U bent hier

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, dit is een crisis die inhakt op heel wat bedrijven. Ik denk dat u de jongste dagen ook wel bent ondergedompeld in deze crisis, niet alleen ten gevolge van een bezoek dat u begin deze week hebt gebracht aan een landbouwbedrijf in Deerlijk en waarbij heel wat landbouwers getuigenissen hebben afgelegd, maar ook vooraf was u natuurlijk al op de hoogte van die problematiek. Het probleem is natuurlijk dat zo’n markt keldert wanneer internationale, geopolitieke problemen volgen op een coronacrisis. De oorzaak kan dan bezwaarlijk worden gelegd bij de producent. In de varkenshouderij is de gemiddelde basisprijs voor vleesvarkens onder 1 euro gedaald, de jongste weken zelfs onder 90 cent. De biggenprijs is gekelderd, en de prijzen van veevoeder zijn momenteel eigenlijk wel vrij hoog. Men spreekt over een daling met 45 procent van de verkoopprijzen en over een stijging van de veevoederprijzen met 15 procent. Daarnet las ik op de website van het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT) ook nog de berekening die de heer Teuwen van de Vlaamse Producentenorganisatie Varkens (VPOV) heeft gemaakt. Het is wat het is: volgens zijn berekening zouden de varkenspest en corona samen de varkenssector 43,3 miljoen euro hebben gekost.

In de vleesverwerking stellen 180 bedrijven vandaag nog dagelijks 6000 werknemers tewerk. Ze realiseren een omzet van 2 miljard euro. Deze sector is dus geen bagatel. Minister, kom niet af met het argument dat er te veel varkens zijn. Ongeveer 90 procent van de export van ons Belgisch vlees en van onze vleesproducten gaat naar landen binnen de Europese Unie. Op wereldschaal is dat eigenlijk echt wel een vrij lokale markt. De vraag naar varkensvlees is groot, maar diverse markten zijn vandaag onbereikbaar. Oorzaken zijn te vinden in diverse zaken. Men heeft het onder andere over de discussie tussen China en Europa over het 5G-netwerk, maar ook het standpunt van ons land over de situatie van de Oeigoeren, de minderheidsgroep in het noordwesten van China, speelt een rol, en er is ook de boycot van Rusland wegens de Krimoorlog. Dat zijn geopolitieke problemen die eigenlijk aan de basis liggen van de problemen inzake de toegang van varkensvlees op diverse markten.

Vanuit Vlaanderen zetten het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en Flanders Investment & Trade (FIT) in – en ze blijven dat doen – op het begeleiden van bedrijven om toegang te verschaffen tot die diverse markten. Ook wordt er samengewerkt met vertegenwoordigers van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV). Dat is natuurlijk David tegen Goliath, want hogere belangen schaden het imago van ons land en beperken de contactmogelijkheden op de markten in het Verre Oosten. We stellen echter vast dat landen als Nederland, Denemarken en ook Spanje blijkbaar een betere strategie hanteren en er beter in slagen om hun exportposities te vrijwaren.

De marktomstandigheden waren aan de betere hand net vóór de coronacrisis. De markten zijn sedertdien gekelderd, de heropleving stokt. Ik heb het reeds gezegd: er was een daling. Ik had geschreven dat het een daling van 30 procent was, maar het evolueert natuurlijk heel snel. Men spreekt nu over 45 procent daling van de verkoopprijs. Maar dat is natuurlijk te weinig om in aanmerking te komen voor coronasteun, want daartoe was 60 procent omzetdaling noodzakelijk. En in de varkenshouderij, net zoals in alle andere sectoren, zet je de knop niet uit. De varkens blijven natuurlijk groeien. Dat is ook goed, de verkoop blijft dus verdergaan. Uiteindelijk wordt de omzet bepaald door de daling van de verkoopprijs. En die daling is 45 procent. Dat is gigantisch groot, maar eigenlijk te weinig om in aanmerking te komen voor coronasteun. In Wallonië heeft de regering beslist om een coronapremie te geven van 530 euro per zeug, met een plafond van 100.000 euro per bedrijf.

Minister, we weten dat u maandag overleg hebt gehad met de varkenshouders. Het is al verschillende keren in andere vragen aan bod gekomen. Ik neem aan dat u inderdaad reeds een aantal zaken hebt beantwoord. Maar ik heb toch nog vragen voor u.

Minister, ziet u maatregelen om de impact van die geopolitieke beslissingen op de individuele landbouwbedrijven te remediëren? Beschikt Vlaanderen over proportionele drukkingsmiddelen om de marktoegang in bepaalde regio’s af te dwingen? Wat is de stand van zaken in het overleg dat u maandag jongstleden hebt gehad?

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega Dochy heeft het daarnet geschetst: de marktsituatie voor de varkenshouderij is ronduit slecht. We hebben enerzijds de hoge grondstofprijzen, maar ook de aanhoudende lage varkensprijzen zijn bijzonder dramatisch voor de sector. Het is een Europese en mondiale problematiek, maar we zien toch wel dat de prijzen in de landen rondom ons hoger zijn. De Belgische varkenshouders verliezen per slachtrijp vleesvarken 25 tot 30 euro. Dat is fenomenaal. Ook de biggenprijzen – het werd hier net aangehaald – zijn helemaal onderuitgegaan.

