U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Het sociaal-cultureel werk en repetities binnen amateurkunsten vallen onder de culturele groepsactiviteiten. Er is nu wel aandacht voor de grote spelers in het culturele veld, en dat is goed en noodzakelijk, maar ook voor het lokaal sociaal-cultureel werk is duidelijkheid meer dan wenselijk.

Het lokale culturele verenigingsleven valt grotendeels onder de regeling voor culturele groepsactiviteiten: voor hun vergaderingen, vormingen, repetities, workshops, bijeenkomsten met vrijwilligers, enzovoort. Die regels zijn op het vorige Overlegcomité vastgelegd op maximum 25 personen, enkel buiten, vanaf 8 mei. Dat is een goede zaak. Maar de volgende stap in het terugschroeven van de coronamaatregelen is pas op 25 juni voorzien. Dan pas kunnen die groepsactiviteiten ook binnen, meteen met 50 mensen, en ook buiten met 50 mensen.

Dat wil zeggen dat er dus zeven weken lang alleen buiten iets gedaan kan worden en we allemaal moeten hopen op mooi weer. Vele activiteiten kunnen sowieso niet in openlucht plaatsvinden. De lokale culturele verenigingen hoopten daarom vanaf juni ook binnen activiteiten te mogen organiseren, niet meteen met 50 mensen, maar voor kleine groepen van bijvoorbeeld 10 of 15 personen. Dat kan veilig. Maar de nood is ook zeer hoog omdat een typisch lokale vereniging geen werking heeft in de zomermaanden. Dat zou betekenen dat 25.000 lokale groepen pas echt vanaf september deftig zullen kunnen heropstarten. Dat zijn nog 4 lange maanden.

Voor zittende publieksevenementen werd het perspectief geboden om in juni – hopelijk 1 juni, maar dit hangt nog van de cijfers af – met 200 personen binnen en buiten te werken. Er valt veel voor te zeggen om samen met deze opening ook binnen groepsactiviteiten van lokale verenigingen toe te laten, zoals ik al zei met kleinere groepen. Dat zou meer mogelijkheden bieden aan het brede verenigingsleven om onafhankelijk van het weer en het soort activiteit te kunnen opstarten. Anders zullen ze dus stilliggen in de zomer, tot september, en dat kan niet onderschat worden. Er werd al aangetoond dat die impact groot is en men vreest dat vrijwilligers zullen afhaken, misschien zelfs definitief afhaken, en dat het verenigingsleven ook met een tekort aan vrijwilligers zal kampen.

Minister, hoe kijkt u tegen deze kwestie aan? Volgt u de redenering en zult u dat verdedigen om ook lokale sociaal-culturele verenigingen binnen activiteiten te laten organiseren, maar dan voor beperkte groepen, beperkt publiek, een beperkt aantal deelnemers, zodat er voor de zomer toch nog iets van perspectief komt?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Eerst en vooral wil ik nog even duidelijk stellen wat er daadwerkelijk beslist is, want ik heb de indruk dat u zelf ook een aantal dingen in uw vraagstelling door elkaar haalt.

Ten eerste: wat de evenementensector in de ruime zin betreft. Onder ‘evenementensector in ruime zin’ wordt verstaan: evenementen, culturele en andere voorstellingen, met inbegrip van filmvoorstellingen, sportieve wedstrijden, handelsbeurzen, met inbegrip van salons, voor zover deze door professionelen georganiseerd zijn.

Voor deze evenementen in de ruime zin zijn volgende principes van toepassing. De voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid is vereist. Wanneer het om een permanente structuur gaat, volstaat één enkele toelating voor de voorgestelde activiteit, veeleer dan een toelating voor elke voorstelling. De bevoegde gemeentelijke overheid gebruikt het Covid Event Risk Model (CERM) en het Covid Infrastructure Risk Model (CIRM) wanneer ze een toelatingsbeslissing neemt met betrekking tot de organisatie van evenementen, culturele en andere voorstellingen en sportieve wedstrijden. Het toegestane aantal personen mag nooit de aantallen overschrijden die het Overlegcomité bepaald heeft. Ongeacht de indoorcapaciteit, mag het toegestaan aantal personen indoor nooit het toegestane aantal personen outdoor overschrijden.

