U bent hier

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid en het voorstel van decreet van Chris Janssens, Stefaan Sintobin, Guy D'haeseleer, Ortwin Depoortere, Tom Van Grieken en Anke Van dermeersch houdende invoering van een recht op kinderbijslag naar Deens model.

Het voorstel van decreet werd door de commissie verworpen.

Bij mail van 26 maart 2018 hebben de heren Chris Janssens, Stefaan Sintobin, Guy D'haeseleer, Ortwin Depoortere en Tom Van Grieken en mevrouw Anke Van dermeersch verzocht het op de agenda van de plenaire vergadering te plaatsen.

Conform de artikelen 62, punt 3, en 68, punt 8, van het Reglement van het Vlaams Parlement moeten wij ons bij zitten en opstaan uitspreken over het aanvatten van de bespreking van het voorstel van decreet.

De volksvertegenwoordigers die voorstander zijn van het aanvatten van de bespreking van het voorstel van decreet, wordt verzocht op te staan.

De tegenproef.

De bespreking van het voorstel van decreet wordt aangevat.

Dames en heren, ik stel voor de algemene besprekingen van het ontwerp van decreet en van het voorstel van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking.

Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

Ik wijs de vergadering ten slotte nog op de reflectienota die de heer Bart Van Malderen heeft ingediend op het ontwerp van decreet.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik vermoed dat er vertrouwen wordt gegeven aan de verslaggevers.

Collega’s, hier staan we terug, maar voor de finale bespreking en ook de laatste kans om het ontwerp van decreet bij te sturen. Er zijn vandaag in Vlaanderen wellicht zo’n 50.000 vrouwen zwanger. Ik kan er wat naast zitten, maar dat is het ongeveer. Die 50.000 mensen zijn vooral bezig met gezond zijn en de hoop een gezond en gelukkig kindje op de wereld te zetten, maar dat is natuurlijk de eerste generatie die in dit nieuwe systeem zal komen, de eerste ploeg van kinderen die onder de nieuwe kinderbijslag zullen vallen.

Een belangrijke vraag die dan wordt gesteld, is: wat betekent dat nu voor die kinderen? Als het het eerste kindje is van een gezin, wat voor een groot deel van die mensen zo is, dan valt het volledig onder dat nieuwe systeem. Dan is de vraag: gaan ze erop vooruit, gaan ze erop achteruit? Ik denk dat dat een vraag is die we vooral moeten bekijken vanuit een armoedeperspectief. We moeten bekijken of mensen door deze kinderbijslag betere kansen in het leven zullen hebben. Zullen hun kinderen een betere start hebben in het leven? Zullen ze op een betere manier starten en zullen we dus ook minder kinderarmoede hebben?

Dan moeten we vaststellen dat er een verbetering is voor die kinderen die in de nieuwe gezinnen komen, dat er wellicht een vooruitgang is van 1,2 procentpunt voor de gezinnen, en van 1,5 procentpunt. Daar moeten we blij mee zijn. Daar werd heel enthousiast op gereageerd vanuit de meerderheid, zo van ‘kijk eens wat wij doen aan de kinderarmoede, men gaat 1,5 procentpunt vooruit op kindniveau’. Vanuit de oppositie hebben we daar kritiek op gegeven vanaf het moment dat de conceptnota er was. We hebben gezegd dat dat niet genoeg is. Dit gaat om een budgetpost van meer dan 3 miljard euro. Dat is een gigantisch bedrag. Met 3 miljard euro moet je een impact hebben die heel significant is, vooral omdat dit een Vlaamse Regering is die heeft beloofd om de kinderarmoede te halveren. Dat gaat niet over 1,2 procentpunt. Dat gaat over het halveren van de kinderarmoede. Dat kan op vele manieren, maar een instrument daarbij is die kinderbijslag, zeker een instrument dat meer dan 3 miljard euro bedraagt. Wij van Groen waren daar ontgoocheld over op het moment van de conceptnota, en tot op vandaag, met alle tussenstappen die er zijn, blijven we ontgoocheld, omdat die impact te beperkt is.

Minister, nu besef ik dat u niets zult wijzigen omdat het een kritiek is vanuit de oppositie, maar ik wil u erop wijzen dat het niet alleen kritiek van de oppositie is. Er is een armoedetoets gebeurd, uiteindelijk wel. Dat is ook moeten worden gevraagd. Daarbij is deskundigen om hun mening gevraagd. Ik wil een paar zinnen voorlezen van wat niet de oppositie vindt, maar wat de deskundigen vinden van het armoede-effect van deze kinderbijslag.

De reactie van de deskundigen op de daling van de kinderarmoede met 1,5 procentpunt luidt als volgt: “De impact is zeer beperkt, voor eenoudergezinnen zeer beperkt, voor grote gezinnen is er totaal geen verbetering. Het gaat enkel om globale vaststellingen. We hebben geen zicht op wat het voor deelgroepen betekent, voor mixgezinnen. Dus mogelijk zullen er zelfs gezinnen zijn voor wie de situatie achteruitgaat.” Het gaat dan om die daling met 1,5 procentpunt.

Volgens de Vlaamse Regering gaat het niet enkel om het totaal aantal kinderen dat uit de armoede geraakt, maar ook om de armoedekloof. Hoe ver zitten kinderen ervan af om effectief uit de armoede te geraken? Die kloof wordt kleiner. Dat klopt. Op een kloof van 200 euro gaat het om 28 euro.

Minister, u kent het standpunt van Groen. Voor ons is dat onvoldoende en moest de lat hoger liggen. De deskundigen zeggen hierover het volgende: “Enkele euro’s winst, maar nog vele tientallen euro’s verschil met de armoedegrens. Dit toont aan dat het armoedebestrijdend effect te beperkt is.” De deskundigen betreuren weerom dat enkel de nuloptie en de gekozen optie zijn berekend en dat geen alternatieve denksporen zijn berekend. Ze noemen dit een gemiste kans.

Dit is bikkelharde kritiek. De armoedetoets toont aan dat dit onvoldoende is. De reden waarom we met betrekking tot elk ontwerp van decreet een armoedetoets uitvoeren, is net omdat we de vinger aan de pols willen houden. We willen de Vlaamse Regering erop wijzen dat ze hierbij moet stilstaan bij elke stap die ze zet.

U hebt misschien de decretaal verplichte armoedetoets uitgevoerd, maar u hebt er te weinig rekening mee gehouden en u hebt de impact te weinig bijgestuurd. U kunt zeggen dat dit niet klopt, maar u hebt zelfs niet geprobeerd een alternatief model te maken. Dat neem ik u misschien nog het meest kwalijk. U hebt geen alternatieve denksporen op tafel gelegd. De deskundigen zeggen dit ook. U hebt niet nagekeken wat het zou geven de sociale correcties op een andere manier door te voeren of wat het zou betekenen de universele toeslag van 160 euro een beetje te laten dalen om iets meer gerichte toeslagen te kunnen geven. Wat zou dat betekenen? Het is niet berekend. We weten het niet. We hebben vandaag een optie, namelijk de optie waarvoor de Vlaamse Regering heeft gekozen. U hebt, als met paardenkleppen op, geweigerd een of ander alternatief denkspoor te bekijken. Dat is heel jammer, want vandaag zal het Vlaams Parlement beslissen over de manier waarop de komende decennia een bedrag van meer dan 3 miljard euro zal worden uitgegeven. De impact op de armoede is te beperkt.

Minister, armoede is niet het enige punt waarover u te weinig informatie hebt. U hebt te weinig onderzocht en u hebt te weinig cijfers. U weet niet wat het voor veel deelgroepen betekent. Heel wat van die 50.000 vrouwen die nu zwanger zijn, hebben al een of meerdere kindjes. Dat worden dan de combinatiegezinnen of mixgezinnen, zoals ze nu worden genoemd. Dat zijn gezinnen met kinderen die onder het oud systeem vallen en een kind in het nieuw systeem. Wat dit voor hen betekent, weten we niet. Het is niet berekend.

De Gezinsbond heeft dat wel gedaan. U hebt kritiek gegeven op de cijfers van de Gezinsbond. Dat is natuurlijk gemakkelijk, maar u hebt zelf geen cijfers gegeven. U kunt kwaad zijn op de oppositie omdat we dit betreuren, maar het gaat niet enkel om de oppositie of om de armoede-experts.

De Raad van State heeft ook verklaard dat er te weinig gegevens zijn en dat er een probleem is met het decreetgevend werk. De Raad van State maakt zich niet enkel zorgen omdat er te weinig cijfers zijn, maar vreest ook dat er een ongelijkheid zal komen. De grondwettelijke rechten van een specifieke groep, de mensen die nu volop in gezinsuitbreiding zitten, worden mogelijk geschonden.

In de memorie van toelichting staat dat u dit weet, maar dat een bijpassing ons 300 miljoen euro zou kosten. Dit cijfer komt redelijk uit de lucht gevallen, maar het betekent wel dat u nu een bom van 300 miljoen euro onder de volgende Vlaamse regeringen legt. Groen krijgt mails van ouders die zich gedupeerd voelen. U krijgt die mails ongetwijfeld ook. Veel ouders voelen zich hier ongemakkelijk bij. Indien die ouders naar het Grondwettelijk Hof stappen, bestaat het risico dat het Grondwettelijk Hof beslist dat hun rechten zijn geschonden en dat u dat bedrag van 300 miljoen euro alsnog zult moeten benutten om die mensen een bijpassing te geven.

Ik vind dat u van in het begin een goed en sluitend systeem moet maken. U moet dat berekenen. U moet dat kennen en niet met een onzekerheid zitten. U mag niet de kans lopen dat de volgende Vlaamse Regering 300 miljoen euro zal moeten ophoesten omdat u nu geen berekeningen maakt over de impact van een nieuw systeem op gezinnen die met de voeten in twee verschillende systemen staan.

Een andere opmerking is dat dit budgetneutraal zou zijn. We zouden niet meer geld aan kinderbijslag uitgeven. De enveloppe moest budgetneutraal zijn. We kunnen discussiëren over cijfers en komma’s, maar we kunnen er niet over discussiëren dat niet een, maar twee indexsprongen op de kinderbijslag van de huidige kinderen zijn doorgevoerd om dit systeem waar te maken.

Dat betekent dat er 140 miljoen euro wordt bespaard op de huidige kinderen, die al bestaan en die in het oude systeem zitten. En dat is volgens de Gezinsbond nog een onderschatting. We hebben dat bedrag nodig om het nieuwe systeem te financieren. Je kunt dat budgetneutraal noemen, maar het is natuurlijk wel een besparing op de kap van de huidige kinderen, om een systeem in gang te zetten dat misschien te duur is.

Minister, ik heb nog een laatste opmerking. Dit systeem moest eenvoudiger zijn. Dat was een van de belangrijkste kritieken en een van de engagementen van de regering. Een aantal zaken zijn eenvoudiger – ten goede of niet, moet nog worden bekeken. Maar met die vereenvoudiging slopen een aantal systemen binnen die heel raar zijn. Zo zal je vanaf nu – houd u vast! – als je een kindje hebt dat naar de crèche gaat, en het gaat om een crèche uit de zogenaamde trap 1 van het subsidiesysteem, per dag een klein supplementje op je kinderbijslag krijgen. Als je kindje niet naar de crèche gaat of naar een crèche met een ander subsidiesysteem, dan niet. Leg dat maar eens uit aan ouders. Ouders begrijpen dat niet. Minister, als u de kinderopvang wilt versterken, wat ik denk dat u moet doen, dan moet u dat niet doen met het geld van de kinderbijslag maar met het geld van de kinderopvang. Die pot mag ook worden versterkt. Zo kan het helder worden. Zo kan er een duidelijke financiering zijn. De omweg die nu wordt gemaakt, maakt het systeem complex en onduidelijk en vooral niet eenvoudiger.

