U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Mevrouw Vera Celis (N-VA)

Minister, sinds het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs is het voor secundaire scholen, centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s) en hogescholen mogelijk om in het Nederlandstalig onderwijs hoger beroepsonderwijs of hbo5 in te richten. Deze vorm van onderwijs biedt aan cursisten een arbeidsmarktgerichte opleiding aan met een kwalificatie die zich situeert tussen het secundair onderwijs en het hoger onderwijs.

In 2013 werden er in het decreet betreffende de versterking van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen nieuwe normen vastgelegd om een hbo5-richting te mogen inrichten. Sinds september van vorig jaar moeten nieuwe opleidingen hbo5 gezamenlijk worden ingericht door samenwerkingsverbanden met hogescholen, CVO’s en secundaire scholen.

Tijdens de bespreking van de beleidsnota gaf u aan voorstander te zijn van een verdere uitbouw van het hbo5 op organisatorisch en inhoudelijk vlak. U stelde toen dat hbo “een nieuw financieringssysteem vereist of een dat afgestemd is op dat van het hoger onderwijs. Dat werk moet echter nog worden opgestart. Ook op het inhoudelijke vlak zijn nog te weinig vorderingen gemaakt.”

Op het terrein is er bijzonder veel vraag naar een optimalisering op vlak van organisatie, financiën en inhoud. Deze oproep wordt nu ook bevestigd door een recent advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor). De Vlor stelt dat de programmatieprocedure voor het oprichten van een opleiding hbo5 op dit moment te onduidelijk is en te weinig rechtszekerheid biedt. De Vlor stelt bovendien ook dat er nood is aan meer transparantie.

Minister, aangezien veel CVO’s en hogescholen op dit moment nog in het ongewisse zijn van wat er zal komen, heb ik een aantal vragen voor u.

Kunt u mij een stand van zaken geven met betrekking tot de uitbouw van hbo5 tot een volwaardig onderwijsniveau? Wat is uw plan van aanpak en welke timing stelt u voorop?

Welke aanpassingen wilt u doorvoeren op inhoudelijk, organisatorisch en financieel vlak?

Hoe analyseert u de opmerkingen van de Vlor met betrekking tot de knelpunten in de programmatieprocedure? Plant u maatregelen om de huidige procedures te verduidelijken?

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Deze twee vragen om uitleg zijn gekoppeld. Ze gaan allebei over hbo5. De vraag die ik stel, is veel specifieker. Mevrouw Celis focust zich meer op de totaliteit van hbo5. Mevrouw De Meulemeester heeft in de plenaire vergadering al een actuele vraag gesteld over hbo5 verpleegkunde. Mijn vraag om uitleg spitst zich specifiek toe op de Vlaamse kwalificatiestructuur.

Op 1 september 2009 werd het hoger beroepsonderwijs ingevoerd in het Vlaams onderwijsbestel. De opleiding verpleegkunde, die vroeger behoorde tot de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, ging vanaf die datum over naar het hoger beroepsonderwijs hbo 5, Vlaamse kwalificatiestructuur (VKS) niveau 5.

Strikt genomen is het dus hoger onderwijs. De opleidingen zijn beroepsgericht en situeren zich tussen het secundair onderwijs en de professionele bacheloropleidingen. De opleidingen hbo5 konden in het verleden worden ingericht door centra voor volwassenenonderwijs of door hogescholen. Door de wijziging moeten ze door hogescholen worden ingericht. In overgang is er gezegd dat er een samenwerking moet zijn tussen CVO en hoger onderwijs.

De hbo5 verpleegkunde of de vroegere vierde graad was een uitzondering, want die zitten nog altijd in het secundair onderwijs en worden ook enkel in het voltijds secundair onderwijs ingericht. De redenen daartoe zijn divers, maar de specifieke doelgroep mag niet uit het oog worden verloren. Ik ken die specifieke doelgroep vrij goed, omdat ik die vroeger voor mij had zitten. Het was hun manier om die leerlingen te laten doorstromen. Hbo5 verpleegkunde is het prototype, het zalmmodel in het Vlaamse onderwijslandschap.

Door de aansluiting van de secundaire school met beroepsopleidingen en die hbo5 verpleegkunde, vormt dat bij uitstek een manier om alsnog in het hoger onderwijs te geraken.

