon, Syrië en Irak ontvangen over de vervolgingen waaraan ze blootstaan. Wat de selectieve verontwaardiging betreft, bent u aan het verkeerde adres in dit parlement. Als u de Palestijnen over één kam scheert, bent u volledig fout. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Kennes, u hebt gelijk. Binnen de Palestijnse politiek bestaan er veel strekkingen. Dat is waar. Je hebt de PLO, je hebt Hamas, die sinds 2007 regeert in Gaza, je hebt Fatah, de gematigden, waar ook president Abbas toe behoort. Er zijn verschillende strekkingen, maar in het Midden-Oosten kunt u niet ontkennen wat er momenteel gebeurt en wat de islamitische strekking is die daarachter zit. De islam is niet enkel een religie, het is een ideologie die uitgaat van de dominantie van een moslimgemeenschap. En niet-moslims horen daar niet bij. De islam is een religie of een ideologie van vrede, maar dan alleen voor moslims. Dat is net het punt dat ik wil maken: die verborgen agenda die achter de erkenning van de Palestijnse Staat zit.

Mijnheer Kennes, het is heel goed dat u veel mensen hoort, dat u gevluchte christenen hebt uitgenodigd en met hen spreekt. Maar als het Vlaams Belang probeert om parlementsleden uit Syrië te laten komen om hier te worden gehoord, dan mogen ze niet eens hun uitleg doen, dan mogen ze het land niet eens binnen. Daar hebben Open Vld en de federale ministers voor gezorgd. Er wordt dus heel hypocriet te werk gegaan.

Voormalig eerste minister van Israël, mevrouw Meïr, heeft ooit gezegd: “Er zal vrede zijn op het moment dat men in het Midden-Oosten meer van zijn eigen kinderen houdt dan dat men joden haat.” Dat zal inderdaad zo zijn.

Ik heb nog niets gezegd over de tweestatenoplossing. Het Vlaams Belang steunt de tweestatenoplossing. Sinds 1937 wordt er veel gesproken over die tweestatenoplossing, maar ik heb kunnen vaststellen uit de geschiedenis – en ik stel het nog altijd vast – dat die tweestatenoplossing telkens opnieuw wordt verworpen door Arabieren. De ware reden, waarschijnlijk de ongemakkelijke waarheid, is dat ze gewoon nooit een Joodse Staat zullen dulden. Dat is natuurlijk wel nodig in een tweestatenoplossing. Men wil exclusief islamitisch grondgebied waar nu de staat Israël is gevestigd. Wie niet inziet dat Hamas, Fatah en al die verschillende strekkingen zoals PLO, alleen maar verschillen in strategie en tactiek, maar niet in hun doel, heeft er weinig van begrepen.

Dan heb ik het nog niet eens gehad over de dreiging van de as Iran-Hezbollah. Of ik kan, nog uitgebreider – maar als u dat wilt liefst een andere keer, want ik denk dat ik al lang heb gesproken –, spreken over IS) en wat daarvan juist de doelstellingen zijn, en hoe IS, of Daesh, zich momenteel, nu, vandaag en morgen, meer en meer en nog verder zal nestelen binnen de Palestijnse Gebieden en wat daarvan het gevaar is.

Als ik spreek over een tweestatenoplossing, is de vraag niet of de Palestijnen recht hebben op een staat, maar wel of de Palestijnen en de Arabische wereld en de moslims wel een Israëlische staat willen. Zullen ze ooit een Joodse Staat of een land zoals Israël tolereren in het Midden-Oosten? Wij moeten niet naïef zijn. We moeten beseffen dat voor heel velen, en zeker voor de islam, achter de erkenning van en een agenda voor een Palestijnse Staat een andere agenda steekt. Dat is waarvoor ik hier vandaag wilde waarschuwen.

Daarom zal mijn partij deze voorstellen van resolutie niet goedkeuren. Wij zullen ons onthouden. Wij zijn voorstander van een Palestijnse Staat, maar niet ten koste van Israël en niet zolang PLO, Hamas, Fatah en co Israël daadwerkelijk willen vernietigen indien ze de kans daartoe zouden krijgen. Er wordt alleen maar misbruik gemaakt van het streven van het Palestijnse volk naar een onafhankelijke staat om Israël te raken en om een radicaal-islamitische agenda in de praktijk te brengen.

