U bent hier

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister-president, we hebben hetzelfde doel, namelijk: op welke manier kunnen we ervoor zorgen dat ons archeologisch erfgoed op de beste manier wordt bewaard? We hebben een implementatie van de nieuwe archeologieregelgeving sinds 1 juni 2016. Het is duidelijk dat die verschillende neveneffecten met zich meebrengt die bij de opstelling misschien onderschat werden, maar die in elk geval negatief zijn, ook op economisch vlak.

De Boerenbond, De Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO), Voka, de Bouwunie, de Confederatie Bouw hebben al aan de alarmbel getrokken. Ik zal enkele cijfers meegeven. Van de vergunningen die aangevraagd worden, wordt 80 procent niet bekrachtigd. In 90 procent wordt een beroep gedaan op een uitzonderingsregel vervat in het decreet Onroerend Erfgoed, waardoor uitzondering regel wordt. Een uitvoeringstermijn van 9 weken is geen uitzondering bij een eenvoudig project. Er zijn 150 tot 200 nota’s per maand. Dat zorgt er ook voor dat de erkende archeologen en het agentschap onder zware druk komen te staan. Het agentschap heeft op dit moment na indiening 21 kalenderdagen om te bekrachtigen. En een laatste cijfer: 2 dagen na de oproep van de architectenvereniging zijn er al 30 klachten binnengekomen die zeggen dat dit momenteel op een verkeerde manier wordt gerund.

Minister-president, hoe kunnen we dit bijsturen? Er is een herziening van het Onroerenderfgoeddecreet gepland in 2017. Kunnen we het decreet niet sneller bijsturen? Het is op het ogenblik niet duidelijk of een wijziging van de richtlijnen in de code van goede praktijk al dan niet voldoende is.

De voorzitter

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister-president, u weet het misschien niet, maar ik ben geboren en getogen in Tongeren. Ik draag de archeologie dus een zeer warm hart toe en u moet me zeker niet overtuigen van het belang van archeologisch onderzoek. Net daarom vond ik de berichtgeving van de afgelopen dagen vanuit verschillende sectoren, de architecten, de lokale besturen, de landbouwsector, de werkgeversorganisaties, maar ook de particulieren en kleine bouwheren, zo verontrustend.

Er wordt aan de alarmbel getrokken over de hoge eisen die het agentschap stelt aan de archeologienota en bijgevolg over de hoge werkdruk voor de erkende archeologen. Collega De Gucht heeft het al gezegd: 80 procent van de archeologienota’s wordt door het agentschap teruggestuurd wegens niet conform. Ik heb zelf een reeks archeologienota’s doorgenomen en was verbaasd over de omvang ervan en de details die erin vermeld staan. Eigenlijk moeten we bijna over een thesis spreken in plaats van over een nota, en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Ik heb ook begrepen dat 50 procent van de ingediende nota’s een vervolgtraject kent. Dan is zo’n nota dus nuttig. Maar in 50 procent van de gevallen wordt het terrein vrijgegeven. De bouwheren zijn dan zeer ongelukkig over de opgelopen vertraging – ik hoor nu al spreken van termijnen tot zes maanden – en over het gestegen kostenplaatje – al snel 3000 euro voor kleine projecten en 15.000 euro voor grote. Voor alle duidelijkheid, we staan achter de principes en het doel van de archeologienota, maar het moet toch eenvoudiger, sneller en goedkoper kunnen. In dat geval zal het draagvlak voor archeologisch onderzoek ook groter worden, zeker als we de kleine bouwheer kunnen ontzien.

Hoe kunt u sneller dan tijdens de geplande evaluatie in 2017 op deze situatie inspelen?  

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik ben blij dat we de liefde voor erfgoed en archeologie delen. Ik deel ook uw liefde voor de stad Tongeren, mevrouw Christiaens. Ik heb het geluk gehad daar al een paar keer te kunnen spreken over het thema archeologie. Ik deel echter ook de zorgen over de nieuwe regelgeving die op 1 juni in werking is getreden. Heel wat signalen hebben me bereikt. U hebt ook allebei heel wat sectoren opgenoemd. De nutsmaatschappijen zijn erbij gekomen en onlangs nog de architectenverenigingen. De klachten focussen op drie aspecten: de kosten, de administratieve lasten en de doorlooptijd.

