U bent hier

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Een aantal weken geleden trok de storm Ciara over ons land, met windstoten boven de 100 kilometer per uur. In combinatie met het springtij zorgde de storm voor flink wat averij aan de kustlijn. Het feit dat de wind parallel aan de kust woei, zorgde ervoor dat de golven niet extra hard inbeukten op de kust maar er eerder aan knabbelden. Het resultaat is dat er op meerdere plaatsen langsheen de kust zandkliffen zijn ontstaan doordat massa’s zand wegspoelden. En daarnaast is er een grote hoeveelheid zand weggewaaid.

Andermaal zullen er dus zandsuppleties nodig zijn om de schade te herstellen. Dat is niet enkel een kostelijke zaak, zand wordt ook steeds meer een schaars goed. Onze zandvoorraden zijn eindig en we moeten er zuinig mee omspringen. We kunnen het ons niet permitteren om jaar na jaar miljoenen kubieke meter zand te verliezen. Zeker met een stijgende zeespiegel en de meer dan waarschijnlijkheid dat we in de toekomst steeds vaker geconfronteerd zullen worden met stormweer, moeten we dringend werk maken van een kustbeveiliging die duurzamer is dan keer op keer letterlijk zand naar de zee dragen.

Minister, hebt u al zicht op de schade die Ciara aanrichtte aan de kustlijn, zowel financieel als qua hoeveelheid verloren zand?

Hoe zal het herstel aangepakt worden?

Welke proefprojecten werden de voorbije jaren uitgewerkt om zandverlies bij stormen door wegstromen of door wegwaaien te vermijden of te minimaliseren? Ziet u daar na de passage van Ciara resultaat van?

Welke maatregelen zijn gepland om onze kust in de toekomst op een duurzame manier te beveiligen tegen stormweer?

Is onze kustlijn vandaag, dus voor de schade hersteld is, nog voldoende robuust om een nieuwe, gelijkaardige storm als Ciara op te vangen?

Werden er vorig weekend specifieke maatregelen getroffen in de havens?

Zijn onze havens voldoende beschermd tegen de combinatie van springtij en landinwaartse stormen van het kaliber van Ciara? Welke ingrepen zijn er hiervoor gepland?

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Voorzitter, ook mijn vraag om uitleg gaat over de storm Ciara, die enkele weken geleden is gepasseerd, en over de storm Dennis, die is gepasseerd op het ogenblik waarop het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust bezig was met het herstel van de stranden in Knokke-Heist. Telkens opnieuw moet de overheid na grote stormen of ander extreem weer aan onze kust zand opspuiten. We kunnen ons afvragen of er geen andere, duurzame maatregelen nodig zijn.

Het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust heeft Focus-WTV laten weten na te denken over een duin voor de dijk of over grotere zandsuppleties dan we nu gewoon zijn. Persoonlijk denk ik dan aan het complex project Kustvisie van enkele jaren geleden. In dat project ligt de focus op de kustverdediging voor de komende tachtig jaar. Ik denk ook aan het project Vlaamse Baaien, dat onze kust tegen 2100 tegen superstormen moet beschermen. Momenteel horen we van beide projecten weinig.

Minister, bent u ervan overtuigd dat er een duurzame oplossing voor de zandaanvoer aan de kust moet komen? Welke projecten werkt u hiervoor uit? Worden de lopende projecten, het complex project Kustvisie en het project Vlaamse Baaien, voortgezet? Wat is de stand van zaken?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Voorzitter, drie weekends op rij hebben we een storm gehad. Eerst was er de storm Ciara, vervolgens de storm Dennis en vervolgens nog een storm die geen naam heeft gekregen. Zoals al is vermeld, heeft een storm natuurlijk telkens een impact op de kust en op onze havens. Ik wil dan ook even stilstaan bij het Sigmaplan.

