U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 6 mei 2015, 14.01u

Voorzitter
De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

De heer Rik Daems (Open Vld)

Minister, collega’s, gisteren heeft de FOD Sociale Zaken een aantal markante cijfers gegeven via Belga die te maken hebben met armoederisico. Wat me daarbij opviel, is dat het armoederisico bij 65-plussers in de afgelopen tien jaar sterk is gedaald, van 23 naar 17 procent. De dienst Sociale Zaken geeft daar een reden voor: gestegen pensioenrechten, meer bepaald gestegen pensioenrechten voor vrouwen en vooral voor zelfstandigen. Het lijkt me een heel goede zaak dat die trend uiteindelijk armoedebestrijdend is.

Ook opvallend in die cijfers is de exact omgekeerde trend. In de afgelopen tien jaar kregen de laagopgeleiden, die een kleiner armoederisico hadden dan 65-plussers, een hoger risico: van 19 naar 27 procent. Een hoogopgeleide zit rond de 7 procent, het gemiddelde zit rond de 15 procent. De FOD Sociale Zaken linkt het armoederisico dus duidelijk aan de opleidingsgraad. Er is een toenemende armoede-opleidingskloof.

Dit zit over verschillende domeinen verspreid, onder meer binnen de Vlaamse Regering. Mijn vraag aan u is: wat zijn de elementen die u vanuit uw bevoegdheid van Armoedebestrijding kunt aandragen om iets te doen aan dit armoederisico dat verband houdt met de opleidingsgraad? De opleiding zal verband houden met economische activiteiten als werknemer of als zelfstandige. Iedereen weet dat een job of een zelfstandige activiteit die goed loopt, de beste sociale bescherming is.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, mijnheer Daems, net als u heb ik kennis genomen van de studie van de FOD Sociale Zekerheid. Het is een redelijk lijvig document van zeventig pagina’s. Ik ben nog niet bij machte geweest om het helemaal door te nemen. Ik heb de belangrijkste punten wel doorgenomen.

De studie sluit aan bij de Europese 2020-doelstellingen, die eigenlijk zeggen dat tegen 2020 20 miljoen mensen minder in armoede mogen leven.

Concreet, wat België betreft en dus, voor alle duidelijkheid, niet alleen Vlaanderen, wil dat zeggen dat we het aantal mensen die in armoede leven moeten terugdringen met 400.000. Vlaanderen scoort iets beter dan Wallonië en de andere gewesten. (Opmerkingen van de heer Bart Somers)

Het is een federale studie, mijnheer Somers. Het is dus normaal dat het over het hele koninkrijk gaat. Nu komt het woord ‘koninkrijk’ er nog eens bij.

Alle gekheid op een stokje, we moeten nog heel wat initiatieven nemen. Ik zeg niet, mijnheer Daems, dat u dat zegt, maar armoede is jammer genoeg niet ontstaan bij het aantreden van deze regering. De maatregelen die tijdens de vorige legislatuur werden genomen, waren niet toereikend. Integendeel, de armoede is nog gestegen. Jammer genoeg. Ik denk dat iedereen dat jammer vindt. Ja?

Ik ben het absoluut met u eens dat het hebben van een inkomen uit arbeid enerzijds een goede garantie is om niet in armoede te vervallen of anderzijds een mogelijkheid om uit armoede te geraken. U hebt zelf de redenen gegeven hoe het komt dat bij de ouderen de armoede is afgenomen. Er zijn inderdaad meer vrouwen gaan werken, en die hebben nu ook recht op pensioen. Maar er is heel duidelijk een kloof tussen de lager en de hoger opgeleiden.

Wat doen wij eraan? Ik ben coördinerend minister, u weet dat. Armoede is een collectieve verantwoordelijkheid van de hele regering. Het is een horizontale bevoegdheid. Ik draag met heel veel plezier de coördinatie. Maar het zijn de collega-ministers die in het kader van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA), dat in juli zal worden overgemaakt aan dit parlement, concrete acties zullen ondernemen. Ik denk aan het onderwijs, waarvoor minister Crevits verantwoordelijk is: een diploma hebben is belangrijk. Minister Muyters stelt acties voor omdat het hebben van een job belangrijk is. Het is dus een collectieve verantwoordelijkheid, die heel breed over alle bevoegdheden van alle Vlaamse ministers gaat. Al die acties worden nu gekoppeld in het VAPA. Zoals het parlement mij heel beleefd gevraagd heeft, zal dit VAPA in juli worden overgemaakt aan het parlement. Wij zullen er dan een uitgebreid debat aan wijden.

De heer Rik Daems (Open Vld)

Minister, dank u voor uw antwoord. U bent, zoals u zegt, ‘coördinatief’ minister. Ik neem één cijfer uit die studie: wij moeten in 2020 evolueren naar 1,8 miljoen ‘armoederisicovolle’ mensen, als ik het zo mag noemen, terwijl de trend omgekeerd naar 2,2 miljoen gaat. Dat is dat verschil van 400.000 mensen.

