U bent hier

De heer Bothuyne heeft het woord.

U gebruikt nog altijd papieren. Maar ja, zo kennen we u.

Zo kent u mij, ja. U hebt ook wel heel veel papieren voor u liggen, voorzitter. Maar goed, ik zal daar geen opmerking over maken.

Minister, collega's, we staan hier opnieuw. Bijna elke week opnieuw staan we hier om vragen te stellen over onze arbeidsmarkt en ons arbeidsmarktbeleid. Dat is natuurlijk ook wel nodig. Op dit moment is er geen groter struikelblok te bedenken voor bedrijven die willen groeien dan het vinden van geschikt en goed personeel. Heel veel bedrijven slaken noodkreten. Er gaat geen dag voorbij of een bedrijf of sector staat in de krant met problemen om de juiste mensen te vinden om de jobs die er – gelukkig maar – zijn, effectief in te vullen.

Er zijn heel wat initiatieven te nemen. We hadden het vorige week nog over de knelpuntopleidingen bij VDAB. Deze week stond er een – schijnbaar – nieuw initiatief in de krant, namelijk de versterking van de interregionale mobiliteit. Minister, ik zeg ‘schijnbaar’, omdat u uiteraard al vele jaren bezig bent met een samenwerking met de Service Public Wallon de l’Emploi et de la Formation Professionelle (Forem) en Actiris, de Waalse en Brusselse VDAB, om Waalse en Brusselse werkzoekenden toe te leiden tot de Vlaamse vacatures die er hier in overvloed zijn.

Vorig jaar nog antwoordde u op een vraag dat u al het maximum doet op dat vlak. Ik ben heel blij dat u ontdekt hebt dat u nóg meer kunt doen. U hebt deze week blijkbaar met uw Waalse collega een aantal nieuwe zaken afgesproken om meer Waalse werkzoekenden toe te leiden naar Vlaamse vacatures. Dat is hoognodig, minister. We juichen elk initiatief in die zin toe. Je zou zelfs kunnen zeggen: beter laat dan nooit.

Minister, op welke manier zult u er effectief voor zorgen dat er, veel meer dan vandaag, Waalse en Brusselse werkzoekenden worden toegeleid naar de Vlaamse knelpuntvacatures?

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, u hebt ons andermaal 'ge-pact'. Na het pact met de werkgevers om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken, hebt u nu ook een pact afgesloten met uw Waalse collega, om de interregionale mobiliteit te verbeteren. Als West-Vlaamse juich ik dat zeker toe. Want u weet dat onze provincie heel hard kreunt onder die krapte op de arbeidsmarkt. Wij reiken al geruime tijd de hand aan Wallonië en Noord-Frankrijk. Maar we stellen vast dat aan de andere kant van de taalgrens, in de provincie Henegouwen, de werkloosheid nog altijd hoge toppen scheert.

U hoeft het warm water niet uit te vinden. Er is al een samenwerking tussen VDAB en het Waalse Forem om die interregionale mobiliteit te verbeteren. Maar er wordt nu wel een tandje bij gestoken. U wilt 1000 Waalse werkzoekenden bijkomend per jaar toeleiden naar de Vlaamse vacatures. Dat is ongeveer 2500 werkzoekenden in totaal.

Blikvanger van de overeenkomst was toch wel de versoepeling van de taalvereisten. Men zou aan Vlaamse bedrijven willen vragen om de kennis van het Nederlands niet langer als strikte voorwaarde te hanteren voor de indienstneming. De Waalse werknemers zullen de taal dan leren op de werkvloer, op kosten van VDAB. Dat is een heel belangrijk element. Maar zoals u weet, zijn er uiteraard nog andere obstakels die Waalse werkzoekenden ontmoedigen om naar Vlaanderen te komen, zowel van financiële als van niet-financiële aard.

Minister, welke modaliteiten staan er, naast de versoepeling van de taalvereisten, in het pact, waarmee u de verhoogde toestroom van 2500 Waalse werkzoekenden naar onze Vlaamse bedrijven zult garanderen?

