U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van resolutie van Vera Jans, Björn Anseeuw, Martine Taelman, Piet De Bruyn, Katrien Schryvers en Peter Persyn betreffende maatregelen om de grondrechten van kinderen en jongeren bij vrijheidsberovende en vrijheidsbeperkende maatregelen in de geestelijke gezondheidszorg te vrijwaren.

De bespreking is geopend.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Dames en heren, het voorstel van resolutie dat hier ter stemming voorligt, komt voort uit een bijzondere inspectieronde van Zorginspectie Vlaanderen. Dat was een inspectieronde binnen alle 36 kinderpsychiatrische ziekenhuizen of afdelingen in Vlaanderen, zowel in de algemene ziekenhuizen als in de psychiatrische ziekenhuizen.

De inspectie keek heel specifiek naar hoe men op de werkvloer omgaat met vrijheidsbeperkende en vrijheidsberovende maatregelen. Concreet gaat het over het afzonderen en isoleren van, in dit geval, jonge patiënten, maar ook over minder ingrijpende maatregelen als het beperken van het gsm-gebruik of bezoek, over kamer- en drugscontroles, over verplicht op de kamer blijven al dan niet met gesloten deur, tot 's nachts de kamerdeur sluiten, en dus ook effectief fysiek of medisch fixeren.

– Wilfried Vandaele, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Dat rapport van de Zorginspectie werd op 26 oktober gepubliceerd, en al snel bleek dat er grote verschillen zijn in de mate waarin dwang wordt toegepast in al deze afdelingen. Zo bestaan er verschillende definities over wat een dwangmaatregel is. Ook is er geen eenheid in registratie. Dit maakt het moeilijk om gegevens te vergelijken. Uit het rapport blijkt ook dat er grote verschillen zijn tussen bijvoorbeeld bestaffing tijdens de nacht. Dit alles geeft ook meteen de waarde aan van dit rapport van de Zorginspectie dat er kwam op vraag van de minister. Het geeft ons nu inzicht in en wetenschap over hoe elke afdeling hiermee omgaat. Eindelijk kunnen we ook over dit thema spreken op basis van gegevens, wetenschap en feiten, los van de anekdotiek.

De algemene conclusie is dat dwangmaatregelen binnen de kinderpsychiatrie te vaak toegepast worden, ook als er geen onmiddellijk acuut en ernstig gevaar is. Soms wordt het gebruikt als straf bij wegloopgedrag of overlast. Soms maakt het gewoon deel uit van de vaste routine of een vaste procedure binnen de voorziening of afdeling.

De doelstelling om vrijheidsbeperkende en -berovende maatregelen zo min mogelijk en zo kort mogelijk te hanteren, wordt dus zeker niet altijd en zeker niet overal gehaald. Afzondering en separatie worden niet overal als laatste noodmaatregel gebruikt. Dat moet anders. Dat is de insteek van dit voorstel van resolutie waarbij we streven naar het absoluut en sterk terugdringen van de dwangmaatregelen in de kinderpsychiatrie.

Ons voorstel vraagt de Vlaamse Regering toezicht te blijven houden op de voorzieningen waar negatieve vaststellingen zijn gedaan, met stringente voorwaarden maar ook met een groot begrip en respect voor deze sector, de in dit geval jonge patiënten en de hulpverleners. De vele zorgverleners die werken in de kinderpsychiatrie, zien we in dit verhaal als een bondgenoot in ons streven. Want dit mag duidelijk zijn: de mensen die werken op deze afdelingen en in de sector zijn ook vragende partij, niet enkel voor een beter kader maar zeker ook voor betere ondersteuning en omkadering.

Ook zal er naar aanleiding van dit voorstel van resolutie een internationaal team worden aangesteld, bestaande uit experten van landen die de toepassing van dwangmaatregelen reeds hebben kunnen terugdringen.

Ook wordt in het rapport van de Zorginspectie geregeld verwezen naar de infrastructuur. Veel kinderpsychiatrische afdelingen beschikken niet over de juiste infrastructuur of kunnen om infrastructurele redenen niet op de juiste wijze omgaan met vrijheidsbeperking en -beroving. Daarom vraagt ons voorstel om infrastructuursubsidies zeer weloverwogen toe te kennen om net die gebreken aan te pakken die ervoor zorgen dat vrijheidsbeperking en -beroving niet goed kunnen worden toegepast.

