U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 10 maart 2010, 13.30u

van Philippe Muyters, verslag door Dirk de Kort en Filip Watteeuw
199 (2009-2010) nr. 1
De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de beleidsnota Financiën en Begroting 2009-2014.

Volgens artikel 73, punt 5, eerste lid, van het reglement wordt de bespreking gehouden op basis van de met redenen omklede moties en moties van wantrouwen die tot besluit van de in commissie besproken beleidsnota zijn ingediend.

De bespreking is geopend.

De heer Tack heeft het woord.

Erik Tack

Voorzitter, ik hoop dat u niet misselijk zult worden. Daarnet had ik de indruk dat de zaak besmettelijk werd. Collega’s hadden plots het gevoel dat ze misselijk werden. Ik hoop dat u dat niet overkomt als ik mijn commentaar geef over de beleidsnota.

Minister, ik was verrast toen ik uw beleidsnota las. U hebt het bij herhaling over meer autonomie voor Vlaanderen. Zo spreekt u over “Constructief streven naar betere globale bevoegdheidspakketten”, over “meer fiscale autonomie”, over “streven naar meer fiscale en financiële verantwoordelijkheid”, over “het daadwerkelijk realiseren van meer fiscale autonomie”, en zelfs over “staatshervorming”. Ik weet niet of u die tekst zelf hebt geschreven. Ik weet ook niet of ik dat in uw plaats zou durven neerpennen. 11 jaar geleden heeft men al de 5 resoluties goedgekeurd. 6 jaar geleden ging het over de grote staatshervorming. 11 en 6 jaar later is er nog altijd niets van gerealiseerd. Ik weet niet of dat nog geloofwaardig kan klinken. Er wordt nu gesproken over samenwerkingsfederalisme. Nu valt Pasen al 14 dagen na Pasen. Ik begrijp het niet goed meer. Ik zou dat niet durven schrijven.

Verder hebt u het in uw beleidsnota over pps-constructies. Ik heb de indruk dat deze regering ten opzichte van de vorige een bocht maakt. U stelt terecht dat de diverse pps-structuren een vorm van latente schuld vormen en dat men daarmee rekening moet houden, dat in de toekomst ook middelen zullen moeten uitgespaard worden om de lasten van de verschillende pps-constructies te dragen, dat de beleidsruimte in een aantal beleidsdomeinen dreigt in te krimpen onder druk van de oplopende beschikbaarheidsvergoedingen. Deze pps-constructies vormen inderdaad een tijdbom onder de Vlaamse begroting. Het klopt dat men daarmee voorzichtig moet zijn en dat men de eventuele meerwaarde van de pps-constructies moet afwegen tegenover de verzwaring van de toekomstige begrotingen. De klassieke financiering blijkt immers goedkoper te zijn.

Over het feit dat we nog steeds niet over een meerjarenbegroting beschikken, hebben we het in de commissie al gehad. Ik begrijp dat niet goed. Ondertussen is de Vlaamse Regering aan haar negende maand toe. Het wordt stilaan tijd dat we weten waar de Vlaamse Regering de komende jaren heen wil, hoe ze dit allemaal wil financieren en welke uitgaven ze wil doen.

Wat we ook nog steeds niet weten, is wat de Vlaamse Regering met de bonus van 1,75 miljard euro van KBC wil doen. Blijkbaar is de Vlaamse Regering het daar onderling nog steeds niet over eens. Deze week hebben we gehoord dat hiermee misschien scholen zullen worden gebouwd. Het wordt stilaan tijd hier een lijn in te trekken en in te vullen hoe dat bedrag zal worden gebruikt.

Er zijn nogal wat hete hangijzers in verband met de Vlaamse fiscaliteit in de Europese context. De Vlaamse jobkorting ligt onder vuur omdat ze slechts van toepassing is op de rijksinwoners die in het Vlaamse Gewest wonen en niet van toepassing is op de niet-inwoners. De Europese Commissie heeft het moeilijk met de meeneembaarheid van de registratierechten. Het belastingvoordeel is enkel van toepassing als niet enkel de toekomstige maar ook de vroegere hoofdverblijfplaats, op basis waarvan de registratierechten kunnen worden gerecupereerd, in het Vlaamse Gewest zijn gelegen. De beleidsnota bevat geen antwoorden op deze commentaar van de Europese Commissie.

