U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van de ontwerpen van decreet.

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Mijnheer de voorzitter, leden van de regering, collega’s, bij het doornemen van de begroting en toen ik er de afgelopen dagen over aan het nadenken was, moest ik steeds denken aan een liedje. Het is geen Shakespeare, maar gewoon een kinderrijmpje van Annie M.G. Schmidt. Het klinkt wat harder dan het bedoeld is. U moet dan ook maar denken aan Annie M.G. Schmidt, een gezellige oude tante. Het liedje gaat als volgt: “Vader is een hypocriet, vader is een nul, vader is er enkel en alleen maar voor de centen en de rest is flauwekul.”

Hoewel het wat hard geformuleerd is, geeft het toch wel weer wat de stand van deze begroting en de stand van de werking van deze regering is. De regering heeft namelijk de bevolking verweten dat er geen sense of urgency zou zijn, geen besef van hoe diep de economische nood wel is.

Mijnheer de minister-president, u hebt zelf gezegd dat Vlaanderen vadsig is geworden. Dat vind ik dan een beetje hypocriet, want nergens in deze begroting heb ik maatregelen kunnen vinden waaruit een sense of urgency zou kunnen blijken. Ik heb geen enkele fundamentele beleidskeuze in de zin van fundamentele veranderingen kunnen zien, niet in Economie, niet in Werk, niet in Welzijn, niet in Onderwijs, zeker niet in Mobiliteit, ook niet in Media, niet in Sociale Huisvesting en niet in Wetenschap en Innovatie. Het is een beetje business as usual. Mevrouw Dillen gebruikte het beeld van de kaasschaaf. Geen nieuws is goed nieuws.

En dan vermoed ik dat de meerderheid wel zal zeggen dat in tijden van crisis natuurlijk niet zoveel spectaculairs te doen is, behalve dan op de centen passen. Daar moet vader dan op letten. Maar niets is minder waar. Ik denk dat deze crisis een keerpunt is in onze geschiedenis, zowel economisch, sociaal als ecologisch. Economisch gezien dreigt er voor het eerst in de Vlaamse geschiedenis een collectieve verarming. Op alle internationale ranglijstjes zakt Vlaanderen verder weg. We hebben dat vandaag nog kunnen lezen in de media. Sociaal is de integratie van allochtonen in belangrijke mate en in belangrijke delen van het land mislukt. En ecologisch is het natuurlijk zo dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen het milieu, maar vooral onze geopolitieke onafhankelijkheid bedreigt.

LDD pleit voor een fundamentele omslag – niet eens radicaal maar wel fundamenteel, en veel fundamenteler dan wat we hier in dat doorslagje van de begroting zien – om Vlaanderen opnieuw op de kaart te zetten en onze mensen een echt perspectief te bieden.

De mensen hebben niets aan een regering die er enkel is voor de schone schijn. Wat biedt de regering hun? Ik heb uit de beleidsnota’s volgende dingen gehaald: vele commissies, werkgroepen, coördinatiecellen, een staten-generaal, een taskforce, een council, steunpunten, adviesraden, een klankbord, een denktank, een transitieplatform, een efficiëntietraject, een charter natuurlijk, actieplannen en strategienota’s, en dat allemaal in samenspraak met de stakeholders. Ik maak die oplijsting, die ik al eens heb gemaakt in de commissie Algemeen Beleid, in de eerste plaats om er bij u nog eens de nadruk op te leggen om toch iets te doen aan die institutionele verrommeling. Waar het vooral om gaat, is dat het maatschappelijk debat, zoals dat vroeger heette, er de laatste tijd niet meer in slaagt om tot een draagvlak te komen. Dat is eigenlijk wel de bedoeling, maar het leidt meestal tot een status-quo.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Vereeck, zoals u terecht zegt, hebt u dat al eens gezegd tijdens de bespreking van de beleidsnota in de commissie. U moet toch erkennen dat Vlaanderen in Actie (ViA) in heel belangrijke doorbraken voorziet die ook in het regeerakkoord zijn opgenomen en dus worden uitgevoerd. ViA is ondertekend door tweehonderd organisaties en meer dan 1500 captains of society. Dat is toch heel belangrijk. Als u zegt dat er geen draagvlak is, dan hebt u dat mogelijk over het hoofd gezien.

Lode Vereeck

Ik kijk natuurlijk naar de concrete verwezenlijkingen. U hoeft maar de agenda van ViA open te doen om te zien wat er gerealiseerd is.

Minister-president Kris Peeters

U had het over het maatschappelijk draagvlak. Dat moet je eerst hebben voor je iets kunt uitvoeren. Daar gaan we nu mee beginnen.

Lode Vereeck

Dat is wat u nu al een tijdje beweert. We hebben gezien wat al die consultatierondes in de BAM en de Lange Wapper tot nu toe hebben opgeleverd. Daarover is heel veel gecommuniceerd, er is zelfs een referendum gehouden. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat opnieuw zo een belangrijk project, dat waarschijnlijk ook wel in Via zit bij de logistieke ontsluiting van Vlaanderen, nu volledig vastzit en weggestopt is in zeven werkgroepen. Wij hebben het gevoel dat de regering een beetje het stuur kwijt is. Dat is ten dele zo omdat u niet aan het stuur zit want de internationale economie bepaalt natuurlijk in grote mate wat u doet.

U hebt zelf al gezegd dat mensen in belangrijke mate voorspelbaar worden. U hebt naar uzelf verwezen. Ik zie u nu al zo’n zes maanden bezig. U zegt meestal dat u alles heel belangrijk vindt, dat u er druk mee bezig bent en vervolgens wordt nogmaals een commissie aangekondigd. Dat alles om de schijn op te houden. Totdat de CEO van een of ander bedrijf de Vlaamse Regering terug met de voeten op de grond zet. Dan wordt men boos, soms terecht. De kern van de zaak is echter dat er geen samenhangend industrieel beleid meer wordt gevoerd. Er is op dit moment sprake van een impotent flankerend beleid. Getuige daarvan is, voor mij althans, de zeer precaire situatie van de tewerkstelling in de automobielsector, ondanks het feit dat u daar de afgelopen 10 jaar meer dan 175 miljoen euro aan gedoneerd hebt.

De regering mag dus zoveel flankeren als ze wil, zonder een gezond structureel ondernemingsklimaat is dat een pleister op een houten been. Zo is vorige week opnieuw gebleken dat de belastingdruk in België nog eens gestegen is terwijl in de meeste OESO-landen het overheidsbeslag op de economie gemiddeld met een half percentpunt gedaald is tijdens het crisisjaar 2008. België zakt verder weg op de ranglijst van de Wereldbank van de fiscaal aantrekkelijkste landen naar de 150e plaats op 183. “Er is geen kunst die een regering sneller leert dan geld kloppen uit de zakken van de bevolking”, zei een Schotse filosoof twee eeuwen geleden. De federale regering, die hier al geregeld ter sprake is gekomen, wil zelfs het privégebruik van gsm’s gaan belasten. Dan vraag ik me af: what’s next, het privégebruik van Pritt of van een potlood?

Ook uw regering kan er echter wat van. Uw eerste maatregel was het afschaffen van de jobkorting, waarvan LDD een koele minnaar was en is. Verder zet deze regering, door het lokaal fiscaal pact niet te verlengen, de deur open voor de verhoging van de gemeentebelastingen of de opbouw van gemeenteschulden. Wat LDD vreesde, wordt ook werkelijkheid: diverse gemeenten hebben deze en vorige week al een verhoging van de personenbelasting op de opcentiemen aangekondigd, niet het minst mijn eigen gemeente Diepenbeek, een gemeente met als motto ‘de passie, de groei’. Daar is er sprake van een min of meer onafhankelijk burgemeester. Hij heeft een eigen partij, die een kartel heeft gevormd met CD&V. Het is dus een CD&V-burgemeester. (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Daarnaast blijft die Vlaamse Regering, zoals we enkele weken geleden hebben mogen horen, bij haar plannen om die kilometerheffing in te voeren, zonder dat de verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling worden afgeschaft. Uw regering stelt dat ze in 2010 1,5 miljard euro zal besparen, maar echte, fundamentele besparingen ontbreken. Er wordt inderdaad voor 73 miljoen euro gesnoeid in subsidies, en voor 8,5 miljoen euro in communicatie en consultancy. Daarnaast is er de ondertussen beruchte 133 miljoen euro aan efficiëntiewinsten op het overheidsapparaat. Voor de rest gaat het echter niet echt over besparingen. Bijna de helft bestaat uit die belastingverhoging van 635 miljoen euro. Er zijn tal van eenmalige maatregelen. Ze zijn al genoemd. Ik zal ze niet herhalen. Een groot deel van die besparingen zijn in werkelijkheid gewoon automatische verminderingen van uitgaven, omdat er in 2009 geen inflatie was en er ook in 2010 maar een beperkte inflatie zal zijn.

Ik geloof bovendien dat de begrotingsuitgaven zwaar onderschat zijn. Die 70 miljoen euro op Onderwijs was reeds een eerste waarschuwing. Dat belooft niet veel goeds, omdat de regering ook zwaar inzet op die onderbenutting van kredieten, namelijk 750 miljoen euro dit jaar en 470 miljoen volgend jaar. Ik moet erbij zeggen dat dit volgens het Rekenhof niet ongebruikelijk is. De omvang en de onduidelijkheid vindt het Rekenhof echter wel ongezien en ongehoord. De begrotingscontrole zal dan ook een zware dobber worden.

Nog even terzijde: het is voor mij niet essentieel, maar die begrotingscontrole voor 2010 zal ook uitwijzen dat het tekort niet 0,5 miljard euro, maar 1 miljard euro bedraagt. Dat is hier al gezegd. De 500 miljoen euro die de minister van Begroting heeft doorgestort naar dat Egalisatiefonds, horen boekhoudkundig en budgettair immers thuis bij het jaar 2009, althans volgens het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). Dat is toch opnieuw een operatie om de schijn op te houden. Dan was er twee weken geleden nog dat relanceplan van 800 miljoen euro, dat voor 2010 eigenlijk maar 300 miljoen euro inhield, en dat al in de begroting stond. We hebben dat toen een pr-stunt genoemd. Dat toont volgens mij nogmaals aan dat dit vooral een begroting van de schone schijn is.

Gezien de relatief beperkte inspanning blijft LDD van mening dat een evenwicht op de begroting zo snel mogelijk moet worden gerealiseerd, en liefst nog in 2010. Ik zal u meteen zeggen hoe dat volgens ons kan. Laat me eerst nogmaals duidelijk maken waarom dat evenwicht in 2010 zo belangrijk is. Ten eerste is er natuurlijk de bekende economische logica dat tekorten tot schulden leiden, die op hun beurt leiden tot het betalen van rente. Die rentelasten verkleinen het discretionaire beleid. In 2010 zou er al sprake zijn van 156 miljoen euro aan rentelasten. Dat is toch geen klein bier. Daarom is schuldopbouw absoluut te mijden.

Ten tweede is er het Stabiliteitspact. Ons strategisch voorstel in juli en september kwam erop neer dat Vlaanderen het best in 2010 een evenwicht zou behalen, om in 2011 dan al zeer assertief een eigen beleid te voeren en de andere entiteiten in 2012 voor een voldongen feit te plaatsen. Dat blijkt nu eigenlijk de juiste strategie, want er is de nieuwe Europese waarschuwing. In het kader van het Stabiliteitspact moet de nv België een maximaal begrotingstekort halen van 3 percent van het bruto binnenlands product in 2012. Dat betekent dat de afspraken binnen het Overlegcomité met één jaar kunnen worden vervroegd.

Wat zal de reactie van Vlaanderen zijn? Wat zal de houding van deze Vlaamse Regering zijn wanneer de premier u, zoals hij heeft gezegd in de media, in januari al zal uitnodigen om opnieuw over dat Stabiliteitspact te onderhandelen? Niet in 2012, maar nu in januari al.

Waarom is de visie van LDD op hoe we zo snel tot dat evenwicht kunnen komen niet onrealistisch? De suggestie voor dat evenwicht stond natuurlijk al in de formateursnota, tenzij het om te lachen was natuurlijk, maar belangrijker is dat het rapport van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) aantoonde dat de ontsporing van de Vlaamse openbare financiën behalve aan de crisis toe te schrijven is aan het te expansieve beleid van de vorige Vlaamse Regering. Het probleem is veroorzaakt “omdat in de meest recente jaren (2008-2009) een groeidynamiek in de begroting is gelegd die niet in overeenstemming is te brengen met de structurele groei van de ontvangsten nu en in de komende jaren”. Terugkeren naar zo’n gezond structureel beleid lijkt mij eigenlijk niet te veel gevraagd. Dat lijkt mij gewoon haalbaar.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Vereeck, u haalt het SERV-advies aan. Weet u hoeveel onderbenutting de SERV naar voren schoof in dat advies? 717 miljoen euro elk jaar. Daarnet zei u dat de onderbenutting, die wij hebben gedownsized in vergelijking met wat de SERV heeft meegegeven, mogelijk nog te hoog is. Als u naar de SERV verwijst, moet u ook onderschrijven dat de SERV de onderbenutting zeker te hoog heeft ingeschat en dat u daar ook absoluut niet mee akkoord gaat. Dat begrijp ik uit uw redenering.

Lode Vereeck

Het verschil tussen de visie van de SERV en van het Rekenhof…

Minister-president Kris Peeters

Ik vraag naar het verschil tussen het SERV-advies en uw visie. Het Rekenhof is nog iets anders. Bent u het eens met het SERV-advies? U verwijst ernaar als u het hebt over het bereiken van een evenwicht in 2010. Met een onderbenutting van 717 miljoen euro?

Lode Vereeck

Wij zijn het eens met het feit dat er snel een evenwicht moet worden bereikt en dat de onderbenutting gedetailleerd moet worden.

Minister-president Kris Peeters

Is het advies van de SERV volgens u te hoog of te laag?

Lode Vereeck

Volgens mij is het advies van de SERV te hoog. Wij volgen in dezen het advies van het Rekenhof, dat, wat mij betreft, al problemen heeft met de 750 miljoen euro.

Ten tweede is er sprake van 133 miljoen euro efficiëntiewinsten. Dat is 8,8 percent van de totale inspanning die u levert. De Commissie Effectieve en Efficiënte Overheid is haar mosterd gaan halen bij de Britse commissie-Gershon. Dat stond vandaag nog in De Tijd. Maar dat Britse efficiëntieprogramma heeft natuurlijk wel geleid tot een besparing van 2,5 percent op alle overheidsuitgaven, vooral door een beter procurement, decentralisatie en de inkrimping van het aantal ambtenaren – zonder trouwens een impact te hebben op de publieke dienstverlening.

Om de grootteorde te schetsen: voor Vlaanderen zou een vergelijkbare inspanning een besparing van 625 miljoen euro betekenen.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer Vereeck, u zegt nogal gemakkelijk dat dit zo’n inspanning zou vergen. Dat betekent dat u ervan uitgaat dat het Verenigd Koninkrijk zich in dezelfde positie bevond als Vlaanderen. Kunt u dat staven? Ik heb daar grote twijfels bij. U weet dat nergens in Europa de uitgaven voor overheidspersoneel zo sterk gestegen waren als in het Verenigd Koninkrijk. Onder Thatcher en onder Blair waren ze met 40 percent gestegen. Er waren daar 2,5 miljoen ambtenaren. Nu zijn er 80.000 minder. Dat is slechts een goede 3 percent. Ik zou toch willen dat u staaft dat wij in een vergelijkbare toestand zitten als het uitgangspunt dat u aanhaalt: het Verenigd Koninkrijk. U bent wetenschapper. Niets is zo onvergelijkbaar als de cijfers over het overheidsbeslag. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) slaagt er zelfs niet in om vergelijkbare cijfers te geven over wie in elk land onder de noemer ‘overheidspersoneel’ valt. In België bijvoorbeeld wordt de gezondheidszorg, met de ziekenhuizen, daar in principe niet bij gerekend. In andere landen dan weer wel. Enzovoort.

Lode Vereeck

De minister heeft daar een punt. We mogen geen appelen met peren vergelijken. Hoewel de vergelijking niet helemaal opgaat, wil ik hier gewoon een idee van de orde van grootte geven. In de loop van de periode 2001-2008 is het aantal ambtenaren nergens meer toegenomen dan op het niveau van de Vlaamse overheid. Ondanks de formele wervingsstop zijn er op zeven jaar tijd 7000 ambtenaren bij gekomen.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

L’histoire se répète. Dat is hier drie maanden geleden ook aan bod gekomen. Die groei is er gekomen in de sectoren waar we doelbewust in hebben geïnvesteerd. Indien we in meer begeleiding van werklozen voorzien, komt er een toename van het personeel van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB). Indien we meer bussen laten rijden, krijgen we meer chauffeurs en conducteurs.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Mijnheer de voorzitter, ik hoor de heer Van Dijck graag naar de buschauffeurs verwijzen. Hij vergeet er echter iets bij te zeggen. Enkele maanden geleden hebben we ontdekt dat de chauffeurs op een plaats staken omdat er te weinig volk is en op een andere plaats, twintig kilometer verder, met hun vingers zitten te draaien. Dit kunnen we moeilijk een goed personeelsbeleid noemen. Wat het personeelsbeleid betreft, moet de overheid de tering naar de nering zetten en een beter beleid voeren. We moeten voorkomen dat ze op een plaats staken en op een andere plaats met hun vingers zitten te draaien. Een goed bedrijfsleider moet dat doen of hij gaat failliet. De overheid kan gewoon verder doen en moet enkel om de vijf jaar de kiezers in de ogen kijken. Als politicus moeten we de ernst hebben hier iets aan te doen. (Rumoer)

Mijnheer Van Dijck, u hebt het voorbeeld van De Lijn aangehaald. Volgens mij kunt u dat beter niet als voorbeeld van een goed personeelsmanagement vermelden.

De voorzitter

De heer Laurys heeft het woord.

Jan Laurys

Mijnheer de voorzitter, ik wil hier even op reageren. Gisteren heeft de gemeenteraad van Diest de afschaffing van het stadsnet besproken. LDD heeft oppositie gevoerd en heeft een actie georganiseerd. De Lijn betaalt 1 miljoen euro voor het stadsnet. Die busjes halen gemiddeld niet eens acht mensen per lijn. LDD wil die busjes in stand houden. LDD vindt dat wij actie tegen De Lijn moeten voeren. Wat LDD in Diest zegt, is het tegenovergestelde van wat de heer Reekmans hier net heeft gezegd. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Peter Reekmans

Mijnheer Laurys, populist vind ik een eretitel. (Rumoer)

Ik weet niet of u demagoog ook als een eretitel wilt dragen. Wat u net hebt gezegd, is demagogisch. U weet dat maar al te goed. Ik ken mijn eigen streek. LDD heeft het in Diest voor twee buslijnen opgenomen. Rond de schooluren zitten die bussen steeds overvol. LDD zal het voor volle bussen blijven opnemen. CD&V en de andere meerderheidspartijen zijn al jaren verantwoordelijk voor een massa lege en halfvolle bussen. Daar zal LDD het niet voor opnemen. We zijn niet beschaamd om het in Diest voor de volle bussen op te nemen. Indien u dit fait divers uit de gemeenteraad van Diest hier tijdens een plenaire zitting ter sprake wilt brengen, is dit demagogie. (Rumoer)

De voorzitter

Mijnheer Reekmans, het moet niet altijd om Antwerpen te gaan.

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

In Groot-Brittannië is ervoor gekozen de hervorming vanuit de departementen zelf te laten komen. De minister volgt dit denkspoor. Dit betekent echter niet dat de Vlaamse Regering zelf geen voorzetten kan geven.

Een goed voorbeeld is het Herculesfonds. We hebben dit in de commissie besproken. De werking van de stichting kost 600.000 euro. Dat is bijna even veel als de huidige besparing op de zware onderzoeksapparatuur, die 750.000 euro bedraagt. Dit fonds kan gemakkelijk bij het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) worden ondergebracht.

Een ander voorbeeld is de integratie van het mobiliteitsonderzoek binnen een instituut. Dit onderzoek is nu versnipperd over het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM), het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL), Flanders’ Drive, de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) en de universiteiten. Twee weken geleden is nog de oprichting van een overkoepelend mega-instituut aangekondigd. Vorige week is eigenlijk het tegendeel gebleken. Het VIM zal het onderzoek van het VIL, Flanders’ Drive en de universiteiten naar de maatschappelijke acceptatie van de groene auto moeten coördineren.

Minister Geert Bourgeois

Het is natuurlijk zo dat wij met de Vlaamse Regering precies datgene doen wat u voorstelt. Wij hebben een aantal voorzetten gegeven zoals u dat noemt en een aantal beslissingen genomen die heel ingrijpend zijn: de werkingskosten recurrent verminderen met vijf percent, de personeelskredieten recurrent verminderen met twee en half percent, zowel de gereglementeerde als de facultatieve subsidies verminderen met respectievelijk twee en vijf percent, de consultancy-opdrachten verminderen met twintig percent. Op de endogene groei is een domper gezet. In het regeerakkoord staat uitdrukkelijk dat de efficiëntieoefening wordt voortgezet. We doen dat met die methode die u ook voorstaat en die gewerkt heeft in het Verenigd Koninkrijk: we laten de voorstellen van onderuit komen. Het college van administrateurs-generaal (cag) heeft al een hele methodiek klaar en komt eind dit jaar met een hele reeks voorstellen, zowel puntsgewijze als structurele voorstellen. Ik denk dus dat we inzake methodiek precies datgene doen wat u hier verdedigt.

Lode Vereeck

Ik heb ook gezegd dat u inzake methodiek inderdaad die piste volgt en dat u naar de departementen gaat. Dat is ook heel terecht. Het gaat alleen over de grootte van de inspanning die wordt geleverd. Volgens ons is die op dit moment onvoldoende. Ik denk dat we naar meer structurele maatregelen moeten gaan, weliswaar op middelkorte termijn. Voor de verkiezing waren er meerderheidspartijen die zich konden vinden in de afschaffing van de provincies als beleidsniveau. Dit zou een nettowinst kunnen opleveren van 350 miljoen euro. De bevoegdheden zouden makkelijk door het Vlaamse Gewest of door de gemeenten kunnen worden overgenomen.

Als er efficiëntere structuren zijn – u blijft natuurlijk schaven aan de getalletjes en veel minder aan de structuren –, dan zullen er ook minder ambtenaren nodig zijn om de taken van de overheid uit te voeren. Tussen 2001 en 2008 zijn er 7000 Vlaamse ambtenaren bij gekomen, ondanks de min of meer formele wervingsstop. Het is de snelst groeiende overheidstak binnen de nv België. Op dit moment zijn er 45.000 Vlaamse ambtenaren waarvan er twintig percent met pensioen gaat tussen 2008 en 2011. Dat zijn 9000 eenheden. In 2010 zouden er dus zo’n 2000 ambtenaren minder kunnen zijn. Als zij niet worden vervangen, dan bespaart de Vlaamse overheid zo’n 100 miljoen euro op een sociaal aanvaardbare manier.

Minister Geert Bourgeois

Denkt u niet dat het een nogal kortzichtige visie is? Die mensen blijven natuurlijk ten laste van de belastingbetaler. Als ambtenaren met pensioen gaan, dan hebben ze gemiddeld een pensioen dat 60 tot 65 percent van hun wedde bedraagt. Die mensen blijven dus ten laste van het overheidsapparaat. Iemand die nieuw in het apparaat komt, kost maximum evenveel, gemiddeld zelfs minder.

