U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Vanaf 15 juni konden de meeste academies voor deeltijds kunstonderwijs (dko) opnieuw van start gaan met groepslessen, nadat ze eerder hun plan moesten proberen te trekken met one-on-onelessen. Ik denk dat heel veel academies blij waren dat ze opnieuw van start konden gaan.

In een persbericht van de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG) lees ik echter dat de academies vrezen dat hun inschrijvingen volgend jaar zullen dalen door de coronacrisis. Ze zijn bang dat leerlingen, voornamelijk volwassenen, zich niet meer opnieuw zullen inschrijven. Veel leerlingen hebben een groot deel van het schooljaar gemist, wat zich volgens de academies zou kunnen vertalen in een gebrek aan motivatie om opnieuw te beginnen. En minder inschrijvingen betekent voor de academies natuurlijk ook minder inkomsten.

Vandaar mijn heel concrete vragen, minister.

Bent u bereid om een regeling uit te werken opdat academies voor deeltijds kunstonderwijs volgend jaar een korting kunnen aanbieden op het inschrijvingsgeld, waarvoor ze dan een financiële compensatie krijgen van de Vlaamse overheid? Die denkpiste bereikte me vanuit het veld.

Een tweede vraag wordt heel concreet door OVSG op tafel gelegd. Op dit moment worden leerlingen van het laatste jaar van de vierde graad of van het laatste jaar van een kortlopende studierichting die nog een extra jaar nodig hebben om af te studeren, volgend schooljaar gefinancierd aan 50 procent. Bent u bereid om hen volgend jaar te financieren aan 100 procent, zodat de academies geen financiering verliezen ten gevolge van de coronacrisis?

Zult u de inschrijvingsperiode voor het dko, die normaal tot eind september loopt, verlengen tot eind november? Dat lijkt me een goede piste om er zeker van te zijn dat zoveel mogelijk mensen zich alsnog inschrijven.

Hebt u er al zicht op of de academies volgend schooljaar volledig zullen heropenen?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik heb een gelijkaardige vraag. We hebben allemaal de brief gekregen van OVSG, waarin de academies hun bezorgdheid uiten over de inschrijvingen van volgend schooljaar. Om tegemoet te komen aan deze bekommernissen stellen ze een aantal maatregelen voor. Ze vragen om volgend schooljaar minimaal hetzelfde lessenpakket toe te kennen. Ze vragen om de inschrijvingsperiode te verlengen tot november. Ze vragen om de leerlingen van het laatste jaar van de vierde graad of het laatste jaar van een kortlopende studierichting die een jaar extra nodig hebben, aan 100 procent te financieren. Ten slotte vragen ze een compensatie voor de uren die weggevallen zijn door het inschrijvingsgeld voor het nieuwe schooljaar te verminderen.

Mijn vraag is heel simpel, minister. Hoe kijkt u aan tegen deze aanbevelingen van de academies en zult u ze tot beleid maken?

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, de brief van OVSG heeft ook mij bereikt. Op de valreep van het einde van het schooljaar, vanaf 15 juni, konden ze nog starten, uiteraard met respect voor de veiligheidsmaatregelen. Ik kreeg ondertussen al heel veel positieve reacties op het nieuws dat gisteren verspreid werd, namelijk dat ze kunnen starten. Zeker voor leerlingen onder de 12 jaar was dat zeer welgekomen nieuws.

De vragen werden al gesteld. Ik zal ze dus niet herhalen. Wel wil ik benadrukken dat er inderdaad al heel veel inspanningen werden geleverd, ook binnen de kunstacademies, om de leerlingen via afstandsonderwijs te bereiken. De vrees bestaat toch dat er minder inschrijvingen zullen zijn vanaf volgend schooljaar.