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik wil geen spelbreker zijn in dit verhaal. Ik erken dat er momenteel in Vlaanderen, en zeker in mijn provincie West-Vlaanderen, nood is aan arbeidskrachten om alle vacatures opgevuld te krijgen. Ik heb toch enkele kritische bedenkingen bij het pact en bij uw bedoeling om meer arbeidskrachten uit Wallonië naar Vlaanderen te halen.

Ik keek vandaag op de webstek van VDAB. In Vlaanderen zijn er nog altijd 209.000 niet-werkende werkzoekenden. Dat is een hele categorie van mensen die niet aan het werk zijn. Misschien moeten we eerst trachten die mensen te mobiliseren om hen aan het werk te krijgen.

Voor mij is het versoepelen van de taalvereiste heel belangrijk. Ik, en met mij een aantal Vlaamse organisaties, kunnen ons daar niet in terugvinden, ook niet in uw argument dat, eenmaal ze aan de slag zijn, u hun Nederlands gaat aanleren. Wat bijzonder is, is dat VDAB dan ook nog moet opdraaien voor de kosten. Laat Forem die taalcursussen dan betalen.

Minister, u weet net zo goed als ik dat daar niets van in huis zal komen. Ik spreek uit ervaring en ik zeg u dat er in West-Vlaanderen tal van bedrijven zijn waar momenteel Frans – ik spreek nog niet over Arabisch – de voertaal is op de werkvloer. Het argument dat de Waalse werknemers, eenmaal ze zijn aangeworven, Nederlands zullen leren, is absurd en niet geloofwaardig. Ik vraag u dan ook om hierover even na te denken.

Trouwens, Walen uit Wallonië en uit Noord-Frankrijk halen, zorgt er ook voor dat werkgevers de flexibiliteit en de lonen van de arbeiders onder druk zetten en onze eigen mensen uit de markt prijzen.

U hebt uw vraag gesteld?

Ik vraag om een antwoord op mijn kritiek.

De heer Ronse heeft het woord.

Mijnheer Sintobin, ik hoop voor u dat de camera nog niet live draait, want de talloze Vlaamse ondernemers en medewerkers die vandaag op hun tandvlees zitten, en zeggen ‘verdorie, minister Muyters, doe alles wat je kunt om extra werknemers naar hier te halen, om ze de taal aan te leren’, ik hoop dat al die werknemers en ondernemers uw betoog net niet hebben gezien.

Minister, ik ga een persoonlijke anekdote vertellen. Toen ik net afgestudeerd en werkzoekend was, heb ik tijdelijk voor een hr-speler in Kuurne de werving en selectie gedaan voor een bedrijf dat frisco’s maakte. Er waren elke dag problemen om mensen te vinden. Elke dag begon op dezelfde manier: ik zat in een grijze container en dan mocht ik de VDAB-lijst afbellen. Het was een minimale lijst, daar was ik dus tamelijk snel door.

Prioriteit nummer twee was de lijst van Forem bellen. Ik maak er echt geen karikatuur van, maar dat ging als volgt: “Ah, monsieur, oui, Kuurne, où est ça? C’est loin. Pas possible aujourd’hui. Peut-être vous pouvez me retéléphoner demain. Ah oui, difficile, difficile. ”

Dat duurde zo'n tweehonderd telefoongesprekken lang. Gelukkig was er een goede koffiemachine om me wakker te houden. Oké, we hebben ze niet gevonden. We hadden er nog acht nodig, of die productie kon niet starten. Het was dan zoals in de films over de Amerikaanse recessie: je ging naar de poort van dat bedrijf, zo'n grote grijze poort, en daar stonden Fransen aan de deur. “Est-ce qu’il y a du travail, monsieur? On veut travailler, hein. Maintenant, immédiatement. Oh, merci, on peut travailler.”

Minister, ik ben dus heel blij met uw voornemen om een aantal Waalse werknemers en het Waalse talent te activeren. U hebt een aantal prioriteiten naar voren geschoven, maar ik denk dat het goed is dat u de magische formule om hen naar hier te krijgen, ook in dit parlement nog eens uitspreekt.

Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters

Mijnheer Bothuyne, ik ben wat verbaasd dat u zegt: beter laat dan nooit. Er was uiteraard al een samenwerking. Ik wil u even herinneren aan een vorige actuele vraag van u of een van uw collega's toen we het hadden over de Voka-nieuwjaarstoespraak. Een van de vijf punten om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken, was dat we meer Waalse werknemers naar Vlaanderen zouden proberen te halen. Ik heb gezegd dat ik daar al een paar maanden mee bezig was en dat ik daarover waarschijnlijk in de loop van februari een nieuw samenwerkingsakkoord zou sluiten met minister Pierre-Yves Jeholet. Ik denk dus niet: beter laat dan nooit, wel integendeel.

De werkloosheid in Vlaanderen zakt al dertig maanden na elkaar. Er is nu in Vlaanderen een werkloosheid van 4,4 procent, in Wallonië zitten ze rond de 10 procent. Er zijn streken in Vlaanderen, bijvoorbeeld Zuid-West-Vlaanderen, waar men kreunt onder het feit dat men niemand vindt, waar de productie en groei van bedrijven worden gefnuikt doordat men er geen geschikte mensen vindt. Ik ben recent nog in een bedrijf vlakbij Dranouter geweest. Daar vraagt men niet alleen technisch personeel of hooggeschoold personeel, het gaat heel ruim. Men vindt wel personeel in Frankrijk, maar vanuit Wallonië krijgt men daar amper of geen mensen naar de werkvloer. Dat wordt onderschreven door wat de heer Ronse hier naar voren heeft gebracht.

Als de groei van een bedrijf inderdaad wordt gefnuikt, moeten we samen met VDAB en Forem bekijken hoe we effectief meer Waalse werkzoekenden naar Vlaanderen krijgen. Mijnheer Sintobin, ik heb altijd gezegd en ik zal blijven zeggen dat we eerst zullen zien of Vlaamse werkzoekenden het kunnen invullen. We hebben het Versnellingsplan, dat hier ook aan bod is gekomen, en we hebben al het pact tegen krapte gehad. We gaan eerst bekijken of we de mensen uit Vlaanderen effectief de stap kunnen laten zetten naar die openstaande vacatures, maar op sommige plaatsen in Vlaanderen zullen we dat voor bepaalde jobs niet kunnen. Dan moeten we toch over de taalgrens kijken. Dan lijkt het me heel juist om die mensen aan te werven.

Ja, we hadden in het verleden een afspraak van 1500. We brengen dat nu naar 2500. Niemand van jullie had het over de individuele beroepsopleiding (IBO), het leren op de werkvloer. Ook dat zullen we meer inschakelen. Met VDAB en Forem hebben we afgesproken dat we 350 IBO-plaatsen zullen proberen in te vullen met Waalse werkzoekenden. Het jaar daarna zullen we naar 500 IBO-plaatsen evolueren.

Wat is nu de filosofie? Als een job in Vlaanderen niet ingevuld geraakt, zullen we die vacature overmaken aan de collega’s van Forem, en dan zullen zij zien wie van hun werkzoekenden de meeste competenties heeft om die job in te vullen. Zij zullen zelf opleiding geven daar waar het nodig is om te kunnen starten in die job, en dat kan ook een taalopleiding zijn.

En zo kom ik op het tweede punt: de versterking van het taalaanbod. Dat kan op twee manieren. Vóór het invullen van de job, met door Forem georganiseerde taallessen in Wallonië. Maar vermits onze Vlaamse werkgevers zitten te wachten op die mensen, kan het ook door die mensen in te schakelen en ze dan Nederlands aan te leren op de werkvloer. Waarom zouden we dat niet doen? We zullen dus ook taal-IBO’s organiseren: het leren van de taal op de werkvloer. Ik heb het letterlijk zo gezegd: laat het ons niet als een conditio sine qua non zien om te beginnen, laat het ons niet als voorwaarde zien, maar laat het ons zien als een competentie die je ook verder kunt bijschaven of leren op de werkvloer.