Ook over de verkeersbelasting is heel wat te doen. Omwille van de complexiteit, is de overname van de inning van de verkeersbelasting met een jaar uitgesteld. Dit zou een waarschuwing moeten zijn. Indien de minister er toch in zou slagen meer financiële verantwoordelijkheid en meer fiscale bevoegdheden naar Vlaanderen over te hevelen, zouden voorbereidingen nu al moeten beginnen. Indien de inning van de verkeersbelasting al zo moeilijk verloopt, vraag ik me af hoe de rest zal gaan. Over een eventuele planning staat in de beleidsnota echter niets te lezen.

Minister, we zijn niet te vinden voor de afstandsgebonden kilometerheffing. Volgens u moet de gebruiker betalen. Met die heffing zou u de verkeerscongestie kunnen afremmen. U poneert dit als een axioma. U weet echter dat axioma’s niet kunnen worden bewezen. U kunt dan ook geen bewijs op tafel leggen. Ik zal u een tegenbewijs geven. De automobilist betaalt eigenlijk al een kilometerheffing. Hoe meer kilometers hij rijdt, hoe meer brandstof hij verbruikt. De accijnzen die hij op zijn brandstof moet betalen, vormen ook een kilometerheffing. Dit heeft nog nooit tot een vermindering van de verkeerscongestie geleid. Elke ochtend hoor ik op de radio dat diezelfde files zich weer hebben gevormd. In plaats van te verminderen, vermeerderen ze nog.

We pleiten voor een wegenvignet voor het buitenlands personen- en vrachtvervoer en niet voor een afstandsgebonden kilometerheffing. De Vlaamse Regering vindt terecht dat zo veel mogelijk Vlamingen aan het werk moeten. Wat wilt u doen met al die mensen die een auto nodig hebben om dagelijks naar hun werk te rijden en die zonder wagen niet op hun werk geraken? Zult u die allemaal een afstandsgebonden kilometerheffing laten betalen? Dit is trouwens een pleonasme. Volgens mij zou u de werkende Vlaming hier niet mee belonen.

Daarnaast pleit u voor een vergroening van de verkeersfiscaliteit. In tegenstelling tot wat u in uw beleidsnota beweert, is er wel degelijk een verband tussen de belasting op inverkeerstelling (BIV) en de verkeersbelasting enerzijds en de milieuonvriendelijkheid anderzijds. Ik heb dat al eerder toegelicht. Voor een zware wagen met een grote cylinderinhoud wordt meer BIV en meer verkeersbelasting betaald. Dit vormt al een compensatie voor het feit dat die wagen het milieu meer belast.

Minister, het zou asociaal zijn dit te veranderen. Wilt u de oudere Vlaming die met een oudere wagen rijdt, verplichten een nieuwe wagen te kopen om lagere belastingen te betalen? Het gaat misschien om zijn laatste auto. Wilt u de student, die zich maar een klein, oud autootje kan permitteren, hiertoe verplichten? Die mensen zullen de dupe van het spel worden. Ik zou het zo niet spelen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, minister, de beleidsnota bestaat uiteraard uit een aantal onderdelen. In deze tijd van grote crisis kijken wij bijzonder uit naar het beleid dat u voert op het vlak van schuldopbouw, schuldafbouw en begrotingstekorten. U streeft daarbij naar een begrotingsevenwicht in 2011. In vergelijking met de andere deelstaten en landen is dat geen slechte doelstelling. Toch blijven wij daar drie fundamentele kritieken op behouden.

We menen nog altijd, maar dat is meer om tactische redenen, dat het wel degelijk nodig en mogelijk is om eventueel sneller naar een evenwicht te gaan. Dat vergt natuurlijk wel een aantal drastischere besparingen. De besparingen die u nu doorvoert, zijn geen echte besparingen. Een groot deel is gewoon een inflatiemeevaller en heeft te maken met een belastingverhoging, de jobkorting. Het ontbreekt toch wel aan een heel duidelijke visie in die zin dat het natuurlijk niet kan dat u bespaart op innovatie terwijl wij binnen bijvoorbeeld De Lijn of op het provinciale niveau veel grotere besparingen zien die maatschappelijk veel minder negatieve gevolgen zouden hebben.