Er is inderdaad een verschil in behandeling tussen Wallonië en Vlaanderen. Waar wij de extra VLIF-steun (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) voor de niet-productieve investeringen hebben, heeft Wallonië een prijs per zeug. Dat heeft natuurlijk te maken met geregionaliseerde materies. Vlaanderen heeft ook een groter aantal varkenshouders dan Wallonië. Die zaken zullen wel meespelen in de beslissing over welke steun men zal geven. Maar we bekijken natuurlijk hoe het in Vlaanderen zit met de steun op korte termijn, waar men nu toch wel wat op zijn honger blijft zitten.

We weten dat de Afrikaanse varkenspest een belangrijk aandeel heeft in deze situatie. Heel wat landen hebben hun grenzen gesloten voor onze varkens, en dat weegt nog altijd door. Als ik het goed heb, zijn vandaag nog steeds zestien op de dertig landen niet toegankelijk. We zien ook dat er heel wat groei is van de varkensvleesproductie vanuit Spanje. Ook dat legt een druk op onze afzetmarkt en op onze prijzen. Er zijn een aantal bedrijven die licenties hebben verloren om in China te leveren. En zo komt alles maar in de Europese Unie terecht, wat het voor ons alleen maar erger maakt.

Wat het ketenoverleg betreft, hadden we maandag inderdaad een bijeenkomst met een aantal partners. Ik verneem heel graag wat daar uit de bus is gekomen. Het is belangrijk dat u, ook al bent u daar zelf niet aan zet, dat mee faciliteert. Dat lijkt mij een belangrijke rol die dient te worden opgenomen, om te kijken naar structurele maatregelen om die weerbaarheid te verhogen, het evenwicht tussen vraag en aanbod te bewaren en grote prijsschommelingen te vermijden.

In mijn vraag heb ik verwezen naar een aantal initiatieven die in het verleden werden genomen. Ik denk aan de G30, geïnitieerd door toenmalig minister Schauvliege. Dan hadden we op provinciaal de X100, die daarop volgde. Tijdens de G30 stonden drie thema’s centraal: markt, differentiatie en heroriëntatie. Er waren ook de dialoogdagen van toenmalig minister-president en minister van Landbouw Kris Peeters. Er is eigenlijk al heel wat gebeurd rond deze kwestie. Maar we blijven eigenlijk maar aanmodderen, om het zo te zeggen. De situatie geraakt niet opgelost.

De vraag is ook: als we dan dergelijke initiatieven nemen, hoe volgen we het dan verder op? Worden er concrete acties aan gekoppeld? Wordt er geëvalueerd? We moeten zien dat we, als we over iets praten, ook tot oplossingen kunnen komen en dat we niet zoveel jaar later moeten vaststellen dat we eigenlijk nog niet ver staan.

Het is ook belangrijk om de violen gelijk te stemmen met het federale niveau. Destijds heeft minister Borsus al een aantal maatregelen genomen, zoals – ook nu nog belangrijk – de versterking van de Exportcel van het FAVV om zo de buitenlandse markten, waarvan we nu vaststellen dat er heel wat gesloten blijven, actiever te exploreren en te openen.

Dus ook nu is het belangrijk dat we aan die kar trekken.

Minister, welke impact heeft volgens u de Vlaamse steun, die extra steun, de VLIF-steun voor niet-productieve investeringen op korte termijn voor onze varkensboeren gerealiseerd?

Wat denkt u van het subsidiebedrag per zeug, zoals in Wallonië werd aangenomen?

Hoe heeft het concrete concept van de rondetafel maandag plaatsgevonden? Wie was er? Wat stond er op de agenda? Krijgen we er een klein verslagje van?

Werd er naar aanleiding van de rondetafel een evaluatie gemaakt van de aanbevelingen van de G30 van 2016? Hoe ziet men dit verder uitrollen?

Hoe zult u verzekeren dat de aanbevelingen die nu naar aanleiding van de nieuwe rondetafel worden geformuleerd ook werkelijk worden uitgevoerd? Is er een stappenplan en een regelmatige opvolging?

Wat zijn de belangrijkste structurele maatregelen die op korte termijn volgens u ingevoerd zouden moeten worden voor de Vlaamse varkenshouderijen?

Hoe ziet u de samenwerking met de federale overheid specifiek met het oog op het heropenen van toch een belangrijk aandeel buitenlandse markten?

Zult u de problematiek van de ongelijke concurrentie – ook heel belangrijk en aangehaald door collega Dochy – binnen de Europese Unie ook aankaarten op Europees niveau?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dat zijn toch nog veel vragen, hoewel ik al een aantal voorzetten heb proberen te geven.

Het is superduidelijk dat de varkenssector door heel zwaar weer gaat. De voorbije dagen en weken heb ik met een aantal varkenshouders en -houdsters gesproken. Deze week heb ik in de voormiddag in West-Vlaanderen gesproken met een aantal vrouwen die varkenshouder zijn. Dat waren zeer emotionele gesprekken. Ik was er niet goed van toen ik er buitenkwam, want dat gaat over bedrijven die enorm geïnvesteerd hebben in het milieuvriendelijker maken, in emissiearme stallen, die met heel zware leningen zitten en nu door de enorme druk op de prijzen niet in staat zijn om die leningen te betalen. Die bedrijven die fors geïnvesteerd hebben om te voldoen aan alle normen, voelen zich in de eerste plaats gepakt en vrij machteloos in deze situatie. Dat was zeer intens.