Ik heb inderdaad vastgesteld dat de raming van de kosten voor de archeologienota zonder onderzoek van 250 euro, die de administratie mij had gegeven, absoluut niet klopt. In de realiteit gaat het van 2500 euro tot in zeer extreme gevallen 7500 euro. Dat is volstrekt onaanvaardbaar. Ook de premie die we geven om de kosten van de archeologische opgravingen zelf te dekken, blijkt niet in verhouding te staan tot de reële kosten.

Ik kom dan bij de administratieve lasten. Tot mijn verbazing stel ik vast dat de code van goede praktijk leidt tot archeologienota’s van 60, 70, 80 pagina’s. Dat is niet de bedoeling. Het gaat om een archeologienota zonder onderzoek die in een kantoor wordt gemaakt om na te gaan of er al dan niet archeologisch onderzoek moet worden gedaan. Ik stel ook vast dat dat de administratie zeer weigerachtig is. En dan komt alles samen. De doorlooptijd wordt langer, de archeologen zijn overbevraagd. Zij hebben trouwens bij mij ook aan de bel getrokken. Ze zeggen zelf dat de zaken niet zijn zoals verwacht.

Ik heb een besluit klaar, dat ik zo snel mogelijk aan de regering zal voorleggen, om op korte termijn het probleem van én de kosten én de administratieve last én de doorlooptijd aan te pakken.

Ik heb ook aan mijn administratie gevraagd om zowel ten opzichte van haar eigen opstelling in deze als ten aanzien van andere elementen in het dossier buiten de kost, de administratieve last en de doorlooptijd, voorstellen te doen.

Ik ga nog eens een ultieme poging doen, met alle sectoren samen, om te kijken of we niet tot een solidariteitsfonds kunnen komen. U weet dat dit in het decreet staat: wij voorzien in een premie voor particulieren en kleine ondernemingen om tussen te komen in die buitensporige kosten. Daarnaast is er nog een pak kosten. Tot nu toe hebben de sectoren gezegd dat ze dat niet willen doen, maar persoonlijk vind ik dat dit een kost is die gedeeld moet kunnen worden. We hebben dat onder andere geprobeerd met de landbouwsector, maar dat is nooit gelukt. Daar zijn modellen van en ik ga daar nog eens een poging voor doen. Met een heel kleine bijdrage denk ik dat je dan tot een groter draagvlak kunt komen. De decreetgever heeft niet gewild dat we dit verplicht invoeren via een heffing. Ik heb daar begrip voor. Als het via solidariteit gaat, verwacht ik enig voluntarisme van de sectoren. De laatste stap die ik daarin zal zetten is op korte tijd de sectoren bijeenroepen met het oog daarop.

Als ik het goed begrijp, is het de bedoeling om zo snel mogelijk actie te ondernemen. Ik wil op dat vlak nog een suggestie doen. Voor grotere sites van economische bedrijvigheid, zoals een havenbedrijf, is het vandaag zo dat elke verschillende ontwikkelaar een traject moet doorlopen. Het zou goed zijn dat we zouden kunnen afspreken dat we voor grotere sites een plan opmaken voor de gehele site, zodat je niet telkens opnieuw die doorlooptijd hebt. Bij de uitbreiding van een havengebied of van zo’n economisch gebied kan dan één groot plan worden opgemaakt, waardoor die bedrijvigheid geen vertraging oploopt en er zekerheid is dat daar binnen afzienbare tijd effectief kan worden uitgebreid.

Als we in Vlaanderen aan bedrijven rechtszekerheid willen bieden, moeten we ervoor zorgen dat ze op tijd vergunningen hebben en dat ze weten waar ze aan toe zijn op het moment dat ze aan een bouwproject beginnen.

