U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 12 december 2018, 14.01u

Voorzitter
van Peter Persyn aan minister Jo Vandeurzen
164 (2018-2019)

De heer Persyn heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, Vlaanderen heeft met de zesde staatshervorming belangrijke nieuwe bevoegdheden inzake Welzijn en Zorg gekregen. Een ervan is de organisatie en het structureren van de eerstelijnszorg. Voor mijn fractie, maar ik denk ook voor alle fracties van links tot rechts in dit plenum, is de eerstelijnszorg heel belangrijk. Het is de sokkel en de basis van onze gezondheidspiramide. Als die goed is, is de hele gezondheidszorg erbij gebaat.

Met de verschuiving van episodische zorgen naar meer chronische zorgen worden een integratie van de zorgen en de goede samenwerking van alle zorgverleners essentieel, in samenspraak met de patiënt en de mantelzorgers. Daarvoor wordt bij de hervorming van de eerstelijnszorg ingezet op meer gegevensdeling. Minister, operationeel is de optie genomen om Vlaanderen te verdelen in een zestigtal eerstelijnszones met daarboven hogere zorgplatforms. Op de kroon van de piramide komt het eerstelijnsinstituut Vivem.

Minister, vanmorgen konden we in de krant lezen dat u klaar bent met de afbakening van de eerstelijnszones: 59 voor het Vlaamse Gewest en 1 voor Brussel. Die eerstelijnszones zullen worden aangestuurd door zorgraden. Kunt u mij een stand van zaken geven over de vorming en de samenstelling van deze zorgraden? Graag krijg ik ook een tijdsperspectief.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, de aanleiding tot de berichtgeving in de kranten is het feit dat de regering vorige week vrijdag het ontwerp van decreet over de organisatie van de eerstelijnszorg definitief heeft goedgekeurd. Het is naar de Raad van State gezonden na een heel inspraaktraject, dat er uiteraard aan moet voorafgaan.

U hebt juist geschetst dat Vlaanderen is ingedeeld in een zestigtal zones. Waarom doen we dat? Uit alle internationale aanbevelingen en meer in het bijzonder die van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat, als je een goede toegankelijkheid tot gezondheid en gezondheidszorg wilt, je moet investeren in een sterke eerstelijn. Door de overheveling naar Vlaanderen van een aantal bevoegdheden die te maken hebben met ondersteunende structuren, was het moment gekomen om een rationalisatie te doen in het aantal structuren – dat is toch ook de bedoeling – en om ervoor te zorgen dat we eindelijk de eerstelijnszorg in Vlaanderen konden definiëren en benoemen.

We hebben met een heel sterk proces gewerkt aan een consensus tussen drie verschillende stakeholders. Dat is ook belangrijk. Er zijn de lokale besturen die mee in de ‘governance’ van de zorggraad van zo'n zone zitten. Er zijn de zorgverstrekkers in al hun hoedanigheden. En er zijn de welzijnsdiensten. We hebben die drie partijen bevraagd en zo hebben we dan uiteindelijk het grondgebied kunnen afbakenen in een zestigtal zones.

Voor de grote vakantie heeft de regering een besluit genomen om de zones alvast allemaal een projectsubsidie te geven, met als opdracht werk te maken van de formatie van de zorggraad, ‘het’ bestuursorgaan van de zorgzone. De subsidies zijn gegeven. Er zijn begeleidende diensten voor in stelling gebracht die de zones begeleiden om met deze gegevens werk te maken van een ‘governance’-structuur. We hebben ook een aanbeveling gedaan van hoe zo'n zorggraad moet worden samengesteld. We zullen die aanbeveling ook hernemen in het definitieve erkenningsbesluit.

De raad moet uiteraard pluralistisch zijn, maar er moet ook een evenwichtige vertegenwoordiging zijn van de zorgverstrekkers aan de ene kant, de welzijnsdiensten aan de andere kant, de vertegenwoordigers van de patiënten en de vertegenwoordigers van de mantelzorgers en ten slotte de lokale besturen. Het zijn die partijen die samen de ‘governance’-structuur moeten bemannen.

In de aanbeveling die we hebben gedaan, hebben we een evenwicht beschreven van dit soort deelname. We hebben aanbevolen hoeveel van elk van deze invalshoeken worden benoemd. De zorgraden zijn daar nu mee aan de slag. Het zijn de verhoudingen tussen die groepen die wij ook opnemen in het uitvoeringsbesluit van het decreet, dat hopelijk nog in dit parlement kan worden goedgekeurd. Want zodra het decreet definitief is goedgekeurd, zullen wij een wettelijke basis hebben om definitief via een besluit deze zones formeel te erkennen. Die moeten dan kunnen bewijzen dat ze een zorgraad hebben die is samengesteld conform de principes die ik heb benoemd en die in het erkenningsbesluit worden opgenomen. We kunnen die dan geleidelijk financieren en de transitie van de medewerkers die daaraan te pas komen daarnaar oriënteren.

