U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet over het lokaal bestuur en het voorstel van decreet van Joris Vandenbroucke en Kurt De Loor houdende wijziging van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, die door de commissie in samenhang werden behandeld, met dien verstande dat het ontwerp van decreet als basis voor de bespreking werd genomen. Wij volgen hier dezelfde werkwijze.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, ik verwachtte dat dit ontwerp van decreet, dat met veel poeha werd aangekondigd omdat het om een grote hervorming gaat, een lange bespreking in de commissie zou vergen. Toch waren er maar twee vergaderingen nodig en de tweede ging over de artikelsgewijze bespreking en dergelijke meer. Door ziekte was ik er in de commissie helaas niet bij en kon ik dus niet het woord nemen. Daarom wil ik hier een paar klemtonen leggen, die meteen ook ons stemgedrag straks verklaren.

Uiteraard bevat het ontwerp van decreet belangrijke elementen die de nieuwe lokale besturen vorm geven. Om te beginnen is er de integratie van OCMW en gemeente, toch de belangrijkste nieuwigheid in dit ontwerp van decreet. Wij hadden graag gezien dat werk werd gemaakt van de opheffing van het OCMW als rechtspersoon en van een volledige inkanteling ervan in de gemeente. Het OCMW zou dan als welzijnsdienst volledig in de gemeentelijke diensten worden geïntegreerd. De regeringspartners aan de overzijde van de taalgrens zaten blijkbaar niet op hetzelfde spoor als Vlaanderen. Daardoor is nu een model uitgewerkt waarbij de gemeenteraad als OCMW-raad functioneert, maar het OCMW en de gemeente als twee gescheiden rechtspersonen blijven bestaan. Wat nu voorligt, was het maximaal haalbare model, maar wint daardoor helaas geen schoonheidsprijs. Wij waren in elk geval enthousiaster geweest, indien daar ook werk van was gemaakt.

Ook voor de intercommunales had onze partij liever meer fundamentele hervormingen gezien. Na de schandalen waarvan we eerder dit jaar getuige waren, wil de regering nu komen tot een beperking van het aantal mandaten en dus ook tot een beperking van de presentiegelden. Dat is vanzelfsprekend een heel goede zaak, maar de voorstellen rond de intergemeentelijke samenwerking die mijn partij de voorbije jaren in haar programma heeft opgenomen, zijn toch nog wat fundamenteler. Wij willen graag de bestuursmacht die nu bij de intercommunales is ondergebracht, opnieuw bij de steden en gemeenten leggen. Wij zijn namelijk van mening dat de macht van onze democratisch verkozen gemeenteraden te veel is uitgehold door het kluwen van intercommunales, met een groot democratisch deficit tot gevolg.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Janssens, ik zal met uw eerste opmerking beginnen. Ik had liever gezien dat de rechtspersoon kon worden opgeheven, maar daarvoor moesten artikel 2 en artikel 3 van de wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn worden gewijzigd. Dat is helaas niet gelukt. U zou eigenlijk zeer tevreden moeten zijn. We hebben als Vlaamse overheid onze bevoegdheden uitgeput.

Wat uw tweede opmerking betreft, wil ik gewoon een vraag stellen. Bent u dan tegen samenwerkingsverbanden tussen gemeenten? Is dat uw punt? Het is me niet duidelijk. U hebt verklaard dat de macht bij de steden en de gemeenten en niet langer bij de intercommunales moet liggen. Die intercommunales zijn net samenwerkingsverbanden tussen steden en gemeenten.

Minister, met betrekking tot een aantal dossiers die voor de gemeenten zeer belangrijk zijn, vinden we vanzelfsprekend niet dat ze op het beperkte niveau van de eigen gemeente moeten worden uitgevoerd. Daarvoor kunnen samenwerkingsverbanden tot stand worden gebracht. We zouden graag de intercommunale structuren zien verdwijnen. Hierdoor zouden de bijkomende mandaten verdwijnen en zouden de burgemeesters in hun eigen gemeenteraad verantwoording moeten afleggen. Nu blijven die aparte structuren bestaan.

Mijnheer Janssens, ik vind dit een buitengewoon boeiende discussie. Ik zit niet in de commissie, maar in een ander leven ben ik daar toch wat bij betrokken. Vindt u dat we een intercommunale met 27 gemeenten op dezelfde manier moeten blijven organiseren als nu het geval is? Daar zijn dan veel mandaten. Vindt u dat een zekere rationalisering zich opwerpt? Er zijn mensen die roepen dat het allemaal poenscheppers en mandatenverzamelaars zijn. Hoe ziet u het? U vindt dat de burgemeester zich moet verantwoorden. De burgemeester heeft enkel een rol als wat en wie hij is. Hij kan toch moeilijk de verantwoordelijkheid nemen voor alles wat in een intercommunale wordt beslist. Ik begrijp niet hoe u dit ziet.

Mijnheer Van Dijck, ik denk niet dat ik voor bijkomende mandaten heb gepleit. Ik wil net zo veel mogelijk van de bestaande mandaten in de structuren van de intercommunales afschaffen. We geven dan veel meer macht terug aan de gemeenteraden. Het is vrij duidelijk dat de intercommunales dan minder macht hebben. Er zijn geen bijkomende structuren of mandaten. De verantwoordelijkheid wordt bij de gemeenteraden gelegd. De burgemeesters van de gemeenten zitten samen in een structuur om te overleggen. Ze krijgen geen bijkomende zitpenningen of dergelijke. Op hun beurt leggen ze verantwoording af aan hun eigen gemeenteraad.

We moeten dan alle intercommunales bemannen met burgemeesters die verantwoording afleggen aan hun eigen gemeenteraad. Om geen bijkomende mandaten te creëren, worden niet alle burgemeesters in die intercommunales gemandateerd. Zo begrijp ik het toch.

We willen de intercommunale structuren op zich afschaffen. De gemeenteraden moeten via de burgemeesters tot samenwerking komen.

Dat wordt een mooie functie voor die burgemeesters.

Mijnheer Janssens, u wilt de structuren van de intercommunales afschaffen en tot een betere samenwerking tussen gemeenten komen. U moet me eens uitleggen hoe dat kan. Ik heb altijd verklaard dat er in de intercommunales uitwassen zijn geweest. Er wordt terecht bepleit dat er te veel mandaten zijn. Met dit ontwerp van decreet verdwijnen minstens 2500 mandaten. De zitpenningen en alle hieraan verbonden vergoedingen zijn geplafonneerd tot maximaal 205 euro bruto. Dat geldt ook voor alle afgeleide structuren en dergelijke. Ik heb verklaard dat er in het verleden uitwassen zijn ontstaan.

Eigenlijk heeft Vlaanderen al sinds 2001 een zeer goede en strenge regelgeving. Er is het plafond van 205 euro bruto, het maximum van drie mandaten en het verbod voor volksvertegenwoordigers om in een intercommunale te zetelen.

Volgens u moeten alle intercommunales verdwijnen. Het is mogelijk dat ik u verkeerd heb begrepen. Ik heb altijd gezegd dat de uitwassen eruit moeten. Dit ontwerp van decreet zorgt hiervoor. Er wordt niet enkel transparantie gecreëerd ten aanzien van de gemeente die de mandataris afvaardigt, maar ook ten aanzien van de toezichthouder, ik en mijn administratie.

Ik vind echter wel dat de samenwerking tussen steden en gemeenten moet kunnen blijven bestaan.

Laten we alstublieft niet het kind met het badwater weggooien, maar laten we de uitwassen eruit weren. Dat hebben we met dit ontwerp van decreet net gedaan.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Mijnheer Janssens, begrijp ik dan dat u eigenlijk problemen hebt met het feit dat intercommunales een rechtspersoonlijkheid krijgen? Is dat het geval? Maar dan vraag ik me af hoe bijvoorbeeld de intercommunale voor afvalverwijdering, het voorbeeld bij uitstek van de intercommunale, kan worden georganiseerd. Er zijn personeel, materiaal, containerparken, en dergelijke nodig. Daarvoor creëert men een rechtspersoon die volgens een aantal regels moet worden bestuurd en die dus operationeel een aantal beslissingen moet kunnen nemen. Maar de verantwoordelijkheid blijft toch altijd nog bij de gemeenten, die gemandateerd zijn binnen die intercommunale.

Dat was inderdaad ook mijn punt: dat we veel meer het afgeschermde niveau moeten weghalen en veel meer de macht terug bij de gemeenten en de gemeenteraden moeten leggen, omdat dat op dit moment veel te weinig het geval is en we in een soort van democratisch deficit zijn terechtgekomen waarbij de macht van het gemeenteraadslid te veel is uitgehold.

Ik kom tot het volgende punt. Het is geen voorwerp meer van dit decreet. Het is voorwerp geweest van een ander ontwerp van decreet dat hier al gestemd is geweest, met name de afslanking van de provincies. De afslanking van het provinciale niveau, die vorig jaar werd goedgekeurd, verandert helaas niets aan de overbodigheid ervan. Het behoud van de provincies botst totaal met de idee van een transparante, en goed georganiseerde overheid. Minister, de structuren die nu nog blijven bestaan, OCMW en gemeente, worden terecht goed in elkaar ingekanteld, maar daarboven blijft er nog altijd een provinciale overheid bestaan. Ik wil maar in herinnering brengen dat we dat graag anders hadden gezien.