Hetzelfde geldt voor de kleuterparticipatie. Dat was een trofeetje van de collega’s van Open Vld: ouders zouden en moesten hun kinderen naar de kleuterschool sturen en zouden daarvoor een supplement krijgen. Voor alle duidelijkheid: ik ben er absoluut voor gewonnen dat we kinderen stimuleren om naar de kleuterschool te gaan. Daarop moeten we inzetten, dat is ongelooflijk belangrijk. Het percentage ligt hoog: we zitten nu rond de 95 procent. Het werk om die laatste 5 procent naar de kleuterschool te krijgen is enorm. Uit hoorzittingen met experten blijkt dat niemand een studie kan bedenken waarin het systeem dat hier wordt bedacht positief wordt beoordeeld. Ze zeggen allemaal dat ze achter die doelstelling staan, maar het middel om tot die doelstelling te komen is niet het juiste. Er zijn andere instrumenten, met brugfiguren enzovoort, die wél werken en die zouden moeten worden versterkt. Maar dit systeem is niet het juiste. Maar goed, er moest een politiek compromis zijn en er wordt op die manier een ingewikkeld systeem toegevoegd aan de kinderbijslag. Dat begrijpen we niet.

Minister, ik sluit af. Met een audit gingen we bekijken hoe we dat gaan uitbetalen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat de mensen hun kinderbijslag kunnen ontvangen? Dat systeem zou via de kinderbijslagkassen gaan. Een audit heeft onderzocht wat het beste is. Is het zoals nu het beste, met verschillende uitbetalingssystemen waarbij iedereen in functie van zijn werkgever bij een bepaalde kas kan gaan? Of gaan we dat tot één systeem samenbrengen, aangezien ieder kind dezelfde rechten heeft en er geen enkele differentiatie mogelijk is? Het maakt niet uit of je bij kas A of bij kas B gaat. Je recht is je recht en dat is overal hetzelfde. Gaan we dat samenvoegen of gaan we dat beperken? De audit wees uit dat het ettelijke miljoenen euro zal besparen, ettelijke miljoenen euro die we zouden kunnen gebruiken om rechtstreeks aan de kinderen te geven. We zien dat met het decreet een stap wordt gezet en dat er een aantal worden gefuseerd. Maar het blijft beperkt tot vijf. Waarom vijf? Waarom niet acht of twee? Dat is onduidelijk. Er moeten ook daar weer politieke compromissen zijn, die het systeem te duur en wellicht ook te ingewikkeld maken.

Minister, de conclusie is dat we met Groen van bij de start met u in discussie zijn gegaan. We hebben een alternatief op tafel gelegd, een alternatief dat de kinderarmoede zou halveren. We hebben voorstellen gedaan en we hebben amendementen ingediend. We hebben vastgesteld dat het vandaag ingediende ontwerp van decreet bijna onveranderd de uitvoering van de conceptnota is. We hebben vastgesteld dat de bereidheid om bij te sturen en bij te leren er niet was. We hebben vastgesteld dat de vele experten die werden geconsulteerd niet werden gehoord, en dat er een cherrypicking is gebeurd in wat ze hebben gezegd. Vandaag hebben we een kinderbijslagmodel van meer dan 3 miljard euro, dat niet eenvoudig is, dat niet de kinderarmoede op een heel sterke manier doet dalen, en dat er niet voor zorgt dat de kosten voor de opvang van kinderen sterk wordt ondersteund. Ik betreur dit. Met Groen zullen we dit ontwerp van decreet niet mee goedkeuren.

De heer Depoortere heeft het woord.

Ortwin Depoortere (Vlaams Belang)

Voorzitter, minister, collega’s, als er voor iedereen één ding duidelijk is, dan wel dat het oude kinderbijslagmodel complex was en niet voorzag in toereikende uitkeringen.

De basisbedragen bedroegen 92 euro voor een eerste kind, 170 euro voor een tweede kind en 254 euro vanaf een derde kind. Dat is aantoonbaar niet-kostendekkend en het is niet logisch dat het bedrag het laagste was wanneer de kosten het hoogste zijn. Daarenboven kende het oude systeem maar liefst 19 verschillende uitbetalingskassen.

Door de zesde staatshervorming werd de kinderbijslag overgeheveld en heeft de Vlaamse Regering een systeem uitgewerkt dat op 1 januari 2019 in werking treedt. Een aantal gezinnen zullen dus zowel van het oude als van het nieuwe model gebruik moeten maken. Daar wringt al het eerste schoentje. Volgens berekeningen van de studiedienst van de Gezinsbond zal wie vanaf 2019 een groot gezin wil, minder kindergeld krijgen. Maar ook de zogenaamde combinatiegezinnen die nu al een kind hebben en er nog een bij krijgen vanaf 2019, verliezen.

Ik geef een voorbeeld. Een gezin heeft nu al een kind. Daarvoor krijgt het 92 euro van de oude regeling. In 2019 krijgt het een tweede kind. Aangezien dat onder de nieuwe regeling valt, krijgen de ouders 160 euro en dus niet de 170 euro met leeftijdsbijslag uit het oude systeem. In totaal kan het verschil oplopen tot 11.000 euro aangezien we een termijn hebben van het eerste levensjaar tot 22 jaar.

Als algemeen uitgangspunt pleit het Vlaams Belang voor een aanpassing volgens de behoeften van het hedendaagse Vlaamse gezin, waarbij elk kind als gelijkwaardig wordt beschouwd. Onafhankelijk van het inkomen of beroepsstatuut van ouders moet het bedrag voor elk kind in een identieke situatie hetzelfde zijn.

Meer concreet hebben we het ontwerp beoordeeld volgens vier concrete punten die wij vooropstellen. We stellen ten eerste voor om de eerste drie kinderen 250 euro uit te keren omdat gezinnen voor de eerste drie kinderen volgens ons een gezinsbonus verdienen. De kosten zijn volgens ons het hoogste voor de eerste drie kinderen. Alle sociale toelagen en de schoolpremie blijven voor ons behouden. Ten tweede gaat het nieuwe stelsel slechts in voor nieuwgeboren kinderen. Aan onder het huidige stelsel verworven rechten wordt niet geraakt. Ten derde moet de overheid volgens ons steeds gerechtigd zijn om de uitkering voor bepaalde duur stop te zetten. Wij vinden dat de kinderbijslag ook een instrument zou moeten zijn om ouders te responsabiliseren. Ten vierde kan een vereenvoudiging bestaan uit een vervanging van alle stelsels door één systeem en de verschillende uitbetalingskassen door één sociaal overheidsloket.

Als we nu het ontwerp nader bekijken, kunnen we vaststellen dat het door de Vlaamse Regering voorgestelde model eenvoudiger en transparanter is geworden. De afslanking van het aantal private uitbetalingsfondsen is volgens ons wel een stap in de goede richting. De zorg voor kinderen met een handicap, pleegkinderen en wezen en de automatische koppeling met de schooltoelage zijn een goede zaak. Maar de Vlaamse Regering heeft de kans niet gegrepen om de kinderbijslag voor te behouden voor wie heeft bijgedragen aan de opbouw van de sociale zekerheid. Met andere woorden, iedereen geniet hier in ons land vanaf dag 1 van de volledige sociale zekerheid, met alle uitkeringen van dien.

Daarenboven mag in theorie een kind niet in het buitenland studeren of gedomicilieerd zijn om recht te hebben op kinderbijslag, maar er zijn tal van uitzonderingen op de verblijfsvoorwaarden waardoor kinderbijslag wordt betaald aan in het buitenland verblijvende kinderen van EU-burgers en van onderdanen van landen waarmee België een bilateraal verdrag heeft afgesloten. Op basis van mijn schriftelijke vraag bleek dat in 2016 er 103 miljoen euro kinderbijslag naar het buitenland is geëxporteerd, met een forse toename in Roemenië en Bulgarije. Het is duidelijk dat door deze verdragen gebruik wordt gemaakt van onze sociale zekerheid.

Het Vlaams Belang wil daarom die bedragen aanpassen aan de levensduurte in de landen van herkomst of bij voorkeur de bilaterale verdragen opzeggen.

Ook kinderbijslag aan vluchtelingen, asielzoekers, is op twee jaar tijd verdubbeld. Op basis van een vraag van collega Chris Janssens bleek dat er in 2014 17,5 miljoen euro werd uitgekeerd aan kinderen van asielzoekers. In 2016 is dat al opgelopen tot 33,4 miljoen euro.

Daarom wil ik ten slotte, voorzitter, ook ons eigen voorstel toelichten. Het voorstel van decreet dat het Vlaams Belang heeft ingediend, is niet nieuw. Dat geven wij ruiterlijk toe. Het is namelijk eerder door de N-VA verkeerdelijk in de Kamer ingediend door Kamerlid Sarah Smeyers. Het Vlaams Belang heeft de tekst van dit N-VA-voorstel overgenomen om vooral geen argumenten te geven aan de N-VA waarom ze dit voorstel niet zouden kunnen steunen. Want over het principe zouden we het eens moeten zijn: men moet een bijdrage leveren vooraleer men rechten kan opbouwen via onze sociale zekerheid.

Het voorstel van decreet streeft naar een hervorming van het kinderbijslagstelsel naar Deens voorbeeld door het werkelijke en wettige verblijf in België te koppelen aan het bedrag dat de rechthebbende toekomt. Dat is nodig om het verzekeringsprincipe van de sociale zekerheid in stand te houden, gelet op de ongeziene internationale migratiestromen uit bijvoorbeeld het Midden-Oosten, uit delen van Afrika en uit het oosten van Europa.

In 2017 zijn in de 28 EU-lidstaten 707.000 asielaanvragen ingediend. België was in 2017 goed voor een kleine 20.000 asielaanvragen. Het welvaartsverschil tussen Europa en een groot deel van de wereld maakt dat wereldwijd mensen de ambitie hebben om naar Europa te migreren. Welvaart en onze sociale zekerheid werken als een magneet op potentiële migranten over heel de wereld. Het maakt van ons land een te grote aantrekkingspool en zorgt voor een te grote toevloed aan gelukszoekers.

Het voorstel van decreet is gebaseerd op het Deense model. Nieuwkomers hebben er tijdens hun eerste verblijfsjaren geen volledige toegang tot sociale voorzieningen. Een sociaal verzekerde krijgt na één jaar aangetoond en wettelijk verblijf recht op 25 procent van de volledige bijslag. Na twee jaar is dat 50 procent en na drie jaar 75 procent. Na vier jaar aangetoond en wettelijk verblijf heeft men recht op het volledige bedrag. Het verblijf hoeft trouwens niet onafgebroken te zijn. Op deze wijze worden uniforme toekenningsvoorwaarden gecreëerd voor alle ingezetenen, zonder discriminatie.

Dit voorstel van decreet is een eerste stap in de gewenste evolutie in de richting van het Deense model, dat nieuwkomers niet meteen alle sociale rechten toekent.

Zoals reeds gezegd, hebben wij bewust de lat laag gelegd en het N-VA-voorstel overgenomen. Ten gronde zijn we immers van mening dat vreemdelingen hier minstens zeven van de acht voorgaande jaren legaal moeten hebben verbleven en eerst drie jaar moeten hebben bijgedragen aan de welvaartstaat. Wie niet aan deze voorwaarden beantwoordt, heeft slechts recht op beperkte hulp.

Maar we beseffen dat daarvoor wellicht geen meerderheid kan worden gevonden. En daarom doe ik nog eens de ultieme oproep aan vooral de N-VA-collega’s om zich niet te verstoppen achter een zogenaamd draagvlak door zich te nestelen in het centrum en dus vooral geen standpunt te moeten innemen. Kies voor één keer voor de principes, die trouwens door jullie zelf zijn opgetekend. Toon aan de bevolking dat het u menens is wanneer voorstellen van het gezond verstand hier ter stemming liggen. Vandaag hoop ik op het gezond verstand van de N-VA. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Collega’s, bij haar aantreden toonde deze Vlaamse Regering zich heel ambitieus op alle vlakken. Ook inzake de inkanteling van de nieuwe bevoegdheden die met de zesde staatshervorming overgekomen waren, heeft ze niet getalmd. Hetgeen nu voorligt, de inkanteling van de kinderbijslag, heeft ze onmiddellijk met twee handen vastgegrepen om van die overheveling ook gebruik te maken om de kinderbijslag te hervormen en te herdenken, iets wat in dertig jaar niet gebeurd was. Bovendien is ook niet geraakt aan het budget van de kinderbijslag, in tegenstelling tot andere bevoegdheidsdomeinen, waar budgetten gesnoeid zijn – er is sprake van snoeien om te bloeien. Maar hier is niet bespaard, collega Van den Brandt. Er is weliswaar twee keer een indexsprong gebeurd, maar er is niet bespaard. In reële termen is het budget dus hetzelfde gebleven.

