U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Parys heeft het woord.

De expertengroep Psychology and Corona pleit voor alternatieve bubbels voor jongeren die in studentenresidenties wonen en voor leerlingen die in internaten verblijven. Zij worden nu gezien als alleenstaanden en mogen dus geen bubbel vormen met hun huisgenoten. Dat bemoeilijkt uiteraard de sociale contacten. Volgens de psychologen zouden de jongeren een sociaal contract moeten ondertekenen en een negatieve coronatest afleggen bij het wijzigen van hun bubbel.

Minister, er is in deze crisis al heel veel gepraat over het mentaal welzijn van de jongeren. Er zijn ook al diverse maatregelen genomen door diverse ministers van de Vlaamse Regering om de mentale gezondheid van onze jongeren zo veel mogelijk te ondersteunen. U hebt extra middelen vrijgemaakt, onder andere voor de centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg’s) en de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s), maar ook andere organisaties, zoals WAT WAT en de OverKop-huizen, zijn steeds bereikbaar gebleven voor jongeren, of werden uitgebreid.

Hoe staat u tegenover het voorstel van de expertengroep Psychology and Corona?

Binnen het kader van Zorgen voor Morgen is er een klankbordgroep mentaal welzijn opgericht, die al enkele keren is samengekomen. Welke acties omtrent mentaal welzijn bij jongeren zitten er nog in de pijplijn? Zult u die problematiek nog eens extra op de agenda plaatsen? Ik wil speciale aandacht vragen voor jongeren die 18 zijn en die voor het eerst hun eerste jaar in een hogeronderwijsinstelling doorbrengen. Zoals heel veel andere jongeren hebben ze het moeilijk, maar zij hebben het supermoeilijk, omdat ze eigenlijk werden geacht in een nieuwe omgeving vrienden en kennissen te maken, en dat vandaag gewoon praktisch onmogelijk is. Je hoort in de pers ook een aantal stemmen opgaan, onder andere van de zoon van uw voorzitter: zij vragen dat men hun een doel, een perspectief zou geven, een woord dat de voorbije weken nu al zoveel keren is gebruikt. Wat kunnen we concreet voor hen doen?

Via het protocolakkoord inzake geestelijke gezondheidszorg wordt in 1132 vte’s eerstelijnspsychologen extra voorzien voor Vlaanderen. De verdeling en de inzet hangen af van de noden, met aandacht voor de doelgroep kinderen en jongeren. Kunt u toelichten wat de stand van zaken is met betrekking tot die verdeling? Uit overleg dat we hebben met mensen die op het terrein actief zijn, blijkt dat er in dezen toch wel een versnelling hoger mag worden geschakeld.

Er wordt echt gewacht tot we die publichealthbenadering, die in dat protocolakkoord zit, ook heel effectief en heel concreet kunnen uitrollen. Wanneer gaan we daar effecten van zien op het terrein?

De heer De Reuse heeft het woord.

Voorzitter, ook ik heb een vraag over geestelijke gezondheidszorg en mentaal welbevinden, maar bij mij gaat het over een andere doelgroep.

Minister, op 12 januari heeft de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) een advies uitgebracht waarin melding wordt maakt van verontrustende signalen vanuit het werkveld betreffende mensen die behoren tot de psychische en sociaal-kwetsbare groepen. Deze groep is namelijk zeer hard getroffen door de coronamaatregelen. Het gaat hier over mensen in armoede waarvan het inkomen door de coronacrisis zwaar onder druk is komen te staan. Verschillende problemen inzake inkomen, huisvesting, tewerkstelling en gezinsleven zijn door de tweede lockdown opnieuw sterker naar voren gekomen. Ze ondervinden ook vaak zeer grote moeilijkheden om mentale ondersteuning te zoeken. Er zijn reeds verschillende beleidsinitiatieven uitgewerkt en budgetten daaraan gekoppeld, maar van de uitrol is nog niet veel te merken.

Wanneer worden de uitgewerkte initiatieven uitgerold?

Zijn er nog aanvullende maatregelen voorzien om deze toch wel schrijnende situaties weg te werken?

Met welke organen gaat u samenwerken om de initiatieven uit te rollen?