De voorjaarsstormen hebben aan de kust gelukkig slechts beperkte schade veroorzaakt aan harde infrastructuur, zoals de zeedijkglooiingen of de staketsels. Daarnaast was er stranderosie, een natuurlijk en niet te vermijden seizoensgebonden fenomeen aan onze zandige kust. De recente stormen hebben daarbij vooral gezorgd voor een zogenaamde strandafslag. Dit is de erosie van het hoog strand, met klifvorming tot 2 meter in de strandzones en hoger in de duinzones tot gevolg. In sommige zones is een erosie van 50 kubieke meter per meter kustlijn vastgesteld.

Op 28 februari 2020 is een extra calamiteitsvlucht uitgevoerd met als doel de volledige kustzone na deze voorjaarsstormen in kaart te brengen. De ruwe data worden vanaf halverwege maart 2020 verwacht. Daarna start de verwerking van de verschilkaarten en de quick scan ten opzichte van de eerdere toetsingsresultaten. Op basis van deze resultaten kunnen de correcte volumes worden begroot.

Met dit beeld kan vervolgens worden ingeschat in welke zones een natuurlijk herstel, waarbij de wind en de getijden voor een gedeeltelijk herstel van het zandvolume zorgen, zal volstaan en in welke zones bijkomende strandsuppleties noodzakelijk zijn om de gewenste veiligheid inzake overstromingen te waarborgen. In de zones waar een ingreep noodzakelijk is, zal een suppletie met zand uit de winzones in de Noordzee worden uitgevoerd. Dit opgespoten zand zal vervolgens tot het gewenste strandprofiel worden gebracht.

Om die reden is een definitieve kostenraming op dit moment nog niet mogelijk. Om het veiligheidsniveau aan de kust opnieuw op peil te brengen en een normale exploitatie van de stranden te garanderen, wordt, rekening houdende met de reeds geplande maatregelen, de bijkomende benodigde inspanning voorlopig op 5,5 miljoen euro geraamd.

Zowel water als wind speelt een enorme rol in stranderosie. Tijdens de winterperiode wordt het zand door de impact van het getij en de golven naar de onder water gelegen delen van het strand verplaatst. Het is daardoor niet meer zichtbaar. Tijdens de zomerperiode, wanneer de weersomstandigheden kalmer zijn, wordt dit zand door de impact van het getij en de golven deels weer naar de hoger gelegen delen van het strand getransporteerd. Dit noemen we het natuurlijk herstel. Of dit natuurlijk herstel voldoende zal zijn om de erosie van het winterseizoen te compenseren, hangt sterk af van de intensiteit van de opgetreden stormen.

Wanneer er verwacht wordt dat dit natuurlijk herstel niet voldoende zal zijn tegen het volgende stormseizoen om de bescherming tegen overstromingen te garanderen, wordt overgegaan tot het versneld herstellen van de stranden door het aanbrengen van een extra zandvolume via de strandsuppleties.

Stranderosie van onze zandige kust is tijdens stormen dus een natuurlijk en niet te vermijden seizoensgebonden fenomeen. Dit gebeurt ook bij flauwe strandhellingen, waar dit minder zichtbaar is doordat er kleinere of geen kliffen worden gevormd.

Bij nieuwe strandsuppleties wordt gestreefd naar een flauwere helling van het aanlegprofiel, waardoor er minder kans is op klifvorming bij storm. Dit noodzaakt wel een grotere hoeveelheid zand, waardoor dit per scenario een evenwichtsoefening is tussen kostprijs en klifgevoeligheid. Het nieuwe strandprofiel van Knokke-Heist is bijvoorbeeld op die manier ontworpen, maar zal slechts zichtbaar zijn na de definitieve aanleg de komende jaren.

De strandprofielen worden dus ontworpen met een zekere buffer, zodat niet elke erosie onmiddellijk gecompenseerd hoeft te worden. De bescherming tegen overstromingen vanuit zee is door de voorjaarsstormen weliswaar gedaald. Een gelijkaardige storm zou voor bijkomende erosie zorgen, maar zeker nog niet voor problemen op het vlak van kustveiligheid, gelet op de buffers die in het verleden zijn aangelegd.

