U bent hier

Het antwoord wordt gegeven door minister Somers.

De heer Veys heeft het woord.

Collega’s, de hand van je partner vasthouden op straat, je geliefde een kus geven of tonen dat je iemand graag ziet in het openbaar, dat zijn acties die niet voor iedereen gelijk zijn in Vlaanderen. Want niet iedereen in Vlaanderen wordt nagesist. Niet iedereen in Vlaanderen krijgt verwijten naar zijn hoofd geslingerd. En zeker niet iedereen moet vrezen om een date met zijn of haar leven te bekopen. Beeld je eens in, collega’s, wat het betekent, als elke kus, iedere knuffel of elk teken van affectie een risico op geweld inhoudt. Dat is verschrikkelijk.

Het onderzoek loopt nog, maar de moord in Beveren is wellicht het meest recente en meest vreselijke voorbeeld van homohaat in ons land. En collega’s, dat is jammer genoeg geen opzichzelfstaand feit. De angst en het gevaar die de lgbti-gemeenschap voelt zijn geen incident; het is structureel, het is dagelijkse realiteit.

We hebben in het verleden grote stappen gezet in dit land als het op holebi- en transgenderrechten aankomt. We hebben daar vooropgelopen. Maar – en dat moeten we ook eerlijk vaststellen – het is simpelweg niet genoeg geweest. Er is meer nodig dan wetten en decreten om ervoor te zorgen dat iedereen veilig zichzelf kan zijn in Vlaanderen.

Vandaag ziet de regenbooggemeenschap overal de regenboogvlag hangen. Dat is een mooi symbool, een mooi teken van solidariteit in moeilijke tijden. Maar wat ziet die gemeenschap niet, collega’s? Echte oplossingen, echte oplossingen voor de onveiligheid die ze elke dag ervaart. Collega’s, het is dus aan ons om te tonen dat de politiek wel voor echte veiligheid kan zorgen en dat we wel kunnen garanderen dat iedereen in Vlaanderen zichzelf kan zijn, altijd en overal.

Maar daarvoor zijn concrete acties nodig, op elk niveau, in het bijzonder het lokale niveau. En dat moeten echt concrete acties zijn, acties waardoor homohaat en -geweld gemeld en vervolgd en bestraft worden, waardoor homohaat bestreden wordt op straat, op school, op café, in de sportclub, waar dan ook in Vlaanderen. En dus, minister, is mijn vraag: hoe gaat u, en hoe gaat de voltallige Vlaamse Regering, ervoor zorgen dat in elke Vlaamse gemeente concrete acties komen tegen discriminatie, haat en geweld tegen lgbtq+-personen?

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Tachtig jaar geleden gaf de toenmalige Amerikaanse president Franklin Roosevelt zijn Four Freedoms-speech, over zijn vier fundamentele vrijheden. De vierde vrijheid waarover hij sprak, was ‘the freedom from fear’, de vrijwaring van angst, opdat iedereen zonder angst zou kunnen leven.

We zijn nu tachtig jaar verder en er is veel vooruitgang geboekt in de wereld. De wereld is veranderd, ook hier in België en in Vlaanderen. We hebben veel meer gelijke rechten – vrouwenrechten, holebirechten en transgenderrechten – maar dat zijn nog altijd voornamelijk rechten op papier. De dagelijkse realiteit is jammer genoeg nog altijd anders. Er zijn jongeren die angst hebben om zich te outen, er zijn jongeren die angst hebben deel uit te maken van sport- en jeugdverenigingen, er zijn mensen die niet hand in hand op straat durven te lopen of die angst moeten hebben om via een datingapp een date te regelen, zoals dit weekend met David is gebeurd. Hij heeft het bekocht met zijn leven, puur omdat hij homo was.

Er is inderdaad al veel gebeurd, maar er moet ook nog veel gebeuren op het vlak van Gelijke Kansen, Onderwijs en Welzijn, opdat iedereen zonder die angst zou kunnen leven. Vandaar mijn vragen, minister. Wat zult u doen als minister van Gelijke Kansen, samen met uw collega-ministers in de Vlaamse Regering, op de bevoegdheden Onderwijs en Welzijn, om ervoor te zorgen dat iedereen vandaag zonder angst kan leven?

De heer Janssens heeft het woord.

Collega’s, ik wil vooreerst mijn deelneming betuigen aan de familie en vrienden van David Polfliet, die op gruwelijke wijze om het leven werd gebracht. Indien zijn seksuele geaardheid voor de daders een reden was om hem te viseren, dan kan ik daar alleen maar mijn sterkste afkeuring over uitspreken.

Maar tegelijkertijd zie ik linkse partijen op sociale media deze tragische dood misbruiken om een rechtse politieke tegenstander te viseren. En daarom zeg ik, los van alle halve waarheden en hele leugens, hier en nu, heel duidelijk namens het Vlaams Belang: homohaat kan niet! Geweld tegen mensen vanwege hun geaardheid is uit den boze! Iemand vermoorden alleen maar omdat die op iemand van hetzelfde geslacht valt, vind ik afgrijselijk.

Wij zijn een partij met 800.000 kiezers, onder wie heel wat holebi’s. Zij mogen op ons rekenen. U zult mij misschien niet zien zwaaien met regenboogvlaggen, maar ik wil wel maatregelen nemen die ten gronde iets veranderen. En daarom roep ik iedereen hier op om consequent te zijn. Wilt u echt iets doen tegen geweld, stop dan de zachte aanpak van criminelen, stop met werk- en andere fopstrafjes, pak de criminaliteit nu eindelijk eens hard aan, want ook in dit geval waren de daders alweer gekend bij de politie. Ze werden nooit gepast gestraft en blijven hun criminele daden dus herhalen.

Minister, wilt u echt iets doen tegen homohaat en geweld, durf dan ook te focussen op wat hier en in de media niet wordt gezegd, namelijk dat bij daders van homohaat en fysiek geweld tegen holebi’s niet-Europese, vaak Afrikaanse, islamitische jongens en mannen oververtegenwoordigd zijn. Alleen als u criminaliteit voortaan echt hard wilt aanpakken en niet blind wilt blijven voor de echte problemen, zult u geloofwaardig zijn in uw aanpak van geweld en homohaat.

