U bent hier

Commissievergadering

donderdag 2 juli 2015, 14.00u

van Bart Caron aan minister Sven Gatz
2630 (2014-2015)
De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Voorzitter, minister, mijn vraag gaat over de toekomst van de Taaltelefoon. Die instelling is voor veel mensen misschien wat minder gekend; de band met het beleidsdomein Cultuur is misschien niet zo duidelijk.

De Taaltelefoon is ondergebracht in de Kanselarij. Met de Taaltelefoon draagt de Vlaamse overheid bij aan de doelstelling die in artikel 3 van het verdrag inzake de Nederlandse Taalunie is opgenomen, namelijk de gemeenschappelijke bevordering van de kennis en het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal. De Taaltelefoon moet daarvoor op een systematische, efficiënte en klantgerichte wijze taaladvies aan de burger verstrekken. De Taaltelefoon is opgenomen in het decreet van 3 februari 1998. In het kader van de samenwerking met de Nederlandse Taalunie verzorgt de Taaltelefoon samen met de taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal de dienstverlening voor Taaladvies.net. Dat is de website waarop de Nederlandse Taalunie de spelling heeft opgenomen. Ik raadpleeg die website af en toe, net als mijn collega’s neem ik aan, wanneer ik twijfel aan de juiste schrijfwijze van of aan het al dan niet bestaan van een woord in het Nederlands.

De Taaltelefoon is de Belgisch-Nederlandse component van Taaladvies.net. Hij valideert ook woorden en grammaticale constructies die typisch Vlaams, of beter Belgisch-Nederlands zijn. Aldus werkt de Taaltelefoon ook mee aan de verdere ontwikkeling van het Nederlands. Medewerkers van de dienst Taaladvies maken deel uit van het Taaladviesoverleg, de Commissie Spelling en de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige Namen van de Nederlandse Taalunie.

Er is dus een grote verwevenheid tussen de Taaltelefoon en de Nederlandse Taalunie. De Taaltelefoon is bij de burgers best gekend als een helpdesk voor correcte spelling, grammatica en andere taalkwesties.

In het ontwerp van kerntakenplan voor het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur staat het voorstel om de dienstverlening voor het externe taaladvies, de Taaltelefoon, af te bouwen. Volgens dat plan moet er “onderzocht worden op welke manier deze taaladvisering verder kan opgenomen worden buiten de Vlaamse overheid en in welke mate de Vlaamse overheid hierin tussenkomt”. Volgens het decreet kan de dienstverlening voor extern taaladvies publiekrechtelijk of privaatrechtelijk worden georganiseerd. De dienstverlening van de Taaltelefoon wordt op dit moment verzorgd door de dienst Taaladvies, die deel uitmaakt van het Departement Kanselarij en Bestuur.

De Taaltelefoon is een bevoegdheid van de ministers Gatz en Crevits, die als leden van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie bevoegd zijn voor het taalbeleid van de Vlaamse overheid.

De Taaltelefoon is een kleine dienst. Toen ik mijn vraag om uitleg indiende, werkten er negen mensen. Blijkbaar is inmiddels iemand op pensioen gegaan en zijn er nog maar acht medewerkers. Er werkt ook een gedetacheerd medewerker van de Nederlandse Taalunie. De Taaltelefoon is ook een ondersteunende dienst voor de Vlaamse overheid zelf in haar externe communicatie en decreetgevend werk en voor andere vragen van ministers en departementen. Wie net als ik ernaar streeft dat de documentatie en informatie van de overheid toegankelijk is, weet dat de Taaltelefoon ook op dit gebied een belangrijke rol speelt.