Het verwonderde mij dat links en extreem-links vandaag grote pleitbezorgers zijn van de onafhankelijkheid van een volk en van de erkenning van de Palestijnse Staat. Ik ken die heilige verontwaardiging van links als het gaat over volkeren hier ver vandaan. Maar o wee als het over de terechte verzuchtingen gaat van een volk dat hier vertegenwoordigd is in dit parlement: de Vlamingen. Misschien moeten we met links en extreem-links eens het debat voeren over de Vlaamse onafhankelijkheid? Ik hoop dat links en extreem-links dan even enthousiast, fanatiek en verbeten zullen opkomen voor het zelfbeschikkingsrecht van Vlaanderen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

De heer Rik Daems (Open Vld)

Voorzitter, tot u spreekt de machtspoliticus, als ik de heer Vanbesien moet geloven. Ik zal zo dadelijk ingaan op enige sofismen.

Ik begin met wat ik ook in de commissie heb gezegd: Vlaanderen heeft uiteindelijk geen bevoegdheid om een staat te erkennen. Dat is een belangrijk gegeven, maar het betekent niet dat we daarom in Vlaanderen geen mening moeten hebben. Ik vind dat we daar uitdrukkelijk een mening moeten en kunnen over hebben. Als je als Vlaams Parlement en als Vlaamse Regering wel degelijk op het internationale terrein wilt wegen, zullen we hier ook de internationaal gevoerde politieke debatten moeten voeren. Ik verwelkom dus het feit dat we wel degelijk in onze commissie Buitenlands Beleid het debat over deze problematiek voeren en ook een mening hebben, zelfs als dat betekent dat we dan via de Vlaamse Regering iets moeten zeggen aan de Federale Regering. Dat is de conclusie die je daaruit moet trekken. Ik verwelkom dus heel duidelijk dat het debat wordt gevoerd, al was het maar omdat daarover in andere regionale parlementen een andere mening kan bestaan en dat dus, met andere woorden, Vlaanderen een eigen mening kan hebben over internationale politieke aangelegenheden. Een volwaardig Vlaams Parlement moet dat doen. Met diegenen die aangeven dat we dat best niet doen of dat het niet zinvol is, ben ik het absoluut niet eens.

Er liggen drie voorstellen van resolutie voor. De collega’s van de oppositie zullen hebben gemerkt dat de meerderheid er absoluut geen probleem mee heeft dat ze alle drie worden besproken. Het is een kwestie van correctheid en ook niet meer dan dat, omdat alle meningen moeten zijn gekend.

Uit die drie voorstellen van resolutie haal ik het volgende: we zijn het allemaal eens over de finaliteit, los van de modaliteiten en los van alles wat daarrond hangt. Dat op zich vind ik al een belangrijk gegeven om als Vlaams Parlement eenzelfde boodschap te geven. Dit Vlaams Parlement is voor een onafhankelijke Palestijnse Staat. Wij staan achter een tweestatenoplossing, binnen de grenzen van 1967. Dat is een belangrijke boodschap die het Vlaams Parlement geeft. Ik heb het er persoonlijk een beetje moeilijk mee dat dit raakt ondergesneeuwd onder een debat waar het gaat over modaliteiten en waar de ene zegt dat het doeltreffend en serieus is en de andere niet. De essentie van het voorstel van resolutie is dat het Vlaams Parlement zegt: ja, een tweestatenoplossing, ja, de grenzen van 1967. Ik kan u zeggen dat velen er behoorlijk wat last mee hebben dat deze elementen heel duidelijk door iedereen worden gedragen. Er is geen onduidelijkheid over.