Maar je moet er rekening mee houden dat het echte probleem niet daar zit. Professor Janvier heeft berekend dat in België het aandeel van de ambtenarenkost in het BNP al een hele lange tijd constant is gebleven. Het echte probleem zit ‘m in de korte loopbaan van ambtenaren. Ze hebben gemiddeld maar een loopbaan van 35 tot 36 jaar. Als u hen allemaal op pensioen wilt sturen, dan blijven ze wel ten laste van de belastingbetaler. U doet uw ogen dicht voor het feit dat het zware pensioenen zijn – de mensen hebben daar recht op – die ten laste blijven van de overheid. Laat ons de discussie voeren over het optimum van het overheidsbeslag. Dat is een veel zinniger discussie dat die u nu voert.

Heel veel mensen verwijzen dan naar de studie van de Europese Centrale Bank (ECB). We kunnen met 66 percent van de middelen zogezegd evenveel doen. Geen enkel ernstig persoon verdedigt dit. Professor Moesen, die toch een autoriteit is, zegt dat als we er in zouden slagen om het met drie tot vier percent minder te doen, dit schitterend zou zijn. Voka en het VBO zeggen dit ook. Laat ons dus realistisch zijn.

U ziet in uw betoog een aantal zaken over het hoofd. Het begint met de democratische keuzes die u maakt. Als de democratie in Vlaanderen kiest voor kleuteronderwijs, wat in andere landen niet het geval is, dan staat daar een kost tegenover. Als de democratie in Vlaanderen kiest voor een publieke omroep, dan staat daar een kost tegenover. Als de democratie in Vlaanderen kiest voor een VDAB die intens aan arbeidsbemiddeling doet, dan heb je daar mensen voor nodig en staat daar een kost tegenover. Als de democratie kiest voor De Lijn die een bepaalde vervoerscapaciteit moet hebben, dan staat daar een kost tegenover.

Als je je keuzes gemaakt hebt, is de vraag hoe je dat optimaal doet. U weet heel goed, mijnheer Vereeck, dat bepaalde landen met een zwaar overheidsbeslag toch als zeer efficiënte overheden beschouwd worden. Dat is de discussie die je moet voeren. Eén: welke keuzes maak je democratisch? Twee: welke output heb je?

Als je veel investeert in gezondheidszorg, heb je dan een goede gezondheidszorg? Waar sta je in de ranking? Als je veel investeert in je onderwijs, waar sta je dan met de kwaliteit van dat onderwijs? Hoe efficiënt ga je dat allemaal organiseren? Ga je dat op de meest efficiënte manier doen? Dat is het echte debat dat we moeten voeren, en niet het debat van nogal holle retoriek over meer of minder ambtenaren. Als je beslist dat er een overheidsdienst moet zijn, zoals de VDAB, dan heb je daar mensen voor nodig.

Lode Vereeck

Professor Moesen zegt ook dat het beslag veel te hoog is. We zitten nu rond de 49 percent, bijna opnieuw 50 percent. Hij stelt, op basis van onze socio-economische structuur, dat dat beslag rond de 43 percent moet liggen. Dat zit dichter bij wat LDD voorstelt, namelijk een beslag van 40 percent.

U hebt het over de outputmeting. In de openbare sector is dat nu eenmaal niet zo eenvoudig. Wat is de waarde van een bepaalde output? We kunnen dat natuurlijk wel in kwantiteiten meten, maar niet in waarde. Als u dat zou kunnen, wint u meteen de Nobelprijs voor Economie.

Minister Geert Bourgeois

Ik heb geen ambities ter zake, maar ik wil wel gaan voor een efficiënte Vlaamse overheid.

Lode Vereeck

Zolang de outputmeting zo moeilijk loopt, blijft er niets anders over dan een inputmeting. En dat is de enige reden waarom het debat zich verlegt naar het aantal ambtenaren.

U had het ook over de democratische keuzes. De kostendekkingsgraad van De Lijn ligt op 16 percent. Een hogere kostendekkingsgraad kan tussen de 200 à 240 miljoen euro opleveren. Dan hoor ik u zeggen dat gratis of bijna gratis vervoer tot het beleid van de regering behoort. Wij nemen daar akte van, maar kom ons dan niet zeggen dat u deze begroting niet sneller in evenwicht kunt krijgen.

Minister Geert Bourgeois

U hebt mij dat niet horen zeggen, mijnheer Vereeck. Ik blijf wel zeggen dat er een aantal parameters zijn om de kwaliteit en de output te meten. Ik heb met verbazing vastgesteld dat u refereert aan de dienstverlening in het Verenigd Koninkrijk. Ik daag u uit om de gezondheidszorg in het Verenigd Koninkrijk eens te vergelijken met de gezondheidszorg in ons land. De meeste objectieve beoordelaars zullen daar een heel ander beeld van geven.

Lode Vereeck

Ik rond af, mijnheer de voorzitter. Wij zullen deze begroting niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang en LDD)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Mijnheer de voorzitter, dames en heren ministers, collega’s, Vlaanderen moet weer willen winnen. Dat is wat Voka gisteren stelde. Ik verwijs niet naar Voka om minister Muyters wat te jennen, maar omdat ik denk dat Voka gelijk heeft. Er zit absoluut een grond van waarheid in die uitspraak.

We moeten opnieuw ondernemend durven zijn. We moeten opnieuw gaan voor een project. In tijden dat bedrijven in moeilijkheden raken en mensen hun job dreigen te verliezen, begrijp ik de stelling van Voka.

Ik voeg er nog aan toe: omdat de impact van de klimaatsverandering steeds duidelijker wordt, moeten we keuzes durven maken om te kunnen winnen. We mogen niet de kool en de geit sparen. We mogen niet alles op gelijke voet stellen. We moeten echt duidelijk gaan voor bepaalde sectoren en domeinen. Wij pleiten ervoor om onze economie via structurele innovatie en investeringen in duurzame energie, huisvesting, mobiliteit, industrie en landbouw op een hoger niveau te tillen. Groen! wil dat er gekozen wordt voor een echt economisch relanceplan, dat er gekozen wordt voor een groen herstelplan. De begrotingsopmaak zou moeten gebeuren in een dergelijk kader. Andere landen hebben dat zeer goed begrepen. Dat vergt op korte termijn extra inspanningen. Dat kan pijn doen. Deze keuzes nu niet maken, nu afzien van die investeringen, zal ons later zuur opbreken. Die investeringspolitiek missen wij.

Deze regering zweert bij een begrotingsevenwicht in 2011. Het lijkt erop dat begrotingsevenwicht synoniem geworden is met goed bestuur. Gedurende drie begrotingsjaren 3,7 miljard euro besparen is veel. De vraag is of we sneller dan de rest van België, sneller dan Europa, sneller dan de wereld naar een begroting in evenwicht moeten streven. Die vraag wordt hier niet gesteld.

We hebben een goede medestander. Ik heb hier al eens verwezen naar professor De Coster maar die blijkt wereldvreemd te zijn, dus heb ik een andere professor gezocht. Professor De Grauwe is een liberaal. Hij is duidelijk. Volgens hem hebben we nu twee mogelijkheden. Ofwel brengt men nu de begroting in evenwicht en laat men een groot deel van de beloofde en noodzakelijke projecten vallen. Ofwel voert men projecten uit en laat men op de begroting tekorten toe. Zijn voorkeur gaat naar die laatste keuze omdat de overheid in recessieperiodes – ook de Vlaamse, dat zegt hij er expliciet bij – de economie moet ondersteunen, het liefst met interessante projecten. Als dat een tekort oplevert, moet dat dan maar. De Vlaamse Regering kan zich op dit moment en in 2011 een tekort veroorloven. Het gaat er in feite om dat we moeten durven denken in decennia. We mogen ons niet blind staren op gisteren, vandaag en morgen. We moeten gaan voor de lange termijn. Waar wil Vlaanderen naartoe? De regering schaaft de begroting af met een kaasschaaf en gaat op zoek naar efficiëntiewinsten. Dat is het nieuwe toverwoord. Waar hoeveel en hoe weten we dikwijls niet; dat weet de regering soms niet; maar het zal wel lukken.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Watteeuw, bent u tegen efficiëntiewinsten?

Filip Watteeuw

Ik ben absoluut niet tegen efficiëntiewinsten, maar ik heb er wel twee bedenkingen bij. Het zou betekenen dat de regering-Peeters I helemaal niet efficiënt heeft gewerkt. Het moet voor u vervelend zijn om dat vast te stellen. Twee, men mag daar niet het onmogelijke van verwachten. U moet natuurlijk zoeken naar efficiëntie, maar er zal wel iets meer nodig zijn en u moet weten waar u dat doet. Ik kom daar nog op terug.

Mieke Vogels

Ik wil mijn fractieleider ondersteunen. Er zijn twee zaken die niet samengaan. In de begroting Welzijn zegt men dat men de efficiëntiewinsten gaat bereiken door meer te informatiseren. Maar tegelijkertijd gaat men 5 percent besparen op de administratie en op nieuwe ICT-projecten. Dat klopt toch niet?!

Efficiëntiewinst is het containerbegrip van deze begroting. Elke begroting heeft wel zo’n begrip waar alles mee gedekt wordt. Volgend jaar en over twee jaar zal blijken dat die efficiëntiewinsten slechts ballonnetjes zijn.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw Vogels, u zult nog merken dat het geen containerbegrip is. Minister Bourgeois heeft daarstraks terecht gezegd dat die efficiëntiewinsten over de hele legislatuur belangrijk zijn en niet alleen voor deze begroting.

En collega Watteeuw, het is heel hoopgevend dat u Voka als baken gebruikt in uw betoog voor Groen!, maar ik kan u verzekeren dat – en dat geldt ook voor de sport – als u wilt winnen, u ‘lean and mean’ moet zijn, dat u er dus voor moet zorgen dat u scherp staat om zulke prestaties te leveren. Dat is onze bedoeling, ook inzake groene economie en witte economie.

De voorzitter

De heer Dehaene heeft het woord.

Tom Dehaene

Zoals gewoonlijk probeert mevrouw Vogels er een karikatuur van te maken. Ik vind het een beetje jammer dat ze er niet bij was toen we de administratie bezocht hebben, twee weken geleden, omdat we daar duidelijk het signaal gekregen hebben dat men ondanks de besparingen verder kan werken aan een aantal ICT-projecten die belangrijk zijn om die winsten te realiseren.

Mieke Vogels

Zoals gewoonlijk maakt de heer Dehaene er een karikatuur van. (Gelach)

Ik was altijd in de commissie en dus kan hij niet zeggen dat ik niet in de commissie was toen we dit besproken hebben. Ik heb al een aantal keer een bezoek gebracht aan de administratie, maar tijdens het bezoek waar hij naar verwijst, waren er twee leden aanwezig, de heer Dehaene en mevrouw De Vits, niemand anders. Als ze daar het ei van Columbus inzake ICT gevonden hebben, dan zal ik nog eens naar de administratie gaan om er te horen hoe ze te werk zullen gaan.

Filip Watteeuw

Mijnheer de minister-president, ‘lean and mean’, dat zal ik zeker onthouden. In elk geval zijn er al een aantal landen, economieën, die ‘lean and mean’ zijn. Ze gaan resoluut voor een sociaaleconomische en ecologische winst. Ik wil het voorbeeld geven van Zuid-Korea, want dat gaat echt duidelijk voor een ‘new deal’ met heel zware groene accenten. Het kiest voor een ecokeynesiaanse aanpak van de crisis en ik meen dat we dit voorbeeld moeten volgen.

In de beleidsnota’s die we besproken hebben of aan het bespreken zijn, wordt dikwijls verwezen naar de ambitie om van Vlaanderen een duurzame topregio te maken. U pakt zelf graag uit met bevlogen passages over de noodzakelijke transitie naar een duurzame ontwikkeling. De werkelijkheid is natuurlijk dat, alvast voor de volgende twee jaar, deze ambities voor een stukje worden opgeborgen. Meer zelfs, er worden keuzes gemaakt die daar tegenin gaan. Het is vreemd dat net op het moment dat iedereen de mond vol heeft van de vergroening van de economie, net op het moment dat in Kopenhagen de grote klimaattop plaatsvindt, deze regering snijdt in zaken die daar rechtstreeks naartoe kunnen werken.

Ik kan u daarvan een aantal voorbeelden geven. Over het openbaar vervoer hebben we al uitgebreid gediscussieerd en we zullen dat nog een aantal keer doen. De benchmarkstudie die vorige week werd voorgesteld, toont aan dat de kostendekkingsgraad laag is, zelfs te laag. De studie toonde evenzeer aan dat ook de exploitatiekosten per gereden kilometer van De Lijn vrij laag zijn in vergelijking met andere vervoersmaatschappijen. Dat betekent dat de efficiëntiewinsten, waar men graag naar verwijst, niet zomaar voor het grijpen liggen. Men zal die niet zomaar vinden. Dat zou de collega’s van sp.a toch wat ongerust moeten maken, want als de efficiëntiewinsten verre van vanzelfsprekend zijn, hoe zijn de besparingen, 9,5 miljoen euro dit jaar en 39,5 miljoen euro in 2010, dan mogelijk zonder in te boeten op comfort en kwaliteit? Het is maar de vraag of de basismobiliteit behouden zal worden. Het kan bijna niet anders dan dat deze miljoenenbesparing ten koste zal gaan van de dienstverlening en van het personeel.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

Mijnheer Watteeuw, dit was bijna een uitnodiging. Het regeerakkoord is heel duidelijk en de bevoegde minister heeft al herhaald dat de basismobiliteit niet ter discussie staat. Het is niet omdat iets goed werkt, want de kostendekking is laag, het is goedkoper in Vlaanderen om met de bus te reizen dan in andere landen en de exploitatie gebeurde in het verleden efficiënt, dat we niet kunnen vragen aan de onderneming om efficiënt te blijven werken en om een deel van de inspanningen te doen. In het regeerakkoord staat het engagement om de basismobiliteit en de kwaliteit te behouden. Als u de teksten en de verklaringen van de regering naast elkaar legt, dan begrijp ik uw vraag zelfs niet.

Filip Watteeuw

Mijnheer Crombez, het is inderdaad zo dat de minister een aantal keer gesteld heeft dat niet wordt geraakt aan de basismobiliteit of aan comfort en kwaliteit, maar dat puur er wordt gezocht naar efficiëntiewinsten. Ik geef gewoon aan dat wanneer rekening wordt gehouden met het gegeven dat de exploitatiekosten van De Lijn heel laag zijn in vergelijking met andere vervoersmaatschappijen, er niet zomaar efficiëntiewinsten gevonden zullen worden. Er zullen er zeker te vinden zijn, maar voor dit bedrag? Ik vraag me af of dit zal lukken.

Ik spreek mijn bezorgdheid uit. Ik zeg enkel dat het niet zo vanzelfsprekend is.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Watteeuw, ik begrijp dat u uw bezorgdheden uitdrukt, daar heb ik tot op zekere hoogte begrip voor. Minister Crevits heeft op basis van het regeerakkoord heel duidelijk gezegd waar de efficiëntiewinsten geboekt zullen worden. Er zal niet worden afgebroken wat de laatste jaren is opgebouwd. Ik vind het heel treffend dat Groen! Zuid-Korea als voorbeeld gebruikt voor waar we in Vlaanderen naartoe moeten. (Applaus bij CD&V en het Vlaams Belang)

Filip Watteeuw

Mijnheer de minister-president, dat is iets te gemakkelijk. Ik geef het gewoon als een voorbeeld van een land dat wel keuzes durft te maken. U durft geen keuzes te maken.

U wilt 50 miljoen euro besparen op De Lijn in één jaar. Daar komt het op neer. De 9,5 miljoen euro van 2009 moet worden gerealiseerd in 2010 want het jaar is bijna ten einde. En in 2010 moet er al 39,5 miljoen euro bespaard worden. Waar gaat men dat zomaar doen? Efficiëntiewinsten? Ik moet het nog zien.

John Crombez

Mijnheer Watteeuw, u moet de dingen in verhouding zien. Het is heel goed dat u tijdens een begrotingsbespreking uw bezorgdheden formuleert. Dat is bijzonder interessant. Wij hebben nooit beweerd dat sommige zaken niet moeilijk zullen zijn. Maar u bent met de Brusselse Regering 46 miljoen euro aan het besparen op mobiliteit, op de MIVB in Brussel. Daar maak ik me bijzonder veel zorgen over. Dat is op een kleiner budget voor mobiliteit dan in Vlaanderen.

Filip Watteeuw

Die situatie is inderdaad nog een stuk moeilijker.

Mieke Vogels

Daar zijn pas efficiëntiewinsten mogelijk!

Filip Watteeuw

Als we het hebben over goochelen met de miljoenen van De Lijn, geef ik even aan dat De Lijn binnenkort 57 miljoen euro zal uitgeven enkel en alleen om reizigers te tellen. Dat kan ook tellen.

We rijden soms in een verkeerde richting. Deze begroting schrapt verschillende kleine milieuprojecten die snel startklaar zijn, waarbij men de spade meteen in de grond kan steken. Het gaat onder andere over projecten voor bodemsanering, energierenovaties en bescherming tegen geluid. Het zijn projecten die snel milieuwinst en nieuwe jobs opleveren en expertise kweken.

Gelijkaardig is de hervorming van de Vlaamse renovatiepremie. Die had als effect dat bepaalde isolatiewerken tussen de plooien vielen. Er zijn wel andere steunmaatregelen voor, maar die bereiken absoluut niet iedereen. Deze regering schrapt ook enkele kleine energiebesparingsprojecten bij sociale huisvestingsmaatschappijen en zet het proefproject passief wonen in de sociale huisvesting stop.

Ik vraag me af wat de opbrengst is van sommige besparingen. Wat is de zin van besnoeiingen in natuur- en milieueducatie of in projecten van Tandem en van het Steunpunt Lokale Agenda 21? Dat brengt nauwelijks iets op, maar kan basiswerkingen wel onderuit halen. Het zijn nochtans de transitieactoren die volgens het regeerakkoord gesteund moeten worden.

Toekomstgericht werken betekent inzetten op onderwijs, onderzoek en innovatie. Ik zal het debat niet herhalen. De regering zou ervoor moeten zorgen dat er een klimaat ontstaat voor ecologische innovatie. Ik merk dat niet. Tegelijkertijd zwaar besparen in het onderwijs, wat men niet kan ontkennen, is niet gericht op een klimaat van onderzoek en ontwikkeling.

Collega’s, willen winnen betekent ook dat we afstand nemen van het verleden. Toch blijft deze regering geld uitgeven aan de economie van het verleden. Neem bijvoorbeeld de kleine luchthavens. Enkele ministers van deze regering vonden het bijzonder leuk om te spotten met de heer Bart Martens, die met het vliegtuig naar Kopenhagen reisde. De heer Martens glimlachte wat zuur en was er duidelijk niet gelukkig mee, maar hij incasseerde. Maar die spottende ministers zetelen wel in een regering die ervoor kiest om de kleine luchthavens in leven te houden. Die luchthavens dienen voornamelijk om privéjets van zakenlui en pleziervliegtuigjes te bedienen, en in mindere mate om vrachtvervoer mogelijk te maken.

Minister-president Kris Peeters

U kunt zo blijven doorgaan. Zoals ik bent u bezorgd over de werkgelegenheid. U focust op de privéjets. Maar in de luchthaven van Deurne werken ongeveer 500 mensen. En dat is nog maar de rechtstreekse tewerkstelling. Die mensen moeten vrezen voor hun job als Groen! het voor het zeggen zou krijgen. Gelukkig is dat niet het geval.

Filip Watteeuw

Ik doe geen denigrerende uitspraken over de tewerkstelling.

Minister-president Kris Peeters

Maar wel over de luchthaven!

Filip Watteeuw

Toch is het duidelijk dat de kleine luchthavens een sector van het verleden zijn. Uw ministers moeten weten wat ze willen. Men moet niet spotten met de heer Bart Martens als hij met het vliegtuig naar Kopenhagen reist.

Minister-president Kris Peeters

Wat heeft de heer Bart Martens daarmee te maken.

Filip Watteeuw

Zo zeggen uw ministers dat het vliegverkeer voor het afleggen van korte afstanden geen goede ecologische keuze is. Wel, dat ze dan consequent zijn en zeggen dat die sector geen toekomst heeft. Het is natuurlijk duidelijk dat dan een reconversie nodig is.

Minister-president Kris Peeters

U verbindt de keuze voor het reizen per vliegtuig of trein met wat de regering moet ondernemen inzake de kleine luchthavens. Die verbinding is erg vreemd en niet aan de orde. Ik hoor verwijzingen naar andere continenten, onder meer naar Zuid-Korea. Daar hebben de regionale luchthavens een toekomst. Wij willen samen met de privésector in de regionale luchthavens investeren, en dat is zeker zo voor de luchthavens van Antwerpen en Oostende.

Mieke Vogels

De minister-president zegt dat hij samen met de privésector wil investeren in de kleine luchthavens. Het probleem is wel dat de privésector niet geïnteresseerd is. In 2003 is afgesproken dat Deurne enkel een luchthaven blijft als ook de privé in de infrastructuur investeert. Na drie, vier jaar trekken en sleuren blijkt dat de privésector daar echt geen brood in ziet. Vandaag verandert de overheid het geweer van schouder en probeert men een LEM-LOM-constructie uit te bouwen. LEM staat voor luchthavenexploitatiemaatschappij en LOM voor luchthavenontwikkelingsmaatschappij: containerbegrippen die moeten verbergen dat de belastingbetaler alle risico’s voor zich moet nemen en alle infrastructuurkosten zal betalen maar de privépartners achteraf met de kersen zullen gaan lopen.

Bovendien legt u verklaringen af over de belangrijke tewerkstelling aan de luchthaven van Deurne. U verwijst dan naar een studie over de rechtstreekse en onrechtstreekse tewerkstelling. Maar ik stel vast dat u 200 ambtenaren moet betalen om 200 mensen in de privé aan het werk te houden. We moeten toch een beetje serieus blijven. Als u dat geld zou investeren in een toekomstgericht project voor groene economie, dan zou u veel meer tewerkstelling creëren, niet enkel vandaag maar ook morgen en overmorgen. De kleine luchthavens staan haaks op een beleid dat al twintig jaar wordt gevoerd. Dat beleid stimuleert verplaatsingen over een korte afstand via de hst. De overheid en de belastingbetaler hebben daarin massaal geld geïnvesteerd. Die hst-lijnen zijn er nu. Wees dan consequent en investeer in de hst en stop met te investeren in de kleine luchthavens, die verlieslatend zijn.

Minister-president Kris Peeters

Minister Crevits is hiervoor bevoegd. Mevrouw Vogels, u verwijst terecht naar het verleden, maar de splitsing tussen de LEM en de LOM is dat wij de infrastructuur van de luchthaven op ons nemen, wat we ook op vele andere vlakken doen, en de exploitatie overlaten aan de privésector. Dit is een goede manier om dat verder aan te pakken.

Mevrouw Vogels, ik begrijp dat u niet zo inzit met de werkgelegenheid die bijvoorbeeld in de luchthaven van Antwerpen wordt gecreëerd. Maar goed, dat is uw standpunt.

Mieke Vogels

Ik zit in met de werkgelegenheid in Antwerpen. En ik zou dat anders doen.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voor ons is het wel extreem belangrijk dat die verankering van de lokale en regionale luchthavens gebeurt in de LEM en de LOM. Het gaat over 500 rechtstreekse equivalenten tewerkstelling. Ik neem er nota van dat mevrouw Vogels dat blijkbaar niet zo belangrijk vindt. Misschien is het ook wel goed als de Groen!-fractie zich achter de ontwikkeling van bedrijventerreinen zou scharen, want dan krijgen we wel een levensvatbaar geheel. Maar daar staat Groen! ineens weigerachtig tegenover. Als we de regionale luchthavens alle kansen willen geven, dan moeten we dat ook consequent doen en ook instemmen met de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Mijnheer de minister-president, we juichen toe dat die verankering wordt gepland.

