U bent hier

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, in de afgelopen jaren zijn er heel wat inspanningen gedaan om het kiezen voor een opleiding voor een beroep in de zorgsector aantrekkelijk te maken. Het heeft ook resultaat gehad. Er stroomden inderdaad veel meer studenten in in een opleiding in de gezondheidszorg. De inspanningen die de zorgambassadeur heeft gedaan, hadden ook het nodige resultaat.

Voor het eerst in tien jaar zien we nu dat er een kentering is. Het is niet dramatisch, dat gaan we niet zeggen. Waar er in 2016 nog 21.906 nieuwe studenten waren in de hogescholen, zijn het er in 2017 21.397 die kiezen voor die opleiding.

Wat ook een probleem is, is dat de zijinstromers zouden dalen. Nochtans zouden we tegen 2020-2022 60.000 extra werkkrachten nodig hebben in de zorgsector.

Een van de verklaringen die men aangeeft, is dat de economie aantrekt en dat er eerder wordt gekozen voor de hardere sectoren en voor een opleiding in bedrijfsgerichte sectoren.

Minister, zult u het actieplan 3.0 ‘Werk maken van werk in de zorg- en welzijnssector’ in het kader van deze gegevens evalueren en eventueel bijsturen? 

De heer Persyn heeft het woord.

Minister, collega's, ik heb eigenlijk eenzelfde vraag. De daling van de instroom van de zorgopleidingen is markant: 1500 minder dan vorig jaar. Anderzijds is er een recordaantal vacatures in Vlaanderen in de zorgsector. Op een schriftelijke vraag van mezelf voor de zomer kreeg ik nog een heel geruststellend antwoord: de zijinstroom zat goed, het aantal studenten in de zorgopleidingen zat goed, ook het aantal erkende zorgberoepers ging in stijgende lijn. Nu plots is er een markante daling.

We weten dat er de laatste maanden een nogal negatieve beeldvorming is geweest. Collega Taelman noemt ook de aantrekking van de economie als een mogelijke verklaring. We weten dat er ook nog problemen zijn rond de hbo5-opleiding, waar we ons moeten aligneren op de Europese regelgeving van vier ten opzichte van drie jaar.

Minister, fundamenteel heb ik dezelfde vraag: welk bijkomende maatregelen plant u om de gap te dichten, zodat we ook de komende jaren de kwalitatieve zorg voor onze zieken en ouderen kunnen garanderen?

De heer Bertels heeft het woord.

Collega's, minister, laat ons dit nu eens bekijken vanuit het oogpunt van een medewerkster of medewerker in onze ouderenzorg, waarvoor wij in Vlaanderen bevoegd zijn. Wat heeft die de laatste tijd geleerd?

Ten eerste, de druk op de werkvloer is veel te hoog. Er is een personeelstekort, er is te weinig personeel op de werkvloer, de personeelsnorm die Vlaanderen financiert, is te laag. Er is dus niet genoeg tijd om fatsoenlijke zorg te verlenen. Dat zijn gegevens die we al een aantal jaren meenemen.

Ten tweede, de instroom van studenten in gezondheidszorgberoepen daalt. De collega's hebben er ook al naar verwezen. De effecten die vroeger gebeurden, zijn blijkbaar teniet gedaan. De doorstroom van studenten voor gezondheidszorgberoepen daalt. Er is even zijdelings naar verwezen: ook de zijinstroom daalt, onder meer door maatregelen die genomen zijn door deze Vlaamse Regering.

Ten derde, we lezen dat er vierduizend vacatures meer zijn inzake zorgberoepen. Op een jaar tijd zijn er vierduizend plaatsen meer die openstaan, voor iets dat vroeger al een knelpuntenberoep was en waar al veel vacatures openstonden.

Die drie boodschappen krijgt een aanstaande of huidige medewerker, terwijl we weten dat de vergrijzing nog toeneemt en dat er nog een grotere pensioneringsgolf in de ouderensector volgt.

Minister, ik heb een korte vraag voor u: welk perspectief hebt u voor de aanstaande en huidige medewerkers in de ouderenzorg? Hoe zult u het beroep attractiever maken?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, het is juist dat na een aantal jaren markante stijgingen van degenen die kiezen voor een opleiding in de zorgsector, er nu een ander beeld is. De redenen zijn waarschijnlijk veelzijdig, maar het feit dat er natuurlijk gewoon minder jongeren instromen in het hoger onderwijs of in het onderwijs op een moment dat er keuzes kunnen worden gemaakt voor die zorgopleidingen, is natuurlijk belangrijk. Het aantal jongeren dat kan kiezen, is gewoon kleiner.

