U bent hier

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, normaal gezien had u hier niet gestaan, want u zat samen met mij op een afscheid van een van de coryfeeën in het onderwijs, maar toen kwam er toch een actuele vraag van mevrouw Soens, en mijn vraag werd daarin meegezogen.

2400 studenten aan de KU Leuven halen geen 30 studiepunten. In mensentaal zijn dat 2400 studenten die niet slagen op 3 vakken. 600 daarvan blijven proberen in ons hoger onderwijs. Bij de recente cijfers die ik opvroeg bij de minister, in schriftelijke vraag nummer 444,  stellen we vast dat de laatste 8 jaar het aandeel studenten die op 3 jaar hun bachelor halen van zowel hogeschool als universiteit, 30 procent bedraagt. 8 jaar geleden was dat nog 40 procent. De studieduur verlengt dus, en de studie-efficiëntie daalt.

Dat is zorgelijk, zowel voor de student zelf – want er zijn er heel wat die na zeven jaar nog altijd geen diploma hebben –, voor de ouders, die de kosten daarvan dragen, zoals een kot huren en de trein betalen, voor onze totale begroting, want die studenten kosten wel geld. Tot slot is het zorgelijk voor de docenten die hun best doen om die studenten verder te krijgen en eigenlijk vaststellen dat ze er niet komen.

We zijn met onze fractie blij dat de KU Leuven dergelijke maatregel heeft genomen, maar ze zijn niet alleen. Ook de de UGent heeft een maatregel genomen, weliswaar een andere. Na twee jaar kijkt ze wie 75 procent van de studiepunten heeft gehaald. Na drie jaar kijkt ze nog eens. De UHasselt heeft de maatregel van de KU Leuven overgenomen. De VUB werkt ook aan een aantal maatregelen.

Het is heel goed dat er een aantal maatregelen zijn, naast de intakeproef, de oriëntering en dergelijke, maar is het niet aangewezen dat al die instellingen samen gaan zitten om te kijken hoe ze de systemen op elkaar kunnen afstemmen, in alle transparantie en duidelijkheid voor leerlingen, studenten en ouders?

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Minister, ik wil u eerst feliciteren met het duet van gisteren, met mijn voorzitter, in het kader van de Rode Neuzen Dag. Ik vond het grappig.

Denkt u zich eens in dat u die student bent die aan het begin van zijn studentcarrière staat, vol goede moed begonnen is aan het eerste jaar van een opleiding die hij zeer graag doet en plots te horen krijgt: “Sorry, u kunt niet meer verder studeren. U bent te weinig geslaagd voor vakken. U moet dus een andere opleiding kiezen of naar een andere universiteit verkassen. En, mijn excuses, we zullen ook geen rekening houden met de redenen waarom u niet bent geslaagd.”

Vandaag zitten zeshonderd studenten van de KU Leuven in die situatie. Zij krijgen te horen dat ze een opleiding die ze willen voortzetten, niet meer mogen doen en dat ze dus naar een andere opleiding moeten zoeken of naar een andere universiteit moeten gaan, waar de regels misschien iets minder streng zijn, waar studenten wel nog een tweede kans krijgen.

Ik ben zeer bezorgd dat we daardoor naar een hogeronderwijssysteem gaan met aan de ene kant elite-universiteiten, waar er erg strenge regels zijn die alleen maar de beste studenten laten studeren, en andere universiteiten, waar studenten wel nog een tweede kans krijgen. Mijn vraag is gelijkaardig aan die van de heer Daniëls: bent u bereid om dat tegen te gaan en dus tot een uniformisering van de regels te komen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Vorig jaar hebben wij dit gesprek in net dezelfde constellatie gevoerd. Maar er is wel wat veranderd. Sinds vorig jaar is in Onderwijsdecreet (OD) XXV het decreet aangescherpt. Wie nu geen 60 procent van de studiepunten haalt, kan – en niet ‘moet’ – bindende maatregelen opgelegd krijgen. Dat betekent dat het parlement heeft beslist dat er kan worden ingegrepen ten aanzien van studenten maar dat het niet verplicht is. We hebben ook aanvaard dat elke hogeschool of universiteit daar een eigen beleid rond kan ontwikkelen en daar middelen voor krijgt.

