U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ook op het vlak van het detecteren van clusters zal er nog intensief gewerkt moeten worden. Het duurt nog een hele tijd voor iedereen gevaccineerd en volledig beschermd is. Het is dus belangrijk dat we vandaag nog snel clusters kunnen ontdekken van besmettingen in bedrijven, instellingen, scholen …

Van mensen die werken met de ZorgAtlas, hebben we echter gehoord dat bepaalde instellingen op verschillende manieren geregistreerd worden in het systeem. Zo werd het Ziekenhuis Sint-Jan op zeventien verschillende manieren ingegeven in het systeem van contacttracing. Dat heeft natuurlijk tot het gevolg dat het systeem niet altijd clusters kan ontdekken. Het is toch wel vreemd dat het computersysteem waarin de contacttracers gegevens ingeven, geen lijst bevat met uniforme schrijfwijzen van zorginstellingen, bedrijven en dergelijke om zo clusters te kunnen ontdekken. Ik heb dat vorige week aangekaart, en toen antwoordde Zorg en Gezondheid dat dat moeilijk was, omdat men niet elk restaurant en elk café kon ingeven. Dat begrijp ik. Maar het gaat hier voornamelijk om grote bedrijven, waar er nog altijd clusteruitbraken zijn.

Ik heb hierover de volgende vragen aan u, minister.

Klopt het dat er problemen ontstaan door een gebrek aan uniformiteit in de schrijfwijze bij het noteren van mogelijke besmettingshaarden? Welke maatregelen zult u nemen om hier iets aan te veranderen?

Zijn er nog andere problemen die zich voordoen bij het bron- en clusteronderzoek, waardoor er minder snel clusters ontdekt worden?

Vier op de tien besmettingshaarden van corona blijken te liggen in bedrijven, een kleine twee op de tien in de woonzorgcentra. Welke maatregelen zult u nemen om beter te kunnen ingrijpen en te voorkomen dat besmettingen uitgroeien tot clusters of uitbraken in bedrijven en woonzorgcentra?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, het klopt dat het automatisch groeperen van positieve gevallen tot één specifieke collectiviteit, bedrijf of samenkomst regelmatig wordt bemoeilijkt door een verschillende schrijfwijze die call of field agents hanteren.

Wanneer de voorziening waar het om gaat, geïnventariseerd en gekend is in de ondersteunende zoekinstrumenten van de agenten, is dat niet het geval. Wanneer het gaat om een bedrijf, voorziening of ook samenkomst die niet teruggevonden wordt in de tools, kan dit inderdaad wel problemen geven.

De afgelopen maanden zijn al aanzienlijke vorderingen gemaakt in het correct exploreren en capteren van wat burgers zeggen aan agenten tijdens de telefoongesprekken en huisbezoeken.

De processen hiervoor worden continu verbeterd, en daarbij wordt gewerkt op twee niveaus. Enerzijds wordt gewerkt aan het verbeteren van de tools waarmee de agenten werken. Dat zijn dan vooral de tools om collectiviteiten, bedrijven en samenkomsten op te zoeken in verschillende databanken. Dat gebeurt in samenwerking met Smals, dat instaat voor het beheer van het federale platform. De kwaliteit van de data die doorstromen voor cluster- en brononderzoek, hangt immers in de eerste plaats af van de brondata waartoe de regio’s toegang krijgen.

Anderzijds wordt blijvend en continu gemikt op een kwalitatieve afhandeling van de gesprekken met burgers door de Vlaamse call en field agents.

Zo worden aan de hand van steekproeven op agentniveau, intervisies georganiseerd om de kwaliteit te monitoren.

Cluster- en brononderzoek zijn sowieso erg complexe processen. Dat stellen we ook vast buiten de aanpak van COVID-19, onder meer bij voedseltoxi-infecties en tuberculose, en bij buitenlandse ervaringen.

Het COVID-19-bron- en -clusteronderzoek wordt permanent geëvalueerd en continu verbeterd.

Ik noem graag enkele thema’s waarrond op dit moment geoptimaliseerd wordt.

Ik begin met het concept van de ‘potentieel problematische context’. Wanneer een positief testende burger tijdens het contactonderzoek aangeeft dat hij zich op een locatie begaf waar mogelijk een cluster zou kunnen uitbreken, is het technisch nog niet mogelijk om deze ‘potentieel problematische context’ op een snelle en gestructureerde manier, onmiddellijk en automatisch, door te geven aan de betrokken onderzoekers. Dat beperkt natuurlijk minstens de snelheid van proactief clusteronderzoek. Zorg en Gezondheid is momenteel in gesprek met Smals om dit op korte termijn toch mogelijk te maken.

Dan is er de doorstroming van decentrale contactopsporingsdata naar het centrale datasysteem. In Vlaanderen wordt bron- en clusteronderzoek momenteel voornamelijk decentraal uitgevoerd door onder meer collectiviteitsartsen, lokale field agents en de lokale initiatieven. Dit heeft als bijzonder groot voordeel dat deze decentrale en lokale actoren gewoonlijk dichter bij de burger staan dan veldagenten uit het centrale contactonderzoek. Omgekeerd staat of valt bron- en clusteronderzoek echter wel met een uniforme en gestandaardiseerde uitvoering van processen en captatie van de output van dit onderzoek. Op heden wordt nog steeds vastgesteld dat het sterk decentraal karakter maakt dat lokale actoren nog vaak met hun eigen platformen werken, waardoor de cruciale data om centraal te analyseren, niet centraal doorstromen.