An Christiaens (CD&V)

Minister-president, ik dank u en ik ben heel tevreden met uw antwoord. In juni was het decreet nog maar een aantal dagen in werking toen de interpellatie in de commissie aan bod kwam. Toen zei u dat de evaluatie werd uitgesteld tot in de loop van 2017. Nu zegt u dat u dit op korte termijn wilt evalueren.

Ik heb nog een bijkomende vraag. De architectenvereniging spreekt over een archeologienota-light met een beperkter toepassingsgebied, dus ook met een minder omvangrijke nota. Hoe staat u daartegenover? Gaat u dat nu al meenemen in uw evaluatie op korte termijn? Kan er misschien overwogen worden, gelet op het tekort aan archeologen, om de archeologen die tewerkgesteld zijn door een intergemeentelijke samenwerking en die nu door een juridische spitsvondigheid die bevoegdheid niet hebben, daar wel te laten aan meewerken?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Minister-president, ik heb u inderdaad in juni geïnterpelleerd over deze materie en vooral over de doorlooptijd toen. Het was een beetje vroeg, zei u. Vandaag bevestigt u waarvoor toen al gewaarschuwd werd vanuit kringen van archeologen zelf.

Ik lees op mijn computer dat architecten, bouwheren, archeologen en boeren deze week allemaal tegelijk en gelijklopend reageren. Ik vind uw antwoord op de vraag zeer pertinent en ik denk dat het juist is: het probleem zit hem in het feit dat de vereisten van de code van goede praktijken zo gedetailleerd zijn dat ze leiden tot dikke en dure archeologienota’s. Daar wordt de archeologie niet mee vooruit geholpen. We moeten lichtere systemen hebben en een kortere doorlooptijd, zodat archeologie door bouwheren en architecten niet als een vloek in de samenleving wordt beschouwd, maar dat het veeleer draait om zorg voor kwaliteit. Ik ben blij dat u het verhaal van het solidariteitsfonds opnieuw bovenhaalt, want dat is de enige oplossing om dure, onredelijke kosten te dragen. Denk bijvoorbeeld maar aan landbouwers die met zoiets geconfronteerd worden en die dat kunnen missen als kiespijn.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister, ik sluit me aan bij wat de collega’s hebben gezegd. Ik heb ook gesprekken gevoerd met mensen uit de bouwsector, die dezelfde opmerkingen hadden. We moeten die inderdaad ter harte nemen. Ik ben dan ook heel blij dat u zegt dat u op korte termijn wilt evalueren. Natuurlijk is het zo dat bij elke wijziging van een decreet kinderziektes naar boven komen. Vandaar dat het ook heel goed is om sneller dan gepland te evalueren.

Ik heb toch nog een vraag. Nu is het zo dat zowel voor een ruimtelijk uitvoeringsplan als voor een verkaveling als voor een individuele bouwaanvraag een archeologienota nodig is. Is het een optie om de regelgeving zo aan te passen dat, als op basis van de screening in functie van een RUP een zone wordt gevonden of aangeduid waarvoor geen archeologienota te verwachten is, die zone wordt ingevuld op de kaarten van zones zonder erfgoed, zodat later, wanneer wordt gebouwd of verkaveld, dat werk al achter de rug is en er niet opnieuw een archeologienota moet worden opgemaakt?

Minister-president Geert Bourgeois

Collega’s, ik sta open voor alle suggesties. We zullen die bekijken. Niet elke suggestie is haalbaar. Ik heb gezegd dat ik klaar ben met mijn besluit. Het is al op de interkabinettenwerkgroep (IKW) geweest. Ik breng het zo snel mogelijk op de regeringstafel. Het zal nu vrijdag en ook volgende vrijdag niet kunnen. Ik ga dan mee op staatsbezoek. Ik probeer tussen nu vrijdag en over veertien dagen het besluit voor te leggen.