Elke Van den Brandt (Groen)

Er is niet bespaard, zegt u, omdat het totale budget hetzelfde blijft. Nu, het is wel een realiteit dat ieder kind dat vandaag al geboren is, twee indexsprongen heeft. En dat betekent 90 euro per kind. Dat is een stevig bedrag. Dat is 140 miljoen euro dat de huidige groep kinderen moet afstaan om het nieuwe systeem in gang te zetten. U mag dat geen besparing noemen, ik noem het minstens een verschuiving. Maar voor de kinderen die er vandaag zijn, is dit wel degelijk een verminderd budget, en dus een besparing op hun gezinsinkomen.

Peter Persyn (N-VA)

We hebben die discussies al vaak gevoerd. U hebt zelf mee die onzalige zesde staatshervorming goedgekeurd. Dat was geen ezelsdracht, dat was een olifantendracht. Dat heeft een miskleun gebaard. Wij hebben daar nooit voor geopteerd, maar we hebben dat consequent mee uitgevoerd. Hier is volgens ons niet bespaard.

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik wil niet zo ver gaan om de minister van Begroting te vorderen in dit debat, maar toch twee dingen, collega. Als u heel nadrukkelijk zegt, tot twee-, driemaal toe, dat hier niet bespaard is, dan heb ik twee vragen. Werd in de communicatie rond de twee begrotingen, in welk kader deze niet-indexering gebeurde, deze operatie gerangschikt onder de besparingen? Mijn geheugen zegt mij dat dat wel zo was. Ten bewijze daarvan is minister Vandeurzen hier ook een aantal keer komen vertellen dat die besparing nadien wel zou worden teruggezet in het systeem – in het systeem, maar niet in de portefeuille van individuele gezinnen die er wel degelijk door getroffen zijn.

Mijn tweede vraag is een gelijklopende vraag. Daar kan het begrotingsdocument op nagekeken worden. Is de inflatie, en bijgevolg de indexeringen, bij de opmaak van die begroting meegenomen als erkende kostendrijver? Als dat wel zo is, wat ik ten stelligste geloof, dan is dit wel degelijk een besparingsoperatie.

Het is een dubbel bewijs, collega, dat uw stelling dat hier niet bespaard is, niet klopt.

Peter Persyn (N-VA)

Ik ga door, collega’s. De hervorming is volgens een aantal principes gebeurd. Een eerste belangrijk principe is dat de rechten van het kind centraal staan in deze hervorming, en niet in eerste instantie, collega’s, de armoedebestrijding bij kinderen. Een tweede principe is de vereenvoudiging. Een derde principe is meer flexibiliteit in het systeem.

Het eerste principe is dus inzet op de rechten van het kind zelf. De rangtelling zoals we die in het verleden kenden, hield geen maat meer. Het tweede kind was meer waard, een derde kind dat er nog bij kwam, ook. Het basisbedrag is vastgelegd op 160 euro, voor alle kinderen, ongeacht de gezinssituatie. Elk kind gelijk.

Dat is een betrekkelijk hoog bedrag. Het had nog hoger kunnen zijn, maar er zijn afwegingen gemaakt, vooral ook om meer sociale toeslagen te kunnen doen. Dat breed basisrecht wordt voor alle kinderen gehanteerd, ook voor kinderen van nieuwkomers die hier aanvaard en erkend zijn. Als mensen op onze bodem kinderen hebben of krijgen, dan vindt onze partij, die een partij is met een groot en sociaal hart, dat ze ook recht hebben op een correcte ondersteuning, zeker in de eerste levensjaren.

Jonge, startende gezinnen kijken tegen heel wat hoge kosten aan. Vaak ligt ook het gezinsinkomen nog laag. Dat evolueert met de tijd en rijpere gezinnen hebben een veel groter besteedbaar inkomen. Daarom geven we graag juist die jonge gezinnen een extra steuntje.

Vertrekkend vanuit de rechten van het kind, willen we ook extra inzetten op kinderen met extra zorgnoden: wezen, halfwezen, kinderen met een handicap, pleegkinderen en kinderen die opgroeien in een gezin met een heel laag inkomen. Sociale correcties zijn driemaal hoger dan in het vorige systeem.

De toeslagen voor kinderen met een handicap zijn behouden. Het systeem is pas in 2003 herzien, en dat was een goede hervorming. Er is wel ruimte voor verbetering. Dat is in discussies in de commissie en in het plenum aan bod gekomen. Mevrouw Van den Brandt heeft er al naar verwezen, we moeten maximaal inzetten op die automatische rechtentoekenning – daarvoor dient IT – zodat mensen niet achter het net vissen.

De N-VA – en ik kijk naar mijn collega Parys – vroeg extra ondersteuning van pleegouders. Er is een extra toeslag voor gezinnen die zich over pleegkinderen ontfermen. Ook het systeem van de wezentoeslag werd aangepast.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Als er zaken gezegd worden die naar mijn gevoel fout zijn, heb ik daar wel moeite mee. U zegt dat het goed is dat pleegouders extra ondersteund worden. We hebben vanuit de betrokken organisaties de expliciete opmerking gekregen dat niet het volledige bedrag van de kinderbijslag aan de pleegouders moet worden gegeven. Het is goed dat pleegouders kinderbijslag krijgen. Ze hebben daar ten volle recht op. Het is evenwel ook belangrijk de oorspronkelijke ouders een deel van de kinderbijslag te geven, want dat is van belang voor de band met het kind en om een aantal zaken mogelijk te maken. Daar is niet op ingegaan. Het is dus niet correct de zaken zo voor te stellen dat dit perfect beantwoordt aan de vragen van de pleegzorgorganisaties.

Peter Persyn (N-VA)

Mevrouw Van den Brandt, daarover verschillen we van mening. Het is het ene voorstel tegen het andere, en ze hebben allebei hun waarde. Door deze meerderheid is er geopteerd voor deze formule.

Het is hier ook al vaker gezegd dat de kinderbijslag voor ons niet in de eerste plaats een instrument is tegen kinderarmoede, maar wel een financiële ondersteuning van gezinnen met kinderen, en voor ons zijn alle kinderen daarin gelijk. De minister heeft het ook al toegelicht. We streven daarin naar een breed draagvlak en we willen de solidariteit niet ondergraven.

Mevrouw Van den Brandt, u vermeldt altijd de procentpunten, maar zelfs in het nieuwe systeem is er toch een significante daling, zowel voor de nieuwe als voor de bestaande gezinnen. Die discussie is al gevoerd, en dan belanden we in een semantische discussie over proportionele en absolute procentpunten, maar er is wel een duidelijk aantoonbare verbetering. Mevrouw Schryvers zal daar straks misschien nog iets over zeggen, maar ik noem hier de participatietoeslag, de kinderopvangtoeslag en de kleutertoeslagen. Sommige daarvan hebt u geminimaliseerd. Daarbuiten is ook de taxshift gebeurd. We zetten in op extra jobcreatie en we denken dat dat de hefbomen zijn om jonge gezinnen en hun kinderen uit de armoede te halen.

Ik kom tot het tweede principe, de tweede as van de ambitie van deze meerderheid, de vereenvoudiging. De heer Depoortere heeft er ook al naar verwezen. Het was een ratjetoe, een kluwen geworden. Er is telkens, naarmate er vorderingen waren in het systeem, een bijgebouw geplaatst, zoals dat wel vaker met de Belgische koterijen gebeurt. Zo zaten we op den duur met meer dan 750.000 verschillende toeslagen, nomenclaturen, en dertien uitbetalingsactoren. Deze meerderheid koos resoluut voor vereenvoudiging. Het is een compromis, akkoord. Er blijven vijf uitbetalingsactoren over, vier private en een overheidsactor, van ambtswege, die wel hun expertise en knowhow zullen samenbundelen en zullen samenwerken via één gezamenlijk IT-platform.

Natuurlijk wil de burger weten wat dat voor hem concreet zal inhouden, voor elke individuele situatie, zeker voor de zogenaamde combinatiegezinnen, of mixgezinnen, de gezinnen met kinderen in het oude en in het nieuwe systeem. Los van individuele simulaties, die nu al worden aangeboden door de Gezinsbond en die wellicht, hopelijk, via Kind en Gezin en via de verschillende uitbetalingsactoren kunnen worden opgevraagd, is zeker dat voor alle gezinnen die nu al kinderbijslag ontvangen, er geen gezinnen op achteruit zullen gaan. Integendeel, er is zelfs marge voor vooruitgang, want de toeslagen die ik net genoemd heb – de schooltoeslagen, de selectieve participatietoeslagen, de kleutertoeslagen – zullen, los van het socioprofessioneel statuut van de ouders, onmiddellijk, per 1 januari 2019, worden toegepast. De minister heeft het ook al gezegd: we moeten ons hoeden voor de momentopnames die nu ook in de media komen. Gezinnen zijn dynamische systemen. Dat is geen momentopname zoals een eenjarig bilan dat bij de boekhouder wordt opgevraagd. Dat zijn fluïde systemen. De toekomst zal het uitwijzen. Het moet gemonitord worden, maar het is veel flexibeler dan de momentopnames die nu in de media worden opgevoerd.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik heb moeite met de manier waarop u er vlot overgaat: ‘Dat is fluïde, dat evolueert over de tijd.’ Er zijn 50.000 mensen die momenteel een kindje verwachten. Het aantal gezinnen dat wellicht in de twee systemen zit, werd door de Gezinsbond op 37.000 gezinnen geschat. Dat is geen kleine groep. Dat zijn 37.000 gezinnen die mogelijk een kind in beide systemen hebben. U zegt: we gaan moeten monitoren wat het betekent. U moest op voorhand berekenen en becijferen wat het betekent. Het is toch ongezien dat we een systeem in voege gaan zetten maar de simpele vraag van die groep mensen, van 37.000 gezinnen, wat dat voor hen betekent, gaan we monitoren, dat weten we niet. Dat is trouwens niet alleen een opmerking van mezelf. Het is een opmerking van de Raad van State, die stelt dat dit onvoldoende onderzocht is. Het is een opmerking van de experten, een opmerking die van alle kanten kwam. Er is een heel grote groep mensen. U zegt dat niemand erop achteruit gaat. Wel, u weet dat niet, want u hebt het niet berekend, we hebben er geen cijfers over.

Peter Persyn (N-VA)

Als u zegt dat er geen exacte cijfers zijn, dan houdt uw bewering ook geen stand. We gaan zien.

Elke Van den Brandt (Groen)

Het is aan de regering om die cijfers te vragen! Experten wilden die geven, maar ze moeten de opdracht krijgen om die cijfers te berekenen.

Peter Persyn (N-VA)

De toekomst zal het uitwijzen. Wij maken ons sterk – we hebben het ook door onafhankelijke academici tegen het licht laten houden – dat er een wezenlijke vooruitgang zal zijn. Inderdaad, er zullen altijd wel casussen zijn, zowel particulier momentaan als op termijn groepen, waarvoor we zullen moeten bijsturen. Dat zullen we zien, maar in de ideale der werelden, en als we alle parameters konden beheersen – want u hebt wel vaker dergelijke wishfullthinkingmodellen –, is alles op voorhand te regelen. Maar dat is in de realiteit niet zo.

Een derde principe is flexibiliteit, het soepeler inspelen op veranderingen. Zoals gezegd waren we beland in een heel complex, onoverzichtelijk systeem. Wij willen inzetten op meer flexibele instrumenten. Enerzijds speelt ook de emancipatie van de deelstaten, die elk hun eigen accenten willen leggen, mee – wij hebben onze keuzes gemaakt – maar ook een aantal maatschappelijke ontwikkelingen inzake de gezinsvorming. Om te beginnen zal de uitbetalingsactor niet langer door de werkgever worden aangeduid, maar door de gezinnen worden gekozen, na een carenzperiode van een jaar. Gezinnen zijn immers geëvolueerd naar kleinere eenheden met tweeverdieners, naar nieuw samengestelde gezinnen met co-ouderschap en naar gezinnen waar bijvoorbeeld ook pleegzorg wordt geboden. Het nieuwe systeem pikt die nieuwe gezinsvormen mee op.