Ik zal de vragen van OVSG niet herhalen. Minister, wat is uw reactie op deze vragen? Welke maatregelen zult u nemen om de vrees bij de academies weg te nemen en aan hun bezorgdheden tegemoet te komen? Bent u bereid hen te ondersteunen met concrete acties?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Onmiskenbaar hebben heel veel leraren in het dko tijdens de coronacrisis uitzonderlijke inspanningen geleverd om hun leerlingen te blijven bereiken en te blijven inspireren, vooral via afstandsonderwijs. Ik ben me ervan bewust dat dat, zeker voor artistiek onderwijs, geen evidentie is.

We hebben voor het dko ook zeer vroeg samengezeten met de sector. En net zoals in de coronacrisis is het regelmatig ons lot geweest binnen het onderwijsveld dat we de eerste waren. En bij het dko waren we ook iets te vroeg. Dus in die zin hebben we snel een draaiboek uitgewerkt, in functie van de heropstart. Maar omdat dat zo vroeg was in de hele crisis moet ik toegeven dat die heropstart zeer voorzichtig werd geformuleerd. Zeker toen andere sectoren, onder meer in sport en cultuur, iets losser konden zijn in hun organisatie, omdat ze later in de verspreiding van de pandemie tussenkwamen, kwam vanuit onze academies nadrukkelijk en massaal de vraag om ook voor het dko in juni nog iets meer toe te laten.

U moet wel weten dat de GEES altijd vrij terughoudend is geweest inzake het dko. Waarom? Omdat ze niet onterecht vaststelden dat het deeltijds kunstonderwijs vooral bestaat uit verschillende leeftijden. Ten tweede gaat het ook om mensen uit verschillende contactbubbels uit meerdere geografische locaties. En als je die samenbrengt heb je natuurlijk een groter risico. Dat was een beetje de ratio achter de terughoudendheid bij de GEES.

Maar ik denk dat hetgeen we als heropstartscenario naar voren hadden geschoven natuurlijk een mogelijkheid was en geen verplichting. Want verschillende academies hadden hun schooljaar al afgerond. Voortgaande op de reacties van leerlingen en ouders mag toch blijken dat de gedane inspanningen heel erg geapprecieerd zijn. De academies hebben de versoepeling van de maatregelen in de vierde fase van de exitstrategie van het dko ook met beide handen gegrepen om, naast de een-op-eenlessen die we hadden toegelaten, ook nog snel groepslessen te organiseren in de twee laatste weken van het schooljaar. Opnieuw een live contact met de leraar en de andere leerlingen is natuurlijk enorm motiverend. Het geeft leerlingen ook meer zin om volgend jaar opnieuw in te schrijven.

Ik moet wel een paar dingen corrigeren naar aanleiding van enkele tussenkomsten met betrekking tot omkadering. De omkadering voor het komende schooljaar is berekend op basis van de leerlingentelling van 1 februari 2020, en dus niet op basis van de lopende inschrijvingen. Er stellen zich voor het komende schooljaar dus geen problemen. Ik denk dat men dat ook wel weet. Het komt pas daarna. Met het verlengen van de inschrijfperiode tot eind november, zoals de OVSG voorstelt, moeten we wel opletten voor een paar averechtse effecten.

Ten eerste is er het pedagogische effect. Het is namelijk zo dat late inschrijvers natuurlijk een belangrijk deel van de activiteiten missen. Die moeten dat later bijbenen. Er is ook een schoolorganisatorische impact: klasgroepen blijven gedurende een lange periode onvolledig, en vooral voor instrumentvakken lijkt mij dat problematisch. Ten derde is er de aanstelling van personeel: je kunt geen definitieve uurroosters opstellen.

