U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Vorig jaar werd door een samenwerking tussen de De Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de Universiteit Antwerpen het Hannah Arendt Instituut opgericht. Minister Somers deelde hiervoor een opstartsubsidie van 235.000 euro uit, wat hij beschouwde als – en ik citeer – 'een heel bescheiden som geld'. Het instituut, dat het diversiteitsbeleid moet ondersteunen, zou ook gratis gebruik kunnen maken van het Mechelse stadhuis en de aanverwante infrastructuur. Herman Van Goethem en Christophe Busch, die toen nog maar net ontslag hadden genomen in de Dossinkazerne, werden al snel twee spilfiguren van het nieuwe instituut.

Binnenkort wordt het instituut een jaar oud en zou dus stilaan uit de opstartfase moeten zijn. Tussen 8 februari en 8 maart komt er een lezingenreeks bestaande uit vijf lezingen, met als doel de vele schakeringen in het denken van Hannah Arendt centraal te zetten. Welke sprekers komen in deze lezingenreeks allemaal aan bod? Allereerst dus professor Herman Van Goethem. Dat is de man die zei dat – en ik citeer – ‘onze aula’s te wit zijn’, en dat we – ik citeer – ‘halal moeten invoeren op onze scholen’ en dat we – ik citeer hem opnieuw – ‘moeten afstappen van ons blanke, westerse denkkader’. Ook is er Nadia Fadil, die bekend is van haar strijdkreet ‘Fuck Flanders’ en die zei dat ‘de onderwerping aan Allah moslims de kracht kan geven om tegen de dominante stroom in te gaan en tot emancipatie kan leiden’ . Diezelfde Nadia Fadil gaf in de pers ook al aan tegen het Vlaams Belang en tegen de N-VA te zijn. Daarbovenop is er ook nog Anya Topolski, die 26 mei 2019, wegens onze verkiezingsoverwinning, beschreef als – ik citeer – 'suprematie-zondag, racistische zondag, haat-zondag'.

De vierde spreker van de lezingenreeks is Dirk De Schutter, die reeds lasterlijke leugens verkondigde over het Vlaams Belang en ook duidelijk de N-VA geen warm hart toedraagt. De laatste spreker is niemand minder dan minister Somers zelf, die het Vlaams Belang reeds vergeleek met onder meer een fractie in de Reichstag. In mei 2020 zei minister Somers in deze commissie dat het Hannah Arendt Instituut zeker geen instrument zou worden om aan partijpolitiek te doen. Lol, ‘laughing out loud’, zeggen we dan in socialemediatermen.

Minister, u zat in mei ook in het VRT-programma De Afspraak, waar Phara de Aguirre u de volgende vraag stelde over het Hannah Arendt Instituut, die jammer genoeg alweer erg actueel is: “Wat gaat het instituut zeggen als die politieagenten” – die telkens worden geconfronteerd met gewelddadige zogenaamde jongeren – “zeggen: ‘Help ons, wat moeten we doen in Anderlecht, we zijn ten einde raad?’” U hebt op die vraag niet eens geantwoord, wat natuurlijk veelzeggend is, zeker in het licht van de recente rellen van de zogenaamde jongeren.

Minister, waaraan werd de 235.000 euro opstartsubsidie precies uitgegeven door het Hannah Arendt Instituut? In hoeverre en hoe precies maakt het instituut gebruik van het Mechelse stadhuis en/of aanverwante infrastructuur? Is dat gebruik gratis? Waarom kan geen enkele van de vijf sprekers voor de lezingenreeks worden gecatalogiseerd als behorend tot het ideologische spectrum ergens tussen N-VA en Vlaams Belang? Vindt de minister dat het Hannah Arendt Instituut op deze manier voldoende ideologische diversiteit uitdraagt en een correcte afspiegeling is van onze samenleving?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Mijnheer Van Rooy, het Hannah Arendt Instituut is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Antwerpen, de Vrije Universiteit Brussel en de stad Mechelen. Dat zijn de stichtende leden.

Zowel de Vlaamse overheid als verschillende partnerorganisaties ondersteunen hun werking. Deze werking houdt in: het verbinden van wetenschappelijke kennis over diversiteit, stedelijkheid en burgerschap met inzichten en ervaringen van beleidsmakers, organisaties en burgers; samen met hen zoeken naar werkbare oplossingen die een positieve impact hebben op onze samenleving.

