U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Deckmyn heeft het woord.

Mijn vraag is ingegeven door een incident in het Benelux-parlement. De collega’s die daarin zetelen, zullen daar ongetwijfeld meer over weten.

Nu de meeste Europese landen de coronamaatregelen beginnen af te bouwen en niet-essentieel grensoverschrijdend verkeer binnen de EU weer een mogelijkheid wordt, is het essentieel dat de maatregelen van de verschillende Europese landen op elkaar worden afgestemd. Dat geldt zeker voor Vlaanderen en Nederland. Verschillende Vlamingen hebben overigens een tweede verblijf of familie in Nederland, en omgekeerd. Daarnaast is Nederland ook een belangrijke toeristische trekpleister voor heel wat Vlamingen. Ook wij in Vlaanderen mogen jaarlijks een groot aantal van onze noorderburen verwelkomen. Dat we dezelfde taal en geschiedenis delen, maakt van de band tussen Vlaanderen en Nederland een zeer innige band.

In de zitting waarnaar ik zonet verwees, een vergadering van de Verenigde Commissies van het Benelux-Parlement op 5 juni, was Vlaams minister van Toerisme Zuhal Demir te gast. Zij stelde dat gedurende de coronacrisis het contact tussen de Vlaamse en Nederlandse regering nogal stroef verlopen was. Het ging vooral over een contact dat ze zou moeten hebben gehad met een collega aan de andere kant van de grens. Minister Demir leek hierover zelf wat verbaasd te zijn en opperde dat de Nederlandse regering misschien liever uitsluitend met de Federale Regering samenwerkte.

Een goede en continue verstandhouding tussen Nederland en Vlaanderen blijft nochtans wat ons betreft – en ik denk dat we daarin niet alleen staan – essentieel, gelet op wat ik al zei. Dat is iets wat de minister-president ook liet uitschijnen, door Nederland als bestemming voor zijn eerste officiële buitenlands bezoek te kiezen. Minister-president, ik vond het belangrijk om dit incident hier naar voren te brengen en u te vragen naar uw bevindingen ter zake.

Hebt u zelf opgemerkt dat het contact met de Nederlandse regering stroever verliep tijdens de coronacrisis? Zo ja, kunt u hier enkele voorbeelden van geven? Wat ligt volgens u aan de basis hiervan?

Is er gedurende de coronacrisis formeel of informeel overleg geweest tussen de Vlaamse en de Nederlandse regering? Indien niet, is dit voorgesteld geweest door een van beide regeringen? Indien wel, wat is er dan besproken geweest?

Hoe verloopt het contact tussen de Vlaamse en Nederlandse regering in normale omstandigheden? Is er een vorm van structurele samenwerking tussen beide regeringen? Ik weet het: dit is een beetje een open deur intrappen. Ik ben zelf al aanwezig geweest, bijvoorbeeld in het stadhuis van Gent, bij structurele, officiële overlegmomenten.

Hebt u plannen om het contact en de samenwerking tussen de Vlaamse en Nederlandse regering verder uit te bouwen en te versterken? Indien ja, wat stelt u juist voor?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Bedankt voor de vraag, die me wel enigszins verwondert. Ik denk namelijk dat we met geen enkele andere regering zo’n goede samenwerking hebben als met de Nederlandse, en we hebben met heel veel regeringen een goede samenwerking. Ik heb met minister-president Mark Rutte telefonisch contact gehad tijdens de coronacrisis. We hebben bij die gelegenheid zowel de eigen aanpak van de crisis en de nood tot coördinatie besproken als het Europese antwoord op deze uitdagingen. De verstandhouding met onze Nederlandse collega’s is zeer goed, er zijn regelmatige en rechtstreekse contacten op het hoogste niveau, en dat is tijdens de afgelopen weken en maanden niet anders geweest.

Ik denk overigens dat collega Demir helemaal niet verklaard heeft dat de contacten met de Nederlandse regering stroef verlopen. Er is wel een telefoongesprek wat misgelopen door omstandigheden. Een gepland telefonisch overleg tussen collega Demir en de Nederlandse staatssecretaris Mona Keijzer over een gemeenschappelijke aanpak van de herdenking van de 75e verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, heeft niet kunnen plaatsvinden. Dat was gewoon een verhindering in de agenda. Met de hand op het hart: mocht het contact met de Nederlandse regering niet goed zijn, zou ik me de zolen onder mijn schoenen uit lopen om dat te herstellen.

U vraagt hoe het contact verloopt. De Vlaamse Regering heeft, zoals u weet, een diplomatieke afvaardiging in Den Haag en de Nederlandse regering heeft de hare in Brussel. Beide instrumenten zijn de kanalen bij uitstek waarlangs de contacten tussen de beide regeringen verlopen, zoals dat gaat tussen regeringen waar ook ter wereld.