De Vlaamse reaffectatiecommissie kan in 2021 nauwelijks nog georganiseerd worden. En omdat vaste benoemingen ingaan op 1 januari zullen tijdelijken vast benoemd worden nog voor de reaffectaties zijn toegewezen. Daardoor zullen de vacatures voor wedertewerkstelling natuurlijk afnemen. Daardoor moeten leraren met terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking (TSBOB) betaald worden terwijl ze niet aan het werk zijn. Als de Vlaamse reaffectatiecommissie dan pas begin 2021 toewijzingen zou doen in de resterende vacatures, dan betekent dit dat de tijdelijke leraars vier tot vijf maanden onzeker zijn over hun betrekking. Zo laat in het schooljaar van leraar veranderen, dat is pedagogisch niet bevorderlijk. Ik wil maar zeggen dat er toch een andere kant van de medaille is.

De vraag van laatstejaars in de vierde graad en specialisatieopleidingen in het domein beeldende en audiovisuele kunsten om over te zitten, is natuurlijk begrijpelijk. Leerlingen vinden het jammer dat ze hun afstudeerproject niet ten volle hebben kunnen realiseren. In het deeltijds kunstonderwijs kan een leerling enkel een leerjaar opnieuw volgen als de directeur en de betrokken leraren oordelen dat dit noodzakelijk is om de onderwijsdoelen te bereiken. Overzitten is dus een autonome beslissing van de leraren en de directeur op basis van pedagogische overwegingen. Het is niet aan de minister om daar vanuit Brussel in tussen te komen. Ik wil die autonomie ook respecteren, maar ik denk wel dat daar het nodige begrip aan de dag zal worden gelegd.

Decretaal zijn overzitters in de vierde graad maar voor 50 procent financierbaar. Nog los van de budgettaire impact daarvan kan men zich afvragen of die maatregel zijn doel niet voorbijschiet. De overzitters zullen namelijk in het schooljaar 2020-2021 les volgen, in het schooljaar 2021-2022 zijn ze al afgestudeerd. Voor 2020-2021 liggen de middelen al vast.

In de werkgroep Corona dko, waarin de onderwijsverstrekkers vertegenwoordigd zijn, is afgesproken dat de leerlingen dit schooljaar op basis van permanente evaluatie beoordeeld worden en dus kunnen afstuderen in 2020. De flexibiliteit van de huidige evaluatieregelgeving, zoals in het decreet betreffende het dko is bepaald, maakt dat perfect mogelijk. Gelukkig maar. De duur van het schooljaar, eveneens decretaal vastgelegd, kon daardoor behouden worden.

Als het van mij afhangt, kunnen academies uiteraard voor hun afgestudeerden een toonmoment of tentoonstelling organiseren bij het begin van 2020-2021. Het nieuwe opstartscenario dat we voor september hebben geschreven, maakt dit mogelijk. We zullen in de opstart 100 procent openen voor het dko. Dat is voor het dko een totale omwenteling in vergelijking met de situatie van vandaag. We bieden dus heel veel perspectief. Zelfs in code oranje en rood gaan we ook de 12-jarigen 100 procent toelaten. Voor de 12- tot 18-jarigen zullen we groepen van maximaal tien plus begeleider toelaten. Voor +18 zijn het groepen van maximaal tien plus begeleider, uiteraard ook daar met een caveat voor risicogroepen. Ook daar denk ik dat wij een verregaand scenario hebben kunnen uitschrijven.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Als het gaat over de werkingsmiddelen van de dko’s, hebt u natuurlijk gelijk, minister, dat die voor het volgende schooljaar zijn vastgelegd op basis van de tellingen die lopen tot 1 februari. Daar liggen die eigenlijk al vast. Maar mijn specifieke vraag was of er niet een financiële compensatie moet komen voor de dko’s, zodat ze ook hun inschrijvingsgelden, eenmalig en specifiek vanwege corona, zouden kunnen verlagen, als een aanmoediging voor leerlingen om zich zeker opnieuw in te schrijven, ook al hebben ze een deel van het vorige schooljaar gemist. Als de academies dat zelf willen kunnen doen, hangt daar voor hen een prijskaartje aan vast. Kan de Vlaamse overheid daar in een financiële compensatie voorzien? Dat is een extra.