In uw beleidsnota hebt u het ook over een gecontroleerde schuld. Ik herhaal nogmaals wat er in Pact 2020 staat: “De Vlaamse Regering hanteert in de jaren tot 2020 een groeipad op de begroting zonder de schuldenvrije positie van de Vlaamse overheid in het gedrang te brengen.” Er zit wat spanning op dat begrip gecontroleerde schuld, dat u tijdens de volgende maanden nog verder zult uitwerken en de visie zoals we die kennen uit Pact 2020.

Voor ons is het heel duidelijk: prioritair is de schuldafbouw, al was het maar omdat we volgend jaar 156 miljoen euro aan intrestlasten betalen. Dat is niet niks. Het is ook in die zin dat wij de opbrengsten van de KBC-schuld zien. Wanneer die lening aan de KBC wordt terugbetaald, inclusief de rente daarop, dan denk ik dat die integraal zal moeten worden aangewend om die Vlaamse schuld zo snel mogelijk tot een minimum te herleiden.

Die nulschuld is op zich geen fetisj. Ik wil heel graag opnieuw de discussie voeren over een begrotingsnorm en over een schuldnorm. U hebt dat een stabiliteitsnorm genoemd. Men spreekt vaak over de gouden of de klassieke regel waarin men zegt dat lopende ontvangsten lopende uitgaven dekken en leningen investeringsuitgaven dekken. Dat is misschien een discussie die we opnieuw moeten durven voeren.

Het enige punt van kritiek is dat ik – intussen is het 10 maart – van u graag een eerste aanzet had gezien over wat voor u die nieuwe stabiliteitsnorm, die nieuwe begrotingsnorm en die nieuwe schuldnorm zouden kunnen zijn. Daarvoor ontbreekt natuurlijk de meerjarenbegroting. De heer Van Mechelen heeft daar al vaker naar verwezen. Daarin zult u uw begrotingsfilosofie verder kunnen uitvoeren.

Wat de fiscale autonomie betreft, stelt u ook heel duidelijk dat u tariefruimte wilt creëren in de federale personenbelasting. In de commissie heb ik u gevraagd of dat dan te maken heeft met een staatshervorming. U hebt daar positief op geantwoord. In die zin bent u de minister die het meest uitgesproken pleit voor een snelle herneming van de staatshervorming zodat uw plannen inzake fiscale autonomie kunnen worden gerealiseerd.

Onlangs is er ook een vraag gesteld in de commissie over de eigen inning van de verkeersbelasting. Wij vinden dat u een goede beslissing hebt genomen door dat principieel naar Vlaanderen te laten overkomen en te gaan insourcen. We hebben u daar het voordeel van de twijfel gegeven. Er zijn nog een aantal specifieke problemen die we uitvoerig hebben besproken. Het is alleen jammer dat de problemen die we hebben aangekaart, zich vandaag al voordoen. Op Belga hebben we gezien dat een aantal douaniers die waarschijnlijk zullen overkomen in die overnamebeweging van het federale niveau naar het Vlaamse niveau, zullen staken.

Dat heeft mee te maken met het feit dat ze niet naar het Vlaamse niveau willen overkomen. Ik geloof dat er zo’n 76 douaniers overkomen, in het kader van die eigen inning van de verkeersbelasting. Het was dus voorzien. We wisten dat. Het stond ook in uw eigen nota die u aan de Vlaamse Regering hebt geschreven dat we met de vakbonden en die douanemensen wel eens in de problemen zouden kunnen raken.

Wat de verkeersfiscaliteit betreft, ondersteunen wij uw optie om voor een slimme kilometerheffing te gaan niet. In theorie is het een zeer aantrekkelijke optie om de externe kosten te internaliseren, maar in de complexe praktijk van ons communautaire bestel en in de opties die minister Crevits heeft genomen, lijkt mij dat geen goede zaak. Om maar één ding te noemen: u wilt belastingneutraal werken, wat betekent dat u een bijkomend instrument gaat creëren om uiteindelijk dezelfde belastingopbrengst te genereren. Alleen al vanuit efficiëntiestandpunt lijkt mij dat niet verstandig.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, sta mij toe om mij met betrekking tot deze beleidsnota en de motie die dienaangaande is ingediend door de meerderheid, even twee luiken in deze motie te verduidelijken.