Er zijn vanzelfsprekend ook vormen van structurele samenwerking. Die zijn nu en dan ook vastgelegd in verdragen tussen beide landen, verdragen die voorzien in specifieke overlegstructuren of -mechanismen. De Nederlandse Taalunie is daar een voorbeeld van. Maar dat geldt ook voor het beleid en het beheer van de Maas en het Schelde-estuarium.

Er zijn frequente contacten en ontmoetingen tussen de leden van de Vlaamse Regering en hun Nederlandse tegenhangers. Bij uitbreiding geldt hetzelfde op het niveau van Vlaamse departementen en agentschappen.

Er is ook een zekere traditie opgebouwd van ontmoetingen tussen de Vlaamse en de Nederlandse ministers-presidenten. Die regelmatige ontmoetingen zijn traditie sinds meerdere decennia.

Sinds enige tijd is zelfs de praktijk ontstaan van de organisatie van ruimere en tweejaarlijkse ontmoetingen tussen de regeringstoppen van beiden landen. De jongste edities waren de top van Gent en de top van Middelburg. Er is een nieuwe Vlaams-Nederlandse top gepland in Vlaanderen, op 4 november van dit jaar.

Mark Rutte en ik hebben een goede verstandhouding. Als er iets is, bellen we met elkaar. Ik zie niet op basis waarvan gedacht zou kunnen worden dat het niet goed gaat tussen de beide regeringen.

Hebben we plannen om de samenwerking verder uit te bouwen? Daarvoor verwijs ik naar het regeerakkoord. Daarin staat een hele paragraaf over de samenwerking met Nederland in verschillende beleidsdomeinen. Ik som ze op. We willen bilaterale samenwerking versterken bij integrale jeugdhulp, ons imago, de banden met Noordzee- en de Hanzelanden, werken met sectorconvenanten bij internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, audiovisuele creaties. We zullen eveneens naar Nederlands voorbeeld het landschap van de onbevaarbare waterlopen proberen te rationaliseren en samenwerken op het vlak van buisleidingeninfrastructuur en watermanagement. We willen ook wetgevende belemmeringen in de grensoverschrijdende samenwerking wegwerken. Dat is een masterproject dat momenteel loopt als een rechtstreeks uitvloeisel van de top in Middelburg.

Uiteindelijk kan de agenda voor samenwerking met Nederland nog veel langer worden. Er zijn vele gedeelde belangen, en veel knelpunten waarop gezamenlijke antwoorden het meest efficiënt zijn. Maar ik denk dat we het gesprek daarover beter bij een andere gelegenheid kunnen voeren, bijvoorbeeld in aanloop naar of bij terugkoppeling over de Vlaams-Nederlandse top die we in november organiseren. Het is ook zo dat wij met Nederland gemeenschappelijke handelsmissies naar het buitenland doen. Dat zal zeker en vast een agendapunt zijn op de top van 4 november. Wat mij betreft is er dus geen vuiltje aan de lucht. Dat zou er nog bij moeten komen!

De heer Deckmyn heeft het woord.

Dank u wel, minister-president, voor uw antwoord. Ik ben zeker blij dat er een goede verstandhouding was. Voor alle duidelijkheid: ik heb niet gezegd dat er geen goede verstandhouding was. Ik heb gezegd dat ik verbaasd was dat er blijkbaar iets fout gelopen was, toch een stroever contact was, niet op algemeen vlak maar toch bij een ministerieel onderhoud.

Ik ben alleszins blij met de initiatieven die u in de toekomst wilt nemen voor gemeenschappelijke handelsmissies. Ik vind dat zeer belangrijk. Ik denk dat we meer en meer gemeenschappelijke belangen moeten nastreven. Trouwens, de samenwerking over de grenzen heen van de nieuwe haven in Gent en in Zeeland is daar een uitstekend bewijs van.

U stelt terecht dat Vlaanderen met geen enkele regering zo’n goede samenwerking heeft als met Nederland.

Minister-president, u zegt tegen mij dat het enkel ging over een telefoongesprek dat misgelopen is. Dat is niet juist. Tijdens een zitting in de Senaat over toerisme had minister Demir het over verschillende pogingen om in contact te komen met haar collega aan Nederlandse zijde. Dat heeft ze diverse malen herhaald. De collega’s die daar aanwezig waren, mogen me tegenspreken, mocht dit niet waar zijn. Ze bevestigde meermaals dat ze meer dan een maand heeft moeten wachten om een overleg te hebben met haar collega over grensoverschrijdende samenwerking en dat ze zich daarover ten zeerste heeft verbaasd. Dat was ook de reden waarom ik deze vraag heb ingediend: niet om een misgelopen telefoongesprek maar omdat een Nederlandse minister blijkbaar toch meer dan een maand nodig had om een antwoord te geven op een vraag naar overleg. Vandaar mijn vraag. Ik denk dat die vraag wel op zijn plaats is, zonder de goede samenwerking ter discussie te willen brengen.

