U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Claes heeft het woord.

De Nobelprijswinnaars van vorig jaar doen onderzoek naar randomized controlled trials, waarbij bijvoorbeeld een dorp een bepaalde vorm van ontwikkelingssteun krijgt en een ander niet, om zo te meten of de ontwikkelingsprogramma’s werken. Ook de Universiteit Gent werkt aan een gelijkaardig onderzoek, maar dan naar de toekenning van opleidingsprogramma's voor werkzoekenden bij VDAB. Samen met de Zwitserse Universiteit van Sankt Gallen gebruikt arbeidseconoom Bart Cockx artificiële intelligentie (AI) om de toekenning van opleidingsprogramma’s voor werkzoekenden te analyseren.

In het onderzoek zoekt de computer zelf verbanden en correlaties in de data. De computer rekent eerst uit wat er per type opleidingsprogramma aan tewerkstellingswinst, dit wil zeggen het langer aan de slag zijn of blijven, kan worden gerealiseerd en bepaalt vervolgens welk programma het meest geschikt is voor een individu. Het doel van het onderzoek van de UGent is nagaan of met deze technieken de kansen op een baan via het juiste opleidingstraject verhoogd kunnen worden.

Minister, hoe werkt dit systeem concreet? Wat is de impact van deze werkwijze voor het opleidingsaanbod?

Op welke manier zal dit systeem worden ingezet binnen VDAB? Wie neemt de eindbeslissing?

Wat zijn de te verwachten resultaten voor de organisatie van het opleidingsaanbod?

Ik heb een gelijkaardige vraag over ‘randomized controlled trials’, de experimenten en programma’s die zowel in binnenland als in buitenland worden opgezet. De bedoeling is dat het onderzoek meet welk initiatief de hoogste tewerkstellingswinst oplevert zodat men dit kan toepassen in het VDAB-beleid en zodat arbeidsbemiddeling en alle initiatieven daarrond efficiënter kunnen worden gemaakt.

Dat is belangrijk aangezien VDAB niet alleen arbeidsbemiddelaar maar ook activerings-, loopbaan-, en dataregisseur is geworden. Specifiek wordt verwezen naar het gebruik van innovatie en data ondersteund door AI. De gedelegeerd bestuurder van VDAB gaf al aan dat hij van alle werknemers een gepersonaliseerd profiel wil maken zodat loopbaanperspectief gegeven kan worden. Nu al maakt VDAB gebruik van AI om kandidaten en vacatures te koppelen.

Voormalig minister van Werk Philippe Muyters lanceerde in september 2018 een nieuw computersysteem, 'de Netflix van de arbeidsmarkt', dat het voor werkzoekenden makkelijker moet maken een geschikte job te vinden. Op basis van een aantal parameters kan een werkzoekende een job zoeken op de website van VDAB. Het gaat om een automatisch proces om mensen te linken aan een gepaste vacature.

Minister, hoe kijkt u naar de inzet van AI als analysetechniek?

Hoe verloopt de inzet van AI inzake jobmatching tot nu toe? Waar kan dit verbeteren?

Hoe evalueert u in dat kader de 'Netflix van de arbeidsmark't? Wat zijn de resultaten?

Op welke manier wordt de inzet van AI, meer specifiek voor tewerkstellingswinst binnen de opdracht van VDAB verkend?

Welk budget zal vrijgemaakt worden om de piste van de tewerkstellingswinst te verkennen?

Op welke manier worden stakeholders zoals werkgevers betrokken bij de verkenning van de toepassing van AI?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, het ziet ernaar uit dat we onze agenda voor deze voormiddag zullen kunnen afwerken. Ik vind dat spectaculair, zeker als ik denk aan hoe het de vorige legislatuur in mijn toenmalige commissie ging met hetzelfde aantal vragen.

Ook dit is een zeer interessante vraag. AI komt aan een heel snel tempo op ons af.