Verder zijn er heel wat andere zaken die we graag in dit ontwerp hadden gezien en die de democratie volgens ons zouden versterken. Ik denk bijvoorbeeld aan de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester. Ik denk ook aan het verbod voor de burgemeester of de schepenen om voorzitter van de gemeenteraad te zijn, een voorstel dat, dacht ik, toch ook was opgenomen in het regeerakkoord, maar dat het uiteindelijke ontwerp van decreet niet heeft gehaald. Ik denk ook aan de toewijzing van het voorzitterschap van de gemeenteraad aan de oppositie en bijvoorbeeld aan iets als de constructieve motie van wantrouwen, een aantal zaken die wij ook graag in dit decreet hadden zien terugkomen en waarvan een aantal elementen terugkomen in de amendementen die door de Groenfractie zijn ingediend en zijn besproken in de commissie.

Omdat er inderdaad heel wat goede elementen in dit ontwerp van decreet zitten, waarbij ik de integratie tussen het OCMW en de gemeente nogmaals wil benadrukken als element dat er volgens ons positief uit springt, maar omdat dit anderzijds niet volledig de hervorming is waar onze partij naar streeft of waarvan wij een aantal elementen in ons programma hebben opgenomen, zullen wij ons straks bij de stemming over dit ontwerp van decreet onthouden.

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Het is al uitvoerig besproken in de commissie. Er zijn al diverse thema’s aangehaald. Dus vergeef me als ik in herhaling val. Alleen de heer Doomst had in de commissie gevraagd – ik heb het nagelezen – dat het toch onder de kerstboom zou liggen. Wel, we hebben het in de kerststal gelegd. Wie de Moeder Maagd op zich gaat nemen, laat ik volledig in het midden; de herders kennen we, de os en de ezel; de wijzen komen uit het Oosten. En toevallig is dat nu net het oosten van mijn partij. Daar komen de wijzen dan vandaan.

Wat het decreet Lokaal Bestuur betreft: 609 artikels. We hebben eigenlijk vier decreten in een decreet samengebald. Als er een lijn te trekken valt, wordt in dit ontwerp van decreet heel duidelijk de lijn verder getrokken van de voorganger van mevrouw Homans, de heer Bourgeois. Hij zei dat we de gemeenten en steden meer vertrouwen moeten geven, dat we hen moeten beschouwen als gelijken, met een overheid die niet langer betuttelend, als een schoonmoeder of een stiefmoeder, waakt – met alle respect voor de schoon- en stiefmoeders. Ik heb trouwens een goede schoonmoeder, voor alle duidelijkheid, maar dat geheel terzijde.

Collega's, het is ook al aangehaald door de collega van het Vlaams Belang, de grootste verandering is dus wel heel erg duidelijk de integratie van gemeente en OCMW. Ik weet dat er een tijd geleden stemmen opgingen dat dit nooit in orde zou komen. Ik heb dat niet enkel in dit halfrond gehoord maar ook bij kenners, die zeiden dat het niet zou lukken. Maar het is wel degelijk gelukt.

Belangrijk is de output voor de burger, de dienstverlening voor de burger, de eenduidigheid. Het zal nu ook zo zijn dat sociale thema's volop zullen kunnen worden besproken in de gemeenteraad/OCMW-raad die eigenlijk dezelfde is. Er is een eenduidige politieke en ambtelijke aansturing van gemeente en OCMW.

Collega's, het moet ook zorgen voor efficiëntiewinsten, dat is heel erg duidelijk. Dat is een hele operatie. Ik weet dat dit voor steden en gemeenten geen eenvoudige operatie is, maar veel steden en gemeenten zijn er al volop mee bezig. We zien inderdaad dat het ook efficiëntiewinsten kan opleveren. Het zal ook veel duidelijker zijn voor de burger dat je nu naar één instelling, één loket kunt gaan voor al je problemen. Nu is dat vaak ook zo via het Sociaal Huis.

Er is de verhoging van de klantgerichtheid en toegankelijkheid tot de sociale dienstverlening. We gaan in elk geval voor een beter en meer geïntegreerd sociaal beleid.

Het bestuurlijk toezicht op de lokale besturen – we hebben goed geluisterd naar onze steden en gemeenten – wordt hervormd. Het goedkeuringstoezicht wordt afgebouwd, en door het verdwijnen van de schorsing komt er een eentrapstoezicht waardoor de lokale besturen sneller rechtszekerheid zullen hebben over hun beslissingen. Bovendien getuigt die wijziging van het bestuurlijk toezicht van een groot vertrouwen van Vlaanderen in de lokale democratie.

De evaluatie van de beleids- en beheerscyclus (BBC) zal ertoe bijdragen dat we naar een grotere transparantie voor lokale bestuurders en burgers gaan, zowel voor meerderheid als voor oppositie. Ik zit lokaal zelf in de oppositie. Het is niet zo eenvoudig om het allemaal goed op te volgen, maar we vergemakkelijken het ook voor het gemeenteraadslid. Een groot aantal detailregelingen uit het Gemeente- en OCMW-decreet worden niet hernomen. Dat zal meer lokaal maatwerk toelaten.

Het is al gezegd door de collega dat we voor de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden maatregelen hebben genomen om mandaten en presentiegelden in die samenwerkingsverbanden en hun filialen in te perken en door de oprichting en toetreding van mandatarissen duidelijker en meer zichtbaar te maken.

Daarbij wil ik wel zeggen dat intergemeentelijke samenwerkingsverbanden nodig blijven. Ze hebben in het verleden ook goed werk verricht. We kunnen nu niet zeggen dat intercommunales plotseling allemaal des duivels zijn zoals ik deels meende te kunnen opmaken uit de uiteenzetting van de collega. Vraag maar na, in veel regio's hebben die samenwerkingsverbanden en intercommunales ook goed werk verricht, vooral in streekontwikkeling.

Wat betreft participatie laten we ook meer vrijheid aan de gemeenten. Je kunt twee dingen doen bij participatie. Je kunt er enorm veel ideeën over hebben. Ik heb die ook. In een stad als Rotterdam heb je de ‘Right to Challenge’, participatie enzovoort. Je kunt alles in regels gieten, maar dan ben je meer bezig met regels op te leggen dan initiatief te laten aan steden en gemeenten waar heel veel opborrelt. Ook daar moet je gewoon een minimaal kader schetsen waardoor dan de gemeentelijke autonomie volop kan spelen. Dat is ook vertrouwen en geloof hebben in de gemeenteraad maar ook in de burgers, dat ze mondig genoeg zijn om te kijken hoe zij beter kunnen participeren aan het beleid.

Regels voor de bekendmaking van beslissingen worden aangepast. Er wordt duidelijk gekozen voor digitale communicatie met de burger en de toezichthoudende overheid. Bepaalde documenten moeten integraal bekend worden gemaakt. Dat komt de informatie en de transparantie alleen maar ten goede. Er wordt geopteerd voor een minimale decretale regeling met veel ruimte voor het lokaal bestuur.

Conclusie: het aantal politieke mandaten daalt. Dat is logisch. Maar tegelijk proberen we de dienstverlening voor de burger te verbeteren. Om die redenen zal N-VA met geestdrift – omdat ik het andere woord niet kan uitspreken, zeg ik ‘geestdrift’, dat is een prachtig woord dat we hier eigenlijk weinig gebruiken – het ontwerp van decreet over het lokaal bestuur goedkeuren. Waarom? Het is een historisch decreet. We zijn ervan overtuigd dat met dit ontwerp van decreet over het lokaal bestuur aan de lokale besturen de instrumenten kunnen worden aangereikt om transparanter, efficiënter en meer op maat van de lokale gemeenschap te besturen, in vertrouwen. Dat is toch wel belangrijk. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, voor heel wat mensen is het lokale bestuur het kortbijniveau waar ze geweldig sterk in geloven. De ervaring is dat de armpjes van de mensen in de laatste jaren nog korter zijn geworden. Vandaar het belang van deze codex, deze bijbel die nog niet de ideale leidraad is, maar het beloofde land misschien wat dichterbij kan brengen. Ik denk dat de heer De Loor zal zeggen: door de Rode Zee zullen we er niet meer geraken. Het geeft ons toch meer ademruimte en het maakt bestuur op maat mogelijk.

De hoofdbedoeling is dat alomvattend sociaal beleid van het OCMW en de gemeenten te integreren. Wij denken dat integratie de goede weg is. Aan elke stoel van lokale beleidsitems is die sociale poot verbonden. Dat moet niet buiten de gemeente. Het moet van binnenin worden gehonoreerd.

Minister, het traject zal het komende jaar een beetje bergop zijn, maar ik denk dat u kunt garanderen dat het zonder valkuilen zal zijn, en dat de administratie zal proberen dat optimaal te begeleiden.

We zullen ook snel de rol van dat bijzonder comité in het licht moeten stellen en waarderen. Hierin moeten we de rol van mensen die onafhankelijk en oprecht persoonlijke dossiers zullen beoordelen en behandelen, duidelijk maken om de integriteit van het vehikel aan te tonen.

Collega Doomst, u suggereert dat mijn administratie in het komende jaar de gemeenten en steden goed zouden begeleiden voor de implementatie op 1 januari 2019. Ik hoop u te kunnen geruststellen: er is een ronde van Vlaanderen gepland voor het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) dat zoveel mogelijk steden en gemeenten zal verzamelen om hen te informeren en op mogelijke vragen te antwoorden.