Het derde en laatste punt is: sensibiliseren. We moeten de Vlaamse werkgever sensibiliseren opdat hij ook vacatures zou brengen naar die Waalse werkzoekenden, opdat hij daar ook voor openstaat. Maar ook, zeker en vast, moet Forem de Waalse werkzoekenden sensibiliseren, want die denken soms dat ze toch niet aan bod kunnen komen in Vlaanderen. Zij moeten weten dat dat wel kan, dankzij die begeleiding, dankzij die taalopleiding.

We gaan dat doen met good practices, jobdating en jobbeurzen. Op die manier zullen we ervoor zorgen dat die openstaande vacatures worden ingevuld en dat de Vlaamse werkgevers morgen kunnen groeien doordat ze het nodige personeel hebben, doordat ze de nodige productie kunnen verzekeren en doordat ze in de toekomst niet zullen worden gefnuikt in hun ambities.

Minister, dank u voor uw antwoord. De tekorten op de arbeidsmarkt zijn inderdaad van dien aard dat we ons niet moeten bekommeren over een aantal Vlaams-nationale gevoeligheden: we moeten een beleid voeren dat ertoe leidt dat elke job effectief kan worden ingevuld. Als we daarbij Waalse werkzoekenden aan de slag kunnen helpen, is dat ook een besparing in onze sociale zekerheid en komt dat ons op een dubbele manier ten goede.

Maar er zijn niet alleen de Waalse werkzoekenden, minister, er zijn ook de Brusselse werkzoekenden. Ook daar is al een jaar lang een samenwerking met Actiris. Ik ga ervan uit dat u vanuit diezelfde filosofie om een tandje bij te steken inzake samenwerking tussen VDAB en Forem, ook met de Brusselse tegenhanger van VDAB een akkoord kunt of zult sluiten. Minister, op welke manier kunt u ook met de Brusselaars een tandje bijsteken om ook in Vlaams-Brabant vacatures beter en sneller te helpen invullen met Brusselse werkzoekenden?

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik ben heel blij te horen dat u bij een bedrijf uit de Westhoek op bezoek bent geweest. U bent uiteraard altijd welkom. Het klopt zeker voor onze regio dat er op sommige plaatsen maar 2 procent werkloosheid is. Dan kun je gewoon niet enkel naar de eigen arbeidsreserve kijken, dan moet je elders gaan.

Wij ondersteunen uw initiatief. Een pact afsluiten is een ding, het moet ook worden uitgevoerd. Daar zult u moeten kunnen rekenen op wederzijdse medewerking. Er zullen wellicht ook een aantal financiële engagementen zijn, want die taalopleidingen moeten uiteraard worden betaald.

Ik wil nog een ander belangrijk knelpunt aanhalen, namelijk de mobiliteit. Die Waalse werkzoekenden moeten we natuurlijk ook naar Vlaanderen krijgen. Wat betreft de afstemming tussen de regels qua openbaar vervoer kunnen we nog een tandje bijsteken. We moeten ook de bedrijven stimuleren om eigen vervoer te gaan regelen om die Waalse werkzoekenden naar Vlaanderen te krijgen. Mijn bijkomende vraag is of u zult vragen aan minister Weyts om afspraken te maken tussen Vlaanderen en Wallonië om dat openbaar vervoer te verbeteren zodat ook de arbeidsmobiliteit tussen Vlaanderen en Wallonië een tandje hoger kan worden gezet.

Voorzitter, ik hoop dat de live uitzending wel al begonnen was toen collega Ronse aan het woord kwam. Dan zal de kijker gemerkt hebben dat hij eigenlijk een mislukte stand-upcomedian is.