Op 1 februari 2014 telde deze opleiding 7383 cursisten, toch niet niets. Daarmee volgen 44 procent van alle verpleegkundestudenten de hbo5-opleiding. 46,6 procent van alle verpleegkundigen in Vlaanderen zijn hbo5-verpleegkundigen. Volgens de laatste cijfers die ik heb binnengekregen, is dat niet langer 46,6, maar 48,6 procent. Bijgevolg vormen ze een onmisbare schakel in de gezondheids- en welzijnszorg.

Tot hier mijn inleiding met achtergrondinformatie die u wellicht kende. Ik kom tot de kern van de zaak.

Op 1 april 2015 werd er op federaal niveau beslist om het beroepsprofiel van de verpleegkundige uit te werken. Er is door de sector maar één beroepsprofiel uitgewerkt. Ik verwijs even naar andere beroepsprofielen waarbij we in het verleden dat probleem ook hebben gehad. Dat was bij de hbo5 gidsenopleiding. Daar was er ook maar één profiel. Het bleek toen dat die zouden worden ingeschaald in niveau 6. Er is heel wat poespas rond geweest, om uiteindelijk een tweede profiel te hebben dat ook is ingeschaald op niveau 5. Dus één op niveau 5 en één op niveau 6, met een andere finaliteit.

Maar hier hebben we er maar één. De kans is dus reëel dat als die wordt ingeschaald in de Vlaamse kwalificatiestructuur en die wordt ingeschaald op één niveau – er is maar één profiel, dus ook maar één niveau –, dat op niveau 6 zal zijn. Dat betekent dat de opleiding hbo5 de facto ophoudt te bestaan.

Minister, zal de goedkeuring van één beroepsprofiel voor het beroep van verpleegkundige aanleiding geven tot een inschaling in de Vlaamse kwalificatiestructuur van slechts één opleidingsniveau? Of zou het kunnen dat één beroepsprofiel in de Vlaamse kwalificatiestructuur toch zou kunnen worden gespreid over twee opleidingsniveaus en bijgevolg over twee niveaus in de Vlaamse kwalificatiestructuur? Indien er toch maar één profiel blijft, en geen tweede profiel wordt gemaakt, zou het dan ook kunnen dat die in twee kwalificatieniveaus kan worden ingeschaald zonder een wijziging aan de regelgeving? Ik denk daarbij concreet aan artikel 13 van het Kwaliteitsdecreet van 30 april 2009.

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Ik zou me graag aansluiten bij voorbije vraagstellers. We hebben het er in de plenaire vergadering inderdaad al kort even over gehad. U zei toen, in uw antwoord op een actuele vraag van collega De Meulemeester, dat u hbo5-verpleegkunde wil blijven waarborgen. Ik denk dat iedereen in de zaal daar tevreden mee was. Ondertussen is er het besluit in verband met het beroepsprofiel verpleegkunde. Heeft dat gevolgen voor hbo5-verpleegkunde? Het is een beetje dezelfde vraag als die van collega Daniëls.

De voorzitter

De heer Durnez heeft het woord.

De heer Jan Durnez (CD&V)

Voor zover me bekend is er nog geen federaal besluit. Het is een advies. We kunnen onze posities goed voorbereiden.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Collega’s, het gaat om een zeer gevoelig dossier. Er zijn twee onderdelen, hbo5 enerzijds en de hbo5-verpleegkunde anderzijds. Ik haal ze uit elkaar, maar het gaat allemaal om hbo5. Principieel staat in het regeerakkoord en de beleidsnota dat we van hbo5 een volwaardig onderdeel van het hoger onderwijs willen maken. Ik maak nu even abstractie van hbo5-verpleegkunde.

Het biedt kansen voor de verdere democratisering van het hoger onderwijs. Het gaat om korte, arbeidsmarktgerichte opleidingen die geschikt zijn voor heel wat jongeren die de weg naar het hoger onderwijs nu nog niet vinden en bovendien spelen ze heel sterk in op concrete vragen van de arbeidsmarkt. Nog eens: in de screening die we deze namiddag hebben gekregen, zien we ook zeer goed wat ideaal op hbo5-niveau worden ingericht. Het is een ontbrekende schakel in alles wat we momenteel opzetten op het vlak van oriëntering, heroriëntering en studievoortgang. Ook studenten die op dit ogenblik een professionele bachelor volgen, maar zich willen heroriënteren, hebben eigenlijk geen alternatief binnen het hoger onderwijs.

