U bent hier

De voorzitter

De heer Wymeersch heeft het woord.

Frans Wymeersch

Mevrouw de voorzitter, de afgelopen weken en maanden zijn heel wat Vlaamse gemeenteraden met de befaamde zoneringsplannen voor de afbakening en de toepassing van de individuele behandeling van afvalwater (IBA) geconfronteerd.

Aangezien hierover enige onduidelijkheid bestaat, heb ik in de gemeenteraad van Sint-Niklaas de bevoegde schepen over dit onderwerp geïnterpelleerd. Hij heeft me geantwoord dat de afbakening van de zoneringsplannen de eerste stap is. Voor het overige heeft hij alles in het midden gelaten. Ook volgens hem is er nog heel wat onduidelijkheid over de financiering en over het aandeel van het Vlaamse Gewest, van de gemeenten en van de particulieren.

De heer Sintobin heeft de bevoegde schepen van Izegem schriftelijk dezelfde vraag gesteld. Ik citeer even het antwoord dat hij op 12 september 2007, ondertussen al zes of zeven weken geleden, heeft gekregen: "Wij kunnen antwoorden op uw vraag naar de kostprijs van IBA's. De voorgestelde kostprijs van 6000 euro is te hoog. De gemiddelde kostprijs bedraagt 3000 euro, waarvan 30 percent gesubsidieerd door de stad, 30 percent door het Vlaamse Gewest en de rest, 40 percent, bekostigd moet worden door de particulier in kwestie".

Een aantal weken geleden heeft de VVSG zich in een aantal uitspraken vrij ongerust getoond over deze problematiek. De kostprijs is immers enorm.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen burgers: zij die aanspraak kunnen en mogen maken op de collectieve waterzuivering via aansluiting op het openbaar rioleringsnet en zij die in een rode zone liggen en zullen moeten werken met een IBA. Dat heeft een kostprijs. De VVSG zegt dat de steden en gemeenten niet voldoende financiële middelen hebben om de kosten te dragen. Ze waarschuwt er ook voor dat het gelijkheidsbeginsel geweld wordt aangedaan doordat sommigen op een vrij goedkope manier een beroep kunnen doen op het openbaar rioleringsnet en anderen enkele duizenden euro's zullen moeten neertellen voor de aanschaf van zo'n IBA. Dan heb ik het nog niet over de kosten van het onderhoud en de controle van de effluenten. Anderen zeggen dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden omdat dit aan dezelfde parameters moet worden getoetst. Nog anderen zeggen zelfs dat wie ervoor kiest om in het buitengebied te wonen, daar de gevolgen en kosten van moet dragen. Daarmee is het hek helemaal van de dam.

We worden geconfronteerd met Vlaamse regelgeving die voor iedereen gelijk is en met het goede doel om ons afvalwater zo zuiver mogelijk te maken. De Vlaamse Regering en de Vlaamse overheid moeten daar de financiële consequenties van dragen en niet de steden en gemeenten en particulieren met de kosten opzadelen. Dat is mijn standpunt.

Gisteren verscheen er een persbericht van uw kabinet waarin staat dat is beslist om in 92 miljoen euro extra te voorzien voor de financiering van de IBA's. Mevrouw de minister, klopt dat? Volstaat dat bedrag om alle steden en gemeenten genoeg middelen te geven om de kosten te dragen? Gaat u ermee akkoord dat particulieren niet mogen worden gediscrimineerd, waar ze ook wonen? Dat is de hamvraag. De Vlaamse Regering mag geen discriminatie bewerkstelligen omwille van decreetgeving. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, dames en heren, ik was nogal geschrokken door het jaarrapport Water 2006 dat maandag door de Vlaamse Milieumaatschappij werd voorgesteld. Daar bleek immers jammer genoeg uit dat de waterkwaliteit in Vlaanderen stagneert en niet meer verbetert. Ondanks onze miljardeninvesteringen in de waterzuiveringsinfrastructuur en ondanks onze vuistdikke nieuwe mestactieplannen, zit er geen verbetering meer in de kwaliteit van ons water. Dat is uiteraard spijtig voor al diegenen die van die watervoorraden gebruik willen maken zoals drinkwaterintercommunales, drinkwatermaatschappijen voor drinkwaterwinning, hengelaars, recreanten enzovoort. Dat is straks ook spijtig voor de belastingbetaler: vorige week heeft Europa ermee gedreigd België opnieuw voor het Europees Hof van Justitie te dagen nadat we al veroordeeld waren voor het niet omzetten en toepassen van de Europese richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater. Deze keer zou de Europese Commissie ons land ook boetes opleggen.

Mevrouw de minister, ik heb uw antwoord op dat rapport gehoord. U zegt dat er nog een serieuze inhaalbeweging moet gebeuren op het vlak van landbouw en het rioleringsbeleid. Ik ben het met u eens. Alleen stel ik ook vast dat er in het MAP-meetnet van waterkwaliteitspunten in het agrarische gebied geen verbetering wordt vastgesteld. Het rapport heeft nochtans gegevens tot en met de zomer van 2007 opgenomen, toen het nieuwe MAP al van toepassing was.

U weet dat ik het niet eens ben met de beslissing van uw voorganger om zeer soepele afwijkingen aan te vragen bij de Europese Commissie en die al toe te passen vooraleer daar een akkoord over was van Europa. Dat debat wil ik echter hier niet voeren. Ik verwacht dat de Europese Commissie haar licht over deze zaak zal laten schijnen.