Het punt is dat we niet alleen curatief, maar ook preventief moeten optreden. U treedt natuurlijk ook curatief op. Er zijn mensen die zich in een situatie bevinden waaraan iets moet worden gedaan. Maar het is nog belangrijker dat mensen niet in een situatie met risico op armoede terechtkomen. Ik kijk dus uit naar wat u, binnen dat ‘coördinatief’ gegeven, aan het parlement zult overmaken. Ik ben natuurlijk niet beslagen in alle domeinen, maar als ik wel iets weet, dan is het toch over de relatie tussen opleiding, jobs en zelfstandige activiteiten. Ik zal dit met andere woorden namens mijn fractie met bijzondere aandacht bekijken en waar ik kan namens mijn fractie de nodige toegevoegde waarde aanbieden.

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de heer Daems heeft hier een terechte bekommernis geuit. Wij stellen vast dat het met de armoedecijfers in Vlaanderen en België niet de goede richting uitgaat. Dat roept ons allemaal ter verantwoording. Dit Vlaams Parlement blijft dit punt terecht op de agenda zetten. Minister, u verwijst naar het VAPA. Wij zijn inderdaad vragende partij om dat samen met u te bespreken. Wij willen nu alvast zeggen dat het wat ons betreft een belangrijke klemtoon zal zijn om te blijven inzetten op opleiding. Dat blijkt uit de studie: hoe hoger de opleidingsgraad, hoe groter de kans op duurzaam werk, hoe kleiner de kans op armoede. Wij willen en zullen op die nagel blijven kloppen de volgende jaren.

De voorzitter

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Mevrouw Cindy Franssen (CD&V)

Ik sluit mij graag aan bij mijn collega’s. Minister, u verwijst terecht naar de EU 2020-strategie waarbij armoedebestrijding één van de vijf pijlers is. Wij hebben daarvoor een nationaal en een eigen Vlaams hervormingsprogramma. Wanneer mogen wij daarover een tussentijdse evaluatie verwachten? Kunt u deze resultaten ook bespreken op de interministeriële conferentie? Ik heb het hierover in het verleden al gehad. In dezelfde studie waarnaar de heer Daems verwijst, gaat de tendens nog niet in de richting die nodig is om de armoede te bestrijden. Wilt u hier zeker ook rekening mee houden?

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, we hebben allemaal kennisgenomen van de zorgwekkende breuklijn die er in onze samenleving bestaat waarbij laaggeschoolden, ook werkende mensen, een gevoelig hoger risico hebben op armoede dan hooggeschoolden. Er is ook goed nieuws, namelijk dat beleid kan sturen, dat beleid kan helpen. De heer Daems heeft verwezen naar de verbeterde positie van ouderen als het gaat over armoede. Iedere econoom en iedereen die bezig is met de arbeidsmarkt, zal u zeggen dat investeringen in die laaggeschoolden, de meeste efficiëntie zullen opleveren.

Als we naar het beleid van de Vlaamse Regering kijken, en met name naar uw collega Muyters, zien we het omgekeerde. Zijn hervorming van de doelgroepmaatregelen zal ertoe leiden dat laaggeschoolden tussen 25 en 55 voortaan geen steun meer zullen krijgen en eigenlijk op hun kin zullen moeten kloppen.

Dus is de vraag aan u, minister: wat gaat u doen met die studie? Zult u desgevallend minister Muyters terugroepen? Zult u die doelgroepmaatregelen onderwerpen aan een armoedetoets, en zult u doen wat iedereen die naar die gegevens kijkt, u zal aanraden, en dat is: ondersteun die laaggeschoolde, ook werkende mensen, die elke dag opstaan om te gaan werken, in hun strijd tegen armoede? Geef hun de helpende hand die ze verdienen en niet de stamp in de rug richting de armoede.

De voorzitter

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, ik heb dat FOD-rapport ook eens doorgenomen. Daarin staat inderdaad dat laaggeschoolden een risicovolle doelgroep zijn, maar nog meer bepaald alleenstaande laaggeschoolde vrouwen met een of meerdere kindjes en vrouwen die zich op de huurmarkt bevinden. Zo wordt het omschreven in het rapport. Dat is een heel specifiek profiel. Eigenlijk kan dat niemand van ons verwonderen want heel wat besparingen, maar ook heel wat tendensen in de maatschappij, komen ten laste van die doelgroep. Dan denk ik aan de huurmarkt die te duur is, maar vooral heel duur voor alleenstaanden. Dan denk ik aan kinderopvang die heel moeilijk bereikbaar is, en dan zeker voor die alleenstaande vrouwen die een job zoeken en nood hebben aan flexibele en occasionele kinderopvang, die er vandaag niet is. Ik geef maar twee voorbeelden om aan te tonen dat die heel specifieke groep ook een kans in zich draagt, in die zin dat u kunt werken als minister van Armoede op dat heel eigen profiel, en dat u daarop moet werken. Minister, de eerste stap daartoe kunt u nemen in het VAPA. Wilt u die doelgroep specifiek opnemen in het VAPA?