Er bereikt ons wel verontrustend nieuws over de procedure bij de Raad van State. Hebt u daar zicht op? Mochten daar een schorsing en een vernietiging op volgen, wat betekent dat voor de timing en de haalbaarheid ervan? We hebben eenmaal een uitstel gekregen tot 2013, we zullen dat geen tweede keer krijgen. Hoe wordt er geanticipeerd op een mogelijke schorsing en vernietiging door de Raad van State?

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw De Ridder, er is een verslag van de auditeur, waarin is opgenomen dat de volgorde stedelijke afbakening versus de verdere uitvoering mogelijk niet correct is. De ministers Crevits en Muyters volgen dit van zeer nabij. We doen alles om die timing aan te houden. Als dat niet zou kunnen door een arrest van de Raad van State, zoeken we zo snel mogelijk een oplossing, zodat we heel weinig of zelfs geen tijd verliezen.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Mijnheer de minister-president, als er een bus rijdt die dagelijks zestien passagiers vervoert, zou u die dan afschaffen? Wel, dat is het volume passagiers dat dagelijks in de luchthaven van Kortrijk-Wevelgem komt. Vier professionele vluchten per dag is de gemiddelde score per dag in 2009.

Mijnheer de minister-president, ik ben ook bekommerd om werkgelegenheid en om het vervoer, maar ook om een zekere rationaliteit in ons economische instrumentarium. Als we een luchthaven in West-Vlaanderen willen onderhouden, die met dat volume vier professionele zakenvluchten per dag moet overleven, als we daar miljoenen zouden inpompen, en als we tegelijk bussen met minder dan acht passagiers per rit moeten afschaffen, dan meten we met twee maten en twee gewichten.

Minister-president Kris Peeters

Als de privésector vanuit West-Vlaanderen of vanuit de regio zwaar wil investeren in het vliegveld, dan hebt u daar toch ook geen probleem mee. We hebben altijd gezegd dat, wanneer de privésector de LEM op zich neemt en geld wil steken in de exploitatie van de luchthaven, wij als overheid met de LOM de infrastructuur zullen plannen. Beide moeten worden gerealiseerd, want als er geen interesse is vanuit de privésector om het te exploiteren, dan heeft een LOM geen zin. Dat is de lijn die nog altijd wordt gevolgd.

Filip Watteeuw

Daarmee is het duidelijk. Als iemand er geld wil instoppen, dan is het voldoende. Dan zijn opeens alle betogen over duurzaamheid en ecologie vergeten. Als het gaat over de omschakeling van de economie van het verleden naar de toekomstgerichtheid, dan wil ik even herinneren aan Opel. Ook wij ondersteunen de inspanningen voor Opel heel duidelijk. De tewerkstelling is er heel belangrijk, maar dan wel graag in een toekomstgericht project, en niet om zomaar SUV’s te produceren.

Bovendien moeten we de vraag stellen waarom we niet hetzelfde bedrag aan waarborgen geven aan ecologische toprunners, aan KMO’s die moeilijk aan financiering geraken en pioniers op het gebied van hernieuwbare energie. Op dat vlak kunnen nog meer inspanningen worden gedaan.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Watteeuw, wanneer u bezorgd bent over de werkgelegenheid, moet u dat ook doortrekken. Wanneer er in Antwerpen 2500 mensen werken, dan kan de stap naar elektrische en hydride wagens maar worden gezet wanneer die periode na 2012 kan worden overbrugd. U bent ertegen dat tijdens die overbruggingsperiode terreinwagens of andere wagens zouden worden geproduceerd. Het is niet mogelijk om vanaf januari in Antwerpen elektrische wagens te produceren met 2500 mensen in een fabriek van die omvang. Dat gaat niet. Dat hebt u blijkbaar nog altijd niet begrepen. Ofwel bekijkt u dat helemaal anders. U moet dan wel zeggen wat u in tussentijd zult doen met die 2500 mensen.

Filip Watteeuw

Mijnheer de minister-president, als het over Opel gaat, willen wij dat dit kan worden ingebed in een toekomstgericht, ecologisch verantwoord en duurzaam project. Die tussenperiode is niet essentieel. Essentieel is wat in de toekomst in die vestiging wordt geproduceerd.

Minister-president Kris Peeters

Dan bent u toch akkoord dat daar in de tussenperiode SUV’s worden geproduceerd indien dat zou lukken?

Filip Watteeuw

Het zou nog beter zijn om alternatieven te zoeken. Ik begrijp dat er inspanningen moeten worden geleverd en dat men u niet alles geeft wat u vraagt.

Er worden niet alleen te weinig ecologische keuzes gemaakt maar ook te weinig sociale keuzes. In deze begroting vind ik het warme Vlaanderen niet volledig terug. Het beruchte mattheuseffect loert steeds om de hoek. Deze begroting kan ons niet altijd geruststellen ondanks de lovende woorden van de heer Vanvelthoven. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat een aantal beloftes over sociale correcties van de vorige regering niet werden ingelost. Zo is er van een verhoging van de huursubsidies die ooit werd beloofd tijdens de vorige regeerperiode nooit iets in huis gekomen. Dat geld wordt nu voor een deel opgesoupeerd om de extra uitgaven te betalen voor de renovatiepremie.

Die premie komt niet altijd ten goede van de mensen met een lager inkomen. Ik denk dat de regering dit nu ook beseft aangezien ze beperkingen oplegt voor luxe-uitgaven.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Mijnheer Watteeuw, enerzijds zegt u dat de premie niet tegemoetkomt aan de laagste inkomens. Anderzijds hekelt u het feit dat de luxe-uitgaven niet meer worden vergoed.

Filip Watteeuw

U hebt me verkeerd begrepen of ik heb me slecht uitgedrukt. Het feit dat de luxe-uitgaven worden geschrapt, is voor ons geen probleem. Het geld moet gaan naar wie het echt nodig heeft. De regering geeft nu zelf toe dat het systeem van de oorspronkelijke renovatiepremie niet echt goed was opgezet. Het is een verbetering, alleen is het jammer dat een aantal isolatiewerken eruit zijn gevallen.

Minister Ingrid Lieten

Die isolatiewerken worden wel gefinancierd via de energiepremie. Wij hebben aangekondigd dat we die twee zaken gaan samenvoegen. Ik mag besluiten dat we daar op dezelfde lijn zitten.

Filip Watteeuw

Wat isolatie betreft, heb ik gezegd dat de andere mogelijkheden niet altijd iedereen bereiken.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Mijnheer Watteeuw, ik heb de indruk dat heel Vlaanderen vindt dat de renovatiepremie niet is verbeterd. U zegt van wel. Kunt u me vertellen waarin die premie volgens u is verbeterd? Ik stel vast dat mensen die een tweede toilet nodig hebben, die sinds de hervorming niet meer krijgen. Ik noem dat absoluut geen luxe-producten.

Filip Watteeuw

Het is heel eenvoudig, mijnheer Reekmans. Er zijn in Vlaanderen nog heel wat mensen die in woningen leven die absoluut ondermaats zijn. In die zin moet er eerst worden geïnvesteerd voor die mensen. Zo kan er gerust nog een tandje bij worden gestoken op het vlak van sociale huisvesting. Pas dan volgen de investeringen voor mensen die eigenlijk op zich een voldoende inkomen hebben.

Niet voldoende investeren in de kinderopvang of in onderwijskansen voor iedereen, is desinvesteren in de toekomst. Wie dan zeker niet winnen, zijn degenen die sociaal het zwakst staan. Inzake de kinderopvang halen we de Barcelonanorm maar net. Omdat het aantal kinderen toeneemt en er nood is aan een specifiek beleid voor de steden, zal er meer nodig zijn. Er zal in ieder geval een beleid nodig zijn dat de middelen ook effectief gebruikt. In het verleden was dat niet altijd het geval.

Ook in het energiebeleid zien we dat effect. Het fonds voor rationeel gebruik van energie, dat sociaal zwakkeren aan een goedkope lening moest helpen om energiebesparingsuitgaven mogelijk te maken, is tot nu toe grotendeels een mislukking gebleken. Ook daarop verwachten we in de toekomst nog een antwoord. Als we willen winnen, moeten we ook de sociaal zwaksten meenemen. Ook zij moeten winnen.

De voorzitter

De heer Dehaene heeft het woord.

Tom Dehaene

Mijnheer Watteeuw, u zegt dat we de Barcelonanorm maar net halen. Ik raad u aan het laatste rapport van Kind en Gezin te lezen. Daarin staat duidelijk dat we 39 percent halen. De Barcelonanorm is 33 percent. We halen die norm dus wel degelijk in heel Vlaanderen.

Filip Watteeuw

U zult me niet tegenspreken als ik zeg dat de uitdagingen op het vlak van kinderopvang in de toekomst zeer groot zijn. Wat ik momenteel zie, is dat er in een aantal steden wel degelijk een groot tekort is. Daar moet zwaar geïnvesteerd worden.

Minister Jo Vandeurzen

Ik kan ook niet goed volgen. Als er één domein is waar er volgend jaar in een uitbreidingsbeleid voorzien is, samen met dat voor personen met een handicap, is het wel in de kinderopvang. Nog afgezien van het budget dat daarvoor beschikbaar is, is er op het vlak van het inkomensgerelateerd maken van de opvang in de zelfstandigensector ook nog een aanzienlijk budget beschikbaar. Daarover zullen we ook nog actie voeren.

Wat natuurlijk juist is, is dat er plaatsen in Vlaanderen zijn waar er een grotere behoefte is op het vlak van regionale spreiding. Maar ook daarmee wordt rekening gehouden bij de manier waarop het spreidings- of het uitbreidingsplan geïmplementeerd zal worden. Ik begrijp de opmerking dan ook niet zo goed.

Mieke Vogels

We halen de Barcelonanorm dankzij de zelfstandige kinderopvang en niet door de subsidies. Gelukkig hebben we een ontwikkelde zelfstandige kinderopvang.

Mijnheer de minister, u hebt het over het uitbreidingsbeleid in de kinderopvang. Dit is een mooi bewijs dat men met cijfers alles kan bewijzen. We hebben de presentatie van de begroting gekregen met de begrotingscontrole 3 van 2009 en dan de begrotingsopmaak 2010. Als men de twee cijfers daarin vergelijkt, dan klopt het. Dan zult u volgend jaar meer uitgeven voor kinderopvang. Als u echter de initiële begrotingscijfers van 2009 zou vergelijken met die van 2010, dan is die verhoging veel lager. Want wat is er gebeurd? De geplande uitgaven voor de inkomensgebonden kinderopvang zijn er niet gekomen. Ik denk dat meer dan 8 miljoen euro van het budget Kinderopvang naar Personen met een Handicap, waar er een tekort was, is gevloeid.

Met cijfers kan men alles bewijzen. In vergelijking met begrotingscontrole 3 is er een stijging, ten aanzien van de begrotingsopmaak 2009, niet omdat een aantal zaken voor de meest kwetsbare groep vorig jaar niet gerealiseerd zijn.

Minister Jo Vandeurzen

Dat is niet helemaal correct. Wat is er gebeurd? Er was een bedrag begroot voor het inkomensgerelateerd maken van de bestaande plaatsen, dus niet voor de uitbreiding. Op het einde van het jaar is gebleken dat het bedrag niet volledig werd benut. We hebben dan eenmalig gezorgd voor een overdracht naar het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) om te zorgen voor een versnelde uitbetaling van de bestaande facturen, conform het advies van het Rekenhof.

Voor 2010 hebben we een bijna masochistische maatregel genomen door het budget voor het inkomensgerelateerd maken van de zelfstandige sector zo groot te maken: in 2009 geven we 12 miljoen euro uit, in 2010 voorzien we in een bedrag van 30 miljoen euro. Het gaat om het inkomensgerelateerd maken van bestaande plaatsen. In de begroting werd die maatregel gehandhaafd. Het bedrag blijft beschikbaar. Conform de afspraken in het regeerakkoord zullen we daarenboven nog een sensibilisatieactie ondernemen. Het bedrag van 10 miljoen euro is exclusief voor inkomensgerelateerde plaatsen in de kinderopvang in de gesubsidieerde sector en diensten. Het gaat om een pure netto uitbreiding. Het bedrag dat in 2009 was uitgetrokken en dat we in 2010 behouden, is 30 miljoen euro, terwijl we er op jaarbasis in 2009 maar 12 miljoen euro van hebben gebruikt. Dat is er voor het inkomensgerelateerd maken van de plaatsen in de zelfstandige sector, niet voor de uitbreiding. We zullen opnieuw inspanningen doen op dat vlak. We hebben een heel ruim budget, waar heel wat rek op zit om een bijkomende capaciteit inkomensgerelateerd te maken.

Mieke Vogels

Vorig jaar was in 40,2 miljoen voorzien om 50 percent van de zelfstandigekinderopvangplaatsen inkomensgerelateerd en dus betaalbaar te maken. Daar is slechts 11 miljoen van uitgegeven voor een aantal maanden en er is een deel teruggevloeid naar de algemene pot. Volgend jaar zal dat op 12 maanden moeten worden berekend, maar u zult met dat bedrag absoluut niet de doelstelling halen die vorig jaar gesteld werd, namelijk 50 percent van alle plaatsen in de zelfstandige kinderopvang betaalbaar maken, ook voor de mensen met lage inkomens. Daar heb ik een probleem mee.

Minister Jo Vandeurzen

7250 plaatsen zijn eind 2009 inkomensgerelateerd. We hebben een budget om te gaan naar bijna 15.000 plaatsen. We zitten in een jaar waarin we een kaderdecreet Kinderopvang moeten bespreken en, naar ik hoop, tot een goed einde brengen. We moeten heel het systeem evalueren op zijn efficiëntie en doelstellingen. We begroten een ruim bedrag om op het spoor van het inkomensgerelateerd maken van de kinderopvang voort te gaan. Dat beantwoordt perfect aan de ambities. Dat heeft zelfs met het uitbreidingsbeleid stricto sensu niets te maken. Die 10 miljoen gaan puur naar uitbreiding. Ik begrijp de kritiek niet goed als zouden we geen inspanningen doen om het aantal plaatsen uit te breiden. Dat is toch pertinent aan de orde. Bovendien, doordat we die 10 miljoen richten naar een sector waar de inkomensgerelateerdheid een feit is, beantwoorden we daar nog eens aan de ambitie die daarover in het regeerakkoord wordt naar voren geschoven. Ik vind de idee dat we niet doorgaan op dat spoor, geen aanmoediging organiseren en geen ruime budgettaire marges nemen om dat te organiseren, niet correct.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Mijnheer de minister, u weet dat we in de commissie de opmerking hebben gemaakt dat de inkomensgerelateerdheid een moeilijk verhaal is. Een van de redenen daarvan is de zeer zware administratieve rompslomp die de mensen ervaren. Ze krijgen met moeite detailberekeningen van Kind en Gezin. Die detailberekeningen zijn natuurlijk essentieel om het project te kunnen doen slagen. Als we daar veel willen op inzetten, moeten we er in eerste instantie voor zorgen dat het een goed systeem is waarbij de mensen vrij gemakkelijk kunnen instappen en voornamelijk heel snel de financiën kunnen krijgen waar ze recht op hebben. Dat is een van de zware problemen.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben het met mevrouw Van der Borght eens: we moeten een aantal fundamentele handicaps wegwerken wil dat systeem optimaal functioneren. Dat is een van de redenen waarom dat moet worden meegenomen in het debat over het kaderdecreet Kinderopvang. Als men er niet in slaagt om de zaken administratief te vereenvoudigen – en dat geldt voor meerdere vormen van kinderopvang – dan zijn een aantal doelstellingen zeer moeilijk haalbaar voor de betrokkenen. Ik heb hen ontvangen en ik kan me heel goed inleven in de problemen waarmee ze kampen. We moeten echter aanvaarden die je dat maar kunt oplossen met een debat ten gronde over het geheel van de kinderopvang, over het globale vergunningenbeleid dat we moeten organiseren, waarbij we iedereen met dezelfde administratieve ondersteuning moeten kunnen voorthelpen. We moeten niet de enen zo helpen, omdat dat historisch zo is gegroeid, en de anderen op een andere manier. Daar zijn we het helemaal over eens. We moeten dat op een globaal platform brengen en voor iedereen op dezelfde manier. Dat zal een van de achterliggende debatten zijn bij het kaderdecreet Kinderopvang.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght, deze discussie zal nog worden voortgezet naar aanleiding van de bespreking van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Vera Van der Borght

De minister heeft daarnet een belangrijke uitspraak gedaan. Mijnheer de minister, moet ik afleiden uit wat u hebt gezegd dat we gaan naar een eenvormig systeem, waarbij er geen zelfstandigen meer zullen zijn? U zegt dat we naar een systeem moeten gaan waarbij we iedereen op eenzelfde manier moeten benaderen. Daar leid ik bijna uit af dat er geen zelfstandigen meer zullen zijn.

Minister Jo Vandeurzen

Maar neen, dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik heb alleen gezegd dat ik niet goed zie hoe je een globale organisatorische aanpak kunt voorstaan als je niet dezelfde administratieve ondersteuning kunt geven aan iedereen. Het kan niet zijn dat in de ene soort opvang de verplichtingen van de ouders ten aanzien van het geven van informatie om berekeningen te maken zo is, en op een andere plaats weer anders. Dat moeten we op één lijn brengen.

Als u zegt dat dit een van de redenen is van de weerstanden tegen bepaalde vormen, dan ben ik het daar ten gronde mee eens. Er zijn veel te veel administratieve complicaties. We moeten die op een centraal niveau kunnen aanpakken, en niet op een andere manier in de diverse types van kinderopvang.

Filip Watteeuw

Wij willen een vergroening van Vlaanderen in Actie. Dat betekent: nog meer inzetten op groene industrie en hernieuwbare energie. Investeren in groene technologie zal beslissend zijn voor de concurrentiekracht van de Vlaamse bedrijven. Ik denk dat de ecotechnologieën de plaats zullen innemen die de ICT enkele jaren geleden innam. Uiteindelijk gaat het over banen, en wat ons betreft liefst groene banen. Dat is een prioriteit voor ieder van ons in dit parlement. We mogen ons dan ook niet verliezen in allerlei spelletjes daarover, ook niet in allerlei communautaire spelletjes. Ik verwijs dan naar het conflict dat er is geweest. Ook Groen! wil een regionaal arbeidsmarktbeleid, maar we moeten af van de verrottingsstrategie van de raspoetin van de Vlaamse politiek, Bart Maddens.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer Watteeuw, u moet de juiste vergelijking maken. Veronderstel dat we helemaal niets hadden gedaan: geen verrottingsstrategie en alles laten passeren. Was dat het correct inzetten van middelen geweest voor de tewerkstellingsnoden die we in Vlaanderen hebben?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik sluit me aan bij wat de heer Van Dijck zegt. We zien dat een aantal groepen op de arbeidsmarkt in Vlaanderen vrij eenvoudig of eenvoudiger dan andere groepen aan werk geraken. Als we die mensen steunen, dan zijn we bezig met een verkeerd beleid. Het debat ging dus niet over een communautaire kwestie, maar over een inhoudelijke, en alleen daarover.

Filip Watteeuw

Mijnheer de voorzitter, we zijn blij verrast dat er toch een akkoord werd bereikt. We kunnen zo ook de minister-president feliciteren, omdat hij eindelijk laat zien dat hij de regering Peeters II leidt, en niet de regering De Wever I. (Opmerkingen)

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Ik ben speciaal voor de heer Watteeuw naar hier gekomen, omdat ik deze ochtend bij mijn ochtendkoffie in De Tijd las dat Groen! een plan heeft om 4 miljard euro te besparen. Over het tweede deel, die 100.000 banen tegen 2020, heb ik eigenlijk ook niet veel gehoord.

Mijnheer Watteeuw, u had het over 4 miljard euro in wat u de niet-groene uitgaven noemt. U hebt daar een plan voor. Waar zit die 4 miljard euro? Ik heb ze deze ochtend niet gehoord bij Open Vld. Ik heb ze zeker niet gehoord bij LDD. Of heb ik dat verkeerd gelezen? Dat was althans de krantenkop. Ik heb het nog eens gevraagd aan mevrouw Werbrouck. Waar gaat u die 4 miljard euro zoeken?

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Rompuy, u hebt het correct gelezen. Wij hebben aan de journalist van De Tijd gezegd dat de 4 miljard euro waarin is voorzien voor de missing links, opnieuw moet worden bekeken. Ik kan alleen maar zeggen wat ik heb gezegd. Dat zijn niet allemaal reguliere uitgaven. Ik baseer me op een document van de SERV. Ongeveer 1,2 miljard euro daarvan zijn reguliere uitgaven. De rest zou worden gemobiliseerd via pps-constructies. Ik heb alleen gezegd dat we bij die 4 miljard euro die de overheid wil uitgeven aan de missing links, eens moeten bekijken of we wat regulier is, kunnen of moeten heroriënteren. Misschien kunnen we een deel van die middelen mobiliseren voor andere projecten. Dat is het enige dat ik heb gezegd.

Ik heb zeker niet gesproken over een besparing van 4 miljard euro. Ik weet ook wel dat dit niet zo gemakkelijk is.

Minister-president Kris Peeters

Dank u, mijnheer Watteeuw, voor deze verduidelijking. De journalisten zullen waarschijnlijk uw voorstel foutief hebben weergegeven in de krant. Ik wil toch nog eens benadrukken dat alle landen zeggen dat de overheid in crisistijden maximaal moet investeren om de werkgelegenheid te garanderen. Zij moet dan de infrastructuurwerken versneld uitvoeren. Dat was al zo met de vorige Vlaamse Regering. Wij hadden toen het relanceplan. Wij gaan daar nu onverkort mee door. Buiten het feit dat die 4 miljard euro geen 4 miljard euro is, mijnheer Watteeuw, begrijp ik het dan goed dat u zegt dat wij alles opnieuw on hold moeten zetten en dat wij moeten onderzoeken hoe we dat moeten aanpakken? Dat heeft dan weer een bijkomend negatief effect op de werkgelegenheid. Ook hier zien we dat Groen! de werkgelegenheid niet of onvoldoende belangrijk vindt.

Filip Watteeuw

Mijnheer de minister-president, natuurlijk moeten er absoluut infrastructuurwerken gebeuren. Maar u zult wel begrijpen dat een aantal van die infrastructuurprojecten niet echt groene projecten zijn, die wij dan ook niet kunnen ondersteunen.

Voorzitter, wij willen winnen, zoals Voka het wil, maar dan wel door te investeren in hernieuwbare energie, in modal shift, in het herstel van rivieren en bossen. Winnen vanuit durf, visie en vertrouwen. Wij zullen deze begroting dan ook niet ondersteunen.

Minister-president Kris Peeters

Wij gaan donderdag het debat voeren over winnen wat leefmilieu betreft. Met alle respect, ik hoop dat we het hier eens gaan bekijken hoe we dat waterzuiveringstation in Brussel zullen aanpakken. Ik wil het debat nu nog niet voeren maar alstublieft, als er zoveel investeringen zijn gebeurd…

Filip Watteeuw

Mijnheer de minister-president, ik ben absoluut niet bang voor dat debat.

De voorzitter

Daarmee zijn alle fractieleiders aan bod gekomen.

Minister Pascal Smet

Mijnheer de voorzitter, met Groen! in de Brusselse regering: dode vissen in Vlaanderen.

De voorzitter

We gaan over tot de bespreking van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Geachte leden van de regering, beste voorzitter, collega’s, iedereen kent intussen de huidige budgettaire situatie. We kennen allemaal de vaste besparingsmaatregelen die binnen elk beleidsdomein moeten genomen worden om in 2011 het evenwicht te bereiken.