Wat is de essentie van het gevoerde onderzoek? Stel dat je wil meten of een werkzoekende een tewerkstellingswinst boekt door deel te nemen aan een bepaalde arbeidsmarktmaatregel, zoals een opleiding, dan zou je eigenlijk de tewerkstellingsuitkomst na de deelname moeten kunnen vergelijken met wat de uitkomst zou zijn geweest als de werkzoekende niet had deelgenomen aan de maatregel. Deze beide uitkomsten zijn echter nooit tegelijkertijd zichtbaar, want ofwel heb je deelgenomen, ofwel heb je niet deelgenomen. Je kunt jezelf nooit in twee verschillende posities plaatsen.

Het doel van het gevoerde onderzoek was om een uitweg te vinden uit deze impasse. Men zoekt voor elke werkzoekende die deelneemt, een andere werkzoekende die niet deelneemt en dan probeert men dat te vergelijken, ook al is dat niet 100 procent vergelijkbaar. Voor het samenstellen van vergelijkingsgroepen heb je op zich geen artificiële intelligentie (AI) nodig. In dit onderzoek werd dit wel gedaan, omdat artificiële intelligentie toelaat om in vergelijking met de klassieke benaderingen veel meer data te verwerken en omdat het voorgestelde model toelaat om simultaan het effect van verschillende maatregelen te onderzoeken. Tot slot leent artificiële intelligentie zich bij uitstek tot een geautomatiseerde inzet waarbij dagelijks op een automatische wijze voor alle werkzoekenden in het klantenbestand wordt berekend wat hun kans is om binnen de zes maand effectief aan het werk te zijn.

Op termijn zou bij VDAB een soortgelijke benadering kunnen worden ontwikkeld die aangeeft bij welke maatregel een individuele werkzoekende het meeste vooruitgang kan boeken. Er is evenwel een kanttekening: het is niet zo simpel als het nu misschien lijkt. In het voorliggende onderzoek werd voor één steekproef van werkzoekenden eennmalig berekend hoeveel tewerkstellingswinst er geboekt kan worden, maar VDAB staat natuurlijk voor een heel andere uitdaging, namelijk een structuur uitbouwen waarin deze berekening wordt uitgevoerd voor het volledige klantenbestand en het volledige dienstverleningsaanbod en dat toelaat om continu aanbevelingen op maat te produceren. Die ‘Netflix’ is dus iets zeer ingewikkeld en op basis van het onderzoek kun je nu nog geen uitspraken doen over de operationele werking binnen VDAB. Dat vraagt nog wat tijd.

Er is ook een ethische dimensie, collega’s. Zo zijn er bepaalde bepaalde kenmerken die vanwege legale of ethische overwegingen niet mogen of juist wel moeten worden meegenomen in het model. Hierover zijn er nog geen modelaanbevelingen.

Dit alles maakt dat het enige tijd zal vergen vooraleer er een operationeel model beschikbaar kan zijn. Het eerste onderzoek van de Universiteit Gent heeft trouwens al meer dan 12 maanden gevergd. Er wordt nu door VDAB overwogen om dit verder te ontwikkelen, maar het zou onverantwoord zijn om hier al concrete uitspraken over te doen, al zou ik het natuurlijk wel willen.

De coronacrisis maakt alles nog wat moeilijker. Op basis van historische gegevens hebben we altijd geschat en geactualiseerd, maar het besproken onderzoek heeft betrekking op een periode van hoogconjunctuur op de Vlaamse arbeidsmarkt. De vraag is dus of we het onderzoek zomaar kunnen toepassen op de periode die op ons afkomt. Ook dat moeten we nog even grondig bekijken.