Voor dit rapport zijn alle kinderpsychiatrische afdelingen bezocht. Maar ook de volwassen psychiatrie moet worden geïnspecteerd zoals gepland, omdat ook daar minderjarigen worden opgenomen en ook daar dwangmaatregelen worden toegepast. Dit voorstel van resolutie vraagt naar het respecteren van de vooropgestelde termijnen. En ook wordt, in overleg met de federale overheid, de personeelsinzet geëvalueerd. We hebben het dan niet alleen over het aantal voltijdsequivalenten (vte’s), maar ook over vorming en opleiding. We willen ervoor zorgen dat iedereen over de juiste competenties kan beschikken.

De commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin kon zich vinden in de visie en de voorgestelde maatregelen van dit voorstel en keurde dit voorstel van resolutie goed met 10 stemmen voor, 2 tegen en 1 onthouding. Ik zou de plenaire vergadering willen vragen om vandaag ook haar instemming te geven aan dit voorliggende voorstel van resolutie.

De heer Anseeuw heeft het woord.

Uw tijd loopt, collega.

Björn Anseeuw (N-VA)

Voorzitter, mijn tijd loopt, maar u hebt gezien dat ik niet liep.

Collega’s, iedereen is het erover eens dat we dwang in de kinder- en jongerenpsychiatrie, en in de psychiatrie in het algemeen, zoveel als mogelijk moeten vermijden.

De rapporten van de Zorginspectie over vrijheidsbeperkende maatregelen in kinderpsychiatrische ziekenhuisafdelingen zijn heel erg duidelijk.

Ze geven ons ook een heel goed overzicht over dwang in de kinder- en jongerenpsychiatrie. Ze leren ons eigenlijk twee dingen. Eén, er wordt nog al te vaak onzorgvuldig omgesprongen met dwang, soms zelfs in die mate en op zo’n manier dat de veiligheid van de patiënt niet langer gegarandeerd is. En dát, collega’s, kunnen we natuurlijk nooit tolereren.

Twee, binnen de sector van de psychiatrie en ook de kinder- en jongerenpsychiatrie is men zoekende naar goede alternatieven voor dwangmaatregelen. Want wie de sector een beetje kent, weet dat dwang voor geen enkele betrokkene, noch voor de patiënt, noch voor het personeel, een pretje is. Niemand doet dit graag.

Het is vanuit deze twee vaststellingen dat dit voorstel van resolutie vorm kreeg. Om dwang te bannen uit de kinder- en jongerenpsychiatrie, zouden we er als overheid voor kunnen kiezen om een verbod opleggen. Dat lijkt ons echter geen goed idee. Niet alleen miskennen we daarmee de expertise van de sector, maar ook de inspanningen die men er zich elke dag getroost in het zoeken naar alternatieven voor dwang. Bovendien komt met zo’n verbod de zorg van de meest moeilijke profielen in die kinder- en jongerenpsychiatrie in het gedrang. En dat willen we al helemáál niet.

Willen we vanuit de overheid bijdragen aan het oplossen van dit moeilijke vraagstuk, dan moeten we de sector in zijn streven naar nul dwang ondersteunen met heel concrete maatregelen, met als doel zo weinig en zo kort mogelijk dwang.

En uit de rapporten blijkt dat het dan gaat over investeringssubsidies voor een aangepaste, veilige infrastructuur waarin jongeren tot rust kunnen komen. Het gaat ook over het ondersteunen van een goede vorming van het personeel en een adequate inzet van het personeel, zowel wat betreft competenties als voltijdse equivalenten.

Bovendien kunnen we vandaag al heel wat leren uit goede voorbeelden uit het buitenland. Daarom vragen we in dit voorstel van resolutie aan de Vlaamse Regering om een beroep te doen op een internationaal team van experten uit landen die er ondertussen al in  geslaagd zijn om dwang heel sterk terug te dringen, niet met de bedoeling om buitenlandse praktijken klakkeloos te kopiëren naar Vlaanderen, maar wel om waardevolle lessen te leren uit hun ervaringen. Want dat zal ons de kans geven om de zoektocht naar goede alternatieven voor dwang te versnellen.