Wegwaaien van zand kan efficiënt tegengehouden worden door het plaatsen van zandschermen op de stranden. Vanuit het zogenaamde ‘Building with Nature’-principe wordt ingezet op de natuurlijke zandvangfunctie van duinen. Bij het proefproject in Mariakerke-Oostende moet de zandoverlast op de kustbaan en tramlijn weggewerkt worden via het aanplanten van helm en rijshouthagen op het strand.

Het Crest-onderzoek, dat staat voor Climate Resilient Coast, onder leiding van een team wetenschappers, heeft vorig jaar aangetoond dat zandsuppleties nog steeds de beste oplossing zijn voor de bescherming van onze kust.

Daarnaast worden de maatregelen uit het Masterplan Kustveiligheid momenteel ook verder uitgevoerd om ons tot 2050 te beschermen tegen de risico’s van ernstige stormvloeden uit zee. Hierbij wordt voornamelijk ingezet op de kustbescherming via zachte maatregelen, zijnde de zandophogingen van stranden.

Waar dit onvoldoende of onmogelijk is, wordt een harde maatregel onderzocht. Dit kan bijvoorbeeld een stormmuur zijn, een dijkverhoging of de bouw van een golfdempende uitbouw op de zeedijk.

Gelet op de klimaatsverandering en de steeds extremere voorspellingen van zeespiegelstijging werkt het Departement Mobiliteit en Openbare Werken in samenwerking met de betrokken instanties momenteel ook het complex project Kustvisie uit, dat een langetermijnvisie voor de zeewering beoogt. De mogelijke maatregelen voor bescherming tegen deze hogere risico’s zullen in dit project benoemd en afgewogen worden, via het kader van alle mogelijk alternatieven die daar straks op tafel zullen liggen.

Het project Vlaamse Baaien is in 2017 stopgezet. Het complex project Kustvisie is de opvolger van dit project en zit momenteel in de onderzoeksfase.

Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken werkt in samenwerking met bevoegde instanties alternatieven uit voor de ligging van de kustlijn over de lengte van de Vlaamse kust.

De bedoeling is binnen dat complex project te onderzoeken welke alternatieven de beste zijn om in de toekomst voldoende ruimte af te bakenen om ten volle te kunnen werken met die zeewering en op welke manier die zeewering in de toekomst vorm moet krijgen. Daarbij zal ook bekeken worden welke ligging van de kustlijn het meest potentie biedt voor andere functies.

Deze visie om onze kustveiligheid ook op lange termijn te vrijwaren, biedt een kader waarbinnen de komende decennia ingrepen concreet ingepland kunnen worden rekening houdend met de evoluerende inzichten op het vlak van klimaatverandering en zeespiegelstijging.

Zoals gebleken, zijn onze havens beschermd tegen de stormen die zich de afgelopen weken hebben voorgedaan. Het is pas bij hogere stormvloedpeilen, veroorzaakt door een hevigere storm of een andere windrichting, dat de havens in beeld komen als de zwakke schakel en we andere maatregelen moeten uitrollen tegen overstromingen. Bij de stormen van de afgelopen weken bleek dat onze havens voldoende beschermd zijn.

Voor de havens van Oostende, Blankenberge en Zeebrugge wordt gewerkt met stormmuren rond de haven. Zowel in Oostende als Blankenberge zijn reeds stormmuren geplaatst. De resterende muren en mobiele constructies of keringen zijn opgenomen in het investeringsprogramma voor de volgende jaren. In de jachthaven van Nieuwpoort wordt een stormvloedkering gebouwd. De uitvoering van dit project is lopend en de oplevering wordt verwacht tegen eind 2023.

We hebben tot slot ook een Sigmaplan dat voor de waterbeveiliging zorgt. We hebben het daarover ook al gehad bij de actuele vraag in de plenaire vergadering. Voorafgaand aan de storm Ciara werden in Antwerpen alle poorten in de waterkeringsmuur op de Antwerpse Scheldekaaien gesloten. Verder werden, op de plaatsen waar een overstroming verwacht werd, de overloopdijken van de gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG’s) afgesloten voor het publiek. Om het Zeescheldebekken ook in de toekomst te blijven beschermen tegen stormtij, voorziet het Sigmaplan in de aanleg van verschillende bijkomende GOG’s en bijkomende dijkwerken.