Waar ik het met u wel wil over hebben, is het rioleringsbeleid. Zoals de heer Wymeersch heeft gezegd, leeft er op het terrein nogal wat ongerustheid. Gemeenten zijn begonnen met openbare onderzoeken over de zogenaamde zoneringsplannen waarop wordt aangegeven waar de riolen zullen komen.

Het is niet duidelijk of de gemeenten daadwerkelijk riolen zullen aanleggen. In het verleden zijn er nog rioleringsplannen opgemaakt, maar die zijn niet uitgevoerd. Twee derde van het huishoudelijk afvalwater wordt ingezameld en gezuiverd. Het resultaat is echter slechter dan dat van bijvoorbeeld Polen of Letland. Op een of andere manier moeten de gemeenten worden geresponsabiliseerd voor de uitbouw van dat rioleringsnet. Dat kan door de zoneringsplannen te laten opvolgen door uitvoeringsplannen waarin de gemeenten wordt opgelegd waar en binnen welk tijdsbestek bij prioriteit riolen moeten worden aangelegd, waar het regenwater in gebuisde grachten uit het rioolwater moet worden gehaald en waar er een scheiding moet gebeuren tussen afvalwater en hemelwater.

Een ander punt dat voor ongerustheid zorgt, zijn de plichten voor de burgers die buiten het rioleringsgebied wonen, op een plaats waar geen riolen liggen en evenmin riolen worden gepland. Die burgers dreigen met een enorme factuur te worden opgezadeld. Afhankelijk van de bron kan die oplopen tot 3000, 4000, 5000 en zelfs 6000 euro, exclusief de btw, de onderhoudskosten en het elektriciteitsverbruik. Samen met de VVSG, en in overeenstemming met het oordeel van de SERV in zijn aanbeveling over het rioleringsbeleid en de drinkwaterfacturatie zijn wij van oordeel dat een collectief systeem moet worden aangeboden. De gemeenten of de drinkwatercommunales moeten een collectief systeem aanbieden en de kostprijs ervan solidair over alle burgers spreiden. Mevrouw de minister, wilt u op die verzuchting ingaan? Overweegt u om zo'n collectief systeem te laten aanbieden? Overweegt u om daarbij gebruik te maken van de openbaredienstverplichtingen die dankzij een amendement van ons voor de drinkwatercommunales mogelijk zijn?

Bent u verder bereid om de Rio-subsidies voor de gemeenten uit te breiden zodat niet alleen de extra inspanning voor rioleringswerken kan worden gefinancierd, maar ook de uitbouw van het park van individuele afvalwaterzuiveringsinstallaties bij privépersonen in het buitengebied?

De voorzitter

De heer Verfaillie heeft het woord.

Jan Verfaillie

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, de gemeenteraad van de stad Veurne heeft onlangs het zoneringsplan definitief goedgekeurd. Iedereen weet dat er drie mogelijkheden zijn: rioleringen, drukrioleringen en IBA's. Ik ben bezorgd over het systeem van de IBA's, in de eerste plaats voor de landelijke gemeenten. Het probleem is anders in de grootsteden dan in plattelandsgemeenten, want in die laatste moeten veel meer IBA's worden geplaatst.

Als lokaal bestuur hebben we altijd goed ons best gedaan. Ondertussen hebben we op het grondgebied van de stad Veurne al een honderdtal IBA's geplaatst. Dat gebeurde ook met subsidies van het Vlaamse Gewest, waarvoor dank. De stad brengt 1250 euro in, het Vlaamse Gewest 1.000 euro en de VLM brengt ook een belangrijk bedrag in. Dat laatste gebeurde in het kader van een landinrichtingsproject, dankzij voormalig minister Peeters.

We hebben een tiental IBA's van de ongeveer honderd IBA's aan een controle onderworpen. Een geplaatste IBA werkt immers niet altijd. We hebben gecontroleerd of het afbraakproces optimaal is en de restfractie kan worden geloosd. De resultaten zijn enigszins onrustwekkend: slechts twee van de tien gecontroleerde installaties voldoen volledig aan de normen. De gemeenten en het Vlaamse Gewest moeten daar rekening mee houden bij de uitwerking van de zoneringsplannen en subsidiesystemen. Er is nood aan een opleiding van de burgers. Ze moeten leren omgaan met een IBA.

Waterzuivering is heel belangrijk en het Vlaamse Gewest heeft de voorbije jaren op dit vlak al heel wat inspanningen gedaan voor de lokale besturen. Zo hebben de gemeentebesturen nu de mogelijkheid om een waterheffing in te voeren, een extra heffing dus op de waterfactuur, want milieu is ook een bevoegdheid van de lokale besturen. Wij zullen als lokale besturen zeker onze verantwoordelijkheid opnemen.

Maar hoe kunnen we ervoor zorgen dat de installaties die geplaatst worden ook effectief zullen werken? Plaatsen is één ding, opvolgen is een ander ding. Ik denk dat we opleidingen in het omgaan met IBA's zullen moeten inrichten.