Collega Daems, moeten we preventief optreden? Ja, absoluut. Voorkomen is veel beter dan genezen. Ik ben het absoluut met u eens. Het is ook noodzakelijk om regelmatig overleg te hebben met de federale overheid, waar mevrouw Franssen naar heeft verwezen. Een aantal belangrijke tools zijn immers in handen van de Federale Regering, zoals de uitkeringen en de hoogte van het leefloon, dat ze zal optrekken tot boven de Europese armoedegrens en dergelijke meer. Dat is zeer belangrijk.

Mijnheer De Bruyn, ik ben blij met uw steun, maar dat zal u ook niet verbazen. U bent ook een zeer actief lid van de commissie Armoedebeleid, net zoals anderen hier aanwezig. Ook u bent zeer actief in de commissie, mijnheer Van Malderen, en ook mevrouw Franssen. Nu ga ik mensen vergeten, dus ga ik stoppen voor ik iemand beledig.

Ik denk dat we er nog voldoende, en ik hoop zeer uitgebreid, in de commissie over kunnen debatteren. Het is een thema dat absoluut de moeite waard is om er uitgebreid tijd voor te nemen.

Mevrouw Franssen, de resultaten die in die studies staan en ook de objectieven die ons worden opgelegd door Europa tegen 2020, namelijk 20 miljoen minder mensen die in armoede leven, zijn ook de basis van het VAPA. Dat staat nu in de studie, maar dat is niet nieuw. We kennen die cijfers al. U hebt me nog niet zo heel lang geleden zeer terecht de vraag gesteld hoe het zit met de interministeriële conferentie. Ik heb u toen gezegd dat die nog nooit is samengekomen. Dat moet gebeuren op initiatief van de Federale Regering. Ik heb u beloofd om zelf een initiatief te nemen. Ik heb dat gedaan. Ze zal eerstdaags samenkomen. Ik heb dus gedaan wat u mij terecht gevraagd hebt.

Mijnheer Van Malderen, ik heb niet de behoefte en zeker niet de drang, en al zeker niet in dit dossier, om iemand een stamp in de rug te geven. Ik vind dat zeer populistische uitspraken. Wat deze problematiek betreft, moeten we iedereen de hand reiken en gewoon samenwerken, om de mensen die het moeilijk hebben in onze samenleving erbovenop te helpen.

Uw concrete vragen over het VAPA – dat geldt ook voor de vragen van mevrouw Moerenhout – zal ik hier niet beantwoorden omdat we daar morgen in de commissie twee vragen over hebben, maar dat is niet de belangrijkste reden. Als ik hierop ga antwoorden, dan krijg ik het ongenoegen van al die stakeholders en die 46 verenigingen die betrokken zijn bij het opstellen van het VAPA over me heen. Ze zullen zeggen dat ik nu al in het parlement aan het zeggen ben wat ik ga doen, terwijl zij betrokken partij zijn. Morgen komen we daar uitgebreid op terug, mijnheer Van Malderen.

De afspraak is dat het VAPA midden juli moet worden opgeleverd en afgegeven. Voorzitter, ik zal dat persoonlijk komen doen op uw bureau. Ik kan u verzekeren dat ik dit engagement zal nakomen. Hopelijk kunnen we – voor mij mogen daar verschillende commissievergaderingen aan worden gewijd – dit probleem over de partijgrenzen heen zeer constructief aanpakken. Niemand is gebaat bij nog meer mensen die, jammer genoeg, in armoede belanden.

De heer Rik Daems (Open Vld)

Het is een trend die de laatste tien jaar is ingezet, van lage opleiding naar armoederisico. Wie het petje wil opzetten, doet dat, maar dat is het punt niet. Mijn punt is dat er in het VAPA een belangrijke economische component aanwezig zou moeten zijn, vooral omdat het relatief gewicht van lage opleiding naar armoederisico bij die honderdduizenden mensen die we daaruit moeten halen, het grootst is.

Minister, de economische factor in wat u doet tegen armoede, is absoluut belangrijk. Ik begrijp dat u niet in detail kunt treden. De beste armoedebestrijding is die waarbij mensen geen geld van de overheid moeten krijgen. Dat is het curatieve. De economische component die niet genoeg belicht is geweest in het verre en recente verleden, is zeker iets waartoe ik graag wil bijdragen, omdat dat een duurzame bijdrage kan leveren tot een daling van het armoederisico.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.