Maar wellicht is het ook waar dat er door de heropleving van de economie minder interesse is bij bijvoorbeeld zijinstromers, werklozen die zouden kunnen worden georiënteerd.

Dus moeten wij – wat ook in de beleidsbrief staat – dat actieplan onder de loep nemen. We moeten bekijken hoe we de lopende acties kunnen versterken en wat we extra kunnen ondernemen.

We zullen nog een aantal jaren de gevolgen zien van de verhoogde instroom van de voorbije jaren. Want dat betekent dat zij zich de volgende jaren op de arbeidsmarkt zullen manifesteren. Maar het is ook waar – dat wisten we natuurlijk – dat de pensioneringsgolf die eraan komt, ook aanzienlijk is.

Ik heb nog een paar opmerkingen. De acties rond de campagnes om appel te doen op instroom, zullen natuurlijk plaatsvinden. We zullen een nieuwe campagne lanceren. Ondanks de nieuwe taakstelling van de provincies hebben we toch akkoorden dat de provincies zich blijven engageren om daarin een rol te spelen: de stageplaatsen, de campagne verspreiden en dragen. Dat is heel belangrijk.

We zetten nu natuurlijk ook in op het zoeken naar het echte potentieel dat aan de slag kan gaan in onze sectoren. Ik kijk dan bijvoorbeeld ook naar jongeren met een migratie-achtergrond, jongeren uit allochtone gemeenschappen. We moeten bekijken wat nog mogelijk is om mensen te interesseren voor de opleidingen in de zorgsector. De cultuursensitiviteit van onze zorg is daarin ook belangrijk.

We kijken ook naar de manier waarop de Dag van de Zorg wordt georganiseerd, net als een aantal andere evenementen.

Een tweede luik is dat er ook in Vlaanderen sociaal overleg bezig is. Het federaal overleg, dat over de ziekenhuizen is gegaan, is afgerond. Ook daar zijn natuurlijk afspraken gemaakt, die onder meer over koopkracht gaan. Ook op Vlaams niveau is er overleg tussen de sociale partners rond koopkracht, maar ook rond kwaliteit en werkdruk. U weet ook wel dat we wat dat betreft voor de residentiële ouderenzorg zeker willen inzetten op een versterking van onze personeelsformaties.

Tot slot wil ik uitdrukkelijk het volgende punt nog maken: we zullen ook moeten kijken naar innovatieve manieren om onze arbeid te organiseren, om ons werk te organiseren in de zorgvoorzieningen en de gezondheidszorg in het algemeen. Dat heeft natuurlijk te maken met werkbaar werk, maar ook met de manier waarop we maximaal alle talent op een goede, verantwoorde en kwaliteitsvolle manier kunnen inzetten in de zorgsector. We hebben dit natuurlijk al besproken met de zorgambassadeur, maar we moeten absoluut nagaan hoe we met de koepelorganisaties die stappen kunnen zetten. Er moeten nieuwe manieren komen om het werk te organiseren binnen een verantwoord en goed kwaliteitskader, maar met meer mogelijkheden.

Deeltijdse arbeid bijvoorbeeld komt heel veel voor in de sector. De vraag is of we met een aantal maatregelen – er hebben een aantal projecten gelopen – een betere situatie kunnen aanbieden waardoor we meer mensen kunnen engageren of meer arbeidspotentieel kunnen inzetten in onze zorgorganisatie. Zo zijn er nog een aantal thema’s die te maken hebben met de manier waarop we kijken naar onze arbeidsorganisatie en waarvan wij denken dat we met de sector het gesprek moeten voeren. We moeten nagaan of we goede praktijken naar voren kunnen schuiven en inspirerend kunnen laten zijn voor anderen. Daaraan willen we werken in de volgende periode als een belangrijk accent om die uitdagingen aan te kunnen.

Minister, ik dank u omdat u de grote uitdaging in de sector erkent. Belangrijke punten zijn het potentieel dat er in de maatschappij is, aanboren en innovatieve manieren vinden om het beroep aantrekkelijker te maken.

Wat ik een beetje gemist heb in uw antwoord, is het potentieel van de zijinstromers. Is er een verklaring waarom die er minder is? Verpleegkunde is een technisch beroep, maar als verzorgende bijvoorbeeld is er een heel groot potentieel voor zijinstromers en elders verworven competenties. Hoe zult u daar meer werk van maken?

Minister, u hebt een aantal denkkaders gegeven, maar ik ga in dezelfde richting als mevrouw Taelman. We zien thuis een verschuiving van zorgzwaarte als gevolg van de vergrijzing. Ook in de instellingen is er steeds zwaardere zorg, maar de arbeidsmarkt volgt niet.