De inhoudelijke redenen voor de gekozen optie in het kerntakenplan zijn mij niet bekend. Ik heb de indruk dat de redenen niet echt inhoudelijk zijn, maar dat de operatie eerder past in de afbouw of de reductie van het Vlaamse overheidsapparaat. Het idee om de Taaltelefoon privaatrechtelijk te organiseren, is vrij complex. Het is weliswaar mogelijk, maar het zal minstens evenveel kosten als wanneer de overheid de Taaltelefoon uitbaat. Ook dreigt de dienst in een kwetsbare positie te komen in de relatie met de Nederlandse Taalunie. Welke zijn de statuten en hoe verhouden die zich tot elkaar?

Bij uitbreiding is de organisatie uitermate belangrijk voor de positie van het Belgisch-Nederlands in de ontwikkeling van het Nederlands. In de loop van de geschiedenis was het gewoonte dat de Noord-Nederlandse vorm van het Nederlands de dominante vorm was. Gevolg daarvan was dat woorden of uitdrukkingen als ‘omwille van’ en ‘goesting’ als fout werden bestempeld omdat ze geen correct Nederlands waren. Die discussie laaide recent stevig op. Begin januari publiceerde De Standaard het Gele Boekje, met de titel “Hoe Vlaams is mijn Nederlands?”. Eergisteren verscheen bij het Davidsfonds het boek “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” van Rik Schutz van de Nederlandse Taalunie en Ludo Permentier, een ex-medewerker van de Nederlandse Taalunie en De Standaard. In dat laatste werk zijn meer dan 4000 woorden en begrippen opgenomen die niet als correct Nederlands werden beschouwd, maar die we nu wel als correct Nederlands kunnen beschouwen.

Die rol speelt de Taaltelefoon in de ontwikkeling van ons Nederlands. Het gaat dus niet alleen over een publieksgerichte dienstverlening, maar ook over onze taal en over de positie van het ‘Vlaams’ in het Nederlands.

Er zijn al belangrijke stappen inzake taalvariatie en de aanvaarding van diversiteit in de taal gezet, maar er moeten nog stappen worden gezet. Die variatie is al hoorbaar in mijn klanken, maar ik heb het nu over de geschreven taal.

Minister, bent u op de hoogte van de optie in het ontwerp van kerntakenplan?

De Taaltelefoon speelt een belangrijke rol in het taalbeleid van de Vlaamse overheid. De dienstverlening van de Taaltelefoon draagt wezenlijk bij tot het streven naar het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal in het onderwijs, bij de overheid en daarbuiten. Op die manier ondersteunt de Vlaamse overheid op een actieve manier het maatschappelijke en culturele belang van de standaardtaal. Zijn die doelstellingen nog steeds relevant?

Welke – inhoudelijke en andere – redenen liggen aan de basis van deze keuze?

Is deze beleidskeuze genomen in overleg met de minister-president? Ik zou evengoed de minister-president kunnen vragen of de keuze is genomen in overleg met de minister van Cultuur. De dienst Taaladvies maakt immers deel uit van de diensten van de minister-president. Is de keuze afgestemd met de minister van Onderwijs? Dat is immers ook een belangrijk punt. Professor De Schryver, die aan de KU Leuven Nederlands doceert en verschillende stukken over dit thema heeft gepubliceerd, meldde recent dat absoluut een aantal afspraken moeten worden gemaakt. Wie tien verschillende handboeken Nederlands toetst aan de adviezen van Taaladvies.net en de Taaltelefoon, zal vijfmaal het antwoord krijgen dat hij correct is en vijfmaal dat hij niet correct is. Het is echt niet oké dat in scholen Nederlands wordt aangeleerd waarover geen afspraken zijn gemaakt. Ik pleit voor een breed Nederlands en voor een tolerante aanpak van de taal, maar wel met duidelijke afspraken. Hoever kunnen we gaan en wat kan niet? Het kan niet dat een leerling in het derde jaar goede punten en in het vierde jaar slechte punten krijgt voor hetzelfde lemma, dezelfde zinsbouw of hetzelfde woord. Afstemming is dus belangrijk en de Taaltelefoon is de dienst die de afstemming kan afdwingen.