Hoe kijk ik nu zelf naar dit onderzoek en het gebruik van artificiële intelligentie? Wel, ik ben natuurlijk ook minister van Innovatie. Dat overheden op een slimme manier met data omgaan, dat kunnen we alleen maar toejuichen. VDAB zet nu de eerste stappen in het gebruik van artificiële intelligentie, maar dat heeft niet altijd tot even gelukkige resultaten geleid, iets waar ik ook al heel kritische vragen over gekregen heb. Dit moet allemaal binnen een strikt ethisch kader gebeuren, waarbij drie cruciale basisprincipes gelden: vertrouwen, transparantie en het belang van de gemeenschap. Beslissingen worden altijd door een mens, de VDAB-bemiddelaar, genomen. Automatische besluitvorming op basis van AI, dat doen we niet.

Op mijn vraag heeft VDAB haar werking trouwens ook toegelicht bij het Kenniscentrum data en maatschappij, omdat ik daar ook vragen over had. Zij gaven aan dat VDAB zeer weloverwogen te werk gaat. VDAB wordt – en dat zal jullie hopelijk veel plezier doen – trouwens als goede praktijk meegenomen ter inspiratie voor andere organisaties in Vlaanderen.

Bemiddelaars werken ook niet rechtstreeks met AI-technologie,  maar wel met de resultaten die ze aangereikt krijgen. Bemiddelaars krijgen ook opleiding in het gebruik ervan.

Op termijn kan artificiële intelligentie zeker ingezet worden om personen met een grotere afstand naar de arbeidsmarkt te begeleiden. Maar de krachten zijn niet onbeperkt.

AI kan een optimaal begeleidingsparcours suggereren, maar of de persoon in kwestie dan ook effectief werk zal vinden, zal uiteindelijk toch bepaald worden door het samenspel van allerlei zaken waarbij de werkgever natuurlijk het laatste woord heeft, ook bij de aanwerving.

Vandaag zijn er bij VDAB twee toepassingen in gebruik. De eerste dient om de afstand tot de arbeidsmarkt in te schatten en is ter ondersteuning van de consulent. De andere is Jobnet waar cv’s worden gematcht aan vacatures op basis van de voorkeuren van de burger, meer bepaald volgens het 'Netflix'-principe waar de heer Bothuyne naar verwijst. Jobnet maakt vandaag integraal deel uit van het vacaturedashboard van een werkzoekende, maar het is niet de enige hulp in de zoektocht naar werk. De volgende stap die VDAB ermee wil zetten is het vragen van feedback aan het individu, namelijk ‘Vind je de voorgestelde vacatures zinvol voor jou of niet’. Op die manier kan er tot een betere matching en een meer gepersonaliseerd aanbod gekomen worden.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Als ik aan artificiële intelligentie denk, moet ik ook denken aan ‘The computer says no’ uit de sketch van ‘Little Britain’. Ik weet niet of jullie dat kennen, maar je kan het altijd eens opzoeken op YouTube. De beslissingen worden dan overgelaten aan de computer en de mens ondergaat het redelijk apathisch. Daarom is het ook belangrijk om de structuren achter artificiële intelligentie transparant en logisch te maken. Dat is ook wat u aangeeft, minister. De inzet van artificiële intelligentie kan absoluut een meerwaarde betekenen om in een passend aanbod te voorzien, maar het is ook belangrijk dat we inzichten hebben. Ik hoor u dat ook vertellen in uw antwoord. Transparantie geeft vertrouwen, en dat is noodzakelijk voor het draagvlak.

Het nut en de meerwaarde van een opleiding is natuurlijk vooral om de drempel tot tewerkstelling te verlagen. We moeten ook zien welke opleiding het beste leidt tot een job. Dat klinkt ook logisch. De vraag die zich stelt is waarom een algoritme meer logische beslissingen zou nemen dan een arbeidsbemiddelaar. Wie met mensen aan de slag gaat, weet dat begeleiding maatwerk vraagt en een persoonlijke aanpak. Soms moeten we enkele stappen terugzetten of een omweg maken om tot een bepaald doel of resultaat te komen. De bedoelingen zijn goed, maar de weg naar het resultaat kan verschillen van persoon tot persoon.

