U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Slagmulder heeft het woord. 

Voorzitter, minister, collega's, de meeste Europese landen bouwen momenteel de coronamaatregelen af. Toerisme is binnen Europa opnieuw mogelijk. Het is dan ook aangewezen dat de maatregelen van de verschillende Europese landen zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd. Dat geldt zeker voor Vlaanderen en Nederland. Beide landen hebben al jaren een zeer innige band doordat we dezelfde taal, cultuur en geschiedenis delen. Het is dan ook zeker aangewezen om deze band in de toekomst te blijven versterken, ook op het vlak van toerisme. Nederland is een belangrijke toeristische trekpleister voor heel wat Vlamingen. Ook wij in Vlaanderen mogen jaarlijks een groot aantal van onze Nederlandse vrienden verwelkomen.

Op 6 juli kondigde u aan, minister, dat u overleg pleegde met uw Nederlandse collega, staatssecretaris Mona Keijzer. Dat is goed nieuws, want eerder had u in het Beneluxparlement gezegd dat u verschillende keren geprobeerd had om te overleggen met uw Nederlandse collega’s maar dat dat niet leek te lukken. Daar is ondertussen blijkbaar verandering in gekomen. Zowel Toerisme Vlaanderen als het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) voeren vooral promotie voor reizen in het binnenland. Toch zal ook het buitenlandse toerisme langzaamaan op gang worden getrokken. De minister kondigde aan dat Vlaanderen en Nederland op dat vlak voor dezelfde uitdagingen staan.

Wat werd gedurende het overleg met de Nederlandse staatssecretaris van Toerisme besproken?

Zijn er concrete afspraken gemaakt gedurende het overleg met de Nederlandse staatssecretaris?

Zullen Vlaanderen en Nederland wederzijds toerisme prioritair promoten? Indien niet, waarom niet? Indien wel, hoe zult u dit bewerkstelligen?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik heb van bij het begin gezegd dat we ons, eenmaal de gezondheidscrisis voorbij is, vooral moeten richten op de buurlanden, in eerste instantie op het binnenland en daarna op de buurlanden, pas in laatste instantie internationaal.

Ik ben blij dat ik eindelijk met mijn Nederlandse collega Keijzer heb kunnen overleggen. Zoals u zelf aangeeft, zijn onze beide landen innige buren, als ik het zo mag zeggen, en is het belangrijk dat we onze maatregelen optimaal op elkaar afstemmen.

Tijdens het overleg werd in de eerste plaats ingegaan op de situatie in Vlaanderen en Nederland. We hebben overlopen hoe zij het daar aanpakken, wat de economische schade daar is, en in het bijzonder voor de toeristische sector. Ik heb een overzicht gegeven van de Vlaamse aanpak. Dat was redelijk gelijklopend.

De gezondheidssituatie lijkt op dit moment onder controle, maar zowel staatssecretaris Keijzer als ikzelf zijn ervan overtuigd dat het belangrijk is om de situatie op een slimme manier op te volgen, zodat we tijdig uitbraken kunnen detecteren en identificeren. We moeten vermijden dat de situatie zodanig ontspoort dat we opnieuw in een algemene lockdown moeten: zowel voor de mensen zelf als voor de ondernemers in Vlaanderen zou dit rampzalig zijn.

Er was ook bereidheid om hierover nauwer samen te werken. Vanuit onze bevoegdheden betrof dit voornamelijk de samenwerking op toeristisch vlak en in Europees verband. Onze beide administraties zullen nauwer samenwerken op die twee domeinen. Dit gaat dan zowel over een samenwerking tussen Toerisme Vlaanderen en zijn Nederlandse tegenhanger, het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen op het vlak van toeristische promotie, als over overleg tussen onze administraties op het vlak van standpuntbepaling op Europees niveau. Denk maar aan het herstelfonds en wat de toeristische sector daaruit zal ontvangen van Europa. Ik vond het belangrijk dat we ons standpunt konden afstemmen met Nederland.