Wanneer men een maatregel neemt tegen een student die naar een andere universiteit gaat omdat hij op de eerste niet meer wordt aanvaard, dan kan die nieuwe universiteit perfect rekening houden met het studieverleden van die student. Er is nog een discussie geweest over de privacy, maar om shoppinggedrag bij studenten te vermijden, moeten universiteiten daar rekening mee kunnen houden.

Voor het eerst zien we effecten die ertoe kunnen leiden dat de extreme flexibilisering waarbij jongeren er steeds langer over doen om een diploma te halen, een beetje wordt ingedijkt. De maatregel die werd voorgesteld door Leuven en die nu ook wordt toegepast door de Universiteit Hasselt, Hogeschool PXL en UC Leuven-Limburg, werpt vruchten af.

Mevrouw Soens, het gaat hier niet over een grote groep jongeren; het gaat over jongeren die in het eerste jaar na drie zittijden voor minder dan 30 procent van de studiepunten zijn geslaagd. Uit het verleden hebben we geleerd dat van de jongeren die zich dan opnieuw inschrijven voor dezelfde opleiding – en dat zijn er heel weinig – slechts een vijfde een diploma behaalt.

Het decreet laat vandaag toe dat er voor jongeren wier slaagkansen bijzonder beperkt zijn, effectief geen toegang is tot het tweede jaar. Betekent dit nu dat we de democratisering van ons hoger onderwijs in gevaar brengen? Wat mij betreft niet zolang er een aantal randvoorwaarden vervuld zijn.

Ten eerste moet er een goede en open communicatie zijn met de jongeren. Ten tweede moet er een flankerend beleid worden gevoerd, bijvoorbeeld al een gesprek voeren met kerst, en moeten er mogelijkheden zijn om te remediëren wanneer het met kerst nog altijd niet goed gaat. Ten derde moet er bijzonder veel aandacht worden besteed aan de samenwerking met de entourage van de student. Er is volgens mij niets sociaals aan het feit dat men jongeren laat aanmodderen. Het is goed dat er wordt ingegrepen.

Moet dat beleid overal op dezelfde leest geschoeid zijn? Ik ben niet van plan om een decretaal initiatief te nemen, maar straks, om 17 uur, zit ik samen met de universiteiten en hogescholen, waar dit punt op de agenda staat. Ik zal zien hoe zij gestemd zijn. Ik weet dat de Universiteit Gent nogal houdt aan haar eigen systeem, dat ook een goed systeem is. Zij laten jongeren effectief hun tweede jaar starten, maar zijn dan strenger na dat tweede jaar. Na twee of drie jaar zijn de resultaten nagenoeg dezelfde.

Ik zal deze discussie zeker voeren met de hogescholen en de universiteiten. Wanneer er meer uniformiteit mogelijk is, dan is dat een goede zaak. Indien dat niet zo is, dan is het van belang dat elke hogeschool en elke universiteit op een heel transparante manier en op voorhand communiceert met jongeren en hun entourage.

Minister, collega’s, het is inderdaad zo dat het invoeren zelf van die maatregel al effect heeft. Men stelt vast dat 2,5 procent meer, meer dan 30 studiepunten haalt. De maatregel zelf heeft dus effect.

Minister, voor alle duidelijkheid: we pleiten niet voor een decretaal initiatief. Maar we pleiten er wel voor dat de instellingen eens samen gaan zitten en bekijken of ze niet meer naar elkaar kunnen toegroeien.

Ik heb toen inderdaad in de commissie aangehaald om die info ter beschikking te stellen van elkaar, zodat dat shopgedrag wordt tegengaan.