Twintig jaar geleden was er bij de huisartsen een massieve uitval ten gevolge van onderwaardering van het beroep. Hetzelfde zien we nu bij verpleegkundigen en verzorgenden. Een verpleegkundige die aan huis bij een patiënt een spuitje zet, krijgt 6 euro. De huisarts krijgt voor hetzelfde 37 euro. Dit is niet houdbaar op termijn. Er moeten verschuivingen komen.

We weten welk sociaal en professioneel profiel verzorgenden hebben. Als een verzorgende om 6 uur ’s ochtends het bed uitgaat om door regen en wind aan bed zorgen te verlenen en daar kosten van moet aftrekken van bijvoorbeeld kinderopvang, dan houdt die op het einde van de rit amper iets meer over dan een leefloner. Hoe kunnen we in overleg met de overkant structureel naar een betere verloning gaan van mensen die effectief zorg aan het bed verlenen?

Minister, u somt een aantal redenen op, en we zijn allemaal voor technologische innovatie en innovatie inzake arbeidsorganisatie.

Ik wil ingaan op een punctuele zaak die u hebt aangehaald, namelijk dat we werk moeten maken van werkbaar werk, dat de werkdruk omlaag moet en de werkbaarheidsgraad omhoog. Dat zijn vragen die vanuit de sector, vanuit de wittewoedebetogingen al jarenlang naar boven komen. Al jarenlang wordt de vraag gesteld voor koopkrachtuitbreiding en meer handen aan het bed.

Er is al een federaal akkoord gesloten voor de non-profitsector en hopelijk ook voor de belendende sectoren. De 170.000 werknemers van de federale non-profitsector hebben al een sociaal akkoord met de kwaliteiten die zijn vernoemd. Waar blijft in godsnaam het Vlaams sociaal akkoord voor de non-profit met 180.000 werknemers die in een ondergewaardeerde positie zitten ten opzichte van hun collega’s?

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Voorzitter, ik wil samen met de minister en ook wel met de collega’s dezelfde bezorgdheid uiten. We zullen in de toekomst inderdaad meer mensen nodig hebben voor de zorg die zich aandient in de tijd, om daar goede, kwaliteitsvolle personeelsleden voor te vinden. Er stond natuurlijk al heel veel in de beleidsnota. De minister heeft ernaar verwezen. Het is hier allemaal opgesomd. We zien dat de economie aanzwengelt, dat er heel veel vacatures zijn in belendende sectoren. Er zijn dus uiteraard ook vacatures in de zorg. Om de attractiviteit te vergroten, zijn de loon- en arbeidsvoorwaarden belangrijk. Dat is voor iedere Vlaming zo, en ook voor mensen die werken in de zorg. Minister, u hebt verwezen naar innovatieve arbeidsorganisatie, ervoor zorgen dat de privé- en de arbeidssituatie goed kunnen worden ingevuld en gecombineerd. Dat zijn allemaal dingen waarover we samen wel nadenken. Ik wil dan ook nog eens het volgende vragen. Er zijn mensen die tot op vandaag niet werken in de zorg, maar op een bepaalde leeftijd – en we horen zoveel over burn-outs – vinden dat ze weleens meer met mensen willen werken en minder met computers. Wat kan er uiteindelijk nog meer worden gedaan om mensen uit andere sectoren aan te trekken naar de zorgsector? Dat is dan niet alleen een vraag aan u, minister, maar ook voor minister Muyters.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Ik heb hier al een pleidooi gehoord, door de heer Persyn, om mensen in de zorg op een ernstige manier te vergoeden. Ik heb horen zeggen dat we werkbaar werk een goede plaats moeten geven in het sociaal akkoord. Ik hoor een pleidooi inzake zijinstromers. Ik ben het met dat alles eens, dus ik ga die vragen niet herhalen. Ik wil wel een vraag toevoegen, en die gaat over het profiel van de mensen. Als ik naar zorgvoorzieningen ga, dan kom ik daar heel veel vrouwen tegen. Die leveren schitterend werk, maar ik mis daar toch iets meer mannen. Ik denk dat we een enorm potentieel hebben door mannen ook aan te trekken voor die zorgberoepen. Dan trekken we de helft van de bevolking potentieel mee op die arbeidsmarkt.