Het is dan ook onze overtuiging dat we met dit voorstel van resolutie in de nodige handvatten en middelen voorzien om dwang uit de kinder- en jongerenpsychiatrie te bannen. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Vrijheidsberovende en vrijheidsbeperkende maatregelen hebben een heel grote impact op de kinderen die ze ondergaan. Wanneer naar hun ervaringen wordt gevraagd, zijn ze daar eensluidend negatief over en hebben ze vaak het gevoel dat zulke maatregelen te voorkomen waren. Het lijkt in veel gevallen voor schade te hebben gezorgd door de relatie tussen de verzorger en het kind dat op een bepaald moment werd geïsoleerd, en misschien zelfs gefixeerd.

Uit het beleidsrapport van de Zorginspectie bleek dat een op de zeven kinderen in de kinder- en jeugdpsychiatrie is geïsoleerd of gefixeerd. Ook voor hulpverleners zelf is dat erg ingrijpend. Waarom doen ze dat dan? Vaak wordt het gemotiveerd vanuit het doel om de integriteit van de jongeren te beschermen. Helaas staat ook in het rapport dat in een aantal plaatsen de maatregel preventief wordt gebruikt, en soms als sanctie wordt gebruikt. Hier en daar is het ook een standaardmaatregel, simpelweg een wijze om te handelen bij overlast. Met andere woorden, het wordt in de praktijk ook gebruikt in situaties waar het perfect te vermijden is en waar de integriteit van geen enkel mens in gevaar is.

Tegelijk wil ik graag erkennen dat kinderen en jongeren heftig tekeer kunnen gaan, dat ze op dat moment voor zichzelf of voor anderen in hun omgeving een bedreiging kunnen zijn. Alleen zeggen wij dat de essentie van een behandeling van die heftige emoties er niet in mag bestaan door ze simpelweg trachten te stoppen door het kind af te zonderen en net op het moment van de crisis waar menselijke nabijheid zinvol kan zijn om weer kalmte te vinden, het kind helemaal alleen te laten. De ontreddering die het kind op dat moment voelt, wordt enkel groter. Indien er een potentieel probleem was van fysieke integriteit van anderen, zijn ze wel afgeschermd van het kind. Maar het kind zelf is slachtoffer van die maatregel.

Dat is meteen de reden waarom sp.a pleit voor een verbod op eenzame afzondering en fixatie voor jongeren onder de 16 jaar. Dat kan. Er zijn Europese landen waar dat bij wet verboden is. In Noorwegen werd een wet ‘seclusion areas’ of afzonderingsafdelingen aangenomen, waar kinderen of jongeren, wanneer ze heel hevig tekeergaan, worden afgezonderd van de groep – in sommige gevallen is en blijft dat nodig –, maar niet alleen worden gelaten. Er zijn altijd mensen in de nabijheid van het kind, die met dat kind de crisis kunnen beheren. Dat lukt daar ook gewoon.

Er  zijn ook nog andere Europese landen waar maatregelen zijn genomen om als regel te stellen dat het niet meer kan en enkel nog de uitzondering toe te laten. Dat is eigenlijk wat wij ook willen. Wij pleiten voor een duidelijke omkering in de uitgangspunten: het kan niet, tenzij. Die ‘tenzij’ willen wij ook wel erbij hebben, maar het voorstel van resolutie dat sp.a heeft ingediend, gaat uit van een verbod.

Wanneer zeggen wij dat het kan dat een kind apart wordt geplaatst? Dat kan enkel wanneer er alternatieven zijn uitgeprobeerd die niet tot resultaat hebben geleid en de veiligheid voor het kind zelf en/of anderen niet meer te garanderen is op een andere manier die minder drastisch ingrijpen zou betekenen. Voor ons betekent dit dat het dus enkel kan in dat geval, en daarenboven wanneer de duur zo kort mogelijk is, wanneer het kind nooit alleen wordt gelaten. Er zijn architecturaal eenvoudige manieren om te zorgen dat het kind niet alleen wordt gelaten, dat de menselijke nabijheid wordt verzekerd.

