U bent hier

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende instemming met de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds, ondertekend te Brussel op 30 oktober 2016 en met het gezamenlijk interpretatief instrument.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Vanbesien heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren, ik begin met een uitroep, speciaal voor de heer Daems. Dus, even opletten alstublieft. Leve de handel! Leve de internationale handel! Want ik weet wat u straks zult zeggen, mijnheer Daems, u zult zeggen dat wij de protectionisten zijn, dat wij tegen de handel zijn, dat wij de boze groenen zijn die de welvaart van iedereen naar beneden zullen halen. Bij dezen heb ik dat rechtgezet: we zijn absoluut voor de handel, en ik zal u nog zeggen waarom. Als er een goede handel en een goede internationale handel is, dan kan iedereen zich specialiseren in waar hij goed in is, dan ontstaan er banden tussen mensen en landen, vriendschapsbanden die oorlogen kunnen voorkomen enzovoort.

Uiteraard – en ik neem aan dat we het daarover eens zijn – moet die handel gereglementeerd zijn, moeten we daar goede afspraken over maken en moeten we er bijvoorbeeld voor zorgen dat handel niet ten koste gaat van mensen, dat er geen arbeiders worden uitgebuit, dat er geen kinderarbeid aan te pas komt om concurrentiële voordelen te kunnen halen. We moeten ook de handel reglementeren die de aarde uitput of het klimaat ontregelt. Dan moeten we bijsturen. Dan is de handel ook geen goede zaak. We mogen ook geen handelssystemen in het leven roepen die zich aan de democratie onttrekken. Ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn. Duurzame, eerlijke, democratische handel: daar zijn we grote fan van.

Vandaag staat hier het CETA op de agenda. Daar zitten klassieke dingen in die we gewoon zijn van handelsverdragen, zoals het verlagen of zelfs afschaffen van douanetarieven. Op zich zeggen wij: doen! Op die manier maken we de handel vrijer en de douanetarieven hebben geen sturend effect. We moeten nadenken over andere sturende effecten, bijvoorbeeld dat CO2-uitstoot zich zou reflecteren in prijzen, maar dat doen douanetarieven niet. Douanetarieven afschaffen? Geen probleem, integendeel.

Maar het CETA is natuurlijk veel meer dan het klassieke handelsakkoord. Het wordt een handelsinvesteringsakkoord 2.0 genoemd of de nieuwe generatie, wat wil zeggen dat het een soort voorbeeld wordt voor de nieuwe handelsakkoorden die we in de toekomst nog allemaal zullen afsluiten. In die zin moeten we extra waakzaam zijn inzake wat we hier al dan niet goedkeuren, want het zal een voorbeeld zijn voor wat er in de toekomst komt.

Er zijn vijf redenen waarom wij zullen tegenstemmen, en ook de oproep doen aan iedereen om tegen te stemmen. Ik zal ze kort overlopen. We hebben daar al extensief over gediscussieerd in de commissievergaderingen, maar omdat onze voorzitter er niet bij kon zijn, overloop ik ze nog eens kort.

Ten eerste is er het Investment Court System (ICS), het arbitragesysteem. Het is een recht voor bedrijven – en in de feiten weten we dat dit dan vooral de multinationals ten goede komt – om democratisch genomen beslissingen van staten of regio's, zoals Vlaanderen, in het vizier te nemen en daar schadevergoedingen voor te vragen.

Gelet op de partners die dit akkoord willen maken, namelijk Europa en Canada, denk ik dat we daar niet in mogen meegaan. Canada heeft een rechtssysteem dat te vertrouwen is. De Europese landen hebben een rechtssysteem dat te vertrouwen is. Die rechtssystemen zijn ook toegankelijk voor iedereen. We hebben dus geen de facto apart systeem voor de grote bedrijven nodig. Laten we dat niet installeren in een nieuw voorbeeldakkoord.

Een tweede reden om neen te stemmen gaat over de regelgevende samenwerking, ook een nieuwigheid. Dat is een kenmerk van die nieuwe generatie handelsakkoorden. Die samenwerking is ondertussen al gestart. Daardoor wordt stilaan ook duidelijk wat dat allemaal inhoudt. Het komt erop neer dat de EU en Canada zowel productstandaarden als regelgeving beter op elkaar willen doen aansluiten, zodat dat geen extra tarifaire barrière vormt voor handel.

Ik zal u zeggen wat er ondertussen al bestaat. Er zijn acht gespecialiseerde comités, er zijn vier subcomités, er zijn drie dialogen die elk ook nog bijkomende comités kunnen oprichten. We zijn dus vertrokken voor een bureaucratisch, ondoorzichtig, besloten labyrint, waarin ambtenaren met elkaar gaan samenzitten en waarboven er dan een joint committee, een soort schaduwregering zetelt. Er zijn al verschillende bijeenkomsten geweest. Hier en daar vind je een vage agenda van wat daar besproken zal worden, maar nergens vind je bijvoorbeeld een verslag. Bovendien is in andere landen, bij andere regelgevende samenwerkingen, al gebleken dat ook daar de interferentie van lobbygroepen en zeker ook van industriële lobbygroepen, meestal duidelijk zichtbaar is. Ik roep dus iedereen met een democratisch hart, maar ook iedereen met een Vlaams hart – en dan kijk ik in de richting van de N-VA – op: laten we toch niet zonder boe of bah onze felbevochten bevoegdheden uitbesteden aan besloten werkgroepen.

Een derde reden waarom we dit akkoord niet zullen goedkeuren en oproepen om dat niet te doen, heeft te maken met het voorzorgsprincipe. Een van de belangrijke elementen van het Europese beleid, een van de verworvenheden van Europa, is dat voorzorgsprincipe. In het CETA staat één zinnetje dat stelt dat daar niet aan geraakt zal worden. Als je echter bekijkt hoe alles opgebouwd is, hoe onder meer die regelgevende samenwerking – maar het gaat ruimer dan dat – opgebouwd is, dan zie je dat dat voorzorgsprincipe wel degelijk in gevaar is gekomen. We weten dat Canada absoluut tegen de benadering met een voorzorgsprincipe is, evenals de Verenigde Staten en de bedrijven van de Verenigde Staten die in Canada actief zijn en die een rol zullen spelen in heel dit gebeuren. Daarom, ter verdediging van het voorzorgsprincipe, roepen we op om deze CETA-akkoorden niet goed te keuren.

Een vierde punt gaat over duurzaamheid. Wat ik tot nu toe vermeldde, ging voornamelijk over de democratie die op deze manier, wat ons betreft, te veel onder druk komt te staan. Het gaat echter ook over de sociale en de milieurechten. Dit akkoord is heel onevenwichtig. Investeerders krijgen via ICS harde instrumenten, harde rechten om dingen af te dwingen, terwijl er in het akkoord eerder vage voorstellen en algemene dingen staan over duurzaamheid en sociale rechten, die niet afdwingbaar zijn. We vinden dus dat het evenwicht hier zoek is.

Een laatste reden om tegen te stemmen en om het parlement op te roepen om dit zeker nu niet goed te keuren, heeft te maken met de timing. Er loopt op dit moment een onderzoek over de vraag of dit CETA wel in overeenstemming te brengen is met de Europese verdragen. Er is geen enkele reden om dit akkoord hier nu snel goed te keuren. We moeten sowieso wachten op dat onderzoek. België heeft zich ertoe geëngageerd om te wachten op die uitspraak. Het feit dat men dat hier nu toch sneller wil goedkeuren, heeft veel meer te maken met politieke symboliek maar niet met een redelijke behandeling van zo’n akkoord in een parlement.

We zitten hier nu te debatteren over een handelsakkoord nieuwe generatie 2.0. Laat ons daar inderdaad eens werk van maken en laat ons, om die zo belangrijke internationale handel goed te reglementeren, naar een nieuw model van handelsverdragen gaan, waarin de duurzaamheid en de sociale bescherming even hoog gewaardeerd worden als de uiteraard evidente rechten van de economische spelers. Dat ligt hier nu niet op tafel, en om die reden zullen wij tegen stemmen. (Applaus bij Groen)

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Ik heb de vijf bezwaren van de heer Vanbesien goed gehoord.

Mijnheer Vanbesien, wanneer u het gezamenlijke uitleggingsinstrument betreffende het CETA had gelezen, dan had u daar eigenlijk een antwoord gevonden op de vijf bezwaren die u hebt over het voorzorgsprincipe, over ICS, over duurzaamheid en over regelgevende samenwerking, waar u het blijkbaar erg moeilijk mee hebt: ik meende bijna een bijzonder groot eurocriticus te horen.

Het gaat over een samenwerking tussen 28 en in de toekomst 27 lidstaten. Wat dat puntje betreft, wil ik even citeren uit dat gezamenlijk uitleggingsinstrument, en het gaat dan over een officieel document: “De CETA biedt Canada en de Europese Unie en haar lidstaten een platform ter facilitering van samenwerking tussen regelgevende instanties met als doel de kwaliteit van de regelgeving te verbeteren en de administratieve middelen efficiënter aan te wenden. Deze samenwerking zal vrijwillig zijn, regelgevende instanties kunnen op vrijwillige basis samenwerken maar zijn niet verplicht om dat te doen of om gevolg te geven aan het resultaat van hun samenwerking.”

Mijnheer Vanlouwe, u maakt nu een vergelijking met de Europese Unie in haar geheel alsof ik een eurocriticus ben. Ik ben een eurofiel, maar ik ben vooral enthousiast over de Europese democratie en over beslissingen die onder meer door het parlement worden genomen. En dit is iets wat zich daar net volledig buiten zet. Ik ben dan ook kritisch over de technocratisering van Europa.

Over het CETA is zeer uitvoerig gediscussieerd in dit parlement en in de commissie. Daarover zal in 28 lidstaten worden gedebatteerd en nog in meerdere deelstaatparlementen.

Ik wil even teruggaan in de tijd, naar april 2009. Ons land had toen een andere Federale Regering waarvan wij geen deel uitmaakten. Er werd aan de Europese Commissie goedkeuring gegeven om onderhandelingen op te starten met Canada over een handelsakkoord. Dat was een goede beslissing, ook vanuit Vlaams oogpunt. Ik geef u enkele cijfers mee. Er zijn 23.000 jobs in ons land dankzij de Europese export naar Canada. We zijn een klein land maar we hebben veel belangrijke havens en liggen centraal in Europa. Een op de drie Vlaamse jobs is gerelateerd aan internationale handel. Maar liefst 1600 bedrijven in ons land exporteren naar Canada, en als we het intra-Belgisch bekijken, dan zien we dat bijna 90 procent van de Belgische handel met Canada op het palmares van Vlaanderen staat. Dit verklaart waarschijnlijk toch ook wel de communautaire oprisping die was ontstaan en het tegenwerkingsfederalisme van onze Waalse buren. (Applaus bij de N-VA)

De totale export uit ons land naar Canada bedraagt 2,3 miljard euro. Het staat dus als een paal boven water dat Vlaanderen enorm veel te winnen heeft bij dit handelsverdrag. Het CETA is inderdaad niet zomaar een klein handelsakkoordje. Het is, zoals de naam aangeeft, een omvattend akkoord dat de relaties tussen Canada en de Europese Unie, toch twee heel sterke democratieën, op het vlak van economie, op het vlak van handel, op het vlak van investeringen een boost kan geven, aan beide kanten en op meerdere plaatsen in Europa. Ik probeer de kansen die het CETA biedt voor Vlaanderen, grofweg in acht domeinen in te delen. Zoals u weet, bestaan er heel wat douanetarieven als men vanuit Vlaanderen of de rest van de EU wil uitvoeren...

Mijnheer Vanlouwe, mevrouw Turan wil nog even ingaan op het vorige punt.

Mevrouw Turan heeft het woord.

Voorzitter, de collega was het belang van export naar Canada aan het becijferen. Uiteraard is elke vorm van export heel belangrijk. Wij zijn een open economie. Wij willen ook dat onze kmo’s zo veel mogelijk exporteren, dat ze internationaliseren. We hebben ook vanuit de oppositie de strategienota voor internationalisering mee ondersteund.

Mijnheer Vanlouwe, ik wil even antwoorden op de cijfers die u geeft om het belang van het CETA aan te tonen, met het rapport van FIT over de Vlaamse buitenlandse handel in 2017. Voorzitter, ik wil dat toch even geven. Collega’s, in 2016 stond Canada op de 28e plaats op de lijst van de voornaamste klanten van België, na Portugal, maar net voor Nigeria. De uitvoer van België naar Canada bedroeg dat jaar 1,979 miljard euro, tegenover 1,921 miljard euro in 2015, een toename met 3 procent. Wat Vlaanderen betreft, en dat is waar het voor ons om gaat, beliep de Vlaamse jaaruitvoer naar Canada in 2017 echter 2,19 miljard euro, zoals de collega heeft aangegeven. Het was de eerste keer dat die kaap van 2 miljard euro werd overschreden. Joepie. Dat was ook 23,19 procent hoger dan in 2016, een stijging voor de derde keer op rij. Allemaal positief. Heeft dat te maken met het CETA? Niet met het verdrag as such, want het verdrag is pas in september goedgekeurd, maar het feit dat we vooral over Canada bezig zijn, over export en handelsakkoorden, heeft al een positief effect gehad.

Nu komt het echter: in de ranglijst van exportmarkten voor Vlaanderen leverde dat uitvoerbedrag Canada de 23e plaats op, met een aandeel van 0,69 procent in de totale Vlaamse jaaruitvoer. Gewoon om even te kaderen hoe belangrijk dit CETA-akkoord economisch voor ons is om bepaalde structuren in te lassen die onze democratische rechtsstaat in het gedrang brengen: 0,69 procent van de totale Vlaamse jaaruitvoer, volgens FIT-cijfers.

De heer Daems heeft het woord.

Ik weet dat dat zo de dooddoener is, maar eigenlijk zouden we dan ergens een grens moeten trekken en geen handel meer moeten drijven met al wie niet in de top tien staat. Dat is zo’n beetje de indruk die daarmee wordt gegeven: het is maar 0,69 procent. Collega’s, het gaat wel over 2 miljard euro export, en dat groeit sterk. Het gaat op dit moment dus over honderden en honderden en honderden jobs erbij. Wie het kleine niet eert, collega’s van de socialisten, is het grote niet weerd. (Applaus bij Open Vld en de N-VA)

De heer Diependaele heeft het woord.