Uit dat onderzoek is ook gebleken dat een aantal acties in vele gevallen praktisch onbereikbaar zijn voor die doelgroep. Ze worden aangeboden via digitale weg, waardoor het zorg- en ondersteuningsaanbod niet tot bij de mensen raakt. Welke initiatieven zult u nemen om de toegankelijkheid optimaal te maken?

Op korte termijn zijn er concrete maatregelen nodig voor de doelgroep. Welke initiatieven zult u uitrollen en zo vlug mogelijk activeren om de negatieve gevolgen van de coronacrisis en de tweede lockdown terug te dringen?

De Vlaamse Raad WVG heeft een aantal aanbevelingen gedaan in zijn nota. Kunt u zich terugvinden in die aanbevelingen? Welke aanbevelingen zult u meenemen in de uitrol?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, in de voorzieningen jeugdhulp die onder mijn bevoegdheid vallen, worden jongeren die samen een leefgemeenschap vormen al langer beschouwd als één bubbel, waardoor ze naast bijvoorbeeld leefgroepcontacten ook contacten met het thuisfront kunnen onderhouden.

Het voorstel van de expertengroep heeft betrekking op internaten en studentenresidenties. Mijn collega Ben Weyts is bevoegd voor de richtlijnen die gelden in het onderwijs.

Het mentale welzijn van jongeren staat inderdaad ernstig onder druk, we krijgen daar veel signalen over. De duurtijd van deze crisis weegt zwaar voor iedereen, zeker ook voor jongeren en jongvolwassenen. We zijn daar natuurlijk zeer bezorgd over, we nemen die signalen dan ook zeker ernstig. We hebben al verschillende initiatieven genomen om de ondersteuning en de hulpverlening voor jongeren zo toegankelijk mogelijk te maken. Ik ga daar bij de volgende vragen verder op in.

We gaan voor een versterking van preventieve geestelijkegezondheidsbevordering op lokaal niveau in het kader van onder andere de OverKop-huizen en de samenwerkingsverbanden één gezin - één plan en werken hierbij geïntegreerd samen over de sectoren heen. OverKop zal worden verankerd en uitgebreid. In het kader van de relance zullen we zestien OverKop-subsidies toekennen waarmee we de bestaande initiatieven een structurele plek geven en ruimte creëren voor elf nieuwe initiatieven.

Vorig jaar lanceerden we een oproep om het laagdrempelige, rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpaanbod één gezin - één plan gebiedsdekkend te maken in heel Vlaanderen. De eerstelijnspsychologische functie wordt hierbij volledig geïntegreerd in de teamwerking en minimaal een module eerstelijnspsychologische functie wordt ingezet per eerstelijnszone die deel uitmaakt van het werkingsgebied.

Zoals u weet, is er onlangs een uitbreiding goedgekeurd voor de CGG's van 4,8 miljoen euro op jaarbasis. We vragen aan de CGG’s om een plan van aanpak op te stellen over de besteding van die middelen voor hun CGG. Er wordt van de CGG’s ook verwacht dat ze minstens de helft van de middelen binnen die uitbreiding investeren voor de doelgroep kinderen en jongeren.

Die uitbreiding volgt op de uitbreiding van de CAW’s ten bedrage van 3,3 miljoen euro, die sinds de zomer van vorig jaar in werking is. Een deel van die uitbreiding is gericht op de module rond begeleiding van jongeren en jongvolwassenen door het jongerenaanbod van het CAW (JAC). In 2021 maken we die uitbreiding structureel.

Er wordt dit jaar tevens voorzien in een uitbreidingsbeleid van 1,7 miljoen euro voor de centra voor ambulante revalidatie (CAR’s), om de gespecialiseerde ambulante zorg en diagnostiek in de CAR’s te versterken. De sector werkt momenteel zelf aan een voorstel tot concrete inzet van die middelen. 

Daarnaast werd eind vorig jaar een extra budget toegekend aan de vijftien Logo’s (lokaal gezondheidsoverleg) in Vlaanderen om een populatiegerichte universele preventie rond het mentale welzijn binnen hun netwerken nog meer aan boord te brengen. Hun netwerken omvatten een verscheidenheid aan organisaties die allen kunnen gemobiliseerd worden in de strijd tegen corona en coronamoeheid en het mentaal welzijn kunnen bevorderen, denk aan de lokale besturen, het verenigingsleven, het onderwijs, de werkomgeving, en andere. De Logo’s leggen daarbij deze accenten: ze willen aan de verbondenheid in de buurten werken en ze willen het mentaal welbevinden en de sociale cohesie bij jongeren bevorderen.

