U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Mijn vraag gaat over de extra middelen die dit jaar gaan naar het beleidsdomein personen met een handicap. In dat kader wordt uitgekeken naar het investeringsplan voor die middelen.

De focus bij het investeringsbeleid van de afgelopen jaren lag heel sterk op de wachtlijsten. De hamvraag daarbij is altijd hoeveel mensen op de wachtlijst een persoonsvolgend budget zullen krijgen en hoeveel daarvan tot de prioriteitengroepen 1, 2 en 3 behoren. Vandaag staan bijna 16.000 mensen op de wachtlijst voor een persoonsvolgend budget, waarvan bijna drie vierde uit prioriteitengroep 3. Daarnaast zijn er de automatische toekenningen.

Iedere persoon met een ondersteuningsnood moet kunnen worden geholpen. Deze regering heeft zich daar ook toe geëngageerd. Door de verschillende maatregelen en aanpassingen die recent werden genomen – ik verwijs onder andere naar het Mozaïekdecreet – werden ook extra budgetten gecreëerd. Die bleken een groot verschil te maken voor heel wat mensen die daardoor een persoonsvolgend budget toegewezen konden krijgen.

Een goed investeringsplan voor die extra middelen is natuurlijk van het grootste belang. We moeten niet enkel kijken hoe we de beschikbare middelen verdelen over de prioriteitengroepen, maar ook opnieuw actief op zoek gaan naar manieren om te investeren in alle mogelijke kanalen om zorg en ondersteuning tot bij de mensen met een handicap te brengen. Een open, ruim en toegankelijk aanbod van rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) is daar een belangrijk element in, maar een sterke toegang tot hulpmiddelen kan eveneens een deel van de oplossing zijn.

Personen met een handicap die een persoonsvolgend budget nodig hebben om te kunnen participeren aan de maatschappij of personen die daarvoor een toename van hun huidige budget nodig hebben, moeten dit ook op een redelijke termijn kunnen krijgen. Het gebrek aan perspectief weegt zwaar door en voor wie nog geen budget krijgt, is het een kwestie van alles of niets. Het is natuurlijk niet altijd mogelijk om exact te weten hoeveel middelen er zullen gaan naar de automatische toekenningsgroepen en hoeveel middelen er overblijven voor de prioriteitengroepen. Maar dat neemt niet weg dat het toch mogelijk moet zijn om mensen een perspectief te bieden over de termijn waarbinnen ze effectief zullen kunnen beschikken over hun toegekende budget.

Minister, wanneer zal het investeringsplan waarvan sprake klaar zijn en wat zijn volgens u de cruciale uitgangspunten daarvan?

Rechtstreeks toegankelijke hulp is voor veel mensen met een beperking van groot belang. Wordt dit opgenomen in het investeringsplan en meer nog, wordt de gelegenheid benut om te kijken hoe we deze RTH toegankelijker kunnen maken zodat ze voor veel mensen nabijer kan komen dan vandaag het geval is?

Op welke manier wordt er een brug gemaakt met het hulpmiddelenbeleid, zodat ook dit op de meest efficiënte manier kan worden ingezet om een verschil te maken voor mensen met een handicap? Het hulpmiddelenbeleid is in deze commissie onlangs besproken tijdens hoorzittingen en gedachtewisselingen. Ik vind het een belangrijk onderdeel van het beleid ten aanzien van personen met een handicap.

Hoe verhoudt zich volgens u het persoonsvolgend budget tot de andere kanalen van steun aan personen met een handicap? En hoe vertaalt deze visie zich in het investeringsplan?

Zult u zoeken naar manieren om mensen meer perspectief te geven, zodat zij weten waar ze aan toe zijn en zich daar ook op kunnen organiseren?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, we hopen op zeer korte termijn het investeringsplan te kunnen afronden. De besprekingen daarover zijn lopende. We nemen in het plan de bevindingen op vanuit de adviesorganen binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en hebben ook geluisterd naar de signalen van het consortium ‘Ik wacht mee’.

