U bent hier

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, collega’s, in de commissievergadering van 1 april hebt u samen met uw collega minister Turtelboom de conceptnota Fast Lane voorgesteld. Er wordt onder meer verwezen naar heel wat voorbereidend werk dat is gebeurd door bijvoorbeeld de provincie Limburg, maar ook de provincie Oost-Vlaanderen. Er werd onder meer verwezen naar de windplannen die al opgesteld zijn, structuurplannen, MER’s, RUP’s, zoekzones die vastgelegd zijn enzovoort. De vraag werd toen heel duidelijk gesteld om dit werk niet te laten verloren gaan en dit zo veel mogelijk te integreren in het Fast Laneconcept. U hebt daar bevestigend op geantwoord.

Er werd in de vraagstelling ook verwezen naar de potentie voor windmolens, die bijvoorbeeld vrij goed zouden kunnen langs lijninfrastructuur en bijvoorbeeld op grote industriezones. Want, zo werd gesteld, dan zou het draagvlak ook iets groter kunnen zijn.

Toen heeft minister Turtelboom voorgesteld om bijvoorbeeld in de zone langs de E40 tussen Aalst en Aalter lijninfrastructuur te tenderen. Vorige week las ik in de krant dat u het werk van vijf jaar dat ter plaatse al is gebeurd, via een ministerieel besluit met een pennentrek tenietdoet. Minister, waarom?

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

De heer Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, de provinciebesturen worden hier op z’n zachtst gezegd met gemengde gevoelens bejegend, terecht of onterecht. Maar over één zaak – de heer Gryffroy kan dat getuigen, want we waren allebei fractieleiders in de Oost-Vlaamse provincieraad – waren we het eens, en dat is dat de provincie Oost-Vlaanderen absoluut zeer ambitieus is in het invullen van onze droom van meer hernieuwbare energie. Enkele  jaren geleden heeft de provincie het project Energielandschap gelanceerd met subsidies van de Vlaamse overheid en heeft daarbij onder andere gefocust op windenergie. Het provinciebestuur heeft gezegd: we gaan in onze provincie aanduiden waar er wel en waar er geen windmolens kunnen komen, zodat er duidelijkheid is voor de mensen. We gaan ook het draagvlak voor windturbines verbeteren door te voorzien in rechtstreekse participatie, we gaan projectontwikkelaars verplichten om een deel van de eigendom over te dragen aan lokale besturen en burgercoöperatieven, en we voorzien in een fonds dat moet worden gespijsd door de windboeren en dat kan worden aangewend door omwonenden en lokale besturen om de kwaliteit van de ruimte in de buurt van die turbines te verbeteren.

Minister, daar zijn een aantal ruimtelijke processen aan voorafgegaan. Het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Aalter-Aalst is op uw bureau terechtgekomen, en daarin werden zes dergelijke zones afgebakend. De provincie heeft onder andere met uw subsidies heel veel middelen geïnvesteerd in overleg en communicatie daarover. Samen met de heer Gryffroy moet ik vaststellen dat u na al die jaren daar nu een streep door trekt.

Minister, waarom hebt u dat gedaan? Welk perspectief geeft u aan de Oost-Vlamingen om toch meer hernieuwbare energie te kunnen realiseren?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Het klopt dat de strook langs de E40 van Aalter tot Aalst in Oost-Vlaanderen enorm veel potentieel heeft om windmolens te bouwen. Dat is net de reden waarom we dat provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) van Oost-Vlaanderen niet hebben kunnen goedkeuren. Omdat in het PRUP heel wat zones die nu al bestemd zijn om windmolens in te planten, worden geschrapt. Die zones zijn aangeduid door een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP). Het Eiland in Zwijnaarde bijvoorbeeld is in een GRUP aangeduid om windmolens in te planten. Wat doet het provinciaal plan? Het beperkt dat en sluit heel wat zones uit. Het is net om het potentieel langs de E40 tussen Aalst en Aalter te vrijwaren dat we dat deel van het PRUP van Oost-Vlaanderen niet hebben goedgekeurd.

Wat moet ik doen als toezichthoudende overheid? Ik moet kijken of een PRUP de toets van de wettigheid doorstaat. In dit geval blijkt dat niet zo te zijn. Er is strijdigheid met een aantal GRUP’s, maar er zijn ook initiatieven die ervoor zorgen dat de rechtszekerheid weg is. Een aantal vergunde windturbines konden door dat PRUP plots niet meer worden vergund. Ze waren al vergund en zijn plots niet meer vergunbaar. Ook het feit dat een aantal maatregelen naar het projectniveau worden getrokken, doorstaat de toets van de wettigheid niet. Er is vaste rechtspraak van de Raad van State.