Wat betreft het begrotingsbeleid, lijkt het mij terecht dat wij streven naar een eigen stabiliteitsnorm. Vanuit macro-economisch oogpunt is het belangrijk om tot een budgettaire normering te komen die conjunctuuronafhankelijk is, maar ook onafhankelijk van eenmalige inkomsten en uitgaven, bijvoorbeeld in het kader van een relancebeleid. Op die manier kunnen conjunctuurschommelingen worden opgevangen en kan Vlaanderen ervoor zorgen dat tijdens een goede conjunctuur niet alles wordt uitgegeven, zodat er een reserve is in slechtere conjuncturele omstandigheden. Een kunstmatig opgesmukte begroting zal ook niet meer tot de mogelijkheden behoren. Met die eigen stabiliteitsnorm denken we een zekere duurzaamheid te kunnen inbouwen.

Ik verwijs hier ook naar het Rekendecreet, dat in de plaats van het Comptabiliteitsdecreet moet komen en waarvan de implementatie gepland is vanaf 1 januari 2012. Een dergelijk Rekendecreet zal de financiële modernisering vastleggen, zowel op het vlak van begroting, boekhouding, controle als auditprincipes. Op die manier is het een opstap naar een moderne prestatiebegroting, waarbij bijvoorbeeld ook de efficiëntie en de effectiviteit van de bestaande en/of nieuwe subsidieregelingen onder de loep zullen kunnen worden genomen

Wat de KBC-gelden betreft, schrijven wij ons mee in in het gegeven dat hier op een ernstige manier over moet worden nagedacht, want elke euro kan maar eenmaal worden uitgegeven. Wij kijken ook uit naar de meerjarenbegroting, maar ik wil meteen ook de vergelijking maken met 5 jaar geleden. Toen is de meerjarenbegroting ingediend op 13 juni en is die in de weken nadien behandeld.

Wat het fiscale beleid betreft, verwijs ik naar de drie grote doelstellingen die we ook in onze motie naar voren schuiven. Eén: efficiëntie, namelijk efficiënt inkomsten genereren in functie van de begroting. Twee: rechtvaardigheid en billijkheid, namelijk het herverdelen tussen rijk en arm, het investeren in diensten en voorzieningen om gelijke kansen te creëren. Drie: sturen van gedrag. Dat wil zeggen: het promoten van gewenst gedrag en het ontraden van ongewenst gedrag. In die context pik ik er een paar aandachtspunten uit, bijvoorbeeld het sturen van het verkeer door een groenere autofiscaliteit via kilometerheffingen.

De dossiers van de bestaande federale comités tot aankoop kennen zeer lange doorlooptijden. De commissie Versnelling heeft daar in haar werkzaamheden ook aandacht aan besteed. De bedoeling is dan ook om een deel van de taken over te hevelen naar de Vlaamse overheid, met name naar een op te richten eigen Vlaamse dienst Vastgoedakten.

Ten slotte is het nogal evident dat fiscaliteit ook een gunstig investeringsklimaat dient te scheppen, en dit op alle niveaus. Het doet ons plezier dat ook deze minister van Begroting Vlaanderen erkent als kmo-land, als regio waar familiale ondernemingen en bedrijven aandacht verdienen. Wij scharen ons dan ook achter het voornemen om in te zetten op het fiscale aspect van de ondernemingsoverdracht naar de volgende generaties.

Voorzitter, ik zie dat mijn tijd bijna om is. Ik zal dus mijn andere punten niet bespreken.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Minister, beste collega’s, ik heb een zestal aandachtspunten. Heel wat collega’s hebben al punten naar voren gebracht die ik ook heel kort wou toelichten. De dienst Vastgoedakten is aangekondigd in de beleidsnota. We zijn heel blij dat dat toch al één punt is dat concreet is uitgevoerd. Op 15 februari ging de dienst Vastgoedakten van start binnen de Afdeling Financieel Management van het Departement Financiën en Begroting. In de discussie over de beleidsnota hebben we toen gevraagd in welke mate ook lokale besturen gebruik zouden kunnen maken van de dienst Vastgoedakten. De minister heeft toen toegezegd dat te zullen onderzoeken. Minister, in welke mate hebt u daar een zicht op? In welke mate kan de dienst Vastgoedakten uitgebreid worden tot de lokale besturen?