Mevrouw Turan, wat u daarnet deed, dat is de meest nietszeggende analyse die u maar kunt maken. Bij de opstart van de Europese Unie waren er ook landen die zeiden dat die unie nooit een bijdrage zou leveren, want de economie was na de Tweede Wereldoorlog al van zichzelf aan het groeien. Die unie had geen enkele meerwaarde. Hebben die gelijk gekregen? Ik denk het niet. En u moet wat u nu net zegt, maar eens gaan uitleggen aan die mensen die die jobs doen, die nu handeldrijven met Canada en die potentiële groei zien. U zegt ‘neen, het is te klein, wat u doet, is eigenlijk nietszeggend en wij gaan u die potentiële groei ontzeggen’. Ik vind het eigenlijk stuitend dat u dat op die manier probeert aan te tonen. (Applaus bij de N-VA)

Ik denk dat u vooral niet om kunt met de cijfers die FIT zelf geeft. Het is wat het is. Ik geef u gewoon de cijfers weer. Het is 2 miljard en een klets. Ik zeg het toch, dat is een serieuze export. Ik ben mijn betoog ook begonnen met te zeggen dat elke export belangrijk is en dat wij daarachter staan. Ik zal straks ook herhalen dat ik voor vrijhandelsakkoorden ben. Maar ik zal verklaren waarom ik vind dat dit vol fouten zit. De cijfers van FIT gebruiken om te zeggen hoe belangrijk dit is? Elke job is belangrijk, maar het is 0,69 procent van onze totale Vlaamse export. Ik wil dit in de cijfers opgenomen zien. Ik zeg ook dat het een groot bedrag is, maar het is 0,69 procent.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik vind dat dus een totaal waardeloos argument. Totaal waardeloos. Zoals collega Daems heeft gezegd: of het nu een groot land is of een klein land of een land met een kleine exportmarkt, het gaat nu over de kwaliteit van het verdrag, een standaardverdrag dat hopelijk de standaard zal zetten voor veel andere verdragen, waarin we de grenzen verleggen, waarin we, in tegenstelling tot wat beweerd is, wel duurzaamheid opnemen, wel sociale rechten opnemen, wel mensenrechten opnemen. Dit verdrag kan ertoe leiden dat wij in plaats van de ‘rule taker’ de ‘rule maker’ worden.

De VS hebben alle besprekingen met de Europese Unie over een vrijhandelsakkoord stopgezet. Er moeten nog grote vrijhandelsakkoorden worden gesloten met Japan, met Singapore, met Vietnam. Straks kunt u ook zeggen dat het niet de moeite is om met Vietnam een vrijhandelsakkoord te sluiten. Wel, zo zien wij dat niet. Zo zien onze Vlaamse kmo's dat niet. Elk miljard uitvoer genereert een pak tewerkstelling en een pak welvaart. Het is een zeer sterk akkoord met hoge normen en hoge standaarden. Ik ben blij dat we in de geopolitieke context van vandaag niet alleen de tol maar ook de standaard kunnen zetten, dat we ‘rule maker’ in plaats van ‘rule taker’ zijn, anders zullen het binnenkort de Chinese standaarden zijn. (Applaus bij de N-VA)

Ik denk dat de non-argumenten van mevrouw Turan weerlegd zijn. Het was misschien zelfs een heel simplistisch pleidooi om juist die handel, die export naar Canada te vergroten en te verbeteren.

Het CETA schaft maar liefst 99 procent van alle douanerechten op onze goederenexport af. Onze grote exportsectoren, zoals de farma-industrie, de chemie en de minerale brandstoffen, profiteren hiervan, maar vooral ook de textielindustrie zal er profijt bij hebben. Ons land is de op drie na grootste Europese textielexporteur naar Canada. Wij nemen 12 procent van de totale EU-export voor onze rekening. Tot nu toe hanteerde Canada douanetarieven tot maar liefst 18 procent. Door deze tarieven af te schaffen, geven wij extra zuurstof aan onze Vlaamse topexporteurs. Alle EU-exporteurs zouden samen met het CETA jaarlijks voor maar liefst 590 miljoen euro uitsparen door het wegvallen van douane.

Het CETA creëert ook kansen voor onze landbouwers, voor onze agrovoedingsindustrie. Ons land is de op vier na grootste exporteur van bewerkte voedingsmiddelen. Denk aan chocolade en andere zoetigheden waar tarieven tot 16 procent worden geheven. Meer dan 90 procent van de Canadese agrarische douanetarieven worden door het CETA afgeschaft. Maar naast de exportmogelijkheden zorgt het CETA ook voor de bescherming van onze landbouwers. Voor runds- en varkensvlees is er slechts een beperkte liberalisering. Er blijven uitzonderingen. Als onze markt overspoeld zal worden door Canadese producten, treden er opnieuw hoge EU-tarieven in werking. Tariefverlagingen gelden zelfs helemaal niet voor producten zoals pluimvee en eieren.

Uit het gezamenlijk uitleggingsinstrument – ik nodig de oppositie uit om dat zeker nog eens goed na te lezen – blijkt heel uitdrukkelijk dat tussen Canada in de Europese Unie werd afgesproken dat het CETA evenmin afbreuk zal doen aan onze normen en regelgeving in verband met voedselveiligheid, productveiligheid, consumentenbescherming, gezondheid, milieu en arbeidsbescherming. Geïmporteerde goederen moeten blijven voldoen aan binnenlandse voorschriften. Geen nivellering omlaag.

Onze Vlaamse landbouw heeft nood aan nieuwe markten en aan concurrentie die dezelfde standaarden volgt. Iedereen weet dat we te kampen hebben met een Russisch embargo. Er zijn sancties tegen Rusland en er zijn tegensancties. Dat voelen onze fruitkwekers, onder andere in Limburg. Dan is het belang van de toegang tot internationale, nieuwe exportmarkten duidelijk. Onder meer daarom is nieuwe markten aanboren en belemmeringen tot een minimum herleiden voor Vlaanderen zo belangrijk.

Ook onze groente- en fruittelers worden beschermd door vastgelegde bodemprijzen voor geïmporteerde Canadese producten. Daarenboven gaat er een markt open van 36 miljoen consumenten, waarbij 92 procent van de tarieven op groenten en fruit wordt afgeschaft. Eindelijk goed nieuws dus voor een sector die het al zwaar te verduren heeft gehad door de sancties van Rusland.

Voorzitter, ik kan het niet laten om er het FIT-rapport Vlaamse Buitenlandse Handel uit 2017 even bij te halen. Het klopt dat er verschillende tarieven na de inwerkingtreding van het CETA zijn gereduceerd. Wat voedsel betreft zal dat wel kloppen.

Mijnheer Vanlouwe, ik heb u ook horen spreken over chemie en farma en minerale brandstoffen. Los van de inwerkingtreding zien we de laatste drie jaar een toename van export in de chemie- en de farmasector, samen met de minerale brandstoffen. Dat zijn de grootste exporteurs, en daar is een mooie toename. Dat koppelt u aan de tariefverminderingen.

Wist u dat er volgens het rapport van FIT, pre-CETA al een nultarief gold op farma en chemie, dat er tussen het CETA en Europa al een nultarief was op farma en chemie, en inzake minerale grondstoffen amper 1,03 procent? Ik ben voorstander van het wegnemen van tarieven, maar ik wil gewoon duidelijk maken dat we het CETA en het voorlopige effect… De tarieven zijn van 18 naar 0 procent gegaan. De exporttoename van vandaag is bij farma. Ik geef gewoon de cijfers. In farma en chemie was er al een nultarief, en voor minerale brandstoffen was er een tarief van 1,03 procent en die is nu naar 0 gegaan. Had u weet van die cijfers, collega Vanlouwe? Wist u dat het al 0 procent was?

Collega Turan, met alle respect, maar ik begrijp de selectiviteit in uw beoordeling over handelsovereenkomsten niet. Een drietal weken geleden hebben we hier heel uitgebreid gesproken over een handelsovereenkomst met Vietnam, wat volgens mij een heel goede zaak is. De minister-president is daar heel goed mee bezig. Dan hoor ik jullie niet.

Plots blijkt nu, als het over Canada gaat, dat u een gigantisch probleem hebt. Ik begrijp dat niet. Wat is er zo mis met Canada? Waar ligt het probleem? Wat voor extreem land is Canada tegenover alle andere landen in de wereld? Dat verschil tussen al die overeenkomsten, dat wil ik graag eens van u horen. (Applaus bij de N-VA)

Het is duidelijk dat we die douanetarieven moeten verlagen op alle domeinen, ook al is het maar beperkt. Er gaan er ook van 18 naar 0 procent, van 16 naar 0 procent. We hebben er voor onze industrie belang bij dat de douanetarieven maximaal worden verlaagd, zodat we onze export naar Canada, een markt met ongeveer 38 miljoen inwoners, kunnen vergroten.

Ik was gekomen op het punt van duurzaamheid. Ik had het over het respect voor onze normen, onze milieunormen, onze arbeidsvoorwaarden, en dan is het belangrijk om erop te wijzen… Soms heb ik de indruk dat daar wel wat fake nieuws over wordt verspreid. Natuurlijk is het een wederzijds verdrag, er zal worden geïmporteerd en geëxporteerd vanuit Canada naar ons land en naar de hele Europese Unie.

De Canadese import zal moeten voldoen aan onze Europese normen inzake voedselveiligheid, ook op het vlak van genetisch gewijzigde organismen, hormonen en antibiotica. Als er in Canada een verschillende regelgeving bestaat en als onze regelgeving strenger is, is het niet de bedoeling dat wij nivelleren, maar dat onze normen blijven bestaan voor al de producten die vanuit Canada in Europa en in Vlaanderen worden ingevoerd.

Het CETA stelt de Canadese dienstenmarkt open voor onze bedrijven. De handelsbelemmeringen met betrekking tot de nationaliteit van de werknemers, bijvoorbeeld, worden opgeheven. Anders zou ik nu horen wat een discriminatie dit niet is. Dat is een goede zaak in het CETA.

Daarnaast worden ook belangrijke nieuwe markten opengesteld. Ik denk in de eerste plaats aan de maritieme dienstensector. Onze gerenommeerde baggerbedrijven, die over heel de wereld in Aziatische, Europese en Afrikaanse havens werken, geraken niet op de Amerikaanse en Canadese markt en in die verschillende havens. Er is nu een akkoord met Canada om onze baggerbedrijven, met hun bemanningen en met hun gespecialiseerde arbeiders en ingenieurs, naar Canada te sturen.

Met het CETA doet Canada ook de meest ambitieuze toezeggingen ooit op het vlak van overheidsopdrachten. Onze bedrijven krijgen de kans mee te dingen in federale, provinciale en lokale Canadese aanbestedingsprocedures. Er was in Canada immers een verschil. Eerst vonden de Canadezen dat buitenlandse bedrijven wel mochten meedingen voor federale opdrachten, maar niet voor regionale of lokale opdrachten. Canada stelt die overheidsopdrachten nu open voor bedrijven uit Vlaanderen. De aannemingsbedrijven die ginds willen werken, kunnen nu eindelijk meedingen voor overheidsaanbestedingen.

Door het CETA zal Canada de bescherming van auteursrechten en van handelsmerken op een Europees niveau brengen. Zo worden de intellectuele eigendommen van onze creatieve industrie beschermd en gaat ook de bescherming van de intellectuele eigendommen van de farmaceutische industrie omhoog. Dat is goed nieuws, want de farmaceutische sector neemt meer dan 27 procent van de export naar Canada voor zijn rekening.

Met het CETA zal ook het verkeer van personen naar Canada worden vergemakkelijkt. Dat is vooral bijzonder goed nieuws voor onze kmo’s. Ik heb vaak gehoord dat enkel de grote bedrijven en de multinationals van de voordelen van het CETA zullen genieten, maar nu kunnen ook onze kleine en middelgrote ondernemingen makkelijker met hun eigen personeel aan de slag aan de overkant van de oceaan.

Het CETA zal de investeringen tussen ons land en Canada stimuleren. Ook op het vlak van de investeringsbescherming biedt het CETA veel voordelen. Aangezien ons land geen bilateraal investeringsbedrag met Canada heeft, zullen de investeerders met het CETA meer voorspelbaarheid, transparantie en bescherming genieten.

Voor geschillenbescherming rekent het CETA op het nieuw Investment Court System. Het vroegere Investor-State Dispute Settlement-systeem (ISDS-systeem) is lang bekritiseerd en dat niet enkel hier. Het kwam telkens opnieuw ter sprake, maar het is gewijzigd. Er is een nieuw systeem geïnstalleerd. Het ISDS-systeem bestaat nochtans in meer dan duizend handelsverdragen, maar daar heb ik de linkerzijde nooit over horen discussiëren. We zullen het nu veranderen. ICS is een systeem dat voor de bescherming van investeringen zorgt, maar de overheden behouden het recht om regelgeving in het algemeen belang te maken.

ICS is niet meer gebaseerd op tijdelijke tribunalen, zoals we tijdens het jarenlang ISDS-systeem hebben gezien. Er zal een permanent hof zijn. Voor die rechtbank met onafhankelijke, professionele rechters die door Canada en de EU worden aangeduid, zal transparantie het leidmotief zijn. Het tribunaal kan openbare hoorzittingen organiseren en zal zijn documenten publiceren. Dat is een groot verschil met het ISDS-systeem.

Arbitrage bestaat nochtans ook in ons rechtssysteem en in ons gerechtelijk wetboek. Ik heb nooit gehoord dat we dit moeten afschaffen in het Belgisch rechtssysteem. ICS is een opstap naar een multilaterale aanpak. Hiermee zetten we mee de internationale standaard. Dat is niet slecht in deze moeilijke tijden waarin de World Trade Organization (WTO) onder druk staat.