Cruciaal in deze bespreking is dat de Vlaamse Regering maximaal wil inzetten op een aantal specifieke beleidsdomeinen, ook al zijn de middelen schaars. Er wordt expliciet gekozen voor een sociaal beleid en het ontzien van de zwakkeren in onze samenleving. Daarom worden de sectoren waaraan de regering beleidsimpulsen wil geven, zoals kinderopvang, personen met een handicap maar ook jongerenwelzijn en thuiszorg, vrijgesteld van die rigoureuze besparingsmaatregelen. De werkgelegenheid en het aanbod worden er gevrijwaard. Integendeel, er wordt duidelijk extra geïnvesteerd: 10 miljoen euro voor extra plaatsen in de kinderopvang en 22,5 miljoen euro voor extra plaatsen voor personen met een handicap.

Ondanks de besparing van 46 miljoen euro binnen dit beleidsdomein in 2010, stijgt het totale budget van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Deze stijging bedraagt 4,6 percent, daar waar het totale budget binnen de algemene begroting afneemt met 1,1 percent. Deze stijging bevindt zich bij het Vlaams Agentschap Personen met een Handicap, bij de dotatie voor Kind en Gezin, maar ook bij het budget voor jongerenwelzijn, bij de dotatie aan het fonds voor onze zorgverzekering en bij de gezins- en thuiszorg.

De grootste stijging van de budgetten is te noteren bij het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). Vanaf 2010 wordt daar de machtiging voor de klassieke procedure met 23 miljoen euro opgetrokken en wordt het budget voor de alternatieve financiering fors verhoogd.

De uitbreiding van de buffer van het VIPA naar een aantal sectoren, waaronder de kinderopvang en de bijzondere jeugdzorg, is zo mogelijk nog belangrijker. Elke initiatiefnemer die nu iets bouwt, heeft de zekerheid dat er geld voor de werking van zijn voorzieningen zal zijn. Dat bewijst dat de Vlaamse Regering op dit vlak een langetermijnvisie heeft. Zelfs en vooral in tijden van crisis wil de Vlaamse Regering een gerichte investeringspolitiek voeren. Het is de bedoeling alle geplande investeringen in, onder meer, de zorginfrastructuur uit te voeren. Binnen het brede welzijns- en gezondheidsbeleid wordt heel concreet naar een efficiëntieverhoging gestreefd. De vraag is hoe we met minder meer kunnen doen.

Traditioneel wordt binnen deze sectoren veel met projecten gewerkt. Projecten zijn vaak vernieuwend en kunnen het begin van een heel degelijke werking vormen.

Vera Van der Borght

Mevrouw Jans, u hebt net verklaard dat de budgetten voor de alternatieven fors worden uitgebreid. Weet u hoeveel vandaag reeds op een toekenning van financiële ondersteuning wachten? Kunt u me zeggen of al diegenen die er de komende jaren nog zullen bijkomen, met dit budget kunnen worden bediend? Zullen we hun voorzieningen kunnen financieren?

De budgetten voor de alternatieve financiering worden tot meer dan 63 miljoen euro verhoogd. Dat is een stijging met meer dan 28 miljoen euro. Of iedereen daarmee onmiddellijk kan worden geholpen, is afhankelijk van het beleid dat zal worden gevoerd. In deze tijden van budgettaire krapte lijkt het me moeilijker een grotere stijging door te voeren.

We werken ook aan een efficiëntieverhoging door de projecten als middelen te bewaken. Projecten zijn vernieuwend en vormen soms het begin van een degelijke werking. We zullen echter kritisch moeten zijn. De huidige budgettaire krapte biedt ons hiertoe de gelegenheid. Projecten zullen niet zo maar automatisch worden verlengd. Nieuwe projecten zullen zeer kritisch worden bekeken. Ook dit mes snijdt evenwel langs twee kanten. Indien een bepaald project al gedurende jaren met onzekere middelen een duidelijke meerwaarde biedt, moeten we dit durven verankeren. Mijn fractie steunt alvast de duidelijke, kritische kijk op bestaande en nieuwe projecten. We gaan ervan uit dat de evaluatie een nuttige oefening zal zijn.

CD&V heeft met betrekking tot het welzijnsbeleid steeds duidelijke doelstellingen verwoord. Onzes inziens legt de begroting 2010 duidelijke accenten. Ondanks alle besparingen, wordt gericht geïnvesteerd. Het is telkens de bedoeling zorg te bieden waar die het meest nodig is. We willen een antwoord bieden op de vragen van de groepen in onze samenleving die op onze overheid moeten kunnen rekenen.

Een essentieel onderdeel van het nieuwe beleid dat we in 2010 zullen voeren, is de aanpak van de uitdagingen in de gehandicaptenzorg. De recentste cijfers met betrekking tot de wachtlijsten zijn me bekend. Ik stel vast dat de wachtlijsten bijzonder snel groeien en blijven groeien. We kunnen niet op alle vragen ingaan. Alles wat we doen, elke investering en elke uitgave, zijn gericht op een evolutie in de richting van een meer vraaggestuurde zorg. Mensen met een handicap blijven een prioriteit in deze begroting en voor deze regering. Dat blijkt niet enkel uit de cijfers, dat blijkt tevens uit duidelijke passages in de beleidsnota, die hier binnenkort ook zal worden besproken.

In de derde begrotingscontrole zijn de middelen voor het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap fors gestegen. De begroting 2010 vertoont op haar beurt een stijging met meer 31,8 miljoen euro. Een cruciaal onderdeel hiervan is de inzet van 22,5 miljoen euro voor bijkomende plaatsen in de voorzieningen en voor zorgvernieuwing. Er zijn bijkomende persoonlijke-assistentiebudgetten. We experimenteren met persoonsgebonden budgetten.

De kinderopvang vormt eveneens een essentieel onderdeel van het beleid. De heer Dehaene zal hier straks dieper op ingaan.

Ik wil afsluiten met een woordje over de vrijwilligers en de mantelzorgers in Vlaanderen. In onze gezondheids- en welzijnssector zetten meer dan 200.000 mensen zich belangeloos in. Ze leveren stuk voor stuk goed werk. Dit werk wordt niet door de overheid gesubsidieerd. Dit zou trouwens niet betaalbaar zijn. De minister heeft deze vrijwilligers de ruggengraat van de zorg genoemd. Hun meerwaarde valt niet in geld uit te drukken, maar een betere ondersteuning kan wel in geld worden uitgedrukt. Mijn fractie zal dit dan ook nauwlettend blijven opvolgen. De volgende begrotingscontrole zal misschien geen verhoging van de budgetten inhouden, maar we hopen wel dat dit in de loop van de komende jaren een feit zal worden.

Mijnheer de minister, u hebt de ambitie om van Vlaanderen een topregio te maken op het vlak van gezondheidszorg en welzijn. Er wachten veel uitdagingen. De regering heeft duidelijke keuzes gemaakt en de CD&V-fractie is van mening dat dit budget, niettegenstaande de moeilijke operatie waar de Vlaamse overheid voor staat, getuigt van een zeer expliciet engagement voor een sociaal beleid in Vlaanderen en staat alvast achter deze keuzes. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, geachte collega’s, zoals iedereen weet, staat deze begroting inderdaad in het teken van besparingen en ook het beleidsdomein Welzijn is daar niet aan ontsnapt. Toegegeven, ondanks de besparingen zijn er nog middelen gevonden voor de uitbreiding van capaciteit in de sector voor personen met een handicap en in de kinderopvang.

Maar toch blijven we bij de ongewijzigde vaststelling dat in beide sectoren de vraag groot is en het aanbod onvoldoende blijft. Er staan meer dan 10.000 mensen op de wachtlijst in de gehandicaptensector. Een ouder op tien vindt geen kinderopvang. In de begroting is een miljoen euro ingeschreven voor nieuwe plaatsen in de bijzondere jeugdzorg. Naar onze mening is dit onvoldoende. U weet dat er ook hier enorme wachtlijsten zijn. In Antwerpen moet men drie maanden wachten voor een afspraak met het comité voor bijzondere jeugdzorg, dan vier maanden voor een indicatiestelling en dan nog eens negen tot twaalf maanden voor men ambulante begeleiding kan krijgen.

De voorzitter

Mevrouw De Vits heeft het woord.

Mia De Vits

Mevrouw Van der Borght, het is juist dat er nog heel veel noden zijn, maar Open Vld pleit regelmatig voor minder belastingen. Het is natuurlijk ook nodig dat men belastinggeld heeft om precies een recht op zorg te kunnen garanderen.

Vera Van der Borght

Dat lijkt me evident. Ik weet niet wat u bedoelt.

Mia De Vits

Open Vld pleit regelmatig voor minder belastingen. Men heeft belastinggeld nodig.

Vera Van der Borght

Men moet belastinggeld juist besteden.

Tom Dehaene

Mevrouw Van der Borght, voor de duidelijkheid wil ik u vragen om, telkens wanneer u zegt dat er meer geld moet gaan naar welzijn – wat wij uiteraard kunnen toejuichen – ook zegt waar u het geld gaat weghalen. Extra belastingen zijn niet mogelijk. Als u zegt dat er meer geld moet zijn voor de gehandicaptensector, voor kinderopvang en de bijzondere jeugdzorg, dan hoor ik graag waar u dat geld gaat halen.

De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Patricia De Waele

Ik wil even reageren op mevrouw De Vits. Het is een kwestie van de juiste keuzes te maken. Ik hoef mevrouw Van der Borght niet in bescherming te nemen, maar als uw belastingen dienen om een aantal maatschappelijke taken te vervullen, dan moet men de juiste keuzes kunnen maken. De verschillende partijen maken duidelijk niet dezelfde keuzes.

Mia De Vits

Kunt u zeggen waar verkeerde keuzes worden gemaakt?

Patricia De Waele

Onder andere voor lege bussen van De Lijn.

De voorzitter

De discussie gaat wel over Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Dadelijk beginnen we weer over die lege bussen. Trouwens, mevrouw De Ridder is er niet.

Vera Van der Borght

Ik heb het voorbeeld van Antwerpen gegeven. Ik denk niet dat het nodig is om een tekening te maken bij de drama’s die zich kunnen afspelen en die zich inmiddels ook effectief hebben afgespeeld. Inzetten op bijzondere jeugdzorg kan heel veel persoonlijk leed van ouders, van kinderen en van de maatschappij voorkomen. Vroegtijdig ingrijpen wanneer het grondig fout gaat bij de opvoeding of in problematische opvoedingssituaties, impliceert immers dat men jongeren opnieuw toekomstperspectieven geeft en dat zij, als de volwassenen van morgen, evenwichtige mensen worden die hun geluk kunnen vinden in deze maatschappij.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben het daar helemaal mee eens, maar dat houdt natuurlijk de keuze in om opvoedingsondersteuning ook de nodige ruimte te geven. Ik heb in de commissie Welzijn al een aantal kritische vragen gehoord over opvoedingsondersteuning en het decreet ter zake. We gaan dat evalueren. Het is een pertinente vraag of alles wel gebeurd is zoals het geambieerd was. Maar als we uw filosofie, die ik voor 100 percent ondersteun, willen waarmaken, moeten we middelen durven laten gaan naar de opvoedingsondersteuning en de gezinssituaties waar de eerste positieve ondersteuning moet kunnen worden gegeven.

Vera Van der Borght

De discussie ging toen over de waarde en de vraag naar evaluatie van de opvoedingswinkels.

Wat de creatie van bijkomende plaatsen in de kinderopvang betreft, stellen we vast dat alle middelen worden ingezet op de creatie van bijkomende middelen in de gesubsidieerde kinderopvang. Nergens zijn er echter middelen ingeschreven voor bijkomende plaatsen in de zelfstandige kinderopvang. Nochtans werden in de periode 2004-2008 in de dagopvang 13.444 plaatsen gecreëerd, waarvan maar liefst 11.230 in de zelfstandige kinderopvang. Ook van een ondersteuningsstructuur voor de zelfstandige kinderopvangsector kwam dit jaar niets in huis. Ik hoop, mijnheer de minister, dat u woord kunt houden en dat u deze structuur zult realiseren in het voorjaar van 2010, zoals u hebt gesteld in antwoord op mijn schriftelijke vraag daarover.

Voorts focust u vooral op het inkomensgerelateerd maken van bijdragen. We stellen echter vast dat het systeem van de inkomensgerelateerde bijdragen in de kinderopvang medio 2009 is stilgevallen en dat het inderdaad toe is aan evaluatie. Als het van Open Vld afhangt, moeten we ons vooral ten gronde bezinnen over de vraag of het nog zinvol is voorzieningen te subsidiëren en of het niet wenselijker en efficiënter is ouders rechtstreeks te financieren of hen een trekkingsrecht toe te kennen.

Collega’s, een uitdaging voor alle bestuursniveaus in dit land en voor de maatschappij op zich is de vergrijzing. We hebben in de ouderensector een programmatie van hoeveel plaatsen er zouden moeten zijn, gelet op het bevolkingsaantal. In het begrotingsdocument heeft men die programmatiecijfers voor ons nog eens afgezet tegen het bestaande aanbod, en daaruit blijkt dat vooral in de thuiszorg belangrijke achterstanden blijven bestaan. Ik heb nergens gelezen welke incentives u zult invoeren om daar beterschap in te brengen, mijnheer de minister. Het zijn nochtans stuk voor stuk voorzieningen die nodig zijn indien we ouderen met een zekere zorgbehoefte zo lang mogelijk in hun thuismilieu willen laten vertoeven.

Dan kom ik vervolgens tot de wachtlijsten. We hebben de afgelopen vijf jaar geïnvesteerd in bijkomende plaatsen in onder meer de gehandicaptensector, de kinderopvang en de bijzondere jeugdzorg, maar we moeten vaststellen dat de gevolgde weg amper een druppel op een hete plaat heeft opgeleverd. We geven meer van hetzelfde. Mevrouw Dillen heeft deze morgen expliciet naar meer middelen gevraagd. Wij vragen om in deze legislatuur ernstig te overwegen om het roer radicaal om te gooien.

En hier komen we op de essentie, mijnheer Dehaene: het roer moet worden omgegooid. We moeten afstappen van de sinds lang bewandelde paden die de problemen niet structureel oplossen, en moeten voluit inzetten op een vraaggestuurd beleid. De focus moet liggen op persoonsgebonden financiering in plaats van grote subsidiestromen naar de voorzieningen.

Tom Dehaene

Mevrouw Van der Borght, u vraagt dat we andere paden gaan bewandelen. U zegt dat op een moment dat u over de ouderensector spreekt. Ik raad u aan om het Woonzorgdecreet er nog eens op na te lezen. Daarin hebben we inderdaad de paden voor de volgende jaren uitgezet. U hebt dat trouwens mee goedgekeurd. Het is een kwestie van dat in deze legislatuur uit te voeren en er de nodige middelen te durven voor vrijmaken.

U kunt nu niet komen beweren dat we andere paden moeten gaan bewandelen. We moeten de paden die we in de vorige legislatuur hebben uitgetekend, verder volgen.

Vera Van der Borght

In het kader van de besparingen heb ik een paar keer gelezen dat men het ene of het andere project tegen het licht zal houden. We zijn blij, mijnheer de minister, dat u een duidelijk kader inzake projecten en experimenten hebt gecreëerd. Op een gegeven ogenblik moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen.

Ondanks de besparingen kan deze begroting toch extra investeren in bepaalde domeinen. Voor onze fractie worden deze bijkomende middelen echter volledig aangewend voor meer van hetzelfde. Er blijkt geen duidelijke wil om effectief te vernieuwen en nieuwe wegen te bewandelen. Dat betreuren wij. Er blijven een aantal gemiste kansen liggen, zoals in de bijzondere jeugdzorg. Om die redenen zal de Open Vld-fractie deze begroting niet goedkeuren.

Ik heb problemen met een van uw uitspraken. Van de uitbreiding die naar de sector ‘personen met een handicap’ gaat, gaat een deel naar de voorzieningen. Maar er gaat een bijzonder groot deel – zeker procentueel gezien – naar zorgvernieuwing, naar mensen met een PGB, naar experimenten persoonsgebonden budgetten. Nooit eerder ging meer dan één derde van het hele budget binnen die uitbreiding naar die zorgvernieuwing. Uw argument om deze begroting niet goed te keuren, gaat niet op.

Vera Van der Borght

We hebben onlangs een zware discussie gehad over het PGB en het experiment. Ook toen waren we ontgoocheld omdat de minister niet bereid was een aantal aanpassingen te doen om dit experiment ten volle kans op slagen te geven.

De voorzitter

Ik wil er nogmaals op aandringen om u allemaal te houden aan de spreektijd die u is toegewezen. U hebt vier minuten extra gekregen, mevrouw Van der Borght. Dat is echt niet de bedoeling. Zoals het er nu voorstaat, zitten we hier nog uren. Ik wil dat u zich aan uw tijd houdt.

Vera Van der Borght

Mijnheer de voorzitter, we zijn deze middag met een uur vertraging gestart met het debat over Welzijn.

De voorzitter

Er waren nog sprekers van de voormiddagagenda. Er werd veel gereageerd op de betogen van de fractievoorzitters. Dat kan ik niet verbieden. We hebben een zeer boeiend debat gehad over de 70 miljoen euro van Onderwijs.

Mevrouw De Vits heeft het woord.

Mia De Vits

Mijnheer de voorzitter, geachte leden van de regering, er is al een klein debat gehouden over de kinderopvang. Ik zou willen herhalen dat het voor sp.a heel belangrijk is dat het recht op kinderopvang wordt vastgelegd in een kaderdecreet kinderopvang. Dat recht op kinderopvang moet ons toelaten voor iedereen toegankelijke, kwaliteitsvolle en inkomensgerelateerde opvang te garanderen.

Om dat echt op termijn te bewerkstelligen zijn er meer plaatsen nodig, en daarvoor hebben we dat budget van 10 miljoen euro als eerste aanzet. In de eerste plaats zullen we moeten kijken naar die regio’s waar op de dag van vandaag een grote nood bestaat. Er zijn nogal wat blinde vlekken. De Barcelonanorm is eigenlijk niet voldoende. We moeten daar boven kunnen gaan.

Voor de besteding van het geld moet het ook gekoppeld worden aan armoede-indicatoren. Die 10 miljoen euro is een eerste aanzet. Er komt een groeipad naar de volgende jaren. Over de 8,1 miljoen euro die overgeheveld is naar het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is er reeds een debat geweest. Ook voor sp.a is het uit den boze dat wij in 2010 opnieuw middelen zouden aanwenden voor andere doeleinden. Neen, het zijn IKG-middelen en dat moet zo blijven.

We moeten ervoor zorgen dat we inzake die 34 miljoen euro een nieuwe oproep aan de sector lanceren en dat we onderzoeken wat de problemen en de handicaps zijn, waarom het in de beginfase succes had en het nadien wat afgevlakt is.

Het VAPH staat voor een belangrijke hap in de begroting: 37 percent van de totale welzijnsuitgaven. We krijgen voor 22,5 miljoen euro extra middelen, dat is belangrijk in deze tijden van besparingen.

Het is positief dat de minister extra middelen inzet voor uitbreiding in de sector. Deze uitbreidingsnoden zullen vanaf 2011 moeten passen in de meerjarenplanning die geënt is op het strategisch plan zorgvernieuwing, waaraan nu hard moet worden gewerkt. Dit uitbreidingsbeleid moet bovendien ook een gedragen beleid zijn, vandaar dat goed overleg nu en in de toekomst, niet alleen met de voorzieningen, maar ook met de gebruikersorganisaties, enorm belangrijk is.

Daarnaast is er ook nog in 10,3 miljoen euro voorzien voor provinciale budgetten en de Regionale Overlegorganen (ROG’s) kunnen die aanbesteden nadat er een aantal voorafnames gebeurd zijn. Vandaar een paar vragen, mijnheer de minister. Wat blijft er dan nog over voor de ROG’s om toe te kennen? Blijft er nog wel iets over om te verdelen? Is dit beleid nog voldoende gedragen als er reeds zoveel voorafnames vastgelegd zijn? We kunnen ons ook afvragen of we op die manier nog voldoende ruimte laten voor een bottom-up benadering om aan behoefte-invulling en zorgvenieuwing te doen.

Minister Jo Vandeurzen

Mevrouw De Vits, ik begrijp uw zorg, uw retorische vragen en de toon ervan. Ik ben het ook met u eens. Er werd voor geopteerd om in 2010 een snelle inzet van de middelen mogelijk te maken, om ze snel te mobiliseren. En daarvoor is er inderdaad een voortzetting van de technieken die werden gebruikt in het verleden. Ik ben het met u eens dat de omzendbrief een hele wiskundige berekening is. Ik ben het er helemaal mee eens en ik hoop dat we in de toekomstige concepten over uitbreiding inderdaad meer flexibiliteit kunnen toelaten zodat men ook van onderuit kan opbouwen en de PAB- en de zorg-in-naturadiscussies zich integreren in één debat. Ik wou dit maar even onderstrepen, maar ik begrijp dat u zich afvraagt wat de marge is. Dat is helemaal correct: in de toekomst kunnen we dezelfde paden niet meer bewandelen.

Mia De Vits

Ik denk dat het niet anders kon en het is inderdaad belangrijk om dit in de toekomst anders in te vullen.

Voor gezinszorg is het belangrijk dat er, niettegenstaande de moeilijke budgettaire situatie, een uitbreiding is van het urencontingent, al stellen we natuurlijk vast dat het ook lijdt onder de budgettaire krapte. Vandaar dat we in de toekomst – en we kijken vooral uit naar de meerjarenbegroting – aan een uitbreiding van dit contingent kunnen werken.

Tom Dehaene

Uiteraard is de groei dit jaar beperkt – 1 percent –, maar ik nodig u uit, mevrouw De Vits, om te bekijken wat er onder paars, in hoogconjunctuur, vrijgemaakt werd voor bijkomende uren in de gezinszorg, want toen zat men ook maar net boven 1 percent. Ook hier mogen we fier zijn op het resultaat.

Mia De Vits

Ik heb dan ook gezegd, mijnheer Dehaene, dat we het positief vinden dat er een uitbreiding van het contingent is, maar dat we in de toekomst nog meer inspanningen zullen moeten leveren om het nog meer te doen toenemen dan op het ogenblik het geval is.

De voorzitter

Mevrouw De Vits, wilt u afsluiten alstublieft?

Mia De Vits

Ja, ik heb nog een vraag in verband met het Vlaams intersectoraal akkoord.

Mijnheer de minister, er moet een nieuw akkoord worden afgesloten en we hebben in een bedrag van 2,4 miljoen euro voorzien voor de tweede pensioenpijler. Er was een engagement om eind 2010 op 0,6 percent van de loonmassa te zitten. Mijn vraag is of we op die manier, met het inschrijven van dat bedrag, de gestelde doelstelling zullen halen.(Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Geachte collega’s, in tijden van budgettaire krapte is het niet gemakkelijk een begroting op te maken voor een sector waar de vraag naar zorg steeds groter wordt. Het is belangrijk te besparen op zaken waarop bespaard kan worden zonder dat de zorg van de bevolking in gevaar komt. Met een begroting van 3 miljard euro moet het departement Welzijn enkel Onderwijs laten voorgaan. Welzijn is een van de kerntaken van de Vlaamse Regering.

Het is belangrijk om binnen het beleidsdomein niet op zorg te besparen en het personeelsbestand te vrijwaren. We zien een nijpend personeelstekort in de sector en daarop moet zeker worden ingezet. Het is belangrijk dat u als minister van Welzijn samen met uw collega’s van Werk en Onderwijs daar een belangrijk actiepunt van maakt.

De komende twee jaar worden absoluut niet de gemakkelijkste van de legislatuur, daarom is de keuze om te snijden in werkings- en communicatiemiddelen de enige juiste. De N-VA vindt het wel belangrijk om blijvend te investeren in ICT, zeker in de welzijns- en zorgsector. Op die manier kunnen grote efficiëntiewinsten worden geboekt. De blijvende ondersteuning van de huidige projecten en de ontwikkeling van nieuwe moeten zeker als belangrijk worden geacht tijdens deze legislatuur.