Waarover we wel van mening verschillen, is hoe je die finaliteit bereikt. De enen zeggen: “Gewoon onvoorwaardelijk zeggen: het is zo.” De anderen zeggen: “Neen, we denken dat het doeltreffender is en meer effect kan hebben, als we daar een bepaald kader rond schetsen.” En dat is wat de meerderheid doet. Wij doen dat niet alleen trouwens, ook de federale Kamer heeft exact datzelfde kader geschetst. Het is verkeerd om te stellen dat het ene dan wel beter zal zijn dan het andere. Het is een meningsverschil over, noem het de strategie de of handelswijze, hoe de tweestatenoplossing met de grenzen van 1967 te bereiken.

Wij vinden inderdaad dat er ook een Europees element is. Mocht Europa hier met één stem over spreken, dan zou het wel een groot effect kunnen hebben. Dat is wat de meerderheid zegt: we hebben die duidelijke mening, maar we vinden dat de stem van Europa samen moet klinken. Met alle respect, maar ik moet een klein beetje lachen – en ‘lachen’ is overdreven. Als diegenen die zeggen dat het voorwaardelijk maken – wat in het voorstel van resolutie van de meerderheid staat – maar flauwe kost is, dan vraag ik me af hoe flauw het dan wel is om een erkenning niet bindend te maken. Hoe flauw is dat dan wel? Ik vind dat nog een pak flauwer, eerlijk gezegd. Ik heb daar nog minder respect voor. Niet-bindend erkennen, zelfs diegenen die hier ‘flauw’ willen doen, zouden zover nog niet eens willen gaan. Het element van Europa is dus belangrijk. Het is belangrijk omdat het slagkracht zou kunnen geven om tot resultaten te komen.

Het element van een volwaardige gesprekspartner vanuit Palestina is een essentieel element om tot een gesprek te kunnen komen. Daar knelt inderdaad het schoentje. Dit verengen tot “omdat het vandaag niet is, geven we een vetorecht aan de anderen”, is echt wel kort door de bocht. Het is het omgekeerde. Het zou moeten zijn: “Wil je nu eens maken dat je met één stem kunt spreken?”, om effectief die vrede en die veiligheid te verkrijgen, die nu gehypothekeerd wordt, in alle ernst, door de tegenstellingen binnen Palestina. Dat mogen we toch ook eens zeggen. Vandaag is dat spijtig genoeg voor een deel geïllustreerd door het feit dat men in Palestina weer eens over elkaar heen valt. En waarom valt men over elkaar heen? Omdat de eenheidsregering haar regeringsfunctionarissen niet toelaat om de nodige stappen te zetten en handelingen te doen in Gaza, door Hamas gecontroleerd. Dat is de waarheid, en die mag ook eens worden gezegd.

Dus het element van eenheid van onderhandeling, van partner, is een essentieel gegeven om tot een stabiele oplossing te komen. Ik vind daar niks verkeerds aan, integendeel, ik vind het een belangrijke voorwaarde die men wel degelijk kan stellen in een voorstel van resolutie. Dat zijn de twee elementen die vanuit de meerderheid – of vanuit een aantal partijen, want dit overstijgt een discussie tussen meerderheid en oppositie – komen. Sommige collega’s uit de oppositie draaien het een beetje zo, dat is hun goed recht. Ik had natuurlijk veel liever een voorstel van resolutie gehad waar we allemaal – ook inzake modaliteiten – hadden kunnen achterstaan. Die twee elementen, een solide gesprekspartner aan beide kanten, en voldoende slagkracht vanuit een uniciteit van Europa waar we mee zelf aan willen werken, zijn essentieel om tot resultaat te kunnen komen.

Het is juist dat de vele bindende en niet-bindende erkenningen nul komma nul effect hebben. Dat is omdat de druk hier verkeerd gezet wordt. Ik geloof dat de manier waarop wij hier de zaak willen aanpakken, wel degelijk druk zou kunnen zetten.

Tussen haakjes, het al dan niet voorwaardelijk maken van een erkenning, ik heb dat in volle sympathie voor de heer Vanbesien een sofisme genoemd. Een sofisme is een onwaarschijnlijke waarheid. Ik geef een voorbeeld. Ik kan in mijn pyjama, mijn pyjama kan in mijn valies, dus ik kan in mijn valies. (Gelach. Opmerkingen)

Ik bedoel dat eigenlijk wel serieus hoor, met alle respect overigens. Tenzij men een heel grote valies heeft, dat is waar.