Minister, op welke manier denkt u de stereotypes en de vooroordelen te kunnen doorprikken dat mannen niet goed kunnen zorgen – wat ik ten stelligste wil ontkennen? Hoe kunnen we mannen ook zin geven om voor een zorgberoep te kiezen? Dat zou immers de kwaliteit van de zorgberoepen verbeteren en we zouden een heel groot nieuw potentieel kunnen aantrekken.

Minister Jo Vandeurzen

Dat laatste is zeker juist. Ik denk dat de campagnes die we met de zorgambassadeur hebben opgezet, ook al voor een stuk inzetten op het doorbreken van een aantal stereotypes wat dat betreft. Ik wil gerust nog eens bekijken of dat in de volgende campagne voldoende mee aan bod kan komen. We zijn ook met VDAB aan het overleggen om te kijken naar vorming voor mensen die al een diploma hebben en toch niet-werkende werkzoekenden zijn, om te zien wat er zou kunnen gebeuren in de richting van een mogelijke oriëntatie naar de zorgsector. Ook dat is zeker een punt.

Wat de sociale onderhandelingen betreft: die gaan natuurlijk onder meer over de koopkracht en de werkomstandigheden. Mijnheer Bertels, deze regering heeft ter zake een kader gecreëerd. Zowel in onderwijs als in welzijn en zorg en het socioculturele zijn die onderhandelingen nu bezig. Ik ga er ook van uit dat het de ambitie is om daar ook een akkoord over af te sluiten. Bij ons gaat het in ieder geval over drie aspecten: koopkracht, werkdruk en kwaliteit. Natuurlijk zijn die soms met elkaar verbonden.

Mijnheer Persyn, uw vraag is heel interessant, maar dat is ook een oefening waarbij we de ijking van de nomenclatuur in de ziekteverzekering ook snel op tafel zien komen. Natuurlijk, alles hangt aan alles. Dat is zeker waar. We hebben het volgende al een paar keer vastgesteld. In het algemeen, als je op dat vlak echt wilt proberen een aantal initiatieven te nemen, dan zal er toch een soort gedragen ‘sense of urgency’ moeten zijn, dan zal men echt creatief moeten nadenken over hoe men innoverend kan zijn, moet men kunnen bekijken welke handelingen het best nog door wie worden gedaan en onder welke omstandigheden. De voorbereidingen die minister De Block treft om de wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (WUG-wet) aan te passen, zijn wat dat betreft ook belangrijk. Dan kunnen we immers met het KB 78 en de dingen die daar mogelijk zijn, ook bekijken of daar nieuwe mogelijkheden ontstaan. Als ik het goed heb begrepen, is men toch van plan om inderdaad ook nieuwe zorgberoepen en andere manieren om gedelegeerde handelingen mogelijk te maken, daarin op te nemen.

Minister, in het verleden is het gelukt om de instroom van opleidingen in de zorg te verhogen. Vandaag blijkt opnieuw dat het een en-enverhaal is. De maatregelen die u opsomt, konden succes hebben en zullen in de toekomst waarschijnlijk ook succes hebben. We mogen die inspanningen niet laten zakken. Ik blijf erbij, het is heel belangrijk om te blijven kijken naar de zijinstromers om na te gaan wat we op dat vlak kunnen doen, want dat is een heel belangrijk potentieel dat we niet mogen verwaarlozen.

Ik herhaal: als het zwaartepunt van de zorg verschuift naar dichtbij de mensen, dan moeten we ook de middelen laten volgen en de accenten verleggen. Mijn partij pleit voor een zorgshift, meer geld dichtbij de patiënt zelf, dichtbij de mensen die de zorg daadwerkelijk uitvoeren.

Minister, we hebben het er al een paar keer over gehad. We vinden allemaal dat goede, kwaliteitsvolle en betaalbare zorg voor onze ouderen een kerntaak is van de Vlaamse overheid. De kerntaak, de zorg moeten we kunnen verlenen met voldoende zorgpersoneel. Daar zijn we het ook allemaal over eens als ik de commentaren hier hoor.

Een senior writer uit Herentals – er komen alleen maar goeie mensen uit Herentals –, de heer Tegenbos, heeft ooit gezegd naar aanleiding van de wittewoedebetogingen: laat ons leren uit onze fouten. Zorg ervoor dat de wittewoedesector in het algemeen niet opnieuw een achterstand opbouwt ten opzichte van andere sectoren.

Minister, daarom roep ik u op: zorg ervoor dat de Vlaamse sector voor de ouderenzorg, waarvoor wij bevoegd zijn, geen achterstand oploopt. Zorg ervoor dat de arbeidsvoorwaarden en de loonvoorwaarden op peil worden gehouden, en sluit eindelijk dat sociaal akkoord af.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.