Michel Doomst (CD&V)

Bedankt. Dat is heel duidelijk en heel belangrijk. Voor de implementatie van dat decreet hebben we een jaar de tijd. Er is dus ook nog een hele ambtelijke weg af te leggen. Ik vraag me af of we halfweg, op 1 augustus niet beter een evaluatie kunnen houden. Op 1 januari 2019 moet heel die trein op de sporen staan. Zo’n NMBS-moment kan een goed moment zijn om een beetje bij te sturen. Het zou niet slecht zijn om dat te doen op dit parcours.

Het perspectief naar de fusies na 2018 wordt ook wel opengehouden. Het is goed dat de vrijwilligheid de richting is die we aanhouden. We blijven ervan overtuigd dat interlokaal samenwerken onderschat blijft. Minister, u onderschat dat. U had dat nog iets meer moeten doorduwen. U zou daarmee succesrijk uit de verf gekomen zijn, maar ik heb u niet helemaal kunnen verleiden op die piste. Toch blijf ik erbij dat daar op het terrein enorm naar wordt gezocht en dat het mogelijkheden zijn die in de toekomst nog meer zullen worden gehanteerd.

Het was een moeilijke discussie, die structurele onbestuurbaarheid. Het is ook gebleken in de voorbije zes jaar dat dat niet het ideale vehikel was. Voor ons was die constructieve motie van wantrouwen het eigenlijk ook niet. Lokaal bestuur betekent toch ook een beetje dat trouwen houwen is. Je verandert niet van club zoals je van ondergoed verandert. We denken dat dat in een lokaal bestuur ook zo is. Je wordt bij het begin van de legislatuur toch verondersteld te weten waar je aan begint en dat stabiliteit het uitgangspunt moet zijn, en niet destabilisering.

Kortom en afrondend, wij denken dat in deze codex, dit heel omvattend decreet, heel wat mogelijkheden zitten om lokaal sterker uit de verf te komen. Geestdriftig, ja, maar, mijnheer Meremans, ik denk dat we dan vooral driftig naar geest zullen moeten zijn het volgende jaar, de volgende twee jaren. Want je zult lokaal heel wat impulsen terugkrijgen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we nu naar dat nog sterker wordend lokaal bestuur nog sterker zullen luisteren. En daarom ondersteunt de fractie het graag helemaal. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Voorzitter, ministers, collega's, zo dadelijk stemmen we over het langverwachte ontwerp van decreet over het lokaal bestuur. Het is ongetwijfeld de belangrijkste hervorming van deze regering inzake lokale besturen. Na de afslanking van de provincies, de hervorming van de subsidiestromen en het stimuleren van vrijwillige fusies moet dit de kers op de taart zijn. Voor collega De Loor smaakt die kers misschien eerder wat zuur, maar voor iedereen die zich er mentaal al mee verzoend heeft dat we vandaag in de 21e eeuw leven, is het een zoete kers, hét sluitstuk van een hervorming die ervoor zorgt dat we als overheid efficiënter besturen en minder belastinggeld geven aan onnodige structuren en mandaten.

Het nieuwe decreet over het lokaal bestuur zorgt in de eerste plaats voor duidelijkheid. Het zal alle belangrijke regels bevatten, in één decreet, voor de lokale besturen. Er komt dus één overzichtelijke ‘bijbel’ – het woord is daarstraks ook al aangehaald door collega Doomst – in plaats van een reeks verschillende decreten. Maar behalve een sanering van een aantal wetteksten, is het inhoudelijk een sanering van politieke mandaten en organen en zorgt het voor een efficiënter en krachtiger lokaal bestuur.

De belangrijkste hervorming is ongetwijfeld de integratie van het OCMW in de gemeente. Er is hierover al veel gezegd. We hebben er hier in de plenaire vergadering zelfs actualiteitsdebatten over gehouden. Open Vld juicht die hervorming toe.

In de 21e eeuw is er geen enkel zinnig argument meer om een afzonderlijk politiek orgaan, met extra mandaten, te behouden voor het lokale sociale beleid. Door de integratie wordt dat sociale beleid een volwaardig onderdeel van het gemeentelijk beleid. De dagprijzen van het rustoord, de al dan niet oprichting van een centrum voor kortverblijf of een klusjesdienst voor senioren, de activering van leefloners: het zijn stuk voor stuk interessante en relevante debatten die vandaag soms verscholen blijven binnen de OCMW-raad. Met deze integratie geven we het lokaal sociaal beleid de plaats die het verdient: een volwaardige plaats in de debatten in de gemeenteraad.

De integratie leidt ook tot efficiënter bestuur. Om bevoegdheidsredenen blijft het OCMW weliswaar als juridische entiteit bestaan. Maar daarmee is ook alles gezegd. Binnen het staatkundige kader waar we niet buiten komen, laten we OCMW en gemeente voortaan volledig samenvallen, politiek én administratief. Dus geen twee afzonderlijke administraties meer, met aan het hoofd elk een afzonderlijke secretaris of financieel beheerder. Vanaf 2019 zal er nog maar één administratie zijn, met één chef aan het hoofd, en één geïntegreerd personeelsbeleid. Daarmee maken we een einde aan de rivaliteit die er vandaag soms heerst en zorgen we voor een efficiëntere inzet van personeel. Eén personeelsdienst, één financiële dienst, één technische dienst: vanaf nu is er geen ontkomen meer aan voor lokale besturen. Vanaf nu wordt er zuiniger omgesprongen met het belastinggeld van de burger.

Maar ook op politiek vlak laten we OCMW en gemeente samenvallen. De integratie zorgt daardoor ook voor minder politieke mandaten. Het is hier al eerder aan bod gekomen.

De OCMW-raad verdwijnt. Er blijft enkel nog een afgeslankt bijzonder comité voor de individuele hulpvragen. Het nieuwe ontwerp van decreet bevat ook een reeks aangescherpte regels voor de intercommunales. Daarmee geven we een antwoord op de vragen die rezen na de onthullingen in onder andere de zaak Optima. Dochters vallen nu ook onder de beperkingen van het decreet, bijvoorbeeld op het vlak van presentiegelden. Raden van bestuur zullen nog maar maximaal vijftien leden mogen tellen. Ondergeschikte bestuursorganen, zoals de regionale bestuurscomités, zijn voortaan onbezoldigd. En ook de verloning van managers van de intercommunales wordt begrensd. We geven hier dus een duidelijk antwoord op het terechte onbegrip dat was ontstaan.

Een andere belangrijke nieuwigheid is de verankering van burgerparticipatie en inspraak. Van bij zijn oprichting heeft Open Vld er steeds voor geijverd om mensen meer te betrekken en inspraak te geven bij het beleid. We zijn dan ook blij dat de verplichting om burgers te laten participeren, nu verankerd wordt in het nieuwe ontwerp van decreet. Interessante praktijkvoorbeelden, zoals de burger- of wijkbegrotingen worden ook opgenomen in het ontwerp van decreet. Het zal mijn collega Willem-Frederik Schiltz, de initiatiefnemer van de Antwerpse Burgerbegroting en auteur van de conceptnota rond burgerparticipatie, alleen maar plezieren.

Collega’s, er is nog een laatste belangrijke krijtlijn waar te nemen in het nieuwe ontwerp van decreet: de resolute keuze voor minder administratieve overlast en meer vertrouwen in onze lokale besturen. Het toezicht wordt afgeslankt en sterk vereenvoudigd. Het is een nieuwe stap in de afbouw van de Vlaamse keizer-kostermentaliteit. We draaien het bekende adagium om: controle is goed, maar vertrouwen is nog veel beter. Ook de transparantie wordt groter, zowel voor gemeenteraadsleden als voor de burger. De leesbaarheid van de begrotingsdocumenten wordt duidelijker en groter. En met de verplichting om alle lokale besluiten te publiceren op de gemeentelijke website, verbetert ook de informatie naar de burger.

Dames en heren, onze fractie zal het nieuwe ontwerp van decreet vol overtuiging goedkeuren. Ja, we hadden dat al wat eerder willen doen, maar beter laat dan nooit. Er zal de komende weken en maanden hard gewerkt moeten worden om alles tijdig klaar te hebben voor de start van de nieuwe lokale legislaturen. Maar we rekenen op de minister dat dat zal lukken.

Ook ten aanzien van u, minister, willen we vertrouwen geven. De controle laten we nog even in de kast, maar we rekenen er evenzeer op dat een vlotte uitvoering van dit belangrijke ontwerp van decreet tegen eind volgend jaar een feit zal zijn. Het stemt mij in dit verband evenzeer tevreden dat ook voor de lokale besturen een Ronde van Vlaanderen georganiseerd zal worden. Dank u wel. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Collega’s, minister, voor ons ligt een belangrijk document, een document dat de werking en de organisatie van de lokale besturen, dus van de gemeenten en de OCMW’s, en ook de intergemeentelijke samenwerking bepaalt voor de volgende jaren, ja zelfs voor het volgende decennium.

Minister, u sprak en u spreekt over een van de belangrijkste hervormingen in de organisatie van de lokale besturen van de voorbije veertig jaar. Toch vond de meerderheid het in dit Vlaams Parlement, uw meerderheid, het niet nodig en niet opportuun om daar ook maar één hoorzitting aan te besteden. Dat is jammer en tegelijk onbegrijpelijk.

