U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 21 november 2018, 14.13u

Voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Minister, u hebt in uw beleidsnota en ook in uw beleidsbrief ingezet op de zorgstrategische planning en op de hervorming van het zorglandschap in Vlaanderen. Onze fractie ondersteunt dat. Wij vinden het heel belangrijk dat het Vlaamse zorglandschap rationeel wordt georganiseerd zodat alle Vlamingen de gepaste zorg op het juiste niveau kunnen krijgen en zodat dat op een haalbare manier kan worden gerealiseerd.

Op het Vlaamse niveau hebt u de laatste twee jaar volop ingezet op de vorming van eerstelijnszones. Het is de bedoeling om de eerstelijnsactoren – de lokale besturen maar ook de welzijns- en zorgactoren zoals huisartsen, tandartsen, apothekers, kinesisten – te laten samenwerken om de gepaste zorg bij de patiënt te brengen. Parallel heeft de federale overheid ziekenhuisnetwerken gevormd. De bedoeling is om binnen een grotere regio taakafspraken te maken. Niet elk ziekenhuis moet alles aanbieden en hooggespecialiseerde zorg moet in de regio maar door één ziekenhuis worden aangeboden. Heel gesofistikeerde zorg moet op een nog hoger niveau worden aangeboden.

Vlaanderen heeft ook de bevoegdheid om de ziekenhuisnetwerken nadien te erkennen. Dat is zo vastgelegd in de zesde staatshervorming. U maakt daar ook gewag van in uw laatste beleidsbrief.

Er zijn, na een hele beweging, dertien voorstellen gelanceerd voor erkenning van ziekenhuisnetwerken. U hebt elf aanvragen ontvankelijk verklaard. Twee aanvragen, met name voor de regio Gent en de zogenaamde E17-zone tussen Gent en Kortrijk, hebt u ‘on hold’ gezet. Minister, ik had graag meer toelichting en een stand van zaken.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Mijnheer Persyn, ik zal een technisch kader geven, met mijn excuses dat ik misschien wat jargon moet gebruiken.

De Vlaamse Regering heeft een aantal jaren geleden een visienota goedgekeurd over het Vlaamse ziekenhuislandschap, waar we nu uitvoering aan geven. Dat spoort natuurlijk met de federale ambities om in de ziekenhuissector ziekenhuizen te stimuleren tot meer samenwerking. Een van die ambities is dat ziekenhuizen met betrekking tot de basisspecialismen, zoals materniteit en spoedgevallendiensten – dingen dus die kort bij de mensen moeten zijn en kort bij de eerste lijn –, verplicht worden om vanaf 1 januari 2020 – als de wet federaal wordt goedgekeurd – lid te zijn van een door de gemeenschap erkend ziekenhuisnetwerk. Dat is de context op het federale niveau. Die wet zit momenteel in de finale fase in de commissie en gaat naar de plenaire vergadering.

Op de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid hebben alle ministers eenparig gevraagd dat de federale overheid ook de interne verdeling in België tussen de verschillende gemeenschappen in de wet zou opnemen, meer bepaald hoeveel netwerken er door wie kunnen worden erkend. Ik heb begrepen dat dit zal gebeuren. Vanuit het Vlaamse perspectief zijn wij het daar helemaal mee eens. Wij zijn tevreden met de inspanningen van minister De Block op dit vlak.

Parallel aan dit proces is er in Vlaanderen op basis van het Vlaamse regeerakkoord en de strategische nota een gesprek begonnen over de regionale zorgstrategische plannen. De Vlaamse overheid wil dat wanneer ziekenhuizen investeringsvragen zullen stellen in de toekomst – dat kan over honderden miljoenen euro gaan als ze individuele erkenningen vragen van apparatuur en speciale diensten –, dit past in een regionaal goedgekeurd zorgstrategisch plan waarin vanuit de behoefte wordt gekeken naar wat nodig is in de regio. Het kan ook gaan over thematische plannen, maar ik zal u dat allemaal besparen.

Het punt is dat om die plannen te kunnen maken, ziekenhuizen aan de slag moeten gaan met een bepaalde methodiek, een methodologie. Hoe maak je zo'n regionaal plan? Wij moeten daar een besluit voor maken. Een aantal ziekenhuizen zit echt wel met investeringsvragen naar de Vlaamse overheid want we zijn er veel meer bevoegd voor dan vroeger. Om geen tijd te verliezen, hebben wij een oproep gedaan met de vraag welke ziekenhuizen er piloot willen zijn en samen zo'n zorgstrategische oefening willen maken onder begeleiding van een consultant, die ondertussen door ons is aangeduid.

Er zijn inderdaad dertien voorstellen binnengekomen om piloot te zijn. Het gaat dus niet over de procedure tot erkenning van die netwerken, maar over de vraag wie een regionale zorgstrategische studie wil maken. Uiteraard zullen velen in het achterhoofd hebben dat dit de prefiguratie is van wat later het klinische netwerk zal worden. We hebben ook de criteria bekeken in de federale wet. Het moet over aaneengesloten gebieden gaan, wil dit later worden erkend als een erkend locoregionaal netwerk. Van elf voorstellen hebben we gezegd dat ze oké lijken en dat we ermee aan de slag gaan. Van twee voorstellen hebben we gezegd dat ze nader overleg vragen.