In de namiddag hebben we een overleg gehouden met de hele keten, omdat dit voor mij een elementair stuk is als we tot een structurele oplossing willen komen. Met ‘keten’ bedoel ik vanaf de voederproducenten, de slachthuizen tot de retailer. Iedereen die een rol speelt in de ketting zat mee aan tafel. Dat was niet de eerste keer, dat is de voorbije jaren nog gebeurd. Collega Talpe heeft ook verwezen naar de initiatieven van collega Schauvliege en collega Peeters.

Ik stel vast dat er na zulke rondes altijd plannen zijn om structureel tot oplossingen te komen, maar de partners die zich structureel moeten houden aan de oplossingen die naar boven gekomen zijn, houden zich niet aan de afspraken die gemaakt zijn of voeren bepaalde elementen van akkoorden niet uit. Het gaat over dingen die de politiek niet kan regelen, want wij sturen die markt niet aan. Het is de markt die zichzelf aanstuurt. Voor mij is het echt van belang dat we nu engagementen krijgen, dat er niet naar elkaar gekeken wordt om elkaar de schuld te geven, maar dat we via ketenoverleg tot oplossingen komen. Zoals u zei, collega Talpe, worden die niet door mij geleid, maar, collega Dochy, ik heb nu wel beslist om daar een faciliterende rol in te spelen, om zo mensen samen te roepen en als het nodig is nóg eens samen te roepen.

Wat doen we vanuit de overheid? Een van de flankerende maatregelen is dat we sinds 22 december vorig jaar de mogelijkheid geopend hebben om gebruik te maken van tijdelijke VLIF-waarborgen op een krediet voor werkingsmiddelen en van de herfinanciering in het kader van uitzonderlijke gebeurtenissen. Voorlopig kan men tot 30 september een aanvraag indienen. Met de varkenshouders hebben we bekeken waar daar nog de drempels zitten en of we daar ook wat drempels kunnen weghalen.

Collega Talpe, collega Dochy, u hebt ook verwezen naar de oorzaken. Eerst en vooral blijft de Afrikaanse varkenspest (AVP) nazinderen tot vandaag. Je zou kunnen zeggen dat dat vreemd is. Hoe komt dat? België heeft de AVP-vrije status herwonnen bij de World Organisation for Animal Health. Dat is een heel belangrijke stap, maar die status zorgt er niet voor dat de markten heropend worden, omdat de lokale autoriteiten van het ontvangende land daar natuurlijk over beslissen. Om opnieuw in China te kunnen leveren, moet China dus beslissen dat je opnieuw kunt leveren.

Handelsrelaties zijn bovendien complex, heb ik de voorbije periode vastgesteld. Soms spelen ook nog andere geopolitieke belangen mee. In het geval van China is dat zeker zo. Tijdens de prinselijke missie, al in november 2019, stond de heropening van de Chinese markt op de agenda. Daar zijn gesprekken gevoerd met lokale autoriteiten, maar dat blijft vandaag nog altijd vastzitten. Het is nog niet gelukt om die markt open te krijgen.

Aan de markttoegang tot de zestien landen buiten de EU met embargo’s op de import van Belgisch varkensvlees wordt hard gewerkt. Er wordt ook goed samengewerkt tussen het federale en het Vlaamse niveau. Op Vlaams niveau is het vooral VLAM dat een bijzonder actieve rol speelt door het netwerk en de aanwezigheid op internationale beurzen. Op het overleg deze week is ook gevraagd dat men heel specifiek diplomatieke lijnen zou openen rond varkensvlees tout court, omdat daar nu de grootste crisis zit. Ik ben ook bereid om dat te doen. Dat is ook afgesproken met Filip Fontaine, die aan het hoofd staat van VLAM.

Dan is er de uitleg over de niet-productieve investeringen, collega Talpe. Behalve in een voorwoord in een magazine van een van de landbouworganisaties weet ik niet vanwaar dat komt. Daar is sprake van geweest, maar dat is niet uitgevoerd. We hebben het ene niet vervangen door het andere. Dat is niet gebeurd. Ik kan u dus ook geen effect geven, omdat die mogelijkheid nooit in de praktijk is uitgevoerd. Daar staan vandaag dus ook nog ongebruikte middelen op het noodfonds Landbouw.

U verwees naar de regeling in Wallonië. In Wallonië heeft men inderdaad een bepaald bedrag per zeug gegeven. En als we dat in Vlaanderen zouden realiseren, is dat een uitgave van 200 miljoen euro. Die premie is er dus voor zeugenhouders, niet voor afmesters. En 20 procent van de bedrijven bij ons zijn afmesters. Ik wil u maar de budgettaire omvang aangeven, als we dat zouden doen. En de vraag is wat je dan hebt opgelost. Hoe kom je dan tot een structurele oplossing van de problemen? Ik erken wel dat er problemen zijn, die ook op korte termijn tot wat ingrepen zullen noodzaken.

Hoe hebben we het aangepakt? Er is maandag een overleg geweest, collega Talpe. U kunt op bepaalde internetsites al een informeel verslag van die bijeenkomst vinden. Ik heb daar niet voor gezorgd. U vindt dat op andere plaatsen. Maar dat is een eerste stap. Ik moet zeggen dat ik het een harde vergadering vond, hard in die zin dat elk stukje van de keten ook voor zijn verantwoordelijkheid gezet werd. En op bepaalde momenten had ik het gevoel – en ik wik mijn woorden – dat de verantwoordelijkheid ook nogal gemakkelijk weggewuifd werd. En dat is voor mij een groot probleem.