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rudi Daems

Mevrouw de minister, geachte collega's, het zal u niet verbazen dat mijn invalshoek anders is. Ik hoorde u op de radio, mevrouw de minister, toen u het VMM-rapport voorstelde en ik heb ook uw persmededeling gelezen. Maar ik heb de synthese van het rapport zelf gelezen en het gaf mij toch een ietwat ander beeld.

U hebt terecht gezegd dat de situatie niet verslechtert, ze stagneert, en lokaal zijn er hier en daar verbeteringen. Maar u hebt niet gezegd dat die lokale verbeteringen op een aantal andere plaatsen teniet worden gedaan door een flinke verslechtering.

Deze regering, maar ook de vorige, heeft flink wat geld geïnvesteerd in riolering en dan vooral in Aquafin, de gewestelijke zuiveringsinfrastructuur. Deze regering heeft er via de eengemaakte factuur voor gezorgd dat de waterfactuur in zijn geheel voor de burger op de meeste plaatsen bijna verdubbeld is. Er is een forse doorrekening aan de burger gebeurd. En dan stel ik vast dat de situatie in Vlaanderen stagneert, maar niet vooruitgaat.

We kennen allemaal een aantal van de problemen. Er is de overdimensionering van de waterzuiveringsinstallaties waardoor er bij regen een vloed van proper water in terechtkomt. Er is het feit dat heel wat burgers niet aangesloten worden op de riolering en dat veel gemeenten weinig doen om daar iets aan te veranderen. En ik moet ook vaststellen dat er een lakser beleid is ten aanzien van de industrie.

Ik citeer uit het VMM-rapport: "Uit de evolutie van de geloosde vrachten de voorbije zeven jaar blijkt dat de dalende trend van de industriële emissies van voorgaande jaren zich niet heeft doorgezet in 2006".

Dan stel ik me natuurlijk de vraag wat deze Vlaamse Regering daar zal aan doen. We hebben in de commissie meerdere debatten gevoerd over Aquafin. Mevrouw de minister, u hebt toen aangekondigd dat u Aquafin via een bijkomend contract ecologische resultaatsverbintenissen zou opleggen. Er was een heel kleine aanpassing bij het begin van de legislatuur, maar die zogenaamde tweede grote hervorming van de Aquafinsamenwerking is er tot nu toe niet gekomen. Ik vraag me af of deze regering van plan is om inderdaad nog wat te doen aan dat contract zodat Aquafin geld krijgt in relatie tot de milieu-inspanningen die ze effectief doet. Want Aquafin krijgt een massa geld, maar er is geen vooruitgang.

In de wandelgangen hebben we bovendien vernomen dat deze regering plannen heeft om de Vlarem-normering voor waterzuiveringsinstallaties te versoepelen. Het zijn maar plannen, maar men zou inderdaad de concentratie en verwijderingsrendementen die nu opgelegd worden aanpassen, lees versoepelen.

Mevrouw de minister, komt er nog iets van de tweede fase van de beheersovereenkomst met Aquafin? Wat moet ik geloven van het feit dat er effectief een versoepeling op komst zou zijn van de VLAREM-wetgeving voor Aquafin?

Een van de merkwaardige vaststellingen is dat sinds 2003 de nitraatverontreiniging opnieuw in stijgende lijn gaat. Ik houd er niet van om te zeggen dat wij de goede waren en u de slechte bent, dat is niet mijn stijl, maar ik stel vast dat er sinds 2003 een merkwaardige stijging is van de nitraatverontreiniging als gevolg van overbemesting. Mevrouw de minister, welke verklaring moet ik daarachter zoeken?

Minister Hilde Crevits

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, collega's, ik stel vast dat de gestelde vragen serieus buiten het bestek gaan van wat was aangekondigd. Maar ik zal me, zoals van een bestuurder wordt verwacht, zo goed mogelijk van mijn taak kwijten.

Het is misschien goed om een en ander te kaderen en het verhaal logisch op te bouwen. Er zijn twee Europese verplichtingen die we moeten volgen. In de stedelijke richtlijn afvalwater wordt opgelegd dat binnen een bepaalde periode de grote agglomeraties gezuiverd moeten worden. Mijnheer Martens, dat is het kader voor uw uiteenzetting.

Eind 2006, zoals ook terug te vinden is in het Jaarrapport Water, hadden we 216 rioolwaterzuiveringsinstallaties die operationeel zijn. In Vlaanderen zijn er 113 grote agglomeraties. Daar zijn we nu bezig met het oplossen van de problemen. Binnenkort start de bouw van de laatste vier rioolwaterzuiveringsinstallaties, zodat er uiteindelijk nog één knelpunt overblijft waarvoor de bouwvergunning nog verleend moet worden. Voor de zuivering van de grote agglomeraties is de definitieve oplossing dus op komst.

Daarnaast is er de kaderrichtlijn Water, die stelt dat we moeten komen tot een goede toestand van het water. Die richtlijn legt nergens expliciet de verplichting op welke zuiveringsinstallaties waar geplaatst moeten worden of hoe dat in concreto gerealiseerd moet worden.

Hoe wordt de waterzuivering in Vlaanderen georganiseerd? De drinkwatermaatschappijen hebben een saneringsverplichting. Bovengemeentelijk is er een overeenkomst met Aquafin. Op gemeentelijk niveau is er in zo goed als alle gemeenten een overeenkomst gesloten met de gemeentelijke overheid.