Ik ben natuurlijk niet verantwoordelijk voor de regeling van de werkzaamheden in dit parlement. Dat laat ik volledig over aan de voorzitter en de commissievoorzitters. Maar de waarheid heeft ook haar rechten, mijnheer De Loor.

Er zijn over dit thema drie actualiteitsdebatten geweest, zeventien actuele vragen en vier hoorzittingen in de commissie. Als u nu beweert dat er geen enkele hoorzitting is geweest, dan doet u de waarheid toch wel een klein beetje geweld aan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Ik denk toch ook dat u de maat van onze oren onderschat. Ik ga niet zeggen dat het ezelsorenhoogte is, maar wij luisteren wel. Wij hebben hierover maandenlang in afdelingen met mensen gepraat. Wij zijn benaderd door tientallen collega’s die wilden weten waar het naartoe gaat. Wij hebben, als volkspartij, maandenlang geluisterd, tot onze oren tuitten van de reacties en de suggesties die wij overal kregen. Als u zegt dat er dan nog eens een hoorzitting moet komen om het spel nog wat te… Dat vonden wij niet nodig.

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, wat ik hier hoor, is nieuw. Ik hoor op alle fronten dat er te weinig betrokkenheid, te weinig inspraak en overleg was. Maar opeens hoor ik, mijnheer Doomst, dat uw oren tuitten van vermoeidheid. Ik stel dat vast.

Minister, u zegt dat er hoorzittingen zijn geweest en drie actualiteitsdebatten en vragen om uitleg en actuele vragen. Ja, dat bewijst dat het nodig was. Drie jaar bent u hiermee bezig.

Mijnheer De Loor, van twee zaken één. U zegt dat dit decreet een van de belangrijkste hervormingen is voor de lokale besturen. Ik heb altijd gezegd: dé belangrijkste hervorming sinds veertig jaar.

U zegt dat wij er drie jaar mee bezig zijn geweest. Maar had u zelf niet gezegd dat we ons best niet te veel moesten haasten, dat we goed moesten nadenken over wat we deden, dat we het goed moesten implementeren, dat we ons goed juridisch moesten laten adviseren? U hebt het nu over actuele vragen, vragen om uitleg, actualiteitsdebatten. Maar ik wil nog iets heel concreets zeggen over die hoorzittingen. Naar aanleiding van de conceptnota over de integratie van OCMW en gemeenten zijn er hoorzittingen geweest in de commissie. Naar aanleiding van de conceptnota over de hervorming van het landschap van de intercommunales zijn er hoorzittingen geweest in de commissie. Mijnheer De Loor, ik herhaal dat als u zegt dat er geen hoorzittingen zijn geweest, u de waarheid meer dan geweld aandoet. (Applaus van Nadia Sminate)

Minister, bij de regeling van de werkzaamheden was het overduidelijk dat er voor dit ontwerp van decreet geen draagvlak was bij de meerderheid. U was daarbij niet aanwezig, en u hoeft daar ook niet bij aanwezig te zijn. Ik vind dat raar. We weten natuurlijk waarom alles zo snel mogelijk door het parlement moest worden gejaagd. U hebt massa’s tijd verloren door wilde plannen te maken, die zich echter op juridisch glad ijs bevonden. We staan ondertussen op minder dan tien maanden van de gemeenteraadsverkiezingen. We staan op één jaar voor de inwerkingtreding van de wijzigingen. Het is dus hoog tijd dat de lokale besturen weten waar ze aan toe zijn. Deze bekommernis, minister, delen we voor 100 procent.

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

Mijnheer De Loor, ik weet niet hoe het in uw partij zit, maar in mijn partij weten alle mensen die lokaal actief zijn wat er aankomt. Een jaar op voorhand is toch meer dan tijd genoeg? We hebben het debat verschillende keren in het parlement gevoerd. Ik heb de eer en het genoegen gehad om met u over de grond van de zaak van gedachten te mogen wisselen. Dat was enkele maanden, ik denk al bijna een jaar geleden. Dat was een belangrijk debat, een fundamenteel en een goed debat.

Er is een heel duidelijke meerderheid die in een welbepaalde richting wil gaan, die onze lokale besturen wil moderniseren. U denkt daar fundamenteel anders over. Maar u kunt toch niet zeggen dat men lokaal niet weet waar men aan toe is, wat er gaat gebeuren. Men kan toch ook niet beweren dat een jaar op voorhand te laat is. Als dat te laat is, bent u lokaal slecht georganiseerd. Als burgemeester van een centrumstad zeg ik u dat het meer dan op tijd is als wij nu die beslissingen kunnen nemen. Dan zijn we echt op tijd om dat op een goede manier te implementeren. Trouwens, lokaal zijn we al volop bezig met die integratie. Eigenlijk is het grote werk al achter de rug. Dit is eigenlijk het sacrale moment waarop we definitief die bladzijde van het verleden omdraaien. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Ik vind het raar dat u dit nu zegt, want de heer De Meulemeester heeft daarnet ook het woord ‘laat’ in de mond genomen. U had misschien beter moeten luisteren naar wat hij heeft gezegd. Ik heb ook niet gezegd dat het té laat is, maar wel dat het hoog tijd is en dat we die bekommernissen delen dat het nu beslist en bekendgemaakt zou worden.

De voorzitter

Mijnheer De Meulemeester, wat hebt u gezegd?

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Ik heb gezegd dat we het liever vroeger hadden gezien, maar niet dat het te laat was. Iedereen wou het natuurlijk vroeger. We hebben wel een heel traject afgelegd met veel bevragingen. We hebben de VVSG dikwijls bevraagd, er zijn een aantal professoren gehoord in de commissie en we hebben nog tal van andere instanties bevraagd. Voor zo’n belangrijk decreet is het goed dat we dat gedaan hebben. Maar ik denk dat er ons inderdaad nog meer dan genoeg tijd rest om alles op een goede manier te implementeren. Vanaf januari kan ieder lokaal bestuur daarmee aan de slag. De meeste zijn er al meer dan een jaar of soms zelfs twee jaar mee bezig. 

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

We zijn nu op een jaar voor de definitieve implementatie van dit alles. Ik stel vast dat alles klaar en duidelijk is voor de leden van de meerderheid en ik hoop dat er in de volgende weken en maanden geen diarree komt van reparaties aan deze belangrijke materie. Dit zou nog eens de goede werking van de lokale besturen in het gedrang kunnen brengen. Het is al gezegd dat aan dit ontwerp van decreet een aantal conceptnota’s en andere ontwerpen van decreet zijn voorafgegaan. Een aantal van die initiatieven konden ook de goedkeuring van sp.a wegdragen. Ook de hervorming van het bestuurlijk toezicht die in dit ontwerp van decreet is opgenomen, kan onze goedkeuring wegdragen, evenals het feit dat dossierstromen tussen de besturen en toezichthoudende overheid worden afgebouwd met een maximale digitalisering.

Ik wil focussen op drie thema’s: de verdere integratie van gemeente en OCMW, de versterking van de lokale democratie en de intergemeentelijke samenwerking.

Inzake intergemeentelijke samenwerking stellen we vast dat het huidige interbestuurlijk model uitgewoond is. De nieuwe maatregelen die zijn opgenomen in het decreet Lokaal Bestuur, liggen in het verlengde van het voorstel van decreet dat de heer Vandenbroucke en ikzelf hebben ingediend. We zijn tevreden dat de principes van onze voorstellen werden overgenomen, hoewel onze voorstellen nog een stapje verder gingen. Door de nieuwe bepalingen zal de algemene vergadering een echt aandeelhoudersbestuur worden, dat de strategische lijnen uitzet en een beperkte raad van bestuur aanduidt met meer aansprakelijkheid van de bestuurders, die zich stevig zullen moeten verantwoorden in de algemene vergadering.

Wat betreft de verdere integratie van gemeente en OCMW, alsook de zogenaamde versterking van de lokale democratie, hebben wij de moeite genomen om er zowel het regeerakkoord als uw beleidsnota 2014-2019 bij te nemen. De resultaten zijn ontluisterend en nog slechts flauwe afkooksels van de initiële plannen. Over de verdere integratie van gemeente en OCMW staat in het regeerakkoord: “We integreren de OCMW’s uiterlijk tegen de start van de volgende bestuursperiode volledig in de gemeentebesturen. Dit zou ook vrijwillig kunnen gebeuren voor de centrumsteden. We werken modellen uit die de gemeente bij deze integratie kunnen hanteren.”

Er wordt verwezen naar een extern verzelfstandigd agentschap. Minister, in uw beleidsnota spreekt u over een basismodel en een aantal andere modellen waar uit gekozen zou kunnen worden. Voor de centrumsteden zou de integratie van OCMW en gemeente een vrijwillig karakter hebben. We zijn ondertussen meer dan drie jaar verder en van uw oorspronkelijke concrete plannen blijft nog weinig over.

Voor sp.a is het duidelijk: het maakt niet uit of de kat zwart of wit is, als ze maar muizen vangt. Het is ons eender hoe ons OCMW in de toekomst zal gaan heten. Waar het ons om gaat, is het versterken van het lokaal sociaal beleid. Sp.a heeft de voorbije jaren heel sterk ingezet en dat als uitgangspunt genomen voor de hervorming en de versterking van het lokaal sociaal beleid. Aangezien er zelfs geen evaluatie gebeurde van de werking en de dienstverlening van de OCMW’s en er voorafgaandelijk weinig overleg plaatsvond, noch met OCMW’s noch met het federale niveau, wordt er al drie jaar gepalaverd over structuren en instellingen. Bewijs hiervan zijn de verschillende conceptnota’s en de verschillende federale initiatieven die door de Raad van State werden gekelderd omdat dit een schending van de bevoegdheidsregels uit de bijzondere wet tot hervorming der instellingen (BWHI) inhield.