Prijstransparantie is één. Je hebt prijstransparantie nodig, over elk stukje in de keten, om iedereen voor zijn verantwoordelijkheid te zetten. Ik heb dat ook al bij de melk gezegd. Twee: voor mij is de brancheorganisatie echt een van de middelen die noodzakelijk zijn om de sector te versterken en om ook meer te kunnen wegen op de prijsproblematiek. Drie: er is bij ons een label, BePork. Dat is een bestek dat uitgewerkt is. Op die vergadering hoor ik dan dat dat enkel b2b is en dat het niet bedoeld is voor de consument. Ik vind dat raar, want dat zijn standaarden die ook de kwaliteit aanleveren. Collega Talpe had het over het Spaanse vlees. Als men er ook in de winkels reclame mee zou maken dat het dat label heeft, kan dat ook de consument bewust laten kopen. Maar nu is het voor mij zoeken in de warenhuizen. Hoe weet je nu wat vanwaar komt? Waarom wordt dat ook geen b2c? En dan is er de export natuurlijk, waar we, zoals ik al zei, die extra lijn kunnen openen.

Mijn medewerkers, die ook de geschiedenis van de dossiers kennen, hebben gezegd dat er eigenlijk niet zoveel nieuwe elementen uit die vergadering zijn gekomen. Het zijn knelpunten die we al lang kennen. En er zijn in het verleden ook afspraken gemaakt. Maar we moeten nu in de context komen dat de afspraken ook nageleefd worden. Voor mij hangt de korte termijn ook samen, collega's, met een oplossing op langere termijn. Iemand zei het mooi: de periodes waarin de prijzen goed zijn en alles goed loopt, worden korter, en de periodes waarin het slecht loopt, die worden langer.

Trouwens, een van de problemen is ook dat er van het varken nadien heel weinig bij ons verwerkt wordt, om meerwaarde te creëren. Een heel stuk van dat varken gaat naar het buitenland. Ik was op de ochtend van de vergadering bij een bedrijf in Ieper, waar collega Talpe ook aanwezig was. Daar zei men dat men de huiden terugpakt om er gelatine van te maken. Dan heeft dat varken al een hele toer gedaan, om uiteindelijk terug bij ons te komen. Dan denk je: kunnen we ook niet proberen om tot meerwaardecreatie bij ons te komen? Dat kan ook al voor wat meer respect voor de boer zorgen.

Er zijn dus veel problemen die wel bekend zijn, maar het is een enorme uitdaging om structureel tot een oplossing te komen.

Men is eigenlijk akkoord gegaan dat de sector zelf nu een aantal bilaterale overlegmomenten heeft. Filip Fontaine, die ook aan het hoofd staat van Belpork, wil de rol van facilitator opnemen. Dat is een goede zaak, want hij geniet het vertrouwen van veel mensen. We hebben afgesproken dat wij tegen eind deze maand feedback krijgen. We willen dat tegen eind september omdat er, zoals de heer Dochy en mevrouw Talpe zeiden, ook wel acute problemen zijn bij een aantal bedrijven, vaak bij bedrijven die al fors hebben geïnvesteerd. Het is niet mijn bedoeling om die allemaal kapot te laten gaan. We moeten echter op maat werken en de budgetten zijn uiteraard ook niet ongelimiteerd.

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik begrijp dat u niet bij machte bent om de marktprijs te beïnvloeden. U doet waarschijnlijk wel wat u kunt, maar dat is natuurlijk geen oplossing op korte termijn.

Heel wat bedrijven zijn ook wel afmesters, maar Wallonië heeft, denk ik, de juiste keuze gemaakt door net de zeugenhouder te steunen. Immers, wanneer we spreken over de positie van de landbouw in de keten, dan zit die zeugenhouder helemaal onderaan de keten. De afmester zit er nog net iets boven. Dat zijn bedrijven waar de druk het grootst is.

De biggenprijs is natuurlijk helemaal gekelderd. Ik maak me bijzonder veel zorgen over de financiering van de bedrijven vandaag. U spreekt over transparantie in de prijsvorming en over de waardeverdeling in de keten, maar ik maak me zorgen over verborgen constructies voor financiering die op termijn voor een aantal familiale bedrijven nefast kunnen zijn. Vandaar dat het belangrijk kan zijn om voor de bedrijven die liquiditeitsproblemen hebben, vanuit de overheid, eventueel in overleg met de banken, voorzieningen te treffen. De intresten zijn laag, wat de mogelijkheid biedt om dat over een langere termijn te spreiden. Men kan dit in de situatie waarin die mensen nu zitten, niet oplossen in drie jaar. Dit lijkt me een heel belangrijk element om aandacht voor te hebben.

Wat de exportmarkten betreft, wordt de ene helft van een varken in België gebruikt en de andere helft geëxporteerd. Het feit dat men eventueel een klein deel, het vijfde kwartier zoals men dat noemt, naar China kan afzetten, betekent een belangrijke meerwaarde op de karkassen in hun geheel. Dat betekent ook dat er een hogere prijs kan worden gegeven, wat nu ontbreekt. Het blijft bijzonder eigenaardig, fascinerend zelfs, dat Denemarken, Nederland en Spanje er blijkbaar wel in slagen om toch een deel naar het Verre Oosten te exporteren. Voor ons is nu blijkbaar Zuid-Korea opnieuw opengegaan en ook Japan is op komst, maar China blijft toch een belangrijk gegeven. Als we daar opnieuw toegang zouden krijgen, dan zouden we een bijkomende meerwaarde creëren op die karkassen, die belangrijk is voor de kiloprijs voor de landbouwer.