De regering laat duidelijk haar sociale kant zien. De grote stap voorwaarts ontbreekt op dit moment misschien, maar wordt hopelijk wel gezet als de budgetten het verderop in de legislatuur toelaten. Ruimte voor nieuwe inspanningen is er voorlopig niet echt, maar het is van belang dat het huidige beleid gecontinueerd kan worden, ondanks alle besparingen.

Belangrijk voor de N-VA is dat er wordt ingezet op twee sectoren: het gehandicaptenbeleid en de kinderopvang. Mijnheer de minister, dat doet u ook terdege. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) heeft nood aan extra investeringen. De wachtlijsten worden almaar langer. Daar kan men niet omheen. Het is natuurlijk nooit voldoende, maar met de bijkomende 22,5 miljoen euro kunnen alvast extra plaatsen in de residentiële zorg en extra plaatsen voor het persoonlijke-assistentiebudget (PAB) worden gecreëerd. De volgende jaren zal verder moeten worden ingezet op zorgvernieuwing. Voor 2010 zal de evaluatie van het persoonsgebonden budget (PGB) een cruciaal moment zijn.

Ook de inkomensgerelateerde kinderopvang kan gelukkig rekenen op 10 miljoen euro extra. Het is nodig dat er voldoende kwaliteitsvolle en betaalbare kinderopvang is. Enkele weken geleden heeft het parlement een resolutie aangenomen met betrekking tot het kinderopvangbeleid. De waardevolle ideeën die hierin worden aangereikt voor inspectie, evaluatie en het streven naar een volwaardig statuut voor onthaalouders moeten zeker worden meegenomen. Het te ontwerpen kaderdecreet kinderopvang zal een belangrijke rol spelen. Ik roep u op, mijnheer de minister, om ervoor te zorgen dat dit kaderdecreet breed gedragen wordt en om alle actoren en de parlementsleden nauw te betrekken bij de ontwikkeling ervan.

Een ander belangrijk punt voor de N-VA is de aandacht voor de vergrijzing. De uitvoering van het Woonzorgdecreet is essentieel. Er moet blijvend worden geïnvesteerd in infrastructuur. Met de middelen uit het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) voor klassieke en alternatieve financiering zal daarvoor ruimte worden gecreëerd.

– De heer Carl Decaluwe, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Mijnheer de minister, u legt gelukkig ook de klemtoon op het preventieve zorgbeleid. Dat is een positief gegeven. Investeren in preventieve zorg zorgt voor besparingen in de dure curatieve gezondheidszorg op termijn.

U wenst te investeren in zorg aan huis. Dat heeft mevrouw De Vits ook aangehaald. Wij begrijpen dat door de budgettaire ruimte het groeipad beperkt wordt tot 1 percent. We hopen dat er in de toekomst, zodra er ruimte is, extra wordt ingezet op het urencontingent in de gezinszorg.

Een laatste aandachtspunt is het lokaal sociaal beleid. Gemeenten en OCMW’s spelen een centrale rol in dit sociaal beleid en ik hoop dat dit de komende jaren ook verder aan bod zal komen in uw beleid, mijnheer de minister.

Een van de spijtige vaststellingen is wel dat in de begroting de middelen voor schuldbemiddeling niet zijn toegenomen. Dat sluit aan bij de algemene begrotingsdoelstellingen, maar we stellen toch vast dat de armoede toeneemt en steeds meer mensen bij OCMW’s en andere instanties aankloppen voor schuldbegeleiding. Zodra het budgettair mogelijk is, moet die verhoging een prioriteit worden.

Gezien de omstandigheden is dit een goede begroting. Er wordt bespaard waar er bespaard moet worden en er wordt geïnvesteerd waar er geïnvesteerd moet worden. Dat is zeker nodig als we binnen twee jaar een begrotingsevenwicht willen realiseren. Er staan immers nog heel wat uitdagingen in de beleidsnota van de minister van Welzijn, zeker op het vlak van een vernieuwd sociaal beleid. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Cindy Franssen

Mijnheer de voorzitter, geachte leden van de regering, collega’s, w e staan voor belangrijke uitdagingen. De armoedecijfers liegen er niet om. Samen met professor Bea Cantillon en anderen stellen we dat er eigenlijk genoeg gemeten is, en dat het tijd is voor daadkracht en actie. We staan aan de vooravond van 2010, het Europees jaar van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. U stelt als coördinerende minister voor armoedebestrijding een aantal pijnpunten aan de kaak en geeft een grondige analyse van de armoedeproblematiek. Vertrekkend van de definitie van Jan Vranken waarbij armoede wordt omschreven als “een netwerk van sociale uitsluitingen”, erkent u dat armoede een multidimensionaal probleem is. Hiermee is het belang van de coördinatie tussen de verschillende beleidsdomeinen dan ook belicht.

Meer nog – en ik citeer uw beleidsnota: “De manier waarop onze samenleving georganiseerd is, leidt onherroepelijk tot sociale uitsluiting.” Armoede is dus ook een structureel en maatschappelijk probleem. De uitdaging zal groot zijn om de individuele culpabilisering in de kiem te smoren. CD&V neemt de Vlaamse Regering op haar woord, of liever, op haar geschreven woord: “Een daadkrachtig Vlaanderen garandeert sociale grondrechten aan iedereen die in Vlaanderen woont door hem of haar de toegang te geven tot de hulpbronnen om die grondrechten uit te oefenen.”

Als Vlaanderen effectief van armoedebestrijding een topprioriteit wenst te maken – zoals in het regeerakkoord is opgenomen – dan moet het dat ook resoluut doen. Wij denken hierbij aan een zo snel mogelijke implementatie van de automatische toekenning van rechten. De geesten zijn daartoe in de vorige legislatuur reeds gemasseerd. Dit is opnieuw opgenomen in het Vlaams regeerakkoord. Als coördinerend minister van armoedebestrijding mag u uw collega’s stalken, en wij zullen u daarbij helpen.

Met betrekking tot het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding bepaalt het regeerakkoord dat in alle beleidsdomeinen hefbomen moeten gecreëerd worden om armoedesituaties te voorkomen en/of terug te dringen. Mevrouw de minister, dit moet een strategisch Actieplan Armoedebestrijding worden met krachtige strategische en operationele doelstellingen. U hebt zich daartoe sterk geëngageerd om dit nauwlettend bij uw collega's op te volgen. Een armoedetoets, de verplichte vrijmaking van middelen voor elk beleidsdomein en de jaarlijkse rapportage moeten ons in staat stellen het armoedebestrijdingsbeleid op te volgen en, waar nodig, bij te sturen. Ook wij zullen vanuit het parlement de vinger aan de pols houden.

U zult het mij niet kwalijk nemen dat ik van dit spreekgestoelte gebruikmaak om een goed praktijkvoorbeeld aan te halen. Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen heeft de armoedetoets op zijn beleidsnota al gemaakt. Moge dit tot voorbeeld strekken van alle andere ministers van de Vlaamse Regering. Want de strijd tegen armoede is een zaak van iedereen. Door niet alleen Pact 2020, maar ook de Decenniumdoelen expliciet in die beleidsnota op te nemen, benadrukt u niet alleen de rol van het middenveld en het belang van participatie, maar geeft u ook te kennen de lat hoog te leggen. En dat kunnen we alleen maar toejuichen. De eindmeet van 2020 moet voor iedereen haalbaar zijn – niet voor 85 percent van de Vlamingen, maar voor alle Vlamingen.

Armoedebestrijding lijkt een sisyfusopdracht. Het is steeds voor de – wat men noemt – zachte sectoren dat er het hardst moet worden geknokt. Ik geef enkele voorbeelden: voor de landbouw zijn er landbouweffectenrapportages en voor het milieu milieueffectenrapportages, en verder zijn er ook mobiliteitseffectenrapportages. Het is echter vooral in het armoedebestrijdingsbeleid dat we de armoedetoets zullen moeten doorvoeren om de mattheuseffecten van ons goed bedoelde beleid te elimineren.

Ik rond af met een positieve gedachte. Ik geloof sterk dat als we de krachten bundelen op alle beleidsniveaus, we de grootste uitdaging van de 21e eeuw aankunnen: iedereen deel laten hebben aan onze topregio Vlaanderen. (Applaus)

De voorzitter

De heer Dehaene heeft het woord. (Opmerkingen van mevrouw Mieke Vogels)

Tom Dehaene

Vergeet de minister niet.

Collega’s, ik wil even stilstaan bij de kinderopvang, maar wil toch beginnen met minister Vandeurzen en heel zijn kabinet te feliciteren met de budgetten die ze hebben binnengehaald voor Welzijn. Welzijn is inderdaad een van de sectoren waar uitbreiding mogelijk is. Er zijn ook besparingen binnen Welzijn, maar er zijn belangrijke bedragen ingeschreven in de begroting voor uitbreiding. Kinderopvang is er een van. We hebben er al over gediscussieerd, maar 10 miljoen is een heel aanzienlijk bedrag, vooral omdat het gaat naar inkomensgerelateerde opvangplaatsen. Dit vinden wij heel belangrijk: 10 miljoen euro plus 30 miljoen euro voor de bestaande plaatsen inkomensgebonden maken.

Er worden vandaag 160.000 kinderen opgevangen, dat is een gigantisch aantal. Het feit dat we dit nog kunnen uitbreiden, valt zeker toe te juichen. Het is ook toe te juichen dat 96 percent van die 160.000 aangeeft dat ze daar heel tevreden over zijn. Het kan dus geen kwaad om meer van hetzelfde te doen, omdat het goed is.

Bovendien hebben we de VIPA-buffer, die ons de mogelijkheid geeft om ook in de volgende jaren uit te breiden. 2010 betekent niet alleen uitbreiding, maar ook een nieuw kader creëren. Het is dus een en-enverhaal. We gaan in 2010 belangrijk werk leveren voor de kinderopvang en werken aan dat nieuwe kaderdecreet. Om dat te realiseren, moeten sommige zaken worden geëvalueerd, onder andere de CKO’s, de dienstencheques, de flexibele en occasionele opvang, hoe we de kansengroepen in onze gesubsidieerde opvanginitiatieven bereiken, de IKG’s die administratief moeten worden vereenvoudigd. De uitdagingen zijn groot. We moeten een eenduidig vergunningensysteem ontwikkelen, we moeten de nataliteitsbonus kunnen verwerken, als het van ons afhangt ook in het decreet, en de samenwerking in de sector aanmoedigen.

De uitdagingen voor de kinderopvang zijn groot. We zijn verheugd dat we extra middelen vrijmaken in het jaar waarin we aan het nieuwe kaderdecreet gaan werken. Voor ons is 2010 een en-enverhaal wat kinderopvang betreft. (Applaus)

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Mevrouw De Vits heeft gevraagd naar het bedrag dat beschikbaar is voor de pensioenvorming. Dat is het bedrag dat bij de start van VIA is afgesproken. In 2010 zal moeten worden geëvalueerd of dat inderdaad overeenstemt met 0,6. Initieel is dat zo begroot, maar het moet zeker worden geëvalueerd.

Mevrouw Van der Borght, in de begroting zijn er nog altijd middelen om de sector van de zelfstandige kinderopvang te laten uitbreiden. Het is niet omdat dat niet in de 10 miljoen euro zit, dat er geen middelen meer waren die nog kunnen worden aangewend om die sector uit te breiden, los van de IKG-aanpak van de sector. Die middelen zijn er nog, op dit moment zit er geen stop op.

Mevrouw Franssen, vorige week is er een wijziging van het decreet Lokaal Sociaal Beleid goedgekeurd. Er is een vraag naar een grotere rechtstreekse toegankelijkheid van de automatische rechtstoekenning. Er zal een aanpassing van het decreet komen om toe te laten dat mensen niet altijd opnieuw hun gegevens moeten inbrengen om de rechtenverkenner zijn werk te laten doen.

Mia De Vits

Het bedrag van 2,4 miljoen euro moet inderdaad worden geëvalueerd. Dat moet vrij snel gebeuren, want het akkoord bepaalt dat men op 1 januari 2011 aan die 0,6 percent moet zitten. Ik vraag dan ook om een snelle evaluatie.

De voorzitter

We sluiten het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin af en gaan verder met het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Minister Schauvliege zit in Kopenhagen. Minister Vandeurzen zal de honneurs waarnemen.

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Mijnheer de voorzitter, als ik het goed heb gezien, is de heer Decaluwe de eerste spreker. Aangezien de tweede ondervoorzitter toch in de zaal zit, kan zij perfect de voorzittersstoel van u overnemen. U kunt dan als eerste spreker het woord voeren.

De voorzitter

Mijnheer Wienen, ik heb vanmorgen aan de heer Peumans laten weten dat ik niet zou spreken en mijn tijd ter beschikking zou stellen van mijn fractie.

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Mijnheer de voorzitter, ik denk toch dat er iets speciaal is aan die voorzittersstoel dat mevrouw Dillen daar absoluut niet mag op plaatsnemen.

Collega’s, ik ga jullie onderhouden over de begroting Media. Het belangrijkste luik van de begroting Media is natuurlijk wat aan de VRT wordt gegeven. Dat is een aanzienlijke hap. We zitten in een begroting waarop bespaard moet worden, en er wordt dan ook bespaard op de VRT. We stellen vast dat 10 miljoen euro niet meer zal worden uitgekeerd aan het pensioenfonds van de VRT. Daardoor zal de VRT zelf zijn patronale bijdragen moeten betalen. Voor 2010 wordt ook 1,6 miljoen euro uit de dotatie gehaald. Ik vind dat opmerkelijk omdat altijd was gesteld dat besparingen bij de VRT niet meer mogelijk waren. Er was al voldoende gesneden. Al het vet was al weggewerkt bij de VRT, anders zou men in de spieren snijden. Dat was ook de reden waarom de Vlaamse Regering tijdens de vorige legislatuur beslist heeft om recurrent elk jaar 10 miljoen euro in dat pensioenfonds te stoppen. Nu stel ik vast dat besparingen wel mogelijk zijn. Mensen die destijds hebben gepleit om die 10 miljoen euro aan de VRT te geven, zijn nu bereid om bijkomende besparingen te doen.

Het gaat eigenlijk niet goed met de VRT. De VRT blijft in zeer zware financiële problemen. De besparingen die nu worden gepland en die intussen door de lynchpartij op Dirk Wauters vooruit zijn geschoven, voldoen eigenlijk niet. De heer Decaluwe heeft naar aanleiding van het jaarverslag van de VRT enkele prognoses gemaakt. Hij stelde vast dat tegen 2014 de VRT zou aankijken tegen een verlies van 19 miljoen euro. Dus, meer besparingen zijn mogelijk. De vraag is dan hoe die besparingen bij de VRT moeten worden gerealiseerd.

Aangezien men heeft gesneden in de dotatie voor de VRT, moet men de beheersovereenkomst wijzigen, onder meer artikel 34. Ik stel voor ineens de hele beheersovereenkomst te evalueren, de ambities uit die overeenkomst bij te stellen en meer te kijken wat nu de kerntaken zijn van die openbare omroep. Ik blijf erbij dat er in die beheersovereenkomst heel wat zaken staan die eigenlijk niet tot de kerntaken van de VRT behoren. We moeten durven stellen dat de VRT een sterke openbare omroep moet zijn, maar dat de VRT niet per se in alle domeinen de beste van de klas moet zijn.

Ook op dat gebied is er bij het bijstellen van de ambities in die beheersovereenkomst een besparing mogelijk.

Er is nog een andere mogelijkheid om te besparen. We zitten natuurlijk ook nog altijd met die knipperlichtprocedure. Wanneer de VRT het vooropgestelde en in de beheersovereenkomst opgenomen bedrag aan reclame-inkomsten via de radio niet haalt, wordt de som bijgepast door de regering. Bij de begrotingswijziging 2009 was dat 4,628 miljoen euro. Voor 2010 is dat 5,644 miljoen euro. Op die manier creëert men eigenlijk een vestzak-broekzakoperatie. Aan de ene kant bespaart men een beetje op de dotatie. Via de knipperlichtprocedure geeft men echter het bedrag mooi terug aan de VRT. Dat is geen correcte manier van werken, te meer omdat die reclame-inkomsten bij de VRT heel weinig transparant zijn, heel onduidelijk zijn. Die zaken worden geregeld via de Vlaamse Audiovisuele Raad (VAR). In de commissie hebben we al meermaals gezegd dat er transparantie nodig is op dat vlak. De flou artistique waarmee dat gebeurt, is niet echt goed. Daarom is het essentieel dat het parlement een volledige inzage krijgt over de manier waarop de VAR werkt en welke rol hij speelt bij de reclame-inkomsten van de VRT.

Ik eindig met een aantal kleinere punten uit die begroting. Ik stel vast dat de regering heeft gekozen om de subsidie voor de levensbeschouwelijke derden in stand te houden, dat men heeft gekozen om het protocol met de geschreven pers, die ook steun krijgt via de Vlaamse begroting, niet te herzien in het kader van de begrotingsbesparingen en ze te behouden. Daarnaast wordt er wel gesneden in een interessant project, zoals ‘Kranten in de klas’, waarmee we de leerlingen en de jongeren wegwijs maken inzake het omgaan met de media. Ik heb het vorige week nog gezegd tijdens een actuele vraag. In de begroting kunnen we heel wat besparingen doorvoeren indien we de levensbeschouwelijke derden gewoon zouden afschaffen.

Eric Van Rompuy

Mijnheer Wienen, wat is nu eigenlijk het standpunt van het Vlaams Belang? Een aantal jaren geleden heb ik nog artikels gelezen van de heer Annemans. Hij eindigde steeds met de zin: “Overigens ben ik van mening dat de rode VRT moet verdwijnen.” Hij schreef voor ’t Pallieterke. Een aantal jaren geleden heb ik hier ook toespraken gehoord waarin werd gezegd dat de openbare omroep beter zou verdwijnen. Nu bent u van mening dat er eigenlijk onvoldoende middelen naar de openbare omroep gaan. U verzet zich immers tegen de besparingen. Is dat een nieuwe lijn bij het Vlaams Belang? Vindt u dat de openbare omroep meer middelen moet krijgen?

Wim Wienen

U hebt me verkeerd begrepen.

Eric Van Rompuy

De strekking-Annemans vond dat de VRT moest verdwijnen. Nu komt u hier pleiten tegen elke vorm van besparing! Is dat de nieuwe koers van het Vlaams Belang?

Wim Wienen

Als u het debat zo breed wil opentrekken, dan wil ik daar graag op ingaan.

Eric Van Rompuy

Ik wil het zeer breed opentrekken.

Wim Wienen

Ik wil het debat zeer graag met u aangaan. Als u goed hebt geluisterd, weet u dat ik heb gezegd dat de VRT zich moet richten op de kerntaken van een openbare omroep en zich niet moet bezighouden met allerlei zaken die daar eigenlijk niet toe behoren. Op die manier kan men op de VRT heel veel besparen.

Eric Van Rompuy

Vindt u dat de informatie, het nieuws, de duiding enzovoort nog tot de kerntaken van de VRT behoren?

Wim Wienen

Absoluut! Maar, mijnheer Van Rompuy, u weet ook dat in het decreet en in de beheersovereenkomst duidelijk staat dat de VRT inzake de duiding, inzake de informatieverstrekking objectief moet zijn, neutraal moet zijn. Dat is steeds een van de punten die we hebben aangehaald. Dat is niet het geval. Ondertussen hebben de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) en de Raad van State ook bewezen dat de VRT bij de informatieverstrekking ten overstaan van, onder meer, mijn fractie niet objectief is, niet onpartijdig is. Meer zelfs, de Raad van State heeft in zijn arrest geschreven dat de VRT aan kiezersbedrog doet. Ik pleit er dan ook voor dat de VRT zich opnieuw bezighoudt met de kerntaken van een openbare omroep. Ze moet er ook voor zorgen dat die kerntaken juist en correct worden uitgevoerd. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer De Coene heeft het woord.

Philippe De Coene

Mijnheer Wienen, u zegt dat de VRT de eerste van de klas is, maar dat niet moet zijn op een aantal domeinen. Kunt u eens heel duidelijk zeggen op welke domeinen de VRT dan de tweede, de derde of de vierde van de klas moet zijn?

Wim Wienen

Er zijn verschillende mogelijkheden. Zoals de heer Van Rompuy heeft aangehaald, zijn er kerntaken voor de VRT weggelegd inzake cultuur, informatieverstrekking en duiding. Er worden intussen commerciële ontwikkelingen gedaan. Ik geef een voorbeeld: waarom moet de VRT een omroep hebben zoals MNM? Zet MNM in de etalage. Dat is een louter commercieel product, daar moet de VRT zich niet mee bezighouden.

Philippe De Coene

U was nochtans een van de mensen die zei dat MNM commercieel lang geen succesvol verhaal is. Wat is het nu eigenlijk?

Wim Wienen

De omvorming van Radio Donna naar MNM is gebeurd omdat men trachtte die zender wat sterker te maken. Ondertussen heeft men marktaandeel verloren, maar het feit dat de VRT marktaandeel verliest, betekent niet dat MNM geen louter commercieel product is. Als men toch moet afslanken bij de VRT, is dat ook een mogelijke besparing.

Philippe De Coene

Maar u bent ertegen dat er afgeslankt wordt.

Wim Wienen

Dat heb ik niet gezegd. Men moet het budget inkrimpen voor de VRT. U moet goed luisteren. Er zijn veel meer besparingen mogelijk bij de VRT dan wat men nu doet. Men laat de VRT zelfs nog toe om die weinige besparingen die vanuit de overheid worden uitgevoerd, nog even terug te geven via de knipperlichtprocedure.

Ik heb het al gezegd: meer dan 4 miljoen euro en meer dan 5 miljoen euro over de afgelopen twee jaar. Dat zijn geen besparingen. Men heeft gezegd dat de VRT ondertussen al bij de spieren zit, want al het vet is weggesneden. Ik ben ervan overtuigd dat er nog veel meer vet aan de VRT zit dan aan mezelf, er zijn dus nog wel wat besparingen mogelijk.

Philippe De Coene

Ik begrijp het nu nog altijd niet. Er moet gesneden worden, zegt u, maar de minister mag niet snijden. Dat is de samenvatting van uw betoog.

Wim Wienen

Dat heb ik niet gezegd, dan hebt u niet geluisterd. Ik heb gezegd dat er bij de VRT moet worden bespaard, maar er wordt nu niet voldoende bespaard bij de VRT.

Philippe De Coene

U bent uw uiteenzetting begonnen met de vaststelling dat er zeer zwaar wordt bespaard bij de VRT. Dat was uw eerste zin.

Wim Wienen

Ja, maar dan moet u heel de redenering beluisteren en u niet fixeren op een zin en u concentreren op het feit dat u wilt tussenkomen op wat Wim Wienen heeft gezegd en niet meer luisteren naar de rest. Als u het hele verhaal hebt beluisterd, dan hebt u ook gehoord dat ik voorstander ben om te snijden in de knipperlichtprocedure en dat ik voorstander ben van grotere afslankingen bij de VRT, met onder meer de verkoop van MNM en met onder meer allerhande zaken die niet tot de kerntaken behoren.

Philippe De Coene

Zoals?

Wim Wienen

Mijnheer De Coene, als u mij niet laat uitspreken, dan kan ik het u niet zeggen.

Philippe De Coene

Maar u krijgt extra spreektijd dankzij mij.

Wim Wienen

Dat is zeer vriendelijk van u. U bent de goedheid zelf. U bent zo goed dat u een uitgebreid debat wilde over Dirk Wauters in de commissie, maar niet hier in de plenaire vergadering. Zo ‘goedjonstig’ bent u wel.