De opstartsubsidie werd gebruikt voor de fysieke oprichting, onder meer inrichting bureaus, vormingslokaal en additioneel materiaal, de virtuele oprichting, onder meer website en sociale media, en de onderzoeksmatige oprichting, onder meer het samenbrengen en aligneren van de betrokken universiteiten en onderzoeksgroepen en het oprichten van een wetenschappelijke en maatschappelijke adviesraad.

Verder werd de opstartsubisdie gebruikt voor het opstellen van een onderzoeksagenda lange termijn, waarbinnen er reeds drie onderzoekslijnen zijn opgestart: ten eerste, sociale netwerken en participatietrajecten; ten tweede, praktijk van professionals in omgang met diversiteit en burgerschap, met een casus met betrekking tot politie in een diverse samenleving, waar u over sprak; ten derde, digitale disconnectie en online polarisering.

Het geld werd ook gebruikt voor het uitwerken van een communicatiestrategie en het uitwerken van een vormingsprogramma. Al de vormingen zijn te vinden op de website van het Hannah Arendt Instituut.

De drie stichtende leden stellen hun infrastructuur ter beschikking voor de werkzaamheden van het Hannah Arendt Instituut. Voor activiteiten kan gebruik worden gemaakt van faciliteiten naargelang de beschikbaarheid. De stad Mechelen voorziet inderdaad in gratis ruimte in een te herbestemmen deel van het historische stadhuis.

De inrichting en technische uitrusting, verzekering en onderhoud worden gedragen door het Hannah Arendt Instituut zelf.

Het Hannah Arendt Instituut is een samenwerking tussen de Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit van Brussel. Het is niet aan mij om de sprekers die door een universiteit zijn uitgenodigd om op basis van hun expertise een lezing te komen geven, te gaan rangschikken op een schaal van links naar rechts. Ik denk dat bij uitstek een universiteit daar de grootste vrijheid in moet hebben en mee kan omgaan.

Ik hoop dat dat de antwoorden waren op uw vragen.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Dat zijn inderdaad antwoorden op mijn vragen, alleen zijn ze wel veelzeggend, of toch alleszins uw antwoord op mijn laatste vraag, de hamvraag, over de sprekers. Ik was er nog een vergeten, zag ik net, namelijk de Poolse-Vlaamse filosofe Alicja Gescinska, die bekendstaat als iemand van Open Vld, of die tenminste op een lijst stond van Open Vld.

Over die centen kunnen we natuurlijk debatteren. U noemde die 235.000 euro een bescheiden bedrag. Ik denk dat er heel wat Vlamingen zijn die zich afvragen of dat zogenaamd bescheiden bedrag niet aan iets anders kan worden besteed, iets waar zij ook iets aan hebben, dan aan dit ideologisch aangestuurde instituut. Dat wordt natuurlijk bewezen door de sprekers. U doet dat handig. U zegt: ‘Dat zijn de universiteiten.’ Wij kennen natuurlijk evengoed die universiteiten. Ik heb de heer Herman Van Goethem geciteerd, een oikofobe Vlaming en eigenlijk een antiblanke racist, als je zijn uitspraken hoort. En ook die andere sprekers, Nadia Fadil, Dirk De Schutter en Anya Topolski, dat zijn allemaal mensen die het Vlaams Belang en de N-VA haten dan wel zeker geen warm hart toedragen. Dat is natuurlijk geen toeval, minister.

Dat u daar een opstartsubsidie aan geeft, met aan uw zijde de N-VA in deze regering, is natuurlijk te gek voor woorden. U zou er dan op zijn minst moeten proberen op aan te sturen dat in een dergelijke lezingenreeks ten minste een beetje ideologische diversiteit is terug te vinden, die er nu absoluut niet is. Ik ken al die sprekers. Los van hun afkeer voor partijen als het Vlaams Belang en de N-VA, zijn dat mensen die dezelfde cultuurmarxistische visie op de samenleving hebben en die Hannah Arendt in grote lijnen op dezelfde manier zullen typeren en haar theorie zullen kaderen op exact dezelfde manier. Daar zit niemand tussen die ook maar in de verste verte in de richting gaat van hoe mensen van het Vlaams Belang of de N-VA Hannah Arendt eventueel zouden typeren. Dat is toch een grote bloedarmoede. En dat met belastinggeld. Ik vind dat schandalig.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, het is een gevoelig thema, maar ik moet zeggen dat ik het toch wel een heel terechte vraag vind van de collega. Uiteraard vind ik dat elk wetenschappelijk centrum vrij moet zijn om zelf te kiezen waar men de focus op legt. Maar in dit geval, als het de bedoeling is om via dit instituut de polarisatie in onze samenleving weg te nemen, dan strookt dat toch absoluut niet met het werk van iemand als bijvoorbeeld Nadia Fadil, die toch allesbehalve een consensusfiguur is. Ik had nog allerlei andere beschrijvingen over haar klaar, maar ik zal ze inslikken en het houden op iemand die inderdaad, zoals de collega zegt, echt niet het ideologische spectrum van Vlaanderen kan vertegenwoordigen.