We zullen nu natuurlijk niet passief afwachten. We hebben een aantal contacten genomen. Er waren enkele overlegmomenten op het kabinet. We hebben ziekenhuizen uit die regio gecontacteerd. We zullen met die betrokken ziekenhuizen ook dat traject van de regionale zorgstrategische oefening doorlopen. We zullen het debat over hoe het netwerk er moet uitzien een beetje tussen haken plaatsen. We gaan eerst met die ziekenhuizen aan de slag om de regionale zorgstrategische oefening te maken en na te gaan hoe dit in de regionale zorgstrategische plannen kan worden geconcretiseerd.

Ik heb op dit voorstel een positieve reactie gekregen van de betrokkenen die er willen aan participeren. We zullen die oefening starten. De bedoeling is dat diegenen die als piloot landen met een regionaal zorgstrategisch plan dat beantwoordt aan de criteria, dit plan gevalideerd zullen zien. Op basis van dat plan zullen individuele aanvragen van ziekenhuizen tot de Vlaamse overheid kunnen worden gericht.

Vandaag heeft de algemene briefing plaatsgevonden voor alle ziekenhuizen van Vlaanderen om de methodologie toe te lichten en kennis te maken met de consultant. We zullen dus gefaseerd aan de slag gaan met alle ziekenhuizen.

Ik maak een slotbeschouwing. Ik mag dan misschien niet zo polemisch doen in communautaire termen, maar het is toch indrukwekkend dat de Vlaamse ziekenhuizen allemaal in de samenwerkingsmodus zitten. De locoregionale samenwerking rond de basisspecialismen is voor de mensen heel belangrijk. Maar even belangrijk is dat wij voor de superspecialismen, de supraregionale zorgopdrachten, wellicht toch ook samen met het federale niveau omwille van de efficiëntie en kwaliteit een concentratiebeweging moeten maken.

Ik kan alleen maar vaststellen dat de ziekenhuizen in Vlaanderen in een grote transitiemodus zijn. Dat maakt het natuurlijk voor de Vlaamse overheid comfortabel. Ik word niet geconfronteerd met ziekenhuizen die de hakken in het zand zetten. Iedereen beseft dat er moet worden gepraat. Dat hebben we vandaag opnieuw vastgesteld.

De heer Persyn heeft het woord.

Uw antwoord stelt mij al redelijk gerust. Ik kijk even naar de collega’s aan de linkerkant: die hebben bijna twintig jaar geleden de bal aan het rollen gebracht met hun federale minister en ook met Mieke Vogels hier op het Vlaamse niveau met de indeling toen van België in zorgregio’s. Bijna twintig jaar later zijn we nog altijd niet geland. Ik ben dus blij, minister, dat u opnieuw in overleg gaat en dat u blijft pleiten voor een bottom-upbenadering. Maar ik zou toch graag meer duidelijkheid hebben over de tijdslijn die u wilt hanteren en over hoe u denkt de laatste over de streep te krijgen. Het zou mooi zijn dat u, nu u zelf aangeeft dat u zult stoppen, ook deze grote werf tot een goed einde kunt brengen.

De heer Bertels heeft het woord.

Ook voor onze fractie is de oefening van de ziekenhuisnetwerken en de samenwerking tussen de gespecialiseerde en de basisziekenhuizen een belangrijke en goede oefening. Als er dan ook nog een samenwerking kan bijkomen tussen de ziekenhuisnetwerken met de eerstelijnszones, is dat een heel goede zaak. Ik neem aan dat we daar naartoe zullen werken.

Ik heb een andere vraag over een tijdslijn dan die van de heer Persyn, met name over de ziekenhuisnetwerken die al een zorgstrategisch plan min of meer klaar hebben. Ik ken er zo wel eentje. Ze staan al veel verder in hun zorgstrategisch plan en zijn als piloot erkend. Minister, wanneer kunnen die zorgstrategische plannen erkend worden? Dat is natuurlijk belangrijk voor een aantal investeringen van de betrokken ziekenhuizen in dat lokale netwerk. Onder meer in de Kempen.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Ook Groen steunt het achterliggende principe om ervoor te zorgen dat ziekenhuizen samenwerken en dat er op een goede manier met middelen wordt omgegaan. Wij steunen ook principieel het belang om met die eerstelijnszones te werken. De heer Persyn vergeet te vermelden – terwijl hij bloemetjes aan Mieke Vogels gaf – dat hij zelf achter de schermen heeft meegewerkt en daarbij een belangrijke steen heeft gelegd.

Minister, het is ongelooflijk belangrijk dat al die samenwerkingen, die nodig zijn, op elkaar zijn ingespeeld. Dat we geen zone krijgen waar de zorgactoren samenwerken, een zone waar de ziekenhuizen samenzitten, en een zone voor de geestelijke gezondheidszorg, en dat daar allemaal andere grenzen aan zijn verbonden. En dan zwijg ik nog over de zones rond mobiliteit of rond andere zaken.