De uitgangspunten zijn conform de bepalingen van het regeerakkoord. We willen met name perspectief bieden aan alle personen met een handicap. Daarbij ligt de nadruk voor wat de persoonsvolgende budgetten betreft op de automatische toekenningsgroepen, waarvoor altijd onmiddellijk in een budget voorzien wordt, zowel in 2021 als in de volgende jaren.

Daarnaast hechten we veel belang aan het bieden van perspectief voor prioriteitengroep 1. Gezien de dringendheid van deze vragen willen we hier de wachttijd sterk terugdringen. Voor de andere prioriteitengroepen zoeken we ook naar oplossingen die perspectief bieden.

Wat de RTH betreft, gaf ik al eerder aan dat we hier willen inzetten op een sterkere vraagsturing en flexibiliteit naar de inzet van middelen. De RTH blijft van groot belang voor mensen met beperkte ondersteuningsnoden, maar zal ook een belangrijke rol spelen in het zoeken naar oplossingen voor mensen die nog geen persoonsvolgend budget (PVB) of persoonlijkeassistentiebudget (PAB) hebben.

Een laagdrempelige en vraaggestuurde RTH-ondersteuning, goed gespreid over Vlaanderen, kan er ook toe bijdragen dat mensen minder snel meer of intensievere ondersteuning nodig zullen hebben. Een gevoelige uitbreiding van de RTH-capaciteit maakt daarom inderdaad ook deel uit van het investeringsplan.

Voor veel mensen zijn hulpmiddelen inderdaad een belangrijke hefboom om inclusie te realiseren en zo zelfstandig mogelijk te participeren aan de samenleving. We blijven er daarom voor zorgen dat er voldoende middelen zijn om tegemoet te komen aan alle goedgekeurde aanvragen hiervoor.

Ook heb ik het VAPH gevraagd om te blijven inzetten op winsten voor de gebruiker binnen het hulpmiddelenbeleid. Er werd al gesleuteld aan de aanvraagprocedure, maar er zijn nog pistes die kunnen worden bekeken bij het inzetten van hulpmiddelen bij zorgaanbieders.

Het systeem van de persoonsvolgende financiering (PVF) gaat inderdaad veel breder en ruimer dan enkel de zogenaamde trap 2 met de PVB’s. De discussie moet in de eerste plaats gaan over het doelmatig inzetten van alle mogelijke middelen en hulpbronnen, of de concrete vraag wat deze persoon met een handicap nodig heeft om volwaardig te kunnen participeren.

We willen daarom ook inzetten op een betere vraagverheldering, waarbij samen met de persoon met een handicap en zijn netwerk alle mogelijke hulpbronnen kunnen worden bekeken. Voor elke persoon met een handicap en met een langdurige ondersteuningsnood moet op die manier in kaart worden gebracht hoe we het best kunnen tegemoetkomen aan zijn of haar concrete ondersteuningsnood. Vaak gaat het hierbij om een combinatie van zorg en ondersteuning uit het eigen sociaal netwerk, reguliere hulp en handicap-specifieke ondersteuning.

Voor veel mensen is het vandaag niet eenvoudig om de juiste puzzel te leggen en hun weg te vinden in dit complexe landschap. We zullen daarom een inclusieve oriënteringsfase implementeren.

Zodra het hervormings- en investeringsplan gefinaliseerd is, zal werk worden gemaakt van een concreet plan, met een duidelijke betaalkalender voor de PVB’s.

We bereiden ook een bevraging voor de mensen in prioriteitengroep 3 voor, om zo een beter zicht te krijgen op hun actuele ondersteuningsnoden. Deze mensen zullen, wanneer zij dat willen, ook de mogelijkheid krijgen om een inclusieve oriëntatiefase te doorlopen.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord en vooral voor de duidelijkheid die u hebt gegeven. Ik neem aan dat wij hier op zeer korte termijn zullen kunnen debatteren over het investeringsplan dat u op aangeven van het VAPH en het consortium ‘Ik wacht mee’ hebt opgesteld. Minister, ik hoor u graag zeggen dat u voor de RTH, waarmee volgens mij heel veel mensen geholpen zijn, wilt voorzien in een gevoelige uitbreiding en dat u de RTH wilt opnemen in het hele verhaal.