Dankzij de werking van de reeds gerealiseerde GOG’s in het Zeescheldebekken bleef de bevolking langs de Schelde en haar zijrivieren tijdens deze storm van watersnood gespaard. Dat is een gelukkige zaak, want we herinneren ons nog allemaal de beelden uit het verleden.

Het geactualiseerde Sigmaplan is nog niet volledig gerealiseerd. We moeten daar verder op blijven inzetten. We moeten de geplande investeringen ook blijven doorvoeren. U ziet, samen met het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en De Vlaamse Waterweg zetten we samen verder in op de kustbeveiliging. De voorjaarstormen hebben gelukkig aan de kust maar een beperkte schade veroorzaakt aan de harde infrastructuren. Daarnaast moeten we met de stranderosie blijven rekening houden en daar wordt ook ten volle op ingezet, om te voorkomen dat de ernst daarvan in de toekomst toeneemt.

We hebben nu eenmaal die zandige kust en we zullen regelmatig zandsuppleties moeten aanbrengen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord.

Het is inderdaad een grote uitdaging, omdat het niet evident is om een aantal zaken te combineren. Er is enerzijds de aantrekkelijkheid van onze kust en we moeten ervoor zorgen dat daar recreatief gebruik gemaakt van kan worden. Recreatie is echter meer dan alleen op het strand liggen, ook de natuurgebieden en duinen kunnen een troef zijn voor onze kust.

In 2017 hebben wij gelijkaardige vragen gesteld. Toen trok storm Dieter over ons land. De kostprijs voor het herstel van ons strand bleek, na een schriftelijke vraag aan uw voorganger, 20 miljoen euro te zijn. Die hebben we na een storm geïnvesteerd om het strand te herstellen op de manier waarop we dat vandaag opnieuw zullen doen. Ik denk dat we toch verplicht zijn aan onszelf, net als bij de vorige vraag, om toch eens na te denken over hoelang we dit zullen blijven doen. Hoelang blijven we dit doen met de uitdaging die komt? Dan wordt er vaak gezegd dat er geen alternatieven zijn, maar we hebben een land, waarover we in het regeerakkoord hebben gezegd dat we daar regelmatig naar zullen kijken. Dat ligt meer ten noorden van ons. Onze noorderburen in Nederland zijn goed vertrouwd met de omgang van land en water. Zij gebruiken bijvoorbeeld het Zandmotorsysteem en ze hanteren het principe van duin-voor-dijk. Er zijn wel degelijk een aantal technische oplossingen die voor delen van onze kust ook interessant zouden zijn.

Ik ben geen grote expert ter zake, maar bent u bereid om in de komende maanden in contact te treden met uw Nederlandse collega om te kijken of er zaken zijn die we kunnen overplanten? De kust in ons land is nog relatief lang. Er zijn zeker plaatsen waar het misschien interessant kan zijn om een aantal zaken te doen.

Het gaat om 20 miljoen euro voor één storm en jaarlijks 2,5 miljoen euro voor het opruimen van stuifzand. Dat is zand dat wegwaait en op de dijk terechtkomt. We investeren jaarlijks 2,5 miljoen euro om ervoor te zorgen dat we dat zand weer op het strand vegen. Daar komt het kort gezegd op neer. We hebben hier moeite om middelen te vinden. Als we in de komende vijftig jaar 20, 30 of 40 miljoen euro per jaar moeten investeren in het terugspuiten van zand, dan kunnen we misschien voor de helft van die prijs een aantal ingrepen doen die ervoor zorgen dat we minder met de kraan open moeten dweilen. Bent u bereid om in overleg te gaan met uw Nederlandse collega’s om te kijken hoe ze daar bepaalde problemen aanpakken?