Dit alles, meer dan drie jaar tijdverspilling, heeft ingrijpende gevolgen voor de initiële plannen van de Vlaamse Regering, met andere woorden, dat was weinig doordacht beleid en al zeker niet gebaseerd, minister, op bestuurlijke inzichten. Drie jaar rondjes draaien, drie jaar gissen en missen. We vragen ons eigenlijk af wat de voorbije drie jaar hebben bijgedragen aan de versterking van dat lokaal sociaal beleid.

Michel Doomst (CD&V)

Mijnheer De Loor, mocht ik socialist zijn – ik durf er niet aan denken – dan zou ik toch echt blij zijn dat er nu een ontwerp van decreet voorligt waarmee al die sociale taken die het OCMW nu op zich neemt, worden geïntegreerd in het gemeentelijk beleid waar alle poten van dat beleid een sociale dimensie moeten krijgen. Dat kan toch niet anders zijn dan een project dat jullie als positief en aantrekkelijk beschouwen?

Mijnheer Doomst, ik wil even uw geheugen opfrissen. Er was het decreet Lokaal Sociaal Beleid van 2004. Ik denk dat dat in alle steden en gemeenten ervoor gezorgd heeft dat er een integraal lokaal sociaal beleid wordt gevoerd. Wie dat niet doet, is een sukkelaar. Die hebben dan die grote kans van toen gemist. Welkom in de 21e eeuw, mijnheer De Meulemeester. Wie dat nog niet doet en dat niet op de agenda zet van de gemeente en het OCMW, loopt enorm achterop met zijn lokaal sociaal beleid. Dit ontwerp van decreet zal geen wereld van verandering brengen, mijnheer Doomst, voor de versterking van het lokaal sociaal beleid. Dat is mijn punt. Daaromtrent wou ik toch uw geheugen eens opfrissen.

Mijnheer De Loor, dat we hierover van standpunt verschillen, is duidelijk. Het is ook al de afgelopen drie jaar gebleken. Ik ga u één simpele vraag stellen die ook heel simpel te beantwoorden valt. Bent u voor of tegen de integratie van de OCMW’s in de gemeenten? Voor of tegen?

Minister, waar dat nog niet gebeurd is, hinken ze oeverloos achterop. Dat zal zich ook uiten in de sterkte van dat sociaal lokaal beleid. We zijn natuurlijk voor een integratie, voor een integraal lokaal sociaal beleid. (Applaus bij de meerderheid)

Natuurlijk zijn wij daar voor.

Dat is een beetje rond de pot draaien, mijnheer De Loor.  Mijn vraag is heel simpel. Bent u voor de integratie zoals ze vandaag voorligt? Ja of nee?

Zoals ze vandaag voorligt, minister? Neen. (Opmerkingen)

Neen, want u spreekt, en er zijn al een paar collega’s over tussengekomen, over een daling van het aantal mandaten. Wel collega’s, ik kan u vertellen, Oudenaarde bijvoorbeeld heeft 31 gemeenteraadsleden en 11 OCMW-raadsleden. Die 11 OCMW-raadsleden worden er 31. Het sociaal comité telt 3 leden, wel dat gaat naar 8 leden. Is dat een vermindering? In mijn ogen niet.

Dat is dezelfde wiskunde die u hebt toegepast in de commissie. Laten we dit parlement nemen. U zegt: laten we die volksvertegenwoordigers die bevoegd zijn voor gewestbevoegdheden en zij die bevoegd zijn voor gemeenschapsbevoegdheden, optellen. Dat is de redenering die u maakt. U weet zeer goed dat de OCMW-raadsleden verdwijnen, dat de gemeenteraadsleden van rechtswege ook OCMW-raadsleden zijn. U hebt gelijk dat er inderdaad ook een bijzonder comité komt, maar ik hoop dat u het met mij eens bent dat het nodig is omwille van de privacy voor die mensen die hulp komen vragen.

U moet hier echt niet komen vertellen dat er een toename is van het aantal mandaten. Er verdwijnen, niet alleen door de integratie van OCMW en gemeente maar ook door alle oefeningen in het kader van de intercommunales, minstens 2500 mandaten. Is het mij daarom te doen? Bij de intercommunales wel, maar is het mij bij de integratie van OCMW en gemeente echt doen om het aantal mandaten te verminderen? Neen. Ik wil een lokaal sociaal beleid dat geïntegreerd is, en dat bestaat vandaag niet, mijnheer De Loor. Er is nog altijd de gemeenteraad. Er is nog altijd de OCMW-raad. U als OCMW-voorzitter zou heel goed moeten weten dat bepaalde zaken die in het OCMW worden besproken, niet in de gemeenteraad mogen worden besproken.

Ik ben het eigenlijk volledig eens met collega Somers – en dat zal u niet verbazen – dat we in de 308 Vlaamse gemeenten – faciliteitengemeenten even buiten beschouwing gelaten – echt al wel integratie op het veld zien, dat iedereen eigenlijk al bezig is. Ik kan alleen maar besluiten dat het blijkbaar in Zottegem niet het geval is, maar in de rest van Vlaanderen gebeurt het wel, meneer De Loor. (Applaus bij de N-VA)

Minister Homans, ik hoor hier rare dingen. Ik hoor hier vreemde dingen. Ik hoor u zeggen dat er momenteel geen integraal lokaal sociaal beleid wordt gevoerd. Ik zeg u dat dat wel het geval is. Ik zou u dan ook uitnodigen, minister, om als bevoegd minister eens naar de lokale besturen te gaan om u daarvan te vergewissen. Ik zeg u dat het mogelijk is. Het is mogelijk gemaakt sedert 2004 met het decreet Lokaal Sociaal Beleid, maar daar zwijgt u natuurlijk liever over.

Collega's, versterking van de gemeenteraad: hier is iets onbegrijpelijk gebeurd. Kent u dit, minister? In het regeerakkoord 2014-2019 staat: “We versterken de gemeentelijke democratie, onder meer door het voorzitterschap van de gemeenteraad in alle gemeenten te laten opnemen door een gemeenteraadslid zonder uitvoerend mandaat.’ In uw beleidsnota hebt u dit letterlijk overgenomen. In dit ontwerp van decreet wordt de piste uit het Vlaams regeerakkoord en uit uw beleidsnota jammer genoeg verlaten. Voor ons is het een raadsel waarom dit gebeurde. Het kon nochtans op de goedkeuring van sp.a rekenen. Blijkbaar kiest u ervoor om af te stappen van het idee om de gemeenteraden te versterken.

Collega's, stel u voor dat minister-president Bourgeois dit Vlaams Parlement zou voorzitten. Of erger nog, erger nog, dat minister Homans dit Vlaams Parlement zou voorzitten. Dat is toch ondenkbaar.

De voorzitter

Wel even met mij rekening houden, mijnheer De Loor.

Voorzitter, ik zei al dat het ondenkbaar is.

De voorzitter

Dan is het goed.

Ik wil het ook zo houden, want het orgaan dat de controle moet uitoefenen op de uitvoerende macht, wordt voorgezeten en de debatten worden gemodereerd door een uitvoerend mandataris. Mocht dat hier het geval zijn, zou niemand dat begrijpen. Waar zit de logica? Welke krachten hebben hier gespeeld? Maar als sp.a blijven we resoluut kiezen voor de versterking van de gemeenteraad en we hebben daartoe in de plenaire vergadering een amendement ingediend zodat de voorzitter van de gemeenteraad niet langer een uitvoerende mandataris kan zijn. Collega's, we hopen dan ook op het voortschrijdend inzicht en we zijn als sp.a vragende partij om, op dit vlak weliswaar, het regeerakkoord uit te voeren.

We zijn ook van oordeel dat de functie van gemeenteraadsvoorzitter moet worden versterkt, om de raad performanter en ook zichtbaarder te maken. De voorzitter moet onder andere aanwezig kunnen zijn op de vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau bij het vastleggen van de agenda’s. Uit alles wat nu voorligt, blijkt jammer genoeg dat er geen grondig debat plaatsvond over de werking van de gemeenteraad, onder andere over de rol van de raadsvoorzitter, zijn ondersteuning, zijn verhouding tot de uitvoerende organen enzovoort. Ik veroorloof me hier om de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) te citeren. Die zegt dat het ontwerp van decreet inzake lokaal bestuur op dit terrein “amper stappen” in de richting van een modernisering bevat.

Collega’s, nog een stukje over de structurele onbestuurbaarheid. Het is gebleken in de voorbije legislatuur dat er een aantal gemeenten zijn waar het huidige systeem van de structurele onbestuurbaarheid niet werkt. Minister, dat is hier door een aantal collega’s ook al aangehaald, maar toch ziet u niet de ‘sense of urgency’ van een aanpassing aan de bestaande procedure. Dat is opnieuw een standstill, waarbij de lokale besturen en de inwoners van de gemeenten die in structurele onbestuurbaarheid verkeren, het kind van de rekening zijn. Het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) maakte een evaluatierapport, ook met de inbreng van de gouverneurs, de VVSG en ook een aantal professoren. Ook al kwamen er zware tekortkomingen in de huidige procedure aan de oppervlakte, toch gebeurde er tot op vandaag geen enkele bijsturing en blijven deze gemeenten nog zeker één jaar in het drijfzand. Omdat sp.a het goed meent met de lokale besturen en omdat we een goede werking en dienstverlening voorstaan, willen we de gemeenten in de toekomst dan ook uit dat drijfzand halen. We doen dat door middel van een amendement.