Hoe ver staat u om al die puzzels in elkaar te laten passen? Hoe wilt u ervoor zorgen dat al die zones dezelfde gemeenten en wijken bevatten?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ten eerste over de timing, wel onder voorbehoud dat de federale wet nog moet worden goedgekeurd door het parlement, want daarin staat dat iedereen in een erkend klinisch netwerk moet zitten op 1 januari 2020. Ik neem aan dat u begrijpt dat dit wellicht niet de eerste maanden zal gebeuren. Dat is een proces. Wij gaan met die regionale opdrachten aan de slag en doen dat in blokken want die consultant kan niet al die ziekenhuizen tegelijkertijd begeleiden. Dat zal in een gefaseerd ritme gebeuren. Maar het moet natuurlijk vooruitgaan en er is een gedeeld belang. Ziekenhuizen hebben er alle belang bij dat we zouden kunnen landen in die opdracht zodat zij regionaal een gevalideerd plan hebben waardoor ze tijd winnen als ze individuele zorgvragen moeten beantwoorden.

Mijnheer Bertels, in het ontwerpbesluit over de regionale en thematische zorgstrategische plannen dat naar de regering moet gaan, is ook voorzien wat de status zal zijn van de reeds goedgekeurde individuele zorgstrategische plannen. Die regeling zal erin bestaan dat de zeer oude niet meer zullen beantwoorden aan de nieuwe inzichten van de ziekenhuisevolutie. De zorgstrategische plannen die een bepaald aantal jaren hebben, zullen kunnen worden gevalideerd. Maar daarvoor moet een check gebeuren met het regionaal zorgstrategisch plan.

Dat is een beetje het concept zoals het nu voorligt.

Mijnheer Bertels, ook al hoort het niet helemaal thuis in het vragenuurtje van een plenaire vergadering, wil ik u toch zeggen dat het ziekenhuis van de toekomst wel degelijk een enorme evolutie en revolutie zal zijn. De technologie is dermate snel aan het evolueren dat alles heel snel verouderd is. U kunt erover discussiëren hoe snel iets verouderd is, maar het gaat in elk geval razendsnel. Als wij gigantische investeringsbedragen ter beschikking stellen, dan moeten we er toch van uit kunnen gaan dat men ziekenhuizen bouwt met het perspectief dat ze binnen tien à twintig jaar ‘state of the art’ zullen zijn, om een voorzichtige ambitie te formuleren.

Mevrouw Van den Brandt, uw vraag was een pertinente vraag. We hebben de eerstelijnszones vastgelegd. Onder andere binnen de taskforce die de hervormingen in uitvoering van de eerstelijnsconferentie moet uitvoeren, zijn we nu volop bezig na te gaan hoe we de regionale afbakeningen, waarnaar u verwijst en die nu ook vanuit de ziekenhuiswereld samenkomen, op elkaar kunnen afstemmen. We hebben nooit gezegd dat dat loepzuiver een-op-een zou zijn. Vlaanderen is een landschap dat historisch tot stand gekomen is, waar je heel veel samenwerkingsverbanden hebt, die je niet zomaar op een administratieve manier mag gaan doorbreken. We gaan opnieuw dezelfde oefening voeren als bij de eerstelijnszones: kijken waar we synergieën vinden en kijken welke incentives we kunnen toepassen om ook de partners uit de geestelijke gezondheidszorg – de regionale zorgzones nieuwe stijl – te stimuleren die gebieden te harmoniseren.

We zien natuurlijk dat die harmonisatie zich geleidelijk aan inzet. Op een bepaald moment zullen we hier keuzes moeten maken en knopen moeten doorhakken. Ik heb indertijd, toen we het over de eerstelijnszones hadden, gebruikgemaakt van jullie aller steun in de plenaire vergadering om tegen de laatsten te zeggen dat we echt moesten beslissen. Ik ben ervan overtuigd dat er daar een geweldige administratieve winst zit en dat dat ook zal leiden tot veel meer integratie. We doen die oefening, maar we zitten nu ook wel in de fase dat we dat regionaal kunnen beginnen te doen, gelet ook op de evolutie van de bouwstenen.

Minister, uw laatste antwoord heeft mij enigszins gerustgesteld, want voor ons gaat het hier niet om een vrijblijvende oefening. Die zones moeten zo coherent en congruent mogelijk op elkaar worden afgestemd. We merken nu nog dat er soms overlap is en soms lacunes zijn, zeker bij chronische, langdurige zorg. Ik denk ook aan de hiaten in de geestelijke gezondheidszorg, wat hier bijna wekelijks aan bod komt. Ik denk dus dat dit geen vrijblijvende oefening is en dat we logischerwijs moeten gaan naar zo veel mogelijk harmonisering, zodat elke Vlaming binnen een redelijke radius de gepaste en kwaliteitsvolle zorg kan krijgen.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.