We begrijpen dat de vraag hier met name gaat over clusters in bedrijven. Vooreerst moeten we toch even aangeven dat er heel wat meer bedrijven dan woonzorgcentra zijn en dat ‘de noemer’ waar we over spreken, een stuk groter is. Absolute cijfers zeggen hier niet alles.

Een eerste en heel belangrijke manier om besmettingen en clusters op bedrijfsniveau te vermijden, is maximaal in te zetten op telewerk. Hier is ongetwijfeld nog winst te boeken. En in bedrijven of delen van bedrijven waar dat niet mogelijk is, is een optimaal naleven van de veiligheids- en hygiënevoorwaarden een absolute noodzaak.

Het contactonderzoek ter hoogte van bedrijven ligt in de eerste plaats binnen de verantwoordelijkheid van de arbeidsgeneeskundige diensten. Zij worden op de hoogte gesteld door het callcenter indien een indexpatiënt tijdens de infectieuze periode problematische contacten had op de werkvloer.

Om in te kunnen grijpen bij problemen die aan de aandacht van de arbeidsarts ontsnappen, worden gevallen van COVID-19 in bedrijven ook opgevolgd in het kader van clusteropsporing en -onderzoek. Dat zoeken naar clustersignalen gebeurt op twee manieren.

In de ZorgAtlas worden indexpatiënten die bij het contactonderzoek aangeven dat er tijdens de infectieuze periode een associatie was met een voorziening of een bedrijf, weergegeven in een ‘collectiviteitendashboard’. Dit dashboard dient specifiek om de beschikbare gegevens overzichtelijk te bundelen en zo een vroegtijdige clusterdetectie toe te laten. Het dashboard wordt continu bijgewerkt op basis van de beschikbare datastromen die doorkomen vanuit Sciensano. Het voordeel van dit dashboard is dat het, zelfs bij een verschillende notatie van het bedrijf door een call agent, toch detectie van meerdere gevallen in eenzelfde bedrijf toelaat, omdat er gefilterd kan worden op de ligging van een bedrijf.

Naast de bovenstaande piste wordt er door de medewerkers van het team Infectieziektebestrijding en Vaccinatie van Zorg en Gezondheid ook actief gewerkt op de meer complexe gegevens die doorstromen vanuit de RSZ. Deze grote databanken geven aan welke personen met een positieve test werkzaam zijn in eenzelfde bedrijf of vestiging. Die gegevens vragen echter een intensiever onderzoek vooraleer besluiten getrokken kunnen worden. Ook in de optimalisatie van dit complexe proces wordt continu geïnvesteerd.

Wanneer er sprake is van een clustersignaal in een bedrijf, wordt er preventief contact opgenomen met de arbeidsgeneeskundige dienst. Er wordt advies gegeven over het management van de uitbraak, dat uiteraard best in samenwerking met de werkgever gebeurt. Soms zijn meer doorgedreven acties nodig, zoals controles of sluiting van een deel van een bedrijf. Dat gebeurt als andere indijkingsmaatregelen dreigen te falen of onmogelijk zijn.

Op dat moment proberen Zorg en Gezondheid en diverse actoren, zoals de arbeidsgeneeskundige dienst, de arbeidsinspectie, de burgemeester, de medische Single Point of Contact van de zorgraad (mSPOC), een intensieve samenwerking op maat op te zetten.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

U hebt bij het antwoord over de sneltest gezegd dat we snel wendbaar moeten zijn. Ik hoor ook dat er heel veel verbeteringen zijn en dat er heel veel plannen zijn om contactopsporing en clusteropsporing te verbeteren. Toch vind ik het moeilijk om te begrijpen: het is toch heel belangrijk om een juiste koppeling te hebben aan een database van bedrijven en zorginstellingen. Het ging hier niet om kleinschalige zorginstellingen, maar over grote ziekenhuizen die blijkbaar niet konden worden gekoppeld aan een vaste schrijfwijze. Iedereen gebruikt zijn eigen schrijfwijze. Zo zullen we toch clusters missen. Ik begrijp niet hoe het kan en dat het moeilijk is om dat vak, waar het moet worden ingevuld, te koppelen aan een database van bedrijven en zorgvoorzieningen. Maar goed, uit uw antwoord begrijp ik dat er verder aan wordt gewerkt. Ik hoop dus dat het in orde komt en dat men sneller clusters kan detecteren.

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Minister, het Vlaams Instituut Voor de Eerste Lijn (VIVEL) heeft een paar weken geleden het voorstel gelanceerd om eventueel te werken met manuele turving, om aan te duiden of mensen zelf hun contacten hebben gecontacteerd.

Minister, is dit voorstel besproken of is dit definitief afgevoerd?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik moet dit navragen. Ik heb geen idee.

Het zou zijn besproken op een voorstelling op 18 december en verder worden besproken tussen Zorg en Gezondheid en het consortium.

Minister Wouter Beke

Ik zal het navragen.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ik denk dat ik mijn reactie al heb gegeven.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.