Ten laatste biedt het CETA grote kansen voor onze kmo’s. Grote multinationale bedrijven hebben vaak het kapitaal en de schaalvoordelen om actief te zijn op een markt die anders georganiseerd wordt. Voor kmo’s is dit moeilijker. Een kmo-regio zoals Vlaanderen heeft veel te winnen bij het CETA: minder handelsbelemmeringen, afschaffing van tarieven, eenvoudigere douaneprocedures en geen dure uitputtingsslag bij geschillen via lokale rechtbanken. In deze tijden van brexit, waar we aan het onderhandelen zijn met het Verenigd Koninkrijk over de vraag of er opnieuw douanetarieven moeten worden ingevoerd en of we naar een soft of een hard brexit gaan, of er bijkomend personeel moet komen en of er opnieuw formaliteiten zullen zijn, is het van belang dat we met Canada afspraken kunnen maken over eenvoudigere douaneprocedures, minder handelsbelemmeringen en lagere douanetarieven. Het CETA helpt onze kmo’s al hun exportmogelijkheden naar Canada te benutten.

Zowel in de commissie Buitenlands Beleid als in deze plenaire vergadering hebben we dit thema zeer uitvoerig aan bod laten komen, in talloze schriftelijke, mondelinge en actuele vragen. Tot tweemaal toe hebben we hoorzittingen gehouden. We hebben een verzoekschrift aanvaard, we hebben de indieners van dit verzoekschrift dat door 15.000 mensen ondertekend is, beluisterd en we zijn met hen in debat gegaan. We zijn zelfs in discussie gegaan met Eurocommissaris voor Handel Cecilia Malmström en ook toen kwam het CETA aan bod. Bijna tien jaar na de start van het onderhandelingsmandaat en een dertigtal onderhandelingsrondes later, staat het CETA-instemmingsdecreet op de agenda van onze plenaire vergadering.

We hebben dit hier uitvoerig bediscussieerd in de finale fase, maar in de tien jaar dat er over dit verdrag werd onderhandeld, heeft de linkerzijde daarover amper vragen gesteld. Zelfs in het Europees Parlement kwamen er geen kritische vragen vanuit de oppositie. Plots werd dit verdrag evenwel met de grond gelijkgemaakt. Men was even vergeten dat men een mandaat had gegeven aan de Europese Commissie en aan Canada om een handelsverdrag af te sluiten.

Verschillende Europese lidstaten hebben het CETA al geratificeerd: Spanje, Denemarken, Kroatië, Oostenrijk, Portugal, Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen hebben reeds de voordelen gezien. Daar zijn ook soms wel regeringen aan de macht van de linkerzijde. Ik hoop dat we straks vanuit het Vlaams Parlement dat goede voorbeeld kunnen volgen. Gisteren werd het CETA-verdrag ook in de Kamercommissie goedgekeurd.

Raar maar waar, vandaag zijn er nog altijd mensen die op de rem gaan staan, soms op basis van foutieve of onvolledige informatie. Sommige mensen willen geen ratificatie, anderen willen ze nu nog niet. Het argument wordt aangevoerd dat de democratie in gevaar zou zijn. We hebben wel een Europees Parlement maar er is geen overkoepelend parlement tussen de EU en Canada. Ik las in De Wereld Morgen: “De democratie is in gevaar”. Maar wat doen we hier? We debatteren. Wat doen ze in de Kamer? Debatteren. Wat gebeurt er in de andere deelstaatparlementen en in de andere EU lidstaten en in Canada? Er wordt gedebatteerd over dit handelsverdrag. Waar zou de democratie in gevaar zijn? Er is nog nooit zoveel over handelsverdragen gediscussieerd. Drie weken geleden werden daarover vragen gesteld in de commissie, en niemand van de oppositie was aanwezig om nog maar kritische vragen te stellen over de stand van zaken van die andere handelsverdragen.

“Achterkamerpolitiek!”, dat heb ik veel gehoord en gelezen in de debatten en in de brieven die we kregen van ngo’s en vakbonden. Er werd gezegd dat het om 1600 pagina’s vakjargon ging, dat met opzet zo geschreven was, in technische bewoordingen, dat niemand het nog kon begrijpen.

Wie eens de moeite zou nemen om dat handelsverdrag tot in detail te gaan bekijken, zou vaststellen dat de verdragstekst maar 230 pagina’s telt. Je kunt zeggen dat dat nog altijd veel is, maar het is mooi overzichtelijk in 30 hoofdstukken ingedeeld. Dat is helemaal niet overdreven voor een handelsakkoord tussen de Europese Unie, met 28 lidstaten, en een belangrijke handelspartner als Canada. En wat na die 230 pagina’s volgt, zijn veelal bijlages met definities, bepalingen, toelichtingen en extra uitzonderingen. Per lidstaat staan er nog heel wat uitzonderingen in al die bijlagen en al die annexen.

Collega’s, als ik u in het begin van mijn betoog vertelde dat 90 procent van de Belgisch-Canadese handel op het conto van Vlaanderen staat, zal het u niet verbazen dat de steun voor het CETA in ons land zich vooral hier in Vlaanderen bevindt. In Wallonië voert men zo goed als geen handel met de Canadezen, maar men zag in het CETA wel een symbooldossier, waarbij men zich eens stoer op de linkse borst kon kloppen. Op een bedenkelijke manier werd ons land in de internationale spotlights gezet, helaas ten koste van ons imago en onze handelsbelangen. Onze Vlaamse jobs en welvaart werden te grabbel gegooid.

Op het ogenblik dat de discussie bezig was en de Canadese minister hier in Wallonië, in Namen in het Elysette was, was ik in Canada, in Québec. En wat zag ik daar op televisie? Ik zag daar dat men het totaal niet verstond waarom een kleine deelstaat van een kleinere lidstaat het nodig vond om dit handelsverdrag te blokkeren. Men verstond het niet en men merkte zelfs op dat er amper handel is tussen Canada en Wallonië.

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Vanlouwe, ik laat u rustig doen, maar er is nu toch één ding waar we zeer hard voor gevochten hebben, en dat is dat er geen hiërarchie is tussen het federale en de regioparlementen. Ik dacht dat dat een principe was dat uzelf ook hoog in het vaandel voerde. En dus moeten we toch wel toejuichen dat een parlement – wij doen dat ook geregeld – echt de ruimte neemt om zijn rechten uit te oefenen. Ik stel vast dat u dat principe blijkbaar niet meer zo hoog in het vaandel voert en dat u dat op de helling zet. (Applaus bij Groen en sp.a)

Mijnheer Rzoska, ik denk dat u mij, zoals mevrouw Turan daarstraks, selectief gehoord hebt. Ik pleit er zeker niet voor dat dit zou worden onttrokken aan het Waals Parlement of aan de andere deelstaatparlementen. Wat ik wel vaststel, is dat men eigenlijk geen bezwaren had tegen het CETA, maar dat men het eigenlijk gebruikte om oppositie te voeren tegen het federale niveau. Men probeerde Wallonië op de kaart te zetten. Het was een vorm van tegenwerkingsfederalisme. Ik respecteer alle autonomie van Wallonië. Ik stel wel vast dat ze geplooid zijn. Uiteindelijk hebben ze toegegeven, met inderdaad wat interpretatieve verklaringen, maar uiteindelijk, met resoluties zowel in het Brussels als in het Waals Parlement, heeft men gezegd dat we verder gaan met dit CETA-verdrag, zoals het inderdaad ook ons recht is.

Collega Vanlouwe, hebben die gesprekken aanleiding gegeven tot een intra-Belgisch akkoord dat Vlaanderen mee heeft ondertekend, ja of neen?

Ja, en dan? Er is een adviesaanvraag.

Dat wil dus zeggen dat die deelstaat niet ‘oppositie-oppositie’ heeft gevoerd. De bezwaren die zij hadden, hebben aanleiding gegeven tot twee zeer belangrijke documenten, die toegevoegd zijn aan dit dossier. Ten eerste: een interpretatieve tekst, waar u nu al heel graag naar verwijst om collega Vanbesien van antwoord te dienen. Maar laten we niet vergeten dat een interpretatieve tekst een tekst is die bij dubbelzinnigheid mee context kan schetsen. Het doet geen afbreuk aan de letter van het verdrag zelf.

Ten tweede is er op basis van dat bezwaar een intra-Belgisch akkoord mee ondertekend door Vlaanderen, door de minister-president van de Vlaamse Regering waar u deel van uitmaakt. Dat heeft aanleiding gegeven tot het stellen van een adviesvraag aan het Europees Hof van Justitie. Klopt dat, mijnheer Vanlouwe?

Oké, ik heb mijn antwoord.

Ik zal u een andere vraag stellen, mevrouw Turan. Is het CETA-verdrag gewijzigd?

Neen. Geen letter, geen jota.

Collega Vanlouwe, u zegt: er is niets veranderd, er is geen letter veranderd aan het verdrag zelf. Dat hebt u juist gezegd. Maar u dient collega Vanbesien wat betreft mensenrechten, milieu en inhoudelijke standaarden van antwoord door te verwijzen naar de interpretatieve tekst. Wat ís het nu, mijnheer Vanlouwe?

Er is geen letter veranderd aan het CETA-verdrag. Er is een interpretatieve verklaring, een verduidelijkende tekst en er is een adviesaanvraag. Maar er is geen letter, geen jota veranderd aan het CETA-verdrag, mevrouw Turan. U weet dat zeer goed. Geen letter. Niets. Het CETA-verdrag is nog altijd hetzelfde verdrag, zoals het aanvankelijk tussen de Commissie en Canada werd voorgesteld.

Ik sluit af, voorzitter. Internationaal gezien worden er toch wel vreemde allianties gesmeed tegen Europese handelsakkoorden. Links en extreemlinks in ons land staan samen op de barricaden met het protectionisme in de Verenigde Staten. We hebben inderdaad lang gediscussieerd over die TTIP. De Obama-administratie was absoluut voorstander van het TTIP-verdrag en probeerde dat er nog door te krijgen. Nu is er een nieuwe administratie en van TTIP is er geen sprake meer.

En die bizarre combinatie tegen die handelsverdragen wordt nu nog uitgebreid met de nieuwe Italiaanse regering. Opnieuw protectionisme, dit keer aangevuld met de Vijfsterrenbeweging en met de Lega, blijkbaar ‘compagnons de route’ in de strijd tegen handelsverdragen. Ik vind dat toch bijzonder merkwaardige allianties. ‘Les extrêmes se touchent’, blijkbaar. 

Collega's, behalve de overduidelijke voordelen die het CETA ons economisch oplevert, is de ratificatie vanuit Vlaanderen daarom ook symbolisch. Het is een belangrijk politiek signaal naar onze Canadese en Europese partners dat duidelijk maakt dat Vlaanderen ‘open for business’ is. Vlaanderen wil handel drijven en wij passen voor een protectionistisch verhaal. Tegelijk willen wij onze offensieve en defensieve belangen verdedigen voor onze landbouw, voor onze industriële goederen, voor onze diensten, investeringen, ons milieu, onze culturele en audiovisuele diensten en ook voor ons onderwijs.

Eenzijdige importheffingen die de Amerikaanse president invoerde op Canadese producten geven ons ook een bijkomende opportuniteit. Stel dat NAFTA, het Noord-Amerikaans Vrijhandelsakkoord, zou verdwijnen, dan kan de Europese Unie in dat gat springen. De EU is namelijk Canada's tweede grootste handelsblok. En voor Canada zou het CETA een bnp-stijging kunnen betekenen van 40 miljard euro. En daarom is het belangrijk om het CETA zo snel mogelijk te ratificeren en onze Canadese partners duidelijk te maken dat wij klaar zijn voor betere en sterke handelsrelaties.

En ik hoor de linkerzijde al aankomen: ‘Maar mijnheer Vanlouwe, u moet wachten op het advies van het Europese Hof van Justitie.’ Nee, collega's, dat moeten wij niet. Vlaanderen verwelkomt in de bewuste verklaring 37 duidelijk het nieuwe ICS-systeem. Ik heb er daarnet over gesproken. En in diezelfde verklaring verbindt noch Vlaanderen, noch het federale niveau zich ertoe te wachten met ratificeren tot het advies van het Europese Hof beschikbaar is. En stel, in het slechtst mogelijke scenario, dat het Hof van Justitie tóch een negatief advies uitbrengt. Dan heeft dit ook enkel betrekking op dat onderdeel, op ICS en dus niet op de rest van het handelsakkoord, waar onze ondernemingen wel bij varen.

Collega's, er is voor mij geen enkele reden om nog langer te talmen. Het instemmingsdecreet ligt vandaag ter stemming. En het zal u niet verbazen dat mijn fractie hier overtuigend voor zal stemmen. Ik hoop van u hetzelfde. Doe het voor de welvaart in onze regio, doe het voor de welvaart in Vlaanderen en doe het ook voor de creatie van jobs. Ik dank u. (Applaus bij de N-VA)

De heer Poschet heeft het woord.

Voorzitter, ik zal spreken in naam van de heer Kennes. Hij is even buiten strijd door een auto-ongeluk. Ik wens hem bij dezen veel beterschap.

Een opmerking die door anderen al werd gemaakt: we kunnen niet kiezen voor regionalisering van bevoegdheden en dan kwaad zijn als een andere deelstaat een andere mening heeft en die ook uit. Als er een onafhankelijk Vlaanderen zou komen, zou er ook een onafhankelijk Wallonië zijn, en dan zou hun blokkeringsmogelijkheid zelfs nog groter zijn. We kunnen niet ‘le beurre, l’argent du beurre et le sourire de la crémière’ hebben, mijnheer Vanlouwe.

Terug naar de essentie. Het gaat hier wel degelijk om een zeer belangrijk akkoord met een belangrijke en democratische partner waarmee we historische en culturele banden hebben. Denken we maar aan de grote immigratie vanuit onze contreien naar Canada die er geweest is.

CD&V wou nooit over één nacht ijs gaan. We hebben zorgvuldig onze tijd genomen om die bespreking over het CETA te gronde te voeren, niet alleen in de commissie, maar ook hier in de plenaire vergadering. We hebben verschillende sprekers gehoord, voorstanders en tegenstanders. We hebben met open vizier de discussie gevoerd. We hebben na wikken en wegen, na het beluisteren van de opmerkingen en bekommernissen, bekeken of er aan eventuele terechte vragen tegemoetgekomen is. Dat is onzes inziens het geval.

Zo waren er vragen rond het ISDS. Daar is aan tegemoetgekomen door te kiezen voor het ICS-systeem. In het ideale geval komt er een multilateraal investeringshof bij de VN met beroepsrechters.