Het promoten van toerisme is inderdaad tijdens het overleg aan bod gekomen. Er is tussen Toerisme Vlaanderen en het NBTC trouwens al jaren een goede samenwerking. Op dit moment staan beide organisaties voor gelijkaardige uitdagingen. Zowel Toerisme Vlaanderen als het NBTC voert deze zomer effectief vooral promotie voor reizen in eigen land. Dit blijft ook de prioriteit voor beide.

Daarnaast zet Toerisme Vlaanderen vanaf 15 juni prioritair in op promotie in Nederland, maximaal gebruikmakend van de Vlaanderen Vakantielandcontent en de input van de toeristische partners in Vlaanderen. We spelen daarbij uiteraard ook in op de warme banden die we met Nederland hebben en spreken de Nederlander consequent en meer dan ooit aan als ‘beste buur’.

Onderzoek toont ook aan dat de Nederlander, naast vakantie in eigen land, meer dan gemiddeld naar Vlaanderen kijkt om een zomervakantie te plannen. Dichtbij, veilig en vertrouwd zijn daarbij in deze coronaperiode extra belangrijke criteria. Nederlanders voelen zich in Vlaanderen echt thuis, terwijl ze toch het gevoel hebben in het buitenland te zijn, en omgekeerd.

Er is in dat opzicht dan ook afgesproken dat de twee administraties verder bekijken hoe we het ‘beste buur’-principe nog meer in de verf kunnen zetten in deze moeilijke coronaperiode, waarin de mensen toch graag dicht bij huis op reis gaan, niet te ver, zodat ze, wanneer er iets is, onmiddellijk kunnen terugkeren. De administraties zijn er dus mee bezig. Ik zal daar de komende weken de nodige follow-up van krijgen.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Steeds meer mensen gaan op vakantie naar het buitenland. En zo groeit inderdaad het risico op een heropflakkering van COVID-19. We moeten een nieuwe lockdown maximaal tegengaan, want dat zou een nog groter bloedbad betekenen voor onze economie en al zeker voor onze toeristische sector.

In de commissie van 16 juni – en ook daarnet – liet u weten dat u de contacten met het buitenland hebt behouden. U liet toen ook weten dat er actief promotie wordt gevoerd in Nederland en Duitsland, bijvoorbeeld over de opening van het Ensorhuis. Ondertussen werden er wellicht nog andere toeristische troeven gepromoot. Is er al zicht op resultaten over het aantal reservaties vanuit Nederland? Slaan deze promoties aan? Zo niet, welke initiatieven zult u dan nog nemen?

Ik vroeg daarstraks ook of Vlaanderen en Nederland elkaars toerisme prioritair zouden promoten. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de YouFlanders-app. Deze app geeft een zicht op het Vlaamse toeristische aanbod. In Nederland bestaat een dergelijke app wellicht ook. Lijkt het aangewezen dat er hier op de een of andere manier zou worden samengewerkt, dat ze bijvoorbeeld aan elkaar zouden worden gekoppeld? Voor alle duidelijkheid: uiteraard moeten we dezelfde focus blijven leggen op de promotie van het Vlaamse toerisme, maar een gezamenlijke promotie kan volgens mij zeker opportuniteiten bieden. 

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Collega Slagmulder, ik dank u voor uw vraag. Vlaanderen en Nederland zijn inderdaad op heel veel vlakken beste buren. Maar ze kunnen het best zo goed mogelijk samenwerken, in deze coronacrisis uiteraard rond de aanpak ervan, maar ook over hoe men de expertise het best kan delen, wat werkt en wat niet. Ieder moet zoeken naar de best mogelijke oplossingen. Dus als we dat samen kunnen doen, waarom niet? Ook om te wegen op de EU-besluitvorming kunnen we beter de krachten bundelen met Nederland in plaats van als het kleine Vlaanderen te onderhandelen in het kader van het Herstelfonds of andere zaken.