Minister, bent u daartoe bereid? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Collega's, ik denk dat we allemaal heel erg geraakt zijn door de moord op David in Beveren. Wat me ook heel erg heeft geraakt, is de herkenbaarheid voor heel veel mensen en heel veel holebi's van wat David is overkomen.

‘Wat David is overkomen, kan mij ook overkomen.’ Die zin heb ik heel vaak gehoord de voorbije dagen, en die snijdt diep. Heel veel mensen zijn bang, heel veel vrienden, familieleden en collega's zijn bang. Twee op drie holebi's zijn bang om hand in hand op straat te lopen. Ze hebben schrik om te worden uitgescholden of geslagen, en na deze voorbije dagen ook schrik om af te spreken met mensen, om in de val te worden gelokt, om te worden vermoord.

Dat is onaanvaardbaar. Dat kan niet in Vlaanderen anno 2021, temeer omdat al die angst heel terecht is. Dat bewijst de moord op David, maar dat bewijzen ook de meest recente cijfers. De meest recente cijfers tonen aan dat bijna een op twee holebi's te maken krijgt met intimidatie, en dat bijna een op vijf holebi's te maken krijgt met fysiek geweld. Een op vijf, dat zijn onaanvaardbaar hoge aantallen. Daarom is het vandaag superbelangrijk dat we hier allemaal samen een streep in het zand trekken en zeggen: genoeg is genoeg.

Minister, woorden zijn niet genoeg. Woorden zijn superbelangrijk. De voorbije dagen is er van alle kanten terecht verontwaardiging geuit. De regenboogvlaggen zijn een ongelooflijk sterk signaal, maar woorden zijn niet genoeg. Er moet meer zijn. Er moeten ook acties aan worden gekoppeld. Er zijn nog heel veel werven. De drempels om klacht in te dienen zijn heel hoog. Er is veel te weinig aandacht voor nazorg en voor mentaal welzijn.

Minister, er is veel meer nood aan preventie, veel meer. In scholen, in jeugdwerking is er veel meer nood aan preventie. Meer ondersteuning, meer structurele middelen en niet alleen projectmiddelen, om daarop in te zetten. Dat is uw taak en uw verantwoordelijkheid. De voorbije dagen zagen we Brussel een actieplan afkondigen. We zagen de oproep van Wel Jong, Niet Hetero om meer krachtdadig beleid te ontwikkelen. Onze oproep vandaag aan u is: gaat u dat doen en hoe?

De heer Van Miert heeft het woord.

Minister, zaterdagavond werd onze samenleving danig door elkaar geschud door die onzinnige moord. Vooral de wreedaardigheid ervan maakte Vlaanderen woest, niet alleen woest, maar ook verdrietig. Al heel snel bleek dat de daders van de feiten jongeren waren. Wat zeg ik, jongeren? Het zijn eigenlijk kinderen van amper 16 en 17 jaar. Dat heeft ons geschokt.

Ja, de politie moet haar werk doen en het gerecht moet straffen uitdelen. Maar ook wij, collega's, wij allemaal in dit parlement en ook de collega's aan de overkant, hebben onze taak uit te voeren. Het begint met dingen bij hun naam te noemen, zonder te polariseren of te stigmatiseren. Want het is wijdverbreid. Het is niet te zoeken in één doelgroep of bevolkingsgroep, het is spijtig genoeg wijdverbreid. Het zijn potverdorie jongeren, kinderen.

Minister, ik heb eigenlijk maar een vraag, want we zijn er heel intensief mee bezig in onze commissie, bijna wekelijks. Bent u van plan, hebt u de intentie om naar aanleiding van deze wreedaardige moord, een tandje bij te steken als het gaat over het bestrijden van homofoob geweld?

Mevrouw Stephanie D'Hose heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ik wil starten met in naam van mijn fractie onze diepste deelneming te betuigen aan de familie en de vrienden van David en eigenlijk aan de volledige regenbooggemeenschap. Het ziet ernaar uit dat David is vermoord om wie hij is. Ik denk dat er niets ergers is dan het slachtoffer te worden van een aanval om wie je bent, om je identiteit, om je diepste zelf, om de liefde die je voor iemand anders voelt. Ik vind dat we hiertegen keihard moeten optreden, want het is ook een aanval op onze fundamentele rechten en vrijheden. De veroordeling – en ik hoor het hier kamerbreed – en de bestrijding van deze aanvallen moeten een absolute prioriteit worden.

Onlangs is in de Senaat mijn voorstel van resolutie goedgekeurd, dat ik samen met Orry Van de Wauwer en Katia Segers heb ingediend, om werk te maken van een anonieme aangifte van homofoob geweld. We zien iets heel eigenaardigs: we weten dat homofoob geweld toeneemt maar de aangiftebereidheid neemt af. We spreken dan van het zogenaamde ‘dark number’ dat ervoor zorgt dat de politie onvoldoende zicht heeft op het aantal aanvallen. Het zorgt er ook voor dat de slachtoffers niet voldoende hulp krijgen. Daarom lijkt ons een anoniem meldpunt van zeer groot belang.

Er moet dus volop worden gewerkt aan een interfederaal actieplan, zodat deze vorm van geweld volledig wordt onderdrukt. Minister, welke initiatieven zult u nemen om homohaat tegen te gaan?

De heer D’Haese heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, dit weekend werd iemand vermoord om wie hij was, vermoord omdat hij homo was. Alsof iemands geaardheid vandaag zelfs maar een issue zou moeten zijn.

Sinds het nieuws van de moord in Beveren bekend is geraakt, hangen mensen overal regenboogvlaggen uit, veranderen profielfoto's en steunen elkaar. “Niet te bevatten”, schreef Ronald op mijn Facebookpagina. “Veel sterkte aan de nabestaanden”, schreef Salawa. “Geen woorden te vinden”. Ivan stuurde – en dat vond ik heel pakkend: “In al die jaren heb ik geleerd dat de opmerkingen uit alle hoeken van de samenleving komen. Oud, jong, allochtoon, autochtoon, man, vrouw. Nu, als 59-jarige, laat ik het niet meer passeren.”