Mevrouw Soens, ik treed de minister bij en wil u er graag op wijzen dat 11 procent van de studenten minder dan 10 procent van de studiepunten haalt. 11 procent slaagt eigenlijk maar op één vak en 7,5 procent slaagt op geen enkel vak, echt geen enkel. Daartegen moeten we toch een beetje optreden.

Minister, ten slotte wil ik het graag hebben over de flexibilisering. In 2005-2006 schreven studenten nog in voor 56 studiepunten. Momenteel is dat gedaald naar 50 studiepunten. Hoe zullen we die doorgeslagen flexibilisering en het leerkrediet – want die zijn wel decretaal – aanpakken?

Tine Soens (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

U zegt eigenlijk, de KU Leuven zegt eigenlijk, tegen een jongere die in het eerste jaar zijn grootvader is verloren, tegen een jongere die ziek is geweest, tegen een jongere die het moeilijk had met de omschakeling van het middelbaar naar het hoger onderwijs: ‘Sorry, maar u kunt niet meer voortstuderen. U krijgt geen tweede kans van ons.’ Dat vind ik enorm jammer. Ik heb vroeger zelf een tweede kans gekregen. Er zijn ministers die meerdere kansen hebben gekregen. Ik snap niet waarom u bereid bent om die consequenties te aanvaarden. (Applaus bij de sp.a)

De voorzitter

De heer De Potter heeft het woord.

Jenne De Potter (CD&V)

Minister, ik denk dat we kamerbreed bekommerd zijn over de juiste oriëntering en een tijdige heroriëntering voor studenten wanneer dat nodig zou blijken.

Ik vind dat we in dezen ook wel wat vertrouwen mogen hebben in de instellingen en wat respect voor hun autonomie. De maatregelen die genomen zijn door de verschillende instellingen zijn geen maatregelen die de botte bijl hanteren zoals sommige mensen laten uitschijnen. Ze gaan allemaal gepaard met een reeks flankerende maatregelen. Uiteraard zijn die flankerende maatregelen bijzonder belangrijk.

De genomen maatregelen gaan eigenlijk uit van een grote zorg voor de onderwijstoekomst van de student, om hen zo snel mogelijk te heroriënteren wanneer het niet blijkt te lukken.

Minister, ik heb begrepen dat u vandaag nog samen zit met de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR). Kunt u ons op de hoogte houden van de resultaten van dat overleg?

Verder wil ik nog aansluiten bij de vraag van de heer Daniëls naar de maatregelen die worden genomen rond flexibilisering.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik zou u eerst en vooral willen vragen om samen met mij vandaag alle leerkrachten te feliciteren. Het is namelijk Dag van de Leerkracht. Zonder leerkrachten, geen onderwijs en geen goed onderwijs! (Applaus)

Nu even over het hoger onderwijs. Die flexibilisering zorgt voor een zekere complexiteit. Ik denk dat we kunnen zeggen dat de instellingen allemaal op een ordentelijke wijze gebruikmaken van de vrijheid die ze hebben gekregen binnen het decreet. Op basis van hun eigen visie een flankerend beleid uitbouwen en al dan niet op een stringente manier de excessen aanpakken: ik denk dat het goed is dat men een eigen pedagogische visie kan hebben binnen een instelling en dat men daarvoor ook de studenten de nodige ondersteuning kan bieden. Het is voor onze fractie dus belangrijk dat die vrijheid behouden wordt bij de instellingen, dat we dat niet verder betonneren en de zaken nog ingewikkelder maken.

Maar wat ik wel zou willen vragen, minister, is dat de universiteiten ondersteund worden voor dat flankerend beleid dat ze voeren, want ze moeten begeleiden, remediëren en heroriënteren. Dat is een klus voor trajectbegeleiders en die zijn niet overal even talrijk aanwezig om dat te doen.

Ik dank u.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik dank u.

Mevrouw Brusseel, u was mij te snel af. Ik vind trouwens dat u vandaag een zeer mooi kapsel hebt. Waarschijnlijk wordt dat veroorzaakt door de zeelucht. (Opmerkingen van Ann Brusseel)

De kapper, dat is ook goed.