Als het gaat over de leerlingen van het laatste jaar van de vierde graad, met die kortlopende studie, heb ik u dan goed begrepen dat daar ook voor volgend jaar geen financiële implicaties zijn als ze hun jaar overdoen? Dat heb ik niet goed begrepen.

Ik begrijp uw opmerking over het feit dat het verlengen van de inschrijvingsperiode organisatorisch wel repercussies heeft. In die zin is november wat overdreven. Valt er toch niet na te denken over een verlenging van één, twee, drie weken extra, zodat academies maximaal kunnen mobiliseren om zoveel mogelijk leerlingen te overtuigen om zich in te schrijven?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, OVSG heeft vier vragen gesteld. Als ik het goed begrijp, zegt u vandaag dat u op geen van die vragen zult ingaan. U zegt dat er geen lessenpakket nodig is. Ze hebben hetzelfde. Maar goed, ik denk dat ze niet alleen bezorgd zijn over de financiering voor 2021, maar die impact gaat natuurlijk door. Daar maken ze zich zorgen over. Ook het verlengen van de inschrijvingsperiode is moeilijk. Dat begrijp ik uit een aantal van uw argumenten. U zegt met betrekking tot overzitten dat de middelen al vastliggen. Dan blijft ook het argument dat dit later zal doorwegen. En die korting ziet u ook niet zitten.

Eigenlijk zegt u dat u op geen van die vragen kunt ingaan. Ik vraag me dan af of u andere voorstellen hebt tegen het verlies aan inschrijvingen, waar men toch voor vreest en wat ongetwijfeld ook tot jobverlies zal leiden in een sector die zwaar getroffen is. Het zijn mensen die vaak ook in de culturele sector werken, kunstenaars die ook nog lesgeven. Een deel van de kunstenaars kan nog het hoofd boven water houden doordat ze een academische job hebben. Welke mogelijkheden ziet u tegen het dreigend jobverlies en het verlies aan talentontwikkeling? Het zou jammer zijn dit te compenseren ten gevolge van corona. Of wilt u daar niks aan doen?

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, ik kreeg vanmorgen enkele berichten met de boodschap: oef! Directeurs gaven aan eindelijk een positief bericht te krijgen. Ze kunnen weer naar adem happen en misschien wel met een positievere bril naar het nieuwe schooljaar kijken.

Toch is er de angst voor wat er op hen afkomt. Ze zijn afhankelijk van de inschrijvingen van de leerlingen. Het klopt: voor dit schooljaar kunnen ze nog voort op basis van de telling van 1 februari 2020. Natuurlijk zal 1 februari 2021 bepalend zijn voor de omkadering die beschikbaar zal zijn voor het schooljaar daarop.

Minister, ik wil u vragen om dat goed te monitoren en om, als er grote verschuivingen zijn, op zoek te gaan binnen het budgettaire kader, om die academies, waar er grote verliezen zijn, te steunen, al was het maar voor de jobs, maar ook voor de talentontwikkeling. Het is heel belangrijk dat we dat ook blijven ondersteunen.

Minister, we hadden het daarnet over het volwassenenonderwijs, waar een campagne werd voorgesteld. Misschien kan er vanuit het departement ondersteuning volgen naar het deeltijds kunstonderwijs, om dat nog even extra in de kijker te zetten in de maand september, want leerlingen kunnen nog inschrijven tot 30 september. Misschien kunt u dit als aanbeveling meenemen.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Minister, in het begin van de coronacrisis hebben ongetwijfeld heel wat directeurs gevloekt omdat er heel weinig perspectief was. Er was heel weinig duidelijkheid. Nu is die duidelijkheid er wel voor het volgende schooljaar en dat is goed. Zo geeft u veel perspectief en hopelijk zal dat ook een positieve invloed hebben op de inschrijvingen.