Beste collega's, laten we er alstublieft voor zorgen dat niet iedereen tot zijn 59e moet wachten om te kunnen zeggen dat hij het niet meer laat passeren. Het is genoeg geweest. Het is genoeg geweest. Stop. Basta. Tot hier en niet verder. Liefde is liefde. Wat is daar in godsnaam zo moeilijk aan?

Tegenover die brede steun en verontwaardiging staat de holebihaat die we ook in 2021 in onze samenleving nog niet hebben kunnen uitroeien. Dat is een probleem dat veel breder gaat dan die drie daders. Het is de verantwoordelijkheid van iedereen, maar zeker ook van dit parlement, en zeker ook van deze regering, om het aan te pakken, en niet met papieren actieplannen en wetteksten die ergens in schuif stof liggen te vergaren. Er is een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat iedereen in deze samenleving zichzelf kan zijn zonder er schrik voor te moeten hebben.

Collega's, het is vreselijk om te zien dat er zo'n gruwelijke moord moet gebeuren voor er echt actie wordt ondernomen. Dit is niet het eerste geval van homohaat, zelfs niet van dodelijk geweld. Ik hoop verdorie wel dat iedereen dit moment met beide handen aangrijpt om in actie te schieten. Er ligt veel welk werk op de plank: sensibiliseren in alle lagen van de maatschappij, de drempel verlagen om aangifte te doen, slachtoffers begeleiden om klacht in te dienen, ondersteunen om wat is aangedaan, te verwerken en samen een vuist maken om die problemen aan te pakken.

Minister, hoe zult u de strijd tegen homohaat en homofoob geweld opvoeren?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Collega's, voorzitter, de moord op David Polfliet grijpt ons aan en raakt ons diep. In 2012 werd Ihsane Jarfi vermoord, louter en alleen om zijn seksuele geaardheid. David Polfliet zou het tweede slachtoffer zijn van een homofobe moord.

Ik zou dan ook graag beginnen met mijn diepste medeleven te betuigen aan de familie en vrienden van David. Zij verliezen een warme en oprechte man. Hun verdriet is dat van ons, hun pijn de onze.

Inzonderheid in de holebigemeenschap zijn heel veel mensen aangedaan en ontredderd door dit geweld. Omdat ze het herkennen, omdat ze zelf ook al vaak ervaren hebben hoeveel onbegrip, negativiteit en agressie er ook in Vlaanderen nog bestaat ten aanzien van mensen uit de regenbooggemeenschap. Het maakte velen bang en onzeker. Daarom moeten we van ons laten horen, opstaan en onze solidariteit betonen met woorden. Dat is echter niet genoeg, we moeten dat ook met daden doen. Mensen beschimpen, vernederen en marginaliseren om wie ze graag zien, geweld gebruiken omdat iemand geboren wordt met een andere seksuele oriëntatie, mensen vermoorden om wie ze liefhebben: is er iets gruwelijkers denkbaar? Spijtig genoeg komen homofobie en holebihaat veel voor, onaanvaardbaar veel, zelfs in ons land, dat wereldwijd wordt gezien als een van de meest open en vooruitstrevende samenlevingen inzake holebirechten. Op de ranglijst van de International Lesbian and Gay Association staan we wereldwijd zelfs op de tweede plaats wanneer het over politieke rechten en beleid gaat. Alleen Malta gaat ons voor, maar ook dan nog blijft de toestand beschamend. Uit onderzoek blijkt dat 90 procent – u hoort mij goed – van alle holebi’s in Vlaanderen ooit in aanraking kwam met verbaal of fysiek geweld. Opnieuw, dat is gewoon om wie ze zijn, omdat ze zichzelf zijn.

De moord op David Polfliet is een aanslag op ons allen en op onze vrijheid, op het recht om onszelf te zijn, het recht om zelf te bepalen van wie we houden. Het is een aanslag op onze vrijheid en het is ook een aanslag op de liefde, het mooiste en tederste in ons menselijk bestaan.

Vanwaar komen die homohaat en dat geweld tegen de holebi’s toch? Bundeskanzlerin Angela Merkel zei het treffend: woorden gaan het handel vooraf. In bepaalde delen van onze samenleving blijft men ook vandaag holebi’s wegzetten als niet-beantwoordend aan de norm, als afwijkend. Sommigen voeden de haat, maken van een andere seksuele geaardheid iets minderwaardigs, iets vies, iets abnormaals. Stap voor stap creëren ze zo een klimaat of ze houden een klimaat in stand waarbij neerkijken op holebi’s, hen vernederen en dehumaniseren de ruimte krijgt om zich in de hoofden van mensen te nestelen en om agressie te legitimeren.

Dan komt de daad om de hoek kijken. Homofobie stoppen begint bij ons allen en op de eerste plaats bij gezagsfiguren, mensen die de toon kunnen zetten in de samenleving, zoals leerkrachten, mediafiguren, en ja, ook wij, politici. Ook het beleid kan en moet meer doen.

Om te beginnen moeten justitie en politie een nultolerantiebeleid voeren bij homofobie. Als blijkt dat tussen 2013 en 2017 75 procent van de 4492 geregistreerde dossiers geseponeerd werden, waarvan 70 procent om technische redenen, dan moet hier een cultuuromslag komen. Dat is op de eerste plaats de taak van de federale overheid.

Ook de Vlaamse overheid kan en moet meer doen. We hebben hier de plicht om in eerste instantie naar onszelf te kijken. Samen met de collega’s in de Vlaamse Regering heb ik een aanpak met verschillende sporen uitgewerkt, die stuk voor stuk een dam moeten opwerpen tegen homofobie.

Eerst en vooral zijn we een tweejarig wetenschappelijk onderzoek gestart om een beter beeld te hebben van de slachtoffers, feiten en daders. Wie zijn het? Waarom? Hoe vaak? De resultaten worden in 2023 opgeleverd en dat zal ons toelaten om een efficiënter beleid te voeren. Dat is een beleid dat we zonder taboes willen voeren.

Ten tweede moet de aangiftebereidheid omhoog. Er zijn veel redenen waarom slachtoffers geen aangifte doen, onder meer omdat ze hun seksuele identiteit niet willen blootgeven. Ook de hulplijnen zijn veel te weinig gekend. Daarom heb ik 30.000 euro extra toegekend aan www.lumi.be, de vroegere Holebifoon, om zich beter bekend te maken.