We zijn blij dat het Comptabiliteitsdecreet, dat hier in de lente van 2004 werd goedgekeurd maar dat nooit concreet in werking trad, zal worden vervangen door een Rekendecreet. De timing is 2012. Minister, wij hopen dat u dit op de agenda houdt en dat dit in 2012 kan worden opgestart want het is een duurzame oplossing waar we achter kunnen staan.

De heer Kennes heeft het daarnet al gehad over pps. Voor ons is het belangrijk dat de voorbije jaren werd geleerd dat we pps heel doelgericht moeten kunnen inzetten voor grote projecten. Wij moeten heel duidelijk de voordelen van een pps-constructie ten opzichte van een klassieke financiering afwegen. Pas wanneer daar een kostenefficiëntie inzit, kunnen wij die pps-constructie opstarten.

In de beleidsnota staat de idee om een methode te ontwikkelen waarbij een raming wordt gemaakt van de structurele begrotingssaldi. Dat wil zeggen dat men rekening houdt met het conjunctuurgedreven gedeelte. Dat moet worden uitgezuiverd, zodat men enkel de structurele evolutie van de begroting ziet. Minister Muyters, u stelt daar een eigen stabiliteitsnorm voor. We hebben op het Vlaamse niveau al verschillende normen gehad. Ook de vorige minister had een zogenaamde toekomstnorm. Het is goed dat het begrotingsbeleid in ieder geval wordt genormeerd. De discussie is natuurlijk ook wat de juiste norm is. Misschien moeten wij het niet te ver zoeken. Een simpele groeinorm voor uitgaven kan ons al een heel stuk verder brengen. Die houdt geen rekening met conjuncturele stijgingen of dalingen, vooral van de ontvangsten. Dat is in Vlaanderen, meer dan de uitgaven, een conjunctuurgedreven gegeven.

Maar ik denk dat het goed is dat die oefening wordt gemaakt en dat die begrotingsnorm wordt vooropgesteld.

Over de KBC-operaties zal ik weinig vertellen, want ondertussen is dat geld al vijf keer uitgegeven, deze namiddag hebben we er nog een ideetje over gehoord. Ik zou de minister willen oproepen om zijn meerjarenbegroting tegen Pasen te maken – ik weet niet of de paasvakantie wordt meegerekend of niet – of om er toch zeker op korte termijn werk van te maken zodat ze effectief wordt voorgesteld.

Voorzitter, ik heb nog drie aandachtspunten. Het eerste betreft het aandeel van de gewestuitgaven ten opzichte van de gemeenschapsuitgaven. De meesten onder u weten wel dat er een stille transfer is van gewest- naar gemeenschapsuitgaven. De vorige legislatuur was er afgesproken om ook die gewestuitgaven een beetje in het oog te houden zodat ze niet onder een bepaald percentage zouden dalen. Gewestuitgaven zijn investeringsuitgaven. Ik zou willen voorstellen, minister, dat u ook de volgende jaren in het oog houdt dat er voldoende middelen naar de gewestdepartementen, de investeringsdepartementen, gaat.

Een tweede aandachtspunt is de studie over de intergewestelijke transfers. Ik denk dat het niet al te veel gevraagd is om de studie te bestendigen. Er zijn ondertussen verschillende studies van de universiteiten van Leuven en Namen, en ook van de OESO om een hervorming van het financieringssysteem van de gewesten en gemeenschappen te herbekijken. Het zou goed zijn om die verschillende studies eens van dichtbij te bekijken. Dit kan eventueel een opdracht zijn voor het steunpunt.

Ten slotte, voorzitter, is het toch wel heel belangrijk voor ons dat in deze beleidsnota ook een aantal aanzetten staan voor een hervorming of een actualisatie van de Vlaamse fiscaliteit, want ik denk dat er de voorbije jaren een aantal ad-hocwijzigingen werden aangebracht. De collega’s Schryvers en Smaers hebben dat de voorbije weken al in de commissie onder de aandacht gebracht. We stellen voor om ze eens grondig te bekijken en om korte termijn een initiatief te nemen. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

Voorzitter, ongeveer alle sprekers hebben de ambitie uitgesproken om het kort te houden en om niet te herhalen, en ik zal niet achterblijven.