In een eerste fase, vanaf 8 mei, kan een publiek van maximum vijftig personen evenementen, culturele en andere voorstellingen en sportieve wedstrijden bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd, met naleving van de modaliteiten zoals ze voorzien worden in het ministerieel besluit (MB) en in het toepasselijk protocol. Bijkomende voorwaarden zijn: het gaat enkel over zittend, met mondmasker en sociale afstand.

Vanaf juni moet de epidemiologische toestand het toelaten. Dat wil zeggen dat er maximum vijfhonderd patiënten op de ICU-afdelingen (intensive care unit) liggen. Ik weet niet of u de dagdagelijkse cijfers volgt, maar die zijn nu wel in een serieus dalende lijn. En ook de voortgang van de vaccinatiecampagne: meer dan 80 procent van de personen met onderliggende aandoeningen. Zeker in Vlaanderen gaan we dat, als de leveringen komen zoals ze beloofd zijn – en dat is nu toch wel sterk gestabiliseerd –, met gemak halen.

Dus vanaf juni is het binnen een publiek van maximum 75 procent van de CIRM-capaciteit, met een maximum van tweehonderd personen. Dan mogen we dus evenementen, culturele en andere voorstellingen en sportieve wedstrijden bijwonen met naleving van de modaliteiten zoals ze voorzien zijn: enkel zittend, met mondmasker en sociale afstand.

Buiten mag een publiek van maximum tweehonderd personen evenementen, culturele en andere voorstellingen en sportieve wedstrijden bijwonen, ook weer met naleving van de modaliteiten en met mondmasker en sociale afstand.

Handelsbeurzen, met inbegrip van salons, mogen georganiseerd worden met naleving van de modaliteiten betreffende de ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten en volgens het toepasselijke protocol.

Het Overlegcomité van 11 mei zal een beslissing nemen over de kalender en de voorwaarden waaronder activiteiten binnen kunnen worden heropend vanaf juni en de  evenementensector verder ontsloten kan worden vanaf juli. Dus voor juni moet, wat binnen betreft, de beslissing volgende dinsdag vallen.

Dan kom ik tot activiteiten in georganiseerd verband – dat is eigenlijk dat sociaal-cultureel werk waar u naar verwijst –, in het bijzonder door een club of een vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter. Dat is waar we nu over spreken. Het Overlegcomité heeft bevestigd dat vanaf 8 mei de leeftijdslimiet voor personen tot en met 18 jaar wordt opgeheven en dat activiteiten mogen worden georganiseerd voor een of meerdere groepen van maximum 25 personen. Wat u vraagt, is dus al voorzien vanaf 8 mei. Het moet verplicht buiten, met uitzondering voor kinderen tot en met 12 jaar: daar is het bij voorkeur buiten, maar als het binnen moet wegens de weersomstandigheden of zo, is het maximum 10 kinderen. De activiteiten mogen enkel plaatsvinden zonder publiek, behalve voor wat betreft de niet-professionele sporttrainingen, waarbij elke deelnemer tot en met 18 jaar vergezeld mag worden door maximum één lid van hetzelfde huishouden. De overige modaliteiten van artikel 18 van het MB blijven van toepassing: dat gaat over groepen niet vermengen, enkel activiteiten zonder overnachting, enzovoort.