Minister, sta me toe om toch ook te zeggen dat u niet echt uw best doet om de onafhankelijkheid van het instituut te bevorderen door zelf die lezingenreeks af te sluiten met een andere Open Vld-politica. Het instituut en de mensen die ervoor werken, werken al in het gebouw van de stad Mechelen. Oké, tot daaraan toe, maar door dit te doen, doet u er toch nog een schepje bovenop. Dit is volgens mij echt, echt nefast voor de geloofwaardigheid van het instituut. Dat is toch iets wat u zelf niet wenst. Ik ben absoluut geen voorstander van deze gang van zaken.

Ik heb nog een concrete vraag. U hebt gesproken over de verdeling van de budgetten van de opstart. Hebt u naast die opstartsubsidie nog andere financiële ondersteuning gegeven aan het instituut?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Dank voor de tussenkomsten. Ik betreur evident de toonzetting van de collega’s. Het Hannah Arendt Instituut wordt intellectueel gedragen door twee van onze universiteiten. Ondertussen zijn er ook samenwerkingsverbanden met de UGent, de KU Leuven en de Universiteit Hasselt. Met andere woorden, heel de academische wereld van Vlaanderen is rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden met dit instituut. Er zijn momenteel ook samenwerkingen met deMens.nu, er is een samenwerkingsverband gesloten met de federale politie. Dit instituut heeft zich ook al laten inschakelen in een internationaal samenwerkingsverband op het allerhoogste niveau met andere Hannah Arendtinstituten overal in Europa.

U vraagt of het academisch onafhankelijk is. Ik kan me niet inbeelden dat twee prominente rectoren van Vlaanderen zomaar zouden aanvaarden dat een politicus en zijn minister hen zouden dicteren wie ze daar al dan niet zouden moeten laten spreken of die zou opeisen dat hij daar zelf moet gaan spreken. Ik begrijp niet zo goed uw redenering. Langs de ene kant vraagt u of ze onafhankelijk zijn, langs de andere kant vraagt u dat ik mee de lezingen die ze gaan houden, zou bepalen. Evident is dat iets dat ze zelf moeten doen. Ze houden daar trouwens nog veel andere lezingen: kritisch kijken naar kennismaken, arm in de stad, beladen erfgoed in vloeibare tijden, polarisatie en verbinding. Het zijn allemaal lezingen die worden gehouden en studies die worden gemaakt.

Aan de universiteit is er professor Fadil, die niet bepaald in mijn ideologisch kader past. Ze werkt wel academisch, dat is nu eenmaal zo. Er is ook professor Corijn, op het vlak van stedelijkheid een gerenommeerd iemand in ons land. Hij heeft ook een uitgesproken politiek-ideologische overtuiging die niet de mijne is. Dat neemt niet weg dat ik hem een boeiende figuur vind met wie ik graag debatteer en van wie ik van alles kan leren. Dat is nu eenmaal de academische wereld. Die helemaal in het moeras van de politiek trekken, vind ik onrecht aandoen aan de academische wereld. Ik neem akte van het feit dat wanneer men iets organiseert in de oude hoofdstad van de Nederlanden, in het stadhuis, dat dat een liberale kleur heeft. U bewijst mij te veel eer door Mechelen te herleiden tot een blauwe stad. Ik neem daar akte van. Ik denk dat dat onjuist is. Het is een even diverse stad als alle andere van Vlaanderen.

Ik ben niet van plan om mij te moeien met de agendasetting. De academische onafhankelijkheid is voor mij heilig. Ik kom daar niet in tussen. Dat men mij vraagt om in een gespreksreeks ook het woord te voeren, dat is niet de eerste keer. Van alle partijen worden ministers regelmatig gevraagd om aan een universiteit te praten, zeker als het over hun vakgebied gaat. Als het over stedelijkheid gaat, en over diversiteit, behoort dat wel tot de kerncompetenties van mij als minister. Het is dan ook niet onlogisch dat men mij in een debat brengt. Waar ik wel tegen protesteer, is dat men over iemand die gaat spreken, omdat die een keer op een Open Vld-lijst heeft gestaan, maar die ook een gerenommeerd filosoof is en auteur van gerespecteerde werken buiten een partijpolitieke context, dan zegt: ‘Ha, het is er weer een met een liberale stempel.’ Als we zo naar de wereld kijken, mevrouw Sminate, dan doen we de wereld heel veel onrecht aan.