Er zijn heel veel mooie dingen gebeurd in het afstandsonderwijs, ook in het deeltijds kunstonderwijs. Dat was niet altijd gemakkelijk voor ouders omdat ze ook met het gewone afstandsonderwijs zaten. Als ik zag hoe mijn kinderen vanop afstand gitaarles of toneelles kregen, dat is geweldig om te zien. Ik wil toch ook lof toezwaaien aan alle mensen die zich daarvoor hebben ingezet. Het feit dat er in de laatste week nog een fysieke bijeenkomst mogelijk is gemaakt, is ook heel fijn om het moreel van de leerkrachten en de leerlingen op te krikken.

Ik heb dezelfde bezorgdheden als de vraagstellers en ik hoop dat u dit door het aantal inschrijvingen kunt monitoren. Als dat heel erg tegenvalt, hoop ik dat er maatregelen worden genomen om het deeltijds kunstonderwijs te ondersteunen. Het zou jammer zijn dat hierdoor jobs en talenten verloren gaan.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

We zijn allemaal de mening toegedaan dat ons deeltijds kunstonderwijs een heel brede maatschappelijke opdracht heeft. Sinds het nieuwe decreet Deeltijds Onderwijs sluit het nog meer aan bij onze scholen, en is het nog meer een verlengstuk geworden in de ontwikkeling en ontplooiing van onze kinderen. Daar zijn we het over eens.

Het is ook heel belangrijk dat we onze academies ondersteunen en begeleiden, ook door die coronacrisis. Er zijn heel veel inspanningen geleverd, net als in het gewoon en het buitengewoon onderwijs. Ik kan zelf ook getuigen van mooie voorbeelden in mijn gemeente, zowel inzake woord, muziek, als beeldende kunsten. Ze hebben echt mooie dingen gedaan, ze hebben de kinderen aangewakkerd in het contact houden met de kunsten en in het triggeren van de creativiteit.

Het verlagen van het inschrijvingsgeld kan een keuze zijn van een academie zelf. Ik geloof niet dat we daarin een beslissing zouden moeten nemen. Ik wil wel een kanttekening maken. Het inschrijvingsgeld voor onze academies is helemaal niet zo hoog. Als je jonger dan 18 jaar bent, betaal je 65 euro voor een heel schooljaar. Als je broer of zus of een ander gezinslid op de academie zit, dan betaal je maar 42 euro voor een heel schooljaar. Je krijgt daar toch wel wat voor terug. Dus op zich is dat niet zoveel. Voor kinderen onder de 12 jaar is het dan ook nog eens fiscaal aftrekbaar. Voor volwassenen is het wel een bedrag van 307 euro, wat wel wat is. Als je echter in een kansengroep valt, dan gaat dat bedrag ook naar beneden en betaal je ‘maar’ 129 euro. Er wordt dus eigenlijk al heel veel gedaan om het deeltijds kunstonderwijs zo laagdrempelig mogelijk te maken.

Rondt u af, mevrouw?

Ik wil me aansluiten bij wat de collega's vragen inzake het monitoren van de aantallen. Als uit de objectieve gegevens zou blijken dat het echt tegenvalt, wilt u dan toch bekijken of de telling van dit jaar mag gelden voor het schooljaar 2021-2022?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is leuk te horen dat iedereen begaan is met het deeltijds kunstonderwijs en dat men de portefeuille nog wat wil opentrekken. Ik wil wel in herinnering brengen dat de inschrijvingsgelden doorgestort worden naar de Vlaamse overheid. Er wordt soms de indruk gewekt dat dit geld zou zijn van de onderwijsinstellingen zelf. Neen, inschrijvingsgeld wordt doorgestort naar de Vlaamse overheid.