Ik herinner me de discussies van vroeger, toen we zijn overgeschakeld naar het PVB. Een van de problemen binnen de gehandicaptensector was toen dat het een alles-of-nietsbeleid was. Ofwel kreeg je een telefoontje dat er een bed vrij was, weliswaar 42 kilometer verder, zeven dagen op zeven, te nemen of te laten, ofwel was er niets. Een voordeel van de persoonsvolgende financiering is dat wordt gekeken wat iemand nodig heeft. Daar ligt volgens mij een deel van de oplossing. Men bekijkt wat mensen met een handicap willen, wat zij nodig hebben – een budget, RTH, hulpmiddelen, een combinatie – en wie die mensen uit prioriteitengroep 3 zijn. Zij hebben momenteel geen perspectief, en dat is niet goed. Minister, op welke termijn plant u meer inzicht te krijgen in de mensen die op die wachtlijst staan, in prioriteitengroep 3? Hoe denkt u dat te kunnen aanpakken?

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Minister, ik vind het een beetje raar dat er nu een vraag is over een investeringsplan dat nog niet is afgeklopt en waarvoor wij eigenlijk al een hoorzitting met het VAPH hebben vastgelegd. Ik neem aan dat we die discussie daar zullen voeren. Ik denk dat we daar op dit moment nog niet veel over kunnen zeggen.

Wat wel klopt, en dat heeft zowel collega Jans als de minister bevestigd, is dat persoonsvolgende financiering een heel goed middel is om mensen die zorg nodig hebben, snel en efficiënt de juiste zorg te kunnen bieden. Het voorbije coronajaar heeft duidelijk gemaakt dat dit echt wel nodig is: de crisismomenten die we hebben gekend, mensen die zonder zorg kwamen te zitten en wier voorziening sloot. We hebben de reportages van Pano en Terzake daarover gezien en ik denk dat we die situaties in de toekomst te allen tijde moeten vermijden. De 230 miljoen euro die daarvoor dit jaar wordt uitgetrokken, moet dan ook zo goed mogelijk worden ingezet.

Minister, gisteren was er al een communicatie over een voorlopig budget dat al werd ingezet van ongeveer 30 of 45 miljoen euro. Het exacte bedrag was nog niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk was, is dat men dossiers al in orde wil maken zodat daar niet nodeloos op moet worden gewacht. Dat is een goede zaak. Ik heb gezien dat daar een verdeling tussen meerderjarigen en minderjarigen in afgesproken is. Is dat de lijn die voor het overige deel van de middelen wordt verdergezet of is daar nog geen uitsluitsel over?

Mevrouw van der Vloet heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U zegt dat het investeringsplan er snel zal komen. Net als collega Vande Reyde denk ik dat de discussie daarna met het VAPH kan worden gevoerd.

Ik wil ook aangeven dat wij zeer tevreden zijn dat vrijdag beslist is om die 45 miljoen euro die ingeschreven stond in de beleids- en begrotingstoelichting, uit te delen. Het is belangrijk dat die budgetten doorheen het hele jaar verspreid worden uitgegeven en dat de mensen niet langer dan nodig moeten wachten op hun geld.

Er komt een investeringsplan. Het is belangrijk dat goed wordt nagedacht over de verdeling van dat geld. De grootste bezorgdheid is dat perspectief wordt geboden aan groep 1 maar persoonlijk vind ik het ook belangrijk dat perspectief wordt geboden aan prioriteitengroepen 2 en 3 waarin ook heel wat wachtende mensen zitten.