Er is ook de fameuze ‘letter of understanding’ gekomen: de interpretatieve nota die opgemaakt werd om tegemoet te komen aan een aantal bekommernissen.

Bovendien heeft Canada in de aanloop naar de ratificering van het CETA een aantal ontbrekende conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) geratificeerd, wat meteen een voorbeeld is van hoe internationale handel kan helpen bij de versterking van arbeidsregelgeving.

Bovendien worden er ook voortgangsrapporten gemaakt en zullen de akkoorden die een volledige EU-bevoegdheid betreffen, worden opgevolgd via een gedetailleerde monitoring door de Europese Commissie en het Europees Parlement.

Het CETA neemt de tarifaire belemmeringen weg en beoogt niet-tarifaire belemmeringen weg te nemen, standaarden te harmoniseren, en dat moet een harmonisering naar boven zijn. Dat is voor ons zeer belangrijk. Voor CD&V mag toekomstige regelgeving, ook verstrengingen zoals binnenkort voor plastic, niet worden verhinderd. Zo hanteert de Europese Unie een nultolerantie voor genetisch gemanipuleerde gewassen. Hierover is al gesproken. Hier zal niets aan veranderen.

CD&V zal dit ontwerp van decreet dus goedkeuren, omdat we geloven in internationale handel en samenwerking, en omdat we geloven in de noodzaak een sterk westers blok te vormen, waarbij we beter in staat zijn om onze productnormering op te leggen in plaats van andere, grote handelsmachten die het absoluut niet nauw nemen met consumentenbescherming, democratie of milieunormering maar zich laten leiden door puur winstbejag.

De heer Daems heeft het woord.

Collega’s, het zoveelste rondje CETA. Degenen die zeggen dat we daar weinig tijd aan hebben besteed, kennen natuurlijk de waarheid niet. We hebben in dit Vlaams Parlement heel wat aandacht besteed aan dit handelsakkoord, wat geen vrijhandelsakkoord is maar wel een handelsakkoord.

Collega Turan, ik kreeg net een berichtje. Het is niet van mij, dus neem het mij niet kwalijk. Een vriend van mij zegt: ‘Ik heb een nieuwe definitie van TTIP: Turan and Trump in for protectionisme’. Het is een grapje, neem het dus niet persoonlijk. Als ik nu zou willen overdrijven, zou ik dat als leidraad nemen. Het is niet van mij. Het is een grapje, neem dat nu niet persoonlijk. U hebt nu net een mooi blauw kleedje aan.

Als het niet op basis van argumenten en cijfers gaat, dan schiet u op de man. Nog veel erger, collega, u doet dat achter een tweet. Ik zal misschien verwijzen naar enkele tweets die ik heb gekregen. Er zijn verschillende mensen die op dit ogenblik al zeggen: ‘U hebt een aantal terechte vragen gesteld met cijfers op tafel te leggen zonder antwoord te krijgen.’ Ik stel voor dat u daarop antwoordt, dan kunnen uw en mijn volgers ineens inhoudelijk antwoord krijgen op de vele, vele vragen die ze hebben over deze handelsverdragen.

Mevrouw Turan, voor de helderheid van het debat: ik heb die vragen hier niet gehoord. Trouwens, de minister-president heeft nog niet geantwoord. Als u van buitenaf vragen krijgt, kan ik die niet beoordelen.

Sorry dat ik dat herhaald heb. Ik zal hem naar zijn voeten geven, want een van mijn vriendinnen is nu geschoffeerd. Daarom zijn we het politiek oneens, maar het heeft u de kans gegeven om u weer eens op te draaien, want dat doet u graag, en ik ben daar blij mee. Ik zal hem proficiat wensen. Het is geen hij, maar een zij, dat is nog straffer. Het mag ook eens een beetje los zijn, het is altijd zo serieus. We gaan toch wel terugkomen op het serieuze.

Ik wil in het begin twee basisopmerkingen maken. In dit Vlaams Parlement zijn we bevoegd voor het investeringsluik en niet voor het handelsluik. Dat wil niet zeggen dat we daar niets over kunnen zeggen, toegegeven, maar uiteindelijk is het een beetje kort door de bocht om het investeringsluik te gebruiken om in essentie het andere luik te willen afschieten. Dat is wat er hier nu gebeurt. Nogmaals, dat neemt niet weg dat we natuurlijk uiteindelijk wel over het geheel moeten stemmen, maar het is het investeringsluik dat hier in principe binnen onze bevoegdheid ligt, niet het andere. Ik wil daarover debatteren, maar de omweg om dan toch te proberen de basis of de essentie van het handelsakkoord te raken, is op zijn zachtst uitgedrukt toch niet erg correct.

Ik wil ook een principiële opmerking maken en die gaat waarschijnlijk de linkerzijde niet plezieren. Maar ja, ik sta hier niet om de linkerzijde te plezieren. Waar ik echt moeite mee heb, is een nieuw soort van economisch populisme waar onbewust – hoop ik en vermoed ik – de linkerzijde zich toch wel wat schuldig aan maakt. Wat is de definitie van populisme? Dat is mensen schrik aanjagen en dan een vijand vinden. Dat is eigenlijk wat hier voor een stuk gebeurt. Het CETA, net zoals het TTIP, is een onding waardoor onze Vlaamse medeburgers waarschijnlijk giftig voedsel gaan eten, waarbij onze milieunormen compleet de dieperik in worden geduwd, waarbij kinderarbeidsproducten zouden worden geïmporteerd en ga zo maar door. En wie was de vijand? Die grote, smerige multinationals. Wat framing betreft, is dat exact dezelfde techniek die de extreemrechterzijde gebruikt bij een andere problematiek. Ik vind dat spijtig. Ik vind het echt spijtig dat u daarin meeloopt.

U bent er heel erg in meegelopen, destijds in het TTIP-verhaal. Nu is het minder, maar ik wil het toch eens gezegd hebben. Als we een fatsoenlijk debat willen, moeten we weg van elk soort van populisme. Met andere woorden, de klassieker om zeker op sociale media een soort van onveiligheidsgevoel, gevarengevoel, gezondheidsgevoel te projecteren, waar je natuurlijk een pak mensen voor meekrijgt, en dan een vijand te vinden, in casu de grote allesverslindende multinationals, is de potpourri waarmee je elk fatsoenlijk debat kapotmaakt.  

Ik wil graag fatsoenlijk met u debatteren, maar ik vind het spijtig dat die techniek – ik wil dat toch ook eens in het Vlaams Parlement gezegd hebben – , die manier van handelen die alleen het trademark was van extreemrechts, nu ook ingang heeft gevonden bij links. Ik vind dat spijtig en ik vraag u om daarvan weg te gaan. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Daems, ik vind nu dat u een hele grote groep in Vlaanderen schoffeert en beledigt, en ik zal u zeggen wie. (Opmerkingen van Rik Daems)

Neem bijvoorbeeld Test-Aankoop, neem bijvoorbeeld 11.11.11, neem bijvoorbeeld de vakbonden, die het debat de hele tijd zeer inhoudelijk hebben gevoerd met argumenten, met studie van teksten en inderdaad met een mobilisatie van mensen. Die mobilisatie van mensen is sereen gebeurd. Het was ook geen massamobilisatie. Ik denk dat nog heel veel mensen ‘out here’ niet beseffen wat dit inhoudt en wat de gevolgen ervan zijn. Het protest is breed wat betreft de middenveldorganisaties, maar is vooral onderbouwd en genuanceerd. Dat u dit hier in één zak steekt met allerlei populistische, extreemrechtse bovendien, organisaties en stromingen is totaal onterecht en is onbeschoft in de richting van die mensen die er tijd in steken vanuit een eerlijke betrokkenheid. (Applaus bij Groen en sp.a)

Ik wil daarop antwoorden en wel heel duidelijk. Ik schoffeer niemand. Wat ik wel heel duidelijk aanduid, is dat als we een fatsoenlijk, goedgegrond debat willen hebben waar argumenten tegenover elkaar staan en waar ik als eerste nooit vies ben geweest om iemand die gelijk heeft gelijk te geven, dan is mijn boodschap aan de linkerzijde om weg te blijven van dit soort van populisme, wat wel degelijk heeft bestaan en wat trouwens nog altijd voor een stuk wordt gevoerd. Dat is mijn boodschap. Ik wil gewoon een eerlijk debat en ik schoffeer daar niemand mee.

Weet u wat ik doe? Ik probeer er ons van weg te houden dat in dat segment van het politieke leven dit soort van onheus gedrag dat niemand iets opbrengt, opgeld maakt. Het is spijtig genoeg wel opgeld aan het maken. Ik wil daar een bondgenoot in de linkerzijde om dat niet te doen. Het is het omgekeerde van wat u zegt. Ik schoffeer niemand, maar ik vraag wel om niet mee te gaan in een nieuw soort van links populisme dat vandaag bestaat, hoe spijtig dat ook is. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Daems, u hebt uw kans gemist om toch te zwijgen. (Opmerkingen van Rik Daems)

Inzake beleefdheid heb ik alvast geen lessen van u te krijgen.

Weet u nog hoe hysterisch u hier stond te gillen na de brexit dat de economie van Groot-Brittannië ineen zou storten, dat bedrijven gingen wegtrekken enzovoort. Dat was populisme van ongeziene grootorde hier. U gebruikt die propagandatechnieken als geen ander, populisme van het establishment. Het populisme dat u ons verwijt, begrijp ik niet. Als populisme ‘populus’ en ‘de stem van het volk’ vertegenwoordigen is, dan neem ik 'populist' als een geuzentitel op mij. Wat u doet, is van een heel andere orde. Uw establishment beeft op zijn grondvesten. Overal worden establishmentpartijen weggestemd en dan probeert u maar het grote gevaar te verzinnebeelden en uit te beelden in dit parlement. U mist hier een absolute kans om te zwijgen over populisme, want u bent op dat vlak qua propagandatechnieken de echte populist. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ja, ik heb beschreven wat populisme is en dat is exact wat u doet op een ander terrein. Dat is onveiligheid promoten. Dat is tegenstellingen promoten. Dat is eigenbelang in de extreme zin kaderen en daar dan een zondebok voor vinden. Lees eens René Girard. Bij u zijn dat dan mensen met een kleur, om het heel duidelijk te maken. (Opmerkingen van Tom Van Grieken)

Laat het ons dan eens heel duidelijk maken in dit parlement. Dat zijn dan mensen met een kleur. Zo kom je inderdaad terecht in een onleefbare samenleving, vriend, die u misschien wel wil,t maar die ik niet wil. Vroeger was het establishment zo, lang geleden. Wel, dat is niet het establishment dat wij willen en ik hoor daar helemaal niet bij.

Dat u mij ‘vriend’ noemt, is voor uw rekening, maar ik reken u alvast niet tot mijn vrienden.

Uw moreel vingertje waarmee u hier om de twee weken staat te kijven, een moreel vingertje waar Agalev nog jaloers op zou zijn qua ‘moral highground’, hoef ik echt niet van u te pikken. Ik pik dat niet en dat pikken steeds meer mensen met mij niet van u. U bent het oude politieke systeem. Voer uw show hier maar op. Het zal snel afgelopen zijn met die oude politieke partijen.

Het is een oud politiek systeem dat die technieken heeft gehanteerd en we kennen daar de gevolgen van, ‘vriend’ in de juiste context.

Ik kom terug op het CETA-verdrag. De heer Vanlouwe heeft hierover al een aantal elementen aangebracht, die ik niet allemaal in extenso zal herhalen. Het grootste vrijhandelsverdrag dat wij kennen, is natuurlijk de Europese Unie. Het werd al aangehaald. Met andere woorden: de meerwaarde die daarvan naar boven is gekomen voor ons allemaal, is gewoon gigantisch. Met het CETA wordt tot op zekere hoogte iets vergelijkbaars gecreëerd tussen de Europese Unie en een ander land.

Ik wil dat aantonen met het bewijs van het omgekeerde. We hebben in de Verenigde Staten nu een nieuw leiderschap. Ieder mag in zijn democratie ‘doen wat hij wil’. Ik denk echter dat we allemaal zien dat het omgekeerde van een handelsverdrag, het omgekeerde van het wegwerken van tarieven, het omgekeerde van het wegwerken van administratieve problemen, dat wat de administratie in de Verenigde Staten nu uiteindelijk doet, veel economische schade oplevert. Bij een deel van de bevolking komt opnieuw de ‘eigen volk eerst’-sympathie naar boven. Weet u echter wat het gevolg daarvan is? Als een groot deel importtarieven verhoogd worden, is het resultaat op het einde van de rit dat de Amerikaanse burger/consument de rekening betaalt. Dat is de realiteit. Het is alleen spijtig dat dat gevolg pas na een paar jaren komt. Maar het zal de Amerikaanse burger zijn die in dat soort van protectionisme op het einde van de rit de rekening betaalt.

Het omgekeerde is ook duidelijk. De cijfers daarover werden hier al naar voren gebracht. Hoe minimaal ze ook ingeschat worden, toch is het zo dat, wanneer barrières weggehaald worden, wanneer tarieven naar beneden gehaald worden, dit uiteindelijk leidt tot meer groei voor iedereen. Want economie is geen ‘zero-sum’-spel, zoals men dat noemt. Economie is een win-winsituatie, als je barrières wegneemt. Met andere woorden: in de samenwerking die nu tot stand is gekomen – want het verdrag is in uitvoering – tussen de Europese Unie en Canada, is vandaag zowel Europa, meer in het bijzonder Vlaanderen, en Canada reeds winner. Ik zei daarstraks: “Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.” Ik heb er namelijk een probleem mee om dit af te meten op de grootte vandaag van een zekere handelsstroom. Het gaat om 30 procent stijging, collega’s, op een geminimaliseerd blijkbare omzet, als ik het zo mag noemen, van 2 miljard. Dat gaat wel over 600 miljoen. 600 miljoen is een zeer groot bedrag, als je dat omzet in jobs. Dat is een zeer groot bedrag als je dat omzet in welvaart voor mensen met koopkracht. Dat is een zeer groot bedrag voor ontwikkeling, technologie, onderzoek die daarmee gefinancierd worden in de toekomst. Dat is een zeer groot bedrag. Dat moet niet afgedaan worden als slechts nul komma zoveel procent van de totale uitvoer van Vlaanderen, en dus niet belangrijk. Als je dat niet belangrijk vindt, waar leg je dan de lat? Onder welk percentage van onze uitvoer gaan we dan inderdaad geen zaken meer doen? Of simpel gezegd: gaan we die 2 miljard dan zo onbelangrijk vinden dat we best zonder kunnen? Neen, we hebben elke euro nodig, want export is in fine het importeren van welvaart. Dat is wat export is. Met andere woorden: een verdrag bestrijden dat tot meer welvaart kan leiden, is iets wat ik niet begrijp, van geen enkele collega in dit halfrond, tenzij, en nu komen we tot een aantal punten, er echt grote problemen zouden zijn.