Mijnheer Daems, u hebt terecht gesteld dat Aquafin resultaten moet leveren. Maar als ik de cijfers van 2007 vergelijk met 2003, zie ik dat in 2003 Aquafin slechts voor 35 miljoen euro aan projecten kon initiëren, terwijl we in 2007 komen aan een initiëring voor 190 miljoen euro. Dat zijn toch cijfers die tellen, en die cijfers zijn jaar na jaar gestegen. Mijnheer Daems, u bent slecht geplaatst om te vertellen dat er geen inspanningen worden geleverd.

Over de ecologische resultaatsverbintenissen heeft ook mijn voorganger al gesteld dat door de VMM, naast het addendum op de beheersovereenkomst, een ecologisch indicatorenkader werd ontwikkeld, om na te gaan hoe we Aquafin kunnen beoordelen op de wijze waarop het afvalwater wordt ontvangen en op het zuiveringsresultaat dat wordt behaald.

Op dit ogenblik worden die criteria getoetst in een vijftiental zuiveringsgebieden. Het is de bedoeling om dat volgend jaar uit te breiden naar veertig zuiveringsgebieden. Zoals u terecht opmerkt, is het de bedoeling om die ecologische criteria in de beheersovereenkomst in te passen.

Wat de gemeentelijke problematiek betreft, heeft het Rekenhof een aantal jaren geleden een rapport gemaakt. Daaruit blijkt dat er inderdaad een knelpunt was. Men spreekt hier over de IBA's, maar wat de gemeentelijke rioleringen betreft, bleven heel wat projecten geblokkeerd. Er was ook een tekort aan vastleggingskredieten.

Op dit ogenblik is er recurrent 67 miljoen euro beschikbaar voor de subsidiëring van de gemeentelijke projecten. Het is uiteraard de bedoeling om dit de komende jaren een duwtje in de rug te geven en extra te stimuleren. Er bestaat, zoals u weet, voor het Vlaams Gewest, een aangepast subsidiëringsbesluit om de projecten zo snel mogelijk verder te blijven uitvoeren.

De zoneringsplannen zijn op dit ogenblik in opmaak. Ze geven een indicatief kader voor wat er moet gebeuren op het grondgebied van de gemeenten. Dat gaat over op welke plaatsen er rioleringen kunnen worden aangelegd, of die rioleringen bovengemeentelijk of gemeentelijk moeten worden aangelegd, en over het feit dat er op de plaatsen waar er geen riolering of drukriolering kan worden aangelegd, er moet worden voorzien in een individuele zuivering.

Hoe gingen gemeenten daar tot op vandaag mee om? De gemeenten die een samenwerkingsovereenkomst Leefmilieu hadden ondertekend, en dat waren er 240 in 2007, konden voor de aanleg van een individuele waterzuiveringsinstallatie in een subsidie voorzien. Het Vlaamse Gewest nam dan het engagement op zich om daarnaast in een gelijkwaardige subsidie te voorzien, beperkt tot een maximum van 1000 euro. Mijnheer Verfaillie, u geeft 1250 euro subsidie. Het Vlaamse Gewest past dan het maximumbedrag bij, namelijk 1000 euro, waardoor de installatiekosten een stuk lager worden.

Een bijkomend voordeel voor particulieren die een dergelijke IBA plaatsten, is dat ze de gemeentelijke saneringsbijdrage niet moeten betalen, want ze voldoen op die wijze zelf aan hun saneringsverplichting.

Wordt er daardoor een ongelijkheid geschapen? De opmerking dat het beter is dat te collectiviseren, is terecht. Ik kan me daar volledig in inschrijven. Het is de bedoeling om die gelijke behandeling van burgers mogelijk te maken vanaf volgend jaar. Er wordt in de mogelijkheid voorzien voor gemeenten om de aanleg van de resterende IBA´s of de IBA´s die zijn gepland in het kader van het zoneringsplan, collectief voor rekening van de gemeente te nemen, waarna men uiteraard de bijdragen van de particulieren int, maar ook de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.

Betekent dat dat er niet in een subsidiëring wordt voorzien? Toch wel. Er wordt op dit ogenblik gewerkt aan een subsidiëringsbesluit. Daarvoor is in de begroting 2008 25 miljoen euro extra voorzien, en dat bedrag kan in 2009 worden opgetrokken tot 50 miljoen euro.

Mijnheer Verfaillie, u maakt een opmerking over de kwaliteit van die individuele waterzuiveringsinstallaties. Er is de voorbije periode al in de commissie Leefmilieu gediscussieerd over hoe we een betere normering kunnen opleggen voor de individuele waterzuiveringsinstallaties. Het Klankbord Water is al een hele tijd bezig met na te gaan hoe we dat het beste kunnen sturen. We kunnen er moeilijk een keurmerk op kleven omdat het gevaar bestaat dat we dan in strijd komen met de Europese concurrentieregels. Daarom is er een derde besluit in voorbereiding waarbij kwaliteitseisen worden opgelegd aan de IBA´s. Die kunnen zo worden omschreven dat ze ten aanzien van het effluent een goed resultaat kunnen realiseren.