Ik zal ze u noemen: alle inspanningen die worden gedaan inzake de digitalisering. Daar is evengoed een samenwerking mogelijk met commerciële partners om dingen te ontdekken en verder te onderzoeken. Dat moet niet het monopolie van de VRT zijn. De VRT moet daar niet de eerste van de klas in zijn. Op dat gebied zijn er inderdaad nog meer besparingen mogelijk op de VRT. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Philippe De Coene

Dank u wel.

De voorzitter

Ik stel voor om de leden die een uiteenzetting over media houden, het eerst aan de beurt te laten komen. Dan krijgen de heer Verstrepen en de heer Caron eerst het woord.

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Mijnheer de voorzitter, deze ochtend deed de heer Caluwé hier een uitspraak die ik zo opmerkelijk vond dat ik deze middag heel mijn betoog heb weggegooid en heb besloten het in dit debat nu eens te hebben over de VRT, wat natuurlijk totaal niet mijn bedoeling was. (Gelach)

Hij zei: “Sommige spanningen bij de VRT zijn er op basis van besparingsplannen.” Het ging daarnet over de besparingsplannen. Ik heb mijn uiteenzetting dus weggegooid en heb besloten het daar uit de losse pols over te hebben.

Geachte leden, de VRT is tegenwoordig goed voor een robbertje meerderheidsgekrakeel en onenigheid, dus plezier voor iedereen en vooral voor de oppositie. Ik zal u zeggen wie de spanning heeft veroorzaakt. Ik zal het schriftelijk overmaken aan de heer Caluwé. Het is de mediaminister die eigenlijk de schuld draagt voor het gekrakeel bij de VRT. Wat had u gedacht? Er is onrust door die besparingsplannen. Het besparingsplan van de VRT is daarnet aangehaald, maar ik heb het nog steeds niet gezien.

Ik heb even een lijstje gemaakt. Dan wordt het altijd heel mooi. In oktober van dit jaar werd gesteld: “De VRT moet volgend jaar minder besparen dan de minister van Media, Ingrid Lieten, heeft aangekondigd.” In november las ik het volgende: “De VRT krijgt 15 miljoen euro minder overheidsgeld van de Vlaamse Regering.” In december: “Ook na 2011, wanneer het huidige besparingsplan afloopt, ziet het ernaar uit dat de VRT de kosten niet kan dekken.” Nochtans was dat de bedoeling van de beheersovereenkomst met de overheid én van de spaarpot van 55 miljoen euro die de besparingen draaglijk moest maken. Vervolgens lezen we, na al die verhalen, na het fait divers van het door de sp. a aangerichte bloedbad bij de VRT, met Dirk Wauters als offer: “Het besparingsplan van de VRT moet niet op 14 december klaar zijn. De openbare omroep krijgt uitstel.”

Nu begrijp ik dat de regering en de minister het belangrijk en nuttig vinden om zich in volle economische en financiële mediacrisis bezig te houden met het afzetten van de gedelegeerd bestuurder, het invullen van de politieke raad van bestuur en het paaien van de vakbonden aan de Reyerslaan. Dat heet degelijk bestuur. Helaas moet ik elk jaar weer hetzelfde vaststellen. Het is bijna een traditie, zoals de kalkoen. Ik moet vaststellen dat, binnen de begroting voor Media, de openbare omroep met het meeste geld gaat lopen. Dat is evident, wordt dan gezegd. De volledige begroting ademt die openbare omroep uit, de staatsomroep. Dat is een keuze. U weet dat ik daar niet echt een fan van ben. Ik vind dat een overheid die taken misschien niet meer moet vervullen, in tijden dat het geen schaars goed meer is. Daar wil ik nog eens over discussiëren, maar nu niet. Dat zou ons te ver leiden.

– De heer Jan Peumans, voorzitter, treedt opnieuw als voorzitter op.

Mevrouw de minister, geachte leden, we kunnen ons echter de vraag stellen wat we met een deel van dat budget anders en toekomstgericht zouden kunnen doen op mediavlak. Digitaal Vlaanderen als topregio, bijvoorbeeld: ik noem maar wat. Ik denk aan een regio die investeert in nieuwe media, waar iedereen op internet zit. De federale overheid geeft vrijwel gratis computers weg. Iedereen op het internet, en investeer dan interactief: allemaal vrienden op Facebook. Hoe meer ik het heb over Facebook, hoe meer ik er kwijtraak. De heer Tommelein is er zo een. Ik heb het deze ochtend opgezocht. De minister-president is er niet, maar hij is nog altijd mijn vriend, misschien tot vandaag.

Ik haal dit aan omdat ik vind dat we op dat vlak de eerste van de klas zouden moeten zijn. De besparingen in de begroting van Media vind ik amper het vermelden waard. Ik heb dat ook in de commissie gezegd. Ik herhaal het nogmaals: ik heb het er moeilijk mee dat er wordt bespaard op eFl@nders, in tijden dat iedereen praat over media-innovatie. Ook in moeilijke tijden moet men keuzes maken.

Mevrouw de minister, wat me tot nu toe enigszins ontgoochelt, is het volgende. U vraagt vaak dat we zouden meedenken, dat we inspiratie zouden leveren, dat we mee zouden kijken en praten. Ik vraag me dan soms af waarom u daar dan zit, als minister. Ik neem het u niet kwalijk. U bent nieuw. U hebt geen ervaring in de mediasector. U bent zich aan het inwerken in die dossiers. Dat vraagt tijd, misschien nog een paar jaar. Ondertussen creëert u echter misschien wel wat collateral damage. Dat zou jammer zijn. Het eerste dat we hebben gezien, is de VRT. We zullen u misschien eens uitleggen hoe een minister functioneert in de commissie Media, maar dat zult u al hebben gemerkt.

Het is hier daarnet al aangehaald: de VRT zal veel geld kosten, want de besparingen die zullen moeten worden opgelegd in de toekomst, om zonder verlies te werken, zullen volgens mij niet worden gehaald. Ze zijn nog nooit gehaald, zelfs niet in de vette jaren, toen u er nog niet was.

De financiële impact is de schuld van de Vlaamse Regering zelf. De knipperlichtprocedure mag u gerust afschaffen. Dat heb ik in het verleden al gezegd. Zolang er geen transparantie is van de commerciële inkomsten en schimmige constructies die de VAR heeft gecreëerd blijven bestaan, zou het kunnen dat er opzettelijk minderinkomsten geboekt worden, die opgevangen worden door de vraag naar extra centen – vestzak-broekzak.

Het eten uit alle ruiven is ook zo’n irriterende techniek. U moet eens praten met andere ministers.

Eigenlijk zitten we met de gebakken peren. We zitten met een bodemloze put. Iemand moet de rekening betalen en dat is altijd dit huis, deze regering. Het komt uit uw begroting.

We zitten met een krimpende advertentiemarkt. De cijfers zijn bekendgemaakt. Sommige projecties stellen dat als de VRT zo voortdoet in het huidige systeem, met besparingen die zij niet haalt, u heel veel centen opzij moet zetten. Ik vermoed dat u dat niet hebt voorzien, want het valt niet te voorzien.

Daarom is crisismanagement nodig. Begin met het verkopen van onder andere MNM. Mijnheer De Coene, nu heeft dat nog een waarde.

De voorzitter

Mijnheer Verstrepen, mag ik u vragen af te sluiten?

Jurgen Verstrepen

U mag dat vragen. Anders gaan ze zeggen dat ik geen voorstel heb. Ik wil de minister dat voorstel niet onthouden.

Herbekijk het personeelsbeleid. Verminder het aantal managers, maar bespaar ook aan de basis. Dat stoort mij de laatste tijd aan de discussie: ook aan de basis zitten mensen die geen toegevoegde waarde, maar wel de juiste vakbondskaart hebben. Daarover bestaat een rapport dat nooit het licht mocht zien. De VRT werd vergeleken met een waterhoofd, maar dat is de waarheid geweld aandoen: het is een waterhoofd met fameuze Michelinbanden.

Geeft de VRT een kerntakenpakket, zorg voor een heldere vorm van financiering, maak duidelijke afspraken over de inkomsten en laat de politiek zich zo weinig mogelijk bemoeien met het bestuur en de inhoud van de VRT, want anders loopt het sowieso fout.

Carl Decaluwe

Mevrouw de minister, we hadden het in de commissie al over dat fameuze knipperlichtmodel. Onmiddellijk afschaffen is nu misschien wat kort door de bocht, maar het is toch belangrijk dat we er in de komende jaren alles aan doen om transparantie te hebben in die financiële stroom. De radioreclame zakt door de economische crisis, maar de rest blijft hetzelfde. Bij de commerciëlen zakt alles. Er is dus iets dat niet klopt. Men redeneert dat de overheid toch wel zal bijpassen. Daar moeten wij naar een correct mededingingsmodel en absolute transparantie streven. Anders worden wij als belastingbetaler door de VRT gerold. Uiteindelijk wil niemand dat.

Minister Ingrid Lieten

Mijnheer de voorzitter, ik ben nu opnieuw gerustgesteld. Vorige week zagen we de heer Verstrepen in de rol van wolf in schaapsvacht. Vandaag is hij opnieuw gewoon de wolf. Alles is opnieuw duidelijk.

Jurgen Verstrepen

Mijnheer de voorzitter, dit is een persoonlijk feit. Ik ga dat even lang uitrekken, dat persoonlijk feit.

Mevrouw de minister, kunt u dat even toelichten? Het is mij onduidelijk.

Minister Ingrid Lieten

Mijnheer de voorzitter, het was gewoon een persoonlijke opmerking. Voor mij is opnieuw alles duidelijk. Ik dank de heer Verstrepen daarvoor.

Jurgen Verstrepen

Mevrouw de minister, het is fijn dat u persoonlijke opmerkingen hebt, maar ik wacht op het moment dat u een inhoudelijke bemerking hebt.

De voorzitter

Mijnheer Verstrepen, dat is gecrispeerd. U zegt tegen mij altijd dat ik gecrispeerd reageer, maar dit was nu ook het geval.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik wil mij beperken tot de financiële elementen van de begroting, want daar gaat het vandaag over. Ik zal het niet hebben over alle elementen ten gronde, want dan staan we hier morgen nog.

In het kader van de begrotingsbespreking is de discussie over de VRT natuurlijk wel relevant. Er moet bespaard worden. De elementaire rekenkunde heeft mij geleerd dat met de huidige dotatie de reserves van de VRT in 2011 opgebruikt zullen zijn. Zonder hogere dotatie komen we dan uit op een pijnlijk tekort.

Ik ben het eens met velen dat er bij de VRT ongetwijfeld kan worden bespaard. Ik wil elke inspanning ter zake steunen. Ik heb in de commissie echter ook verklaard dat ik eens van een aantal specialisten zou willen horen waar precies kan worden bespaard. Ik kan snappen dat de overheadkosten misschien te hoog zijn of dat er misschien te veel en te duur extern wordt geproduceerd. Dat is mogelijk. Ik beschik niet over de nodige informatie.

Daarnaast ben ik echter ook terughoudend. De heer Decaluwe vraagt om meer transparantie. De vraag is of wij ons als gedelegeerd bestuurders van de VRT moeten gedragen. Geven we de VRT als autonome instelling enig vertrouwen? Willen we zelf in die potten roeren? Biedt het decreet ons voldoende controle-instrumenten?

Carl Decaluwe

We zijn allemaal voor transparantie. Het gaat om de absolute parlementaire controle. We hebben in het verleden al een en ander meegemaakt. Mocht de parlementaire controle absoluut zijn geweest, zou de VRT zich nu niet in haar huidige financiële situatie bevinden. Ik veronderstel dat iedereen het daarover eens is. Indien we vroeger hadden kunnen ingrijpen, hadden we de raad van bestuur van de VRT bepaalde signalen kunnen geven.

Het is niet de bedoeling dat wij bestuurder spelen. We zullen hier wel de begrotingscontrole goedkeuren. Volgens de heer Wienen gaat het om 4 of 5 miljoen euro. Ten gevolge van het knipperlichtmodel gaat het om 7,3 miljoen euro. Als parlementariërs is het onze plicht te weten hoe correct alles verloopt.

Ik ben er nu voor de volle 100 percent zeker van dat de Vlaamse Audiovisuele Regie (VAR) de radioreclametarieven niet op een correcte manier aan Corelio en aan de andere alliantiepartners doorrekent. Uiteindelijk is dit voor de VRT niet zo belangrijk. De Vlaamse overheid past toch bij.

We moeten gewoon de jaarrekeningen bekijken. Het is onwaarschijnlijk. De merchandising en dergelijke blijven allemaal stabiel. Enkel de radioreclame zakt. Wanneer we de cijfers voor VTM bekijken, blijkt de situatie daar helemaal anders te zijn. De economische crisis slaat bij VTM misschien een beetje anders toe dan bij de VRT. Uiteindelijk zouden de trends hetzelfde moeten zijn. Ik ben ervan overtuigd dat er iets niet klopt. We worden met open ogen bedrogen.

We zullen die bijpassing met 7,3 miljoen euro goedkeuren. We moeten echter ook een signaal geven. Volgende keer willen we meer inzicht hierin krijgen. Dit moet correcter verlopen. Het is mogelijk dat het volgend jaar om minder dan 7,3 miljoen euro zal gaan. Het is mogelijk dat we dan met betrekking tot de globale pot der belastinggelden andere prioriteiten zullen kunnen leggen. Ik word echter niet graag bedrogen. We krijgen nooit informatie. Het jaarverslag van de VRT is een dik boek. Het stukje over de VAR beslaat een bladzijde. De helft van die bladzijde wordt door een foto ingenomen. Dat zegt genoeg.

Jurgen Verstrepen

Ik onderschrijf de mening van de heer Decaluwe. Het gaat om inzage in de commerciële inkomsten. De woorden van de heer Caron hebben me trouwens verbaasd. Ik heb in de commissie de indruk gekregen dat hij hier ook achterstond.

De vorige bestuurder van de VRT heeft beloofd de cijfers bekend te maken. Volgens de heer Caron heeft hij die belofte gedaan om bepaalde discussies te vermijden. We moeten de huidige situatie met die in de afgelopen jaren vergelijken. Vandaag gaat het slecht. We willen bijgevolg weten aan wat elke euro wordt uitgegeven. Het is ook een tijdlang zeer goed gegaan. De openbare omroep was een goudhaantje. Het geld stroomde zomaar binnen. Er was weinig transparantie of controle.

Ik durf daar mijn hand niet voor in het vuur te steken. Ik weet niet of elke euro die als deel van de commerciële inkomsten bij de VRT binnenkwam, naar de VRT is gegaan en bij de VRT is besteed. Daarover doen verhalen de ronde. Ons controlerecht stopt ergens. We kunnen bepaalde vennootschappen niet controleren. Het gaat dan om vennootschappen waarin de betrokken bestuurders of hun vrienden of familie in zetelden. Dit moeten we zeker vermijden.

Het is niet onze taak bestuurder te spelen. We moeten ons absoluut niet met de VRT moeien. We moeten proberen klaarheid te scheppen. Tot nader order valt de VAR voor 90 percent onder de VRT. In mijn ogen is dit het bedrijf dat alle commerciële regelingen treft en alle deals sluit. De VAR leidt alle inkomsten en zelfs de winsten af. Ik vind dat we ons vragen mogen stellen. Wat gebeurt daar voor er geld wordt uitgegeven?

Wim Wienen

Ik vind het kort door de bocht dat onze vraag om meer transparantie, onder meer in de VAR, ertoe leidt dat we vanop de tribune worden beschuldigd gedelegeerd bestuurder van de VRT te willen spelen. Dat is het probleem niet. We mogen het licht van de zon niet ontkennen. Niemand kan stellen dat er geen probleem is. Er is onder meer een probleem met de VAR. De reclame-inkomsten op de radio dalen fors. Op alle andere niveaus blijven die inkomsten dezelfde.

Bij de commerciële zenders is er wel een stabiele daling omdat de reclamemarkt inderdaad niet meer zo florissant is als destijds. Maar dan is er toch iets loos. Dan zou ik, met mijn slecht karakter, kunnen vermoeden dat de VAR tips geeft aan mogelijke adverteerders om bij de VRT te adverteren, met in het achterhoofd de idee dat als de radioreclame daalt, dit toch door de Vlaamse overheid wordt bijgepast.

Ik denk dat die eis om duidelijke transparantie te krijgen, onder meer van de VAR, meer dan terecht is. Als ze die niet willen geven, is er inderdaad een probleem en zijn er blijkbaar dingen die het daglicht niet verdragen.

Bart Caron

Ik heb geen enkel probleem om de transparantie te verhogen, integendeel. Ik ben ook vragende partij. Ik ben ook vragende partij om van experts te horen waarop de VRT kan besparen als de overheadkosten te hoog zouden zijn. Maar laat ons tegelijkertijd niet de oude kwaal van de politisering herinvoeren en een rode, blauwe of oranje telefoon installeren tussen dit gebouw en de Reyerslaan.

Ik heb geen enkel probleem met transparantie. Van mij mag alles op tafel komen, maar dan wel in het licht van een performante en sterke openbare omroep. Er zijn hier mensen die een andere agenda hebben. Mijnheer Decaluwe, ik kijk nu toevallig naar u, maar ik beschuldig u daar niet van.

Als het ten goede komt aan de kwaliteit van onze omroep en als we tegelijk het debat over de kerntaken en over een correcte financiering voeren, dan heb ik geen enkel probleem. Maar weet dat er geen wonderen te verwachten zijn. In Europa krijgt de VRT een van de laagste dotaties in euro per inwoner. Het is niet zo dat er met geld wordt gemorst, integendeel. Ik steun uw vraag naar meer transparantie, een helder debat over de kerntaken en een beheersovereenkomst in die richting.

Ik betreur dat er een vermindering van budget is voor eFlanders. Ik wil ervoor pleiten om de komende jaren de digitale kloof voor mensen met minder middelen en scholing te dichten. Het is een verantwoordelijkheid van alle ministers, maar u bent als minister voor Media de coördinerende minister.

Het beleidsdomein Cultuur moet besparen, net zoals de andere beleidsdomeinen. Ik ga ermee akkoord dat dit principieel zo moet. Als er inspanningen worden gevraagd, moeten ze eerlijk worden verdeeld over alle beleidsdomeinen. Het is jammer dat minister Schauvliege er niet is, maar ze heeft deze keer wel degelijk belangrijkere zaken te doen.

Maar de regels moeten correct en eerlijk worden toegepast. De regel van 2 tot 2,5 percent besparing is tot in den treure door verschillende ministers herhaald, maar is niet consequent toegepast. Het is niet zo dat er in alle delen van het beleidsdomein Cultuur evenveel wordt bespaard. Er zijn een aantal uitzonderingen gemaakt. Ik zou er nog mee kunnen leven, als ze goed gemotiveerd zouden zijn en als ze aan twee criteria zouden beantwoorden, namelijk voor kwetsbare groepen of voor organisaties waarvan de afhankelijkheid van de overheid erg groot is.

Ik wil hier een lans breken voor onze grote culturele instellingen. Ze zijn niet behandeld zoals de particuliere instellingen. Ze moeten voor hun interne organisatie 5 percent inleveren. De Vlaamse Opera, het Vlaams Radio Orkest, deFilharmonie, deSingel hebben allemaal 5 percent of meer ingeleverd. We hebben tien jaar keihard gevochten om ze een beetje op een sub-Europees niveau te krijgen qua financiering. Ik betreur dit.

Hetzelfde geldt voor het sociaal-cultureel werk. Minister Muyters, u bent minister voor Begroting, daarom richt ik me rechtstreeks tot u. We hebben ook tien jaar gevochten om een bepaalde passage uit de Cultuurdecreten te krijgen. Ik citeer: “De subsidies worden toegekend binnen de perken van de begroting”. Tien jaar hebben we gevochten om die kwaal eruit te krijgen. Het was de gewoonte geworden om subsidies altijd maar voor gedeelten uit te betalen. Men beloofde 100 euro. Je kreeg er 90, het jaar nadien 88, dan 86 enzovoort.

In het programmadecreet 2009 is die passage voor alle cultuursectoren in één beweging weer ingevoerd. Ik begrijp dat u moet besparen, maar wees dan duidelijk. Zeg dan dat men 2 of 3 percent moet inleveren voor één jaar, en dat er daarna opnieuw zal worden geëvalueerd. Daar kan ik mee leven: dat is eerlijk en rechtlijnig.

Mochten we de groeicijfers en de inflatiecijfers op voorhand kennen en op voorhand weten dat er geen herzieningen zouden komen in de loop van het jaar, en mochten we op voorhand weten wat de dotatie is en hoeveel de successierechten, de registratierechten enzovoort bedragen, dan zou u volkomen gelijk hebben. Spijtig genoeg zie ik dat alleen al dit jaar de dotatie 1,2 miljard euro minder bedraagt. Bovendien komt er volgend jaar nog een verrekening van 400 miljoen euro op de dotatie van dit jaar. Daarbovenop zie ik dat onze eigen successierechten, registratierechten en dergelijke meer – onze eigen belastingen – met 600 miljoen euro dalen. Samen is dat een heel pak geld.

Als we dan aan iedereen moeten geven wat er op voorhand is gezegd, is dit een passage die maakt dat iedereen rekening houdt met het feit dat de inkomsten ook voor ons geen zekerheid zijn. Als ik wat er bij de begrotingsopmaak 2008 is vastgesteld vergelijk met wat we uiteindelijk hebben gekregen en zullen krijgen, moet het wel ergens gebeuren.

Bart Caron

Het moet natuurlijk ergens gebeuren. De Vlaamse overheid kent meerjarige subsidies toe aan organisaties. Of het nu een school, een welzijnsinstelling of een culturele instelling is, die organisaties hebben ook personeel in dienst en zij moeten ook op tijd weten welke subsidies ze krijgen. U kunt perfect per jaar bepalen wat de mogelijkheden zijn. Met de huidige formulering kan alles. Daarenboven is het nog ad aeternam ook. Dat is wat ik u nog het meest kwalijk neem.

Ik heb het u net uitgelegd. Als we kijken naar de begrotingsopmaak 2008 en het eindresultaat qua ontvangsten, bedraagt het verschil meer dan 2 miljard euro, op een budget van 24 miljard euro. We kunnen het dus niet op voorhand weten, zoals ook de federale overheid het niet op voorhand kan weten. Dan moeten er keuzes gemaakt worden. Als alles vastligt, kun je geen beleid voeren en kun je alleen maar in het rood gaan.

Erik Arckens

Mijnheer Caron, u had het over het sociaal-culturele volwassenenwerk en de Grote Vlaamse Culturele Instellingen. U sprak ook over de mogelijke inlevering van 5 percent en dergelijke meer. Kunt u ermee leven dat er eventueel een audit zou komen van de Grote Vlaamse Culturele Instellingen, en dat daar eventueel 5 percent ingeleverd zou kunnen worden?

U bent auteur van talrijke decretale initiatieven, gereviseerde stukken en dergelijke meer. U weet maar al te goed dat 5 percent gemakkelijk gevonden kan worden. Ik vraag me af waar uw krampachtige houding op dit vlak vandaan komt.

Paul Delva

Mijnheer Caron, u begint uw uiteenzetting met te zeggen dat u begrijpt dat er in Cultuur moet worden bespaard. Vervolgens haalt u een aantal concrete elementen aan. U hebt het onder meer over de kwetsbare groepen en de grote instellingen, waar volgens u te veel wordt bespaard. Inhoudelijk kunnen we daarover debatteren, maar ik had graag gehoord op welke alternatieve posten u dan wel nog denkt te kunnen besparen.

Bart Caron

Mijnheer Arckens, we hebben in 2004 een audit gedaan met betrekking tot de grote instellingen. Daar is een Europese benchmarking uit voortgekomen. En daaruit blijkt dat de Grote Vlaamse Culturele Instellingen in de staart van het Europese peloton thuishoren wat betreft hun dotatie. Er kan natuurlijk altijd wat af, als u dat wilt. Maar deze resultaten zijn duidelijk.