En dan vanaf 25 juni: dat is met het oog op de zomerkampen. Tot en met de leeftijd van 18 jaar zijn vanaf 25 juni binnen- en buitenactiviteiten mogelijk met maximum vijftig personen, met mogelijkheid tot overnachting. Begeleiders worden daarin niet meegeteld. Inzake opleiding vallen begeleiders onder de bepalingen van het protocol. Vanaf de leeftijd van 19 jaar mogen activiteiten worden georganiseerd voor een of meerdere groepen van maximum vijftig personen, zowel binnen als buiten. Begeleiders worden daarin niet meegeteld.

Dus samengevat: voor de evenementen en culturele voorstellingen met publiek is er vanaf juni wat mogelijk in covidveilige omstandigheden en covidveilige infrastructuren. Voor groepsactiviteiten is het inderdaad nog wachten tot 25 juni en de reden is daar ook terug te brengen tot de infrastructuur. De vele zaaltjes en lokalen waar deze activiteiten doorgaan, zullen veelal de CIRM-normen niet halen.

U vraagt me hoe ik tegen deze kwestie aankijk. Daar kan ik ook enkele dingen over zeggen. Ben ik tevreden met die beslissing? Neen, ik had het liever anders gewild en de Vlaamse Regering heeft ook andere dingen op tafel gelegd. Zou de sector eerder veilig kunnen heropenen? Daar moet je mij niet van overtuigen. Dat hebben ze al bewezen. Ze hebben ook heel veel tijd gestopt in het uitwerken van goede protocollen die een veilige heropening garanderen.

De beslissing is gebaseerd op een advies van experten die nog steeds werken met een epidemiologische voetafdruk. En daar nemen onze scholen een grote plaats in weg. Ik denk dat u de keuze voor voltijds contactonderwijs de laatste maanden van het school- en academiejaar wel kunt ondersteunen. Daarnaast wordt ook de horeca heropend. Ik wil maar zeggen, we kunnen niet alles tegelijk openen en dat vraagt telkens opnieuw keuzes van het Overlegcomité. Ik stel wel vast in het contact met virologen dat zij vaak vergeten dat er goede protocollen zijn uitgewerkt die een veilige heropening van de socio-culturele sector en verenigingen kunnen garanderen. Maar blijkbaar hebben ze een panische angst voor de plaatselijke bridgeclub, het hobbykransje of koor- en orkestrepetities. Mijn medewerkers en ikzelf, maar ook de sector zelf, zijn al meermaals de discussie met die experten aangegaan, onder andere op de klankbordgroep die mijn kabinet wekelijks organiseert en waar er een vertegenwoordiging van alle subsectoren aanwezig is, en waar de voorzitter van de Groep van Experts voor Managementstrategie van COVID-19 (GEMS) ook regelmatig aanwezig is.

Ik heb het u al eerder gezegd: uw partij zit ook mee aan de tafel van het Overlegcomité, ook andere partijen die deel uitmaken van deze commissie. Ik denk dat de kwestie voor juni dinsdag opnieuw op tafel komt. Ik roep u en alle anderen dus nogmaals op om ook in het Overlegcomité de stem die u nu vertolkt, te laten horen om samen de zaak van een goede heropening van de sector te bepleiten. Voor mei liggen de maatregelen vast, denk ik. Maar wat juni betreft, kunnen er, zowel binnen als buiten, voor de socio-culturele sector dinsdag nog wel zaken evolueren.

Minister-president, u zegt dat mijn vraag de dingen door elkaar haspelt, maar ik had begrepen dat er een aantal dingen mogelijk zijn op professionele evenementen. Vanaf 8 mei zou er dan een en ander mogelijk worden buiten. Maar voor de sociaal-culturele verenigingen wordt er meteen een sprong gemaakt naar 50 mensen binnen, maar dan pas helemaal op het einde van juni. De vraag is heel duidelijk: laat ons toe met kleine groepjes nog eens onze vrijwilligers voor de zomervakantie bij elkaar te brengen. U zegt daar voorstander van te zijn en ervoor te zullen pleiten. Het is misschien het moment om dat nog eens op tafel te leggen. Ik zal dat ook aankaarten bij mijn partij. Ik denk dat met de nodige veiligheidsmaatregelen, met respect voor de afstandsregel enzovoort, en wetende dat het heel vaak gaat om een groep mensen die al gevaccineerd zijn, het moet mogelijk zijn een tussenstap toe te staan, met kleinere groepen die elkaar al eens binnen zouden mogen ontmoeten voor de zomervakantie. Ik hoop dat u dat op tafel legt en ik zal dat ook doen bij mijn partners. Ik denk dat dit een manco is in de plannen zoals ze nu zijn uitgewerkt. Het is een beetje een vergeten groep.