Er is nog een weg te gaan en we moeten nog ervaring opbouwen. De gemeente bepaalt zelf wat de hoogte is van de gemeentelijke saneringsbijdrage. Als een gemeente beslist om te collectiviseren en de IBA-verplichting voor haar rekening te nemen, dan kan ze er perfect voor zorgen dat elke burger, zowel de burger die over riolering beschikt als de burger die daar niet over beschikt en voor wie een IBA-verplichting geldt, exact dezelfde bijdragen betalen, zowel de gemeentelijke als de bovengemeentelijke. Het is aan elke gemeente om daar in eer en geweten een beslissing over te nemen, rekening houdende met de plaatsgesteldheid.

Frans Wymeersch

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. U gaat een eindje mee in onze denkrichting, maar dit moet natuurlijk worden verwezenlijkt op het terrein. U zegt een collectivering van het hele systeem te overwegen. Dat is op zich niet slecht, maar de vraag rijst wat dat de burger uiteindelijk gaat kosten. Nu is er immers geen duidelijkheid. We hebben de indruk dat de grootste kosten nog steeds voor de individuele gebruiker of aanlegger van de IBA's zijn. Bij een collectivering gaat alles in één pot en zullen de kosten worden gedeeld. De vraag is wat de steden en gemeenten daarvoor zullen aanrekenen. Heel wat steden en gemeenten zijn niet zo rijk als u en wij allen denken. De overheid legt de steden en gemeenten immers steeds nieuwe verplichtingen op, en dat gaat niet altijd gepaard met de daarbij horende financiële middelen, om het zacht uit te drukken.

Als echter het bedrag waarin het Vlaamse Gewest voorziet, beperkt is en 'arme' steden en gemeenten al evenmin die financiële inspanning kunnen doen, dan betekent dit dat niet alleen diegenen die worden verplicht een IBA aan te leggen in de buidel zullen moeten tasten. Door de collectivering zal iedereen veel dieper in de buidel moeten tasten, door een regelgeving opgelegd door het Vlaamse Gewest. U schermt terecht met Europese verplichtingen. U moet daar dus mee oppassen. Mijn pleidooi is nog altijd het volgende. Deze Vlaamse Regering en meerderheid schermen er steeds mee dat ze over voldoende geld beschikken. De minister-president zit hier trouwens gelukzalig te glimlachen. Welnu, dan lijkt het me logisch dat als deze regering a zegt, ze ook b zegt. Ze moet dus voldoende geld geven aan de steden en gemeenten om de uiteindelijke kosten voor de individuele burger, al dan niet met een collectivering, zo laag mogelijk te houden.

Bart Martens

Mevrouw de minister, ik dank u op mijn beurt voor uw antwoord. Wat de reusachtige investeringen betreft, en de inhaalbeweging die de jongste jaren blijkbaar zou zijn gemaakt: de vraag is of die renderen. Dat is het spijtige aan de zaak: ondanks die bijkomende financiële injectie zien we vandaag geen verbetering van de resultaten. Dat heeft te maken met het feit dat die investeringen vooral op bovenlokaal of gewestelijk niveau worden uitgevoerd. Dan heb ik het over de grote collectoren van Aquafin, over de grote zuiveringsinstallaties. Dat zijn de autosnelwegen van het waterzuiveringsbeleid. Daar worden nu een paar missing links aangepakt, maar er rijden weinig wagens op die autosnelwegen omdat de aanvoerwegen, de rioleringen van de gemeenten, ontbreken. Die wagens rijden dan vaak nog leeg: vaak gaat het over regenwater waarmee die zuiveringsinstallaties geen blijf weten.

Mevrouw de minister, dat is dus het probleem. Het probleem is niet op de eerste plaats een tekort aan middelen, maar het stellen van de verkeerde prioriteiten. De prioriteit zou het rioleringsbeleid van de gemeenten moeten zijn. Ik vind dat u dan nogal vrijblijvend zegt dat dit de verantwoordelijkheid is van de gemeenten, die met de zoneringsplannen wel weten welke uitdaging hen wacht en waar ze riolen moeten aanleggen. U weigert blijkbaar ook om bindende uitvoeringsplannen op te maken, die de gemeenten opdragen om binnen een bepaalde periode bepaalde werken ook daadwerkelijk uit te voeren. Op dat deel van mijn vraag heb ik geen antwoord gekregen.

Wat de IBA's betreft, bent u het er inderdaad voor een deel mee eens dat gemeenten zo'n collectief systeem zouden moeten kunnen aanbieden. U zegt dat u gemeenten de mogelijkheid wilt geven om dat aan te bieden. Nu, die mogelijkheid hebben ze vandaag al. Onze schepenen in Gent, bijvoorbeeld, hebben niet gewacht op een kader om zo'n collectief systeem aan te bieden, beheerd door de gemeente. Daar is sprake van een soort opstalrecht tussen gemeente en inwoner. Dat wordt verrekend via de gewone rioleringsbijdrage, die ook andere inwoners van Gent moeten betalen.

Dus vraag ik u, mevrouw de minister, of u zo'n collectief systeem ook algemeen wilt maken, zodat burgers die in gemeenten wonen die het niet zo nauw nemen en hun verantwoordelijkheid niet opnemen, niet in de kou moeten blijven staan.

Jan Verfaillie

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Mijnheer Martens, u verwijst naar de stad Gent, maar de problematiek van die stad kan helemaal niet worden vergeleken met de problematiek van plattelandsgemeenten. Ik geef u het voorbeeld van de gemeente Heuvelland: een plattelandsgemeente in de provincie West-Vlaanderen. Ik verneem dat ongeveer de helft van de woningen van een IBA-systeem moet worden voorzien. We mogen geen appels met peren vergelijken, maar we moeten uitgaan van gelijkaardige situaties.