Ik kom terug, mijnheer Vanlouwe, bij u. U hebt er al een aantal aspecten van aangehaald. Het debat is toch wel gevoerd met een aantal onwaarheden en gevoeligheden die gewoon niet juist zijn. Waar halen we het nu vandaan dat onze Europese standaarden zouden dalen, en op welk vlak? Nergens. Het omgekeerde is waar: dit verdrag zal ertoe leiden dat op een aantal vlakken de Canadese economische samenleving haar standaarden zal verscherpen om toegang te kunnen krijgen tot de Europese markt. De waarheid is verdraaid het omgekeerde.

En ik heb met mevrouw Turan, wel in de juiste context nu, daar nog een debat over gehad en aangegeven dat wij daar nu zullen kunnen controleren of effectief een aantal regels inzake het gebruik van hormonen wel worden gevolgd vooraleer er naar hier wordt geëxporteerd. Wanneer met andere woorden de Canadezen die markt willen, dan zullen zij zich moeten aanpassen aan onze normen. Het is dus het omgekeerde. Ik begrijp dan ook niet goed waar die argumenten vandaan komen.

Mijnheer Daems, hoe passen wederzijdse erkenning en gelijkwaardigheid in uw principe dat wij nu in Canada iets gaan opleggen in het kader van de standaardisering? Verschillende professoren hebben het verdrag en de standaarden bekeken. En ik hoor CD&V ook heel graag zeggen dat de standaarden niet naar beneden mogen gaan. Naar boven is altijd oké. Dat was een vraag van u, mijnheer Poschet, maar dit is niet het moment om vragen te stellen maar wel om garanties te eisen. Want eenmaal goedgekeurd, is het straks vertrokken en is het niet meer in uw handen om vragen te stellen. Waar zijn die garanties? Ik heb die niet gezien. We hebben professor De Ville gehoord toen hij voor het TTIP de standaardiseringen heeft bekeken. Hij heeft achteraf gezegd dat wanneer we die standaardisering ook op het CETA toepassen, er nog minder garanties zijn.

In het verdrag staat heel duidelijk dat er geen downgrading kan komen, mevrouw Turan. Dat is de realiteit. Men kan gewoon geen standaarden naar beneden halen op basis van het feit dat het gaat over gelijkwaardige partners. Men legt met andere woorden aan de andere partner niets op. Maar de economische ontwikkeling die ook in Canada het gevolg zou kunnen zijn van dit verdrag, is dat hun standaarden meer in onze richting komen en niet omgekeerd. En die garanties zitten wel degelijk in het verdrag.

Een ander belangrijk punt is dat vijandbeeld van de multinationals. Met alle respect, maar als er nu een soort bedrijf is dat een handelsverdrag niet nodig heeft, dan is het toch wel de multinational. Het woord zegt het zelf, een multinational is uitgerekend een heel groot bedrijf dat vandaag al overal actief is en de middelen heeft om zich aan te passen in die markt. Het zijn verdraaid de kleine bedrijven, de kmo’s, die de grote vragende partij zijn voor een handelsverdrag omdat zij niet de middelen, de mensen en de expertise hebben om op al die markten actief te zijn. Dus een handelsverdrag is bij uitstek gemaakt om kleine en middelgrote ondernemingen een soort van level playing field te geven met die grote multinationals, om te kunnen concurreren met die grote multinationals op die markten waar ze dan vandaag niet kunnen.

Voor mij en vele collega’s is het grote belang van dit handelsverdrag dat Vlaanderen als kmo-land een enorme groei zou kunnen kennen naast die grote multinationals die welvaart en jobs kan creëren in Vlaanderen. Dit verdrag is een kmo-verdrag, geen multinationalverdrag. (Applaus bij Open Vld en de N-VA)

Ik heb een aantal argumenten gebracht en ik heb mijn insteek gegeven die ik goed meen, mijnheer Vanbesien. En het mag ook wel eens in dit parlement dat er iets wordt aangebracht uit bezorgdheid. Ik zie een groot democratisch deel van deze assemblee evolueren in een verkeerde richting. Ik wil dat eens gezegd hebben en ik hoop dat dit ook correct is aangekomen. Als dat hard is aangekomen, zoveel te beter, misschien heeft het dan toch ook iets bijgebracht.

Het CETA-verdrag als dusdanig met de onwaarheden die erover worden verteld, is volgens mij een stap vooruit. Is het ideaal? Niets is ideaal. Maar zal het een pak barrières en tarieven wegnemen? Zal het economische ontwikkeling voor Vlaanderen inhouden? Uiteraard. En de cijfers wijzen dat intussen ook uit.

Mevrouw Turan, het is inderdaad een stuk voorafname geweest op het CETA-verdrag. Een aantal handelsmissies die daarmee verband houden, hebben die groei al ingezet. Die groei zal zeer groot worden. Meer exporteren is meer welvaart importeren. En in die zin zal Open Vld met bijzonder veel overtuiging instemmen met het CETA-verdrag. (Applaus bij Open Vld en de N-VA)

Mevrouw Turan heeft het woord.

Collega’s, het grote moment is sneller aangebroken dan gedacht. We gaan hier vandaag stemmen over het al dan niet ratificeren van het CETA door Vlaanderen. Ik heb eigenlijk heel lang nagedacht: wat zal ik nu hier vertellen, welk aspect, welke vraag, welke onbeantwoorde vraag zal ik hier herhalen? We zijn hier inderdaad al heel lang over bezig, over het TTIP en het CETA. We halen die soms ook door elkaar. Dat zijn vrijhandelsakkoorden van de nieuwe generatie, de nieuwe soort, die de toekomst zullen bepalen. In het begin hebben we die allebei naast elkaar laten fietsen, om dan te merken dat het CETA een veel snellere duik aan het nemen was. Ik kan hier eigenlijk werk van maanden, van jaren beginnen te herhalen, want vele vragen blijven onbeantwoord. Ik heb het net al gezegd aan de collega van CD&V: er zijn inhoudelijke opmerkingen, er zijn procedurele opmerkingen en bezwaren en er zitten systeemfouten in deze handelsakkoorden van de nieuwe generatie. We missen onze afspraak met de toekomst. We ontlopen onze verantwoordelijkheid tegenover de volgende generaties door deze handelsverdragen op eenzelfde manier te behandelen als alle vorige, toen we met bepaalde ontwikkelingslanden bezig waren. Dat er bepaalde investeringsgaranties moesten komen, werd toen door velen van ons niet in vraag gesteld. Mea culpa. Het was maar gemakkelijk om te zeggen: Oo ja, maar dat is corruptie, het is goed dat we hier die garanties zelf in handen nemen.’ Tot we ermee worden geconfronteerd dat we een handelsakkoord aan het afsluiten zijn met partners die – collega Daems, ik hoor het u heel graag bevestigen – gelijkwaardig zijn, die beschaafd zijn, die een rechtsstaat zijn, zoals Canada. Ik respecteer het land en beschouw het als gelijkwaardig met Europa of ons land. Ik heb vertrouwen in dat land. Ik heb vertrouwen in het rechtssysteem van dat land. Ik heb vertrouwen in de reglementen van dat land. Waarom kunnen de mensen die nu, vandaag zo voor die systemen in die handelsverdragen zijn, dat ook niet hebben? Als je je partner niet vertrouwt, dan moet je de verloving met je partner afbreken. Wij hebben een mandaat gegeven. Wij als socialisten hebben een mandaat gegeven om te onderhandelen, om tot een goed akkoord te komen, omdat wij ook geloven in vrijhandel. Wij geloven in die akkoorden, wij geloven in export, wij geloven in exportbevordering, wij geloven in wederzijds respect. We geven een mandaat om te onderhandelen, maar dan is het aan ons om te bekijken waarmee men nu is teruggekomen.

De eerste signalen die we kregen, waren zeer zorgwekkend. Dat is ook waarom we zware vragen zijn gaan stellen. Collega’s, laten we dat ook heel goed beseffen: op een bepaald moment lag het akkoord er, en het was te nemen of te laten, met ISDS erin. Dat wil zeggen: volledige arbitrage, parallelle private rechtssystemen. Vandaag treed je op als advocaat voor een multinational en morgen treed je op als rechter in een andere zaak. Dát is de realiteit in die arbitrage. De gemiddelde kostprijs voor zo’n ISDS-proces was 6 miljoen dollar. Dat was niet toegankelijk voor burgers en burgerinitiatieven. Dat wil toch wat zeggen, als men zegt dat dit een kmo-akkoord is. Ik wil die Vlaamse kmo’s wel eens zien opstaan die 6 miljoen dollar aan gerechtskosten kunnen betalen voor een proces. Chapeau, ik buig daar met veel respect voor.

Er is het feit dat wij, samen met heel veel burgerinitiatieven en middenveldorganisaties, daar heel veel vragen over stellen en vandaag nog altijd heel veel antwoorden niet hebben. Dat wij worden weggezet als protectionisten, is zeer goedkoop.

U zegt dat u er met argumenten over wilt praten. Waarom hebben we dan in dit Vlaams Parlement naar aanleiding van dit ontwerp van decreet één namiddag aan hoorzittingen gewijd? Maximum zes personen konden we horen. Is dit democratie? Waar staat die beperking? Waar staat die afwijzing? Waarom hebben we al die middenveldorganisaties die zo veel hebben bijgedragen, universiteiten die teksten hebben laten vloeien, de Bond Beter Leefmilieu – ik ga hier geen namen noemen –, de vakbonden, 11.11.11, collega Vanbesien heeft ze al opgesomd, waarom hebben we die mensen niet de revue laten passeren om al hun argumenten te geven? Dat is niet gebeurd. 16.000 burgers hebben dan een initiatief genomen. Dat was wel degelijk voor dit ontwerp van decreet op de agenda stond. Ze hebben gezegd dat ze bezwaren hadden tegen wat er allemaal gebeurde, en ze vroegen om de stemming over het CETA uit te stellen. Wij kunnen hier vandaag het CETA niet amenderen of wijzigen, het verdrag is wat het is. Wij kunnen gewoon ratificeren of niet ratificeren. Inhoudelijk kunnen we zelfs niet veel doen.

Het feit dat collega Daems zegt dat het vandaag niet gaat over het handelsluik maar over het investeringsluik, doet er niet toe. Als wij vandaag niet ratificeren, als wij ons fiat niet geven – het verdrag is een en ondeelbaar – dan is het ‘control-alt-delete’. Dan kunnen we beginnen te bouwen aan die evenwichtige handelsrelaties die vooral eerlijk zijn, eerlijk tegenover onszelf, eerlijk tegenover onze burgers, maar vooral ook evenwichtig, ook wat betreft onze klimaatdoelstellingen en klimaatuitdagingen.

We moeten vertrouwen hebben in onze partner. Collega Daems, ik heb u daarjuist gehoord in de actuele vraag in verband met Amerika, toch ook een belangrijke partner van ons in verschillende internationale organisaties, hoe snel de mensenrechten verglijden, hoe snel men bepaalde mensenrechtenschendingen kan laten bewerkstelligen. Dat is wat ik ook zeg. We moeten zorgen dat in de nieuwe handelsakkoorden garanties zitten voor die mensenrechten, voor die sociale voorwaarden. Jullie zeggen dat die garanties erin zitten. Ik zeg u: ik zie die niet. Veel organisaties zien die ook niet. En als ze er dan toch in zitten, waarom hebben jullie het dan nodig gevonden om dat in de bijkomende interpretatieve tekst nog eens te interpreteren, een tekst die bovendien niet bindend is?

Inhoudelijk zijn er de standaardisering en de garantie. Wij kunnen vanuit het parlement standaarden en reglementen stellen voor onze eigen burgers ter bescherming van de mens, van de natuur. Wij moeten zorgen dat die standaarden niet naar beneden gaan. Er zijn genoeg studies geweest die aantonen dat die garanties hier vandaag niet in zitten. Dat is een onzekerheid die we goedkeuren. Dat is een onzekerheid voor de volgende generaties. We geven die garantie met deze ene stem uit handen. Ik ben iemand die liever vanuit het parlement verantwoordelijkheid neemt en zelf beslist over hoe onze samenleving, onze veiligheid, onze toekomst en onze volksgezondheidvorm krijgt. Dat is de ene inhoudelijke garantie die we vandaag nog niet hebben gekregen. Er is gewerkt met negatieve lijsten. Dat wil zeggen dat, tenzij je uitdrukkelijk bent uitgesloten, het verdrag van toepassing is. Dat is een risico voor de toekomst. Er kunnen nieuwe terreinen bijkomen, er kunnen nieuwe uitdagingen zijn. Dan moeten we er allemaal van uitgaan dat dit handelsakkoord daarop van toepassing is.

Vooral de structurele gebreken in de huidige generatie handelsakkoorden zijn stuitend. Een van de belangrijkste structurele problemen was de gebrekkige consultatie en participatie bij de opmaak van het verdrag, maar ook bij de ratificatie vandaag. Dat is een structureel probleem, want wij gaan niet zo om met onze burgers. Wij willen niet zo omgaan met onze burgers, en wij doen het ook niet trouwens. Wij gaan niet zo om met middenveldorganisaties, die onze partners zijn om deze maatschappij mee vorm te geven en er mee zorg voor te dragen. Dat is hier vandaag niet gebeurd.

Collega Daems, ik begrijp het, nu valt mijn euro – maar die is al lang gevallen –: vakbonden en mutualiteiten, ook de liberale, hebben die acties tegen het CETA mee ondertekend. We hebben die mutualiteiten en vakbonden hier zelfs niet gehoord.