In het voorstel van resolutie van sp.a mag het in geen enkel geval – daar bestaan geen uitzonderingen op – gaan om een straf, een preventieve maatregel, een groepsmaatregel of een standaardmaatregel. Bovendien moet een afzondering dan altijd worden gemeld aan de ouders en moet ook de mogelijkheid worden geboden aan ouders om bij het kind te zijn wanneer ze dat willen en kunnen. Vanzelfsprekend moet er ook altijd ouderlijke toestemming zijn.

Wij zien dat verbod niet in het voorstel van resolutie van de meerderheid, we zien er bijna een poging in om het minder te laten bestaan. We zien echter geen omkering van het denken, en wij willen net graag naar die omkering van het denken gaan.

Wat mis ik nog in het voorstel van resolutie van de meerderheid? Duidelijke garanties. We beseffen allemaal dat er in de kinder- en jeugdpsychiatrie en in de jeugdhulpverlening zeker in een aantal gevallen nood is aan architecturale investeringen. Het moet ook architecturaal mogelijk zijn om een kind apart op te vangen, wel in de nabijheid van een aantal mensen, maar zonder dat de veiligheid van het kind of anderen in het gedrang komt. Dat kan vandaag architecturaal niet overal. Daar moeten middelen voor worden vrijgemaakt. Die garantie lezen wij niet in het voorstel van resolutie, wel de overweging. Men zou dat wel een goed idee vinden, maar wij willen natuurlijk graag garanties voor dat veilig behandelklimaat, ook architecturaal gezien.

Ten tweede willen wij ook graag voldoende inzet van personeel dat echt is opgeleid om de job te doen. Het is namelijk zo dat veel crisissituaties het hoofd kunnen worden geboden wanneer tijdelijk een-op-een kan worden gewerkt met een kind, maar dat kan niet als je er alleen voor staat in een leefgroep. Je moet met voldoende mensen zijn om te zorgen dat wanneer een kind extra nabijheid nodig heeft in een crisis, je die nabijheid ook kunt bieden.

Wat ons betreft, kan een preventief beleid van agressiepreventie en de-escalatie slagen met liefst een verbod, dat wij hadden gewild, waarop eventueel een uitzondering bestaat, met architecturale investeringen om dat allemaal mogelijk en haalbaarder dan vandaag te maken en ook met voldoende investeringen in personeel. Wij zien op dat vlak onvoldoende beweging en onvoldoende garanties. Op het terrein zijn nochtans heel wat afdelingen in de kinder- en jeugdpsychiatrie zichzelf aan het omvormen en proberen zij met de middelen die ze hebben kamers te herwerken en een nieuw beleid op poten te zetten. Op sommige plaatsen is men erin geslaagd om het aantal isolaties met de helft terug te dringen door een aantal maatregelen te nemen. Maar de overheid moet hun een helpende hand reiken en zorgen dat het veel sterker kan worden gebannen. Daar vinden wij het voorstel van resolutie van de meerderheid in de intentie wat betreft de architecturale maatregelen en personeel, wel mooi, maar het is louter een intentie en wij willen daar graag toch meer garanties. Wij willen die in het belang van die kinderen om het hele opzet te laten slagen. Zeker wanneer u niet evolueert naar een verbod, zult u des te meer aan de randvoorwaarden moeten werken om toch maximaal te vermijden dat kinderen worden geïsoleerd en gefixeerd.

Omdat er voor ons te weinig garanties zijn, kunnen wij het voorstel van resolutie van de meerderheid helaas niet goedkeuren. U zult dat willen begrijpen. Dat neemt niet weg dat wij wel blij en tevreden zijn dat er een debat over het thema is en dat er stappen vooruit worden gezet. Dat appreciëren wij zeer. (Applaus bij sp.a en Groen)

Mevrouw Jans heeft het woord.

Ik wou graag reageren omdat collega Van den Bossche heel duidelijk aangeeft waarom ze zich niet kan vinden in het voorliggende voorstel van resolutie. Ik heb in de commissie uitgelegd en wil dat hier ook graag doen waarom wij heel duidelijk niet pleiten voor een verbod. Dat is omdat we dan weten dat er kinderen zullen zijn die vandaag al moeilijk een plaats vinden, maar door het verbod nergens meer terechtkunnen. Collega Van den Bossche, u zegt dat u een verbod wilt, waarop een aantal uitzonderingen bestaan. Wij zeggen: ‘Het kan niet, tenzij…’. Ik denk dat we elkaar wel kunnen vinden.