Collega’s, ik wil kort een paar aanvullingen doen. Ik heb zelf al gezegd dat het niet mijn bedoeling is om ook in deze regels gelijkheid op te leggen tussen de hogescholen en universiteiten. Ik vind namelijk echt wel – en dat past ook volledig in de nieuwe kwaliteitszorgregels die we willen toepassen – dat we elke instelling de kans moeten geven om een eigen sociaal beleid naar studenten toe te voeren en dus ook een eigen volgtrajectbeleid.

Collega Soens,  het voorbeeld dat u aangaf, is natuurlijk voor mij ook de grenzen voorbij. Maar ik kan me toch niet van de indruk ontdoen dat als er overmachtssituaties zijn bij jongeren – dat geldt ook bij het leerkrediet – dat deze situaties sowieso binnen het sociaal beleid van de instelling vallen en dat daar perfect uitzonderingen op kunnen worden gemaakt. Er is geen enkele regel in dezen die verhindert dat er een uitzondering zou worden gegeven, zeker in dergelijke acute situaties zoals die waar u melding van maakt.

Wat de studiepunten betreft, collega Daniëls, worstel ik nog een beetje met de vraag of het minder opnemen van studiepunten altijd een slechte zaak is. Ik vind het studierendement het belangrijkste. Dat betekent dat als je studiepunten opneemt, je probeert te halen wat je opneemt. Maar als je altijd alles opneemt en je rendement is nagenoeg nul, dan is de kans dat je vooruit geraakt, bijzonder klein. We moeten die kloof proberen te dichten. Vandaag is de kloof tussen de opname van de punten en het rendement dat jongeren halen, te groot. Voor degenen die het minste kans hebben op slagen, heb ik er begrip voor dat je een vrij harde maatregel oplegt. Maar voor de jongeren bij wie de kloof nog altijd groot is, is er een stukje flankerend beleid van de universiteiten en de hogescholen waar ze zelf op hun eigen wijze werk van kunnen en moeten maken.

Het leerkrediet is geen evidente kwestie: ik heb dat vorig jaar ook gezegd. We zijn het er allemaal over eens dat de flexibilisering de grenzen bereikt heeft. Maar ik zal zien hoe de gesprekken lopen in de volgende twee uur. We moeten samen met de hogescholen en de universiteiten kijken hoe we er actief verder werk van kunnen maken, zonder dat we nu onmiddellijk heel zware nieuwe ingrepen gaan doen.

Collega Soens, er moet me toch iets van het hart. U doet hier alsof die instellingen harteloos zijn, maar dan hebt u allicht artikel 35 van het examenreglement van de KU Leuven niet gelezen. Ik lees voor: “De directeur van de centrale Studentenadministratie kan een student in afwijking van art. 33, 34 of 35 toch toelaten tot (her)inschrijving op basis van individueel gemotiveerde redenen.” Het lijkt me zeer duidelijk dat het niet voor de gevallen is met een overlijden in de familie. Dat zou nogal straf zijn.

Minister, ik wil nog even inpikken op de flexibilisering. De daling van de studiepunten waarvoor men inschrijft, wil per definitie zeggen dat er een jaar bij komt, wat een kost is voor zowel de ouders, de studenten als de maatschappij. Ik hoor van veel docenten dat een logische samenhang van vakken verloren gaat als iedereen zomaar stukken en brokken van een programma volgt. In dat licht moeten we nadenken hoe we het leerkrediet, zeker die zestig studiepunten die je dubbel krijgt, en de doorgeslagen flexibilisering kunnen terugdringen.

Tine Soens (sp·a)

Minister, vandaag zijn er studenten die halverwege september hebben gehoord dat ze niet meer verder mogen doen, dat ze ofwel een andere opleiding moeten zoeken ofwel een andere universiteit. Sinds wanneer krijgen zij geen tweede kans meer? Sinds wanneer krijgen jongeren, krijgen studenten geen tweede kans meer? (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.