Wat betreft de structurele samenwerking met de toeristische kantoren van Nederland, vind ik het goed dat we inzetten op de gezamenlijke promotie. Ook in de toekomst moeten we dat blijven doen, vooral voor de verre landen, waar men Nederland en Vlaanderen misschien als een geheel ziet. We hebben dat gedeelde verleden, de gemeenschappelijke taal, de gemeenschappelijke cultuur. Waarom bijvoorbeeld geen promotie voeren voor de Vlaamse en Nederlandse meesters samen voor die verre landen? En ook voor het toerisme binnen Europa lijkt het mij zinvol om de krachten te bundelen. De lijnen die wij uitzetten – gastronomie, de Vlaamse Meesters, natuur, fietsen, wandelen – zijn ook de troeven die Nederland heeft. Als ook zij die lijnen uitzetten, kan een gezamenlijke koepelpromotie een meerwaarde betekenen. 

Ik denk niet alleen aan promotie, maar ook aan het gezamenlijk opzetten van projecten. Fietsen, wandelen, bijvoorbeeld, dat stopt niet aan de grens. In de grensstreek Vlaanderen-Nederland zijn er heel wat natuurgebieden. Als we ook op dat vlak kunnen samenwerken, moeten we dat absoluut doen. Dat lijkt me een meerwaarde voor beide landen, net zoals het aanleggen van thematische fiets- en wandelroutes. En ook Nederland heeft een gastronomie die kan bijdragen tot de uitstraling van Vlaanderen en Nederland, de Lage Landen. We moeten gebruikmaken van dat merk, niet alleen in deze coronatijden, maar ook in de toekomst. Misschien geeft dat ook aanleiding tot het nauwer naar elkaar toegroeien van de administraties, zodat ze elkaar beter leren kennen. Misschien leidt dat op een duurzame wijze naar verdere samenwerking. We kunnen dat alleen maar toejuichen.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega's, we delen dezelfde standpunten. Tot nu toe – dat was de reden waarom ik wilde spreken met mijn Nederlandse collega – hebben we op basis van bepaalde thema's – Ensor, de Vlaamse Meesters, de gastronomie – de nodige promotie gedaan in onze buurlanden, ook in Nederland. Aangezien Nederland ons buurland is en we veel zaken gemeenschappelijk hebben, was het de bedoeling en de inzet van het gesprek om daar een algemene, grotere promotie te doen. Daarbij gaan we inderdaad, collega's, uit van Vlaanderen Vakantieland en de YouFlanders-app. De twee administraties bekijken nu hoe we dat concreet zouden kunnen doen.

Ik heb nog wel wat vragen gekregen over de YouFlanders-app. Zo vragen sommigen zich af waarom die in het Engels is. Die app is niet alleen voor het binnenland, maar werd ondertussen ook vertaald naar het Engels. Het is de bedoeling dat we die echt gebruiken in onze buitenlandse contacten, wanneer we binnenkort opnieuw die buitenlandse markt opgaan om de toerist te bereiken. Daarom heet de app ook YouFlanders. De content is beschikbaar in het Nederlands, het Engels en ondertussen ook het Frans en het Duits.

Wat de cijfers betreft, zien we van de landen buiten Europa een dalende lijn. Er zijn wel wat boekingen uit de buurlanden. Het is nog wat te vroeg – ik heb geen cijfers – om er zicht op te hebben hoe het ermee staat. Binnen dit en een aantal weken, wanneer het seizoen goed op gang is, zullen we dat goed kunnen monitoren en meedelen.

We doen ook promotie in Duitsland. Ik geef een voorbeeld. Nordrhein-Westfalen is voor Vlaanderen qua bezoekers dé regio. Er komen heel wat toeristen uit die regio naar ons. We waren daar dan ook gestart met promotie, maar op een bepaald ogenblik ging dat gebied in een gedeeltelijke lockdown, door een uitbraak. Daardoor waren we genoodzaakt om vanuit Toerisme Vlaanderen die promotie stop te zetten, omdat dat natuurlijk geen zin meer had. We moeten het dus continu opvolgen en onze promotie, onze middelen inzetten wanneer alle voorwaarden gunstig zijn.

Voorzitter, collega's, dat was mijn korte repliek op de bijkomende vragen.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We blijven het opvolgen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.