Komt de provincie zomaar uit de lucht vallen dat dit nu gebeurt? Neen. Ik heb alle stukken bij: plenaire vergadering, openbaar onderzoek, op alle vergaderingen die er zijn geweest, is de provincie gewaarschuwd daar iets aan te doen, dat te remediëren omdat het zo de toets van de wettigheid niet kan doorstaan.

Ik vind het zelf dan ook bijzonder jammer dat de provincie heeft gezegd: “We luisteren daar niet naar, we houden daar geen rekening mee. We leggen dat provinciaal plan toch gewoon neer en vragen aan de hogere overheid om dat goed te keuren.” Ik kon niet anders dan, op basis van die toets van de wettigheid, zeggen dat het niet oké is en dat het het potentieel van windmolens langs de E40 reduceert.

Op dit moment kunnen vele windmolens worden vergund. Het potentieel is er. De tendering kan daar nu perfect gebeuren. Het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan zou de mogelijkheden in die zone enorm hebben beperkt.

Mijnheer Vandenbroucke, u doet alsof er niets meer mogelijk zou zijn in Oost-Vlaanderen. Dat is helemaal niet zo. Er is heel wat potentieel langs de E40. Op dit moment kan dat ook worden vergund. Daarnaast heeft de provincie voor heel het grondgebied een ruimtelijk uitvoeringsplan voor windenergie neergelegd. Daarvan hebben wij de meeste zones aanvaard. We hebben er een aantal uit gehaald, op basis van dezelfde principes, maar de rest is wel door Vlaanderen goedgekeurd.

De vraag gaat hier specifiek over de zone E40 van Aalst tot Aalter. Ik zeg u: het is door het feit dat het grote potentieel dat er vandaag is, ingeperkt wordt door het provinciaal plan, dat wij die toets van de wettigheid niet hebben doorstaan en dat we dat plan inderdaad niet hebben kunnen goedkeuren.

Minister, geachte collega’s, het is natuurlijk zeer plezant voor ons. In de provincieraad Oost-Vlaanderen zitten we in de oppositie. Daar moeten we vertellen dat de meerderheid van Open Vld, CD&V en sp.a slecht heeft gewerkt en haar huiswerk niet heeft gemaakt op basis van uw gegevens.

Hier zitten we in de meerderheid en moeten we zeggen dat, als het allemaal puur juridisch is, we goed hebben gewerkt.

Desalniettemin zit ik hierdoor met een conflict bij mezelf. In Oost-Vlaanderen is men al meer dan vijf jaar bezig. Nu komt het plots boven via een ministerieel besluit. Ik heb ook gebeld naar de provinciale administratie. Zij hebben pas gisteren of eergisteren de definitieve papieren van het ministerieel besluit ontvangen.

Maar waarom trek je 300.000 euro aan subsidies uit om dat verder uit te zoeken als je eigenlijk niet achter het plan staat?

Ten slotte: een aantal argumenten die u hier als negatief bekijkt, worden in een ander dossier als positief bekeken.

De heer Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, de essentie van uw antwoord is eigenlijk dat u er niet mee akkoord gaat dat de provincie een aantal zones afbakent om te zeggen waar er wel en waar er geen windmolens mogen worden geplaatst.  Zo wordt het theoretische potentieel niet volledig benut.

De oefening is net begonnen vanuit de vaststelling dat, als er overal in theorie windmolens kunnen worden gezet, er een soort ratrace ontstaat tussen projectontwikkelaars die voortdurend elkaars vergunningen aanvechten bij de Raad van State en dergelijke. Dan wordt de bevolking heen en weer geschud in dat proces en weet ze niet meer waar ze windmolens mag verwachten en waar niet. Zo verdwijnt het draagvlak voor hernieuwbare energie. In plaats van de provincie te ondersteunen bij het zoeken naar een oplossing voor die fundamentele problematiek, kaatst u de bal vijf jaar terug in de tijd en gaan we terug naar de situatie waarbij er veel windmolens zijn op papier, maar er geen enkele wordt gerealiseerd. (Applaus bij sp.a) 

De voorzitter

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Mevrouw Valerie Taeldeman (CD&V)

Als lokale schepen voor Energie heb ik drie jaar lang deelgenomen aan de werkgroep Oost-Vlaanderen Energielandschap. Met de opmaak van twee provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen was het onze bedoeling om een antwoord te bieden aan de klimaatdoelstellingen, maar ook om een halt toe te roepen aan de wildgroei aan stedenbouwkundige aanvragen kriskras doorheen het Oost-Vlaamse landschap.