Hbo5-opleidingen bestaan binnen het volwassenenonderwijs en de hbo5-opleiding verpleegkunde bestaat ook binnen het secundaire onderwijs. Het is al sinds 2009 de bedoeling om de bestaande opleidingen in het volwassenenonderwijs om te vormen. Sinds dit academiejaar zijn hogescholen mee verantwoordelijk voor de hbo5-opleidingen. Dat is volgens mij een stap voorwaarts. Dat was een belangrijke stap omdat er wat koudwatervrees was tussen de partners – het hoger onderwijs, het volwassenenonderwijs en het secundair onderwijs. Dat is een beetje doorbroken. We zien een constructieve samenwerking her en der op het terrein ontstaan. Dat is een goede zaak.

Er zijn ook al een aantal punctuele wijzigingen opgenomen in OD XXIV, dat hier volgende week wordt toegelicht. Ze zorgen ervoor dat hbo5-opleidingen beter aansluiten bij de logica van het hoger onderwijs. Ik geef de elementen al mee, maar ze worden volgende week toegelicht. Ten eerste, zoals bachelor- en masteropleidingen worden hbo5-opleidingen uitgedrukt in studiepunten en kunnen opleidingsonderdelen een creditbewijs opleveren. Ten tweede, die opleidingsonderdelen zijn op hun beurt gegroepeerd in modules. Dat bestaat niet in bachelor- en in masteropleidingen, maar het is een praktijk uit het volwassenenonderwijs die natuurlijk wel relevant is in het kader van het hoger beroepsonderwijs. Opleidingen kunnen afstudeerrichtingen bevatten, bijvoorbeeld, als ze leiden tot verschillende beroepskwalificaties. Dat vermijdt dat er voor iedere beroepskwalificatie een andere opleiding komt. Die zaken zijn er gekomen op basis van het overleg tussen de samenwerkingsverbanden die nu hbo5 opleiden.

Om hbo5 uiteindelijk echt uit te bouwen, moet er nog werk ten gronde gebeuren. Cruciale aspecten zijn bijvoorbeeld de financiering en de implicaties voor het personeel. Die zijn nog nooit ten gronde uitgeklaard. Bij het decreet ter versterking van hbo5 in 2013 waren ambtelijke werkgroepen aangekondigd. Die zijn er niet gekomen. Het nodige beleidsvoorbereidende werk gebeurt nu door mijn administratie. Het is de bedoeling om nog in 2015 de noodzakelijke stappen in kaart te brengen en het decretale werk op te starten. Het doel is om te komen tot één duidelijk regelgevend kader voor hbo5 dat maximaal ingebed is in de regelgeving over het hoger onderwijs.

Een belangrijk aspect met betrekking tot hbo5 en de timing van de uitrol is effectief de Vlaamse kwalificatiestructuur. Er is voor gekozen om hbo5-opleidingen strikt te relateren aan de beroepskwalificaties. De reden is dat het om sterk beroepsgericht onderwijs gaat. Het nadeel is echter dat zo de uitrol van hbo5 natuurlijk afhankelijk is van timing van de uitrol van die kwalificatiestructuur, waardoor de omvorming van bestaande opleidingen, of de uitbouw van nieuwe opleidingen pas kan gebeuren op het moment dat de sectoren tot beroepskwalificaties zijn gekomen en die beroepskwalificaties ook zijn omgezet in onderwijskwalificaties op niveau 5.

Dat wordt ook een opdracht van de administratie. Ik denk dat we die logica nu beter gewoon correct volgen.

Ik kom tot de opmerkingen van de Vlor met betrekking tot de knelpunten in de procedure. Collega Celis, het advies van de Vlor is voor mij een zeer goede basis om de bestaande programmatieprocedure voor hbo5 beter te optimaliseren. Ik ben het bijvoorbeeld eens met de principes die de Vlor naar voren schuift, bijvoorbeeld dat de procedure openbaar moet zijn, transparant, zo kort mogelijk, met weinig administratieve lasten. Op dit moment wordt de huidige programmatieprocedure voor een eerste keer effectief doorlopen. Er is een beroepskwalificatie die tot een onderwijskwalificatie heeft geleid van niveau 5. Dat is de opleiding winkelmanagement. Dat is een opleiding die momenteel nog niet bestaat. De samenwerkingsverbanden hebben dus dossiers opgesteld, en die hebben nu bijna alle stappen achter de rug. Dat heeft onder andere mee geleid tot de vraag om een en ander bij te sturen via Onderwijsdecreet XXV. Via die weg is er dus al voor een stuk tegemoetgekomen aan de opmerkingen van de Vlor. Het geheel wordt opgenomen in het algemeen regelgevend werk dat er nog is voor hbo5.