Ik heb daarnet al gezegd dat we zullen moeten monitoren. Elke transitie moet met de nodige zorgvuldigheid gebeuren. Het is geen sinecure. We hebben de zittingen gehad, we hebben de schema’s gezien. Er is een groot scherm nodig om het zichtbaar te maken. Het is een enorme complexe warboel van uitwisselingsmechanismes, maar toch hebben – en ere wie ere toekomt – de minister en zijn administratie ervoor gezorgd dat we normaal gezien per 1 januari 2019 van start kunnen gaan met het nieuwe systeem.

Opnieuw, mevrouw Van den Brandt, er zullen wel bugs in zitten en problemen optreden, maar we lossen die op, een voor een. Ik droomde vroeger ook van de ideale der werelden. Ik heb door scha en schande moeten ondervinden dat die niet bestaat op deze aardbol.

Het huidige kinderbijslagsysteem heeft wel een grote verdienste gehad, namelijk dat de kinderbijslag netjes elke maand werd uitbetaald. Het bedrag kwam op de rekening en gezinnen konden ervan uitgaan dat het in het gezinsinkomen werd bijgeschreven. Zoals ik net zei, zullen we erover moeten waken dat dit bij de inwerkingstelling van het nieuwe systeem ook zo goed mogelijk verloopt.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik wil het levendige debat hier niet ongelooflijk rekken, maar ik hoor u een paar keren zeggen dat we het wel zullen oplossen. Als er zich individueel problemen voordoen, dan lossen we dat op. Als er zich groepen afbakenen waarvoor er zich een probleem stelt, dan lossen we dat op. Het is gebleken dat vooraleer je die zaken kunt detecteren, die bijzonder goed zullen moeten worden gemonitord. Het is natuurlijk maar de vraag of die monitoring dusdanig fijn zal zijn afgesteld dat de problemen op tijd gedetecteerd worden.

Het gaat hier over de bespreking van een ontwerp van decreet, een legistiek document waarbij uiteraard een procedure zal moeten worden gevolgd die niet licht is om wat in dat decreet vastligt, te wijzigen. Een van de zaken die vastliggen, betreft net de criteria maar ook de bedragen die wellicht voor een aantal individuen, casussen, groepen problematisch zouden kunnen zijn.

Ik wil u toch nog eens herinneren – in de hoop dat er voortschrijdend inzicht is – aan amendementen die onze fractie heeft ingediend en waarin we die bedragen uit het ontwerp van decreet wilden halen om net flexibel te kunnen omspringen met die vaststellingen. Als blijkt dat toeslagen te weinig efficiënt zijn, dat forfaitaire bedragen te hoog, te laag, te breed of weet-ik-veel wat zijn, dan zou je dat eigenlijk op een vrij eenvoudige manier kunnen hebben gedaan via ons amendement. U hebt dat amendement in de commissie weggestemd. Ik kan alleen maar vaststellen dat hier een aantal bedragen met modaliteiten waarvan u zegt dat u ze wel zult oplossen, zijn vastgelegd. Laat mij toe om toch wat aanhalingstekens te plaatsen bij dat ‘we lossen dat wel op’.

Peter Persyn (N-VA)

Dat is uw volste recht. Ik heb er alle vertrouwen in. We hebben ook een voortgangsrapportage ingeschreven. We zullen de zaken monitoren. Ik heb er vertrouwen in dat deze regering en ook de volgende regering… (Opmerkingen van Bart Van Malderen)

Natuurlijk, het systeem zal op enkele maanden van de verkiezingen in werking treden.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik stel vast dat u wel vertrouwen hebt in de volgende regering. Dat is goed.

Peter Persyn (N-VA)

Ik zal daar niet op vooruitlopen.

Ik heb nogal veel vertrouwen, niet alleen in deze regering maar ook in de mensheid, in de jongeren, in de middenleeftijd en in de ouderen waartoe ik stilaan behoor. Ik mis dat soms bij u. Ik heb er het volste vertrouwen in: we zullen dat bijsturen.

Elke Van den Brandt (Groen)

U hebt vertrouwen. Dat siert u. Hebt u ook vertrouwen in de Gezinsbond? Vindt u dat een vertrouwenswaardige organisatie?

Peter Persyn (N-VA)

Ja, inderdaad.

Elke Van den Brandt (Groen)

Dank u.

U zegt dat u de problemen zult oplossen als ze zich stellen. Ik herinner mij een CD&V-politicus die daar ooit zijn slogan van maakte. Ik ben blij dat u die hebt overgenomen.

De Gezinsbond heeft vastgesteld – een organisatie die ik toch vertrouw – dat er potentieel 37.000 mensen zijn voor wie er een probleem is. Dat probleem kan oplopen tot 11.000 euro per kind.

Als dat er komt, denk ik dat het een goede huisvader betaamt om het probleem te onderzoeken en proactief een oplossing te zoeken en niet het systeem in werking te laten treden en daarna vast te stellen dat het toch geen goed idee was en moet worden bijgestuurd. Er wordt een alarmsignaal gegeven. U kunt zeggen dat u er vertrouwen in hebt dat het goed komt, maar dat is wegkijken. Misschien is het geen probleem, maar onderzoek het en becijfer het.

Bovendien zegt u dat u het dan wel zult oplossen. Het probleem oplossen kan u 300 miljoen euro kosten. Uw partij heeft in het verleden terecht kritiek gegeven op partijen die problemen naar volgende generaties doorschuiven. U mag dit niet doen. U mag nu geen risico van 300 miljoen euro in de bak van de volgende regering schuiven, hoeveel vertrouwen u er ook in hebt.

Ik vraag u om het te berekenen en te becijferen. Het kan. Het is geen wishful thinking. De experts, de proffen, de studiemensen die hieraan hebben gewerkt, zeggen dat ze het kunnen berekenen. Alleen moet u beslissen om aan die onderzoekers te vragen om die cijfers aan te leveren, en dan kunnen we een veel grondiger, een veel oprechter en een veel beter debat voeren.

Peter Persyn (N-VA)

Collega Van den Brandt, ik heb de laatste jaren veel contact gehad met de Gezinsbond, en die geven deze meerderheid het vertrouwen met de hervorming van de kinderbijslag. Zoals u terecht zegt – het siert u, u bent eerlijk –, het zou kunnen, het kan, eventueel potentieel … U neemt die woorden in de mond.

U hebt mijn woorden verdraaid. Ik heb niet gezegd: ‘We zullen wel zien.’ Ik heb gezegd: ‘Er zullen problemen optreden.’ We hebben hier iedere week discussies in de plenaire vergadering, in de commissie om gaandeweg de situatie her en der bij te sturen en te verbeteren. Dat is ook onze opdracht. Anders konden we naar huis gaan.

Minister Jo Vandeurzen

De Gezinsbond heeft een globale, positieve evaluatie gemaakt van het nieuwe systeem. De simulatie of de hypothese die de Gezinsbond op het einde naar voren heeft gebracht en waar u over spreekt, namelijk diegene die tot die 37.000 hoort, daarmee ben ik het niet eens. Die redenering gaat uit van een hypothese van 20 of 25 jaar, gaat uit van het feit dat er geen rekening moet worden gehouden met de sociale toeslagen die ook voor bestaande gezinnen gaan komen. U zegt dat ze minder gehad hebben dan als de index er zou zijn geweest. Ze krijgen ook sociale toeslagen. Die berekening houdt ook geen rekening met het feit dat er voor gezinnen met een inkomen onder de 60.000 euro correcties komen, zelfs voor bestaande gezinnen. Als u weet dat 60 procent van de grote gezinnen een inkomen heeft onder de 60.000 euro, dan weet u dat de redenering zoals die daaruit is geabstraheerd, gewoon niet correct is. Het is geen correcte, genuanceerde redenering.

De heer Persyn heeft gelijk. Als u dat op zo'n lange periode ziet, dan zult u uiteraard hypotheses vinden, maar om in algemene termen te zeggen dat zovele mensen ‘erop zullen achteruitgaan’ terwijl er verworven rechten zijn, terwijl er sociale correcties bij komen, terwijl er uiteraard zal worden gemonitord om na te gaan hoe men in de dynamiek van het systeem in de loop der jaren eventueel dingen kan toevoegen of versterken, is gewoon geen correcte redenering.

Elke Van den Brandt (Groen)

Het is heel gemakkelijk om de cijfers van studies van de Gezinsbond aan te vallen. Lever ons dan vanuit de Vlaamse Regering de juiste cijfers aan. Maak die berekeningen zelf met de correcte cijfers zodat we geen welles-nietesspelletje moeten spelen en dat we ze hebben, zoals gevraagd door de Raad van State.

Minister Jo Vandeurzen

Ik moet eerlijk zeggen dat de eerste keer toen ik hier in het parlement werd ondervraagd over de conceptnota over de kinderbijslag, er werd gevraagd naar de armoedetoets. Er wordt dan een armoedetoets gedaan met alle toeters en bellen. Er wordt met de verenigingen gesproken. Er wordt een kwalitatieve toets gedaan. Er wordt een kwantitatieve toets gedaan. Er wordt een universiteit voor aangesproken die een analyse maakt, en die zegt dat er een significant effect is op het armoederisico. Dat wordt allemaal gedaan. Ik ben zeer benieuwd of in andere gemeenschappen en regio's met dezelfde openbaarheid van bestuur dit soort zaken is gebeurd. Wat kunt u nog meer verwachten dan wat hier allemaal is gebeurd om dat te toetsen en te meten? De experts zijn in de commissie geweest en hebben aangegeven dat het systeem wel degelijk de baan houdt, dat het effectief effecten zal hebben, dat de manier waarop het is geconcipieerd, potentialiteit voor de toekomst heeft.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik, naarmate de tijd is gevorderd, het gevoel heb gekregen dat de appreciatie voor de consistentie van het systeem, de link met onderwijs en de link met de kinderopvang alleen maar groter is geworden. Ik denk dat men globaal genomen mag zeggen dat het een huzarenstuk zal zijn wanneer we een nieuw systeem hebben dat vertrekt vanuit het recht van het kind, met sociale correcties, ook voor bestaande gezinnen, en dat kunnen implementeren. Dat is een geweldige stap vooruit voor ons Vlaams gezinsbeleid. (Applaus bij de meerderheid)

Peter Persyn (N-VA)

Ik kan de minister alleen maar bijtreden en vaststellen – en dat is wel vaker zo – dat we in Vlaanderen de tijd een beetje vooruit zijn. De Brusselaars hebben nu ook het licht gezien en gaan nu ook naar een vast bedrag en dus een gelijkaardig systeem. En dat geldt binnenkort wellicht ook voor onze Waalse buren.

Voor ons is een belangrijk aandachtspunt de communicatie met de gezinnen. Wij krijgen nu tal van vragen van bezorgde ouders. Er is nu al een aanzet gegeven – en dan kijk ik naar de minister – met de informatieve website www.groeipakket.be. We moeten er allemaal samen maximaal op inzetten om de bezorgde burger zo goed mogelijk te informeren. Hij zit met vele vragen, u en uw administratie doen hun best, maar het zal niet van de eerste keer allemaal in kannen en kruiken zijn, er zullen problemen opduiken, dat is te voorzien.

Voor onze fractie ligt hier een heel sterk, ambitieus en budgettair evenwichtig ontwerp van decreet ter stemming voor, met aandacht voor de ontwikkelingen binnen onze samenleving en toekomstgericht. Onze fractie zal dit uiteraard volledig ondersteunen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Collega’s, de overheveling van de gezinsbijslagen was ingegeven door de wens om alle elementen van het gezinsbeleid te kunnen samenbrengen op één niveau en vervolgens ook alle bevoegdheden met betrekking tot het gezinsbeleid op elkaar af te stemmen. Daarom ook is in dit ontwerp van decreet de link gelegd tussen gezinsbijslagen, kinderopvang en onderwijs. Het zou verwonderlijk zijn geweest dit niet te hebben gedaan. Deze link laat toe ook op het vlak van uitbetalingen efficiënter te werken en zelfs naar de automatische toekenning van schooltoelagen te gaan, een doelstelling die vorige legislatuur niet kon worden gerealiseerd.