Mijnheer Delva, ik heb een amendement ingediend op het programmadecreet, waarin ik voorstel om op de meerjarige subsidies lineair 2 percent in te leveren over de hele lijn. Er zijn in Cultuur ook een aantal posten waar geen besparingen op gebeuren. Daar kunnen motieven voor zijn, maar die ken ik niet.

Idem voor Sport, mijnheer de minister. Er wordt 3,5 miljoen euro weggehaald uit de sociale maatregelen voor sport, waardoor andere sportsubsidies verminderen. Ik wil daar wel eens een maatschappelijk debat over voeren met u. Ik wil nog een laatste keer de kaasschaaf gebruiken, maar niet voor kwetsbare groepen. Dat komt door mijn sociaal engagement.

Ik sluit af met drie besluiten. Er zijn zogezegd geen jobs bedreigd in de sector. De besparingen bij de Vlaamse Opera lopen echter zo hoog op dat er wel jobs moeten verdwijnen! Er zullen gewoon mensen ontslagen worden. Is dat wat u wilt, mijnheer Delva? Ik heb de minister-president hier horen zeggen dat de Vlaamse Regering in tijden van crisis in de eerste plaats jobs moet beschermen. Dit zijn zeer kwetsbare sectoren die afhankelijk zijn van die subsidies; die bedragen misschien 40 tot 50 percent van de inkomsten. Er gaan heel veel jobs verloren.

Twee, de besparingen zijn niet rechtlijnig.

Drie, dat is een oproep, betaal die lagere subsidies in de toekomst ten minste op tijd zodat de organisaties met hun schamele subsidies de banken niet moeten sponsoren om leningen te krijgen.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, geachte leden van de Vlaamse Regering, dit zijn economisch mindere tijden en dus moet er bespaard worden. Iedereen weet en begrijpt dat. Dit neemt echter niet weg dat de manier waarop er bespaard wordt per definitie ook onze goedkeuring dient weg te dragen. De minister poneert heel duidelijk als basisprincipe een lineair besparingspercentage.

Zowel mijn collega, de heer Schueremans, als ikzelf stellen ons daar twee eenvoudige vragen bij. Eén, is een lineaire besparing op ieder veld binnen het cultureel domein wel even wenselijk en bijgevolg werkbaar. Ten tweede, wordt er wel overal lineair bespaard? Twee vragen die volgens ons negatief beantwoord moeten worden.

Wat de wenselijkheid betreft van het ‘kaasschaafmodel’ moeten we vaststellen dat het onverkort toepassen ervan enkele in onze ogen nefaste nevenwerkingen heeft. Zo betreuren wij dat de besparingen vooral de werkingskosten raken. We kunnen in alle objectiviteit tot de vaststelling komen dat de projectsubsidies het in 2010 zwaar te verduren zullen hebben, in ieder geval zwaarder dan de structurele subsidies.

Wij hebben er vanuit Open Vld steeds voor gepleit om net meer nadruk te gaan leggen op projectsubsidies in plaats van op structurele. Projectsubsidies toekennen heeft in de praktijk aangetoond dat ze net een heel krachtige stimulans betekenen voor jonge, frisse en waardevolle projecten. Kiezen voor structurele subsidies daarentegen, is kiezen voor traditie en vastheid.

Daarenboven willen de heer Schueremans en ik aankaarten dat kiezen voor lineaire besparingen een heel diverse impact kan hebben op de verschillende getroffen organisaties. Afhankelijk van de mate waarin men als organisatie afhangt van Vlaamse middelen, zal een besparing al dan niet een grotere impact hebben op de inhoudelijke en dagdagelijkse werking. Een sterke afhankelijkheid betekent zware budgettaire donderwolken; wie slechts voor een klein percentage Vlaamse middelen krijgt ten aanzien van de totale werkingskosten, komt deze regenbui makkelijker door.

Ik hoor u pleiten voor projectsubsidies, mijnheer De Gucht. Die zijn inderdaad belangrijk. Maar het is ook belangrijk dat de ruggengraat en continuïteit blijven bestaan. Men mag nooit de structurele subsidies opheffen en met de projectsubsidies overblijven; dan bereikt men niets.

U hebt iets gemist. Ik heb niet gezegd dat men structurele subsidies moet afschaffen. Ik heb gezegd dat het raar ineen zit, dat het zwaartepunt op de structurele ligt. Men zou meer aandacht moeten hebben voor de projectsubsidies. Opvallend genoeg houdt het Kunstendecreet wel rekening met de specificiteit van bepaalde sectoren en/of werkvormen. Zo moeten sommige 12,5 percent eigen inkomsten weten te verzamelen en andere slechts 5. Hier dreigt men via de lineaire besparingen aan voorbij te lopen, zeker omdat men nooit uit het oog mag verliezen dat de specificiteit van een bepaalde organisatie de verwerving van eigen inkomsten in heel sterke mate kan beïnvloeden.

Maar de vraag is: zijn de besparingen eigenlijk wel zo lineair? Levert iedereen wel een gelijke inspanning om een noodzakelijke besparingsronde door te voeren? De analyse van de begroting, waarvoor trouwens heel wat knip- en plakwerk nodig is om het tot een leesbaar document om te toveren – dat is bijna een kunstwerk op zich –, leert ons dat de besparingen lineair zijn binnen de basisallocaties. Tot daar het lineaire principe, want wie daarentegen de effectieve besparingen per organisatie uitrekent, komt tot een ander beeld.

Wat de culturele organisaties betreft, valt duidelijk op dat er grote verschillen zijn naargelang men valt onder het lokaal cultuurbeleid, organisaties Kunstendecreet, het Cultureel Erfgoeddecreet of onder de grote instellingen. Met andere woorden, ook hier lijkt de toverformule van lineaire besparingen een vals dogma te zijn.

Geachte collega’s, subsidies zijn niet zaligmakend en dit wordt indirect ook aangetoond door de noodzaak en de gevolgen van de besparingen. Zoals de minister reeds vermeldde in de commissie alsook in de beleidsnota, moet er gekeken worden naar alternatieve manieren om kunst en cultuur financieel te ondersteunen. Wij zijn hiervoor vragende partij en kijken ter zake dan ook met veel interesse uit n aar een debat ten gronde. We beseffen dat klare wijn schenken momenteel niet evident is, temeer daar heel wat mogelijke maatregelen in samenspraak met het federale niveau zullen moeten worden genomen. Dit neemt niet weg dat het voor ons momenteel onduidelijk is aan welke mogelijke pistes wordt gedacht. Duidelijkheid hierover is wenselijk, liefst op een zo kort mogelijke termijn.

Bart Caron

Mijnheer De Gucht, als u het hebt over andere financieringsbronnen, waaraan denkt u dan?

Mijnheer Caron, u was aanwezig in de commissie voor Cultuur toen de voorzitter van de commissie op de vraag of er geen alternatieve financieringsmogelijkheden waren, waarover trouwens ook in de beleidsnota van de minister sprake is, antwoordde dat daarover een debat wordt gepland.

Bart Caron

Bedoelt u dan bijvoorbeeld ‘tax shelter’ of privésponsoring?

We kunnen nadenken over mecenaat, over tax shelter of over kunstkoopregelingen. Het rare aan België is natuurlijk dat er een samenwerking moet zijn tussen het federale en het Vlaamse niveau, maar in het algemeen gaat het erover dat de minister ter zake een vergadering heeft gepland in de commissie waarin ze haar visie hierop zal geven. Mijn vraag aan de minister, die hier spijtig genoeg niet aanwezig kan zijn, is dan ook waaraan zij denkt. Ik vraag ook om de debatten zo snel mogelijk te laten plaatsvinden, zodat we zo snel mogelijk duidelijkheid kunnen bieden aan de sector.

Erik Arckens

Mijnheer De Gucht, het verbaast me een beetje dat u zo voorzichtig bent over uw eigen voorstellen die u in de Senaat heeft gedaan. Het is natuurlijk niet de bedoeling van de oppositie om de oppositie aan te vallen, maar we moeten tot een constructief debat komen, en als ik me niet vergis, hebt u in de Senaat een voorstel gedaan om de mogelijkheidsvoorwaarden te onderzoeken van het tax-sheltersysteem in de podiumkunsten. Staat u daar nog altijd achter? U laat een beetje uitschijnen alsof u voorlopig nog geen standpunt hebt ingenomen, alsof het nieuw is voor u, het is ook een klein beetje Angelsaksisch. Het lijkt alsof u een zekere reticentie hebt ten opzichte van het systeem, terwijl u in de Senaat een duidelijk voorstel hebt gedaan. Of vergis ik mij? Kunt u daar enige verduidelijking over geven?

Mijnheer Arckens, ik sta nog altijd volledig achter dat voorstel en ik hoop dat uw collega’s in het federaal parlement mij zullen steunen op het moment dat erover gestemd wordt, net zoals ik dat hoop van alle andere collega’s van de partijen die hier aanwezig zijn.

Tot zover enkele algemene bemerkingen bij de begroting. Als we de zaken even wat specifieker bekijken, valt het op dat in relatie met de strategische doelstellingen, de uitwerking ervan vaak een tegenstrijdig, of soms zelfs onrealistisch beeld teweegbrengt.

Neem bijvoorbeeld de strategische doelstelling e-cultuur. In de geest dat dit een strategische doelstelling is, waarvan wij de finaliteit onderschrijven, kunnen we toch niets anders dan stellen dat een bedrag van 116.000 euro – en het gaat reeds om een budgetverhoging – bijzonder weinig is om hier ‘strategisch’ iets mee te doen. Wat wil de minister hier concreet mee aanvangen? De toelichting bij de begroting blijft hier immers bijzonder vaag over.

Een ander punt van aandacht is de strategische doelstelling die het internationaal cultuurbeleid versterkt. Dit is niet onbelangrijk gezien de uitgelezen kansen dat het Belgische voorzitterschap in de tweede jaarhelft van 2010 ons kan bieden op dat vlak. We stellen echter vast dat er een enorm sterke terugval in middelen is: van net iets meer dan 4 miljoen euro naar net iets minder dan 1 miljoen euro. Als toelichting stelt de minister dat deze vermindering past in de algemene besparingsronde en ter compensatie dient van tekorten op verschillende andere basisallocaties – vaagheid troef.

De voorzitter

Als iedereen zoveel tijd neemt, mijnheer De Gucht, zitten we hier tot morgenvroeg. Straks gaat u misschien naar huis en laat u de anderen hier eenzaam achter. Dat weet ik niet.

Onze fractie wenst te onderstrepen dat het terugbrengen tot een kwart van de bestaande middelen niet kan getuigen van een echte strategische doelstelling. Ik dank u voor uw aandacht, mijnheer de voorzitter, beste collega’s.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi

Mijnheer de voorzitter, heren ministers, beste collega’s, t ot mijn vreugde stel ik in de cultuurbegroting geen grote breuklijnen met de afgelopen jaren vast. Op zich is dat een aangename vaststelling. Je zou het haast kunnen interpreteren als een compliment aan het adres van de voorganger van minister Schauvliege.

De afgelopen tien jaar stegen de subsidiestromen met maar liefst 240 miljoen euro. Sinds 1999 betekent dat een procentuele stijging van 134 percent. Het zou erg jammer zijn deze gecumuleerde verdienste te zien verdwijnen. Tot mijn genoegen stel ik dus vast dat dat niet gebeurt. Toch bekruipen mij enkele bezorgdheden die de vreugde ietwat temperen.

De minister heeft besparingen aangekondigd en het kaasschaafprincipe geïntroduceerd. Ik heb eerlijk gezegd bewondering voor de volwassen houding van de professionele kunstensector waarmee die de afgelopen weken gereageerd heeft op die beslissing. We moeten zeer goed beseffen dat de limieten van wat de sector nog kan dragen bereikt zijn. Er zijn geen marges meer. Sommige instellingen zijn wellicht artistiek voorbij de grenzen geduwd.

De economische crisis brengt deze noodzakelijke, wat mij betreft uitzonderlijke, maatregelen met zich mee. Er moeten voldoende middelen ter beschikking worden gesteld en blijven worden gesteld om de artistieke opdrachten correct, efficiënt en effectief uit te voeren. Dat uitgangspunt moet voor ons ook in crisistijd absoluut overeind blijven. Meer nog: we hebben zelfs een morele verplichting om de uitvoering van de artistieke opdrachten mogelijk te maken. Als we naar een besparing op de financiële enveloppes gaan, waarbij de sector op een onwerkzaam niveau komt te staan, is dat niet alleen voor de kunstensector, maar ook voor ons een onmogelijke positie.

De minister lanceerde ook het idee dat organisaties creatief moeten zijn en op zoek moeten gaan naar alternatieve financiering door private partners of sponsors. Laat dit alsjeblieft geen uitholling zijn van de cultuurbegroting en de subsidiepolitiek. De ervaring uit het buitenland leert ons dat professionele organisaties die een dergelijk model hanteerden, en ik denk aan de Royal Opera en andere Angelsaksische organisaties, vandaag voor een nakend faillissement staan. Ze zijn afhankelijk van het mecenaat dat hen in deze crisistijden als een baksteen laat vallen. Dit is voor ons geen na te streven model en zeker geen na te streven politiek.

Ik heb enkele concrete vragen. Ik begrijp de argumentatie niet goed: hoe komt het dat er speling zit op de besparingspercentages van grote instellingen? Dat varieert van 2 tot 5 percent. Graag had ik vernomen hoe die percentages tot stand zijn gekomen.

De begrotingscijfers voor de popmuziek zijn zo goed als virtueel. Wellicht zijn er redenen om het bedrag te verminderen. Hoe zullen de voorziene middelen worden ingezet?

Op het vlak van internationale werking zien we dat het budget fors gedaald is. Ik heb het over niet decretaal geregelde subsidies. Er ging de afgelopen jaren veel aandacht naar samenwerking met Zuid-Afrika, Marokko en Congo. Het is mij niet duidelijk hoe dat in de huidige begroting vertaald wordt. Is er bijvoorbeeld een budget gereserveerd voor de viering van de 50-jarige onafhankelijkheid van Congo? Dat is in 2010. Hoe wordt deze internationale werking verder uitgebouwd, nu de middelen fors gedaald zijn?

Wij moeten niet enkel redelijkheid maar ook verantwoordelijkheidszin aan de dag leggen wanneer we ons buigen over de cultuurbegroting. Ik durf te hopen dat de minister van Cultuur dezelfde mening is toegedaan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Godderis-T’Jonck heeft het woord.

Danielle Godderis-T'Jonck

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, d e begrotingen van de vier beleidsdomeinen Cultuur, Jeugd, Media en Sport vertonen grote gelijkenissen. De ministers van de vier beleidsdomeinen moesten elk in hun beleidsdomein de nodige besparingen doorvoeren. Onzes inziens hebben zij gepoogd om dit zo realistisch mogelijk te doen. Ik wil niet beweren dat al die besparingen overal pijnloos zullen verlopen, maar elke sector behoudt de nodige groei- en bloeikansen. Dat is het belangrijkste.

Ik zal mij in de korte tijd die mij hier wordt toegemeten, concentreren op de bevoegdheid inzake media. Ik zal beginnen met de VRT. Over de VRT is de laatste weken in dit parlement al heel wat gezegd. Ik zal het enkel over de begroting hebben. In de begroting staat dat de werknemersbijdrage van 10 miljoen euro aan het pensioenfonds niet langer door de overheid wordt betaald. Onze fractie vindt het belangrijk dat de VRT goed beseft dat zij deze werknemersbijdrage nu zelf met algemene middelen moet betalen. Het kan niet dat in 2010 geen werknemersbijdrage wordt betaald en dat zo het probleem wordt doorgeschoven naar later. U hebt in de commissie bevestigd dat dit niet het geval zal zijn. Daar zijn wij blij om, maar onze fractie vindt het belangrijk om dat hier nog eens extra te vermelden.

Tijdens de begrotingsbesprekingen is er ook gesproken over de verdeling van de Lottomiddelen. U hoopt in 2010 uit deze pot twee keer 250.000 euro te halen: een eerste keer voor de ondertiteling van nieuwsuitzendingen van private tv-omroepen en een tweede keer voor de verdubbeling van de subsidie aan het Fonds Pascal Decroos. Zowel ondertiteling als kwaliteitsvolle journalistiek zijn voor onze fractie zeer belangrijk. Ik hoop dan ook dat u deze Lottogelden effectief zult ontvangen in 2010. Temeer daar de K.U.Leuven in oktober 2008 in zijn evaluatierapport over het Fonds Pascal Decroos nog de aanbeveling formuleerde om extra personeel aan te werven.

Wat kwaliteitsvolle journalistiek betreft, is onze fractie tevreden over de voortzetting van de Steun aan de Pers en het project Kranten in de Klas (KiK). Het budget wordt een beetje afgetopt, maar er blijft zeker nog genoeg budgettaire ruimte over. Zeker wat Kranten in de Klas betreft, is het begeleidend wetenschappelijk onderzoek belangrijk. Dat onderzoek evalueert reeds een aantal jaar de werking en de gevolgen van het KiK-project. Het is voor ons belangrijk dat u dit onderzoek blijft ondersteunen.

Ten slotte is onze fractie tevreden dat uit de begroting blijkt dat de subsidie aan het satellietkanaal BVN, het Beste van Vlaanderen en Nederland, wordt voortgezet. Meer zelfs, conform de meerjarenovereenkomst 2009-2012 groeit het subsidiebedrag zelfs met 24.000 euro aan. In tegenstelling tot andere fracties hecht onze fractie veel waarde aan dit initiatief.

Deze samenwerking met Nederland laat ons toe om Vlaamse televisieprogramma’s quasi wereldwijd te verspreiden. Een stukje van onze Vlaamse cultuur blijft zo op eenvoudige wijze wereldwijd toegankelijk. Criticasters zullen beweren dat het internet hiervoor een veel beter middel is, maar die gaan dan voorbij aan het feit dat niet overal ter wereld het internet al zo sterk is uitgerold als in Vlaanderen. Om dan nog maar te zwijgen van breedbandinternet, dat je nodig hebt om filmpjes online te bekijken.

Tot slot wil ik de ministers bedanken en feliciteren met de opmaak van de begrotingen van deze vier beleidsdomeinen. Onze fractie zal dit onderdeel zeker steunen. (Applaus bij de meerderheid)

Bart Caron

Wat mevrouw Godderis-T’Jonck zegt over het Beste van Vlaanderen en Nederland, onderschrijft ook onze fractie. Meer zelfs, de samenwerkingsverbanden met Nederland dragen onze bijzondere aandacht weg. Misschien kunt u aan uw minister deze boodschap meegeven: er is voor de dotatie aan de Nederlandse Taalunie een tekort in de begroting omdat we verdragsrechtelijk gebonden zijn door een Noord-Nederlands indexmechanisme voor wat de subsidie betreft. Dat is niet verdisconteerd in de begroting. Ik hoop oprecht met u dat dat in de begrotingscontrole kan worden rechtgezet.

De voorzitter

De heer Deckmyn heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, dames en heren ministers, collega’s, de begroting Sport doornemen was niet echt eenvoudig en de beleidsmatige bespreking zullen we, zoals afgesproken, begin volgend jaar voeren naar aanleiding van de beleidsnota. In het kader van de begrotingsbesprekingen en binnen de mij toegemeten tijd wil ik hierbij twee thema’s naar voren schuiven, en één gegeven dat zeker de nodige aandacht moet krijgen.

Ten eerste wil ik het hebben over de topsportmanager. Wat deze topsportmanager betreft heeft het Vlaams Belang tijdens de bespreking in de commissie al gesteld dat het logisch is dat er zou worden bespaard op dit budget, al was het maar omdat er eenvoudigweg geen topsportmanager meer is. In de begroting voor 2010 wordt dit budget overgeheveld naar Bloso, maar daar worden nog wel degelijk middelen voor de topsportmanager uitgetrokken, alsook trouwens voor de topsportexpert, maar dit terzijde. In de begroting wordt bij wijze van spreken de twijfel over het al dan niet behouden van de topsportmanager ingebakken.

De minister stelt dat hij ter zake niet echt een visie heeft en geen standpunt wil innemen. Hij verwijst immers naar Bloso en de taskforce die de regisseur van het geheel zullen zijn. Ik heb de indruk dat de minister hiermee voorzichtig wil zijn in een beleidsdomein waarover hij tijdens de regeringsbesprekingen niet zelf kon onderhandelen. Toch vind ik het nogal vreemd dat hij de uitvoering van het beleid terzake integraal overlaat aan hen. Volgens wat ik heb gelezen zullen ze bekijken hoe ze het beleid zullen uitvoeren.

Mijnheer de minister, in deze taskforce zetelt ook het BOIC. Een van de kritieken waar ik uw voorganger mee confronteerde was dat hij een organisatie, die zich niet aanpast aan de federale logica van dit land, mee het sportbeleid in Vlaanderen laat bepalen. Het Vlaams Belang vraagt een structurele reorganisatie van het BOIC, dat nog steeds federaal werkt, hoewel Sport al jaren een gemeenschapsmaterie is.

We hebben het daar in het verleden, naar aanleiding van begrotingsbesprekingen en beleidsnota’s, al vaak over gehad. Zolang dit niet gebeurt, is het vreemd dat een organisatie zoals het BOIC inspraak krijgt in het Vlaamse sportbeleid, terwijl het zichzelf afschermt ten aanzien van dit Vlaamse beleid en vindt dat Vlaanderen zich niet met hem moet bezighouden.

Mijnheer de minister, een tweede zaak die ik hier kort wil aanstippen is de subsidiëring van de Koninklijke Belgische Voetbalbond, nu via de Voetbalfederatie Vlaanderen. Ook dit is een punt dat voor het Vlaams Belang moeilijk ligt, aangezien de splitsing van de Belgische Voetbalbond, door uw voorganger geïnitieerd, wat ons betreft geen echte splitsing was.

Blijkbaar gaat u verder op de door uw voorganger ingeslagen weg en kiest u ervoor om veel geld en energie te steken in een voetbalfederatie die niet alleen zeer slecht wordt bestuurd, maar bovendien niet gesplitst is.

Hoe moet je anders de vreemde constructie noemen waarvan de twee hoogste afdelingen buiten die zogenaamde splitsing vallen en waarvan de verantwoordelijken nog steeds niet aanvaarden dat sport een exclusieve gemeenschapsmaterie is? In plaats van de fouten van Bert Anciaux te herstellen, bevestigt u deze. Dat stelt me wat teleur van een N-VA-minister. Maar u kunt misschien nog aanvoeren dat uw partij de regeringsonderhandelingen voerde toen u zelf nog geen betrokken partij was.

Nochtans was het voor de voetbalbond van meet af aan erg duidelijk. Zij stelden naar aanleiding van de oprichting van de Voetbalfederatie Vlaanderen heel duidelijk dat er voor hen geen sprake was van een echte splitsing. Voor hen was het een puur financiële operatie. De bondsvoorzitter heeft dit beklemtoond door ook via de media heel duidelijk te maken dat er op het terrein niets zou veranderen.

Het gaat hier dus om een kunstgreep om financiële middelen van de Vlaamse overheid binnen te halen zonder zich echt te splitsen, iets wat andere sportfederaties in Vlaanderen blijkbaar wel kunnen.

Het Vlaams Belang heeft naar aanleiding van deze zaak diverse moties voorgelegd. Zo stond er in een motie van 4 december 2008: “ 3° in het geval van een splitsing, overeenkomstig de decretale bepalingen, voldoende financiële middelen uit te trekken, zodat zowel de subsidiëring van de nieuwe federatie als de subsidiëring van reeds bestaande oudere sportfederaties niet in het gedrang komen”.