De voorwaardelijkheid in eender welk diplomatiek proces is essentieel. (Rumoer)

Sorry, ik haal de ‘serieux’ er een beetje uit omdat ik een treffend voorbeeld wou geven. Sorry, mijnheer Vanbesien. Voorwaarden zijn een essentieel element van een diplomatiek proces. Dat is evident. Als men geen voorwaarden stelt, is er een vrijblijvendheid die altijd partij kiest. Als er iemand partij kiest op onvoorwaardelijke wijze, heeft men nooit een akkoord. Dat is mijn persoonlijke inschatting, en bovendien een persoonlijke ervaring.

Een laatste element houdt verband met parlementaire diplomatie. Ik ben er absoluut van overtuigd ­ en ik heb het hier nog al eens naar voren gebracht –:.parlementaire diplomatie heeft vaak meer effect en resultaten dan regeringsdiplomatie. De situatie Palestina-Israël is daar een sprekend voorbeeld van. De klassieke regeringsdiplomatie zal het moeilijker hebben om resultaten te bereiken vanwege grotere belangen dan de parlementaire diplomatie het zou kunnen hebben.

Ik heb het persoonlijk meegemaakt in de WEU. Ik heb het een stommiteit genoemd – en zal dat blijven doen – dat deze instelling destijds is afgeschaft. Dit bracht parlementsleden, onder meer van Israël en Palestina, bij elkaar in dezelfde assemblee. Ik heb persoonlijk meegemaakt dat we in een parlementair debat, met Palestijnen, Israëli’s en wijzelf, een van de meest prangende problemen oplosten aan de tafel, met name de watertoevoer van Israël naar Palestina. Nadien is dat opnieuw een probleem geworden, niet omdat de WEU kwam te vervallen. Maar als men niet samenzit met parlementsleden die kunnen druk uitoefenen op hun regering, dan blijft regeringsdiplomatie steriel omdat er te grote belangen spelen. In de parlementaire diplomatie kan men te allen tijde alles tegen iedereen zeggen zonder dat dit noodzakelijke gevolgen moet hebben.

Daarom pleit ik er absoluut voor dat we, ook in dit Vlaams Parlement, eens nadenken, zelfs in dit specifiek gegeven, hoe we misschien een aantal elementen kunnen aandragen om de situatie in dat zeer moeilijke gebied te verbeteren. Dat zou pas een vooruitgang zijn waartoe we als parlement effectief een bijdrage hebben geleverd.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Mijnheer Daems, over die pyjama. Neen, over de sofismes. U zegt: we zitten hier in een diplomatieke context en dus mogen we eigenlijk geen partij kiezen, want dan zijn we op voorhand verloren in het diplomatieke spel.

Ik ben het daar in dit geval niet mee eens, en ik vind dat eerlijk gezegd een sofisme, omdat het volledig abstractie maakt van het onevenwicht dat er in de huidige situatie zit. De huidige situatie is dat je enerzijds een erkende, zeer stevige, militair sterk uitgebouwde staat hebt, die we erkennen, en terecht. Anderzijds heb je een Autoriteit die we maar half erkennen, en eigenlijk niet, die militair niet is uitgebouwd en die in de loop van de recente geschiedenis ook al regelmatig is geconfronteerd met onevenredig geweld door Israël. In die onevenwichtige situatie is het dus belangrijk om op zijn minst symbolisch te zeggen dat we daar wat evenwicht in willen brengen, en dat we nu al uitgaan van twee staten. Daar abstractie van willen maken vind ik een sofisme.

De heer Rik Daems (Open Vld)

Met alle respect, en ik denk dat ik dat aan het begin van mijn betoog naar voren heb gebracht, we maken daar uitdrukkelijk geen abstractie van. We zeggen immers uitdrukkelijk allemaal samen: twee staten en de grenzen van 1967. Het is de manier om daarheen te gaan waarover we van mening verschillen. Noch u noch ik kan uiteindelijk zeggen welke de beste weg is. Het zal ervan afhangen wat de regeringen doen, wat uitgerekend de Federale Regering doet.