Met dit ontwerp van decreet hebben we een aantal keuzes gemaakt. We kiezen voor het respecteren van verworven rechten en verwachtingen van ouders. We hebben de garantie ingebouwd dat gezinnen met kinderen die vandaag een gezinsbijslag genieten en legitieme verwachtingen hebben ten aanzien van het kinderbijslagstelsel, hun rechten behouden. Niemand die vandaag gezinsbijslagen ontvangt, zal vanaf 1 januari 2019 minder ontvangen. Tegelijk zal ook niemand meer ontvangen.

Zoals altijd heeft een medaille twee kanten. Wie een enig kind heeft in 2018, zal in 2019 niet de hogere gezinsbijslag van 160 euro ontvangen. Dat is de consequentie van kiezen voor verworven rechten. We kiezen voor kansen voor jonge kinderen. We weten dat kinderen al zeer vroeg in hun leven gedetermineerd worden in hun ontwikkeling. Daarom gaan we in dit ontwerp van decreet ook de link leggen naar kinderopvang en onderwijs. Wie geen plaats vond in de gesubsidieerde kinderopvang en terechtkomt in de niet-gesubsidieerde en daardoor ook vaak duurdere zelfstandige kinderopvang, krijgt een steuntje in de rug want we voorzien in een tegemoetkoming van 3,17 euro per volle opvangdag.

We stimuleren ook ouders om hun kinderen vroeg te laten deelnemen aan het kleuteronderwijs, door hen 130 euro extra te geven als hun kind op 3 jaar is ingeschreven in de kleuterklas en op 4 jaar ingeschreven is en voldoende naar het onderwijs is geweest.

We kennen de argumenten van de oppositie. We zouden de kinderopvang inkomensgerelateerd moeten maken, en dat is inderdaad een ideaal scenario. Maar als we weten dat een plaats in de gesubsidieerde sector meer dan 12.000 euro per plaats per jaar kost, dan weten we ook dat die ambitie niet in een jaar kan worden gerealiseerd. We doen vandaag al iets voor die groep, die gebruikmaakt van de zelfstandige kinderopvang.

De kritiek is dat de extra financiële stimulans voor die kleuterparticipatie niet werkt. Wij durven dat te betwijfelen. Vandaag al bestaan er initiatieven van Kind en Gezin. Minister Crevits heeft maatregelen genomen en wij vullen die maatregelen aan met een financiële incentive. Uit rapporten van Onderwijs weten we dat er jaarlijks ongeveer 7200 kleuters onvoldoende aanwezig zijn. Als we weten dat onvoldoende aanwezigheid op school leidt tot meer schoolse achterstand en als we kijken naar de doelgroepen waarover we het hebben, dan moeten we alle mogelijke inspanningen doen om die aanwezigheid te verbeteren.

Vooral de combinatie van flankerend beleid en financiële prikkel kunnen in dit ontwerp van decreet wel degelijk een verbetering teweegbrengen.

Bart Van Malderen (sp·a)

Collega, ik ben bijzonder verheugd dat we het eens zijn, dat inkomensgerelateerde kinderopvang een ideaal scenario is. Dat is al een hele stap voorwaarts. Ik wil het echter vooral hebben over de efficiëntie van de kleutertoeslag. U zegt dat u twijfelt of die kritiek klopt. Twijfel is bijzonder gezond. Het antwoord op dat soort twijfels vinden we in empirisch onderzoek. U verwijst terecht naar statistieken en monitoring die worden bijgehouden door Kind en Gezin. De problematiek van de 7200 die te weinig participeren, ligt ons ook zeer na aan het hart. Vandaar dat wij voorstellen om die participatie te verhogen.

Ik vraag heel eenvoudig: waar is het empirisch onderzoek dat uw financiële prikkel bijdraagt aan verhoogde participatie, dan wel het risico inhoudt dat je de allerzwaksten – het gaat dan over de kinderen in plaats van de ouders – zou bestraffen voor het gedrag waar de kinderen zelf geen sturing aan kunnen geven? Ik heb het niet gevonden – het kan aan mij liggen –, maar als u het mij kunt aanleveren, dan lees ik dat graag.

Elke Van den Brandt (Groen)

Mevrouw Saeys, ik sluit me aan bij die vragen. U zegt dat de combinatie flankerend beleid en financiële prikkel zal werken. Ik zou graag een studie of een expert horen die dat voor u bevestigt.

Ik woon in een stad waar ieder jaar kinderen worden geweigerd omdat er geen plaats is op de scholen. Dat is zo in Brussel, maar evengoed in Antwerpen en Gent. Wat gaat u dan doen? Stel dat ik mijn kind naar een school wil sturen en ik krijg nul op het rekest, want er is geen plaats op de school. Zal ik dan ook nog eens de extra toelage mislopen die wordt bepaald in deze kinderbijslag?

Inderdaad, we kennen de kritiek van de oppositie. Ik zie dit niet als het afnemen van iets. Ik zie dit integendeel als een incentive voor mensen. Ik denk niet dat u ertegen kunt zijn dat we op deze manier mensen proberen te stimuleren. U draait dat volledig om. U zegt: nee, u gaat die doelgroep dan net zaken afnemen. Sorry, maar zo zie ik het absoluut niet, integendeel.

Inderdaad, we gaan in de komende periode wel zien dat dit moet worden gemonitord. We hebben niet noodzakelijk alle cijfers of mogelijkheden die zich zullen voordoen. Niemand kan er toch tegen zijn dat er naast flankerende maatregelen ook financiële prikkels worden gegeven. Het kan zeer goed zijn om kinderen zo vroeg mogelijk naar het kleuteronderwijs te sturen.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik zal mijn vraag nog eens herhalen en korter maken in de hoop op een antwoord. De vraag is niet of het na te streven is dat kinderen zo vroeg mogelijk en zo vaak mogelijk naar school gaan. De vraag is of u ons een wetenschappelijke studie of een expert kunt voorleggen die de these bevestigt dat financiële prikkels daartoe bijdragen.

Ik denk dat u daar toch niet tegen kunt zijn. Ik begrijp dat eigenlijk niet. Een financiële prikkel, dat is ‘trial and error’, denk ik.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik wou ook mijn vraag herhalen. Stel dat je in Gent of Antwerpen woont. Je schrijft je kind in voor een school. Er is geen plaats. In dat geval houd je je kind thuis van de kleuterschool, want er is geen leerplicht. Ontvang je dan alsnog dat supplement, die financiële prikkel? Of gaat u die mensen niet alleen die toegang tot onderwijs niet geven, maar hun ook nog eens die extra prikkel niet geven?

Minister Jo Vandeurzen

De toeslag is uiteraard afhankelijk van het feit dat het kind naar de kleuterklas gaat. Wat ik bij sp.a echter bijzonder eigenaardig vind, is dat die in de Brusselse Regering wel degelijk heeft beslist dat leeftijdstoelagen worden gekoppeld aan het feit dat men naar school gaat. Elk systeem heeft zijn evenwichten. Ik ga me niet uitspreken over het Brusselse systeem, maar als men het over de grote principes wil hebben van het afhankelijk maken van participatie van toeslagen of toelagen: nog niet zo heel lang geleden is in Onderwijs een soortgelijk systeem ingevoerd. Dat was nu niet meteen een minister die niet tot sp.a behoorde, en ik heb gemerkt dat men in Brussel precies hetzelfde mechanisme in overweging heeft genomen. Dan denk ik dat, wat de grote principes betreft, blijkbaar de plaats vanwaar u spreekt, bepaalt hoe flexibel die principes zijn.

We kiezen voor het behoud van het armoedebestrijdende karakter van de kinderbijslag, en we versterken dat ook nog. Het is hier al diverse keren aan bod gekomen. Ik denk dat mevrouw Schryvers daar ook nog verder op zal ingaan. Die cijfers zijn ook al uitvoerig besproken door de minister, vooral ook in de commissie. Zowel op het niveau van het nieuwe en het huidige gezin als op het niveau van het nieuwe en het huidige kind daalt het armoederisico, en ook gaat die armoedekloof verkleinen. Die daling is natuurlijk niet fenomenaal, maar die is er wel.

Armoede bestrijden doe je natuurlijk niet alleen via de gezinsbijslag. Dat is in het verleden ook niet gebeurd. Ons kinderbijslagstelsel tilt veel gezinnen boven de armoedegrens en wat vandaag voorligt, doet dat nog iets meer, maar om armoede te bestrijden, zijn ook ingrepen op andere beleidsdomeinen essentieel. Ik denk daarbij vooral aan Werk, Huisvesting, Onderwijs enzovoort.

Zonder in herhaling te willen vallen, wil ik toch wijzen op de maatregelen in dit ontwerp van decreet die ook de sociale toeslag verbeteren. We werken met dit ontwerp van decreet een werkloosheidsval weg, namelijk wie werkt en een inkomen heeft onder de inkomensgrens, heeft ook recht op een sociale toeslag. In het verleden werd dat niet nodig geacht, en wij kiezen daar nu wél voor. We werken niet met één inkomensgrens, maar met twee inkomensgrenzen. Bij de hoogte van de sociale toeslag houden we rekening met het aantal kinderen. Ook dat werd in het verleden niet gedaan. Door te werken met domiciliëring als aanknopingspunt vermijden we dat mensen die door de mazen van het net van de sociale zekerheid vallen, een breuk ervaren in de betaling van de gezinsbijslag op het moment dat ze het meest kwetsbaar zijn en elke euro nodig hebben om te overleven.

Een tijdige uitbetaling van de gezinsbijslag is dan de volgende uitdaging. Die is voor veel gezinnen ook een belangrijk onderdeel van hun inkomen. Uit de rapportering in de commissie Welzijn blijkt dat op technisch vlak de nodige vorderingen zijn gemaakt en dat we op het vlak van de operationalisering op schema zijn. Ik hoop dat we in 2019 een vlekkeloze doorstart kunnen maken met onze Vlaamse gezinsbijslag. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, hier is al veel naar voren gebracht in de bespreking van het Groeipakket. Wat hier vandaag voorligt, is toch wel een van de belangrijkste ontwerpen van decreet die zijn uitgewerkt door deze Vlaamse Regering.

Ik wil namens mijn fractie niet in herhaling vallen, maar ik wil nog een aantal elementen duiden. Als we een evaluatie maken van het ontwerp van decreet dat nu voorligt en van wat het nieuwe kinderbijslagsysteem voor CD&V moet zijn, biedt het groeipakket voor ons duidelijk een antwoord op de verschillende vragen. Het is gegarandeerd voor elk kind en versterkend voor elk gezin.

Elk kind is gelijkwaardig en krijgt, ongeacht de leeftijd of de rangorde in het gezin, hetzelfde basisbedrag dat op 160 euro per maand is vastgesteld. Die bijdrage dekt een gedeelte van de kosten van de opvoeding van een kind en van de kosten die de opvoeding van een kind voor een gezin met zich meebrengt. Ze ondersteunt ook de gezinsvorming. Het basisbedrag wordt een recht voor elk kind.

Kersverse ouders krijgen bij de geboorte ook een startbedrag. Elk jong koppel dat aan kinderen wil beginnen, staat voor grote uitdagingen en heeft daarvoor een loon ter beschikking dat aansluit bij het begin van een professionele loopbaan. Het gezin koopt of huurt een huis en koopt babyspullen. Op dat moment is die extra steun het meest nodig.

Naast de leeftijd en de rangorde in het gezin doet het professioneel statuut van de ouders voortaan ook niet meer ter zake. De kinderen van werklozen, zelfstandigen en ambtenaren krijgen steeds een gelijkwaardige behandeling en een gelijkaardig bedrag. Dat geldt ook voor de kinderen die nog onder het oude systeem vallen en voor 2019 zijn geboren. Dat is belangrijk.

De toekenning van sociale toeslagen gebeurt op basis van het inkomen van de ouders en de gezinsgrootte. Op die manier neemt het groeipakket mee een rol op in de strijd tegen de kinderarmoede. Wetenschappelijk onderzoek heeft de effectiviteit hiervan aangetoond. Zo wordt 16 procent van de nieuwe gezinnen en 6 procent van de huidige gezinnen supplementair boven de armoedegrens getild. Het armoederisico en de armoedekloof verkleinen. Dat is een grote verwezenlijking.

We weten allemaal dat de problematiek complex is en dat armoede niet enkel door de kinderbijslag kan worden weggewerkt. Zoals mevrouw Saeys terecht heeft opgemerkt, is dit een verantwoordelijkheid van alle beleidsdomeinen.