Conclusie: collega’s, minister, niettegenstaande dat er goede elementen in terug te vinden zijn, is dit ontwerp van decreet een gemiste kans om de lokale besturen echt te hertekenen en te moderniseren. Die lokale besturen, dat is het niveau waarin de burger het meeste vertrouwen heeft. Dit is een gemiste kans om die besturen zelfzeker de toekomst in te sturen, want voor sp.a is de toekomst aan gemeenten, is de toekomst aan steden. Daarom zullen we ons onthouden over dit ontwerp van decreet. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Collega’s, goedemiddag. Ik ben stand-in voor Ingrid Pira, die, zoals u wellicht weet, een ongeval heeft gehad en gisteren is geopereerd aan haar arm. Ik zal proberen haar rol dienstbaar over te nemen, maar tegelijk vind ik het eigenlijk nog eens heel plezant om over dat thema binnenlands bestuur iets te kunnen zeggen. Dat is een oude liefde van mij, maar je kunt natuurlijk niet alles volgen.

Minister, ik zal ook de kern volgen van het betoog dat mevrouw Pira hier in de commissie heeft gehouden.

Collega’s, het lokale bestuur is het belangrijkste bestuursniveau. Het is ook het niveau dat het meeste vertrouwen van de burger geniet. Je merkt trouwens ook in de realiteit, en u weet dat meer dan ooit, minister, dat er momenteel een systematische verschuiving aan de gang is van bevoegdheden van hogere overheden naar het lokale niveau. De sectoren die ik het beste ken, cultuur, jeugd, sport, zijn daar uitdrukkelijke voorbeelden van. Dit ontwerp van decreet is dan ook de belangrijkste hervorming van het lokale bestuur van de jongste veertig jaar.

Minister, het is goed dat u de ambitie had om dat lokale niveau te hervormen. Ik heb hier in een lang geleden verleden, dat we – als ik me niet vergis – nog hebben gedeeld, ooit eens meegewerkt aan een eerdere poging tot hervorming, die niet is gelukt. Dan spreken we echter over goed vijftien jaar geleden. Dit is echter helaas niet de hervorming die Groen voor ogen had.

We staan voor een slagkrachtige lokale overheid, ingebed in een structuur van stads- en streekgewesten. Het lid van het Vlaams Belang heeft met heel veel moeite een gelijkaardig idee niet verdedigd of wel verdedigd, dat is mij niet duidelijk. De realiteit is dat we tegelijkertijd de provincies en heel veel intercommunales zouden kunnen vervangen als we stads- en streekgewesten zouden organiseren. Geïntegreerd bestuur, veel minder bestuursmandaten waar we allemaal voor zijn, veel meer effectiviteit en veel meer efficiëntie, en Vlaanderen dat voor bovenlokale bevoegdheden een beroep doet op streken die herkenbaar zijn bij het publiek. Ik zal daar niet verder op ingaan. Het staat helaas niet in dit ontwerp van decreet.

In dit ontwerp van decreet vinden we een aantal goede elementen. Denk aan de voltooiing van de integratie van het OCMW in de gemeente, een proces dat de facto in vele steden en gemeenten reeds aan de gang was. Zelfs de heer De Loor heeft dat daarnet bevestigd. Het blijft natuurlijk wel de vraag welk effect die inkanteling van het sociaal beleid – niet het sociaal beleid as such, want dat verdedig ik ten volle –, van de persoonlijke steundossiers en de gevoeligheid die daarmee gepaard gaat, zal hebben. Ik begrijp dat het bijzonder comité en de wijze waarop dit wordt georganiseerd, de nodige garanties zal bevatten om de integriteit van hulpvragers te waarborgen.

Mijnheer Caron, ik heb er alle begrip voor dat u mevrouw Pira, een trouw bezoekster van mijn commissie, vervangt. Ik ben blij dat Groen voorstander is van de integratie van het OCMW in de gemeente, als ik u tenminste niet verkeerd heb begrepen.

Er komt inderdaad een bijzonder comité met de mogelijkheid tot subcomités. Een gemeenteraadslid is per definitie van rechtswege een OCMW-raadslid. Lees, de gemeenteraad is de OCMW-raad. Het zal absoluut niet de bedoeling zijn dat daar over individuele gevallen zal worden gesproken. Iemand die een leefloon komt aanvragen of dringende medische hulp komt aanvragen, zal dat doen met respect voor zijn of haar privacy in dat bijzonder comité. We hebben daar wel degelijk aan gedacht. Het is een gedeelde bekommernis dat zulke zaken niet thuishoren in een publiek forum zoals de gemeenteraad.

Bart Caron (Groen)

Ik ben het met u eens.

De inkanteling vinden we zeker positief, laat daar geen twijfel over bestaan. Ik heb trouwens begrepen dat het bijzonder comité ook een rol kan krijgen als een soort van adviesorgaan voor sociaal beleid. Het feit dat die mensen vertrouwd zijn met de individuele steundossiers opent een breder perspectief.

Wat met de gemeenten die niet klaar geraken? In een aantal gemeenten zullen allicht problemen opduiken. Krijgen die extra tijd? Hoe gaan we daarmee om? Het is een bekommernis om de eindmeet te halen, desnoods in het tweede peloton als het moet. We moeten daar wel aandacht voor hebben om geen zaken te laten mislopen.

Ik deel uw bekommernis, maar het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) begint volgend jaar met een ronde van Vlaanderen om alle lokale besturen, gemeenten en steden te informeren over hoe dit moet worden geïmplementeerd en dergelijke. U weet uit uw ervaring dat heel veel lokale besturen al bezig zijn met die integratie. We zullen er alles aan doen opdat er geen wielen worden afgereden. We maken ons sterk dat dit niet zal gebeuren. Niet alleen mijn administratie zal daar op toezien, maar ook de VVSG geeft informatierondes. We zijn hier al drie jaar over bezig in het parlement. Doordat er al heel veel over is geschreven – het is niet altijd een even sexy onderwerp voor de media maar wel een heel belangrijk –, denk ik dat de meeste lokale besturen wel weten waaraan en waaraf. We zullen ze blijven bijstaan, niet alleen tijdens die ronde van Vlaanderen – dan bedoel ik niet de koers – maar ook daarna. ABB blijft ter beschikking om bijkomende vragen te beantwoorden.

Bart Caron (Groen)

Veel gemeenten anticiperen ook vandaag al op de wijziging.

Ander positief punt zijn de initiatieven rond intergemeentelijke samenwerking en het terugschroeven van het aantal mandaten. Laat er geen twijfel over bestaan, we steunen ze. Alleen zijn we wel bekommerd, minister, over de positie van kleinere gemeenten in intercommunales. Zij zullen geen plaats meer krijgen in de raad van bestuur, want het aantal mandaten is beperkt. Daar moeten zeker oplossingen voor bestaan. Misschien kan de algemene vergadering van een intercommunale een voldoende sterke rol krijgen, zodat de kleine gemeenten niet van de besluitvorming worden uitgesloten. We moeten dus ook aandacht hebben voor die andere kant van de medaille. Ik heb het dan niet over de megagrote intercommunales, maar bijvoorbeeld over een intercommunale als Leiedal bij ons in de regio. Dertien gemeenten maken er deel van uit, en de grote gemeenten eisen traditioneel wat meer mandaten op dan de kleine. Hoe moeten de kleine daarmee omgaan? We mogen dat punt niet laten ondersneeuwen onder de thematiek van de mandaten en vergoedingen. Een intercommunale is geen rechtstreeks verkozen orgaan en er is geen democratische controle, maar voor de kwaliteit van de democratie moeten we daarvoor aandacht krijgen. De algemene vergadering versterken lijkt me de beste optie.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Mijnheer Caron, uw bekommernis is ons natuurlijk niet ontgaan, en daarom hebben we op het einde nog een amendement ingediend dat het mogelijk maakt regionale comités op te richten, zelfs met een zekere bevoegdheidsoverdracht wanneer het om territoriale aangelegenheden gaat. De meerderheid in haar geheel is in elk geval bekommerd en wil de kleine gemeenten die aan een intercommunale deelnemen en er met een deel van hun middelen in zitten, ook sterk bij de werking ervan betrekken.

Bart Caron (Groen)

Fijn initiatief, dat ik trouwens ook heb zien passeren. Ik weet dat u een pleitbezorger van de kleine gemeenten bent, en terecht.

Minister, ik zie natuurlijk ook een reeks gemiste kansen. Ik wil het geen gebreken noemen, wel gemiste kansen. Ik wil ze even opsommen. Misschien is dat obligaat, maar ik wil het doen omdat ik ervan overtuigd ben.