We steunen deze beleidsnota. De punten in de motie van de meerderheid werden daarnet al aangehaald. We steunen de beleidsnota vooral omdat ze een begrotingsvisie uitdrukt. Ongeveer alle debatten en actualiteitsdebatten die we hier de laatste weken hebben gehad, tonen aan waarom. Of het nu gaat om scholenbouw, om kinderopvang, om armoede, voor de komende jaren is er één iets zeker: er zullen veel middelen nodig zijn.

Het enige element dat ik aan de discussie van de collega’s wil toevoegen, gaat over de manier waarop we tot nu toe aan het discussiëren zijn over de beleidsnota en het belangrijke document dat eraan komt, de meerjarenbegroting. Het zal een elementaire discussie worden over al die noden en investeringen. In lijn daarmee, verwijs ik ook naar de gesprekken die we heel recent hebben gevoerd met de SERV. Het komt er eigenlijk op neer, dat blijkt hier ook uit een aantal betogen en uit discussies over de evenementen van de laatste dagen, dat wordt gezegd waarvoor al het KBC-geld moet worden gebruikt. Er zijn altijd ideeën genoeg. Zo hebben we ook al gehoord dat er om meer scholen te bouwen, meer bespaard moet worden op onderwijs. Daar zijn allemaal veel redenen voor. Bovendien wordt er nu al naar 2011 gekeken, naar het tekort en de parameters die worden gehanteerd.

Het uitgangspunt van deze begroting komt erop neer dat deze begroting snel gezond moet worden en snel ruimte moet creëren voor nieuw beleid. Dat is een uitgangspunt waar weinigen aan twijfelen, gezien de vraagstukken en de noden die we hebben.

Een tweede element daarbij is dat daarvoor besparingen nodig zijn. Sommigen durven hier nog zeggen dat er geen besparingen zijn, dat ze virtueel zijn enzovoort. Ik denk dat men maar eens op het veld moet gaan praten. Het is goed dat al die budgetten eens van voren naar achteren zijn doorgelicht. Het begrotingsdocument is volgens sommigen moeilijk leesbaar omdat het allemaal zeer specifiek is bekeken. Als we de discussies met de SERV hebben gehad over de parameters, over wat er ons de komende jaren te wachten staat, over de onderbenutting en dergelijke zaken meer, dan is er één ding waar we zeker van zijn: we zien namelijk maand per maand dat het heel moeilijk is om te voorspellen wat er precies zal gebeuren, wat de ordes van grootte zullen zijn. Het is nog moeilijker om te voorspellen wanneer het KBC-geld überhaupt komt. Het is heel moeilijk om nu al in te schatten wat de diepte van de ingrepen is.

Er zal een sterke monitoring nodig zijn. De meerjarenbegroting zal belangrijk zijn. Het belangrijkste punt daarbij is dat het begrotingsbeleid voor de komende jaren ook op die manier zal moeten worden gevoerd. Waar gaan we naartoe? Wat betekent het om snel een evenwicht te hebben om die overschotten te houden en om ze voor bepaalde zaken in te zetten?

Bijkomend is het evident dat dit parallel gepaard gaat met schuldbeheer. Dat staat ook duidelijk in het regeerakkoord. Een elementair stuk van het beheren en beheersen van deze begroting gaat gepaard met schuldbeheer. Zoals sommigen terecht zeggen dat het goed is geweest in de periode van crisis dat er reserves waren, zal het ook bijzonder goed zijn mocht er iets gebeuren waardoor er middelen nodig zijn om al die schuld direct onder controle te hebben.

Het is jammer dat er maar één enkele overheid in ons land die oefening snel heeft gemaakt. Uiteindelijk zitten we in het globale kader en zal in de trajecten naar 2015 in dat globale kader worden gewerkt. Ook dat is een belangrijk deel van de beleidsnota en de meerjarenbegroting die eraan komt. De Vlaamse Regering moet verder aandringen bij de andere niveaus om ook die oefening snel te maken en ervoor te zorgen dat die globale begroting zo snel mogelijk stabiel is en tegen een stoot kan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Voorzitter, minister, collega’s, er bestaat zoiets als een dubbele ijzeren logica in de politiek: de kiezer beoordeelt ons werk op korte termijn, maar gelukkig zal de geschiedenis dit doen op lange termijn. Daarom denk ik dat het Vlaamse spreekwoord ‘bezint eer ge begint’ van toepassing is op de bespreking van beleidsbrieven in het algemeen. Weet wat je wilt realiseren, en weet hoe je dat wilt realiseren.