Is het de bedoeling om het decreet te wijzigen? Ik kon niet uitmaken of dit een beleidsoptie is.

Is het realistisch om te streven naar een privaatrechtelijke organisatie? Er bestaat vandaag geen enkele privaatrechtelijke organisatie die de expertise en de knowhow heeft die de Taaltelefoon de voorbije vijftien jaar heeft opgebouwd op het vlak van taaladvisering en -normering. Voor de volgers van Twitter kan ik meedelen dat hierover een hashtag bestaat. Gisteren hebben tientallen bedrijven en commerciële communicatie- en taaladviseurs die voor bedrijven werken, luidop gepleit voor het behoud van de Taaltelefoon als een complementair instrument. De expertise en autoriteit van de Taaltelefoon is volgens die bedrijven onvervangbaar.

Welke zekerheid is er dat een privaatrechtelijke organisatie tot een wezenlijke besparing kan leiden als die dezelfde opdracht krijgt, zeker als die garanties moet bieden voor de continuïteit in het taalbeleid van de Vlaamse overheid, met name op het vlak van deskundigheid en autoriteit, met dezelfde systematische, efficiënte en klantgerichte aanpak?

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, net als collega Caron heb ik de alarmerende berichten gelezen.

Minister, zelf heb ik begrepen dat nog niets is beslist, maar dat het veeleer gaat om een onderdeel van een besparingsscenario dat de administratie van de Kanselarij heeft opgesteld. Voor de N-VA zijn en blijven taalbeleid en taalzorg zeer belangrijk. Ik ga niet in op de discussie over de standaardtaal en de Vlaamse varianten en het Noord-Nederlands. Overigens, een van de onthaalmedewerkers in dit parlement schrijft een thesis voor Nederlandse taalkunde. Daarin onderzoekt ze hoe Vlaamse politici zich opstellen tegenover die Vlaamse varianten. Blijkt dat wij daarin inderdaad tolerant zijn.

Hoe dan ook, de Taaltelefoon is tot vandaag een van de instrumenten om aan taalzorg te doen en om taaladvies te geven. Er zijn ook andere instrumenten, zoals de website Taaladvies.net. Blijkbaar neemt het aantal gebruikers van de website systematisch toe, wat me ook logisch lijkt, terwijl het gebruik van de Taaltelefoon systematisch afneemt. Ik wil hiermee aangeven dat het misschien niet helemaal uit den boze is om te evalueren welke instrumenten het beste zijn om taaladvies te geven.

Want dat er taaladvies moet zijn, dat weten we. U hebt het zelf gezegd, er is zelfs een decreet voor, uit 1998, dat oplegt dat wij aan de burgers taaladvies moeten geven. Maar wat ons betreft, mag men gerust eens kijken welke instrumenten daarvoor het best kunnen worden ingezet. Dat er geëvalueerd wordt, is nooit verkeerd.

In Nederland speelt het genootschap Onze Taal een belangrijke rol in het kader van de Taalunie. Wij hebben hier nog altijd de Vereniging Algemeen Nederlands, de tegenhanger van Onze Taal. Ik kan me voorstellen dat ook met die organisaties wel een en ander af te spreken is, en wat mij betreft, collega, uiteraard het liefst in het kader van de Nederlandse Taalunie.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Naar aanleiding van de vraagstelling heb ik navraag gedaan bij mijn collega, de minister-president. In de kerntakenoefening van het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur zijn inderdaad het extern taaladvies en Taaltelefoon opgenomen als af te bouwen activiteiten binnen de eigen dienstverlening. Het is een denkpiste die nog verder moet worden onderzocht en beslist door de Vlaamse Regering.

Mijnheer Caron, de doelstellingen die in uw tweede vraag aan bod komen, het maatschappelijke en culturele belang van de standaardtaal, blijven vanzelfsprekend relevant.