Het creëren van meerwaarde is zeer belangrijk. Het is interessant om hier karkassen te verwerken, maar men stuit hier blijkbaar ook op het verhaal van de loonkost. Zelfs in Duitsland heeft men een veel lagere loonkost en worden heel wat Belgische karkassen verwerkt. Sommige karkassen gaan zelfs naar Polen of Roemenië, om daar tegen een lagere loonkost te worden verwerkt om dan opnieuw in delen naar België te worden getransporteerd, die hier op de markt kunnen worden gebracht.

Ik kom nog eens terug op de melkprijsproblematiek, waarbij de consument niet consequent is en enerzijds in de winkel het goedkoopste koopt maar anderzijds als burger wel eisen en vragen stelt. Dat is zeer pijnlijk voor de landbouwer. Het is ook een van de grote bezorgdheden van de sector dat hier Spaans vlees wordt ingevoerd en vlees van andere Europese landen die normaal gezien aan dezelfde standaarden moeten produceren, maar in de praktijk doen zij dat niet omdat de normen daar op een andere manier worden geïmplementeerd en gecontroleerd dan hier.

Minister, er is dus in elk geval heel wat werk aan de winkel. In elk geval bedankt voor uw initiatief, maar we kijken uit naar een strikte opvolging om toch tot resultaten te komen, evenzeer wat de in het verleden genomen engagementen betreft, onder andere die brancheorganisatie waarover u daarnet ook sprak. Ik denk dat dat niet onbelangrijk is om op lange termijn een structurele oplossing te krijgen.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik kan me eigenlijk wel aansluiten bij wat collega Dochy hier zei. Het is goed dat u op het terrein ging en ook het ketenoverleg, ook al moet u dat zelf niet initiëren, faciliteert. U zei dat het een harde vergadering was. Ik kan dat wel goed verstaan, als je ziet dat de boer nu eigenlijk gewoon verlies lijdt voor alle inspanningen die hij levert. 50 à 25 euro per karkas, dat is huilen met de pet op. Ik kan dan verstaan dat er daar wel wat harde woorden zijn gevallen, en dat men vooral kijkt naar wat er nu op korte termijn kan gebeuren. De liquiditeit van heel wat bedrijven staat onder grote druk. Daarom maakte ik ook even de verwijzing naar Wallonië, waar men dat op een andere manier aanpakt, met een bepaald bedrag per zeug. Ik verwijs bijvoorbeeld ook naar Nederland, waar men de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten, u misschien wel bekend, tijdelijk heeft opengesteld en er een bepaald bedrag kan worden gekregen, uiteraard mits bepaalde verliezen worden aangetoond. Ik geef maar even mee dat dat voor die bedrijven in grote nood wel op korte termijn een oplossing zou kunnen bieden, zodat ze niet volledig ten onder gaan.

Overleg is cruciaal, maar zoals ik al aanhaalde, is er in het verleden ook al heel wat gebeurd. Er is al heel wat gesproken met elkaar, er zijn afspraken gemaakt om tot structurele maatregelen te komen. U zegt dat bepaalde partijen echter hun engagementen niet zijn nagekomen. Dat is natuurlijk bijzonder pijnlijk. Ik hoop dat dit deze keer tot een betere output kan leiden en dat iedereen daarin ten volle zijn verantwoordelijkheid opneemt. Wij als Vlaamse overheid kunnen natuurlijk alleen maar kijken naar een aantal zaken, of wat mee begeleiden, maar we zijn ook niet volledig machteloos in dezen.

Een ander pijnpunt is de heropening van die markten. Dat is iets dat we natuurlijk ook niet zelf in handen hebben. We moeten daarvoor kijken richting Europa, maar er is ook het FAVV, dat, zoals ik daarnet al zei, een belangrijke rol heeft. Er zijn de loonkosten in andere landen, zoals Duitsland. Ik denk dat daar drie personen kunnen werken waar dat bij ons één persoon is, zeker in die ‘versnijderijen’, waar eigenlijk het meeste winst wordt geboekt. Men kan ook heel gericht zaken verkopen tegen hogere prijzen. Dat is bijzonder frustrerend. U had het ook over meerwaardecreatie. Een Spaans varken zou ik inderdaad niet herkennen, mocht dat in de supermarkt liggen, tenzij er een sombrero op staat of zo. Het is hier ook aangehaald: het vijfde kwartier is in China erg in trek. Misschien moeten we wat promotie voeren wat dat betreft, opdat de poten en de oren ook door de Vlamingen zouden worden geapprecieerd. Het schijnt dat dat een delicatesse kan zijn. Ik wil het nu niet op flessen trekken, maar ik denk dat daar misschien ook wel iets voor te zeggen is. Ik denk dat het belangrijk is dat we onze karkassen zo maximaal mogelijk kunnen valoriseren.

Ik denk dat we dit nu nauwlettend moeten opvolgen. Ik hoop dat dat overleg daadwerkelijk tot een aantal engagementen kan leiden, die ook op korte termijn worden uitgerold. Ik zal dat informele verslag opzoeken op internet, en dat dan mee opvolgen en opnieuw vragen stellen.