Het zal u dan ook niet verbazen dat de beleidsnota Financiën en Begroting wat ons betreft teleurstelt omdat we vinden dat er bijzonder weinig ambitie van uitgaat. Er zijn heel veel onduidelijkheden. Het debat in de commissie heeft getracht een aantal van die vragen op tafel te leggen en antwoorden uit te lokken. Ik had deze namiddag ruim de tijd om het verslag nog eens te herlezen. Het is verhelderend om vast te stellen dat antwoorden niet gekomen zijn. Maar niet getreurd, we hebben nog veel tijd om het debat te voeren.

Wat mij opvalt, minister – en dat is een zekere verschoningsgrond – is dat u niet mee hebt onderhandeld over het regeerakkoord dat u nu als luxe-invaller trouw zult uitvoeren, al gaat het naar mijn bescheiden mening op een aantal terreinen in tegen uw hart en tegen uw eigen principes. Ik wil één ding duidelijk stellen op dit forum, namelijk dat u als minister van Begroting en Financiën, en uw regering een duidelijke breuk maken met het verleden. Een verleden dat een strak begrotingbeleid voerde, ondanks ontiegelijke discussies over de nood aan extra middelen voor nogal wat beleidsdomeinen. Een beleid gevoerd door drie verschillende coalities: een rooms-rode, een paars-groene en een klassieke tripartite.

Ik stel alleen maar vast dat men in Vlaanderen, waar de schuld begin jaren negentig zeer snel aan het stijgen was, om een absolute piek te bereiken in 1995, op dat ogenblik resoluut het roer heeft omgegooid en werk is beginnen maken van die schuldafbouw. Dat is gebeurd in de periode 1995-1999, met de regering-Van den Brande-Demeester. Dat is ook gebeurd door de paars-groene regering, waarin we de ambitie naar voren schoven om de schuld te halveren. Het is ook gebeurd onder de vorige regering. In die regering hadden we de ambitie schuldenvrij te zijn tegen eind 2008. Minister, aan wat de economische crisis met zich mee heeft gebracht, bent u, maar ook wij niet schuldig. Het is aan ons om dat te beheren. Ik wil wel zeggen dat dat beleid sinds 1995 ervoor heeft gezorgd dat in Vlaanderen meer dan 400 miljoen euro recurrente beleidsruimte ontstaan is. Ik wil u uitdrukkelijk waarschuwen: opnieuw schuld opbouwen is voor mij geen optie en kan ook geen ambitie van een Vlaamse Regering zijn, die, mocht u eraan twijfelen, via de bijzondere financiering nog steeds over heel wat middelen beschikt.

Ik wil tegelijk misschien toch ook eens heel nadrukkelijk zeggen dat de voorbije twee regeringen ook altijd omzichtig zijn omgesprongen met de meerinkomsten. We hebben getracht zowel op korte als op lange termijn aan reserveringen te doen. Op korte termijn hebben we dat gedaan door conjunctuurprovisies en indexprovisies, op lange termijn hebben we dat heel nadrukkelijk gedaan met de opbouw van een Toekomstfonds en de opbouw van een Zorgfonds. We hebben het geld niet door ramen en deuren gegooid. In overleg met alle collega’s hebben we ervoor gezorgd dat we meer dan 2,5 miljard euro reserves hebben opgebouwd, reserves waaruit we hebben kunnen putten in de bankencrisis, reserves die vandaag nog in het Zorgfonds aanwezig zijn. Ik betreur dat u heel duidelijk namens de Vlaamse Regering zegt niet voor extra reserveringen of de opbouw van fondsen te gaan. U hebt dat heel nadrukkelijk gedaan tijdens de begrotingsbesprekingen. Met andere woorden, u gaat niet voor de verdere uitbouw van het Toekomstfonds, laat staan voor het versterken van het Zorgfonds. Integendeel, u gaat voor nieuwe investeringen, die u zult financieren via schuldfinanciering. Ook een opgestart pps-project waaraan hard is gewerkt, zoals de pps voor schoolgebouwen, ten bedrage van 1,5 miljard euro, komt maar niet uit de startblokken.