In het kader van het opmaken van de kerntakenplannen stelt het Departement Kanselarij en Bestuur voor om binnen de eigen dienstverleningen de activiteit taaladvisering, waaronder ook de Taaltelefoon valt, af te bouwen. Zij geven tevens aan te willen onderzoeken op welke manier deze taaladvisering verder kan worden opgenomen buiten de Vlaamse overheid en in welke mate de Vlaamse overheid hierin dan nog tussenkomt. Het oprichtingsdecreet van 3 februari 1998, waar u naar verwijst, laat inderdaad de vrijheid om dit publiekrechtelijk of privaatrechtelijk te organiseren.

Ik denk dat het nuttig is om de procedure van de kerntakenplannen nog even dieper te schetsen. In het Vlaams regeerakkoord werd afgesproken dat elk beleidsdomein, dus de administratie, een kerntakenplan moet opmaken. In de beleidsnota Algemeen Regeringsbeleid wordt de doelstelling verder geconcretiseerd en gesteld dat elk plan een lijst van af te bouwen activiteiten opneemt vertrekkende vanuit een overzicht van de huidige activiteiten die meer en minder essentieel zijn om de beleidsdoelstellingen te bereiken of de dienstverlening te verzekeren. De kernwoorden ‘beleidsdoelstellingen bereiken en de eigen dienstverlening verzekeren’ werden door het voorzitterscollege, bestaande uit leidend ambtenaren van elke beleidsdomein, vertaald in een vijftal principes: noodzakelijke eigen dienstverlening rechtstreeks aan de burger of organisaties, kwaliteitsvolle en niet-bureaucratische regelgeving, geïntegreerd beleid en uitvoering inzake handhaving en inspectie, optimaliseren van vergunningsbeleid en erkenningen, en als laatste het doelgericht inzetten van subsidies als belangrijk sturingsinstrument.

Inmiddels werden de plannen door de leidend ambtenaren opgeleverd en worden ze binnenkort voorgelegd aan de leden van de Vlaamse Regering. De bespreking binnen de regering moet evenwel nog worden gevoerd. Op dit moment heb ik niet de intentie om het decreet te wijzigen.

Ik kom tot uw laatste twee vragen in verband met het realiteitsgehalte om te streven naar een privaatrechtelijke organisatie om de dienstverlening van de Taaltelefoon en de taaladviesdienst op zich te nemen. Er bestaat inderdaad vandaag nog geen enkele privaatrechtelijke organisatie die de expertise en de knowhow heeft opgebouwd die de Taaltelefoon de voorbije vijftien jaar zich eigen heeft gemaakt op het vlak van taaladvisering en -normering. Ik wil zeker niet vooruitlopen op de bespreking binnen de Vlaamse Regering, maar we kunnen niet ontkennen dat de taaladviesdienst van de Vlaamse overheid de voorbije vijftien jaar een expertise heeft opgebouwd op het vlak van taaladvisering en -normering die zijn gelijke niet kent.

Langs de andere kant, en dan bedoel ik dat letterlijk, wordt in Nederland al jaren de opdracht uitgevoerd door het Genootschap Onze Taal, dat wel een privaatrechtelijke organisatie is.

Het spreekt voor zich, mocht de optie worden gekozen van een overdracht van de taakstelling naar een privaatrechtelijke organisatie, dat uw laatste vraag het allerbelangrijkste criterium is, mijnheer Caron, namelijk welke zekerheid er kan worden gegarandeerd dat er continuïteit is in het taalbeleid van de Vlaamse overheid, met name op het vlak van deskundigheid en autoriteit, met dezelfde systematische, efficiënte en klantgerichte aanpak.

Dus de plannen in het kader van het kerntakenbeleid zijn bekend. De discussie binnen de Vlaamse Regering moet nog worden gevoerd. Uw bekommernissen, mijnheer Caron, zijn mij zeer duidelijk.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Dank u wel, minister. Ik wil voor de volledigheid een paar feitelijke elementen meegeven omdat er heel vaak misverstanden over bestaan. Ik heb me heel goed geïnformeerd voor die vraag.