Elke Van den Brandt (Groen)

Mevrouw Schryvers, dit komt nu voor de derde keer aan bod. Het is niet alleen de kinderbijslag. De N-VA had de eerlijkheid te verklaren dat het hoofddoel van de kinderbijslag er niet in bestaat de kinderarmoede weg te nemen. Ik weet dat u en CD&V daar een ander standpunt over hebben. U hebt altijd verdedigd dat de kinderbijslag de kinderarmoede moet doen dalen, wat ook in het Vlaams regeerakkoord staat.

We hebben hier cijfers. Ik wil die cijfers niet betwisten, want ze komen uit een grondige armoedetoets. Ik denk dat mevrouw Saeys die cijfers daarnet ‘niet spectaculair’ of ‘niet fenomenaal’ heeft genoemd. Dat is zacht uitgedrukt. De mening van de experts die de armoedetoets hebben uitgevoerd, is dat de cijfers onvoldoende zijn.

Volgens u gaat het ook om andere beleidsdomeinen, zoals Wonen of Werk. Mijn vraag is waar u deze legislatuur naartoe wilt. We hebben een engagement gekregen dat de kinderarmoede zou halveren. We hebben hier de cijfers. Het gaat om een daling met 1,5 procentpunten. Welke maatregelen hebt u, behalve dit budget van meer dan 3 miljard euro, nog in uw mouw zitten om de kinderarmoede effectief tot de helft te krijgen? U hebt geen enkel ander budget dat zo hoog is. Wat hebt u nog in uw mouw zitten om het terechte en mooie engagement dat u bent aangegaan, waar te maken en om de kinderarmoede effectief naar omlaag te krijgen? Ik heb hier drie keer horen zeggen dat het niet enkel de kinderbijslag is, maar ik wil weten wat het dan wel is.

Mevrouw Van den Brandt, we hebben altijd gezegd dat het onze doelstelling is ouders te ondersteunen in de opvoedingskosten van een kind en kinderarmoede tegen te gaan. Het is een en-enverhaal. De huidige kinderbijslag verkleint het armoederisico met 18 procent.

Het nieuwe systeem doet daar nog een groot deel bovenop, zoals uit de armoedetoets is gebleken en zoals de minister daarnet heeft gezegd – de minister die u in den beginne hebt bestreden en aangevallen. De cijfers hebben het tegendeel bewezen: het armoederisico en de armoedekloof dalen. Maar ook andere beleidsdomeinen hebben inderdaad hun verantwoordelijkheid. Dat is zo. Wat bent u gebaat met een beperkt supplementair bedrag aan kinderbijslag indien u niet kunt beschikken over een sociale huurwoning en te veel betaalt op de private markt? Wel, daarvoor heeft deze regering miljoenen euro geïnvesteerd in onder meer bijkomende sociale woningen. Dat vinden wij een goed verhaal: én-én op verschillende beleidsdomeinen. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik weet niet wat het is met de collega’s van de meerderheid vandaag. Aan elk van de sprekers van de meerderheid worden vragen gesteld. Zowel mevrouw Van den Brandt als ikzelf – en dat is veeleer uitzonderlijk – doen dat vrij kort. Dat zou moeten toelaten om heel direct te antwoorden. We vroegen daarnet naar het bestaan van een wetenschappelijke studie die de evidentie van een veronderstelling zou bewijzen. Dat werd niet gegeven. Bij de heer Persyn idem dito.

Nu wordt aan u gevraagd – en ik ben blij dat de minister van Armoede en Wonen ondertussen terug onder ons is – om het tweede luik van dat en-enverhaal in te vullen. Dan zegt u dat we miljoenen euro hebben geïnvesteerd in sociale huisvesting. Ik ga dat zelfs niet ontkennen. Alleen, mevrouw Schryvers, zitten we wel met een ander probleem – ik zal er straks op terugkomen. Vandaag stemmen we voor iets wat in 2019 van start gaat en in 2044 een zeer beperkte winst zal opleveren. De cijfers zijn genoemd. Dan zegt u dat we investeren in sociale huisvesting. Maar de trend die we zien – en ik zal mezelf niet uitputten om daarvan de oorzaak te onderzoeken – is heel negatief. We hebben in de eerste plaats een trendbreuk nodig, en een ongelooflijke versnelling, willen we nog maar in de buurt komen van de doelstelling van deze regering, met name de benadering van een halvering van de kinderarmoede in 2020.

Dat is toch maar een gerede vraag wat u nog op korte termijn in de mouw hebt zitten om in de eerste orde een trendbreuk te realiseren, en ten tweede daar zoveel momentum aan te geven dat u uw eigen doelstelling haalt? Of is die doelstelling niet belangrijk? Laat u die los? Dan nemen we daar ook akte van. Maar het is toch een heel eenvoudige vraag om te willen weten wat u nog gaat doen, nu we weten dat we het hiermee niet zullen halen?

Mijnheer Van Malderen, ik heb onder meer verwezen naar de bijkomende sociale huurwoningen waarin miljoenen euro worden geïnvesteerd. Ik kan trouwens niet concluderen dat uw vraagstelling kort is. Ik denk dat mijn antwoord veel korter was dan uw vraagstelling.

Wat u zegt over 2044, is een karikatuur. Het armoederisico voor de nieuwe gezinnen en voor de bestaande gezinnen verlaagt vanaf 1 januari 2019 door dit groeipakket. Waar of niet waar? Ja!

Bart Van Malderen (sp·a)

Zult u het met mij eens zijn dat voor al die bestaande gezinnen in de overgangssituatie de boel absoluut niet verbeterd? En dat zij integendeel voor de rest van hun dagen die twee niet-indexeringen zullen meesleuren? Dat is dan de andere kant van de medaille.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Mevrouw Schryvers, waar of niet waar: de deskundigen die werden bevraagd in het kader van de armoedetoets, zeggen letterlijk – en ik citeer – dat de verwachte daling heel beperkt is, dat er groepen zijn waar er mogelijk een achteruitgang is, dat ze betreuren dat er maar één optie werd berekend, dat het onvoldoende becijferd is en dat het onvoldoende achteruitgang betekent van de armoede, gezien het beschikbare budget. Waar of niet waar? Dat zeggen uw eigen deskundigen: dat er een achteruitgang is, maar dat het onvoldoende is.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, de cijfers zijn wel echt duidelijk. We mogen verwachten dat 16 procent van het totaal aantal nieuwe gezinnen door het nieuwe groeipakket boven de armoedegrens zal worden getild. Voor de huidige gezinnen daalt het armoederisico eveneens significant, zeggen wetenschappers, namelijk met 0,5 procent, van 8,6 naar 8,1 procent. Dat wil zeggen dat 6 procent van de huidige gezinnen in armoede boven de grens zal uitkomen. Voor de armoedekloof, die voor sommige wetenschappers eigenlijk in dezen nog relevanter is dan het overschrijden van de grens, zijn de bedragen 68,2 euro per maand die de armoedekloof kleiner zal worden voor nieuwe gezinnen en 55,3 euro per maand voor de bestaande gezinnen. Dat zijn toch zeer significante cijfers. Alle experts bevestigen ook dat de impact die er zal zijn, wel degelijk vanuit wetenschappelijk perspectief significant te noemen is.

Elke Van den Brandt (Groen)

U zegt dat alle experts zeggen dat het wetenschappelijk gezien significant is, maar in het verslag van Kind en Gezin staat dat experts zeggen dat dit aantoont dat de armoedebestrijding effectief te beperkt is. Dit staat exact bij de zaken over hoe erg de armoedekloof daalt. Ik erken dat er een daling is, maar ze is minimaal en ze had veel groter kunnen zijn, want u hebt een budget van 3 miljard euro.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben de eerste om te bevestigen dat je systemen kunt zoeken waarin je de selectiviteit, die met het nieuwe systeem al veel groter is dan met het oude systeem, nog groter kunt maken. Maar dan moeten de mensen van Groen er ook bij zeggen dat dat wil zeggen dat er niet alleen een niet-indexatie voor de huidige gezinnen zal zijn, maar dat u ze nog zult laten inleveren. Je kunt dat bedrag maar één keer uitgeven. Dat vind ik zo oneerlijk aan die discussie. Die kinderbijslag moet twee dingen doen: enerzijds gezinnen ondersteunen in de kosten van de opvoeding – en er zijn keuzes gemaakt om vooral in te zetten op jonge startende gezinnen – en anderzijds helpen in de strijd tegen de armoede. Je kunt natuurlijk systemen vinden waar bij je de kinderbijslag 100 procent inzet in de strijd tegen de armoede, maar dan moet je de moed hebben om tegen de gewone Vlaamse gezinnen te zeggen dat je hun kinderbijslag gaat afpakken. Dat moet je dan durven zeggen. (Applaus bij de meerderheid)

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, u verwijt ons geen moed te hebben om ons systeem uit te leggen. Groen heeft een systeem voorgelegd, becijferd, met alle details erbij en met een armoedetoets erop gedaan. En ja, wij maken een verschil en wij zeggen dat sommige gezinnen veel meer kindertoeslag moeten hebben dan andere. Waarom? Omdat mensen die hier in het halfrond zitten, voldoende hun boterham verdienen en een parlementariër het zich met zijn wedde kan permitteren om iets minder kinderbijslag te hebben, zodat we het geld dat er is, kunnen gebruiken voor die mensen die het echt nodig hebben. Zeg niet dat ik niet de moed heb om dat te zeggen, want we hebben dat nog voor de verkiezingen gezegd. We hebben ons model op tafel gelegd op basis van cijfers. Wat is het verschil tussen het model van Groen en dit model? In ons model was er wel een halvering van de kinderarmoede.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ten derde male. Als u zich als minister bedient van het taalgebruik zoals u net hebt gedaan, dan ben ik dat niet gewoon van u en dan duidt dat erop dat wij volgens mij een beetje op een zeer punt zitten. Als u iedereen die de huidige verdeling van een algemeen gedeelte en een selectief gedeelte in vraag stelt – laat ons eerlijk zijn dat dat een redelijk arbitraire keuze is die u hebt gemaakt –, afdoet als degenen die de mensen hun kinderbijslag willen afpakken, dan is dat de waarheid meer dan geweld aandoen. Minister, iedereen, van links tot rechts – collega Persyn is daar inderdaad eerlijk in – heeft gezegd dat we voor een proportioneel universalisme zijn. Alleen over de verdeling daartussen kun je discussiëren. Maar als je zegt dat het een en-enverhaal is, dan begrijp ik dat je in de eerste ‘en’ niet alles oplost via de kinderbijslag, maar dan is het toch wel terecht om te vragen wat er dan nog anders in de pijplijn zit dat u wel gaat doen. Want, om in dezelfde terminologie te blijven: enerzijds doen we het niet en anderzijds doen we het ook niet. Met andere woorden: u doet het niet.

Collega's, naast sociale toeslagen op basis van inkomen en gezinsgrootte, is er extra ondersteuning voor kinderen met een beperking of een aandoening en voor kinderen die opgroeien in een pleeggezin.

Het mag duidelijk zijn dat het Groeipakket maatwerk biedt, gemoduleerd naar draagkracht en zorgnood. Dat niet alleen, want met de participatietoeslag vormt het Groeipakket ook een belangrijk startpunt voor een geïntegreerd gezinsbeleid. Door samenwerking tussen de ministers van Welzijn en Onderwijs stimuleert het Groeipakket deelname aan kinderopvang en onderwijs. Ten slotte, en dat is een bekommernis van velen, gaat niemand erop achteruit.

De omschakeling van het oude kinderbijslagsysteem naar het Groeipakket gebeurt met behoud van verworven rechten. Geen enkel kind zal minder krijgen op 1 januari 2019, het moment van transitie. Meer nog, doordat een aantal maatregelen ook van toepassing worden op kinderen geboren vóór die datum van 1 januari 2019, wordt de situatie van die kinderen en die gezinnen versterkt. Ik denk hierbij aan de nieuwe regeling met betrekking tot de kinderopvangtoeslag en de kleutertoeslag. Wat betreft de selectieve participatietoeslag, de huidige schooltoeslag, wordt er sterk geïnvesteerd, waarbij de inkomstengrensbedragen aanzienlijk zullen worden opgetrokken, zodat meer mensen van die ondersteuningen kunnen genieten.