Ten derde moeten we omstaanders en gezagsfiguren mondiger maken om in te gaan tegen homofoob gedrag. Dat is onze burgerplicht. Onder meer in het onderwijs ligt daar een belangrijke opdracht. Zelf werk ik onder meer samen met Demos aan het project Speak out/Act in, waarbij we jeugdwerkers empoweren om te reageren op homofobe en seksistische uitspraken. We werken ook projecten uit voor de zogenaamde bystander-activatie. Ook het project School uit de kast van minister Weyts helpt in de sensibilisering.

Ten vierde ontwikkelt minister Beke via de website www.seksueelgeweld.be een eerstelijnsaanbod voor slachtoffers van onder meer homofobe agressie.

Ten vijfde, we versterken de lokale besturen die, vanwege hun nabijheid, vaak het best geschikt zijn om te sensibiliseren. Zo bestaat er in een aantal steden een vierhoeksoverleg tussen politie, lokale besturen, Unia en het middenveld. Onder meer in Brugge, Leuven, Mechelen en Gent is dit partnerschap actief. We zullen die aanpak bekender maken en verspreiden in Vlaanderen.

Ten zesde, zelf ga ik in het kader van de strijd tegen radicalisering en extremisme, homohaat tot een wezenlijk onderdeel van deze aanpak maken. Homofobie is immers een heel goede graadmeter die wijst op gewelddadig of potentieel gewelddadig extremisme en radicalisering.

Ten zevende, ten slotte werken we via Unia samen om deze problematiek onder de aandacht te brengen, klachten op te volgen en gelijke kansen voor holebi's te bewaken. Ook de Vlaamse opvolger van Unia, waar we nu de voorbereidingen voor opstarten, zal homofobie als een prominent aandachtspunt krijgen. Morgenvoormiddag zit ik samen met çavaria en Wel Jong Niet Hetero om op basis van deze aanpak te kijken wat we nog meer moeten en kunnen doen.

Deze sterke aanpak, met maximale inbreng en betrokkenheid van de holebigemeenschap in het uitrollen ervan, moet homofobie terugdringen, onze samenleving meer weerbaar maken, slachtoffers beter ondersteunen en zorgen dat we het meest kostbare in ons bestaan veiligstellen, namelijk de vrijheid en de liefde. De vrijheid om onszelf te mogen zijn en de liefde die het mooiste is, het mooiste in ons naar boven brengt en die we met ons allen moeten kunnen beleven op de manier die we zelf verkiezen.

Op die manier kunnen we hopelijk de herinnering aan David en de vele andere slachtoffers eer betuigen. Ik dank u. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld, Groen, sp.a en de PVDA)

De heer Veys heeft het woord.

Minister, ik dank u. U geeft hier een kordaat antwoord. Daar had ik op gehoopt. Maar ik denk dat vooral veel mensen hierbuiten daarop hadden gehoopt. Want veel mensen uit de lgbti-gemeenschap kampen sinds enkele jaren met een extra tegenstander. En dat is onverschilligheid, het gevoel hebben dat het er niet toe doet, zodanig gewend raken dat geweld een deel van uw identiteit uitmaakt. En daar mogen we nooit mee akkoord gaan.

Want we zien die onverschilligheid ook. We zien die aan het aantal klachten dat niet wordt ingediend, de seponeringen waarover u het zelf had. Maar dat merken we ook aan de getuigenissen die zeggen dat de klachten niet serieus worden genomen. Nochtans gaat het om een zeer fundamentele maatschappelijke vraag: hoe beschermen we onze minderheden, hoe beschermen we onze kwetsbare minderheden? In die zin komt die onverschilligheid er ook door vele beweringen in het verleden en het niet zien van die oplossingen vandaag. Minister, wat zal er anders zijn dan voorheen aan al die actieplannen en die acties?

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw heel uitgebreid en oprecht antwoord – want ik weet dat u er echt overtuigd werk van wilt maken.

Het grote probleem hier is dat dit een heel onzichtbaar probleem is. Er is heel veel onzichtbare homofobie aanwezig. Het is goed dat er op alle verschillende domeinen werk van wordt gemaakt en dat er een heel breed actieplan komt. Ik heb uit het nationaal actieplan begrepen dat in de voorbereidingsfase het middenveld mee zal worden betrokken. Ik hoop dat dat onzichtbare gevaar in de samenleving zal worden blootgelegd.

Ik had initieel een aantal vragen over het daderprofiel, over het anoniem melden en de begeleiding van slachtoffers. Maar u bent daar allemaal op ingegaan.

Ik wil nog op één zaak terugkomen. We mogen er nu van uitgaan dat David Polfliet via een datingapp zou zijn gelokt. Dat is een fenomeen dat we steeds vaker zien.

Laat me heel duidelijk zijn: de verantwoordelijkheid of de fout voor wat er hier is gebeurd, ligt bij de daders en de daders alleen. Niet bij David, niet bij die datingapps. Iedereen heeft de vrijheid om met iemand af te spreken. Maar toch zou ik u willen vragen of u eventueel contact kunt opnemen met zulke datingapps om te bekijken wat ze kunnen doen om zowel de gebruikers beter te beschermen als een of andere veiligheidscheck in te bouwen voor die daders. Zonder aan ‘victim blaming’ te doen, denk ik dat er daar toch ook nog aan kan worden gewerkt.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. De problematiek is inderdaad niet nieuw. Ook vorig jaar stelde mijn collega Adeline Blancquaert in de commissie al een vraag over een chatgroep, die fameuze chatgroep waarin werd opgeroepen om holebi's te viseren en zelfs om geweld te gebruiken ten aanzien van hen. We weten dat onder de zeshonderd leden van die chatgroep er voornamelijk Tsjetsjenen waren. We weten ook dat bijvoorbeeld Johan Leman nog maar twee jaar geleden de uitspraak deed: “Mensen die Molenbeek kennen, weten dat je daar als homo niet hand in hand kunt lopen.”