Daarmee wil ik trouwens besluiten. Collega’s, voor alle duidelijkheid, het staat de Federale Regering wel vrij om morgen, als ze dat wenst, Palestina te erkennen. Als een grote meerderheid in het federale parlement een houding aanneemt die wij ook aannemen, dan is op zijn minst een grote meerderheid ervan overtuigd dat dit de betere weg is dan een eenzijdigheid in een erkenningsproces. Ik denk dat daar ook veel voor valt te zeggen. De onevenwichten waarover u spreekt, zijn absoluut een element, maar ze spelen ook omgekeerd, wegens de instabiliteit intern in Palestina. Wegens dat feit moet je naar mijn oordeel tot een uniciteit van onderhandelingspositie proberen te komen bij hen, want anders is elke onderhandeling die je voert, zelfs met resultaten, nooit duurzaam. Dát is het grote probleem.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

We willen uiteraard ook dat er een Europese consensus komt. We moeten er bij onze Europese partners op blijven aandringen dat men tot een gemeenschappelijk standpunt komt, maar laten we ons daar alstublieft niet achter verbergen. Het is eigenlijk een gemiste kans om internationaal van moed en ambitie te getuigen. Zoals de minister-president vijftien jaar geleden ook al zei: die zoektocht naar eenheid mag geen excuus zijn om niks te doen.

Die erkenning zorgt er net voor dat beide partijen op gelijke voet aan de onderhandelingstafel kunnen zitten, om een oplossing te vinden voor de core issues: de grenzen, Jeruzalem, de vluchtelingen, de veiligheid, de nederzettingen, de gevangenen en water. Het recht op soevereiniteit staat niet ter discussie. U maakt dat de discussie van de onderhandelingstafel.

De heer Rik Daems (Open Vld)

We verschillen daarover van mening. Ik vind het altijd een beetje spijtig dat, als wij het niet eens zijn met jullie, wij diegenen zijn die een gebrek aan moed vertonen. Dan zijn wij de slapjanussen, de zwakkelingen die niet moedig zijn. Met alle respect, dat is geen argument. We verschillen duidelijk van mening over hoe we de problematiek moeten aanpakken, niet over de finaliteit, maar de weg erheen. Dat is geen kwestie van moedig of niet moedig zijn. We zouden het argument perfect kunnen omdraaien door te zeggen dat het heel moedig is te vragen dat Palestina nu eens een eenheid van gezag moet hebben om te kunnen onderhandelen. Het zou ook getuigen van moed om dat te vereisen. Dat zijn dus argumenten die ik een beetje spijtig vind, maar goed, u mag ze aanhalen.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Niet alleen ik zeg dat, zelfs de minister-president zei dat. Vijftien jaar geleden stelde hij aan de kaak dat België zich verschool achter Europa, en hij vroeg om de ambassadeur uit Israël terug te trekken. De N-VA zei dat ook.

De heer Rik Daems (Open Vld)

Het element van de moed is een element dat u niet tegenover ons moet gebruiken, en soms kunnen mensen na verloop van tijd misschien van oordeel zijn dat er andere wegen zijn die beter zijn dan wat ze in het verleden hebben beleden. Ik kan u gerust een aantal voorbeelden van mezelf geven, van een bepaalde mening die ik vijftien of twintig jaar geleden had en die ondertussen ook wel is bijgestuurd. Daar is absoluut niets verkeerds mee, weet u. Ik wil u daar in een ander debat eens een paar voorbeelden van geven, maar nu niet meer.

Het is toch mijn inschatting dat heel dit parlement het eens is over een tweestatenoplossing binnen de grenzen van 1967. Als we dat nu eens allemaal samen goed uitdragen, dan denk ik dat dit zeker een groot effect zou kunnen hebben. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de stemmingen over de amendementen en de hoofdelijke stemmingen over de voorstellen van resolutie houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.