Daarenboven wordt in een ruimer toepassingsgebied voorzien voor de sociale toeslagen. Zo stijgt het bereik van de Vlaamse gezinnen met kinderen van 12 naar 20,7 procent.

Collega’s, samengevat kunnen we stellen dat het Groeipakket van ministers Jo Vandeurzen en Hilde Crevits een ruime basis biedt om een substantieel deel van de opvoedingskost van elk kind te dekken, én dat het voorziet in een gemoduleerd toelagesysteem op maat van elk kind en elk gezin. Dat is transparant én rechtvaardig, en het stimuleert de participatie aan kinderopvang en onderwijs. Het is een unieke integratie van de schooltoelage in een coherent gezinsbeleid.

Collega’s, dit Groeipakket is ongetwijfeld een van de grootste verwezenlijkingen. Wij wensen de minister veel succes bij de verdere implementatie ervan. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, ministers, collega’s, eerst en vooral ben ik nogal blij verrast dat we dit debat mogen voeren onder het voorzitterschap van een jonge vader. Ik denk dat dat een heel goede setting is.

Ik probeer desondanks wakker te blijven.

Bart Van Malderen (sp·a)

Wij allemaal.

Ik had nochtans mijn inspiratie gehaald bij een generatiegenoot van de parlementsvoorzitter. In 1971 schreef John Lennon ‘Imagine’ – stel u eens voor. Stel u eens voor en bekijk dit verhaal eens door de bril van de jonge Jan Peumans. Stel u eens voor dat we in Vlaanderen alle bevoegdheden zouden hebben om een integraal gezinsbeleid op maat te voeren, vanaf de geboorte, voor peuters, voor kleuters, voor schoolkinderen en voor tieners. Stel u eens voor dat we over meer dan 3 miljard euro zouden beschikken om ouders te steunen, een steuntje in de rug te geven, een financiële schouderklop bij het opvoedingsproces. Een broodnodige financiële schouderklop, want we weten dat een kind opvoeden tussen 259 en 560 euro per maand kost.

Stel u eens voor dat we over alle nodige technologische middelen en ICT-toepassingen  zouden beschikken om ouders en kinderen automatisch hun rechten toe te kennen, zodat we zeker zijn dat niemand uit de boot valt. En stel u eens voor dat we al die processen op een dusdanige manier zouden kunnen organiseren dat het eenvoudig is, dat het efficiënt is, dat we eigenlijk zo weinig mogelijk centen in overheadkost moesten steken, om zoveel mogelijk aan kinderen en ouders zelf te kunnen geven. Stel u eens voor dat we aan die ouders een tegemoetkoming kunnen geven die echt rekening houdt met de kost van opvoeden, van kinderen hebben en met het feit dat die kost stijgt met de leeftijd.

Stel u eens voor dat we in een Vlaanderen zouden leven waar we kinderarmoede echt terugdringen, waar we een trendbreuk realiseren, ze niet alleen dromen, maar ze ook realiseren, waar we vicieuze cirkels van generatiearmoede zouden kunnen doorbreken, waar we gezinnen en vooral hun kinderen ook echt een perspectief bieden. Stel u eens voor dat we de vrijheid zouden hebben om een rechtvaardig stelsel uit te werken, waarbij iedereen steun krijgt, maar waarbij mensen die grotere noden hebben meer steun krijgen. Want alle kinderen, collega Persyn, zijn ons even dierbaar. Alle kinderen zijn ons evenveel waard, maar ze zijn niet gelijk. Aan ieder kind een gelijk bedrag geven, is in die zin eigenlijk een onrechtvaardigheid.

We moeten een bedrag geven dat voldoende groot is om echt gelijke kansen te creëren in de vierde meest welvarende regio van de wereld. Zou dat niet mooi zijn, collega’s? Zou een parlement waarin mensen zitten die keihard gevochten hebben voor die bevoegdheden, waar mensen zitten die met een sociale inslag aan politiek doen, waar mensen zitten die geloven in emancipatie, niet onmiddellijk met een dergelijk pakket aan de slag gaan? Als we er niet voor zouden kiezen om dat te doen, zouden dan een heleboel ouders en kinderen niet terecht de wenkbrauwen fronsen? En zou een volgende generatie, in 2044, zich niet terecht afvragen waar deze generatie politici mee bezig is geweest?

Laat ons nu toch maar eens naar dit ontwerp van decreet kijken met de blik van die volgende generatie. Hoe zal een volgende generatie op een aantal punten naar ons en ons werk kijken? Hoe zullen zij kijken naar de nog steeds ingewikkelder beheersstructuur? Hoe zullen zij kijken naar de kleutertoeslag, die we blijkbaar zullen invoeren zonder enig wetenschappelijk bewijs dat dit ook werkt, waarbij we integendeel het risico lopen dat we de allerzwaksten in onze samenleving, kinderen, bestraffen voor het feit dat hun ouders niet in staat zijn om hen naar school te sturen, wat ook de reden is? En het na te streven doel is die participatie. Alleen heb ik ondanks herhaaldelijk aandringen nog altijd geen enkele studie gezien, geen enkele expert gehoord die de efficiëntie daarvan onderschrijft.

Hoe zullen zij kijken naar het afschaffen van de leeftijdstoeslag? Hoe zullen zij kijken naar een generatielange overgangsfase, waarbij er ook echt mensen zijn die zullen verliezen, waar het niet volstaat om te zeggen: we lossen dat dan wel op? Hoe zullen zij kijken naar de regeling op de wezentoeslag? Hoe zullen zij kijken naar de kinderbijslag, naar de leefbaarheid van onze gezinnen, als we 3 miljard euro zouden kunnen inzetten op een efficiënte manier, om structureel kinderarmoede te keren, om een trendbreuk te realiseren, en zonder – want het is blijkbaar een en-enverhaal dat we hier vandaag hebben mogen vernemen – waar we dan wel die trendbreuk zullen realiseren.

Collega’s, als u denkt dat u van die volgende generatie applaus zult krijgen, stem dan absoluut voor dit ontwerp van decreet. Als u vindt dat middenveldorganisaties, experts, ouders die ons contacteren, de afgelopen maanden onzin verkocht hebben, stem dan gerust voor dit ontwerp van decreet. Want hun kritiek is ook de onze. Als u er echt van overtuigd bent dat u hiermee een rechtvaardig systeem in het leven roept, dat performant is, dat efficiënt is, dat in overeenstemming is met uw principes, stem dan gerust voor dit ontwerp van decreet. Als u denkt dat u hiermee echt ten volle bijdraagt aan sociale rechtvaardigheid, als u echt oprecht meent dat u hiermee een trendbreuk inzake kinderarmoede realiseert, stem dan voor dit ontwerp van decreet. Als u denkt dat u hiermee een perspectief biedt en het best mogelijke potentieel biedt aan ouders om participatie te verhogen, stem dan voor dit ontwerp van decreet.

Maar als u twijfelt, collega’s, dan loont het misschien toch eens de moeite om ook naar de amendementen van de oppositie en van onze fractie te kijken. Want wij hebben tal van amendementen, 42 in getal, die eigenlijk ook allemaal verworpen zijn in de commissie, maar die wel tot doel hadden om antwoorden te bieden op vragen die ons zijn voorgeworpen door experts, door middenveldorganisaties en door individuele ouders die ons gecontacteerd hebben, mensen die wachten op antwoorden.

En daarnet hebben we al tot driemaal toe vragen gesteld waarop geen antwoord is gekomen. Die mensen vragen geen politiek compromis, geen verhaal van evenwichten of het meest haalbare, maar een echt ambitieus en rechtvaardig gezinsbeleid, dat perspectief biedt en dat armoede reduceert. Het is mogelijk als we er willen voor kiezen en mits een aantal gerichte verschuivingen kan dit ook. Ik wil aan het lange lijstje nog één element toevoegen.

Voorzitter, als u het mij toestaat, zou ik graag ook meteen het amendement toelichten. Men heeft hier de mond vol gehad over het automatisch toekennen van rechten. Wat we vaststellen is dat er een groep is die mogelijk het kindergeld niet aanvraagt. We weten dat we die uit de databank kunnen halen. Met het amendement dat is rondgedeeld, stellen we voor dat Kind en Gezin de gezinnen zou identificeren die het recht niet aanvragen om dan vervolgens, al dan niet na een interventie van een gezinsinspecteur ter plaatse, over te gaan tot een automatisch toekenning. Dit zou het mogelijk moeten maken dat we de heel hoge opnamegraad van vandaag in het huidige systeem dat, met al zijn manco’s een van de pluspunten is van het systeem, ook in het nieuwe systeem wordt doorgevoerd. Budgettair zal het amper een impact hebben, technologisch is het mogelijk en voor heel veel mensen, vooral kinderen zou het een wezenlijk verschil kunnen maken.

Voor u daar straks blindweg over stemt, wil ik u uitnodigen om dit toch maar eens heel goed te lezen. Ik denk dat dit een waardevolle toevoeging is. Als u het decreet goed genoeg vindt, staat dit niet in de weg om een stap voorwaarts te zetten. Dan tonen we dat het ons menens is dat we niet zomaar een compromis verdedigen, maar met een open kijk zaken willen verbeteren.

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Mijnheer Van Malderen, daarnet stelde u de vraag bij mevrouw Saeys en nu komt u er weer op terug. Ideologisch vindt u het vanuit uw fractie problematisch dat de meerderheid met wat voorligt mensen gaat belonen die hun kinderen tijdig maar de kleuterschool sturen. U vindt het een probleem omdat als dat niet gebeurt, men dat niet krijgt. Toen de sp.a ministers van Onderwijs leverde en men maatregelen probeerde te treffen om te vermijden dat jongeren zouden wegblijven van school, bedacht men bijvoorbeeld de maatregel om de ouders van kinderen die van school wegblijven financieel te bestraffen door hun studietoelage gedeeltelijk of geheel terug te vorderen. Hebt u er toen in uw fractie of in het parlement voor gepleit om dat niet te doen omdat er geen wetenschappelijk bewijs is dat straffen helpt? Deze meerderheid kiest niet voor straffen, maar voor aanmoedigen. Het is raar dat u die techniek hier al driemaal zo virulent aanpakt – en ik vermoed, minister, dat dat in de commissie ook gebeurd is. Toen was er geen bewijs dat straffen werkte. Deze meerderheid gaat ervan uit dat een beleid van aanmoediging raadzaam is, en mevrouw Saeys heeft al twee keer herhaald dat we dit zullen monitoren. In deze beslissing zit dus een aanmoedigingsbeleid, en we juichen dat toe. Voorheen drukte u blijkbaar met veel ‘goesting’ op het groene knopje om een bestraffingsbeleid te voeren. Waar zit het verschil? (Applaus van de meerderheid).

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik laat met plezier de vragen over het stemgedrag van de sp.a over aan de sp.a om te beantwoorden, maar ik ben blij dat u in het debat tussenkomt, mijnheer De Ro.

Daarnet ging het over de vraag: wat met die kinderen die niet naar school gaan, niet omdat de ouders geen zin hebben om ze naar school te sturen of een andere keuze maken, maar omdat er geen plaats is. Het antwoord was heel helder: spijtig, maar die missen ook die toelage. Gaat u straks op het groene knopje drukken wetende dat dit de conclusie is, namelijk dat er in steden als Gent en Antwerpen kinderen wegens plaatsgebrek in het basisonderwijs en omdat er geen leerplicht is, niet naar school gaan en ook gen afdwingbare plek hebben? Zult u dan enkel zeggen dat dit dan spijtig is voor die mensen?

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Mevrouw Van den Brandt, u moet dan toch eens de leden van de commissie Onderwijs, en misschien uw collega en naamgenote Elke, schepen van Onderwijs in Gent, contacteren, want ik heb nog niet zo lang geleden een persbericht gezien waarin staat dat iedereen in Gent die naar school wil gaan, een school heeft gevonden. Alleen is die school misschien niet de school van eerste keuze, maar van tweede of derde keuze, ligt die school misschien wat verder, maar in ieder geval is er wel aanbod genoeg. Wat onze fractie betreft, mag u er alle verslagen op nalezen, over capaciteit en extra middelen voor capaciteit: geen enkele partij in dit parlement kan zeggen dat ze er al zo lang mee bezig is daarop te hameren. U neemt dus een rare bocht. Ik kijk naar mijn stad, waar we elk jaar capaciteit bijbouwen, met steun van de Vlaamse Regering. Er zullen inderdaad een aantal ouders, 6 procent om precies te zijn, niet de school van hun eerste keuze hebben. Maar er is geen enkele ouder die me zal kunnen zeggen dat er geen school is voor zijn kind. Als mensen hun kinderen naar school sturen, zullen we hen daarvoor financieel steunen.