Dat zijn zaken die uiteraard allemaal onaanvaardbaar zijn. Wanneer u dus dat nieuwe onderzoek verder gaat uitrollen, is het misschien goed dat u, die ook een voorstander bent van praktijktesten, eens via praktijktesten gaat bekijken in welke wijken, in welke steden homo’s die hand in hand lopen zich het meest onveilig voelen. Ik sluit me echter aan bij de collega’s die zeggen dat we de ogen niet mogen sluiten, dat we moeten sensibiliseren en mensen oproepen: hetero of homo, als er geweld tegen je wordt gebruikt, stap naar de politie. Ik roep er echter ook vooral toe op om de ogen niet te sluiten voor de echte problemen en criminaliteit hard aan te pakken. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, ik ben het eens met u als u zegt dat de algemene verontwaardiging hoopvol en sterk was. U zet inderdaad in op het verkrijgen van correcte cijfers. U hebt een onderzoek besteld. Daar zet u inderdaad op in, ook op die lokale besturen en die hulplijnen, maar wat mij betreft, moet het toch meer zijn dan dat. Ik erken dat u iets doet, maar al die initiatieven samen van alle ministers zijn vandaag niet genoeg. Als we naar de cijfers kijken, dan zien we dat een op de vijf jonge jongens nog altijd vindt dat holebi’s geen gelijke rechten mogen krijgen. Als we dan kijken naar de klassen – want wij zijn ervan overtuigd dat dat onderwijs, die jeugdwerking dé plaats is waar het in de kiem moet worden gesmoord – dan zien we bijvoorbeeld dat een op de twee leerkrachten, ondanks het feit dat het in de eindtermen staat, homohaat en holebi’s toch nog niet bespreekbaar maakt. Ik denk dus dat er nog heel veel ruimte voor verbetering is. De heteronorm weegt in het onderwijs nog steeds te zwaar door in de beeldvorming en in onderwijsmateriaal. U zou ook een bijdrage kunnen leveren door bijvoorbeeld in structurele middelen voor organisaties zoals çavaria te voorzien, zodat die mensen, die sterk opgeleid zijn, in die klassen kunnen gaan spreken. Minister, zet dus alstublieft alles op alles.

De heer Van Miert heeft het woord.

Collega’s, ik hoorde hier al een aantal keren ‘straffeloosheid’ vallen. Ik denk dat we op dat gebied al een mooie stap hebben gezet met het nieuwe jeugddelinquentierecht. Dat geeft ons op zijn minst toch mogelijkheden: het is weliswaar onder begeleiding en controle, maar het is best wel mogelijk om zware straffen uit te spreken. Ik denk dus dat we, als het gaat over registratie en het lokaal meer in kaart brengen, daar toch meer mee kunnen doen.

Tot slot, er is een aspect dat vandaag misschien iets minder in beeld is gekomen bij alle collega’s. We kijken naar de overtreders, in dit geval die jongeren. Ik hoor hier in het parlement en in de gemeentehuizen en stadhuizen een bereidheid om alle middelen, menselijke en financiële, in te zetten, maar er is nog een andere factor: men wordt niet geboren als holebihater. Dat komt door al die invloeden die men meeneemt, via opvoeding, school, boeken, sociale media, vriendenkringen. Ik denk dus ook dat de ouders in dezen samen met ons een zware verantwoordelijkheid te dragen hebben. Minister, misschien valt dat niet allemaal onder uw bevoegdheden en de mogelijkheden die u hebt, maar misschien moet ook maar eens worden bekeken hoe we die kunnen aanpakken in geval van zware vergrijpen zoals we die afgelopen weekend spijtig genoeg hebben moeten ervaren.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister, u zult veel actie ondernemen binnen uw eigen domeinen. Dat is zeer goed, maar dit is een hoofdzakelijk  transversale bevoegdheid. Ik denk dat, gezien de jonge leeftijd van de daders, er absoluut een heel grote verantwoordelijkheid ligt bij het onderwijs. Daarvoor zijn de instrumenten voorhanden. Met KLIQ heeft çavaria een specifiek instrument binnen het onderwijs. Collega De Gucht zal dat ook aankaarten bij de bevoegde minister. Ter zake is er echter ook een heel grote federale bevoegdheid. Ik hoop dus echt dat u zult samenzitten met de ministers Van Quickenborne en Verlinden om te bekijken wat er kan gebeuren.

Ten slotte, ik denk dat het belangrijk is dat de interfederale actieplannen, waarnaar hier al een paar keer is verwezen, beter op elkaar aansluiten. Meestal merken we dat er een gap is, bijvoorbeeld tussen het derde en het volgende interfederale actieplan, maar natuurlijk is er geen gap in homofobie. Het lijkt mij dat we deze plannen beter op elkaar moeten kunnen afstemmen. Zult u daar als minister van Gelijke Kansen op toekijken?

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, bedankt voor de engagementen die u aangaat, maar ik mis een belangrijk aspect in de punten die u hebt opgenoemd, namelijk het middenveld. Het middenveld schreeuwt al jaren dat het probleem vandaag niet serieus genoeg wordt aangepakt en dat er meer structurele ondersteuning nodig is. We moeten dat middenveld veel meer structureel gaan ondersteunen, zodat het kan zorgen voor echte ondersteuning voor slachtoffers, zodat het kan zorgen voor opleiding en training, zodat het kan zorgen voor laagdrempelige meldpunten, zodat het werk kan maken van actieve preventie bij jongeren. Dat is waar zij goed in zijn, maar daartoe moeten ze dan ook de nodige slagkracht krijgen.

Er is bijvoorbeeld een heel mooi project geweest, dat u waarschijnlijk wel kent, namelijk de Gay-Straight Alliances. Die zijn uitgevoerd in een aantal scholen. Men probeert daarbij bruggen te slaan tussen hetero- en holebi-jongeren. Dat project bestaat vandaag niet meer, minister, omdat de subsidies gestopt zijn, omdat we in het landschap van project naar project gaan, in de plaats van structureel te ondersteunen. En dus is mijn vraag of u meer gaat inzetten op het middenveld, op een structurele financiering van dat middenveld, om dat te versterken en ervoor te zorgen dat zij hun rol helemaal kunnen waarmaken.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Dank u wel, collega's. Eerst en vooral ben ik alle collega's zeer erkentelijk die met constructieve voorstellen komen en bijdragen willen leveren. Ik ben ook heel blij met het grote draagvlak in het Vlaams Parlement om hier toch duidelijk stelling tegen in te nemen. Ik ga onmiddellijk akkoord met iedereen die zegt dat we meer moeten doen. Ik vind dat ook. Ik ben die mening ook toegedaan. We hebben de voorbije maanden hard gewerkt aan verschillende acties die op het spoor komen. Maar we moeten absoluut nadenken over wat we meer kunnen doen om deze kanker, deze scherpe problematiek, op een goede manier aan te pakken.