Ik ben heel duidelijk over het aanwenden van de middelen van de KBC-schuld. We hebben vandaag ons voorstel van resolutie persklaar gegeven. We gaan met u het debat aan hierover. Komt de meerjarenbegroting er morgen, overmorgen of in juni, we zijn klaar om het debat te voeren. Minister, weet dat dit voor u en uw regering het moment van de waarheid zal worden. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Minister, deze beleidsnota overtuigt onze fractie toch niet helemaal, om een aantal redenen. Volgens ons is het erg belangrijk in het financieel beleid, in het begrotingsbeleid te kunnen werken met accurate informatie en correcte cijfers. Ik zie dan hoe we in de loop van het begrotingsdebat en de bespreking van de beleidsnota het tekort voor 2009 hebben zien evolueren van 1 miljard euro naar 1,2 miljard euro. Ik zie hoe we verschillende scenario’s voorgeschoteld hebben gekregen met betrekking tot de KBC-schuld. Onderwijsminister Smet heeft er de jongste dagen nog een extra scenario aan toegevoegd. De verwarring over die KBC-schuld was in de debatten soms wel erg groot. Dan heb ik het nog niet gehad over de invulling van de onderbenutting en de overheveling van 500 miljoen euro van het ene jaar naar het andere. Het komt allemaal wat vreemd over. Er zit in feite nog wel wat meer ondoorzichtigheid in het Vlaamse begrotingsbeleid. Ik zie complexe pps-constructies, die soms oplopende tekorten uit het zicht houden. De financiële impact blijft daarbij verborgen en wordt onttrokken aan de democratische controle. Ook hebben we geen meerjarenbegroting, waardoor onduidelijk is waar deze regering heen wil. Ik kan dan alleen maar vaststellen dat het beeld van dit financieel beleid, van dit begrotingsbeleid wazig blijft.

Ik ben nogal beducht voor al te eenvoudige maatregelen. De efficiëntiewinsten nemen toch wel een zeer cruciale plaats in in het beleid van deze begrotingsminister. Ik vrees dat het allemaal niet zo gemakkelijk zal zijn. We hebben het erover gehad in de commissie. De Lijn wil in haar zoektocht naar efficiëntiewinsten meer geld voor de abonnementen voor werkzoekenden, dan zal dat misschien wel resulteren in bijkomende kosten voor de VDAB of voor de werkzoekenden. Bovendien moeten deze efficiëntiewinsten al heel snel gerealiseerd worden, immers dit jaar nog. Dat is bijna onmogelijk. Efficiëntiewinst lijken een toverwoord voor deze begroting. Ik ben erg benieuwd of dit allemaal zal lukken.

Ik blijf me afvragen of we, gezien de uitdagingen op vele vlakken, niet te strak omgaan met het begrotingsevenwicht. We hebben de transmissie van onze economie, we hebben het vandaag gehad over het onderwijs, zal dit allemaal wel kunnen? Ik vraag me niet alleen af of het begrotingsevenwicht realistisch is, ik vraag me ook af of het haalbaar is. U weet dat professor De Grauwe onze visie deelt.

Ten slotte, voor het vergroenen van de verkeersfiscaliteit kan de minister op onze steun rekenen. Het mag wat ons betreft wat ambitieuzer en offensiever, maar we hopen met u dat er een slimme kilometerheffing komt, niet alleen voor vrachtwagens maar ook voor personenwagens. Veelbelovend is het feit dat de minister ook voor het luchtvervoer denkt over een groene fiscaliteit. Hoewel nog heel erg vaag, komt dit niets te vroeg.

Ook bij mijn fractie bestaat er heel wat twijfel over deze beleidsnota vanwege de vele onduidelijkheden, al te gemakkelijke aannames en een begrotingsbeleid dat te weinig oog heeft voor de nodige investeringen. (Applaus bij Groen!)

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik wil iedereen bedanken die een constructieve bijdrage heeft geleverd aan de beleidsnota. Ik ben heel blij dat we de rest van de legislatuur tijd krijgen om dat uit te voeren. Ik ben dat ook van plan.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

Wij zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de met redenen omklede moties houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.