U zegt dat er een bevraging komt voor prioriteitengroep 3. Ik hoor dat nu al jaren vertellen. Ik geloof dat er in 2018 ook al een bevraging is geweest. Misschien kunt u even duiden wat dan het verschil is tussen dat onderzoek en de bevraging die u aankondigt. We hebben al meermaals gezegd dat het uiterst belangrijk is om te weten wie er in die grote prioriteitengroep 3 zit. Wie zijn dat en wat is hun vraag? Is hun vraag nog realistisch en actief? Dat onderzoek had er eigenlijk gisteren al moeten zijn. Ik wil de vraag over de timing hier dan ook nog eens duidelijk stellen. Wanneer komt die er nu eindelijk? Dat is belangrijk om verdere beslissingen te kunnen nemen.

Ik ben zeer blij dat er nu al wordt gesproken over een vraaggestuurde RTH. Ik vraag dat nu al vijf jaar. Als we RTH meer willen inzetten, kunnen meer zorgvragen worden beantwoord door RTH.

Dus ook daar zeer belangrijk richting timing. Wanneer wordt dat uitgewerkt? Wanneer is die timing rond? Ook dat is natuurlijk weer belangrijk om over de andere middelen te kunnen beslissen. Die twee zaken zijn voor ons heel belangrijk om daar een goed zicht op te krijgen en om de middelen correct te kunnen verdelen voor de volgende jaren.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, ik heb niet meer duidelijkheid gekregen. Ik heb de indruk dat collega's door de vele vragen die ze nog stellen, ook niet echt veel duidelijkheid hebben gekregen. De enige duidelijkheid die we vandaag hebben, haal ik uit uw persmededeling van gisteren, en dat is de 45 miljoen euro die het VAPH nu al in haar begroting heeft voorzien en waarbij al wordt vooruitgeschoven hoe die zullen worden besteed.

Minister, u zegt dat u dit jaar al 230 miljoen euro zult investeren, maar er zijn nog geen investeringsplannen. Het VAPH moet nog starten met het opmaken van die plannen. Ik ben gisteren gaan zoeken hoever het staat en ik hoor bij alle gebruikersorganisaties dat niemand weet hoe die 230 miljoen euro zal worden besteed.

Als je van plan bent die middelen dit jaar in te zetten, dan betekent dit dat u de volgende jaren twee keer 230 miljoen euro nodig zult hebben. Dan schuift u de mogelijkheid naar voren om die middelen vanuit het relanceplan te krijgen. Wat als blijkt dat die middelen op zijn? Wat gaat u dan doen met de middelen die u dit jaar zult inzetten?

Als u dit jaar alle middelen inzet, wat gebeurt er dan met de mensen die een aanvraag gaan doen naar handicap na 2022, 2023, 2024? Gaat u die op de een of andere manier toeleiden naar de wachtlijst?

Minister, u spreekt heel dikwijls over het VN-verdrag. U stelt in een persmededeling dat het gaat over keuzevrijheid, zelfregie en levenskwaliteit, maar als er in 2022, 2023 en 2024 geen middelen zullen worden ingezet, als u de mensen gewoon gaat parkeren op de wachtlijst, hoe gaat u dan uitvoering geven aan dat verdrag?

De heer Anaf heeft het woord.

Er wordt gerefereerd aan de beslissing van de regering van vrijdag. Het is me ook helemaal onduidelijk hoe die 230 miljoen euro die wordt vooruitgeschoven, zal worden uitgegeven. Maar ik begrijp dat dat nog gaat komen. Ik wacht daar nog wel even op. Ik vraag me echt af hoe dat gaat gebeuren want het gaat natuurlijk over een substantieel budget. Hoe krijg je dat praktisch verwerkt, hoe krijg je al die dossiers verwerkt en uitbetaald?

Wat dan met de automatische toekenningsgroepen in de volgende jaren? Hoe gaan die worden gefinancierd? Hoe gaan de noden van de groep worden meegenomen in dat vooruitgeschoven uitbreidingsbeleid? Of zal er toch extra budget moeten worden gezocht om daaraan te voldoen de komende jaren? Misschien moet het nog duidelijk worden in de toekomst. Ik ben benieuwd wanneer we daar duidelijkheid over zullen krijgen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik herinner me de vragen over wanneer ik een stuk van die budgetten zou lossen in afwachting van een definitief plan. Dat is wat we nu in de Vlaamse Regering hebben gedaan. We hebben een eerste deel van de budgetten toegekend, wetende dat we met een breder plan aan het werk zijn en daarmee aan de slag willen gaan. We willen ondertussen niet de indruk geven dat we die budgetten oppotten, wel integendeel. We zijn daar nu mee aan de slag gegaan en de beslissing van vrijdag moet u in dat kader zien.