Daarbij weten we allemaal samen ook dat het voor een stuk een cultuuromslag is en dat daar niet altijd wonderoplossingen voor bestaan. Maar dat er meer mogelijk moet zijn om homohaat terug te dringen en mensen de kans te geven om in alle vrijheid hun seksuele geaardheid te beleven, lijkt mij de evidentie zelf.

Ik ben ook heel blij met een aantal tussenkomsten die suggesties doen, zoals die van de heer Van de Wauwer. Het lijkt mij een goede suggestie om eens samen te zitten met de mensen die de datingapps maken. Maar voor alle duidelijkheid: homobashing bestond al voor die datingapps. Dat legt geen enkele verantwoordelijkheid bij de mensen die dat gebruiken. Men moet vrij kunnen zijn om dat te doen wanneer men dat wenst te doen. Daar mag geen enkele negatieve connotatie aan zijn. Maar elke stap die veiligheid kan creëren, moeten we absoluut ook realiseren.

Weerbaarheid is heel belangrijk, mevrouw Moerenhout. Dat is het sensibiliseren van mensen die verantwoordelijkheid dragen. Ik volg u daarin dat we dat moeten doen. Ik heb daarstraks een project vernoemd van hoe wij dat doen naar jeugdwerkers, zodat jeugdwerkers, opvoeders, maar ook leerkrachten, als zij geconfronteerd worden met haatspeech of met denigrerende opmerkingen over homoseksualiteit of over de holebigemeenschap, daar ook in optreden, in dialoog gaan en dat beantwoorden. Dat is heel belangrijk. Dat is een stuk empowerment, en ook een stuk opleiding, die we absoluut moeten proberen te versterken.

Wat de transversale en interfederale aanpak betreft: dat is inderdaad juist. Als je spreekt over gelijke kansen, als je spreekt over de holebigemeenschap, dan raakt dat aan heel veel verschillende facetten van het maatschappelijke leven. En dan komen er natuurlijk heel veel ministers en heel veel verantwoordelijken in beeld. Er moet daar een coördinatie zijn. Ik vind dat ook heel belangrijk. Ik denk dat we dat transversaal in de Vlaamse Regering goed doen. Er zal ook een goede samenwerking zijn – ik engageer me daartoe – met de federale collega's, om inderdaad geen versnippering van sporen te hebben, maar om een gebundelde aanpak te proberen realiseren.

Belangrijk is vooral dat er actie komt op het terrein. Want, zoals sommigen het daarstraks gezegd hebben: met plannen alleen gaan we het verschil niet maken. We moeten dus ook op het terrein een daadwerkelijk verschil durven te creëren. Ik heb daarjuist gezegd dat ik morgenvroeg om tien uur samenzit met het middenveld. Ik heb een afspraak met çavaria en Wel Jong Niet Gek, om te praten over ... (Opmerkingen. Gelach)

Wel Jong Niet Hetero. Niet gek, en dus open voor diversiteit. Er zijn er anderen die daar minder open voor zijn.

We gaan dus met hen praten. We gaan goed luisteren naar wat zij nog kunnen aandragen en welke sporen we nog kunnen versterken. We hebben het afgelopen jaar de samenwerking met hen ook op een heel constructieve manier opgebouwd. Op een aantal sporen hebben we al meer ingezet, maar we gaan kijken wat we met hen nog meer kunnen doen. Want het is evident dat zij belangrijke partners zijn.

Waar ik het niet mee eens ben, is de retoriek van sommigen, mijnheer Janssens, waarbij men probeert het probleem te herleiden tot een bepaalde gemeenschap of een bepaalde overtuiging. Ik ben het daar niet mee eens. Ik vrees – en collega Van Miert heeft dat terecht aangehaald – dat het probleem veel breder zit en veel diepgaander is, en niet te herleiden is tot één groep in de samenleving. Overal in de samenleving zijn er mensen die openstaan voor diversiteit, ook voor seksuele diversiteit. Maar er zijn ook overal mensen te vinden die dat problematiseren. En dan komt natuurlijk ook onze eigen verantwoordelijkheid in beeld. Want als er zo'n drama gebeurt in de samenleving, is het ook belangrijk dat we man en paard noemen. Ik vind dat belangrijk.

Ik denk dat wij als politici een grote verantwoordelijkheid hebben om de toon te zetten in de samenleving, om permanent uit te dragen dat mensen die een andere seksuele geaardheid hebben, geen tweederangsburgers zijn, dat zij niet abnormaal zijn, niet afwijken van de norm en dat het evident is dat zij gelijke rechten hebben. Want zoals Merkel zei: ‘het woord komt voor het handelen’. Als er dan één partij is in dit halfrond die systematisch signalen uitzendt die minstens heel betwistbaar kunnen zijn vanuit het perspectief gelijke rechten – u mag het mij niet kwalijk nemen – dan is het uw partij. Uw partij doet dat systematisch.

De heer Van Rooy zwaait hier soms met plaatjes. Ik heb er ook eentje bij, eentje van de velen: niet van een tweede- of derderangsfiguur uit uw partij, maar van de heer Tom Van Grieken, uw partijvoorzitter. In 2011 zegt hij, op het moment dat Elio Di Rupo eerste minister wordt: ‘Dat is niet mijn regering, omdat hij een socialist is, geen Nederlands spreekt, een immigrant is, maar ook omdat hij gay is’. In het hoofd van uw partijvoorzitter kan iemand met een andere seksuele geaardheid dus geen eerste minister zijn, is het niet wenselijk dat een holebi eerste minister wordt.