Maar ernstig, minister, ik denk dat ik in mijn vraagstelling duidelijk heb gezegd dat de arbeidskrachten in West-Vlaanderen en Vlaanderen in het algemeen ook mijn zorg zijn natuurlijk, maar niet ten koste van alles. Collega Bothuyne heeft perfect verwoord dat bepaalde Vlaams-nationale gevoeligheden bij u niet van tel zijn. Ik blijf een probleem hebben met het feit dat de taalvereiste wordt versoepeld om die Waalse of Franse werknemers naar Vlaanderen te halen. Ik vraag me trouwens af in hoeverre u de taalvereiste, die volgens mij gebaseerd is op een wettelijke regelgeving, en de versoepeling ervan in overeenstemming kunt brengen met de wettelijke voorwaarden.

Tot slot zijn er ook initiatieven vanuit West-Vlaanderen naar het noorden van Frankrijk. In hoeverre zijn die twee zaken compatibel?

Dank u wel, collega, voor het mooie compliment. Ik heb het gevoel voor humor een beetje overgenomen van onze parlementsvoorzitter.

Collega's, het is de eerste keer dat ik hier iemand hoor pleiten tegen het feit dat wij Waalse werknemers en Franse werknemers Nederlands willen aanleren en dat wij ervoor willen zorgen dat wie hier onderneemt en werkt, perspectief heeft om collega's te vinden. Ik noteer dat. Dat zijn mensen die eigenlijk zeggen: ‘Die Vlaamse welvaart, foert, we trekken ons daar geen bal van aan.’ Ik heb dan liever een mislukte stand-upcomedian die het opneemt voor de Vlaamse welvaart dan iemand die foert zegt tegen die Vlaamse welvaart.

Minister, daarnaast wil ik u oproepen om niet al onze eieren in één mand te leggen. Er zijn ook nog de Fransen die naar mijn ervaring veel gemakkelijker te activeren zijn. Mijn vraag is of er ook iets gelijkaardigs zal komen ten aanzien van de Fransen, een samenwerking met het Franse Pôle emploi, zoals u met Forem opzet.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, wij kunnen ons voor een groot stuk vinden in het voorstel dat u doet en het pact met Forem dat u gaat intensifiëren. Wat u zegt, klopt: taal kan men al doende leren, ook op de arbeidsmarkt en op de werkvloer. Het zou jammer zijn dat mensen die staan te popelen om te werken en onze Vlaamse arbeidsmarkt te versterken, op een muur zouden botsen. Ik hoop dat die flexibiliteit die u wilt hanteren niet enkel telt voor mensen die Franstalig zijn maar ook voor andere nieuwkomers die klaarstaan om hun bijdrage te leveren. Taal mag geen barrière zijn of geen muur vormen voor die mensen zich effectief kunnen engageren.

Anderzijds wil ik het volgende meegeven als een soort van waarschuwing. Het mag niet zijn dat we de mensen op onze arbeidsmarkt die op andere manieren op een muur van uitsluiting botsen, bijvoorbeeld vanwege hun leeftijd, hun afkomst of een functiebeperking, maar die graag een job willen uitoefenen, niet meer verder zouden helpen om die muur af te breken omdat we andere werkkrachten kunnen vinden die dat gat kunnen dichtrijden.

Minister Philippe Muyters

Mijnheer Annouri, nog een keer, we beginnen met te zien of we de openstaande vacatures ingevuld krijgen met mensen die wonen in Vlaanderen. Dat is heel duidelijk. En ja, maar dat weet u eigenlijk, voor nieuwkomers, voor asielzoekers hanteren we dezelfde filosofie: Nederlands, en ook voor een stuk onze cultuur, kan worden geleerd op de werkvloer. De IBO met taalopleiding (IBOT), waarbij de taal op de werkvloer wordt geleerd, is een gebruik dat we al lang hebben. Dat deden we nog niet in de samenwerking tussen VDAB en Forem, en nu doen we dat daar ook.