– Jan Peumans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Het is ook zo dat de sector zelf aangeeft dat als er een verbod komt, je je werking echt zult moeten organiseren op dat verbod. U hebt ook aangegeven dat voor sommige kinderen en sommige situaties, als we kijken naar bepaalde nachtbestaffingen, dat niet lukt. De indieners van het voorstel van resolutie vinden dat het nogal gemakkelijk zou zijn om vanuit Brussel te zeggen: ‘U mag dat niet meer doen, los het op, maar u mag zeker geen dwangmaatregelen meer toepassen.’ Dat zou volgens ons getuigen van bijzonder weinig respect voor de sector en de zorgverleners, terwijl we weten dat niemand graag deze maatregelen toepast.

Het is ook zo dat we in het voorstel van resolutie zowel infrastructuursubsidies als ondersteuning, vorming en betere ondersteuning voor het personeel vragen en dat we ook gaan kijken in samenspraak met de federale overheid naar extra personeel, wat niet wordt uitgesloten, en een betere vorming. Ik denk dat we in het voorstel van resolutie heel duidelijk heel sterke vragen voorleggen en dat we bij de opmaak ervan ons van in het begin hebben voorgenomen om geen enkel thema uit de weg te gaan. Ik wil ervoor pleiten om ons voorstel van resolutie toch goed te keuren. Wanneer ik uw uitleg hoor, denk ik echt dat we hetzelfde verhaal vertellen.

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Ik denk dat we inderdaad in de loop van die discussies voor een deel naar elkaar zijn toegegroeid. Ik zie qua intenties vaak veel gelijklopends. Ik begrijp ook uw bezorgdheid dat wanneer dwangmaatregelen worden uitgesloten, er misschien kinderen zijn die moeilijk een plek vinden. Maar dat zien we vandaag al. Dat zijn kinderen met zware gedrags- en emotionele problemen. Zij vinden vandaag vaak geen plaats omdat er te weinig plaats is voor die kinderen. Minister Vandeurzen heeft dat ook toegegeven. Hij wil daar voor een deel tegemoetkomen met extra investeringen. Naar onze mening nog te weinig, maar het is echt een probleem dat, wat mij betreft, kan worden opgelost door meer te investeren in bedden voor kinderen met gedrags- en emotionele stoornissen, eerder dan door die dwangmaatregelen te moeten laten bestaan zodat ook zij kans maken op een van de bestaande bedden. Daar deel ik de bezorgdheid – maar ik zie een andere oplossing.

Qua randvoorwaarden en begeleidende omstandigheden denkt u terecht ook aan voldoende personeel en aan architecturale ingrepen. Het wordt alleen wat voorzichtig geformuleerd. Ik begrijp dat, maar dan blijft het natuurlijk wel wachten op een minister die het wel of niet zal doen. Wat randvoorwaarden betreft, denken wij in een gelijke richting, ook al ben ik teleurgesteld over het feit dat het verbod zelf er niet komt. Daarom zal mijn fractie zich onthouden en niet tegenstemmen. Maar zolang ik hier ben, zal ik toch proberen om de minister te overtuigen van de noodzaak om op dit domein sterke maatregelen te treffen. Wat mij betreft, is het werk nog niet helemaal af.

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Ik heb ook al in de commissie gezegd dat de discussie over het verbod heel belangrijk is. Als we vandaag een verbod op dwang opleggen, zal dat een pervers effect hebben, om de heel eenvoudige reden dat je een verbod pas kunt opleggen als er voldoende volwaardige alternatieven zijn. Die zijn er vandaag niet. Dat wordt over de partijgrenzen heen erkend.