De versterking van de lokale democratie is een containerbegrip, maar ik wil het specifiek over de rol van de gemeenteraad hebben. Collega’s die in de gemeenteraad zitten – niet in een college – weten heel goed, zeker in de oppositie, hoe beperkt hun bewegingsruimte en zeker hun invloed is, hoe weinig er in de realiteit naar hen wordt geluisterd. Dat geldt voor de werking van de gemeenteraad zelf, maar ook voor de tendens dat steeds meer bevoegdheden aan verzelfstandigde entiteiten en intergemeentelijke samenwerking worden overgedragen. Als we zo doorgaan wordt de gemeenteraad enkel nog een doorgeefluik voor begrotingsbedragen aan bepaalde entiteiten. Vaak zijn zelfstandige entiteiten zinvol om operationeel krachtig en snel te kunnen werken, maar in veel gevallen zijn ze dat ook niet. De evaluatie ervan ontbreekt hier. Hoe kunnen we de rol van de gemeenteraad, als parlement van het lokaal bestuur, versterken? Die oefening is helaas niet gebeurd. Wij hadden heel graag de gemeenteraden en hun leden meer armslag gegeven.

Collega’s hebben het ook al over het voorzitterschap van de gemeenteraad gehad. Collega De Loor vergeleek het een beetje persiflerend met een situatie waarin u, minister Homans, ook voorzitter van het Vlaams Parlement zou zijn. Precies, u hebt gelijk, bespaar mij dat. Het zou goed zijn die lijn ook op lokaal vlak door te trekken. Burgemeesters die zelf geen voorzitter van de gemeenteraad zijn, spreken daar alleen op een positieve manier over. Ik ken er verschillende. Ze zeggen dat ze veel meer ruimte hebben om in discussies over beslissingen ook hun eigen politiek standpunt naar voren te kunnen brengen, zonder dat ze tegelijk het debat in goede banen moeten leiden. Het is ook een kwestie van de scheiding der machten, wetgevende en uitvoerende, op het lokale niveau. 

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Mijnheer Caron, u mag niet de indruk geven dat een niet-uitvoerend mandataris onmogelijk voorzitter van de gemeenteraad kan worden. Dat kan namelijk wel, maar precies de lokale overheid moet oordelen wat ze het beste vindt.

Vinden zij het best dat een niet-uitvoerend mandataris is, kunnen ze die keuze maken. Vinden ze het best het een uitvoerend mandataris of de burgemeester is, kunnen ze die keuze ook maken. Dat is de lokale autonomie om daarover te beslissen. We vinden het niet nodig vanuit Brussel alles te regelen met betrekking tot de werkzaamheden van de gemeenteraden. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Bart Caron (Groen)

Mijnheer Dochy, als gewezen medewerker van de VVSG voel ik me nauw verwant met het thema. Soms moeten we een lijn trekken. In dit ontwerp van decreet staan honderden artikelen waarin de Vlaamse overheid wel een lijn trekt. Dit is een zeer principiële lijn die niemand pijn zou hebben gedaan. Ik twijfel niet aan uw persoonlijke inzet of competentie om de gemeenteraad voor te zitten. Dit is een princiepskwestie. Volgens mij zouden we hier beter doorzetten in plaats van te aarzelen, zeker aangezien dit in het Vlaams regeerakkoord staat. Dat is nog een bijkomend machtsargument.

Mijn derde opmerking sluit aan bij mijn eerste opmerking. Ik mis in dit ontwerp van decreet echt een versterking van de ondersteuning van de raadsleden. Het wordt er niet eenvoudiger op met de complexiteit en de intensiteit van het bestuur, de politieke verantwoording die aan de kiezers moet worden afgelegd, het aanwezig zijn in de samenleving en het doorploegen van de honderden pagina’s van moeilijke dossiers. Het zou fijn zijn indien er meer mogelijkheden zouden zijn om de raadsleden te ondersteunen. Er zijn mogelijkheden, zoals het politiek verlof of de fractieondersteuning. Een aantal steden en gemeenten in Vlaanderen hebben dat zelf georganiseerd. Anderen hebben dat helemaal opzij laten liggen.

Ik heb zelf voldoende ervaring in de gemeenteraad. Voor wie namens een relatief kleine fractie raadslid is in een centrumstad is het erg moeilijk en lastig. De complexiteit doorgronden is een zeer intense vrijetijdsactiviteit. Dit komt de kwaliteit van het bestuur eigenlijk niet ten goede. Enige ondersteuning zoals in het Vlaams Parlement, maar uiteraard niet op die schaal, zou wel mogen. Er zijn nog veel andere formules.

Mijnheer Caron, ik ben het er absoluut mee eens dat het, althans als het de bedoeling is dat op een serieuze manier te doen, wel enig werk en veel tijd vergt om in een gemeente of een stad lid van de gemeenteraad of, in de toekomst, lid van de gemeenteraad en de raad van het OCMW, te zijn.

Ondersteuning is echter mogelijk. We willen eigenlijk zo weinig mogelijk met een keizer-kostermentaliteit vanuit de Vlaamse overheid aan de Vlaamse steden en gemeenten opleggen. Ik ken veel lokale besturen waar wel degelijk ondersteuning bestaat. Het is natuurlijk aan de desbetreffende stad of gemeente om die keuze te maken.

Ik ben het er absoluut mee eens dat het veel tijd en energie kost om het mandaat van gemeenteraadslid in Vlaanderen op een correcte wijze uit te voeren. Die zitpenning van 205 euro volstaat niet. Ik denk echter niet dat dit het klimaat is om daarover een debat te voeren. Dat hebt u ook niet bepleit.

Bart Caron (Groen)

De inzet is groot. De ruimte is er. In de realiteit doen geen honderd lokale besturen dit. Indien de helft van de lokale besturen dit zou doen, zou ik hier niet voor pleiten. Ik zou gewoon zeggen dat iedereen naar de goede voorbeelden moet kijken. De realiteit is dat het buitengewoon uitzonderlijk is. Volgens mij zijn er hooguit een vijftal lokale besturen die fracties en gemeenteraadsleden op een bijzondere wijze ondersteunen. Ik betreur dat.

Gent is een van de sterkste voorbeelden. In Gent gebeurt dat wel, en dat merken we aan de kwaliteit van het bestuur. Dat is zo. De vraag is dan waarom we die kans laten liggen. De samenvoeging met de OCMW’s zal het werkvolume immers niet verminderen. Integendeel, er komt een stapel werk bij voor al die vrijwillige gemeenteraadsleden die dat nu na hun uren doen.

Een vierde punt betreft de genderverdeling in de colleges van burgemeester en schepenen. In de adviesraden en de autonome gemeentelijke bedrijven geldt een bepaalde verhouding. Dit houdt in dat maximaal twee derde en minimaal een derde van de leden van hetzelfde geslacht moet zijn. Dit geldt in zekere mate voor de verkiezingslijsten, althans voor de eerste drie namen. Er is ook een balans voor het geheel van de lijsten.

Waarom ontbreekt zo een belangrijk principe vandaag in een dergelijk decreet? Sorry, maar dit kun je niet aan de lokale autonomie overlaten. Dat is ook een lijn die je trekt. Je trekt ze, en dat is dan duidelijk. Dan weet op voorhand iedereen hoe het in elkaar zit. Ik betreur heel erg dat in een modernisering van een Gemeentedecreet, een OCMW-decreet en een deel Intercommunaledecreet die keuze niet is gemaakt. We leven nu eenmaal nog altijd in een sterke mannendominantie in de politiek. Dit was een fantastische gelegenheid voor u, minister, die volgens mij een boegbeeld bent van deze beweging, om dat mee te ondersteunen. Het is een gemiste kans.

We noemen niet graag die goede voorbeelden, maar in Wallonië en in Brussel is die regel wel van kracht. Soms kunnen we ook iets leren van de buren. U moet niet reageren. Ik neem aan dat daar geen zinvol antwoord op te geven is.Collega's, dan is er de cumul. Sorry voor wie zich aangesproken voelt. We weten allemaal dat de combinatie tussen een uitvoerend mandaat zeker in een wat grotere gemeente of stad – ik wil dat onderscheid nog maken – en een Vlaams parlementsmandaat of een federaal mandaat in de Kamer, verschrikkelijk veel energie en moeite kost als je dat allebei heel goed wilt doen.

– Wilfried Vandaele, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Bart Caron (Groen)

Dit was ook een zeer goede opportuniteit om minstens een aantal grenzen of beperkingen van cumul in te voeren. Wij hebben voorgesteld om dat absoluut te doen, dus een absoluut cumulverbod. Dat zou zachter kunnen, maar vandaag is er geen enkele vorm van beperking ter zake ingevoerd, behalve wat de weddes betreft, maar dat is een ander verhaal. Sorry voor wie het niet eens is met mij, maar in goed besturen, daar zijn wij van overtuigd en dat is een regel die wij in onze partij absoluut honderd procent respecteren, is er een cumulverbod. Je weet waar je aan begint. Mocht dat ook in het decreet gestaan hebben, dan zou ook iedereen geweten hebben waar hij aan begint.

Ik heb enig begrip voor mensen uit kleinere gemeenten met uitvoerende mandaten omdat daar de weddes te klein zijn in verhouding tot hun inzet. Daar zijn andere oplossingen voor. Dat mag geen motief zijn om het cumulverbod ‘as such’ aan de kant te schuiven.