Mevrouw Krekels heeft gelijk dat die bedragen niet gigantisch hoog zijn, zeker niet als je behoort tot een of andere doelgroep en een voordeeltarief kunt genieten. Ik denk ook niet dat dit de meest aantrekkende of afstotende factor is in dezen. Wanneer dit het geval zou zijn, zou dat vroeger ook het geval zijn geweest. Dat blijkt niet, want het succes van het dko is in de afgelopen jaren gigantisch gegroeid. Ik ken de cijfers niet vanbuiten, maar ik denk dat we over de 200.000 zitten. Dat is ongelooflijk en vooral in de laatste jaren sterk gestegen. Ik herinner mij dat de toename in 2018-2019 ongeveer 8 procent was in vergelijking met de periode voordien. Dat is dus een serieuze toename.

Het financieringssysteem van het dko gebeurt op grond van de gegevens van januari, dus van voor corona. Dat wil dus zeggen dat er geen onmiddellijke repercussie zal zijn voor het komende schooljaar. We zijn nu gelukkig met de regeling. Laat ons in rustiger vaarwater bekijken wat de consequenties zijn en hoe we ter zake kunnen optreden. Nu weten we nog niet wat het effect is op het aantal inschrijvingen. Ik ben gevoelig voor de sector omdat de maatschappelijke dienstverlening heel belangrijk is en een versterking van het sociale weefsel. Laat ons niet vooruitlopen op de evaluatie.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Men krijgt absoluut iets terug voor het inschrijvingsgeld aan een academie voor deeltijds kunstonderwijs. Maar we mogen echt niet onderschatten hoe financieel zwaar deze crisis weegt in vele gevallen. We weten gewoon dat vrije tijd het laatste wordt op de prioriteitenlijst als mensen op het einde van de maand niet veel meer over hebben. Ik maak me er echt zorgen over of dit niet zal meespelen in de beslissing van mensen om zich in september of oktober opnieuw in te schrijven.

Wat de werkingsmiddelen betreft, ben ik gerustgesteld dat die doorlopen. Daar is het vooral belangrijk dat we monitoren of er voor het volgende schooljaar geen probleem ontstaat of veel mensen afhaken.

Wat het inschrijvingsgeld betreft, kunnen de academies zelf beslissen, heb ik hier gehoord. Ik neem aan dat de individuele academies in al hun wijsheid zullen kijken of ze niet een korting moeten toekennen om hun leerlingen nog een extra zetje te geven om zich zeker in te schrijven, want we delen in elk geval de doelstelling, minister, om zoveel mogelijk leerlingen te overtuigen om naar het dko te gaan of te blijven gaan. Dat is de voorbije jaren echt een ongelofelijk succes geweest en we hopen dat dit ook de volgende jaren zo zal blijven.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik wil ook vragen om dit goed te monitoren. Ik ben het eens met mevrouw Goeman dat dat bedrag voor ons misschien niet zo heel veel lijkt, maar je zult maar meerdere kinderen hebben, wat vaak het geval is, die elk een hobby hebben en naar de muziekacademie gaan. Daar komt dan nog de huur van het instrument bij enzovoort, dus dat is een factuur die oploopt. In tijden van economische crisis, waarin mensen het moeilijk hebben, wat voor sommige mensen echt wel het geval zal zijn als we zien hoeveel ontslagen er vallen, zal dat wegvallen. Dit zijn misschien niet de enige pistes maar er moet worden gekeken hoe dat kan worden opgevangen. Als u nu nog niet kunt toezeggen, dan wil ik toch vragen om te monitoren: wanneer we dan zien dat mensen uit kwetsbare groepen afhaken, dan moet daar snel iets aan gedaan worden.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Mijn zoon is net terug van een laatste groepsles notenleer en hij was zeer enthousiast dat hij dat nog kon afsluiten.

Ik wil afsluiten met de boodschap dat ik vaststel dat er een kamerbreed akkoord bestaat over het belang van dat dko. We moeten daarin blijven investeren en u, minister, moet de impact van corona monitoren. Ik hoop ook dat u bereid bent om, wanneer het nodig is, in te grijpen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.