Tot slot hebben we eind vorig jaar een extra subsidie toegekend aan het Vlaams Instituut Gezond Leven om leerkrachten bijkomend te ondersteunen om het mentale welbevinden van leerlingen bespreekbaar te maken en hiermee aan de slag te gaan.

Binnen het Vlaamse Relanceplan zijn middelen voorzien om acties uit het Actieplan rond mentaal welzijn, 'Zorgen voor Morgen', te continueren en/of nieuwe acties te initiëren. De volledige besteding van dat budget is nog niet bepaald. In eerste instantie werken we aan een doordachte continuering van de versterking van de hulplijnen. Die vormen een belangrijk en laagdrempelig hulpaanbod, ook voor jongeren.

In de schoot van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) is een transversale overeenkomstencommissie opgericht om de modaliteiten van de huidige federale financiering van eerstelijnspsychologen en de bijkomende middelen verder uit te werken. Deze commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de mutualiteiten, artsen, de beroepsvereniging van psychologen, de beroepsvereniging van psychiaters, ziekenhuiskoepels, patiënten en het netwerk geestelijke gezondheidszorg (ggz) voor volwassenen en voor kinderen en jongeren. De commissie bereidt momenteel een aantal adviezen voor de interkabinettenwerkgroep (IKW) geestelijke gezondheidszorg voor. Een van de vragen die op tafel ligt in deze overeenkomstencommissie is de verdeling van de bijkomende middelen over de verschillende leeftijdsdoelgroepen. Er zijn hierover op dit moment nog geen beslissingen genomen.

De initiatieven die we bij de start van de pandemie namen, zijn uitgerold, mijnheer De Reuse.

We stelden vast dat sommige groepen het echter moeilijker kregen dan anderen. We zagen onder meer dat mensen in armoede het op financieel vlak steeds moeilijker kregen, zelfs de groep die niet rechtstreeks geconfronteerd werd met inkomensverlies. Daarnaast loerde voor veel mensen het sociaal isolement om de hoek en kwamen ze ook psychisch in de problemen, dit op een moment dat de toegang tot hulp- en dienstverlening door de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen net veel moeilijker was geworden. De Vlaamse overheid heeft samen met de andere overheden en de bevoegde stakeholders onmiddellijk de handen uit de mouwen gestoken en onder meer verschillende maatregelen genomen als ondersteuning bij armoede en bestaansonzekerheid. We hebben dat gedaan vanaf april 2020 in het kader van het Actieplan Mentaal Welzijn. De maatregelen die ik in de vorige vraag al meegaf, kennen hun oorsprong in dit actieplan.

In dit kader zijn er ook reeds extra maatregelen genomen die niet allemaal in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) zijn opgenomen. Ik verwijs concreet naar de extra investering van 45 miljoen euro, waarvan 30 miljoen euro voor de lokale besturen en 15 miljoen euro voor het groeipakket. Recenter werden daarnaast 75 projecten geselecteerd voor een bedrag van meer dan 4 miljoen euro, die expliciet inzetten op het doorbreken van sociaal isolement bij mensen in armoede tijdens deze coronacrisis.

In 2020 hebben we het aanbod van psychosociale eerstelijnsbijstand van de CAW’s versterkt met 1,5 miljoen euro. Deze versterking wordt in 2021 structureel en bedraagt voor het volledige jaar 3,3 miljoen euro. 

Daarnaast is er op 2 december 2020 een protocolakkoord afgesloten met de Federale Regering over de gecoördineerde aanpak van de versterking van het psychisch zorgaanbod in het kader van de COVID-19-pandemie. Daarover heb ik net al de oriëntatie uitgelegd.

In het algemeen wil ik nog toevoegen dat de coronacrisis ons een scenario brengt waarvan we de wendingen en de afloop niet kunnen voorspellen. De afgelopen maanden heb ik samen met mijn collega-ministers voortdurend en zo goed mogelijk geprobeerd om in te spelen op de crisissen die zich binnen en buiten mijn bevoegdheden afspelen ten gevolge van de pandemie. We hebben verschillende nieuwe en bijkomende maatregelen genomen of de uitvoering van maatregelen versneld. De effecten op het armoederisico en de effecten op de middellange en lange termijn zijn op dit ogenblik nog niet exact in te schatten. De Vlaamse Regering zal de vinger aan de pols moeten houden en snel reageren waar het moet.