Bij de dienst van de Taaltelefoon werken acht of negen mensen, waarvan er drie feitelijk bezig zijn met de telefoon en met de digitale vragen via internet, e-mail of Facebook. Dat is maar een beperkt gedeelte van de mensen die bij die dienst werken. Dat is de direct klantgerichte service.

Er waren vorig jaar 5559 vragen, waarvan ongeveer de helft, 2758, telefonisch waren. De andere vragen zijn behandeld via mailbox en Taaladvies.net. Wat de online dienstverlening betreft, had Taaladvies.net vorig jaar 5,4 miljoen unieke bezoekers en 11 miljoen geconsulteerde pagina’s. De Taaltelefoon is een stuk van de onderbouw van dit verhaal, een soort pilaar die een en ander legitimeert. Taaltelefoon.be, dus de eigen website, haalt in 2014 1 miljoen unieke bezoekers en 1,7 miljoen geconsulteerde pagina’s. Dit om de dimensie aan te geven.

Ik wil ook melden dat de reclamewereld gisteren een persbericht heeft verstuurd. De reclamewereld heeft de Taaltelefoon nodig: dat is de titel van het persbericht, ondertekend door Sam De Win, creatief directeur van het reclamebureau Ogilvy. Ze hebben dat op een ludieke manier aangepakt.

Minister, voor mij gaat de discussie niet over publiekrechtelijk of privaatrechtelijk. Daar gaat de essentie niet over. Maar dit is een uniek verhaal. Het is in Nederland anders gegroeid. Het Genootschap Onze Taal is zo gegroeid en heeft die taak gekregen van de overheid. Dat had bij ons ook kunnen gebeuren. Ik onderstreep maar even het belang.

Ik begrijp dat het een oefening is van een administratie die dat moet doen. Ik mag betreuren dat de leiding van de administratie dat niet als een kerntaak beschouwt. Des te meer, mijnheer Vandaele, omdat ook de bevoegde minister iemand zou moeten zijn waarvan ik vind dat taalbeleid heel goed in uw politiek verhaal thuishoort en dat je daar heel omzichtig mee moet omgaan. Daar wil ik echt wel voor pleiten.

Minister, ik hoop dat u in het politieke overleg dat hier nu op zal volgen, de bekommernissen die u uit, de gegevens die ik meegeef, de reactie in de samenleving, die fors is, echt waar, tenminste in de kringen die taalbeleid belangrijk vinden, meeneemt. Ik geloof niet dat de overheid hier een besparing kan realiseren. Want neem nu dat je die diensten afschaft en bijvoorbeeld Taaladvies.net laat adviseren door professoren in de neerlandistiek, dan zullen die het ook niet gratis doen. Neem nu dat ze een vzw oprichten, gaan we die mensen daar dan inkantelen? Het is een complexe aangelegenheid.

Ik denk niet dat er een besparing ‘as such’ mogelijk is. Dat die dienst een zekere autonomie zou kunnen krijgen, dat kan best zijn. Maar ik denk dat net de positie van de Taaladviesdienst binnen de overheid de autoriteit van die dienst sterk legitimeert en ondersteunt. Als er nog een beetje van onze geschiedenis en de zorg voor onze taal overblijft, als de bekommernis om goed taalgebruik overblijft, als er afspraken zijn –mijnheer Vandaele, het gaat niet over welk soort Nederlands maar over afspraken – die in het onderwijs eenvormig zijn, dan is dat super belangrijk. Daarom zijn die acht mensen bij de Vlaamse overheid zo belangrijk.

Ik wil pleiten voor een blijvende zorg, zeker vanuit dit beleidsdomein, voor goed Nederlands. Het feit dat een groene dit zegt, betekent heel wat. U kent mijn gevoeligheid voor het taalbeleid uiteraard.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.