We hebben hier wel de consumentenorganisaties gehad, ook de internationale. We hebben zes mensen gehoord, en van die zes waren er vier tegen het CETA, een was neutraal en dat was een verslaggever voor de Europese Commissie, en de Voka-vertegenwoordiger was positief.

Een ander structureel gebrek is ICS, het parallel rechtssysteem. Aanvankelijk hebben we gezegd dat het akkoord al rond is, maar door de protesten is ISDS vervangen door ICS. Mijnheer Vanlouwe, u hebt zopas een resumé gegeven van hoe ICS eruit zal zien. Ik lees in het verslag hoe de minister-president het heeft geformuleerd tijdens de bespreking in de commissie: “De Europese Commissie zal tegen 1 juli 2018 voorstellen doen over de werking van ICS, dus over de gedragscode, de selectie en de onafhankelijkheid. Die teksten zullen daarna voorwerp van discussie zijn. In het overleg heeft de Europese Commissie duidelijk gesteld dat onafhankelijkheid, hoge standaarden en deontologie voorop staan.”

Dus vandaag keuren we iets goed – ICS – waarvan de concrete vormgeving op 1 juli als tekst zal komen, die dan nog voorwerp van discussie zal zijn. Dit zijn woorden van de minister-president, op pagina 15 van het verslag van de bespreking in de commissie.

We hebben dat nu vervangen door ICS, maar we weten niet exact wat het is. We denken dat het vaste rechtbanken gaan worden, we denken met onafhankelijke rechters met een gedragscode. We weten nog niet exact wat dat is. Vanuit België hebben we een adviesvraag gericht aan het Europees Hof: is het compatibel met het Europees recht dat we vanuit Europa handelsverdragen afsluiten die we dan onttrekken aan de toepassing van het Europees recht?

Minister-president, u hebt daar al een antwoord op geformuleerd op basis van een gelijkaardig dossier: het Achmea-arrest. Ik zal daar niet in detail op ingaan, want het is allemaal zo ingewikkeld. Het Achmea-arrest maakt duidelijk dat Europa er niet mee kan lachen dat er toetsing van het Europees recht aan het Europees Hof wordt onttrokken. Laten we alleen dat onthouden. De vraag is: als het Europees Hof niet akkoord gaat met onttrekking van toetsing van het Europees recht aan de handen van het Europees Hof in een inter-Europees geschil – Achmea ging namelijk over een inter-Europees probleem –, waarom gaan wij ervan uit dat het Europees Hof dat probleem niet zal hebben als het gaat over Canada en Europa?

Ik heb geen glazen bol, ik ben geen rechter, en ik ben zeker geen rechter van het Europees Hof van Justitie. Ik heb respect voor de instellingen, dus ik zal me daar ook niet over uitspreken. Omwille van dat respect voor de internationale instellingen – want dat is ook heel belangrijk voor de organisatie van onze samenleving, van onze internationale akkoorden en van ons welzijn – moeten we wachten op dat antwoord. We moeten wachten op het antwoord van het Europees Hof.

Er zijn verschillende Europese landen die al hebben geratificeerd, maar er zijn ook andere Europese landen zoals Nederland, die de bespreking al hebben gevoerd, maar die wachten met de neerlegging van de ratificatie om zich niet internationaal belachelijk te maken. Als straks het Europees Hof zegt: het CETA en de investeringsgeschillenregeling is niet compatibel met het Europees recht … Ik als Europees Hof moet dat kunnen interpreteren.

Ik vraag me af waarom we hier zo snel snel moeten gaan. Waarom zeg ik dat? Ik heb juist horen zeggen dat we in Vlaanderen de eersten zullen zijn in België die ratificeren. Applaus. Dat zal waarschijnlijk ook gebeuren. Jullie zullen een communautair statement maken. Ten koste van wat? Met risico van wat? Risico om internationaal af te gaan omdat de handtekening van onze minister-president is gezet onder dat intra-Belgisch akkoord, waarvan wij hebben gezegd dat we een advies gaan vragen aan het Europees Hof van Justitie.

Laat me er nog een extra argument bij halen. Ook in Duitsland is aan het Duits Grondwettelijk Hof de vraag gericht of het CETA en de bepalingen in verband met heel dat ICS compatibel zijn met het Duitse recht. We zien al eerste indicaties dat dat niet zo is.

Wie ben ik om daarover een uitspraak te formuleren of om dit te interpreteren? Net zoals ik respect heb voor het Europees Hof van Justitie, zeg ik dat we op die Duitse uitspraak kunnen wachten. Duitsland zal daar sowieso op wachten. Iets inleiden is een zaak, maar iets goedkeuren, erover stemmen en internationaal afgaan, is een andere zaak.

Het communautair punt dat vanuit Vlaanderen kan worden gemaakt, komt een bepaalde partij tegemoet. Van de andere twee partijen, die hier in het midden zitten, weet ik niet wat ze daarbij te winnen hebben.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Turan, de Federale Regering gaat hiermee door. De Federale Regering voert de procedure tot het einde. U ziet schimmen. U maakt er een communautair verhaal van. Het is evident dat wij hiermee doorgaan. U hebt de interpretatieve verklaring gelezen. U weet wie prejudiciële vragen laat stellen. U weet dat de Federale Regering, de Vlaamse Regering en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering hebben gezegd dat ze ICS verwelkomen. Het is nogal evident dat we hiermee doorgaan en in onze zaak geloven.

We zullen aan het eind van de rit wel zien wie gelijk heeft. Ik heb gezegd dat ik niets zal voorspellen. Ik herhaal echter dat de Achmea-zaak, waarover het Europees Hof van Justitie zich heeft uitgesproken, geen betrekking heeft op het CETA. Ik heb dat in de commissie duidelijk gemaakt.

Indien u dat wilt, zal ik artikel 8.31.2 nog eens voorlezen. Dat artikel stelt uitdrukkelijk dat ICS “niet bevoegd is om de wettigheid van een maatregel waarvan wordt gesteld dat hij een schending van deze overeenkomst vormt te toetsen aan de interne wetgeving van een partij bij de overeenkomst.”

Het ICS zal, met andere woorden, niet mogen toetsen aan het EU-verdrag. Dat is voorbehouden aan het Hof in Luxemburg. Indien die bepaling daar niet zou staan, zou u een punt hebben. Hier staat echter letterlijk dat ICS hierover geen uitspraak mag doen. Ik heb ook geen glazen bol, maar ik kijk met vertrouwen naar de uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

Zoals ik al heb gezegd, zullen we slechts aan het einde van de rit kunnen neerleggen. We leven nu eenmaal in een land waarin ook Wallonië zijn finale goedkeuring moet geven. We weten dat allemaal, maar ik heb er veel vertrouwen in. Als we hiermee doorgaan, geven we ook een zeer belangrijk internationaal signaal. Ik kom daar straks in mijn slotwoord op terug. (Applaus bij de N-VA)

Minister-president, ik dank u voor uw reactie. U kunt gelijk hebben, maar u kunt ook ongelijk hebben. Het is niet aan mij om dat te beoordelen, het is aan de rechter van het Europees Hof van Justitie om dit te toetsen.

U hebt verwezen naar de Achmea-zaak. Dat arrest is een beetje ingewikkeld, maar aangezien u het hebt gevraagd, zal ik proberen het zo goed mogelijk uit te leggen. In het Achmea-arrest van 8 maart 2018 is een indicatie gegeven dat het zeer goed mogelijk is dat ook het ICS als onverenigbaar met de EU-verdragen zal worden beoordeeld. Hier komt het: “Het Hof van Justitie aanvaardt in dit arrest niet dat de rechtspraak waarbij EU-recht in brede zin, met inbegrip van nationale wetgeving, in het geding is aan haar toezicht wordt onttrokken en, meer bepaald, de mogelijkheid tot prejudiciële vraag onmogelijk is."

Ook in verband met het Achmea-dossier hadden de partners verklaard dat het Europees recht niet van toepassing was, net zoals u hier zegt dat het Europees recht niet van toepassing is op het ICS. Het is niet omdat de verdragspartners dit verklaren dat het Europees Hof van Justitie hiermee instemt. Wat het Achmea-dossier betreft, heeft het Europees Hof van Justitie hier niet mee ingestemd en gezegd dat het over alles prejudiciële vragen moet krijgen.

Minister-president, de vraag is of dit al dan niet ook voor het ICS geldt. Ik weet het niet. U zegt dat u dat denkt, maar dat u geen glazen bol hebt. Ik heb ook geen glazen bol. Laten we daar dan als verantwoordelijke Vlaamse volksvertegenwoordigers of als verantwoordelijke vader van de Vlaamse Regering op wachten alvorens te ratificeren.

Ik weet echter wat u zal redden: Wallonië zal België en de Vlaamse Regering van gezichtsverlies redden. Zolang Wallonië niet ratificeert, kan België, ongeacht het feit dat het Federaal Parlement hiermee doorgaat, zijn akkoord niet geven.

Dus, Wallonië kan u eventueel nog redden. Wallonië kan voor u de tijd kopen die nodig is om te bepalen of dit volgens het Europees Hof al dan niet compatibel is. We kunnen dit hier vandaag gewoon uitstellen en wachten tot er een uitspraak is. Minister-president, ik wil zelfs nog overwegen om mij te onthouden. Om allerlei andere redenen zou ik het niet kunnen mee goedkeuren, maar alleen al uit respect voor onze instellingen en uw wachten, zou ik mij eventueel kunnen onthouden. Het is de moeite waard om het te proberen.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Turan, we gaan natuurlijk niet wachten om u toe te laten om u te onthouden. We hebben hier nu al maandenlang over gediscussieerd. We hebben de Europese commissaris gehoord, er zijn hoorzittingen geweest, het parlement heeft dat allemaal kunnen doorploegen. Op het federale niveau gaan ze hier ook mee door. Er zijn al twaalf lidstaten die dit geratificeerd hebben.

Als het ICS niet compatibel zou zijn met het Europees recht, wat ik niet hoop en niet verwacht, dan moet alles opnieuw van voor af aan worden overgedaan, ook in andere verdragen. Dan moet de EU die verdragen opsplitsen, in een handelsverdrag, dat sinds 1 januari 1958 de uitsluitende bevoegdheid is van Europa, en het andere luik, namelijk over de investeringsbescherming, het ICS in dit geval en de arbitrage in andere gevallen, en de directe investeringen, die ook gemengde bevoegdheden zijn. Dat moet dan het voorwerp uitmaken van een ander verdrag.

Wachten tot helemaal op het einde en dan pas de procedures beginnen te voeren, zou een totaal averechts resultaat zijn. U mag hopen dat Wallonië ons, en die twaalf andere lidstaten, voor gezichtsverlies zou behoeden. De Achmea-zaak heeft hier niets mee te maken. Het Achmea-arrest is een uitspraak van het Europees Hof over bilaterale verdragen binnen de Europese Unie, waarvan het Hof terecht gezegd heeft dat alleen het Hof de behoeder is van dat Europees recht en alleen het Hof, en niet de arbiters, kan het interpreteren.

Ik hoop dat dit verdrag zal standhouden, omdat het zo belangrijk is. Canada is, zoals u zegt, een rechtsstaat en ik zal de laatste zijn om u daarin tegen te spreken. Canada is een fantastisch land waarmee we heel graag samenwerken, niet alleen economisch maar ook cultureel en op het gebied van wetenschappen, en dat is één van mijn grote argumenten om dit akkoord te verdedigen. Nogmaals, ik zou wel graag zien dat het ICS wordt goedgekeurd, om het te kunnen gebruiken in landen waar de rechters niet of veel minder onafhankelijk zijn dan in Canada. Met dit rechtssysteem, dat kan doorgroeien tot een multilateraal gerechtshof, zullen we dan een schitterende zaak gedaan hebben.

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Het is de laatste keer dat ik in dit dossier wens tussen te komen, we hebben het er al genoeg over gehad.

De selectiviteit die de collega’s van sp.a en Groen in handelsdossiers aan de dag leggen blijft mij verbazen. Dat begrijp ik echt niet. U zegt voor vrije handel te zijn, met Vietnam en Iran en de Balkanlanden, maar Canada zou een schurkenstaat zijn, net als de VS. Dat is een los verhaal, u hebt nog niet geantwoord op mijn vraag om dat uit te leggen. U zult dat ongetwijfeld nog doen.

Ik keer even terug naar wat de heer Poschet heeft gezegd. De inwoners van Nederland mogen beslissen hoe ze denken over zo’n verdrag, Frankrijk en Duitsland mogen dat doen en Wallonië en Vlaanderen mogen dat doen. Wij mogen vanuit Vlaanderen toch kritiek hebben op beslissingen die andere landen nemen. Of is dat een gigantisch probleem? Alle andere landen die ik zonet heb opgesomd, staan in voor hun eigen beslissingen. Wij nemen als Vlaanderen, als land, dan toch wel onze beslissing…

Als deelstaat.

Het hangt ervan af hoe je het bekijkt, natuurlijk.

Wij spreken jammer genoeg nog altijd niet met één stem in Europa. Dat is misschien het probleem, collega’s. Dat is misschien het probleem dat we moeten oplossen, dat wij inderdaad de stem van Vlaanderen kunnen laten horen in Europa. Dit is eigenlijk een heel mooi voorbeeld van waarom het misschien belangrijk is om niet met kleine staatshervorminkjes bezig te zijn, maar om het eens grondig te doen. (Applaus bij de N-VA)

Collega, weet u waarom Nederland, Frankrijk, Estland, Spanje, al die landen, die ratificatie gewoon kunnen doen zonder gezichtsverlies? Omdat de adviesvraag is vertrokken vanuit België, met een formulering waar deze Vlaamse Regering aan heeft meegewerkt. Wij hebben die vraag gesteld, niet Nederland, niet Duitsland, niet Spanje. Het was vanuit België, met een handtekening van Vlaanderen, onder het intra-Belgische akkoord. Wij hebben met de kabinetten samen gezeten om de formulering van die adviesvraag te kunnen maken. De vraag vertrekt van ons. Dat is het verschil met al die andere landen.