De heer Meremans heeft het woord.

Ik begrijp de vraag maar het is een déjà-vu. Hoeveel keer hebben wij hier nu al niet gezeten met onze commissie en waren wij het allemaal eens over de vraag die u stelt en de protocollen enzovoort voor de amateurkunsten en die organisaties? Ik krijg die vragen ook van verenigingen. Dichtbij waar ik woon is een pleintje waar geregeld mensen samenkomen om dingen te doen. Als zij mij daarover aanspreken, moet ik altijd zeggen dat wij het daarover eens zijn maar dat het op een ander echelon altijd wat moeilijker ligt. Dat is hier opnieuw het geval.

Ik denk dat de Vlaamse Regering, de minister-president of wijzelf moeilijk kunnen verweten worden dat wij er niet voor gaan. Ik hoop alleen dat iedereen ook binnen zijn eigen partij de mensen aanvuurt om stappen te kunnen blijven zetten. Ondertussen moeten wij ook wel loyaal zijn aan wat beslist wordt in het Overlegcomité. Als schepen moet ik in de stad soms ook zeggen, zelfs aan mijn eigen harmonie die graag zou spelen, dat wij gebonden zijn aan afspraken die gemaakt zijn op een ander echelon, waar het steeds wikken en wegen is. Maar goed, wij nemen deze vraag mee.

Ik begrijp u ook hoor, mevrouw Meuleman. Het contact met de vrijwilligers staat weer voor vier maanden op losse schroeven. Dat kan ertoe leiden dat een aantal vrijwilligers afhaakt of dat een aantal werkingen niet meer opstart na de zomervakantie. Maar het is ook aan het lokale beleid om die werkingen opnieuw te activeren. Er is ook een lokaal noodfonds dat toegevoegd is, met centen voor de lokale besturen. Daarmee moet men dan ook aan de slag gaan, in het komende najaar.

Voor het overige delen wij allemaal dezelfde bekommernis. Wij kunnen alleen maar iedereen oproepen om in zijn eigen politieke actieradius daarvoor de nodige stappen te ondernemen.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Wij delen inderdaad die bekommernis. Dat onze verenigingen al zo lang niet meer konden samenkomen, is voor al onze partijbesturen het geval maar ook voor al die andere organisaties. De vaccinaties gaan heel goed vooruit. Dat merken wij in onze omgeving. Wij hopen dat er vrij snel de nodige versoepelingen komen. Ik heb dat ook al gezegd over bepaalde koren die zouden moeten kunnen oefenen, omdat ze willen meedoen aan de World Choir Games. Ik steun uw vraag dus zeker.