Dat mensen naast hun politieke overtuiging ook academicus kunnen zijn, kunnen functioneren op academisch niveau, bijdragen kunnen leveren – en met heel veel van wat daar gezegd zal worden, zal ik het niet eens zijn –, dat is juist het waardevolle, dat men daarover nadenkt, dat het werkt. De bedoeling van het Hannah Arendt Instituut is niet om verzoening te prediken, maar om wetenschappelijk onderzoek te doen op dat spanningsveld universiteit-stedelijkheid. Dat is nu eenmaal iets wat we nodig hebben, dat we daar meer en diepgaander rond samenwerken.

Waarom hebben de universiteiten van Brussel en Antwerpen elkaar gevonden? Omdat het de enige twee universiteiten in Vlaanderen zijn die een centrum hebben van stedelijke studies. Dat zijn de enige twee die een uitgebouwd centrum hebben. Ze hebben de handen in elkaar geslagen omdat Vlaanderen nood heeft aan meer en diepgaander nadenken over stedelijkheid. Ik ben heel blij dat het Hannah Arendt Instituut bestaat.

Iemand vroeg ook of er nog andere middelen zouden worden gegeven? In 2020 waren dat de enige middelen en in 2021 krijgt het instituut een bijkomende ondersteuning omdat het volgens mij een heel belangrijke plaats inneemt in het academische landschap. Ik zal opzoeken hoeveel en ik zal de gegevens aan de commissie bezorgen. Uit het werk van dit instituut vallen niet meteen beleidslijnen te trekken, maar het kan wel heel inspirerend werken. Ik ben ook blij dat de federale minister van Binnenlandse Zaken daar op werkbezoek is geweest en is gaan kijken op welke manier zij kunnen samenwerken. Ik denk dat de samenwerking met de federale politie daar al een eerste gevolg van is.

Ik neem er akte van dat wanneer twee grote Vlaamse universiteiten samen een academisch centrum oprichten en een sprekerslijst samenstellen die niet gemaakt is op basis van partijpolitieke evenwichten, ze op basis daarvan onderworpen worden aan kritiek van sommige partijen. Ik kan daar alleen maar akte van nemen. Ik doe daar niet aan mee.

De heer Van Rooy heeft het woord.

U doet daar natuurlijk niet aan mee omdat dit een ideologisch feestje van uzelf is dat deels wordt betaald met belastinggeld en wordt gefaciliteerd met overheidsgebouwen, minister Somers. Het is te potsierlijk voor woorden dat u dan iemand als Eric Corijn of Nadia Fadil noemt, die inderdaad niet tot uw ideologie behoren, maar die zich aan uw extreem linkerzijde bevinden. Aan de rechterzijde, en dat is natuurlijk heel mijn punt en ook het punt van mevrouw Sminate, is er niemand te vinden. Het is een politiek correct feestje van centrumlinks tot extreemlinks, gefinancierd met belastinggeld en gefaciliteerd met overheidsgebouwen. U zegt dan dat u dat niet bent, dat heel de academische wereld daarbij betrokken is. Het zal wel zijn. Heel die academische wereld bestaat alleen maar uit links en extreemlinks. Daar worden mensen die een mening hebben die aansluit bij de N-VA of het Vlaams Belang op z’n best buitengekeken en op z’n slechtst buitengezet. U weet dat. Ik weet dat u dat weet, minister Somers. U denkt echter bij uzelf: zolang dat het geval is, zal ik doen alsof dat academische vrijheid is. Stel dat wij een lange mars door de instellingen houden en de universiteiten N-VA- en Vlaams Belang-minded worden, dan zullen we eens zien hoeveel belastinggeld u daar nog aan zult besteden en dan zullen we eens zien hoe kritiekloos u daar nog tegenover staat, want wat ik en de mensen onthouden, is dat u niet voor diversiteit van opinies staat, maar dat u voor de eenheidsworst staat die aansluit bij uw liberale visie en bij alles wat zich daar links van bevindt, en dat u dat financiert met belastinggeld. Schandalig.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.