Collega Celis, er is dus heel veel in beweging.  We moeten rekening houden met bepaalde tempo’s, maar het is zeker mijn bedoeling om dat volledig in te bedden in ons hoger onderwijs maar toch de eigenheid niet verloren te laten gaan, omdat we er een heel specifieke groep jongeren mee aanspreken. Zoals ik al zei: sterk arbeidsmarktgericht, korte procedures, modules die moeten doorlopen worden, enzovoort.

Ook interessant is de financiering. De hbo5-opleiding zal niet openstaan voor studiebeurzen, maar er zijn wel een aantal middelen die bij de inschrijving moeten worden betaald. Velen zeggen mij dat, als die mee in het studiebeurssysteem worden gestopt – maar dan moet ook het inschrijvingsgeld worden bekeken – dat geen meerkost zal zijn omdat jongeren zich sneller zullen kunnen heroriënteren. De opleiding wordt een heroriënteringsmodule, daar waar jongeren nu soms jaren blijven zitten in de professionele bachelor. Door de hbo5 zullen ze een volwaardige terugvalpositie kunnen krijgen. Wij moeten dat berekenen, maar sommigen zeggen me dat we niet bang moeten zijn dat in het financiële systeem te stoppen, want door de mogelijkheden om te heroriënteren ga je ook een waterval die nu misschien bestaat, stoppen.

Ik kom tot de hbo5 verpleegkunde. Collega Durnez, het nieuwe beroeps- en competentieprofiel voor het beroep van verpleegkundige is nog niet definitief goedgekeurd. De federale raad verpleegkunde heeft het profiel uitgewerkt met alle relevante actoren: overheden, onderwijs, beroepsverenigingen en alle gezondheidsactoren. Dat profiel is op 1 april voorgesteld op de plenaire vergadering van de federale raad en is daar ook goedgekeurd. Dat is als advies bezorgd aan de bevoegde minister Maggie De Block. Het is aan de minister om dit beroeps- en competentieprofiel in de federale regelgeving in te schrijven.

Het federale beroeps- en competentieprofiel is zelf geen beroepskwalificatie. Het wordt evenmin federaal ingeschaald op een kwalificatieniveau. Dat is zeer belangrijk. De beroepskwalificaties en de inschaling ervan is een zaak van de sectoren in de context van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Het federale beroeps- en competentieprofiel is wel het wettelijke referentiekader voor de beroepskwalificatie van verpleegkunde, maar de gesprekken over die beroepskwalificatie in de zorgsector lopen nog. Het gaat daarbij niet alleen over de beroepskwalificatie van verpleegkundigen, maar over alle mogelijke profielen binnen de sector op de verschillende kwalificatieniveaus.

Zoals ik ook al aangaf bij de recente actuele vragen over dit advies, is voor mij de leerladder erg belangrijk. Die zorgt ervoor dat meer leerlingen en studenten de kans hebben om opgeleid te worden voor een zorgberoep, en ook dat op de werkplek verschillende profielen kunnen samenwerken. Dat is inherent aan de zorgsector: de goede samenwerking over de niveaus heen tussen verzorgenden, verpleegkundigen en artsen.

Ik verwacht van het Vlaamse overleg dat de sectoren die leerladder zullen vertalen in verschillende beroepsprofielen op een aantal niveaus. Ik vind het vanzelfsprekend dat ze daarbij rekening zullen houden met de huidige realiteit. Ruim 46 procent van de verpleegkundigen in Vlaanderen is momenteel hbo5 en 44 procent van de studenten is dat. Als we daaraan willen wijzigen, dan heeft dat niet alleen enorme consequenties voor de studenten maar ook voor de hele organisatie van ziekenhuizen en de verzorgingssector. We moeten alle effecten mee in rekening nemen.

Een duidelijke leerladder komt ook de arbeidsmarkt ten goede. Zorgberoepen zijn knelpuntberoepen. Beroepskwalificaties per niveau vergemakkelijken een adequate rekrutering en tewerkstelling binnen de sector.