Ik kom tot belangenvermenging in dezen. Men zegt vaak dat dat men de belangen van zijn gemeente beter kan verdedigen in Brussel. Zo wordt dat dan gezegd. Is dat dan politiek verdedigen in zittingen, commissies? Of is dat dan een positie dichterbij ten aanzien van Vlaamse uitvoerende mandatarissen zoals ministers of ook federale ministers? Dat is op zich geen gezond principe. Hier heb je dan ook de samenvloeiing van een uitvoerend mandaat, lokaal bijvoorbeeld, met een wetgevend mandaat in dit parlement. Geef toe, als je de trias politica wilt respecteren, dan had dat ook hier moeten worden doorgevoerd.Mijn voorlaatste punt gaat over burgerparticipatie, minister. Het ontwerp van decreet bevat wel een paar dingen om dat vorm te geven, maar niet zoveel. Wij hadden graag dingen als burgerkabinet en burgerbegrotingen – u kent de formules die vandaag leven – een plek zien krijgen in dat ontwerp van decreet. Het had geen gesloten systeem moeten zijn, maar een open systeem met misschien een paar elementaire regels als je burgers wilt laten participeren, waar we met zijn allen heel hard voor zijn. Dit is helaas niet inspirerend, dat is het minste wat je kunt zeggen. Het is nagenoeg een status quo met het verleden.

– Jan Peumans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Bart Caron (Groen)

De regel dat wanneer een lokaal bestuur niet ageert inzake pakweg ruimtelijke ordening, de burgers in de plaats van het bestuur naar de rechter kunnen stappen, is geschrapt. Dat is ook geschrapt in de codextrein ruimtelijke ordening die onlangs gepasseerd is. Sorry, maar dat zijn voor mij aanwijzingen dat u het niet echt meent met de burgerparticipatie. Wat er al was, schrapt u in de decreten. Dat is heel erg jammer.

Ik kom op het einde van mijn verhaal met nog een element. Het gaat verder dan dit decreet. Collega's, we hadden met zijn allen de voorbije maanden de mond vol van de cumul van vergoedingen in allerlei bestuursniveaus, met dank aan een aantal collega's die het heel erg bont hebben gemaakt.

Voor de meeste mensen is dat niet de realiteit. Dat wil ik toch even onderstrepen. Ondanks mijn betoog over cumul worden veel mensen niet bepaald rijk van politiek engagement. Dat mag ook eens worden gezegd. De idee van minder mandaten is doorgevoerd. Minister, als je de regioscreening ter hand neemt die uw voorganger heeft gemaakt, en die trouwens niet eens meer op de website van het ABB staat, dan zie je dat we in Vlaanderen een onwaarschijnlijk amalgaam hebben van allerlei intergemeentelijke en gelijkaardige vormen van samenwerking van OCMW's, van gemeenten, van gemeentelijke, verzelfstandige en zelfs filialen ervan, van AGB's enzovoort. Wat houdt ons tegen om ook eens een grote denkoefening te doen om de regionale versnippering stop te zetten?

Moeten we er niet naar streven om in dat tussenniveau – de realiteit is wat ze is, ik vind niks uit – veel meer samenwerking te genereren en te komen tot stads- en streekgewesten? Daarin kunnen lokale besturen een rol spelen. Een gekozen of deels gekozen raad, zoals de Franse communautés urbains, een soort van streekgewest waarbij burgemeesters, schepenen maar ook rechtstreeks verkozen mensen samen hun regiobesturen met toegewezen of met afgestane bevoegdheden upgraden. Vanuit lokale besturen kunnen ze zeer schitterend werk doen op terreinen die een lokaal bestuur vandaag alleen niet kan. Denk aan de uitbouw van een vervoersplan, de organisatie van fietssnelwegen, van openbaar vervoer. Het zijn allemaal dingen die het lokale niveau overstijgen, maar dat soms ook te veraf is van Vlaanderen.

De betrokkenheid van lokale bestuurders kan bij de uitbouw van De Lijn en de dienstregeling in een streek een grotere impact hebben omdat ze de themata die in hun streek aan de orde zijn beter kennen, hoe mensen zich verplaatsen, waar noden zijn, waar nieuwe industriegebieden worden gepland, nieuwe wooneenheden, grote woonwijken. Zij kunnen daar vanuit de streek veel beter op inspelen.

Dit pleidooi zou ertoe leiden dat we veel minder intercommunale structuren hebben, veel minder verzelfstandigde structuren, en dus ook veel minder mandaten en een veel beter geïntegreerd en krachtiger lokaal bestuur. Ik dank u allemaal. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, er is natuurlijk al heel veel over gezegd, niet alleen vandaag en de afgelopen weken, maar ook de afgelopen jaren, in het parlement en ook in de commissie. Ik wil vooreerst de meerderheidspartijen, maar ook de heer Caron en de partij Groen danken voor de lovende woorden. U was zeer constructief, dus dank daarvoor.

Ik vind het ook heel belangrijk de commissiesecretaris en de diensten van het Vlaams Parlement te bedanken, die het toch mogelijk hebben gemaakt dat we slechts twee weken geleden over het ontwerp van decreet in de commissie hebben gestemd en dat we dit nu al plenair behandelen. Voorzitter, als u zo vriendelijk zou willen zijn mijn hartelijke bedanking over te maken, dan ben ik u voor eeuwig dankbaar, maar dat was ik sowieso al.

Collega's, nog even kort over de inhoud. Ik niet alleen, maar ook anderen hebben gezegd dat dit inderdaad de grootste hervorming is in veertig jaar op het vlak van de lokale besturen. Dat is waar. Alles zit nu duidelijk in een decreet. Sommigen noemen het een bijbel, anderen een codex, maar het is vooral goed voor de mensen die op het lokale niveau actief zijn, dat alles is gebundeld in een duidelijk decreet.

De bedoeling van het regeerakkoord, van de beleidsnota is altijd geweest – u weet wat er federaal is misgelopen, maar we hebben onze eigen bevoegdheden uitgeput – om tot een geïntegreerd lokaal sociaal beleid te komen. Dat hebben we vandaag met dit ontwerp van decreet kunnen bewerkstelligen. Dat is een zeer goede zaak. Het is ook zeer belangrijk dat we naar een politieke integratie gaan van de OCMW's en de gemeenten, met respect voor de mensen die het moeilijk hebben in onze samenleving, met respect voor de privacy van mensen die bijvoorbeeld om een leefloon of dringende medische hulp komen vragen.

En tegelijkertijd zullen we niet alleen een politieke integratie doen, maar ook een ambtelijke integratie. Dat is zeer belangrijk: één algemene aansturing van alle diensten van een lokaal bestuur. Dat is een goede zaak.

Er zijn ook veel minder regels wat betreft het toezicht van bovenaf naar en op de lokale besturen. Dat is ook een van de blijken dat wij vertrouwen geven aan die lokale besturen, dat we afstappen van ‘Vlaanderen zal eens zeggen tegen de Vlaamse gemeenten en steden hoe het eigenlijk allemaal moet.’ Wij spelen geen keizer-koster meer vanuit Brussel: we geven heel veel autonomie, vrijheid en ook verantwoordelijkheid aan die lokale besturen.

Ik zeg nog kort iets over de strengere regels voor de intercommunales. Ik heb daarnet al gezegd dat wij in Vlaanderen eigenlijk al zeer strenge regels hadden met het IGS-decreet uit 2001 – 205 euro bruto, maximum drie mandaten, een parlementslid mag geen lid zijn van een intercommunale –, maar ook voor de afgeleide structuren. Dat leidt tot minder mandaten. En in dit debat over de intercommunales vind ik dat wel degelijk belangrijk. In het debat over de integratie van het OCMW in gemeenten vind ik het vooral belangrijk dat we een nog betere dienstverlening en een nog beter sociaal beleid kunnen geven aan die mensen die het echt nodig hebben. Dat er minder mandaten uit voortkomen, is mooi meegenomen, maar het was niet de hoofdintentie. Bij intercommunales is dat wél de hoofdintentie geweest, niet alleen minder mandaten – ik heb het daarnet gezegd: minstens 2500 – maar ook veel meer transparantie. Niet alleen over de zogenaamde zitpenningen die men krijgt, want als men in een publiekrechtelijke structuur ziet is dat heel duidelijk: 205 euro bruto. Maar u weet dat een soort spinnenweb was ontstaan met schoonmoeders, stiefmoeders, kleinkinderen, achterkleinkinderen en dan nog een nonkel, allemaal afgeleide structuren, die eigenlijk een privaatrechtelijk statuut was, zodat het heel moeilijk te achterhalen was wat iemand eigenlijk nog kon verdienen met al de mandaten in de intercommunales.

We hebben met dit ontwerp van decreet niet alleen transparantie gevraagd – en we zullen die dus ook krijgen – wat betreft de zitpenningen, maar ook wat de vergoedingen betreft,  collega's. Want we weten allemaal dat die zitpenningen dikwijls niet zo heel hoog zijn, maar dat het vooral gaat over de vergoedingen die men nog naast die zitpenningen kon krijgen. Daarmee hebben we nu ook komaf gemaakt.

Collega's, voorzitter, ik sluit af met het herhalen van mijn dank aan alle partijen die hier constructief aan hebben meegewerkt. Ik besluit met één zin, voorzitter: er zijn partijen die over al deze maatregelen en hervormingen hebben gepraat, maar er is nu wel een meerderheid die het effectief doet. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1353/7)

– De artikelen 1 tot en met 6 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 7. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1353/9)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 8 tot en met 18 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 19. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1353/9)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 20 tot en met 45 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er zijn amendementen op de artikelen 46 en 47. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nrs. 1353/8 en 1353/9)

De stemmingen over de amendementen en over de artikelen worden aangehouden.

– De artikelen 48 tot en met 609 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.