Het focust op de drie grote problemen: de kost, de doorlooptijd en de administratieve lasten. Ze hangen met elkaar samen. We hebben geopteerd voor een archeologienota, precies om de procedure sneller, lichter en goedkoper te maken. Mij werd gezegd dat die snel zal gaan, dat ze weinig kost, namelijk 250 euro. Ik werd op dat vlak op het verkeerde been gezet. Ik zie dat de kost veel hoger is, dat het hele boekwerken zijn en dat de doorlooptijd om dergelijke nota’s te maken uiteraard veel te lang is.

Ik heb aan de administratie drie opdrachten gegeven. Dat besluit is al klaar. We moeten daarop focussen.

Er werden hier een aantal suggesties gedaan, die we zullen bekijken. Let wel, collega’s, we hebben al zones in kaart gebracht waar zich geen ‘archeologie’ bevindt, waar geen onderzoek moet gebeuren. Met de huidige regelgeving kan het voorstel van de heer De Gucht niet. De archeologienota is gebonden aan de opmaak van een vergunning. Dan moet je dat gaan bekijken, nota’s maken voor hele gebieden, ook al is er geen aanvraag voor. Dat zou in elk geval een wijziging van de decreetgeving met zich meebrengen. Dat kan niet. Dat ga ik in dat kort tijdsbestek ook niet doen. Want, mevrouw Christiaens, ik heb beloofd om te evalueren. Wat ik nu doe, is onmiddellijk ingrijpen omdat de effecten van de regelgeving, die van kracht is geworden op 1 juli, niet zijn wat ik ervan verwacht had en wat men me ook gezegd had te mogen verwachten: snel, eenvoudig, goedkoop. Precies om te vermijden dat grote onderzoeken op het terrein nodig zijn, voeren we die archeologienota in, die gemaakt wordt op het kantoor van de archeoloog. En dan zie je dat uitgerekend daar het omgekeerde effect wordt bereikt. Dat kan voor mij niet.

Een nota light, uiteraard. Die nota moet eenvoudiger. Dat is de bedoeling van de hele regelgeving geweest. De administratie zal ook een andere houding moeten aannemen. Op korte termijn gaat het er inderdaad om in het bestek van enkele weken naar voren te komen met dit besluit. Dat staat los van de bredere evaluatie van de regelgeving, die ik, zoals afgesproken, zal doen in 2017. Dan kunnen uiteraard andere voorstellen mee op tafel worden gelegd. Dan moet worden nagegaan of ze mee ingevoerd kunnen worden, of ze mogelijk zijn. Maar in alle geval wil ik nu, op heel korte termijn de actie rond die drie knelpunten voeren.

Ik heb aan mijn administratie gevraagd om bijkomende suggesties te formuleren. En zoals ik zei, zal ik samenzitten met de sectoren om na te gaan of er alsnog een mogelijkheid is inzake dat solidariteitsfonds.

Minister, ik ben bijzonder tevreden dat u dat moment naar voren verschuift, waardoor we actie kunnen ondernemen die duidelijk voelbaar zal zijn binnen de verschillende sectoren en ook bij de particulieren. Want daar gaat het hem uiteindelijk om. Mensen moeten de rechtszekerheid hebben die ze vandaag ontberen. Begin 2017 moeten we, naar ik hoop, werk kunnen maken van aanpassingen aan het decreet, die het dan mogelijk maken om zekerheid te geven voor grotere ontwikkelingen van hele sites, zekerheid aan de verschillende havenbedrijven, aan economische ontwikkelingen in Vlaanderen. Want economie is toch alles wat telt om onze maatschappij verder vooruit te helpen, nietwaar.

An Christiaens (CD&V)

We zijn het allemaal eens. Dat blijkt ook uit de tussenkomsten van de parlementsleden. We zijn tevreden dat u op korte termijn doet wat nodig is, namelijk ingrijpen in een regelgeving waarvan u zelf zegt dat ze niet is wat we voor ogen hadden, dat dat niet de bedoeling was van die archeologienota en dat u op korte termijn het nodige wilt doen. Ik vraag u – maar u hebt dat zelf al aangegeven – oog te hebben voor de particuliere belangen, voor de sector en het belang van het archeologisch onderzoek, maar zeker ook voor de bouwsector, toch de motor van onze economie in deze moeilijke tijden.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.