Er is het federale beroeps- en competentieprofiel, de Vlaamse beroepskwalificaties, de inschaling daarvan, en uiteindelijk de onderwijskwalificaties die ermee verbonden worden. Omtrent die laatste stappen is het zo dat één beroepskwalificatie slechts op één niveau kan worden ingeschaald. Ik heb uitgelegd dat het federale profiel een uitgewerkte leerladder niet in de weg hoeft te staan. Het komt er nu op aan om dit verder te bespreken met de sector en de opleidingen hbo5 en bachelor. Intussen blijf ik ook de federale evoluties van nabij opvolgen. Ik zal minister De Block attent maken op het Vlaamse opleidingslandschap en daarbij het belang van de instroom via de hbo5-opleiding benadrukken. Het is nog niet opgelost, maar we delen dezelfde zorg.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Mevrouw Vera Celis (N-VA)

Ik ben heel blij dat er een en ander beweegt. Wat de timing betreft, moeten we afwachten tot de beroepskwalificaties zijn uitgewerkt. Er is natuurlijk een rechtstreekse link met het onderwijs.

Ik ben er enorm van overtuigd dat het de missing link is in het verhaal. Ik heb nog contact met oud-leerlingen en mensen die werk zoeken. Als we de hbo5-profielen goed op punt kunnen zetten, kunnen we heel wat kansen geven aan zij die niet aan de bak komen. Het zijn uiteraard niet alleen generatiestudenten die deze opleidingen volgen, maar ook werkenden en werkzoekenden die er hun gading in hopen te vinden. Ik kijk enorm uit naar het vervolg van dit verhaal, niet alleen voor wat betreft verpleegkunde maar voor de totaliteit van hbo5.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw toelichting en de bevestiging dat één profiel maar op één niveau kan.

Mijnheer Durnez, het klopt dat het nog niet is goedgekeurd, maar het aantal profielen dat op dat niveau niet is goedgekeurd in het verleden, is nagenoeg nul. Het zou een historisch moment zijn mocht het advies niet worden gevolgd. Hat kan natuurlijk altijd.

U zegt dat we uit de leerladder verschillende opleidingen zouden kunnen puren met een finaliteit in de zorgsector. Mevrouw De Meulemeester is zeker en vast bezig met de verschillende zorgberoepen die er zijn. Dat biedt ook een geruststelling voor het veld. We moeten onderwijs niet inrichten omwille van de scholen zelf, maar omwille van de leerlingen en de noden in de maatschappij. Dat is cruciaal. Voor leerlingen die zes jaar verzorging hebben gedaan en dan een zevende jaar bejaardenzorg of gezondheids- en welzijnswetenschappen, is de hbo5 verpleegkunde dé manier om in te stromen in het hoger onderwijs. Als we zien hoeveel er een schakelprogramma volgen en dan verpleegkunde doen, dan kunnen weinig andere richtingen op tegen die cijfers. Daarom alleen al is het wijs om die opleiding te behouden, weliswaar kwalitatief en in de totaliteit van de verpleegkundige beroepen.

De voorzitter

De heer Durnez heeft het woord.

De heer Jan Durnez (CD&V)

Mijnheer Daniëls, ik heb wat meer jaarringen op de teller staan. Ik wil daarmee zeggen dat deze discussie cyclisch terugkeert. Ik ben minder pessimistisch dan uzelf over het al dan niet aanhouden van het advies en het omzetten in het KB 78, onder meer omdat de representativiteit van die raad in vraag wordt gesteld. Ik heb de samenstelling bekeken en het is overduidelijk dat er mankementen zijn. Ik heb de indruk dat de bevoegde minister daar oren naar heeft.

Diverse vraagstukken worden door elkaar besproken. De spanningsvelden en de problematiek van de stages, is een op te lossen zaak. Het andere is de Europese richtlijn en de ontwikkeling in de Europese richtlijnen. Een derde zaak is het klassieke lobbywerk dat dertig jaar geleden ook al speelde om te proberen de oversteek te maken. Ik ben bijzonder verheugd dat de minister mee bevestigt dat in Vlaanderen de waardering voor de opleiding zeer groot is. Dat is binnen de ziekenhuissector uitdrukkelijk zo. Men is vrager dat het profiel en de opleiding blijven.

Ik geef nog een voetnoot. Als men die oversteek zou maken, dan wordt het een financiële zaak om u tegen te zeggen. Dat is in deze tijdsgeest misschien een element voor de federale overheid om rekening mee te houden. Dat staat los van de kwaliteit en de vraag die er is in de sector. Ik hoop dat we tot een eerbare oplossing kunnen komen in het belang van elkeen.

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Minister, ik ben blij te horen dat het de goede kant opgaat en dat de bezorgdheid wordt gedeeld door alle fracties. Ik zal dit uiteraard blijven opvolgen.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.