Misschien nog één vraag. Het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) wierp ook de warme sanering op in dezen. Ik weet niet hoe u daartegenover staat. Er zijn ook wat dat betreft pro’s en contra’s. Graag kreeg ik daar ook uw mening over in dit dossier.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, we naderen stilaan de winter, en een goede hutsepot met poten en oren en zelfs de neus van een varken is dan echt niet slecht. Dat is dus een suggestie om dat ook eens klaar te maken. Ik kan dat zelf niet, maar ... (Opmerkingen)

Tijdens het conclaaf kunnen we dat misschien eens doen.

Nog net voor het reces heb ik hier ook nog een vraag gesteld over de crisis in de varkenssector. Die vragen komen altijd maar terug. De redenen zijn aangehaald, maar wat mij niet zo duidelijk is, is waarom de markt van China niet opengaat. U zei dat het eigenlijk wel kan, dat alles in orde is, maar dat we niet binnen geraken. Is daar een politieke reden voor? Wat is eigenlijk de reden? Dat zal ongetwijfeld Buitenlandse Zaken zijn, of ik weet niet wie zich daarmee bezighoudt. Prinselijke missies, daar heb ik niet zoveel vertrouwen in. Hebt u enig idee waarom dit zo is?

Twee, sommigen, of liever de meesten hier onder ons zijn altijd laaiend enthousiast over Europa. Maar we slagen er in dezen nog niet in om een gelijk speelveld te creëren voor onze landbouwproducten. En we slagen er zelfs niet in om de loonkosten op een gelijk niveau te brengen. Het voorbeeld van Duitsland is gegeven.

En dan is er de cruciale vraag. We kunnen hier iedere maand of om de twee maand wel een vraag stellen. Ik zeg niet dat ik daar per se een voorstander van ben. Maar het debat moet wel worden gevoerd. En de collega heeft ernaar verwezen. Er is inderdaad één landbouworganisatie die zegt: ‘Die export, de problematieken en alles bijeengenomen, moeten we niet nadenken over het afbouwen van de varkenssector?’ Maar dan uiteraard wel, zoals de collega zegt, met steun van de overheid. We kunnen daar hier op dit uur niet in een-twee-drie het debat over voeren. Maar ik vind wel – en ik richt mij dan ook tot de voorzitter – dat we er eens serieus over kunnen nadenken. Ik heb al een paar keer aan de collega’s gezegd dat ik daartoe bereid ben. Minister, het is misschien interessant om daar nu al van u een eerste reactie op te krijgen?

De heer Steenwegen heeft het woord.

Voorzitter, ik wilde inderdaad ook even de voorzitter van het ABS aanhalen. De collega’s hebben het nu al voor mij gedaan. Ik verwijs naar zijn editorial van onlangs naar aanleiding van de varkenscrisis. Laat mij beginnen met te zeggen dat ik natuurlijk alle begrip heb voor de kortetermijnmaatregelen die moeten worden genomen om de bedrijven die nu in moeilijkheden zijn, te ondersteunen. Maar zoals u zelf hebt gezegd, minister, moeten we naar de korte termijn kijken, maar ook naar de lange termijn en moeten we naar een duurzame aanpak gaan. En ja, de voorzitter van het ABS stelt vast dat onze productie wel grotendeels intern op die Europese markt kan worden afgezet, maar dat er daar ook een overschot is en dat er dus ook naar die derde landen, waaronder voornamelijk China, wordt geëxporteerd. Zo’n positie leidt in een zeer volatiele markt potentieel tot moeilijkheden.

Hij wijst inderdaad ook op het ketenoverleg. Ik ben wel blij dat u die rol wilt opnemen. Want we hebben inderdaad al vaak gesproken over die keten, over het belang van die keten, die verschillende spelers erin en de moeilijke positie waarin de landbouwers zitten als producent. Er moet daar iets gebeuren. Ook de afzet op onze eigen markt, via de distributie, via Belpork of BePork zou meer aandacht moeten krijgen. We moeten onze eigen consumenten er echt toe aansporen om dat binnenlands vlees te consumeren, maar dan moet het wel herkenbaar zijn en dan moet de sector er ook toe worden aangepord om juist die producten ook echt in hun winkels te promoten.

En dan is er inderdaad ook, naar de toekomst toe, het debat over die veestapel. Moeten we toch niet kijken naar een gecontroleerde afbouw? Hendrik Vandamme zegt dat het Europese gelijke speelveld belangrijk is – het is hier ook al aangehaald, wat de voorwaarden betreft, op het vlak van sanitaire voorwaarden, productievoorwaarden en op het vlak van loonkosten –, maar ook een gestuurde productie. Hij dringt erop aan om dat debat te voeren. Hij zegt dat afbouw met steun voor hen in dezen niet uit den boze is. Ik sluit mij aan bij de andere collega’s: ook ik denk dat er moet worden nagedacht, om in de toekomst een sector te hebben die echt stevig is, maar vooral ook waar de mensen die zich inzetten een waardig loon kunnen hebben voor het werk dat ze doen. Ik herhaal de vraag van de collega’s: in hoeverre zijn uzelf en de regering bereid om daarover het debat te voeren?