Dit voorstel van resolutie gaat over het ondersteunen van de sector zelf, met een heel duidelijk doel voor ogen: dwang zoveel mogelijk vermijden, en kinder- en jongerenpsychiatrie in die sector zoveel mogelijk ondersteunen in de zoektocht naar en het ontwikkelen van die alternatieven. Die alternatieven zijn er vandaag niet. Dan is er een zeer gemakkelijke manier om vandaag aan een verbod te voldoen: een bepaald deel van de patiëntenpopulatie, de moeilijkste profielen die zeer gespecialiseerde en goede zorg nodig hebben, weren uit je voorziening en uit je ziekenhuisafdeling. Dat is het laatste wat wij willen. We willen wel op een volwassen manier samen met de sector aan de alternatieven werken. Wij willen de sector daarin ondersteunen. Dan ben ik ervan overtuigd dat de dwang zal worden herleid tot het strikt minimaal noodzakelijke. Wat mij betreft, mag dat nul zijn. Ik geloof oprecht dat dat ook kan. Maar dat doe je niet door eenzijdig een verbod op te leggen, wel integendeel. Dat doe je door die sector daarin te ondersteunen. Ik herhaal: niemand, ook de mensen die in de sector werken zelf, de zorgverstrekkers, vindt het leuk om dwang te moeten toepassen.

Mevrouw Van den Bossche, u zegt dat er infrastructuursubsidies nodig zijn en dat dat zeer voorzichtig wordt geformuleerd. In het voorstel van resolutie staat letterlijk dat we aan de Vlaamse Regering vragen om die infrastructuursubsidies heel gericht toe te kennen. Zo voorzichtig vind ik dat niet. We vragen dat zeker niet vrijblijvend. We vragen ondubbelzinnig en heel duidelijk aan de Vlaamse Regering de subsidies toe te kennen waar ze nodig zijn en om dat op een gerichte manier in te vullen.

In verband met de personeelsbezetting vindt u dat ook allemaal te voorzichtig. Maar daar verschillen we natuurlijk fundamenteel van mening. Wij weten, wij beseffen, wij zien ook dat de sector nog zoekt naar die alternatieven. Als je de personeelsbestaffing wilt evalueren, moet je dat doen in functie van de nieuwe alternatieven die nu nog in ontwikkeling zijn. Maar u loopt op de feiten vooruit, want u bent veel slimmer dan de rest van het westelijk halfrond samen die binnen de sector werkt. U weet nu al hoeveel personeel er nodig is terwijl het nog niet duidelijk is welke alternatieven er zullen worden ontwikkeld. Wij vinden dat we dat op een goed doordachte manier moeten doen en we vragen heel duidelijk, niet vrijblijvend, dat dat wat betreft competenties en wat betreft voltijdse equivalenten op een goede manier wordt geëvalueerd en dat daarnaar wordt gehandeld. We moeten toch rekening houden met de nieuwe context die wordt ontwikkeld, want dat is de vraag van dit voorstel van resolutie: ondersteun die sector en het ontwikkelen van die alternatieven. Dan moet je in functie van die alternatieven bekijken welk personeel nodig is.

Dat is wat wij vragen in dit voorstel van resolutie. Dat lijkt mij allesbehalve vrijblijvend. Dat lijkt mij vooral een goed doordachte en volwassen manier om een heel belangrijk vraagstuk in de kinder- en jongerenpsychiatrie op te lossen.

Voorzitter, ik wou collega Anseeuw er even op wijzen dat, als wij met elkaar van mening verschillen, ik daarmee op geen enkele manier wil zeggen wie de slimste is. Dat is zo, in een parlement hebben we soms al eens een andere mening, soms ook dezelfde, soms ontmoeten wij elkaar en soms ook niet. Dat heeft niets te maken met slim of dom, dat heeft te maken met wie welke mening heeft.

En inderdaad, ik zou dat anders benaderen. Ik denk dat ik rapper geloof dat die paradigmashift er kan komen als je uitgaat van een verbod en de uitzonderingen definieert, veeleer dan het omgekeerde. Ik geloof dat we voldoende signalen hebben van voorzieningen om te weten wat er ongeveer aan personeel nodig is, maar ik vind me daarom niet slimmer dan u, laat staan de helft van dit parlement. Ik wou dat toch even verduidelijken.

Björn Anseeuw (N-VA)

Ik stel gewoon vast dat wij van onze kant wat meer bescheidenheid aan de dag leggen en dat we ervan uitgaan dat we allemaal zelf nog niet zo goed weten welk personeel er nodig is, en hoeveel. Dat is het verschil tussen ons en u, maar ik heb geen enkel probleem met dat verschil, waarde collega. Geen enkel probleem.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Collega’s, ik denk dat het debat een giftige kant opgaat, wat niet nodig is. Dit is een thema met betrekking waartoe hier in dit parlement, maar ook vooral op de werkvloer heel veel draagvlak is om verandering te creëren. Er is heel veel draagvlak om die richtlijn, zoals die bestaat, om te draaien van een ‘ja, het kan, als’ naar een ‘neen, het kan niet, tenzij’. Dat stond ook in het verslag van de inspectie, met de inspectieronde die er is geweest in een deel van de sector, in de kinderpsychiatrie, en die inspectie is momenteel nog bezig bij de jeugdhulp.