Dat is maar een van de vele uitspraken. Eigenlijk heb ik hier een hele lijst. Ik ga me niet vermoeien met die voor te lezen, maar wanneer we in 2010 een debat hebben over aids, zegt Filip Dewinter, ook niet de eerste de beste: “Acht op tien van die besmette mannen zijn homoseksuelen. (…) Ik denk dat de beste preventie er niet in bestaat condooms uit de delen. De beste preventie bestaat er uiteindelijk in te pleiten voor duurzame en heteroseksuele relaties.” Dat is het antwoord wanneer homoseksualiteit en aids worden vernoemd.

Ik kan verder gaan. Ik kan de heer Bart Claes citeren op 7 oktober 2020: “Transgender Petra De Sutter is de verpersoonlijking van het cultuurmarxisme. Deze persoon wil alle fundamenten van onze westerse beschaving vernietigen en vervangen.” Hier staat niet Petra De Sutter, hier staat ‘transgender’ Petra De Sutter, alsof we elkaar aanspreken met onze seksuele geaardheid. Of er is Dominiek Sneppe: “Holebi’s die trouwen en kinderen krijgen, vind ik een brug te ver.”

Er is een eindeloze reeks van uitspraken die telkens opnieuw van seksuele geaardheid een probleem maken, telkens opnieuw mensen marginaliseren, de gelijke rechten van die mensen betwisten. Dus wanneer we iets willen doen aan homofobie, denk ik dat we eerst voor eigen deur moeten vegen. Soms is het goed om in eigen hart te kijken. We verschillen hier vaak over veel zaken van mening en ook over de aanpak van deze problemen. Maar er is hier maar één partij die systematisch flirt en soms heel expliciet homofobie omarmt en dat is, met alle respect, mijnheer Janssens, uw partij.

Ik zou u dan ook een oproep willen doen om niet alleen hier een verklaring af te leggen over het verwerpen van homohaat, maar om eens grondig te praten met uw partijvoorzitter, met uw fractieleden, met al uw kopstukken, ook met de mensen achter de schermen. Want het gaat nog één stap verder: als er hier gestemd moet worden over zulke materies, of het nu gaat om de holebihaat in Polen of de doodstraf in Oeganda, er is altijd maar één partij die zich onthoudt en die partij heet Vlaams Belang. Ik betreur dat ten zeerste, want dat gaat in tegen de strijd die we moeten voeren om holebi’s gelijke rechten te geven in Vlaanderen. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld, Groen, sp.a en de PVDA)

De heer Veys heeft het woord.

Ik zou graag verwijzen naar de woorden van collega Van Miert. Niemand wordt geboren als holebihater. Hoe word je dat dan? Hoe komt het dat dat discours genormaliseerd wordt? Als we daarnaar kijken, denk ik dat de minister gelijk heeft: daden volgen op woorden. Dat zit ook in kleine dingen. Er wordt hier verwezen naar onderwijs, naar de ouders, maar ik denk ook – en dat is een moeilijke oefening, want daarvoor moet je in de spiegel kijken – dat we naar onszelf moeten kijken. In mijn vraagstelling zei ik het ook: in de sporthal, op café, overal moeten we die strijd opvoeren. Dat is niet gemakkelijk, maar wel nodig.

Zolang we dat niet doen, zolang we die kleine woordjes, die kleine uitdrukkingen, die kleine ‘petites phrases qui tuent’, kleine zinnetjes die pijn doen, er niet uit krijgen, normaliseer je dat, bereid je de weg voor. Zolang we dat niet doen, zolang we dat niet corrigeren, zolang we geen echte ‘allies’, bondgenoten zijn van deze gemeenschap, dan staan we aan de kant van de daders. Dat is iets dat we moeten veranderen, en mijn fractie gaat daar ook serieus werk van maken. (Applaus bij sp.a)

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Collega’s, ik ga afronden waar de meesten mee gestart zijn. Dat is de vaststelling dat het mooi was dat iedereen op Facebook nu zijn profielfoto aanpast, en dat overal de regenboogvlag te zien is, maar dat er daden moeten volgen. Daar ben ik het uiteraard mee eens, maar dat heeft de minister ook ondubbelzinnig erkend. Maar ik wil afsluiten met te zeggen dat ik toch wel heel blij ben om overal die regenboogvlag te zien. Ik ben ervan overtuigd dat deze zichtbaarheid van de regenboogsymbolen niet niets is. Daarmee tonen we aan dat het oké is om holebi of transgender te zijn. Niet alleen vanuit de holebigemeenschap, maar de hele samenleving geeft momenteel dat signaal. Dat is een signaal naar de daders toe: dat zij het probleem zijn en niet de holebi’s of transpersonen zelf. Maar het is ook een signaal naar iedereen die de angst heeft om zichzelf te zijn, of om zich te outen. Dus ik doe een oproep: blijf die symbolen verder tonen. Aan de regenbooggemeenschap: blijf hand in hand wandelen, blijf elkaar kussen, toon uzelf en wees daar trots op, want is allemaal oké. Nogmaals, niet zij, maar de homofobe daders zijn het probleem. Dus terwijl het beleid actie onderneemt, hang al maar die vlag uit, pas uw profielfoto aan, als signaal voor de holebigemeenschap, maar ook als signaal en steun voor de omgeving van David Polfliet.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, ik moet zeggen dat ik het onvoorstelbaar vind dat u, van alle sprekers die hier het woord genomen hebben, dat u als minister de enige bent die de sereniteit van dit debat doorbreekt door politieke spelletjes te willen spelen, en een politieke tegenstrever – die u in het stemhokje niet klein krijgt – te viseren over het lijk van een gruwelijk vermoorde man. Ik vind het afgrijselijk, de rol die u hier als minister speelt.