Ik weet niet of u het nieuws op Focus-WTV volgt. Dat is een aanrader. U spreekt daarnet over de muren van onze havens, onder andere in Blankenberge, maar sinds enkele weken is de haven van Antwerpen onbereikbaar. De havengeul ligt vol en is bij laagwater onbereikbaar voor schepen omdat de zandophoging van het strand ernaast in die havengeul is terechtgekomen. Daardoor kunnen schepen bij laagwater niet meer binnen in de haven van Blankenberge. Ik denk toch dat we soms de absurditeit van een aantal dingen in vraag moeten durven stellen. Deze uitdaging zal niet kleiner worden in de toekomst. Bent u daarvan op de hoogte? Op welke manier kijkt u daarnaar voor de toekomst?

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Het was bij momenten nogal technisch, namelijk hoe het zand terug op het strand moet geraken.

Ik besef opeens dat ik fout was met Blankenberge en Antwerpen, maar in Blankenberge voelen we ons Antwerpen. (Gelach)

Dit terzijde.

Het baart mij ook zorgen hoeveel budgetten daar elk jaar opnieuw naartoe gaan. Ik hoor dat voor storm Dieter al 20 miljoen is uitgetrokken. We hebben nu al drie stormen gehad: Ciara, Dennis en een storm zonder naam. Ik hoop dat dat bedrag niet verdrievoudigd moet worden om alles te herstellen. We mogen de meerwaarde van onze kust op economisch, ecologisch en toeristisch vlak niet onderschatten. De kust is een heel grote troef voor Vlaanderen. Het herstel van het strand na de stormen is dan ook noodzakelijk.

Er is hier gevraagd hoelang we dat moeten blijven doen. Volgens mij moeten we dat blijven doen voor het belang van de kust. Ik vind dat het een goed idee is om te kijken naar voorbeelden in andere landen, zoals de Zandmotor in Nederland, wat dat ook mag zijn. Het is wel zo dat ze in Noord-Frankrijk en Nederland een heel ander strand hebben. Wij hebben een redelijk bebouwde kust. De inrichting in Frankrijk en Nederland is helemaal anders, maar het kan zeker geen kwaad om te kijken hoe zij omgaan met dergelijke stormen en zandophopingen.

In het project Vlaamse Baaien – ondertussen veranderd in Kustvisie – zaten een tiental deelprojecten. Ik zal ze hier niet opnoemen, maar ik zal zeker een schriftelijke vraag indienen om te vragen naar de stand van zaken daaromtrent.

Minister, ik dank u om zoveel aandacht te besteden aan onze mooie kust. Hopelijk vinden we een manier die financieel haalbaar is. Ik vrees ook dat de stormen niet zullen verminderen, maar dat we er steeds meer zullen krijgen. De budgetten moeten onder controle blijven. Hebt u in extra budget voorzien om de stormen aan te pakken en de kust te herstellen? Ik hoop dat we een andere manier vinden om de kust zeer snel te herstellen en dat we niet telkens opnieuw die hele procedure moeten voeren.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel voor de bijkomende vragen.

Mijnheer Vaneeckhout, ik had begrepen dat u uit Anzegem komt, maar nu is het toch Blankenberge en u voelt zich Antwerpenaar. Het is soms een beetje moeilijk om te volgen. (Gelach. Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Wereldburger dan. U hebt misschien verhuisplannen, misschien wel naar Nederland.

Ik ben alleszins bereid om met mijn Nederlandse collega's in contact te gaan. Ik doe dat ook. Vorige week nog was ik in Nederland. U weet dat de Nederlandse situatie toch wel iets anders is dan de inrichting van onze kuststrook. Ik hoor verschillende mensen zeggen dat de kust heel belangrijk is, zeker het toeristische aspect ervan. We koesteren ze allemaal. Maar die stormen zijn er nu eenmaal en dan moeten er ook een aantal ingrepen gedaan worden om het herstel van onze kust mogelijk te maken. Dat kost geld. Hoeveel dat exact zal zijn, weten we op dit ogenblik nog niet. Een voorlopige algemene kostenraming zat op 5,5 miljoen euro, maar we zullen straks meer weten wanneer we de volledige resultaten hebben van de calamiteitsvlucht en wanneer straks gebleken is wat er aan natuurlijk herstel gecompenseerd kan worden.