In die zin – ik heb het ook in de commissie gezegd – leek het mij opportuun om nog heel eventjes te wachten tot we ook dat inspectieverslag hebben, zodat we ineens voor al die sectoren een overkoepelende maatregel zouden kunnen nemen, of er een overkoepelend voorstel van resolutie kon zijn. Ik ga er echter van uit dat de meerderheid bereid zal zijn om ook na die inspectieronde opnieuw een voorstel van resolutie in te dienen voor dat tweede deel van die sector, want het is nodig.

Het gaat inderdaad om een ongelooflijk moeilijk thema. Je kunt niet van vandaag op morgen zeggen dat er een verbod is op vrijheidsbeperkende maatregelen, dat je voortaan geen dwangmaatregelen meer mag gebruiken of voortaan op geen enkele manier kinderen mag isoleren, afzonderen enzovoort, maar dat heb ik ook niemand horen zeggen. Als je dat doet, zal, zoals de heer Anseeuw zegt, het effect zijn dat een deel van de jongeren met agressieproblemen of met zware emotionele problemen gewoon zal worden geweerd uit de zorg en dat is niet waar we naartoe willen.

Moet je daarom zeggen dat we dus niks kunnen doen, dat we moeten hopen en wachten, dat we eerst nog moeten becijferen en bekijken? Neen. Het is duidelijk. Er zijn inspecties geweest, er is overleg geweest, we hebben ook zelfs engagementen gehad van de minister waaruit duidelijk blijkt dat men wel stappen kan zetten. Je hebt echter een belangrijke randvoorwaarde nodig: personeel. Mevrouw Van den Bossche gaf het voorbeeld aan van de situatie in Noorwegen. Als je een kind niet alleen wil laten in afzondering, maar wil dat daar iemand bij is, dan heb je een personeelslid nodig dat mee kan gaan. Dat is een personeelslid dat niet meer bij de andere jongeren is. Dan moeten daar dus ook minstens twee mensen fysiek aanwezig zijn. Dat betekent dus dat je een aantal omkaderingen nodig hebt waarin momenteel niet overal is voorzien. Je hebt infrastructuur nodig. Je hebt een gebouw nodig waar dat kan, waar dat gewoon fysiek mogelijk is. Je hebt opleiding nodig, zodat het personeel weet hoe het dat moet doen, hoe het met agressie moet omgaan, hoe het kan de-escaleren, hoe het met diverse gedragsproblemen kan omgaan zonder dat men daar dwangmaatregelen of vrijheidsberoving voor nodig heeft.

Je hebt dus een aantal randvoorwaarden nodig, maar wat er absoluut nu moet gebeuren, en dat is een keuze van het beleid, is het optimaal creëren van die randvoorwaarden. Die worden benoemd in dit voorstel van resolutie, want ik denk dat er belangrijke, positieve zaken in dit voorstel staan, maar ze gaan naar mijn aanvoelen ook net niet ver genoeg om echt die transitie mogelijk te maken. Ik lees ook niet letterlijk – hoewel ik het wel hoor in de intentie bij mevrouw Jans, dus misschien is mijn lezing te streng en te veel naar de letter – de doelstelling om de multidisciplinaire richtlijn om te draaien, om naar ‘neen, maar’ te gaan in plaats van ‘ja, als’. Die mis ik, die lees ik niet, en dat moet wel het doel zijn. Dat is waar we naartoe moeten gaan.

Ik denk echter dat we vandaag een belangrijke stap zetten. Misschien had die wat verder mogen gaan. Misschien was onze lezing vanuit de oppositie te streng. Dan zullen we ons laten tegenspreken door de feiten en de realiteit, maar ik hoop dat we over een jaar kunnen vaststellen dat er vooruitgang is geboekt, dat er stappen zijn gezet, dat we verder zijn gegaan naar het bannen van isolatie en dwangmaatregelen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.