Ik ben blij dat er een goede verstandhouding is. U zult mij daar geen kritiek op horen geven. Maar ik wilde deze vraag naar voren brengen omdat dit duidelijk aangegeven was. Ik hoop dat dit zich in de toekomst niet meer zal voordoen.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister-president, het lijkt me inderdaad niet dat er structurele problemen zijn tussen Nederland en België of Vlaanderen. U kondigde in oktober vorig jaar inderdaad aan dat er zelfs gezamenlijke handelsmissies op til staan. Dat is alvast een goede zaak.

Wat wel belangrijk is in de vraag van collega Deckmyn, is dat gelijk speelveld met onze buurlanden. Ik verwijs naar een tussenkomst die ik vorige week had bij minister Demir, onder meer in verband met de vakantiewoningen. We zien dat in Nederland en België de gezondheidstoestand ongeveer gelijklopend is. Dat was ook altijd een van uw criteria om alles gelijk te trekken. Bij ons mogen er maximaal tien mensen verblijven in een vakantiewoning en in Nederland dertig. Dat is dus iets waarover Nederland en België toch echt aan tafel moeten zitten. Straks gaat u naar de Veiligheidsraad en kunt u dat misschien meenemen. Hopelijk kunnen we naar een verruiming gaan voor de vakantiewoningen in Vlaanderen en is op die manier de discrepantie weggewerkt.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Dank u wel, minister-president, voor uw toelichting. Ik was eveneens op die vergadering van het Benelux-parlement. Ik had daar absoluut niet de indruk dat er sprake was van een incident. Er is natuurlijk wel gesproken over de coronamaatregelen, de verschillende maatregelen die er genomen zijn in enerzijds België-Vlaanderen en anderzijds in Nederland. Het ging over het openen van de grenzen, het feit dat veel Vlamingen natuurlijk de grens willen oversteken, ook in het kader van toerisme. Het ging over het feit dat bijvoorbeeld in Vlaanderen de pretparken niet opengaan en in Nederland wel. Maar ik had toch niet echt de indruk dat er sprake was van een moeilijke samenwerking.

Uiteraard heeft ieder land zijn eigen maatregelen genomen. Minister-president, ik stel alvast in uw antwoord vast dat er wel degelijk geregeld en goed overleg was in het verleden. Ik herinner me ook dat u op een van uw eerste buitenlandse reizen naar Den Haag bent getrokken en dat daar ook meerdere punten besproken werden. Ik kijk alvast uit naar wat die nieuwe Vlaams-Nederlandse top in november zal teweegbrengen.

Maar ik denk dat we inderdaad moeten werken aan een gelijk speelveld. We zijn beide landen die gelijkaardig zijn en nu ook op een gelijkaardige manier getroffen zijn door covid. Hopelijk kunnen we ook aan hetzelfde zeel trekken in de hele discussie over de verdeling van het Europees herstelfonds dat we daarnet hebben besproken. Anderzijds zullen we ook het meest getroffen worden door de brexit, en dan hoop ik ook dat Nederland en Vlaanderen samen dezelfde belangen kunnen verdedigen, voor onze economie en voor onze havens. Ik hoop dat we dat brexitgarantiefonds in de hele discussie over het Europees herstelfonds kunnen krijgen als een soort voorwaarde omdat we daar toch gelijkaardige belangen te verdedigen hebben.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Het enige wat ik mij kan voorstellen waarom mevrouw Demir tot die uitspraak is gekomen, is de sfeer in de Senaat die tot zulke dingen leidt. Ik weet niet of het de bedoeling is, maar tussen de Vlaamse en de Nederlandse regering is er geen vuiltje aan de lucht. Ik kan dit alleen maar herhalen. Mocht het zo zijn, dan zou ik de zolen onder mijn schoenen lopen om dat te herstellen.

De heer Deckmyn heeft het woord.

Minister-president, ik wil hier geen halszaak van maken, maar we mogen natuurlijk ook niet rond de pot draaien. Er is geen sprake van een incident, maar wel van het feit dat minister Demir gezegd heeft dat ze verbaasd was dat het zo lang duurde om contact te krijgen met de Nederlandse collega, een Nederlandse minister, die over dezelfde bevoegdheden gaat.

Ik wil hier alvast stellen dat we ervoor moeten zorgen – en dat zal uw taak zijn – dat de Nederlandse regering af en toe toch wel koudwatervrees moet overwinnen en zich niet altijd blind moet staren op het Belgische niveau, maar dat ze moet beseffen dat op bepaalde niveaus Vlaanderen autonoom is en een evenwaardige gesprekspartner is. Dat is eigenlijk de onderliggende reden waarom ik deze vraag stel. Er was duidelijk sprake van dat mevrouw Demir een maand heeft moeten wachten op een contact over grensoverschrijdende samenwerking met de Nederlandse collega. Dat is gewoon het punt dat ik naar voren wil brengen, een aandachtspunt, geen halszaak, geen incident. Bij dezen heb ik mijn punt kunnen maken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.