U zegt dat ik selectief akkoord ga met handelsakkoorden. Ik ben daarnet begonnen met te zeggen dat wij met al die andere landen, met ontwikkelingslanden, heel veel handelsverdragen erdoor gejaagd hebben, zonder ernaar te kijken. Mea culpa, heb ik ook gezegd in het begin van mijn betoog, als u hebt geluisterd. Pas met deze handelsakkoorden hebben we er aandacht voor gehad welke systemen er in die handelsakkoorden zitten, vooral ook omdat het met Canada is, een gelijkwaardig land.

Het meest recente handelsakkoord dat voor ons is gekomen, was dat met Kazachstan. U moet eens nakijken hoe ik daar heb gestemd. Van inconsequentie zult u mij niet kunnen beschuldigen.

Ik heb u niet van inconsequentie beschuldigd, maar hebt u spijt van die stemmingen toen? Is er een probleem mee dat u dat toen gestemd hebt? U hebt daar nu spijt van, u wilt daar eigenlijk op terugkomen. Of hoe moet ik het begrijpen?

Mevrouw Turan, u zegt dat we mee aan tafel zaten toen we de adviesaanvraag geformuleerd hebben aan het Hof van Justitie. Waarom hebt u toen niet in die adviesaanvraag gezegd dat we moesten wachten met de ratificatie tot het ogenblik dat het advies van het Hof van Justitie geformuleerd werd? Dat stond er niet in. Dat bent u blijkbaar vergeten.

U voert hier een enorme oppositie tegen dat handelsverdrag, maar in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, waar er één sp.a-minister is, die de mogelijkheid had om het CETA-verdrag reeds te laten struikelen, is dat niet gebeurd. U voert hier dus eigenlijk een beetje theateroppositie, maar u weet dat uw partij het op een ander niveau de facto wel al heeft laten passeren. Dat vind ik bijzonder vreemd. Legt u mij dat eens uit, waarom u hier met een andere stem spreekt dan in een ander deelstaatparlement.

Collega Vanlouwe, uw tussenkomst is tragikomisch. (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

Het is tragikomisch dat u mij verwijt dat ik bij de formulering van de adviesvraag ben vergeten te vragen om te wachten tot na de uitspraak. (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

Ik zit in de oppositie! Ik ben geen minister. Ik zat niet in dat kernkabinet. Ik was er niet. Ik zit in de oppositie. Welke parlementaire mogelijkheid heb ik? Vragen om uitleg en resoluties. Ik heb een voorstel van resolutie ingediend. Dat was mijn enige mogelijkheid als parlementslid om de stemming over het CETA uit te stellen tot er een uitspraak was over de adviesvraag.

Het is pijnlijk, want ú hebt het weggestemd. Ik heb het gevraagd. Ik wil mijn resolutie zo gaan opzoeken. De resolutie is weggestemd. En ik wilde dat ik minister was, ik wilde dat ik in het kabinet zat en die juridische vraag mee kon formuleren. U had die mogelijkheid. Dit is tragisch.

En de houding van uw partij in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest? (Opmerkingen)

Iedereen hier is vrij de vragen te stellen die hij denkt te moeten stellen. 

Uiteraard is hij vrij de vragen te stellen die hij denkt te moeten stellen.

Ik ben hier in het Vlaams Parlement. En mocht ik in het Brussels Parlement zitten, zou ik dezelfde houding aannemen. Voilà. Point final. Ik ben benieuwd hoe u straks zult stemmen. Ik ga kijken naar uw stemming. Ik ben benieuwd naar uw stem. (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

Zult ú dit mee goedkeuren, mijnheer Vanlouwe? Ik zal kijken hoe u straks zelf zult stemmen. We zullen dat met zijn allen doen.

Minister-president, u hebt mij een antwoord gegeven. En u hebt het weer gedaan, minister-president. U hebt zich weer gewaagd aan een interpretatie die u verwacht van het Europees Hof. U zegt dat u geen glazen bol hebt. Maar u interpreteert erop los. Reynders interpreteert erop los. Ik weet het niet. Ik herhaal het nogmaals. Want uw antwoord was zo geformuleerd.

Collega's, behoed ons, behoed de Vlaming voor deze afgang. Stel dat uit. Want het verdrag is sowieso in werking. De uiteindelijke ratificatie zal er niet komen, tenzij Wallonië de lead neemt. Wallonië kan ons dus redden. Laat het niet over aan Wallonië. Laat ons als trotse Vlamingen ons lot in eigen handen nemen. Laat het niet over aan de Walen. Stel het uit. En wacht als verantwoorde bestuurders en parlementsleden het antwoord van het Europees Hof af.

Ik geef u nog een laatste kans. Ik heb twee amendementen ingediend, voorzitter. Eén amendement gaat hierover. Het betreft een toevoeging, waarover u hier vandaag nog uw goedkeuring kunt geven. Kijk eens aan. Het stelt de inwerkingtreding uit tot na de goedkeuring van het Europees Hof, dat zegt of het compatibel is. Nog een laatste reddingsboei om geen gezichtsverliesverlies te lijden, internationaal. Wij zijn Vlaanderen. Wij zijn Brussel. Wij stellen een vraag. En ik wil wel zien hoe Frankrijk, Duitsland, Spanje en al die andere landen die zo snel snel ratificeren, reageren. Communautair, in België, zijn wij eerst. Dit is vooral een boodschap aan CD&V en Open Vld.

En uiteraard gaat het federale niveau mee. Want het is dezelfde meerderheid. Het zit in de regeerakkoorden. En jullie voeren die blindelings uit. Over blindheid gesproken.

Ik heb gezegd: wij, als sp.a, zijn voor handelsakkoorden. Maar de systemen, de gebreken die erin zitten, zijn echt niet oké. Het eerste systeem is dit ICS-systeem. Ik heb de heer Vanlouwe horen zeggen: ‘We willen arbitrage toch ook niet afschaffen.’ Neen, als je als kmo, als multinational het recht in handen wilt geven van een derde arbitrair systeem, dan is dat jouw keuze. Jij kiest wat je doet met jouw geld. Maar je kiest niet wat er gebeurt  met het belastinggeld. Je kunt niet de zwaar verdiende centen van onze burgers, die belastinggeld betalen, door ramen en deuren gooien, wegens processen. En dat die processen zullen volgen, zal ook gegarandeerd zijn door toekomstige wetgeving. Want er komt een regelgevende samenwerking, collega’s. In de toekomst zullen de regels worden afgetoetst aan een regelgevende kader met ambtenaren, met bedrijven. Het is mij nog niet helemaal duidelijk. Het is nog niet helemaal uitgemaakt. Maar er zal een regelgevende samenwerking komen voor toekomstige wetgeving.

Denken jullie dat wij nu een armoedetoets hebben, dat wij een mobiliteitstoets hebben als wij hier in Vlaanderen bepaalde wetten en decreten goedkeuren? Maar we moeten wel een internationale handelsbelemmerende toets ontwikkelen. Want als we dat niet doen, dan dreigen we elke wetgeving die wij hier willen maken, een verstrenging van onze arbeidsvoorwaarden, een verstrenging van onze gezondheidsgarantie, een verstrenging van milieuvoorschriften, te moeten aftoetsen aan het handelsbelemmerende karakter. O wee, als een bedrijf in Canada ermee dreigt een handelsbelemmerend feit te hebben ingevoerd. Er is geen democratisch deficit. Voilà .

Ik wil al onze parlementsleden nu uitnodigen om na te denken. Hoe vrij gaat u zich voelen om met wetsvoorstellen te komen, bijvoorbeeld om strengere gezondheidsvoorwaarden op te leggen en om reclameborden aan scholen te weigeren? Ik geef maar een voorbeeld. Als we dat doen, als we met zo’n wetgeving willen komen, kan een of ander Canadees reclamebureau ons dagvaarden als land, als België – intra zullen we dat dan nog moeten opkuisen – omdat wij vanuit het Vlaams Parlement een ontwerp van decreet goedkeuren dat een handelsbelemmering zou kunnen zijn. Als dat als handelsbelemmerend wordt gezien en er worden miljoenen euro’s of dollars aan gekoppeld, dan moeten wij als parlementsleden toch wel een handelsbelemmerende toets beginnen te ontwikkelen. Elke stap, elk voorstel, elke resolutie, elke decreetswijziging die wij hier dreigen op tafel te leggen, zal voor België en Vlaanderen het risico inhouden van een dagvaarding tot betaling van miljoenen euro’s aan schadevergoeding omdat we handelsbelemmerend bezig zijn. Dit is geen cinema, dit is realiteit. Ik hoop echt dat ik ongelijk heb, maar ik vrees dat dat niet zo zal zijn.

Weet u waar we de toekomst dan mee gaan opzadelen? Geen verstrenging van onze voorwaarden om inderdaad geen schade op te lopen, of heel veel schadevergoedingen moeten betalen. Hoe we het ook draaien of keren, we belasten de toekomstige generaties. Ik niet, maar wie dit mee gaat goedkeuren, belast de toekomstige generaties.

Collega’s, dit is nog niet alles, heel veel vragen hebben nog geen antwoord gekregen, noch van de experten die we hebben gehoord… Ik heb u al gezegd dat heel dit akkoord maar zes experten aan de tafel heeft kunnen krijgen, voor de rest kon de meerderheid geen toelating geven.

Ik begrijp goed, mevrouw Turan, dat u zegt dat u volledig akkoord gaat met wat voorligt, alleen wilt u wachten op die uitspraak… (Opmerkingen van Güler Turan)

Wij zeggen dat we niet willen wachten op de uitspraak, dat we het nu al gaan doen. We denken dat het nu belangrijk is dat we een voorbeeld geven als Vlaanderen om die ratificatie goed te keuren. U gaat volledig akkoord, maar u geeft ons de kans met uw motie of amendement om dat uitstel te doen tot na die uitspraak. Dus dat is het enige verschil tussen u en mij, dat is die uitspraak. (Opmerkingen van Güler Turan)

Wel, wij willen al vooruit, maar ik begrijp uw tussenkomst. Maar u gaat dus wel akkoord? Dat heb ik toch begrepen.

Dat is gelukkig niet het enige onderscheid tussen u en mij in dezen, mijnheer Van Esbroeck. Gelukkig niet. U kunt erop rekenen dat dat niet het enige is.

Voor de rest, collega’s, bevat dit ontwerp van decreet slechts twee artikelen. Zoals ik eerder al heb gezegd, het gaat er niet om dat wij inhoudelijk het verdrag nog kunnen amenderen: het is te nemen of te laten. Met het instemmingsdecreet geven wij de mogelijkheid dat toekomstige wijzigingen aan het verdrag mogelijk zijn en gewoon ter kennisgeving aan het parlement moeten worden overgemaakt. Klaar is kees! Beseffen we wel welke twee artikelen, welke twee decreten, we hier vandaag goedkeuren? Toekomstige wijzigingen aan dit verdrag zijn mogelijk, en dat gebeurt simpelweg door een kennisgeving.

Dan vraag ik me af: waarom die soevereiniteit en parlementaire controle afgeven? Kan iemand me daarop een antwoord formuleren? Ik heb, om jullie weer te redden van een dergelijke afgang, een voorstel, want dit is een politieke parlementaire verantwoordelijkheid. Wij hebben een amendement ingediend waarin we zeggen dat alle wijzigingen binnen een termijn van dertig dagen aan het parlement worden overgemaakt. Als het parlement binnen zestig dagen nog geen verzet heeft aangetekend, worden die als aanvaard beschouwd. Het is niet de mogelijkheid voor volledige openheid.

Zelfs de mogelijkheid om verzet aan te tekenen, geven jullie uit handen. Als jullie echt geen parlementsleden meer willen zijn die verantwoordelijkheid nemen voor vandaag en voor de toekomstige generaties, dan zullen er wel andere parlementaire kandidaten zijn die die verantwoordelijkheid wel willen nemen en elke wijziging wel op haar merite wil beoordelen en nagaan wat het effect is op het milieu, nagaan wat het effect is op de gezondheid, nagaan wat het effect is op de economie. Handel, ja. Vrijhandel, akkoord. Maar niet ten koste van alles.

We creëren hiermee een democratisch deficit: we hollen onze instellingen uit door die systemen. Ik heb het niet over de inhoud gehad. Ik heb vandaag twee systemen uitgelegd die maken dat dit eigenlijk een zeer risicovolle en onaanvaardbare manier van handelen is: structurele gebreken waarvoor wij en de komende generaties nog zwaar zouden kunnen boeten. Ik spreek voorwaardelijk. Ik ben bescheiden. Is het risico zelfs niet de moeite waard om er grondig naar te kijken? Ik wil dit niet op mijn geweten hebben en ik zal dit ook niet op mijn geweten hebben.

Voorzitter, ik heb mijn tussenkomst tot deze twee grote argumenten beperkt. Er zijn nog talloze en talloze argumenten die ik kan aanhalen. Ik heb dat ook gedaan met verschillende interpellaties, met verschillende vragen om uitleg, met verschillende resoluties die ik over dit thema heb ingediend. Ik weet dat jullie het beu zijn. Ik weet dat ik hier al heel veel over heb gezegd.

In alle eerlijkheid, er is veel inkt over gevloeid en er zijn veel woorden over gesproken, maar de antwoorden hebben we niet gekregen. Vandaag gaan we dit goedkeuren. Ik nodig jullie een allerlaatste keer uit om als verantwoordelijke parlementsleden te reageren, om internationaal gezichtsverlies te vermijden, om voor de toekomstige generaties uw verantwoordelijkheid op te nemen en dit instemmingsdecreet dus niet goed te keuren en minstens de twee amendementen die ik heb ingediend, te steunen. (Applaus bij sp.a)

Minister-president Geert Bourgeois

Het is vandaag bewezen dat het een heel belangrijk debat is. Ik ben blij dat de laatste spreker erop heeft gewezen dat ze zoveel tientallen keren is kunnen tussenkomen. Er zijn enorm veel vragen om uitleg gesteld. Er zijn resoluties besproken. Er zijn hoorzittingen geweest. We hebben dit op geen enkele manier – en de nestor van dit parlement heeft dat ook bevestigd – nog nooit voorheen zo grondig behandeld. Het gaat inderdaad over twee artikelen maar er zit een heel verdrag achter, met heel wat bijlagen, en die zijn allemaal lang en uitvoerig het voorwerp geweest van talrijke besprekingen.