Mevrouw de minister, zoals voor zovele andere beleidsaspecten geldt dat twee gemeenten niet met elkaar kunnen worden vergeleken. Elke gemeente moet een oplossing op maat vinden. Ik ben heel tevreden over de IBA's, maar ik blijf me vragen stellen bij de controle. Hoe kunnen de mensen worden begeleid om ervoor te zorgen dat de IBA-systemen op een heel goede en gecoördineerde manier worden gebruikt?

Ik ben er trouwens van overtuigd dat de Vlaamse overheid haar verantwoordelijkheid zal opnemen. De lokale besturen hebben steeds de mond vol over het subsidiariteitsbeginsel. Wij willen zo veel mogelijk bevoegdheden zelf hebben, want wat we zelf doen, doen we beter. Dit is een uniek dossier om daarvan het bewijs te leveren. Mits we de nodige ondersteuning krijgen van het Vlaamse Gewest, zullen we erin slagen om gezuiverd afvalwater aan te bieden.

Rudi Daems

Mevrouw de minister, gezien de vragen van de voorgaande collega's is het begrijpelijk dat dit debat vooral ging over de gemeentelijke waterzuiveringsinfrastructuur en de IBA's. Dat daarover wordt gesproken, is terecht; laat dat duidelijk zijn, maar ik blijf een beetje op mijn honger zitten.

Ik weet dat er een ecologisch indicatorenkader in voorbereiding is en dat er pilootprojecten lopen. Ik zou graag een politiek antwoord krijgen op mijn vraag. Bent u al dan niet van plan om binnen deze legislatuur het contract met Aquafin te herzien?

Op de twee volgende vragen kreeg ik geen antwoord. Ligt er momenteel een voorstel, nog geen beslissing, over de versoepeling van de lozingsnormen voor de openbare waterzuiveringstations in Vlaanderen op de regeringstafel? Is dat zo, ja of neen?

Een ander punt dat onze aandacht verdient, is de nitraatverontreiniging ten gevolge van de overbemesting. Ik zie een merkwaardige knik in de negatieve zin sinds 2003. Welke verklaring kunnen u en uw diensten daarvoor geven?

De voorzitter

De heer Callens heeft het woord.

Karlos Callens

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, deze vraag betreft een megaproject. De burgemeesters uit mijn streek hebben een serieuze vergadering gehouden over IBA's en over het probleem met water. Ik hoor u graag zeggen, mevrouw de minister, dat u heel wat financiële inspanningen hebt geleverd om het project tot een goed einde te brengen. Natuurlijk vragen de kleinere gemeenten zich af of die inspanningen inzake subsidiëring en de eventuele waterheffing boven op de factuur, zullen volstaan. Nu we de kosten kennen, vrezen we dat we dit project nooit zullen kunnen waarmaken. In mijn gemeente wonen heel wat mensen op de buiten. De kostprijs bedraagt ongeveer 1 miljard frank. Voor een gemeente als Ardooie is het bijna onmogelijk om dit project te financieren. Indien nodig kan ik dat bewijzen.

Ik vraag het volgende. De financiële inspanningen zouden meer doelgericht moeten gebeuren. U moet rekening houden met het verschil tussen stedelijk gebied en buitengebied. De steden werden indertijd verplicht om te investeren in hun riolering. De buitengebieden werden niet verplicht omdat het probleem minder aanwezig was. Voor een bewoner die op 1 kilometer van de weg en van de riolering woonde, moest er geen bijkomende riolering worden aangelegd.

Kunt u duidelijker zijn over de subsidiëring? Niet alleen ten opzichte van de gemeenten, maar ook van de particulieren. We komen wel iets te weten via onze hoorzittingen, maar wij weten niet precies wat we aan de burger moeten gaan vertellen. Bijvoorbeeld rietvelden bij particulieren kunnen niet. Ik ken mensen die een poel hebben om een rietveld aan te leggen om water te zuiveren. Waarom moeten zij een aparte IBA bouwen? Zo'n rietveld vergt minder onderhoud. Mevrouw de minister, kunt u de landelijke gebieden anders financieren dan de steden?

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, dames en heren, ik wil drie punten aanhalen. Is de gelijke subsidiëring voor alle IBA's wel een rechtvaardige zaak? Ik verwijs naar weekendverblijven. Krijgen zijn dezelfde subsidiëring?

Ik heb enkele maanden geleden een vraag om uitleg gesteld over de verplichte aansluiting op gescheiden riolering. Dat kan in het buitengebied voor een particulier duurder uitvallen dan een IBA. U dreigt een nieuwe discriminatie te creëren. Het soort woning, terras, tuin enzovoort speelt een rol in de kostprijs. Wilt u nog eens nadenken over uw subsidiëringswijze?

Ik blijf elke vraag om meer subsidies hieromtrent voor de steden en gemeenten steunen.

De voorzitter

De heer Lachaert heeft het woord.

Patrick Lachaert

Op 8 november organiseren we een waterdag in de commissie voor Leefmilieu. Ik loop daar al een beetje op vooruit.