Aan de andere kant vind ik dat wij nog altijd voorzichtig moeten zijn. Nog niet langer dan een week geleden heb ik ergens gelezen dat er een studie is van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) die zegt dat de mondmaskers en de ventilatie belangrijk blijven en het afstand houden iets minder. Zeker buiten moet er meer mogelijk zijn. Maar de studie zegt ook dat men weet dat de verspreiding van het virus eigenlijk vooral via aerosollen gebeurt en dat men in binnenruimtes heel erg moet opletten. Wij weten ook niet welke varianten er zitten aan te komen. Ik zou toch ook nog altijd eventjes luisteren naar de wetenschappers, niet alleen naar onze virologen maar ook naar onderzoekers in het buitenland, zoals bij het MIT. Ik zit er eerlijk gezegd niet mee in om mijn mondmasker nog een hele tijd op te houden, zelfs als ik gevaccineerd ben. Zo kunnen de dingen ten minste plaatsvinden. Ventilatie vind ik ook heel belangrijk. Daar zullen wij sterk moeten op inzetten in de culturele sector in het algemeen in de komende jaren. Ik wilde gewoon even mijn mening meegeven. Ik heb eigenlijk geen bijkomende vragen.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Zoals collega Meremans het aangeeft, zitten wij allen op dezelfde lijn. De sector die wij met veel passie verdedigen, de culturele sector en bij uitbreiding de eventsector, is zwaar getroffen. Sinds meer dan een jaar duurt dat al. Wij snakken allemaal naar een maximale hervatting van ons publieke leven en zoals ik dat daarnet bij de vorige vraag heb gezegd, vinden wij ook met onze fractie dat de context nu wel anders is. Er zijn testevents. Er zal een grote vaccinatiegraad bereikt worden tegen de zomer. Wij hebben testen en zelftesten. De context is toch wel anders dan vorig jaar. Voor ons mag en moet dat publieke leven waar iedereen naar snakt, maximaal kunnen hervatten. De voorwaarde blijft dat de cijfers goed zijn en blijven. We gaan de goede richting uit. Vandaar dat ik al gezegd heb dat wij ‘data-gedreven’ en niet ‘datumgedreven’ moeten werken.

Aanvullend bij collega Brouwers vraag ik hetzelfde over de buitenactiviteiten. Deze zomer zou toch een en ander moeten kunnen. Maar voor activiteiten binnen van bijvoorbeeld fanfares, waarbij veel partikels worden verspreid, is de ventilatie wel heel belangrijk. Ook in het onderwijs en in alle publieke ruimte moet daar in de komende jaren op ingezet worden. Dat wordt een belangrijke uitdaging voor de Vlaamse Regering. Er gaan nog virussen opduiken. Gezonde lucht is heel essentieel.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Ik ben het eens met elke tussenkomst. Dat zijn ook exact de posities die wij verdedigen in het Overlegcomité. Volgende dinsdag zal dat niet anders zijn. Rond ventilatie zijn er al een aantal beslissingen genomen in het Overlegcomité. De normen die wij in Vlaanderen hanteren, tussen de 900 en de 1200 ppm, zijn in het Overlegcomité overgenomen als dé normen. Maar alles hangt natuurlijk af van de investeringen. Als wij die normen vandaag zouden moeten toepassen in onze schoolgebouwen, zouden wij er veel moeten sluiten. Iets zegt mij dat het in de andere gewesten van het land zo mogelijk nog minder goed is. Dat moet zeker een streefdoel zijn bij elke renovatie en elke nieuwbouw. Het moeten dringende normen zijn. We kunnen niet toveren. Maar dat het een belangrijk aandachtspunt zal zijn: dat hebben wij al toegezegd.

Het kan misschien ook een idee zijn, minister-president, om te vragen aan steden en gemeenten om een CO2-meter te voorzien in de lokalen die ze in bruikleen geven aan lokale verenigingen. Als men daar de luchtkwaliteit al zou kunnen monitoren als men daar met tien à vijftien man samen zit, zou dat al een manier zijn om heel voorzichtig herop te starten. Ik snap de voorzichtigheid, maar er zit hier een hiaat voor het socio-cultureel verenigingsleven. We moeten samen met de virologen en afhankelijk van de vaccinatiegraad en immuniteitsgraad bekijken of we niet voor de zomer al iets kunnen doen … (onverstaanbaar) …

Ik kijk uit naar de resultaten van het volgende Overlegcomité. Ik hoop dat u dat expliciet meeneemt.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.