Wat hier niet werd vernoemd, is het ruimtelijke uitvoeringsplan voor de zone Maldegem-Eeklo, dat wel degelijk werd gevalideerd door de minister. Daardoor wordt het voor onze regio heel duidelijk waar er bijkomende turbines kunnen worden ingeplant en waar niet.

Voor de zone E40 heeft de minister gezegd dat er te veel tegenstrijdigheden waren en dat er geen validatie mogelijk was.

Collega’s, ik denk dat lokale besturen, provinciale besturen en Vlaanderen de klimaatdoelstellingen willen halen en dat ze vragende partij zijn voor een goede ruimtelijke inplanting. Vandaar is er een zeer goede conceptnota voor windenergie, opgemaakt door minister Schauvliege en minister Turtelboom.

Mijn vraag is dan ook wanneer wij resultaten mogen verwachten van de werkgroepen in het kader van de conceptnota over windenergie.

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Ik spreek hier als Vlaams Parlementslid en niet als lokaal mandataris. Als ik kijk naar wat er hier gebeurt, dan zie ik dat zich iets heel jammerlijks voltrekt. Het gewestelijke en het provinciale niveau koesteren dezelfde ambities en willen meer windmolens en meer hernieuwbare energie in Vlaanderen maar willen tegelijkertijd ook regulatoire stabiliteit bieden aan lokale overheden, privé-investeerders en burgers. Wanneer die twee niveaus met elkaar botsen over wettelijkheid, over al dan niet communicatie, dan houd ik me daar ver af. Minister, het is wel duidelijk dat meer coördinatie of een versnelling van de coördinatie op zijn plaats is. Het initiatief van de Fast Laneprocedure en de conceptnota Windenergie in Vlaanderen zijn een heel goede aanzet. Kunt u die procedure versnellen en de lokale overheden tijdig betrekken zodat een dergelijk scenario zich in de toekomst niet meer voordoet?

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Ik was vol verwachting toen ik de conceptnota Fast Lane voor windenergie in de commissie zag verschijnen omdat Vlaanderen heel slecht scoort wanneer het gaat over hernieuwbare energie.

Daarin staat dat in het kader van die nota wordt gepleit om verder te bouwen op de aanwezige capaciteit en expertise. Als ik dan hoor dat men in Oost-Vlaanderen drie of vier jaar heeft gewerkt aan dat windlandschap, dan vind ik dat een heel vreemde evolutie. Heeft daarover dan geen degelijk voorafgaand overleg plaatsgevonden? Als een provinciebestuur drie jaar aan iets werkt dat dan koudweg wordt afgekeurd door de minister, dan getuigt dat toch niet van een goed beleid.

Gedurende vijf jaar zouden geen opmerkingen zijn gemaakt of geen signalen zijn gegeven aan het provinciale niveau. Ik heb daarnet verwezen naar alle verslagen, en ik heb ze hier bij me. Elk jaar zijn in het openbaar onderzoek en in de plenaire vergadering op elk overlegmoment net die elementen aan bod gekomen. Ruimte Vlaanderen heeft er toen telkens op gewezen dat wat daar gebeurde de toets van de wettigheid niet kon doorstaan. U zegt dat de Raad van State te pas en te onpas een aantal van die projecten kan neersabelen. Het is juist omdat het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan de toets van de Raad van State niet zou kunnen doorstaan door een aantal cruciale juridische fouten die zijn gemaakt, dat wij als toezichthoudende overheid niet anders hebben gekund dan het deelplan niet goed te keuren.

Een groot deel van de rest van het provinciaal ruimtelijk plan voor de windmolens heb ik wel gevalideerd omdat dat wel in orde was. Mijnheer Schiltz, het is precies om meer rechtszekerheid te geven dat wij het deel E40 Aalst-Aalter niet hebben kunnen goedkeuren. Een aantal van die windmolens waren al vergund en worden nu in een provinciaal plan plots van de kaart geveegd om heel eigenaardige redenen die in dat plan slecht worden onderbouwd.