Met wie ga ik samenwerken? In het protocolakkoord zijn daarover een aantal zaken opgenomen. Om de kwetsbare doelgroepen te bereiken en op vraag van de actoren in de eerste lijn, zal een samenwerking worden opgezet met partners in de eerste lijn en de basisvoorzieningen. Voorts volgt een uitgebreide doch niet exhaustieve oplijsting van dergelijke actoren in de eerste lijn en de basisvoorzieningen. Om dat alles operationeel te vertalen naar de Vlaamse context, zal er volgens het protocolakkoord ook een werkgroep worden samengesteld vanuit de zorgraden van de eerstelijnszones en de netwerken geestelijke gezondheidszorg.

Collega De Reuse, u vroeg naar de initiatieven voor de kwetsbaren. Recent werden 75 projecten geselecteerd, voor een bedrag van meer dan 4 miljoen euro, die expliciet inzetten op het doorbreken van sociaal isolement bij mensen in armoede. In verband met uw voorlaatste vraag, is de belangrijkste doelstelling om het aanbod laagdrempelig en toegankelijk te maken, ook voor de meest kwetsbare groepen.

Voor uw laatste vraag verwijs ik naar alle talrijke maatregelen die ik daarnet al heb genoemd. Daarnaast wil ik er nog op wijzen dat een betere toegankelijkheid en beschikbaarheid van de geestelijke gezondheidszorg een van de speerpunten is in mijn beleid. Via de vermelde extra initiatieven en investeringen en middels het decreet betreffende de organisatie en ondersteuning van het geestelijkegezondheidsaanbod van 5 april 2019 wil ik daar verder op inzetten.

De heer Parys heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister.

Wat mij betreft, mag het allemaal wat sneller gaan. Dat is ook wat wij horen. Als we luisteren naar die jongeren en naar heel veel mensen die het vandaag heel moeilijk hebben, zeggen zij dat ze nu, vandaag, een nood hebben om effectief iets te kunnen doen aan de mentale toestand waarmee ze vandaag worstelen. Ik hoor u heel veel goede dingen zeggen. Er zijn extra middelen toegekend. Er zijn plannen in opmaak om extra psychologen in de eerstelijnspsychologische functie in te zetten. Er zijn een aantal budgetten gealloceerd voor bepaalde doelgroepen. Dat is positief, minister. Maar ik wil u toch vragen om daar veel, veel, veel sneller werk van te maken dan in het antwoord dat u gegeven hebt. Want u zegt dat de verdeling soms nog niet gekend is, dat u bezig bent met die plannen, dat u een advies aan het voorbereiden bent. Ik vrees dat dat een beetje ver afstaat van de realiteit vandaag van jongeren die het ontzettend moeilijk hebben en die vragen om hen vandaag te helpen, om hen handvatten te geven en een aantal dingen te doen.

Wij hebben heel concrete voorstellen, die van op het werkveld komen. Investeer in de public-healthbenadering die in dat protocolakkoord zit. Dan kunnen we bijvoorbeeld een aantal generieke preventieve programma's opzetten, waarmee we heel veel mensen tegelijkertijd kunnen bereiken. We kunnen ook een aantal geïndiceerde programma's opstellen, zoals die van Jim White, die u wellicht wel bekend zijn, waar je bijvoorbeeld via de huisarts toch een vorm van toeleiding krijgt, je dan een gezamenlijke component krijgt, en dan nog een individuele component achteraf. Op die manier kun je ook met een beperkt aantal middelen een veel grotere hefboom creëren om veel meer mensen in één keer te helpen. We willen u ook vragen, minister, om online in ‘mobile mental health’-programma’s te investeren, die draaien rond zelfzorg.

Dus: graag snelheid en heel graag die public-healthbenadering. Geef die jongeren een toekomstperspectief. Zij staan vandaag het laatst in de rij voor de vaccinatiestrategie. We gaan met dit parlement debatteren over wat er moet gebeuren als er heel veel kwetsbare doelgroepen zijn ingeënt. Voor die jongeren moet er toch veel meer mogelijk zijn. Ik ben blij dat uw voorzitter dat vandaag ook zegt in De Standaard. Die ademruimte moeten we hun geven. En wij vragen u heel specifiek, minister, om daarop in te zetten.