Ik vermeld dit omdat het niet volledig duidelijk is of de subsidiekraan die opengedraaid wordt voor de voetbalbond, geen kwalijke gevolgen dreigt te creëren voor de reeds bestaande oudere sportfederaties. Tijdens de commissiebespreking werd er terecht opgemerkt dat dit helaas wel zou kunnen gebeuren.

Tot slot, mijnheer de minister, nog heel kort een opmerking over de dopingproblematiek en de manier waarop u dit wilt aanpakken. Uit de begroting kunnen we alvast niet opmaken dat u dit een belangrijke beleidsprioriteit vindt. De recente ontwikkelingen rond de twee geschorste toptennissers doen mij echter vrezen voor het feit dat er eerder meer dan minder inspanningen zullen moeten gebeuren inzake onder andere Medisch Verantwoord Sporten. Mijnheer de minister, denkt u niet dat de recente gerechtelijke uitspraak het decreet onderuit zal halen met alle budgettaire gevolgen van dien? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Gysbrechts heeft het woord.

Peter Gysbrechts

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, sport ontsnapt niet aan de besparingsronde die de regering heeft doorgevoerd. Voor 2009 gaat er uiteindelijk 757.000 euro van het budget af. Volgend jaar zal de sportwereld het met nog veel minder moeten doen. In totaal staat er 3,7 miljoen euro besparingen ingeschreven.

Als er dan toch bespaard moet worden, dan zou men denken dat de regering de corebusiness van het sportbeleid intact zou laten en eens kritisch zou kijken naar de franjes die minder noodzakelijk zijn. Ik heb het dan over de vele proeftuinen en experimenten die de vorige minister van Sport heeft opgestart en die nu aan evaluatie toe zijn. Maar dat is amper gebeurd.

Ik zal me beperken tot een aantal specifieke items. Het eerste is investeren in infrastructuur.

Bart Caron

Mijnheer Gysbrechts, u doet nu een gratuite uitspraak. U zegt dat er geen evaluatie is gebeurd maar intussen schoffelt u die experimenten wel onder de grasmat. Op basis waarvan doet u dat dan? Waarom zijn die proeftuinen voor u niet oké?

Peter Gysbrechts

Mijnheer Caron, ik schoffel die niet onder de grasmat. Ik zeg alleen dat er geen evaluaties zijn gebeurd. Dat is ook heel duidelijk gezegd in de commissie. Er is ook aan toegevoegd dat die proeftuinen dringend geëvalueerd moeten worden. Ik denk dat u een zeer gratuite uitspraak doet.

Voor sport heeft men infrastructuur nodig. Ik heb het dan over de voetbalstadions. Het is al langer bekend dat ook de voetbalstadions in Vlaanderen dringend investeringen vragen. Een stadion met 40.000 zitjes kost ongeveer 100 miljoen euro. De hefboomfinanciering bij de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen voor maximum 50 miljoen euro voor twee stadions met meer dan 40.000 zitjes en 6 oefenstadions is dan ook peanuts in dit verhaal.

De FIFA is trouwens vragende partij voor meer dan die twee stadions. De 1 miljoen euro voor flankerende maatregelen in de begroting zal daar ook niet veel aan veranderen. En het verhaal over de ingediende dossiers is blijkbaar ook nog niet afgelopen.

Nu, als de minister zijn woorden wil omzetten in daden, dan kiest deze hele Vlaamse Regering resoluut om meer te investeren in die stadions. Dat die investering onze kansen verhoogt voor de organisatie van het WK zou mooi meegenomen zijn, maar zou vooral blijk geven van een ambitieuze minister van Sport en, specifiek voor dit dossier, van een ernstige en vooral gemeende ambitie van deze regering om het WK binnen te halen. Met alle respect voor al degenen die hierbij betrokken zijn, voor onze collega’s uit Nederland en de voetbalwereld moet ik stellen dat het mij wel eens voorkomt dat wij maar doen alsof we ambitie hebben.

Bij de Bloso-centra is er het bekend tekort in de begroting. We hebben het daarover al even gehad. Volgens de minister is het een detail. Ik wil de zaak ook niet opblazen. Zoals in de commissie al is aangehaald, stellen wij ons vragen bij de dotatie voor Bloso in uitvoering van artikel 62bis. Er wordt slechts 80 percent van de middelen ingeschreven, ook al staat er letterlijk in de begrotingsnota dat de Bloso-centra hiermee geen normale werking kunnen garanderen. Er wordt gezegd dat die Lottomiddelen wel degelijk zullen volgen. Men zegt wel duidelijk dat deze extra middelen onontbeerlijk zijn. Begroot ze dan in de toekomst, alstublieft!

Het is jammer dat we voorlopig de intenties van de minister met betrekking tot de interactie tussen school en sport niet kunnen terugvinden in de begroting 2010. De beleidsnota benadrukt het belang van het onderwijs in sportparticipatie en dus het toeleiden van jongeren naar de sport. Toch blijft de dotatie voor 2010 gelijk aan die van de derde begrotingscontrole 2009. Als we de lokale schoolsportwerking verder willen uitbouwen, zal Bloso in de toekomst meer moeten investeren en moeten er meer fundamentele beslissingen genomen worden over de manier waarop we sport kunnen integreren in het onderwijs.

Mijnheer de voorzitter, dit is een begroting met weinig dynamiek. Deze begroting straalt eerder soberheid uit dan ambitie. Voor sport kan dit zeker niet. Investeren in sport is goed. Investeren in sport is besparen op gezondheidszorg. Maar de inzet van de middelen evalueren en doelstellingen uitzetten in de sport, dat is noodzakelijk. Als we willen weten of onze investering rendeert, zullen we in de toekomst meer tijd en aandacht moeten spenderen aan rapporteren, evalueren en vooral, mijnheer Caron, bijsturen. Ik denk hierbij onder andere aan de topsportscholen, schoolsportproeftuinen. Die komen zeker terug bij de bespreking van de beleidsnota. Sport is een competitie waar men streeft naar de beste resultaten. Dit principe zou ook moeten gelden voor het sportbeleid.

Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik rond af met een citaat uit de pers. Ik zal ook de bron vermelden. In het magazine van Voka van deze maand stelt IOC-voorzitter Rogge dat goed besturen, willen winnen is. Hij doet een oproep tot meer ambitie. Het verschil tussen middelmaat en top zit in de hang naar perfectionisme, aldus de heer Rogge. En neen, collega’s, dit ging inderdaad niet over deze begroting. Maar die woorden zijn o zo van toepassing. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Delva heeft het woord.

Paul Delva

Mijnheer de voorzitter, ministers, collega’s, deze begrotingscontrole en de begroting 2010 voor de bevoegdheid Cultuur vormen natuurlijk een weerspiegeling van de financiële storm waarin onder andere Vlaanderen en Brussel zijn terechtgekomen. Ze heeft belangrijke gevolgen gehad voor de economische situatie van staten en deelstaten, wat dan weer een repercussie had en heeft op diverse budgettaire aspecten. En dus kent ook de begroting Cultuur een budgettaire knik, wat een echte breuk betekent na zovele jaren van groei, soms sterke groei. Mevrouw Idrissi heeft daar terecht op gewezen.

Ik wil bij het begin van deze uiteenzetting even mijn appreciatie uiten voor de culturele spelers en actoren die op de een of andere manier bij deze begroting betrokken zijn. Heel veel actoren deelden mee dat zij begrip hadden voor de moeilijke, huidige budgettaire situatie, en dat ze hun verantwoordelijkheid wensten op te nemen in deze problematiek, die hen ook maar overvalt. Ik waardeer dit, en ik wens te onderstrepen dat het feit dat de culturele sector in Vlaanderen in dezen een heel verantwoordelijke en constructieve houding aanneemt, een krachtig en vertrouwenwekkend signaal vormt.

Ik citeer hierbij even de Verenigde Organisaties Beeldkunst (VOBK) – maar ik zou ook andere voorbeelden kunnen geven zoals Overleg Kunstenorganisaties (oKo) –: “Er moet bespaard worden. We vinden het als culturele organisaties vanzelfsprekend dat ook wij hier ons steentje bijdragen. De relevantie van deze besparingen wordt door ons niet in vraag gesteld.”

Collega’s, er wordt dus bezuinigd. Dit is een heikele opdracht en ook een nieuwe opdracht, en toch kan ik mezelf terugvinden in de grote lijnen ervan. De begroting 2010 is de eerste echte begroting van de nieuwe minister en – ook al moet hier opnieuw bespaard worden – toch merken we enkele belangrijke beleidselementen, zoals de stijging van de budgetten van het Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI). Dat toont duidelijk aan dat ook in deze budgettair donkere tijden de blik op de culturele horizon wordt aangehouden. Meer dan ooit denk ik dat, ook in het culturele beleidsdomein, lange termijnpistes en oplossingen het nodige houvast kunnen bieden.

Ik wil een woordje zeggen over de indexproblematiek en het debat hierover met de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkelingswerk (FOV). Ik zal niet in de techniciteit van het debat treden, maar toch waardeer ik, en een flink deel van de culturele sector met mij, dat de minister in dit kader een belangrijke financiële inspanning gedaan heeft, en dit ondanks de moeilijke budgettaire situatie. Ik denk dat er een eerlijk antwoord gekomen is op een eerlijke vraag.

Bart Caron

Mijnheer Delva, u steekt de loftrompet van de ene belangenbehartiger die onderschrijft dat ook de cultuursector verantwoordelijkheid heeft bij besparingen. Aan de andere kant treedt u de minister bij als het gaat over de indexering van de sociaal-culturele sector, waarbij zijn belangenbehartiger, de FOV, maandenlang heeft gedebatteerd over de toepassing van de formule van de spilindex.

Het is mij gelijk hoe het gebeurt, maar er moet wel gebeuren wat er in het decreet staat. U zegt: ik geloof de minister dat er extra budget is gevonden. Dat vind ik fijn, maar de minister had wel anderhalf miljoen euro gereserveerd en heeft dat op basis van de argumentatie van de Inspectie voor Financiën, gereduceerd tot de helft. Daar gaat u niet aan voorbij. Aan dat niet-voorbijgaan zal ik u de komende jaren geregeld eens herinneren. Voor mijn part mag het decreet gewijzigd worden als men de indexformule niet lust, maar ik vind wel dat ze moet worden toegepast. Men heeft de sociaal-culturele sector 800 euro ontnomen. Dat is de realiteit.

Paul Delva

Ik zal er niet dieper op ingaan. Ik weet dat de minister met een moeilijke situatie uit het verleden geprobeerd heef tot een oplossing te komen. Dat was niet gemakkelijk, dat is juist. De FOV heeft daar kritiek op geleverd, dat is ook juist. Er kan altijd meer worden gevraagd, dat weet ik wel, maar we zijn tot een oplossing gekomen waarmee het gros van de sector het kan stellen, hoop ik.

Ik maak van de gelegenheid graag gebruik om even stil te staan bij een belangrijk onderdeel van het Vlaamse cultuurbeleid, namelijk het sociaal-cultureel volwassenenwerk en meer bepaald de subsidiëring ervan. Enkele weken geleden vond voor de tweede keer het evenement ‘Boekstaven’ plaats. Net als verleden jaar viel me de verhouding tussen overheidsmiddelen en eigen middelen in de sector enorm op. Deze verhouding valt voor de sector veel positiever uit dan vele mensen zouden denken. De subsidies dekken niet eens de personeelskosten. Ik heb aan de sector gezegd dat ze deze vaststelling van de daken moesten schreeuwen. Ik denk dat perceptie van deze zo belangrijke sector er alle belang bij heeft dat dit gegeven zo ruim mogelijk bekend wordt en daarom haal ik dit vandaag nog graag even aan in het kader van de begrotingsbesprekingen.

Ik heb enkele bedenkingen per werksoort. Ik herhaal vandaag graag dat als we het hebben over de verenigingen in Vlaanderen en Brussel, het gaat over duizelingwekkende getallen, niet wat subsidies betreft, maar wat leden, vrijwilligers en activiteiten betreft. Hun rol kan niet overschat worden. Voor Vlaanderen en Brussel betekenen ze een fantastische troef. Laten we ze koesteren, ook in deze budgettair moeilijke tijden.

Ik haal nog even de landelijke vormingsinstellingen aan. Het valt me op dat ze heel wat activiteiten ontwikkelen waarvoor ze niet gesubsidieerd zijn en die hun geld kosten. Dat heeft te maken met een strak decretaal keurslijf. De vormingsinstellingen worden niet financieel verwend door het decreet.

We moeten ook durven vooruitkijken, collega’s. Waar wil het Vlaamse cultuurbeleid binnen 10 of 20 jaar staan? Waar liggen de uitdagingen? Op het vlak van het sociaal-cultureel werk haal ik er vandaag een uitdaging uit: welke impact heeft de voortschrijdende diversiteit van onze samenleving op het sociaal-cultureel werk?

Ik stel vast dat er in Brussel op één jaar tijd een hele sterke daling is geweest van het aantal lokale afdelingen van de verenigingen, een daling van 613 naar 536 afdelingen. Dat baart me zorgen. Ik vraag me af of er een causaal verband bestaat tussen de toenemende diversiteit in Brussel, met nieuwe kleuren en nieuwe ideeën, wat heel goed is, en de evolutie van het klassieke sociaal-culturele werk. Het lijkt me belangrijk om dat te onderzoeken. Brussel fungeert immers vaak als een laboratorium voor Vlaanderen.

Ik heb enkele conclusies. Ik vind het belangrijk de uitnodigende houding van de minister even in de verf te zetten. Bij de eerste begrotingscontrole van 2010 wil de minister samen met de sector bekijken waar er door de besparingsoperaties eventueel collateral damage zou zijn veroorzaakt, die dan moet worden hersteld.

De beleidsnota Cultuur begint met de gevleugelde woorden: “Cultuur is een geschenk aan de toekomst.” Dat klopt helemaal. Of het nu gaat over letteren, podiumkunsten en muziek of film en musea, ook de komende generaties moeten daar met volle teugen van kunnen genieten. Deze openingszin krijgt pas zijn volle gewicht als we het even hebben over het erfgoed. Het erfgoed zal pas een waarde hebben voor de komende generaties als het op een optimale wijze bewaard en behouden kan blijven. Het evenementiële in het erfgoedbeleid is belangrijk, maar helemaal niet voldoende. Als we ons erfgoed vandaag niet goed bewaren, is er morgen geen erfgoed meer om door te geven. Het erfgoed bewaren kost handen vol geld en is niet noodzakelijk populair, maar het beantwoordt voor 100 percent aan het rentmeesterschapsprincipe, een van de bouwstenen van het personalisme, en dat ligt ons zeer na aan het hart.

De budgettaire oefening die we vandaag bespreken, is niet evident. De bouwstenen ervan zijn de volgende: een moeilijke budgettaire context, een nieuwe regering, een nieuwe minister en een terecht mondige sector met terechte verwachtingen. Om met die bouwstenen een stevig huis te bouwen, hebben we sterke cement nodig. Een dergelijk sterk huis is in het belang van iedereen: van de culturele spelers, van de steunpunten, van de koepels, van de belangenbehartigers en natuurlijk van de cultuurparticipanten. Dat cement zal de komende weken en maanden bestaan uit vertrouwen, uit dialoog, uit overleg én uit het vaste geloof dat dit parlement en ook deze regering alleen het allerbeste voorhebben met onze unieke en waardevolle culturele sector in Vlaanderen. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, ik had graag al een reactie gegeven op het debat over het sportbeleid. Ik wil eerst beginnen met de topsportmanager. Voka wordt hier veel geciteerd. Ik ben daar uiteraard heel blij mee. Een van de uitspraken van Voka is ook: structure follows strategy. Bepaal eerst de inhoud en zeg daarna welke structuren die inhoud gaan realiseren. Dat is ook waarmee ik bezig ben. Mijnheer Deckmyn, zoals u weet, is het Topsportactieplan geschreven. U hebt er een exemplaar van gekregen. De filosofie ervan is dat ik, uiteraard samen met de taskforce Topsport, het topsportbeleid zal bepalen, in het kader van het Topsportactieplan zoals dat is bepaald. De topsportmanager is daar maar één functie van. Ik wil in overleg met hen voort bekijken in welke mate de topsportmanager nodig is, en of er opnieuw een topsportmanager in dienst moet worden genomen of niet. De inhoud is echter het belangrijkste, en die discussie zullen we nog voeren.

Wat de aanwezigheid van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) in de taskforce Topsport betreft, we kunnen daarover treuren, maar tot op heden is voor de olympische sporten België als enige erkend. Het BOIC speelt ter zake nog altijd een belangrijke rol, en we kunnen moeilijk beweren dat de olympische sporten niet behoren tot de topsport. Het lijkt me dus logisch dat we die mensen laten meedoen, in afwachting van eventuele wijzigingen.

Wat de subsidie van de Vlaamse Voetbalbond betreft, heb ik ook in de commissie een en ander duidelijk naar voren gebracht. Ze zijn net begonnen. Laten we kijken hoe dat werkt. We hebben ter zake in een budget voorzien. Als er bijkomend geld nodig is, zullen we daarvoor zorgen. We zullen bekijken op welke manier.

Wat de doping betreft, zijn de zaken natuurlijk allemaal heel hypothetisch. Er is een eerste uitspraak in kortgeding. Mocht ik op basis daarvan in budgetten voorzien, zou u zich afvragen of dat nu een goede begroting is. Laat me daar dus werken met de budgetten die er vandaag zijn. Ze zijn niet verminderd. We houden die budgetten aan. Dat lijkt me logisch. Dat is voldoende om het dopingbeleid dat we willen voeren, te blijven garanderen.

Dan kom ik tot het betoog van de heer Gysbrechts.

Mijnheer Gysbrechts, ik zei al in de commissie dat de proeftuinen uiteraard zullen worden geëvalueerd. Een evaluatie kan tot gevolg hebben dat een aantal van die proeftuinen ook structureel moeten kunnen worden en dat we dan met nieuwe proeftuinen starten. Dat is de bedoeling. Dat is de filosofie. Daarin werd budgettair voorzien.

Wat betreft de voetbalstadions: u kunt het peanuts vinden. Ik stel alleen maar twee belangrijke zaken vast. Ten eerste dat we een oproep hebben gedaan aan alle eerste- en tweedeklasseclubs met de vraag wie interesse had om een stadion van 40.000 plus 4000 plus 6000 parkeerplaatsen – u kent de FIFA-normen – te bouwen. Daardoor weten zij wat de inbreng van de Vlaamse Regering kan zijn: 10 miljoen euro goedkope leningen. Ik kan alleen maar vaststellen dat er vier steden en clubs zijn die zich, met financieel plan en alles erbij, kandidaat hebben gesteld. Blijkbaar is dat toch voldoende voor hen.

Ik heb ook de Voetballiga en de Vlaamse Voetbalbond op bezoek gehad. Zij vragen mij uitdrukkelijk om niet in te veel subsidies te voorzien voor voetbalclubs. Dat is misschien toch heel belangrijk. Een goed stadion kunnen bouwen met zware subsidies is volgens hen concurrentievervalsend en ook competitievervalsend omdat een goed stadion automatisch extra toeschouwers met zich kan meebrengen. Als we dit met overheidsgeld voor één, twee, drie of vier clubs doen, staan ze allemaal op een rij om die subsidies te vragen.

Blijkbaar werd de filosofie van de goedkope lening ook gesteund door de Voetballiga en de Vlaamse Voetbalbond.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Mijnheer de minister, ik heb er geen probleem mee. Het is inderdaad niet de taak van de Vlaamse overheid om volledig op eigen kosten stadions neer te poten. U mag dat trouwens ook niet vanwege de Europese regelgeving ter zake. Voetbalclubs worden beschouwd als bedrijven en dan zou dat overheidssteun zijn aan bedrijven. De Europese regelgeving verbiedt dat.

Men kan niet zeggen dat dit competitievervalsing is. We mogen niet blind zijn voor wat er aan de overkant van de taalgrens gebeurt. We weten allemaal dat het stadion van Mons gebouwd is door de Waalse Gemeenschap en door de stad Mons. Idem dito voor Moeskroen. We moeten daar niet flauw over doen. Aan de overkant van de taalgrens gebeurt dat ook.

Mijnheer Wienen, niet ikzelf maar de Voetballiga en de Vlaamse Voetbalbond spreken over concurrentievervalsing. En het lijkt me allesbehalve opportuun om een Vlaams beleid te voeren dat een afspiegeling is van het beleid elders in het binnenland of het buitenland.

Wim Wienen

Wat de vier geïnteresseerde steden betreft: er zijn meer aanvragen binnengekomen op uw kabinet dan enkel van de vier steden. We vernamen dat in het Antwerpse één dossier onontvankelijk is verklaard omdat het de steun van de stad niet had. Toen men aan onder meer de voetbalclubs en de steden vroeg of ze geïnteresseerd waren, waarin stond dat dat een onlosmakelijke voorwaarde was om tot onontvankelijkheid over te gaan?

Het was een voorwaarde die duidelijk stond in de aanvraag gericht tot alle clubs uit eerste en tweede klasse. Het stond vóór de criteria. Het stond erin dat het een minimumvoorwaarde was. De clubs moesten dit luik invullen. Op het formulier staat letterlijk: ‘vereist akkoord van de gemeente of lokale overheid’. Alle luiken moesten ingevuld zijn. Blijkbaar heeft iedereen dat begrepen en gezien behalve één persoon van één club. Men is, voor zover ik weet, niet naar het gerecht gegaan. Men klaagt het, voor zover ik weet, niet aan. Het is alleen door een persoon van Germinal Beerschot Antwerpen (GBA) naar de krant gebracht.

Wat de centra van het Bloso betreft, vind ik de gemaakte opmerking vrij raar. Dit is al meer dan tien jaar een traditie. Dit gold voor mijn voorganger en wellicht ook voor alle voorgangers daarvoor. De gelden van de Lotto worden voor 80 percent door het Bloso ingeschreven. Pas als we volledig zeker zijn dat de gelden van de Lotto komen, wordt de laatste 20 percent overgemaakt.

Wat sport en onderwijs betreft, merk ik op dat we het budget in tijden van besparing op peil houden. Dit is al een eerste stap. De rest zullen we in de loop van de komende jaren wel zien.

Peter Gysbrechts

Als ik het met betrekking tot de WK-stadions over peanuts heb, verwijs ik vooral naar het budget. De minister weet dat. De investeringen zijn het gevolg van een ambitie. Het is ons doel het WK binnen te halen. De subsidies aan de stadions zijn daar een gevolg van. Volgens mij is de ambitie te klein. Als we er echt voor willen gaan en het WK echt willen binnenhalen, is een budget van 50 miljoen euro te klein. Ik noem dat peanuts.

Wat de proeftuinen betreft, deel ik de mening van de minister. Het is de bedoeling dat er rapporteringen en evaluaties komen. Daarna moeten we iets doen. Ik spreek dat zeker niet tegen. Ik heb dit gewoon even gemeld. Ik begrijp de opmerking van de heer Caron dan ook niet goed.

Wat de centra van het Bloso betreft, weet ik dat dit een traditie is. Dat is al eerder toegelicht. In de tekst staat evenwel dat 100 percent van het budget absoluut noodzakelijk is om de werking te garanderen. Er is echter maar 80 percent ingeschreven. We kunnen dus best een andere oplossing zoeken. Tot hiertoe is het altijd gelukt. Ik vind het gewoon enigszins raar zoiets in een begroting te zien staan.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, wat de eventuele kandidatuurstelling voor het WK van 2018 of van 2020 betreft, wil ik opmerken dat de problematiek van de voetbalstadions los van deze kandidatuur moet worden gezien. Als ik me niet vergis, wordt de beslissing pas eind volgend jaar genomen. Indien we al in aanmerking zouden komen, zou ik het in elk geval vreemd vinden het volledig gewicht hiervan al in de begrotingsopmaak voor 2010 terug te vinden.

Regeling van de werkzaamheden
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.