Dit is een grote stap. Ik merk op het terrein, in alle bescheidenheid, veel enthousiasme om aan de slag te gaan. Het is werkelijk een cruciale benoeming van een geografisch niveau waarop al die inspanningen, vanuit de uitdaging inzake complexe en chronische zorgvragen, moeten kunnen worden georiënteerd. De samenstelling van die zorgraden zal in een besluit van de Vlaamse Regering staan waarvan zij de prefiguratie nu al kennen.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U had dat aangekondigd in 2017 tijdens de grote eerstelijnsconferentie. Toen bleven nog veel mensen op hun honger maar nu krijgt het een beslag, dus felicitaties daarvoor, ook aan uw administratie en aan alle stakeholders op het terrein: de zorgverleners die dag in dat uit het werk doen, de talrijke mantelzorgers en de patiënten die centraal staan in die zorg.

Ik hoor op het terrein een ongerustheid bij mijn ex-collega’s-huisartsen en bij mevrouw Saeys. Zij maken zich zorgen over hun vertegenwoordiging in die zorgraden en bij uitbreiding in dat op te richten Vlaams Instituut Eerste Lijn (VIVEL). Minister, kunt u ons een idee geven over de procedures voor de oprichting en samenstelling van VIVEL? Zoals u weet, zijn veel zorgverstrekkers in de eerste lijn zelfstandigen en is het niet evident voor hen om op al die fora en gremia aanwezig te zijn.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ik wens u proficiat met het decreet dat tot stand is gekomen. Het gaat om een belangrijke zaak die wordt gerealiseerd op het niveau van de eerste lijn. Daar waren heel wat vragende partijen voor.

Wat ik ook zeker wil vermelden, is dat de structuren worden vereenvoudigd. We hebben nu een overtal aan overlegorganen en structuren maar met dit decreet gaan we naar een vereenvoudiging, wat een vraag was van heel wat welzijnsorganisaties en zorgverstrekkers.

De heer Bertels heeft het woord.

Zoals de heer Persyn al zei, zijn we allemaal voorstander van investeringen in een sterke eerste lijn, van het uitwerken van de eerstelijnsconferentie, van een sterke eerstelijnszorg, van samenwerking tussen hulpverleners, zorgverleners en welzijnsdiensten, met inspraak van de patiënt en de eventuele mantelzorger. Dat zijn allemaal zaken waar we kamerbreed achter kunnen staan.

Minister, er is effectief begeleiding voor de ‘governance’-structuur maar we moeten wel vermijden dat we hier volgend jaar enkel praten over structuren en over de samenstelling van de zorgraden. We moeten er ook voor zorgen dat er zorg is op het terrein en dat mensen zich niet moeten verliezen in de vraag wie in die zorgraden moet zitten en of men wel goed vertegenwoordigd is. Het welzijn en de zorg moeten op het terrein verstrekt worden.

Minister, ik heb nog een bijkomende vraag. U hebt impliciet verwezen naar de financiering die zal volgen voor de zorgzones. Kunt u een tipje van de sluier oplichten en zeggen of daar extra financiering voor komt?

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Het is een goede zaak dat we onze zorg organiseren en daar raden voor oprichten. U zegt dat u de patiënten en de mantelzorgers daarbij zult betrekken. Dat is cruciaal en het is dan ook goed dat dat in het decreet staat. Maar de vraag is hoe we dat kunnen waarmaken. Het Vlaams patiëntenplatform, dat daarvoor de expertise heeft, heeft al gezegd dat het niet voor al die zones begeleiding op poten kan zetten. Minister, hoe zult u ervoor zorgen dat de stem van die gebruikers, van die patiënten, van die mantelzorgers niet alleen in het decreet verwoord is maar ook effectief wordt gehoord in die zorgraden?

Minister Jo Vandeurzen

Laat me beginnen met het laatste. Er is uiteraard aan het Vlaamse patiëntenplatform ook gevraagd om eens te kijken wat werkbare modellen zijn. Ik denk dat u terecht aangeeft dat zij ook inschatten dat het niet zo evident is om op zestig plaatsen een vertegenwoordiging te organiseren. Dus we zoeken naar de modellen die kunnen dienen. Het is uiteraard vooral bij hen dat we die expertise kunnen vinden. Naast wat minister De Block al aan financiering van patiëntenvertegenwoordigers heeft gedaan, zullen we daar op Vlaams niveau ook een beleid moeten voeren. Maar daar wordt natuurlijk over gesproken met die organisatie die daarvoor het beste een goede praktijk kan ontwikkelen. Er wordt nu trouwens al in een aantal provincies gekeken hoe dat eigenlijk het beste zou kunnen werken en wat het model is dat je kan veralgemenen in de uitrol.