Wij krijgen ook het signaal dat er vanuit de eerstelijnszones bijvoorbeeld ook aan de psychologen wordt gevraagd om mee een taak op te nemen in de vaccinatiestrategie, maar we zien vandaag dat zij daar niet voor zijn uitgerust en dat ze dat niet aankunnen als vrijwilligerswerk. De vraag is dus, minister, om ook daar aandacht voor te hebben en daarnaar te kijken.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, die versnelling moet er heel dringend komen. De Vlaamse Raad WVG heeft op eigen initiatief dit advies afgeleverd, omdat ze een ernstig en acuut probleem detecteren in de samenleving, waar ze u attent op willen maken. Ze dringen zelf ook aan op die versnelling. Er moet dus een snelle uitvoering komen en de nodige investeringen moeten ook dringend gebeuren.

U haalt wat zaken aan. Het is heel goed dat u via de lokale besturen werkt door in 30 miljoen euro extra te voorzien, zodat ze die mensen kunnen aanspreken.

De eerstelijnspsychologische functie moet toegankelijk en betaalbaar zijn, wat een heel groot probleem is voor die mensen.

De lokale mobiele teams moeten extra ingezet worden, want zeker nu, in deze moeilijke periode, is een aanklampend beleid aangewezen, ook al is dat heel moeilijk.

Er ligt dus heel wat werk op de plank. Aan het eind van het advies zegt de Raad graag verder met u in overleg te willen gaan en toelichting te verstrekken om samen de handen aan de ploeg te slaan. Wanneer plant u dat overleg? Of is dat overleg er al geweest? Naar welk perspectief werkt u toe?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, er is heel veel gezegd en de urgentie is voor iedereen duidelijk. Ik ga er ook van uit dat dit collectief gedeeld wordt door de commissie en het hele parlement.

De situatie is zodanig acuut en urgent dat we, naast alle nobele initiatieven die genomen worden, de logica moeten omkeren en niet moeten rekenen op de uitbouw van nieuwe organisaties, nieuwe werkvormen om mensen aan te spreken en toe te leiden naar hulp. We moeten gebruikmaken van de bestaande netwerken. Ik wijs op het belang van bijvoorbeeld bestaand jeugdwerk, jeugdwelzijnswerk, jeugddiensten en lokale besturen, die allemaal communicatiemiddelen en netwerken hebben uitgebouwd naar kinderen en jongeren. Hetzelfde geldt voor andere doelgroepen. We moeten hen nu actief inschakelen om mensen toe te leiden, om het gesprek mogelijk te maken, om taboes te doen sneuvelen.

Ik ben er een beetje bezorgd over dat we nu plots nieuwe mechanismen uitbouwen. Er is al enorm veel ondersteuning. Er is al enorm veel beschikbaar voor mensen die hierrond willen werken. Laat ons nu vooral inzetten op toeleiding, het neerhalen van drempels en het dichter bij jongeren en anderen gaan staan. Dat mis ik als insteek in het huidige beleid. Dat zal de enige manier zijn om de snelheid te halen die, zoals de heer Parys zegt, noodzakelijk is.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Inzake de snelheid van psychologische hulp en de rol van de overeenkomstencommissie is het RIZIV nu aan zet. Ik heb u daarover de laatste informatie gegeven. Ik ga ervan uit dat minister Vandenbroucke daar zo snel als mogelijk in zal schakelen.

Onder andere met bijkomende investeringen in de JAC’s en de structurele financiering van de OverKop-huizen zijn er belangrijke stappen gezet. Als ik met hen spreek, hoor ik zeer mooie getuigenissen, die alleen maar de noodzaak van die organisaties aanduiden. JAC’s spelen een belangrijke rol omdat ze onmiddellijk zorgen voor een grote toegankelijkheid voor jongeren en desgevallend een doorverwijzing naar de professionele hulpverlening. Dat is één inrijpoort.

Over de andere inrijpoort, de hulplijnen, hebben we nu niet gesproken, maar wel al vaak in het verleden. Die hebben we ook versterkt, net om daar een antwoord op te kunnen bieden.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik kan alleen maar mijn oproep herhalen om daar alstublieft snel resultaat van te zien in de praktijk.

De heer De Reuse heeft het woord.

Ik onderschrijf de oproep naar een versnelling.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.