Ik heb die verslagen hier bij me. Wie eraan zou twijfelen, kan daarin nalezen wanneer welke opmerking is gemaakt. Ik vind het bijzonder jammer dat de provincie Oost-Vlaanderen de opmerkingen van Ruimte Vlaanderen naast zich heeft neergelegd en toch heeft voortgewerkt aan dat deelplan langs de E40 Aalst-Aalter en dezelfde fouten op het vlak van wettigheid heeft gemaakt. Daardoor kon ik dit als toezichthoudende overheid niet valideren.

Dit betekent niet, zoals sommigen doen uitschijnen, dat er nu langs de E40 geen windmolens zouden kunnen komen, integendeel. Het potentieel is nu groter dan wanneer we dat provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan hadden goedgekeurd. Een aantal zones waarin al voorzien was in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, werden ook geschrapt door de provincie. Dat is iets wat niet kan en in strijd is met de wettigheidstoets.

Het klopt dat minister Turtelboom en ikzelf hebben samen hebben beslist dat er een beter kader met komen en dat we meer en sneller rechtszekerheid moeten kunnen geven. Dat is ook goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Mijnheer Schiltz, mevrouw Taeldeman, het klopt ook dat wij zo snel mogelijk een aantal kaders willen creëren. Wij werken daar zo hard mogelijk aan om die op heel korte termijn aan de Vlaamse Regering te kunnen voorleggen. Het is de bedoeling dat dit op korte termijn gebeurt om vanuit Vlaanderen een aantal initiatieven te kunnen nemen.

Er zijn plannen om te tenderen langs de E40, en die zijn ook vervat in de nota die de Vlaamse Regering heeft goedgekeurd voor de Fast Lane in de zone E40 Aalst-Aalter. Wij hebben door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) een studie laten uitvoeren om na te gaan waar er in Vlaanderen een zone is langs lijninfrastructuur waar het best windmolens via tendering kunnen worden ingeplant. Het is net de zone E40 Aalst-Aalter die werd aangewezen. Het was ook onze zorg dat we dat, op basis van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, niet meer zouden kunnen uitvoeren. Dat is een van de redenen, in strijd ook met de voorschriften die er zijn, waarom wij besloten hebben dat deel van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan niet goed te keuren.

Uiteraard gaan wij verder in overleg. Wij hebben ook op voorhand, voor wij hadden beslist om het niet goed te keuren, contact gehad met de bestendige deputatie. We hebben nog eens goed uitgelegd welke problemen er zijn. Uiteraard zijn we altijd bereid om verder rond de tafel te zitten.

Samengevat: ik vind het ook niet fijn om dit te doen. Ik kan alleen maar vaststellen dat dit provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan de toets van de wettigheid niet kon doorstaan. Er zijn een aantal cruciale fouten gemaakt die mij hebben moeten doen besluiten dat het deelplan E40 Aalst-Aalter niet kon worden goedgekeurd. Een aantal andere delen heb ik wel gevalideerd. Uiteraard zal de Vlaamse Regering voortwerken, samen met de minister, bevoegd voor de energie, om de Fast Lane en het faciliteren van alternatieve en windenergie in Vlaanderen mogelijk te maken.   

Minister, ik denk dat de collega’s van onze fractie in de provincie Oost-Vlaanderen met zeer veel aandacht zullen hebben geluisterd. Het blijft voor mij nog altijd vrij warrig wat er allemaal is gebeurd. De argumenten die voor de ene negatief zijn, zijn positief in de andere richting, bijvoorbeeld op het vlak van defensie. Ik hoop in elk geval dat dit zich geen tweemaal voordoet, want dit schept verwarring en geeft geen rechtszekerheid. Er is inderdaad misschien nog meer nood aan coördinatie en degelijk overleg op voorhand. Toen ik verschillende diensten contacteerde, merkte ik dat ze toch niet zo goed waren voorbereid. Ik vroeg me zelfs ook af of minister Turtelboom van deze pennenstreek op voorhand op de hoogte was. (Applaus bij de N-VA)

De heer Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, ik vind dat uw bekommernis om in dezen zo strikt mogelijk in de leer te zijn en te blijven, toch wel heel sterk contrasteert met de creativiteit die u aan de dag legt om meters negatieve adviezen en om rechtspraak naast u neer te leggen als het is om door te gaan met projecten zoals Uplace, die werkelijk niemand meer wil. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.