Ik sluit me aan bij de collega's. We moeten ons mijden van discriminatie. Wat doen we met degenen die al een IBA hebben? Zij mogen niet de dupe worden van hun financiële inspanning.

Er zijn 308 steden en gemeenten in Vlaanderen. Ook hier moeten we opletten voor discriminatie. We moeten de zaak nog eens ernstig bekijken.

Ik prefereer zoals de heer De Meyer een gelijke behandeling. Ik zie dat niet gebeuren via de subsidiëring, dat is een zeer delicate materie. Ik zie het wel zitten om de verplichtingen voor de gemeenten en het gewest inzake waterzuivering te herschikken. U wilt de gewestelijke inbreng verhogen, de lokale inkrimpen. Dat is een ordentelijke, correcte handelswijze, des te meer dat het Vlaamse Gewest eind volgend jaar meer financiële ruimte heeft. We hebben geen leningen meer af te betalen.

We onderbenutten nog steeds de bestaande infrastructuur, die werd aangelegd in opdracht van Aquafin en betaald door het Vlaamse Gewest. Het moet onze eerste prioriteit zijn om de waterzuiveringsinstallaties, de moerriolen en de grote riolen beter te benutten. Dan zullen we een veel betere waterkwaliteit hebben.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Lachaert, bedankt om reclame te maken voor de waterdag. Ik hoop dat dat nog doorgaat, want hier zijn veel zaken genoemd die daar aan bod kunnen komen.

Ik heb aangekondigd dat er een nieuw subsidiebesluit in de maak is. We houden daarin rekening met de lokale besognes en met alle parameters. Daarin zitten drie grote elementen. Als de gemeente beslist om de IBA's te collectiviseren en dat volledig voor haar rekening neemt, dan moeten particulieren de gemeentelijke saneringsbijdrage betalen. De bovengemeentelijke saneringsbijdrage gaat niet naar het bovengemeentelijke niveau, maar komt bij de gemeente terecht. Daarnaast wordt ook in een subsidiëring voorzien. Aan dat kader wordt nu gewerkt.

Mijnheer Martens, ik heb inderdaad niets gezegd over de uitvoeringsplannen. Die moeten worden gemaakt, en we moeten vooral zorgen voor een goede waterkwaliteit. Inzake de richtlijn stedelijk afvalwater, moeten we ervoor zorgen dat onze infrastructuur er staat in de grote stedelijke agglomeraties. De investeringen die we nu doen en die de jongste jaren zijn toegenomen, zijn absoluut noodzakelijk.

Daarnaast is het van belang dat eens die grote structuren op poten staan, we zo veel mogelijk goede aansluitingen geven. Daarin zijn onze zoneringsplannen van belang, want die bevatten vele geplande gemeentelijke investeringen. Daaraan moeten we prioriteit geven. We moeten eerst de zones aanpakken waar we het meeste rendement uit halen. Die uitvoeringsplannen moeten we nu opmaken. Er zijn nu twaalf uitvoeringsplannen als pilootproject in opmaak. Dat kader moeten we dan gebruiken voor alle gemeenten.

We moeten nu niet met de vinger wijzen en bestraffen. Laten we de trein, die al op de sporen staat, op gang trekken en de uitvoeringsplannen opmaken, met de gepaste prioriteiten en middelen, met het oog op het verbeteren van de waterkwaliteit. Dan zullen we zien dat het in bepaalde gemeenten misschien beter is om te focussen op de aansluitingen op het hogere rioleringsnet, dan wel om iedereen met dezelfde IBA-verplichting op te zadelen. We moeten daar nu een goede keuze in maken via de uitvoeringsplannen die in opmaak zijn.

Mijnheer Daems, ik dacht dat ik al had geantwoord op uw vraag over Aquafin. Ja, ik ben bereid om wijzigingen aan te brengen.

Inzake de bedrijven en nitraten is het glas halfvol of halfleeg. Iedereen weet wat de industriële groei was in de voorbije periode. Niettegenstaande die groei kunnen we ervoor zorgen dat het aandeel van de industrie niet stijgt. Die evolutie moeten we toch in aanmerking nemen. Vorig jaar heeft de VMM in haar rapport gezegd dat de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterd is. Dit jaar blijven we op het niveau van vorig jaar.

Ik heb daar een aantal verklaringen voor gegeven. Ik blijf overtuigd van die verklaringen, maar ik ben er mij ook van bewust dat ik hier volgend jaar opnieuw zal staan om de resultaten van 2007 te verklaren. Ik heb er goede hoop op, zeker als ik het investeringstempo bekijk, dat we volgend jaar tot een beter resultaat komen, vooral wat de grote installaties betreft.

Een derde van de nitratenverontreiniging is nog altijd op het conto van de huishoudens te schrijven. Ik vind dat verrassend. We slagen er nu wel in om dat mee te zuiveren in onze grote zuiveringsinstallaties. Wat de nitraatmeetpunten betreft, kijk ik uit naar de resultaten die we zullen boeken wanneer het nieuwe MAP en de uitvoeringsbesluiten volledig geïmplementeerd zullen zijn.

Frans Wymeersch

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik wil echter nog twee zaken benadrukken. Ten eerste mag de collectivisering zich niet beperken tot aankoop en aanleg, maar zou ze ook het onderhoud en de controle van de effluenten moeten behelzen.