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ik sluit mij kort aan bij de collega’s die pleiten voor een structurele aanpak. We hebben dat al een paar keer in de commissie gezegd. De minister vat het heel goed samen: er worden afspraken gemaakt en dan blijken die even nadien niet te worden nagekomen. Sommige structurele debatten over het productievolume van de landbouw in Vlaanderen kunnen we niet langer uitstellen. Ik hoop dat we echt tot dat debat kunnen komen, zeker nu een toch niet onbelangrijke landbouworganisatie in die richting zelf stelling neemt. Ik denk dat we het aan onszelf verplicht zijn als politieke commissie die mee de toekomst van de landbouw in Vlaanderen zou moeten kunnen uittekenen.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u, collega’s, voor het geëngageerde debat. Ik kijk naar de voorzitter, misschien kan het nuttig zijn om met de landbouworganisaties eens in discussie te gaan over de warme sanering. Daar kom ik op terug, u vraagt naar mijn persoonlijke mening en het is een bijzondere zorg van mij.

Collega Dochy, het klopt zeker dat de druk de laatste weken vooral bij de zeugenhouders het zwaarst doorweegt. U hebt dat heel correct gesteld. Een eventuele prijsstijging waar we op hopen, zal hun positie niet direct verzachten. Ik kan niet ontkennen dat de Waalse keuze geen slechte keuze was. Maar dat is een eenmalige injectie die geen structurele oplossing biedt. Ik wil de keten er zeker bij betrekken.

Overleg met de banken is voorzien. Het is tijdens de vergadering beloofd dat we dat gaan doen. Alles moet transparant zijn. Als iemand uitstel van betaling krijgt, maar met rentes die de persoon nog dieper in de put steken, is dat ook vervelend. In Vlaanderen hadden we de heropstartlening. Die is nu afgesloten omdat het budget op is. We zouden de heropstartlening open kunnen zetten voor specifieke groepen die met problemen zitten. Dat is transparant en helder. We starten nu dus een gesprek met de banken.

Collega Dochy, het klopt dat we de exportmarkten nodig hebben om die delen van het varken zoals de poten en de oren die onze consumenten niet eten, te commercialiseren. We kunnen een campagne doen naar de mensen – er bestaat trouwens een heel mooi West-Vlaams liedje – om het varkensvlees te promoten. Ik ga niet zingen, maar de tekst luidt: ‘smoet, vet, hespe en spek; hoofdvlees, kortletten en paté’. Dat zijn allemaal heel lekkere zaken die afkomstig zijn van ons varken. Wie het liedje wil horen, moet de woorden gewoon intikken en de song zal u voorgelegd worden.

Ik heb het net niet gezegd, mevrouw Talpe: ik heb aan minister Clarinval gevraagd om de erkenning als sector in crisis te verlengen. Dat loopt normaal af eind deze maand. Daardoor zijn uitstellen mogelijk van sociale lasten, dus het is een belangrijke bijkomende maatregel. Als dat niet gebeurt, vervallen we weer in de normaliteit en dat kan nog niet.

De sector – daarover ben ik het met u eens, collega’s – zal zich fundamenteel moeten buigen over de toekomst. Ik wil zeker – ik heb dat gezegd, collega Dochy – lokaal meerwaarde creëren. We moeten tegelijk bekijken wat we inzake tewerkstelling en scholing kunnen doen. We horen van de slachthuizen dat ook zij niet genoeg personeel vinden. Versnijden zou een meerwaarde kunnen zijn, maar dan moeten we de mensen daarvoor vinden. Er moet een tewerkstellingsprogramma aan gekoppeld worden. Ik ben zeker bereid om dat te doen.

Wat de niet-nagekomen engagementen betreft, ga ik niet per se één partij met de vinger wijzen. Dat zou miserie betekenen. We maken afspraken in tijden dat het slecht gaat, het kan niet zijn dat, als het beter gaat, we plots die afspraken vergeten. Dat is het lastige in heel deze toestand.

Ik heb gemengde gevoelens bij de warme sanering. Voor mij is het van belang dat we de sterke bedrijven overeind houden, en dat degene die zouden stoppen, goed begeleid worden. Dat is maatwerk. Ik hoor een grote bezorgdheid bij onze jonge boeren. Als we al onze budgetten besteden aan een warme sanering van de bedrijven die willen stoppen, blijft er misschien niets meer over voor de ondersteuning van sterke bedrijven. Dat is een grote zorg.

Mijn tweede grote zorg is: zal een warme sanering de prijzen positief beïnvloeden? Daar wil ik bij gelegenheid met jullie nog eens van gedachten over wisselen. Als de vraag naar varkensvlees, en welbepaald varkensvlees, groot is bij ons – het is hier al gezegd – en de veestapel vermindert, zoveel gaan eruit, en dat vlees wordt vervangen door vlees van mindere kwaliteit van elders, dan heeft dat nul impact op de prijs. Als men geen brancheorganisatie heeft, of BePork wordt geen b2c, dan is dat probleem niet opgelost. Met alle sympathie voor Hendrik Vandamme die zegt dat we daarover moeten nadenken, ik ben zeker bereid om dat te doen, maar ik vind dat we vooral sterke bedrijven bij ons kunnen houden die aan de hoogste standaarden kunnen produceren. Ik wil dat de impact op de prijs positief wordt. Anders zit je met een nog kleinere groep in dezelfde miserie. Dat moeten we goed afwegen bij de maatregelen die we nemen.

Ik ga het debat en het gesprek zeker niet uit de weg, maar weet dat ik oprecht bezorgd ben. Ik zie trouwens – en ik vind het heel lastig – dat jonge boeren die zeer bekommerd zijn om duurzaamheid en een eigen label hebben uitgewerkt, vandaag in de shit zitten. Ze kunnen hun leningen niet meer betalen. Het zijn net diegenen die met trots het label uitdragen en zoveel inspanningen doen en die absoluut niet warm willen worden gesaneerd. Absoluut niet. Het baart me grote zorgen.