De inhoud van het traject is natuurlijk ook afhankelijk van de noden van de arbeidsmarkt. Bij arbeidsmarktkrapte zal men sneller worden ingezet, bijvoorbeeld via leren op de werkvloer en opleiding op de werkvloer. Bij hoge werkloosheid is er meer tijd om mensen te begeleiden en op te leiden om hun kans op de arbeidsmarkt te verhogen. Bijkomend moet er ook rekening worden gehouden met de jobs van de toekomst. We hebben dat in de commissie al een paar keren ter sprake gebracht omdat de jobinhoud ook kan veranderen.

Ik zie het vooral als een en-enverhaal. Het gebruik van artificiële intelligentie moet het mogelijk maken om beter en sneller beslissingen te nemen op maat van de werkzoekenden of de werknemer. Zeker nu de doelgroep en het takenpakket van VDAB is verruimd, kan het een meerwaarde bieden om sneller en efficiënter te werken.

Dit experiment kan ook inzichten geven over de werking van VDAB. U zegt dat VDAB al werkt met twee toepassingen en dat er stappen worden gezet om dat verder uit te werken. Staan er nog wijzigingen op stapel in de aanpak van VDAB of in het opleidingsaanbod door het gebruik van artificiële intelligentie?

Minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord. Het voelt inderdaad aan alsof we volop in een ontwikkelingsfase zitten. De coronacrisis maakt dat extra speciaal. Het zijn uitzonderlijke omstandigheden op onze arbeidsmarkt. Het is misschien het juiste moment om te versnellen in de manier waarop we artificiële intelligentie kunnen gebruiken in de toepassingen.

Mevrouw Claes heeft een aantal terechte opmerkingen gegeven. Ik heb nog een bijkomende vraag. Op welke manier kunnen we ook de partners van VDAB hierin meekrijgen? De toepassingen die VDAB nu ontwikkelt, gebeuren uiteraard in functie van de werkzaamheden van VDAB zelf, ten dienste van de werkzoekenden en de klanten van VDAB. Maar het is meer dan ooit de bedoeling om partners te betrekken bij de VDAB-werking. Op welke manier worden bijvoorbeeld OCMW's, organisaties die vrijwilligers aan het werk zetten of Federgon betrokken bij de ontwikkeling en het gebruik van deze toepassingen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Claes, in een gedicht van T.S. Eliot uit de jaren dertig staat dit: 'where is the knowledge we have lost in information?' Artificiële intelligentie kan helpen om uit alle data die we hebben extra kennis te puren als ondersteuning van de bemiddelaar. Dat is iets anders dan: 'the computer says no'.

Een van de vragen die ik al kreeg, ging over hoe je een goed datagedreven beleid kunt voeren. Mensen moeten permanent over van alles en nog wat rapporteren, maar wat doen we daarmee? Wat is het nut van al die gegevens? We moeten het  juiste evenwicht vinden tussen goed werken met de gegevens die je hebt en zorgen dat er geen automatische reflexen ontstaan.

VDAB is nu nog aan het experimenteren. Het is echt te vroeg om nog extra toepassingen te doen. Ik heb u al gezegd welke problemen we hebben met de voorstellen rond jobaanbiedingen. Daarover werden in de plenaire vergadering ook al kritische vragen gesteld. We werken er echter wel aan verder.

Mijnheer Bothuyne, werkgevers worden ook betrokken bij de technische werkgroep in de schoot van de raad van bestuur, waarin ook de werknemersorganisaties zitten. We letten daar wel op, want anders vinden we natuurlijk geen draagvlak. Daar wordt voor gezorgd.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Bedankt voor uw laatste reactie. Ik kijk alvast uit naar de verdere uitrol van dit artificieel intelligentiesysteem bij VDAB. Wordt vervolgd.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.