Ten tweede, mevrouw Saeys, is het uiteraard de bedoeling geweest om structuren te saneren. We hebben van de overdracht van de bevoegdheden gebruik gemaakt om dat wat te downsizen of wat te uniformiseren. Dat is, denk ik, wel één van de inspiraties en de aanleiding geweest voor die conferentie.

Mijnheer Bertels, een deel van de financiering komt natuurlijk uit transities, transities die te maken hebben met medewerkers die nu op SEL-niveau (samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg), MDT-niveau (multidisciplinair team) en LMN-niveau (lokaal multidisciplinair netwerk) zitten. We moeten proberen de lokale netwerken in goed sociaal overleg op de juiste plaats te brengen. Maar de overheid zal daar ook gradueel zijn financieringsvehikel naar moeten organiseren. We hebben nu een projectfinanciering. Geleidelijk aan zullen we moeten kijken hoe we, eens we erkende zorgzones hebben, daar ook de financiering naar initiatieven of op basis ervan kunnen organiseren. Daar moet je parameters voor ontwikkelen, en die worden nu bekeken. Wat zijn de criteria waarop we zo’n caseload of een financiering van de werking van een zone moeten ijken of oriënteren? Ook dat moet worden onderbouwd met objectieve parameters.

Mijnheer Persyn, ik heb niet zozeer zorgen rond de positie van de huisarts. Het is nogal evident dat die gewaarborgd daarin aanwezig moet zijn. Trouwens is ook altijd de suggestie gedaan dat in de beste omstandigheden een huisarts voorzitter zou zijn van zo’n zone. Ook in het Vlaams Instituut is het uiteraard de bedoeling dat die huisartsen voldoende aanwezig zijn. Persoonlijk probeer ik mij als overheid niet te moeien met de evenwichtsoefeningen en de samenstelling van dat Vlaams Instituut. Voor mij is het belangrijk dat diegenen die wij benoemen als actoren in de eerstelijn – en daarin zijn de huisartsen natuurlijk toch wel cruciaal – aangeven dat de manier waarop de vzw zich organiseert voldoende draagvlak heeft, vertrouwen heeft, representatief is om te doen wat zij geacht wordt te doen in de toekomst. Dat is een beetje het model vanwaar ik vertrek, zonder daar zelf sturend in te zijn, maar toch duidelijk makend aan de sector dat ze moeten overeenkomen en trachten een goed en consistent onderbouwd voorstel te doen. Zoals ik begrijp, is dat ook wel het geval. 

De heer Persyn heeft het woord.

Minister, ik kan met uw antwoorden leven. Ik heb woorden gehoord als ‘saneren’ en ‘rationaliseren’, die onze partij natuurlijk als muziek in de oren klinken, niet ten koste van de kwaliteit van de zorg, maar wel om zo goed en zo efficiënt mogelijk met de schaarse middelen om te springen.

Ik heb daarnet een aantal een-tweetjes mogen vaststellen. Ik heb nog een aantal suggesties, als we toch een-tweetjes doen met de overkant en als we voortaan met minderheden kunnen regeren. Om die eerstelijn nog beter te maken, zou het inderdaad nog veel beter zijn dat de bevoegdheden homogeen bij Vlaanderen komen. Ik denk aan de bezoldiging van onze zorgverstrekkers, ik denk aan de bezoldiging van de wachtposten. (Opmerkingen van Bart Van Malderen)

Nu is de Vlaamse minister verantwoordelijk voor de huisartsenwachtkringen, en de federale minister voor de huisartsenwachtposten in Vlaanderen.

Minister, mijn pleidooi is dus: met uw partijgenoot aan de overkant, is er geen grote grondwetswijziging voor nodig. Maak dat coherent, zorg dat dat allemaal naar Vlaanderen komt, en dan zal dat de zorg voor de Vlaming nog ten goede komen. Ik dank u. (Applaus bij de N-VA) 

De actuele vraag is afgehandeld.

van Ingrid Pira aan minister Joke Schauvliege, beantwoord door minister Jo Vandeurzen
153 (2018-2019)
van Axel Ronse aan minister Joke Schauvliege, beantwoord door minister Jo Vandeurzen
169 (2018-2019)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.