Als u toch die weg wil opgaan, met uit de context gerukte tweets en uitspraken van tien, vijftien, twintig jaar geleden, dan moet u misschien eens de hand in eigen boezem steken. Want weet u wat niet kan? Via uw gelijkekansenbeleid sowieso opkomen voor holebi’s, maar via uw migratiebeleid diezelfde holebi’s in de steek laten. Uw partij, die al jarenlang in de Federale Regering zit, is er voor verantwoordelijk dat we hier grote stromen migranten hebben binnengekregen die komen uit islamitische landen, waar homoseksualiteit niet alleen verboden is, maar waar zelfs doodstraffen staan op homoseksualiteit. Kom dus niet zeggen dat andere politieke partijen verantwoordelijk zijn voor de toenemende homohaat. Steek de hand in eigen boezem, want het kan echt niet zijn dat u homohaat gaat veroordelen en tegelijk importeren. Dat kan niet, minister. Wees consequent, pak criminaliteit hard aan, steek de hand in eigen boezem, want u en uw partij zijn verantwoordelijk voor de toenemende homohaat in de grootsteden in dit land. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Collega’s, voor alle duidelijkheid: ik heb collega Janssens iets meer spreektijd gegeven omdat minister Somers er ook eventjes over is gegaan. Dit om later geen misverstanden te hebben. Het gaat over zijn spreektijd, ik spreek me niet uit over de rest. Ik ben neutraal en objectief.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Ik ga akkoord met wat collega Veys voor mij heeft gezegd. Ik denk dat er heel veel ruimte is voor verbetering, in alle lagen: in het onderwijs, in de jeugdwerking, in de sporthal, en ook bij onszelf. Er is nood aan introspectie. Daarom wil ik mijn tussenkomst afsluiten met een oproep. De voorbije dagen hebben we inderdaad met z’n allen gezegd – met regenboogvlaggen op sociale media –: ‘liefde is liefde’. Laat ons dat blijven zeggen, niet alleen vandaag, maar elke dag, en elke dag een beetje luider. En laat ons tussenkomen als we getuige zijn van onrecht. Als we zien dat er iemand gepest wordt, beledigd wordt, aangevallen wordt, kom dan tussen. Want het is alleen als de verdraagzame meerderheid onder ons opstaat dat we homohaat met z’n allen echt volledig in de kiem gaan kunnen smoren. (Applaus Groen, sp.a, PVDA, Open Vld)

De heer Van Miert heeft het woord.

Collega’s, ik hoor een verregaande bereidheid in dit halfrond, maar ook bij mensen die lokaal actief zijn, om effectief een tand bij te steken, waar wij als politici en beleidsmakers dat kunnen. Met de goede informatie, de dingen bij hun naam noemen, en een goede registratie, zal het wél de moeite zal zijn om dingen te melden. En ik had hier ook een oproep staan, als derde in de rij na collega Van de Wauwer en collega Moerenhout. Ik had eigenlijk dezelfde oproep: dat de mensen die hetero zijn, als zij dingen zien, ook de durf en de ‘guts’ hebben om het te melden, en om voor de regenbooggemeenschap in de bres te springen.

Het is ook hun taak, samen met ons als politici, om ervoor te zorgen dat de regenbooggemeenschap uitzicht heeft op een samenleving met meer verdraagzaamheid en minder geweld tegen haar overtuiging. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Riadh Bahri heeft in De afspraak ook getuigd, en de reacties achteraf op het riool dat Twitter heet en waar toch een groot deel van uw kiespubliek zit, mijnheer Janssens, waren niet min. De reacties waren: laat je behandelen bij de psychiater, misschien helpt de ouderwetse schoktherapie je van je ziekte af, enzovoort.

De minister heeft de parlementsleden opgeroepen, maar ik doe een oproep aan de zogeheten ‘silent majority’. Die moet ook op Twitter het signaal geven dat dergelijke uitspraken het ergste zijn wat je tegen iemand kunt zeggen. We mogen geen millimeter toegeven op onze fundamentele rechten en vrijheden en we moeten meer dan ooit het signaal geven dat men in dit land, mijnheer Janssens, mag zijn wie men is. (Applaus bij Open Vld en sp.a)

De heer D’Haese heeft het woord.

Ook ik heb me ongelooflijk gestoord aan de hypocrisie van het Vlaams Belang in dit debat over homohaat. U weet zelfs nog niet wie de daders zijn van die gruwelijke moord maar u bent al gemeenschappen aan het viseren, terwijl u heel goed weet dat u vooral een probleem hebt in uw eigen gemeenschap, met onder andere een parlementslid hier in dit parlement, dat overal waar het kan, gaat verkondigen dat homo’s nooit normaal zullen zijn. En u komt hier dan zeggen dat homohaat niet kan. Het zou er verdorie nog aan ontbreken. Maar het gaat wel net een beetje verder dan dat, mijnheer Janssens. Ik snap dat u misschien niet overal met regenboogvlaggen wilt gaan zwaaien. Dat zullen wij dan wel doen om de rechten van holebi's te verdedigen. Maar u kunt misschien al beginnen met uit de beginselverklaring van het Vlaams Belang het verzet tegen het homohuwelijk te halen. Want dat soort zaken, mijnheer Janssens, die vandaag nog altijd op jullie website staan, leggen de fond voor de idee dat homo's, lesbiennes, biseksuelen en transgenders niet normaal zijn. En het is bij het starten van het denken dat het niet normaal is dat de homohaat ook start. En daar ligt ook jullie verantwoordelijkheid vandaag.

Voorzitter, ik moet dan denken aan de vader van Ihsane Jarfi, het eerste slachtoffer van dodelijk homofoob geweld in dit land. De vader van Ihsane, die zelf moslim is en islamleerkracht, heeft op het moment dat zijn zoon vermoord werd, mijnheer Janssens, alles laten vallen om alle scholen in het land rond te gaan om te sensibiliseren tegen homohaat. Wel, mijnheer Janssens, die vader van dat slachtoffer heeft meer empathie en tolerantie in zijn kleine teen dan heel jullie extreemrechtse bende samen.

Collega’s, ik vond dit eigenlijk een zeer sereen debat, wat het eigenlijk ook absoluut waard is. Die laatste opmerkingen, niet alleen die van u, collega D’Haese, ontsieren het debat ontzettend, vind ik persoonlijk. (Opmerkingen. Applaus bij de N-VA en het Vlaams Belang)

Geen enkele partij hoeft zich aangesproken te voelen, maar ik vind het ontzettend jammer. (Opmerkingen)

Geen enkele partij, heb ik gezegd. (Opmerkingen)

De volgende actuele vraag … Mag ik alstublieft? Het is uw vraag. Anders kunnen we die gewoon skippen, dat is ook een mogelijkheid.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.