Het plan is nog niet afgerond, maar we zetten nu wel al in op de prioriteitengroep 1 en op het PAB. We zetten inderdaad in op een oplossing voor een vraag en een PVB. Dat kan een oplossing zijn. Het VAPH is bezig om dat in kaart te brengen. Ook de acties voor prioriteitengroep 3 zijn lopende. Het gaat niet alleen over cijfers, het gaat ook over de principes en uitgangspunten die we in de toekomst willen hanteren om ervoor te zorgen dat de mensen de juiste zorgvraag kunnen krijgen. Dat zit in het bredere plan waarrond we werken.

De bedoeling is om die budgetten toe te kennen en over de verdeling tussen minder- en meerderjarigen is er een akkoord.

Wat prioriteitengroep 1 betreft, is er een heel groot draagvlak om snel perspectief te brengen. Daarom bekijken we wat dat wil zeggen voor de andere prioriteitengroepen, prioriteitengroep 2 en prioriteitengroep 3.

Het is wel van belang om te weten hoe we de personen in prioriteitengroep 3 kunnen helpen. Velen in prioriteitengroep 3 komen nog uit een oude wachtlijst zonder een degelijke vraagverheldering en daar willen we nu op inzetten om te weten wat nu precies de zorgvraag is waarop we een antwoord moeten kunnen bieden.

We luisteren wel degelijk naar het middenveld. Alle adviesorganen hebben een inbreng gedaan. We hebben zelf contact gehad met het consortium. Dat gaat breder dan de traditionele groepen. Ook de Gezinsbond is daarbij aanwezig. Dat is waar we op dit ogenblik rond aan het werk zijn.

Wat het VN-verdrag betreft, is de keuze voor PVF een belangrijke stap in de richting van zelfregie en autonomie om daar uitvoering aan te geven.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Ik vind het altijd interessant om niet enkel en alleen over de cijfers te spreken, maar ook over de principes. Het begint natuurlijk met de cijfers en met extra budgetten, want die moeten er zijn, alvorens te kijken hoe we die op de best mogelijke manier gaan inzetten.

Het is ook van belang om te gaan kijken wat ervoor nodig is als we het engagement op ons nemen om iedereen in prioriteitengroep 1 snel perspectief te geven. Dat is absoluut belangrijk. Daar staan mensen met de meest urgente, de meest complexe en meest dringende zorgvraag.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook de automatische toekenningen en daarover hoor ik u niet spreken. Misschien is het goed dat het voor ons een automatisme is, een verworvenheid dat die automatische toekenningen er zijn, dat die mensen geen wachttijd hebben en dat de budgetten automatisch worden toegekend. Daarnaast gaan we in prioriteitengroep 1 kijken hoe we iedereen snel perspectief kunnen geven.

In het mozaïekbesluit werd er ruimte gemaakt voor 1600 volwaardige budgetten door met een aantal zaken te schuiven. Het is ook wel nodig dat we niet altijd alleen kijken naar hoeveel we doen met minderjarigen en meerderjarigen, hoeveel we doen over die drie groepen, maar naar wat kunnen we doen met dit extra budget boven op het budget dat we hebben, uitgaand van een aantal principes die we echt wel kunnen inlossen.

Ik kijk ernaar uit om te debatteren over de principes die voor ons van groot belang zijn om ervoor te zorgen dat mensen in prioriteitengroep 1 en iedereen op de wachtlijst een perspectief krijgen, maar ook om te kijken naar wat mensen nodig hebben en hoe wij elke persoon met een handicap die vandaag op de lijst staat, toeleiden naar wat hij nodig heeft. Wordt vervolgd.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.