Mijnheer Bothuyne, ik heb helemaal niet het gevoel dat ik hiervoor Vlaams-nationalistische gevoelens opzij moet zetten, want we gaan die mensen Nederlands leren. Of je hun dat nu op voorhand leert, voor ze beginnen te werken, of tijdens het werk, als dat Vlaams-nationalistische gevoelens zijn, dan hebt u er in elk geval andere dan ik. (Applaus bij de N-VA)

Wat mij betreft, is het echter natuurlijk zo dat je Vlaams moet leren als je op een Vlaamse werkvloer werkt. Dat zal dan ook gebeuren. Wij zullen dat doen, Forem zal dat doen, VDAB zal dat doen. Ook de werkgevers hebben daarin een rol. Mevrouw Talpe, ik denk dat u dat ook naar voren hebt gebracht. De collega-werknemers hebben daar een rol in te vervullen. Ja, dat kan uiteraard, en laten we dat op die manier opnemen.

Dan is er Brussel. In dit geval was er natuurlijk een politieke wil bij zowel collega Jeholet als ikzelf. We vinden aan de twee kanten dat we hier sterk bij kunnen winnen, dus laten we dat doen. Er is ook een samenwerking afgesloten met Brussel, met Actiris. Ik denk dat dat ondertussen drie ministers geleden is. Op zich is die nog bezig. Moet die ook worden herzien of niet? Ik denk dat we ook daar het gesprek met de collega eens moeten aangaan om te zien wat daar mogelijk is.

Dan is er Frankrijk. De samenwerking met Pôle emploi bestaat. Die werkt ook redelijk goed. Mevrouw Talpe, ik zie dat men vanuit Frankrijk gewoon met bussen komt. Als je aan een Zuid-West-Vlaamse werkgever vraagt waarom men vanuit Frankrijk wel met bussen naar zijn bedrijf komt, die men zelf inlegt, en waarom men dat vanuit Wallonië niet doet, dan krijg je twee antwoorden. Het eerste is dat er een cultuurverschil is. Die Fransen zeggen ‘oké, wij gaan daarnaartoe, we gaan dat doen, we proberen dat’. Het tweede punt, en dat is toch ook heel belangrijk, is dat ze komen op het moment dat hun werkloosheidsuitkering wegvalt. Dan zetten ze de stap, want anders moeten ze naar een leefloon of weet ik veel wat gaan. Dat doen ze niet graag, en op dat moment zetten ze dus de stap om met bussen, die ze zelf inleggen, naar onze Vlaamse werkgevers te komen. Dat is een tweede belangrijk verschil.

Ik ga ervan uit dat die mobiliteit mee wordt bekeken, maar er zijn mensen die waarschijnlijk, net als bij ons, met de fiets naar het werk kunnen gaan, die kunnen carpoolen om daarnaartoe te gaan. Laten we niet alles opnieuw op de overheid zetten, zodat die alles moet regelen. Vanuit Frankrijk regelt men het zelf om tot aan dat werk te komen. Ik denk dus dat daar ook de wil moet zijn om die stappen te zetten. Ik ben er echter zeker van dat, waar openbaar vervoer een rol zou kunnen spelen en nuttig kan worden ingezet, mijn collega dat ook zal opnemen met zijn collega.

Mijnheer Ronse, ik ben het helemaal met u eens: we mogen niet al onze eieren in één mand stoppen. Laten we ook duidelijk zijn: het is niet alleen in Zuid-West-Vlaanderen dat er problemen zijn bij bedrijven. Zelfs in Limburg, dat toch van heel ver komt, zien we steeds meer maand na maand het aantal werklozen dalen: het record per maand zit al meer dan een jaar bij Limburg. Ook daar vind je bedrijven die niet meer de juiste mensen vinden, net als in Vlaams-Brabant, Antwerpen en de rest. Dus, neen, nergens stoppen we al onze eieren in één mand, maar opnieuw, we starten met alles te doen om de Vlaamse werkzoekenden tot aan een job in Vlaanderen te brengen. (Applaus bij de N-VA)

Minister, dank u wel. Het is heel duidelijk dat we nu, in de komende jaren daadwerkelijk iedereen nodig zullen hebben op onze Vlaamse arbeidsmarkt. De weg vooruit op dat vlak is er een zonder taboes, zonder discriminatie als het gaat over de leeftijd, maar ook over de afkomst van de werkzoekenden. Waalse werkzoekenden zijn zeker van harte welkom om Vlaamse vacatures in te vullen. Ik hoop dat u er ook werk van maakt om ook met uw Brusselse collega een akkoord te sluiten, om ook die Brusselse werkzoekenden naar hier te trekken. Ook daar is er nog heel veel potentieel.