Elke Van den Brandt (Groen)

Dat mevrouw Decruynaere in Gent alles op alles zet om toch voor ieder kind een oplossing te zoeken, dat weten we. Dat dat in Antwerpen zal gebeuren met de bevoegde schepen, trek ik ook niet in twijfel. Maar wat u hier komt zeggen, dat er in Vlaanderen geen kinderen zijn die geen plaats op school hebben in de kleuterschool – het gaat hier niet over het basis- of middelbaar onderwijs – en daardoor thuisblijven, dat is het zonlicht ontkennen, mijnheer De Ro. Ik zal u de contactgegevens geven van de mensen die in die situatie zitten, want het zijn er niet enkelen.

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Mijn betoog is ingegeven door een tweetal principes. Een ervan is het nastreven van efficiëntie. Sowieso zal elk systeem altijd schaars zijn in middelen. Dan is het onze opdracht om ervoor te zorgen dat wat we doen, zo gericht mogelijk is, met de grootste effectiviteit en efficiëntie. Mij ontbreekt, vandaag – vandaar dat ik er systematisch naar vraag – de empirische, wetenschappelijke evidentie dat een financiële prikkel leidt tot een verhoogde participatie in het kleuteronderwijs. Als u me dat aanlevert, dan kijk ik daar naar uit.

Een tweede principe is indertijd beschreven door Deleeck die het heeft over het mattheuseffect: we geven aan wie al heeft. In dezen is dat geven op systeemniveau. De middelen die we vandaag toewijzen, aan de kleutertoeslag, aan een toeslag waarvan ik, nogmaals, het wetenschappelijk bewijs van efficiëntie niet zie, kunnen we niet gebruiken om andere selectieve toeslagen, die mogelijks meer efficiënt zijn, te versterken.

Tot slot – omdat u nogal inzit met het stemgedrag en de politieke positionering van mijn partij – ga ik ervan uit dat u niet de tijd vindt om alle commissieverslagen na te lezen, laat staan alle congresteksten van mijn partij, maar het is heel duidelijk dat we op basis van ervaring, en op basis van gesprekken, die financiële sanctionering waar u naar verwijst, vandaag niet efficiënt vinden. Dat is op basis van praktijk. Alleen koppigaards en dommeriken veranderen niet van mening.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Mijnheer Van Malderen, u hebt een paar keer gezegd: ‘We stellen vragen en we vinden dat we daar geen antwoord op krijgen.’ Maar: ‘imagine’ dat de sp.a in Brussel dezelfde sp.a is als in Vlaanderen. De heer De Ro heeft een goed argument gegeven. Wat ik nog problematischer vind, is dat de sp.a in Brussel een systeem goedkeurt waarbij de leeftijdstoeslagen afhankelijk worden gemaakt van het feit of men op de leeftijd van 3 en 4 jaar in de school zit, dat de sp.a in Brussel een systeem goedkeurt van wezentoeslag, waar we in het Vlaams Parlement sp.a horen zeggen dat ze dat heel slecht vinden. Ik heb ook een vraag: ‘imagine’, dat dat dezelfde partij is, wat is daar dan de uitleg voor? (Applaus bij de meerderheid)

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, u zult ongetwijfeld kunnen tellen: bij mijn weten heeft mijn partij net als de uwe geen absolute meerderheid in Brussel. (Opmerkingen)

Als u dan toch citeert uit wat in Brussel is beslist, dan moet u misschien eens de studies die daarover door het centrum Deleeck zijn gemaakt, er op naslaan. Daaruit zal blijken dat als er een maatregel wordt getroffen op maat van Brussel – het was toch de bedoeling van de staatshervorming om op maat van de gewesten te kunnen werken –, het systeem – waarvan ik niet zeg dat dit het ideale is maar wel dat het een pak performanter is als het gaat over armoedebestrijding dan wat u hebt uitgewerkt – een veel kortere overgangsperiode met zich meebrengt en een aantal rechten garandeert voor diegenen die vandaag in de overgang zitten.

Minister, laat dit nu de kritiek zijn die we daarnet hebben geuit ten aanzien van uw hervorming. Als we elkaar halverwege vinden en u bereid bent om die dingen aan te passen in uw hervorming, dan kunnen we misschien nog eens nadenken over ons stemgedrag. Tot nader order doet u dat niet. U hebt met uw meerderheid elk verbetervoorstel hautain weggestemd. We krijgen geen antwoorden op terechte vragen die gesteld worden door experts, door het middenveld en door ouders. U verwacht dan van ons dat we blindelings dit ontwerp van decreet goedkeuren. Dat doen we niet! We vinden dit ontwerp van decreet oprecht een gemiste kans. Als u wilt oordelen over andere gewesten – om in de sfeer van Mattheus en anderen te blijven – kijk dan alstublieft naar de balk in uw eigen oog. (Applaus bij sp.a)

Jo De Ro (Open Vld)

Mijnheer Van Malderen, het mattheuseffect betekent dat zij die veel hebben meer krijgen en zij die weinig hebben minder, als ik het even zo mag samenvatten. Als u dit aanhaalt bij de toeslag om naar school te gaan, dan gaat u ervan uit dat alleen maar kansarmen hun kinderen niet naar school laten gaan of niet inschrijven. Ik geef u maar mee dat daar verschillende profielen achter zitten.

We maken ons het meest zorgen over kinderen die opgroeien in omstandigheden waarbij ze een hoger risico lopen op een slechte of minder goede schoolcarrière. Het is uiteraard ook de bezorgdheid van de meerderheid om die kinderen sneller en meer naar school te krijgen. Zeggen dat we voor ouders die dat wel gaan doen, geen systeem mogen ontwikkelen om ze te belonen omdat dit een mattheuseffect zou hebben: op dat vlak mogen we van mening blijven verschillen. Dat is het goede recht in een parlement.

Net zoals u tot inkeer bent gekomen na het mislukken van het beleid van de toenmalige minister van Onderwijs met de bestraffing via de studietoelage, zegt de meerderheid hier duidelijk dat dit zal worden gemonitord. Als dat aanmoedigingsbeleid geen succes zou hebben, dan zouden we inderdaad koppige steenezels zijn om daar binnen drie of vijf jaar geen conclusies uit te trekken. Maar we moeten er toch eens mee beginnen? Hoe kan je een beloningsbeleid beoordelen als we het zelfs geen kans geven om te starten?

Ik kan een lijstje opsommen van aanmoedigingsmaatregelen of beloningsmaatregelen die hier de voorbije twintig jaar zijn goedgekeurd en waarvan er een deel zeer succesvol zijn geweest en een deel minder succesvol. U kunt ons toch niet verwijten dat we de ambitie hebben om via wat we vandaag zullen goedkeuren, een belangrijk aspect in onderwijs mee proberen te stimuleren of te realiseren.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik neem akte van de toezegging van de heer De Ro om bij de monitoring en vooral bij een negatieve appreciatie desgevallend bij te sturen. Dat kan later nog dienstig zijn.

Ik ben er mij van bewust dat er verschillende profielen achter kunnen zitten, maar het punt is dat we hier ook riskeren om de zwaksten te sanctioneren.

Het mattheuseffect speelt op het systeemniveau. De middelen die zullen worden besteed aan kleutertoeslag, waarvan het geen evidentie is dat dit werkt, kunnen niet worden ingezet in die toeslagen waarvan de evidentie groter is. Je kunt een euro maar één keer uitgeven. Dat is een keuze die gemaakt wordt. Als we daar van mening verschillen, dan is dat nu eenmaal het voorrecht dat we hebben in deze democratie. Ik heb herhaaldelijk gevraagd naar de evidentie, maar ik hoor ze niet. Je kunt een euro inderdaad maar één keer uitgeven.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, ik denk dat het traject dat we met dit grote, ambitieuze project hebben afgelegd, een goed traject is. We hebben onze nieuwe bevoegdheid zo uitgebouwd dat we er ook een meerwaarde in hebben kunnen steken. Het is een signaal naar jonge, startende gezinnen. Het is een administratieve vereenvoudiging. Het zal meer automatische rechten toekennen. Het zal ook de integratie tussen de verschillende beleidsdomeinen, inzonderheid onderwijs en gezinsbeleid, echt bevorderen. Het zal selectiever zijn. Het zal ook effecten hebben als het gaat over armoederisico’s. Het is een absolute stap vooruit.

Als je kijkt naar de documentatie, naar het wetenschappelijk onderzoek, naar alles wat er in de opbouw van dit nieuwe groeipakket is gebeurd, denk ik dat je echt mag zeggen dat dit een manier is om onze nieuwe bevoegdheid uit te oefenen die echt een meerwaarde zal zijn voor het Vlaamse gezinsbeleid en uiteraard voor de Vlaamse gezinnen.

Als u als parlement het ontwerp van decreet zult goedkeuren, dan wachten ons nog zeer intensieve maanden met de administratie om het EVA op te richten, om de uitvoeringsbesluiten te maken, om de ICT-applicaties klaar te hebben, want we beseffen natuurlijk allemaal dat het zeer belangrijk is dat de introductie op een goede manier kan worden gewaarborgd. (Applaus bij de meerderheid)

Elke Van den Brandt (Groen)

Twee jaar geleden hebben we een conceptnota gehad. Er zijn adviezen gegeven, studies gemaakt en er zijn intussen heel veel stappen gezet. Vandaag is het finale moment waarop we het ontwerp van decreet goedkeuren.

Als je de twee stukken naast elkaar legt, de conceptnota en het uiteindelijke ontwerp van decreet, kun je niet zeggen dat er gigantisch veel veranderd is. Het zou kunnen dat het oorspronkelijke plan perfect was en dat er geen enkele betere optie is, maar eigenlijk, als we heel eerlijk zijn, weten we dat niet. We hebben van de Vlaamse Regering een menukaart gekregen met één gerecht op. Dat gerecht is heel omstandig beschreven, alle ingrediënten zijn onderzocht, maar het lef is er niet geweest om naast het gerecht misschien nog een of twee of drie andere mogelijkheden te zetten. Dan konden we nagaan of dit wel het enige goede is, of dit wel het perfecte is, of er alternatieven mogelijk zijn. Zouden er systemen zijn waarmee we de armoede nog meer kunnen doen dalen? Zouden er systemen zijn waarbij we tegemoetkomen aan de vrees van de gezinnen die een kind in het ene en het andere systeem hebben, dat zij het slechtste van twee werelden hebben? Zouden er systemen zijn – en het gaat misschien over kleine zaken, maar voor die mensen gaat het over belangrijke zaken – waarbij pleeggezinnen en ouders van pleegkinderen ook een stukje van de kinderbijslag krijgen? Zou het een optie zijn om het eenvoudiger te maken en in plaats van een heel complex systeem rond kinderopvang erin te zetten, het geld voor kinderopvang aan de kinderopvang te geven en het geld voor de kinderbijslag aan de kinderbijslag? Dat is allemaal niet onderzocht. We hebben een menu gehad en vandaag mag u dat ene menu bestellen en niets anders.

Ik vind het jammer, en niet alleen ik als oppositielid vind het jammer, ook de Raad van State gaf er commentaar op, ook de vele experten, ook de vele adviesorganen, ook de vele burgers van ons land die ons heel veel e-mails hebben gestuurd en telefoons hebben gedaan met bezorgdheden omdat ze het gevoel hebben dat er iets wordt goedgekeurd wat misschien niet de beste optie is.

Collega's, ik vraag u voor de laatste keer: keur dit niet goed en vraag aan de Vlaamse Regering om alternatieven voor te leggen om na te gaan of er eventueel betere mogelijkheden zijn. Als die er niet zijn, wil ik het mee goedkeuren, maar ik geloof dat er alternatieven zijn.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.