Als ik naar het debat luister, dan hoor ik dat iedereen hier in dit parlement die tussenkomt, zegt dat men voor faire en vrije handel is, impliciet aanvaardend dat dit welvaart bevordert en dat dit een goede zaak is. Maar, als de Europese Unie dan de bevoegdheid die haar is verleend op 1 januari 1958 gaat uitoefenen, en tot een uitgebalanceerd handelsverdrag komt, waar we jaren aan hebben gewerkt, waar we jaren mee op hebben gewogen, waar we jaren gezorgd hebben dat de standaarden en de normen op het vlak van leefmilieu, op het vlak van arbeidsrecht, op het vlak van consumentenbescherming, behouden blijven, waar we jaren voor geijverd hebben dat de offensieve belangen van Vlaanderen beschermd zouden worden, dat onze defensieve belangen beschermd zouden worden – denk aan de vrijwaringsclausules met betrekking tot landbouw –, dan zegt men helemaal op het einde, zoals in Wallonië: ‘We zijn hier nu twee weken mee geconfronteerd, het is een beetje te laat, geef ons alstublieft nog heel veel tijd.’ Zo werkt het natuurlijk niet.

De fundamentele vraag is maar of men het meent dat men het zegt dat men inderdaad voorstander is van die vrijhandelsverdragen: vrijhandelsverdragen die enorme voordelen geven, zeker voor Vlaanderen. Ik kom er straks nog eventjes op terug.

Er is eigenlijk maar over twee zaken gesproken: over de regelgeving met duurzaamheid, die niet zou worden gegarandeerd, en de wijziging van de regelgeving, die niet op een democratische manier zou gebeuren, en tot slot het Investment Court System. Ik wil daar eventjes op ingaan. 

De regelgeving – ik blijf erbij – is inzake duurzaamheidsbepalingen het meest ambitieuze handelsverdrag ooit. Het meest ambitieuze met ook zeer hoge normen, met zeer hoge standaarden, waarbij we gelukkig waren dat we aan de andere kant een partner hadden die de lat ook hoog wilde leggen. Dit is een standaard die we kunnen zetten. Ik ben blij dat we die standaard kunnen zetten, zowel op het vlak van sociaal recht als op het vlak van milieu en consumentenbescherming.

Inderdaad, er komt regelgevende samenwerking. Maar die ‘joint committees’ zullen die wetten niet veranderen. Wie dat beweert, gaat in tegen wat in dat verdrag staat. Dit gaat over regelgevende samenwerking: gezamenlijke labotesten doen bijvoorbeeld voor de veiligheidsnormen inzake wagens om zo gezamenlijk de lat hoog te kunnen leggen. Want op geen enkele manier mogen de Europese standaarden afgebouwd en verminderd worden. Ook dat staat erin. Ook toekomstige Europese regelgeving kan niet ‘gedownplayd’ worden. Maar om er uitvoering aan te geven, zullen we ‘joint committees’ hebben die samenwerken om te zien hoe een en ander kan worden geïmplementeerd. Ze kunnen inderdaad bindende afspraken maken en bindende regels goedkeuren. Waarover? Over hun eigen werking, en niet over de regelgeving, want dit komt toe aan de parlementen. Dit komt toe aan het Europees Parlement en aan het Canadees parlement, maar niet aan het ‘joint committee’ dat inderdaad bedrijven mag horen en belanghebbenden mag horen. Maar die maken geen deel uit van die comités.

Er zijn twee uitzonderingen. Het maatschappelijke middenveld mag deel uitmaken en zal deel uitmaken van het Comité Duurzame Ontwikkeling. Daarbij wordt het middenveld institutioneel betrokken. Daarnaast – niemand heeft het gezegd – is er een ‘Civil Society Forum’, dat een onafhankelijke analyse zal maken met betrekking tot klimaat, met betrekking tot arbeid, met betrekking tot mensenrechten. Al deze zaken staan in dit verdrag. Dit zijn allemaal waarborgen om ervoor te zorgen dat de normen die ons en de Canadezen dierbaar zijn, nageleefd worden.

Die comités kunnen dus geen regels maken. Die comités en de subcomités staan finaal onder het voorzitterschap van de twee bevoegde personen. Momenteel zijn dat Malmström in Europa en Champagne van Canada. Dat zijn de ministers die naar de parlementen moeten gaan als ze van oordeel zijn dat er nieuwe regels moeten worden goedgekeurd. Het is evident dat niemand in Europa, in onze westerse democratie, zal zeggen dat we de wetten, de verdragen en de regels laten goedkeuren door een comité van mensen die geen politieke verantwoordelijkheid dragen en die niet verantwoordelijk zijn tegenover het parlement. Daarom zal Malmström, als ze meent dat er wetgeving moet worden gemaakt, daarmee naar de geëigende parlementaire organen komen.

Er kan inderdaad op geen enkele manier getornd worden aan EU-standaarden. De Canadese producten moeten voldoen aan de Europese standaarden. Dit staat buiten en boven elke twijfel.

Ook het voorzorgsprincipe is aan bod gekomen. Ik weet niet of ik meteen de desbetreffende artikelen kan vinden, maar het staat op diverse plaatsen in het verdrag. Het staat op verschillende plaatsen in het regelgevingsrecht. Bij de preambule staat er al dat het akkoord niet kan ingaan tegen de verdragen van de Europese Unie, ergo dat het voorzorgsprincipe deel uitmaakt van de Europese Unieverdragen, noch tegen de principes die vervat liggen in de Canadese grondwet. In het vermaledijde ICS-hoofdstuk staat met zoveel woorden dat het panel verplicht is de interpretatie van de interne wetgeving te volgen die door de respectieve hoogste rechtbanken – dat is voor Europa het Europees Hof van Justitie – aan de interne regelgeving van de handelspartners is gegeven. In het ‘Joint Interpretative Instrument’ staat ondubbelzinnig dat het voorzorgsprincipe gevrijwaard is. Het staat dus met zoveel woorden op zoveel diverse plaatsen dat ik echt geschrokken ben van de manier waarop gezegd wordt dat het voorzorgsprincipe te grabbel wordt gegooid, dat we dit verlaten. Dit klopt niet. Dat is in strijd met de teksten, net zoals de ICS-discussies die hier worden gevoerd, in strijd zijn met de teksten van het verdrag.

Dat brengt me tot het ICS. Het gaat inderdaad om een prejudiciële vraag. Ik heb geen glazen bol. Ik ben maar een bescheiden jurist. We zullen wel zien wat het Europees Hof van Justitie daarmee doet. Als het Europees Hof van Justitie zegt dat dit niet compatibel is, dan moet heel dit verdrag helemaal herbegonnen worden, want dit verdrag is behandeld als één gezamenlijk verdrag. Men heeft ervoor gekozen om daar een gemengd verdrag van te maken, terwijl dat niet hoefde, want het handelsrechtelijke aspect, de handelsverdragen, zijn een exclusieve bevoegdheid van de Europese Commissie. Je kunt dat betreuren, maar dat is al sinds 1 januari 1958 het geval.

Een aantal collega’s hier zijn mijn getuigen: ik heb vanaf dag één gezegd dat dit geen gemengde bevoegdheid is. Wat is wel gemengd? Het overdragen van uw rechtsmacht. Dat is evident. We dragen rechtsmacht over. Dit is een zaak van de parlementen. In België is dat een gemengde bevoegdheid.

Onder een gemengde bevoegdheid vallen ook directe investeringen, die een impact kunnen hebben op uw economisch leven, maar niet de portfolio-investeringen. Het Singapore-advies is heel duidelijk. Het ICS-verdrag werd opgesteld door topjuristen en voorbereid door topambtenaren van de Europese Commissie. Er werd heel duidelijk voor gezorgd dat dit ICS op geen enkele manier het Europees recht mag gaan interpreteren, dit is voorbehouden aan het Europees Hof. Ik verwacht dus dat dit compatibel zal zijn. Als echter zou blijken dat het ICS-verdrag niet compatibel is, dan gaat het hele verdrag niet door en dan zal er gesplitst moeten worden, in enerzijds een handelsverdrag en anderzijds een nieuw soort afspraak omtrent de discussies over de investeringsbescherming. Dan herhaal ik echter wat ik in de commissie al gezegd heb: niemand wil terug naar de arbitrage, want dat is privé, dat is duur. Hier wordt er gegarandeerd dat er een goedkope toegang is voor de kmo’s. Hier wordt er in het verdrag voor gezorgd dat het gaat om onafhankelijke rechters. Ik herhaal dat het niet Wallonië is dat daarvoor gezorgd heeft, het staat in het verdrag. Ik citeer: “De leden van het gerecht zijn onafhankelijk. Ze zijn niet verbonden aan enige overheid. Ze nemen geen instructies van enige organisatie of enige overheid aan met betrekking tot het voorwerp van het geschil.” Dat zijn onafhankelijke rechters. Canada en de Europese Unie hopen en willen dat dit systeem doorgroeit tot een multilateraal investeringsbeschermingshof. Laten we dat hopen. We hebben meer en meer internationalisering van de rechtsorde. Ik juich dat ook toe.

Als dit systeem clasht, dan hebben we geen andere keuze dan weer terug te gaan naar ofwel arbitrage ofwel de rechtbanken van het land. Inderdaad. Ik heb geen probleem met de rechtsmacht van de Canadese jurisdictie. Straks gaan we echter ook een akkoord sluiten met Vietnam. In dat akkoord met Vietnam staat ook het ICS-systeem. Welnu, ik kan u zeggen: leg het maar uit aan onze kmo’s, aan onze fruittelers en aan onze boeren die exporteren, dat zij straks voor lokale rechtbanken moeten komen in zulke landen. Zij zullen ontzettend blij zijn dat er een onafhankelijk judicieel systeem op punt gezet is, gedragen door twee grote democratieën, die elk paritair rechters zullen benoemen die onafhankelijk zijn, die niet de ‘vermaledijde’ arbiters zijn, die ervoor zullen zorgen dat er een goedkope en snelle rechtsgang is voor dat rechtssysteem.

Het klopt, en sommige collega’s hebben erop gewezen, dat dit nu nog moet worden uitgewerkt. De principes staan echter in het verdrag. Het is evident dat heel het systeem van aanwijzing en dergelijke, niet op zich in het verdrag staat. Ik heb er echter alle vertrouwen in. De Europese Commissie heeft er zich trouwens toe verbonden om met zo’n voorstel te komen.

Collega’s, dit is dus een goede zaak. Ik hoop oprecht dat het ook standhoudt. Er zijn al twaalf landen die geratificeerd hebben. Federaal is het al in de commissie van de Kamer gepasseerd en komt het ook voor de plenaire vergadering.

Ik denk, collega’s, dat we uitgerekend nu een uitstekend signaal geven. In tijden van geopolitieke onzekerheid, in tijden van dreigend protectionisme, is het goed dat wij zeggen, en dat Europa daarin de leiding neemt, dat wij wel gaan voor vrijhandel, dat wij ons verzetten tegen barrières, of het nu tarifaire of niet-tarifaire zijn. Wij geven dit signaal en Europa neemt daar inderdaad de leiding in, omdat we ook via NAFTA straks de negatieve gevolgen, die er ook zullen zijn voor Canada en voor Mexico, eventueel voor een deel zullen helpen oplossen via dit goede verdrag met Canada.

En ik hoop dat dit een systeem is met regels en normen dat ingang vindt en dat elders wordt gevolgd. We moeten een verdrag sluiten met Singapore en we zullen ook een verdrag hebben met Vietnam. Ik hoop dat er ook met Japan snel een regeling komt en dat we er ook uit geraken met India en dat we daar de normen zullen zetten.

China stond klaar inzake het Trans-Pacific Partnership, dat kapseisde omdat Trump zich terugtrok, en ging al die landen verenigen. Ik ben Trudeau dankbaar dat hij de leiding heeft genomen. Er is een trans-pacific partnership gesloten met opnieuw goede standaarden. Ik hoop dat wij die standaarden kunnen zetten, dat wij in Europa op termijn de wereldstandaarden kunnen bepalen. Ik heb liever dat we de regels maken dan dat we ze moeten nemen, zoals ik daarnet heb gezegd, weliswaar in het Engels.

Dat is een goede zaak om geopolitieke redenen. De groeiverwachtingen voor onze economie zijn minder goed. De eerste die de alarmbel heeft geluid, was de KBC. Zij wezen onder meer op de geopolitieke onzekerheden die wegen op het uitvoeringsklimaat en op de uitvoer. We hebben er dus alle belang bij dat onze kmo’s en onze fruittelers die zich nu op de Canadese markt kunnen begeven, rechtszekerheid en een goed verdrag hebben. Wij moeten vooruit kunnen gaan in het uitbouwen van onze welvaart.

In Vlaanderen hangen meer dan 850.000 jobs af van de uitvoer. Ik heb alle respect voor al die middenveldorganisaties, mutualiteiten, vakbonden en andere die hun bezwaren hebben geformuleerd maar laat ons de mensen die een job hebben die afhangt van de uitvoer, eens recht in de ogen kijken.

De Europese Commissie heeft berekend dat 1 miljard euro groeiexport staat voor 14.000 nieuwe banen. Vlaanderen is een exportnatie, wij leven van de export. Voor ons is dit onze levensader. Als wij daar niet volop voor gaan, dan maken wij geen werk van de toekomst van Vlaanderen, dan trekken wij niet de nieuwe lijnen om te zorgen dat onze handel kan floreren zoals die al doet sinds de middeleeuwen met de Hanzesteden. We hebben toen al heel Europa bevaren, we zijn toen al met onze uitstekende producten, onze linnen producten en andere door Europa getrokken en hebben handel gevoerd. We hebben gezorgd voor handel en welvaart. Handel brengt mensen tot elkaar, brengt volkeren tot elkaar, protectionisme doet dat niet. Het is in het belang van Vlaanderen en van onze economie dat we dit verdrag goedkeuren. (Applaus bij de meerderheid)

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1512/1)

– Artikel 1 wordt zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement tot vervanging van artikel 2. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1512/5)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

Er is een amendement tot toevoeging van een artikel 3. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1512/5)

De stemming over het amendement wordt aangehouden.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.