Minister, ik heb de indruk dat u uw eigen bevoegdheden aan het herontdekken bent: IBO, de samenwerking met werkgevers, interregionale mobiliteit. (Opmerkingen bij de N-VA)

U steekt op dat vlak een tandje bij en we vinden dat positief. U hoeft niet met uw hoofd te schudden. U zet stappen vooruit en u zult daarvoor in de CD&V-fractie een trouwe partner vinden. (Applaus bij CD&V)

In uw antwoord werd alles goed verduidelijkt. Ik wil tot slot mijn appreciatie even uiten. Naar perceptie toe was het niet zo evident om over de taalkennisvoorwaarde te spreken, maar u stelt het belang van de Vlaamse arbeidsmarkt voorop en dat siert u. Het is gezegd: uitstel mag geen afstel betekenen. Het is cruciaal dat we die Waalse werkzoekenden functionele kennis van het Nederlands aanleren om op onze Vlaamse arbeidsmarkt mee te draaien.

Ik kijk uit naar de eerste resultaten van het pact. Ik reken erop dat het regelmatig wordt gemonitord en bijgestuurd waar nodig, zodat het pact zijn volle impact kan hebben en dat we de krapte op de arbeidsmarkt hopelijk op korte termijn het hoofd kunnen bieden.

Voor alle duidelijkheid bevestig ik nogmaals dat ook ik gezegd heb dat we er moeten voor zorgen de vacatures in te vullen. Mijnheer Ronse, ik weet dat u hier de woordvoerder van het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) bent, maar ik sta hier ook voor de arbeiders, voor het personeel.

Minister, u vindt die taalvereisten misschien minder belangrijk, maar ik vind die heel belangrijk. Ik geloof echt niet dat Waalse werknemers, als ze eenmaal op de werkvloer staan, Nederlands zullen aanleren. In sommige bedrijven in West-Vlaanderen, denk maar aan de diepvriesgroentebedrijven in de streek van Ardooie, werken honderden niet-Nederlandstaligen. Het Frans en zelfs voor een stuk het Arabisch is er de voertaal op de werkvloer. Dat is de realiteit heden ten dage. U kunt zeggen wat u wilt, maar ik ben ervan overtuigd dat de taalvereiste een voorwaarde is voor de veiligheid op de werkvloer, voor de samenwerking en voor de samenhorigheid tussen de werknemers. Ik garandeer u dat dat alleen maar tot conflicten zal leiden op de werkvloer.

Mijn voorganger wordt wat beleefder naarmate het uur vordert. Eerst noemt hij mij een mislukte stand-upcomedian, nu de woordvoerder van Voka. Wat ik eigenlijk ben is een woordvoerder van alle Vlamingen, alle Vlamingen die vandaag op hun tandvlees zitten in hun bedrijven en echt zoeken naar talent om samen met hen orders uit te voeren. In tegenstelling tot de vorige spreker zijn wij niet tegen anderstaligen die hier komen en de taal willen aanleren om onze Vlaamse economie mee opnieuw groot te maken.

Mijnheer Bothuyne, ik vind het soms aandoenlijk hoe u zich zichzelf hier opsluit in die glazen bokaal en uitsluitend naar de Vlaamse bevoegdheden kijkt. Wat is er pertinent? Waarom is het makkelijker om Fransen naar hier te krijgen om te laten werken dan om Waalse werknemers naar hier te krijgen? Waarom? Dat is door onze sociale zekerheid en die is federaal. Dat verzwijgen is politiek absoluut niet moedig. Dat moet u ook kunnen beamen en duidelijk en luid stellen. (Applaus bij N-VA)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.