Ten tweede merk ik, onder meer aan de tussenkomst van de heer De Meyer, dat er nog enige schroom bestaat ten opzichte van collectivisering. Wij mogen niet vervallen in de discussie of we nu de ene discriminatie zouden vervangen door de andere. De regelgeving wordt uitgevaardigd door het Vlaamse Gewest en is gestoeld op Europese richtlijnen. Wij moeten al onze inwoners op gelijke voet behandelen. We mogen dus ook geen precedenten creëren, anders dreigen we in een standpunt te vervallen waarbij bijvoorbeeld de selectieve huisvuilophaling duurder zou worden naargelang je in de stadskern of in het buitengebied woont. Dat kan en mag onze bedoeling niet zijn.

Bart Martens

Mevrouw de minister, ik ben blij dat u werk maakt van de uitvoeringsplannen. Het is belangrijk dat we via die uitvoeringsplannen prioriteiten kunnen vastleggen met betrekking tot werken die de gemeenten bij voorrang moeten uitvoeren.

Ik begrijp dat u een kader schept voor de gemeenten om een collectief aanbod uit te werken en dat u daar subsidies voor voorziet vanuit het Vlaamse Gewest. Het aanbieden van de mogelijkheid en het verlenen van subsidies is echter onvoldoende om de gemeenten effectief die taken te laten uitvoeren. De gemeenten zijn al jaren bevoegd voor bijvoorbeeld de uitbouw van waterzuiveringsinstallaties voor een capaciteit tot 2000 inwoners. Ze worden daarvoor voor 100 percent gesubsidieerd vanuit het Vlaamse Gewest. De gemeenten die effectief gebruik gemaakt hebben van die mogelijkheid, kan ik op de vingers van één hand tellen. Als we straks voor de IBA's met een vergelijkbaar probleem geconfronteerd worden, vrees ik dat heel veel Vlamingen in de kou zullen blijven staan.

Daarom vraag ik om op zijn minst een opvangbepaling te voorzien, bijvoorbeeld in de openbare dienstverplichtingen aan de drinkwatermaatschappijen. De heer Bex doet het al uitstekend in Herent, en ook de schepen in Gent doet het zeer goed. Maar we moeten zo'n opvangbepaling voorzien voor de gemeenten die die taak niet ter harte nemen, zodat die inwoners niet in de kou blijven staan en kunnen rekenen op een collectief aanbod.

Minister Hilde Crevits

Er zijn 252 gemeenten die al subsidies voorzien, mijnheer Martens. Als u zegt dat er geen gemeentelijke inspanningen geleverd worden, hebt u het mis.

Bart Martens

Die subsidies verzachten de pijn maar gedeeltelijk. In Gent en Herent is de installatie volledig ten laste van de gemeente en de drinkwaterintercommunale. Daar laat men de mensen een vergoeding betalen die niet hoger ligt dan de vergoeding die rioollozers betalen. Dat vind ik een betaalbaar en haalbaar systeem. Enkel met de subsidies van vandaag, die verstrekt worden vanuit de samenwerkingsovereenkomst tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten, en de gemeentelijke subsidies gaan we er niet komen.

Jan Verfaillie

Mevrouw de minister, ik ben ervan overtuigd dat u hier volgend jaar nog aanwezig zult zijn. Het subsidiebesluit zal immers een van uw prioriteiten worden in het volgende jaar. Ik ben ervan overtuigd dat we er samen uit zullen raken. De gemeenten moeten uiteraard ook hun verantwoordelijkheid opnemen. Wij mogen niet alleen genieten van de lusten, maar moeten ook een deel van de lasten dragen.

Mijnheer Martens, u hebt het over Gent en over Herent. Bij deze nodig ik u vriendelijk uit in Veurne. Ik zal u dan aantonen dat we het in Veurne effectief zeer goed doen.

Rudi Daems

Mevrouw de minister, voor mij is het duidelijk dat u voor het einde van deze legislatuur een nieuw contract ter bespreking zult voorleggen aan dit Vlaams Parlement. Ik houd u daaraan. Ik wil echter nog even terugkomen op de twee andere punten, en dan vooral op het VMM-rapport. Er heeft inderdaad een economische groei plaatsgevonden. In het rapport staat dat er een vooruitgang is vastgesteld in 2005. In 2006 was er een terugval, bijvoorbeeld inzake de fysicochemische parameters. Dit rapport bepaalt verder: "Via het verstrengen van de VLAREM-wetgeving voor de openbare RWZI's engageert het Vlaamse Gewest zich tot verbeterde zuiveringsprestaties. Dit resulteerde in 2006 in een stijging van het verwijderingsrendement voor fosfor met 6 tot 84 percent en voor nitraat met 5 tot 75 percent." Dat zijn spectaculaire resultaten.

Nu hoor ik dat er een voorstel op tafel ligt om die normen in de richting van deze RWZI's opnieuw te versoepelen. Klopt dat? Overweegt u dat net op het moment dat het rapport bepaalt dat de milieuprestaties voor de waterzuivering niet zo denderend zijn, zeker niet in relatie tot de verhoogde dotatie voor waterzuivering die wordt toegekend aan Aquafin?

De voorzitter

Mijnheer Daems, het debat is afgelopen. Er zijn heel veel vragen gesteld. Dit debat zal zeker in de commissie worden voortgezet.

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.