Ik ben zeker bereid om de komende weken of maanden een grondiger debat te houden, maar weet dat ik toch twee grote zorgen heb bij de warme sanering, die ik ook heb aangehaald.

Collega Talpe, ik denk dat ik op uw achtste vraag over Europa niet heb geantwoord, maar u hebt het eigenlijk niet gevraagd. Het is eigenlijk tussen de lijnen door al gezegd. Veel Europese regelgeving waaraan varkenshouders gebonden zijn, zoals dierenwelzijn en dierengezondheid, zijn geharmoniseerd door de interne markt, net om het gelijke speelveld en de eerlijke concurrentie af te dwingen. Daarnaast zijn er in tal van lidstaten nog extra regels bij gekomen en dat begint een beetje op protectionisme te lijken. Wij doen er op dit ogenblik niet aan mee, maar je zou wel zin krijgen om ook zo te gaan werken. Het zou de problemen met het vlees dat bijvoorbeeld uit Spanje komt en dat niet aan de normen zou voldoen, een beetje oplossen.

Ik zal op de volgende Europese Landbouwraad ook aandacht vragen voor de moeilijke situatie waarin de sector zich bevindt, maar ook voor het level playing field zodat de lat toch voor iedereen gelijk ligt.

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, u hebt het goed samengevat, maar Landbouw mag ook nog een beetje economie zijn. Ik heb daarnet verwezen naar de 180 bedrijven die actief zijn in de vleesverwerking met 6000 arbeidsplaatsen en 2 miljard euro omzet. Dat is toch ook niet niets.

We weten dat de sector met problemen wordt geconfronteerd en die moeten worden aangepakt. Het ergste is dat de problemen worden veroorzaakt door zaken die buiten de landbouw en Vlaanderen om gebeuren, namelijk door het feit dat er op de exportmarkten oneerlijk wordt gereageerd. Andere Europese lidstaten slagen er wel in om naar China te gaan; wij niet.

De opmerking van “Halveer de varkensstapel en het probleem is opgelost” is wishful thinking, omdat van elk varken een deel moet worden geëxporteerd om een goede prijs te hebben. Het is niet meer zo dat de mensen een varken slachten en volledig in de diepvriezer steken zoals het vroeger gebeurde. Van elk varken gaat een deel naar de export en een deel wordt in België geconsumeerd.

We moeten er in elk geval aandacht voor hebben, net zoals voor warme sanering. We willen met open vizier over alles spreken. We moeten eens nagaan wanneer er een gelegenheid is. De bekommernis is natuurlijk heel duidelijk dat we moeten opletten dat warme sanering er niet toe leidt dat diegenen die de sector verlaten, gesteund worden, en dat diegenen die in de sector zitten, verweesd achterblijven. Reconversie is iets anders dan de sector verlaten. Het is een belangrijk aandachtspunt dat door de jonge landbouwers wordt aangehaald. We zeggen altijd dat we de jonge landbouwers willen steunen, maar je zult ze waarschijnlijk niet steunen door een warme sanering te doen en diegenen die de sector verlaten, te betalen. Er moet eventueel ook een basisprijs worden gezet in de verhandeling van nutriënten, overname van bedrijven, enzovoort. Daar moet in elk geval ook naar worden gekeken.

Dus het is niet per definitie ‘neen’, maar er zijn toch wel aandachtspunten die moeten worden meegenomen wanneer er verder over gesproken wordt. Minister, we komen er ongetwijfeld nog op terug, hetzij met een vraag, hetzij op een ander moment.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Collega's, we zijn het er allemaal over eens dat de varkenshouderij in een bijzonder penibele situatie zit en dat we het niet alleen zullen kunnen oplossen. Er zijn verschillende partners die hun verantwoordelijkheid moeten opnemen: uit de sector, maar ook Europees en mondiaal zijn er een aantal obstakels. Minister, ik ben blij dat u deze mee zult nemen naar Europa en terug zult zetten voor het gelijk speelveld.

Wat de kortetermijnaanpak betreft, zal de sector wel wat op zijn honger blijven zitten, omdat liquiditeit voor velen echt wel een groot probleem is. Het is budgettair niet evident en ik houd geen pleidooi om zomaar de Waalse regeling in Vlaanderen toe te passen, maar we moeten toch nadenken over iets wat op korte termijn soelaas kan bieden voor deze bedrijven.

Het is goed dat er verder wordt gewerkt aan het ketenoverleg. Ik ben ook blij met de suggestie om hier verder van gedachten te wisselen. Ik zou het dan graag niet alleen over de warme sanering hebben maar over de crisis in het algemeen en over wat we kunnen doen. Er is ook een voorstel om eventueel een aantal landbouworganisaties te horen, wat we in de regeling der werkzaamheden moeten aankaarten.

Ik heb ook mijn bedenkingen bij de warme sanering. Ik heb het in mijn toelichting al gehad over pro en contra. U hebt het aanbod vanuit het buitenland geduid en wie er zou intekenen. Dit verdient een grondig debat.

Tot slot ben ik blij dat de erkenning werd verlengd. (Opmerkingen van minister Crevits)

Is dat niet zo? Het is aangevraagd. Ik hoop dan dat u uw slag thuishaalt, want dat is belangrijk.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.