Maar het is heel belangrijk. In de toekomst zullen we nog meer dergelijke stormen meemaken. Ik ben geen weerdeskundige maar het staat als het ware in de sterren geschreven: als we alle klimaatspecialisten en zeespiegelstijgingsspecialisten – inderdaad een lang woord – horen, weten we dat we ons wat dat betreft nog aan een en ander kunnen verwachten. Daarom ook het belang van dat complex project Kustvisie, waarbij we moeten onderzoeken – de mensen die daar al bij betrokken zijn geweest, weten dat – hoe die kustlijn er straks moet uitzien. Moet die meer naar voren of meer naar achteren? Wat moet er specifiek komen? U weet dat dat complex project een tijdje geleden even onder de radar is geraakt en stilgevallen is, maar we hebben recent een vergadering gehad met de kustburgemeesters waarbij op tafel kwam dat het ons aangewezen lijkt om verder te werken in het kader van dat complex project Kustvisie om te kijken welke ingrepen er moeten gebeuren en welke alternatieven we hebben om te zorgen voor een betere beveiliging van onze kust tegen de zeespiegelstijging en de stormen die op ons af zullen komen.

Vandaag ken ik dus niet het exacte bedrag. Het gaat telkens over hoge bedragen. Maar ze niet investeren en onze kust laten omvormen tot kliffen en dergelijke, die niet veilig zijn voor onze bezoekers en die de toeristische ontwikkeling hypothekeren, is ook geen optie. Bij die zandverplaatsing komt er inderdaad zand in onze havengeulen. Ook die moeten regelmatig gebaggerd worden. Ook dat kost geld.

We blijven ermee bezig. Ik wil zeker de suggestie van de Zandmotor in overweging nemen. We zitten binnenkort samen met de Nederlandse collega's en we zullen kijken of dat eventueel een meerwaarde kan zijn. Wijzelf en onze administratie zitten regelmatig samen met onze Nederlandse collega's, zoals in het verhaal van Gent-Terneuzen. Er wordt dus wel zeker nauw samengewerkt.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ik heb inderdaad een kleine lapsus gemaakt. Het spijt mij, minister, ik ga niemand het plezier doen dat ik naar Nederland zou verhuizen. Ik heb ook niet de ambitie om te spreken voor Antwerpen, maar ik vind het wel belangrijk dat ook de haven van Blankenberge hier af en toe aan bod komt omdat die belangrijk genoeg is om hier over te spreken.

Het is echt mijn overtuiging dat de uitdaging om de bescherming van onze kust op een verantwoorde manier te doen, een van de grote problemen is die op ons afkomen en enorm onderschat wordt. Dat is geen persoonlijk verwijt naar u toe. Ik voel dat u wel de uitdaging begrijpt, maar ik denk dat op politiek niveau in de breedte er nog te weinig gevoeligheid is voor wat de impact van de evoluties rond het klimaat en dergelijke meer zijn. Ik kijk ook niet naar de collega's uit de provincie waar we iedere dag aanvoelen wat er leeft. Het is qua impact maar ook budgettair een gigantische uitdaging.

Ik denk echt dat we verplicht zijn om niet alleen jaar per jaar te bekijken wat we moeten doen, maar ook wat het zal kosten. We blijven bezig met baggeren en zand opspuiten. Ik roep echt op om met partners te bekijken hoe we daar een echt structurele aanpak voor kunnen opmaken die ervoor zorgt dat we niet alleen het komende jaar of de komende twee jaar een antwoord hebben, maar dat we ook over dertig jaar nog een kust die naam waardig hebben, maar dan op een goede manier, niet op een onbetaalbare manier. Ik heb echter begrepen dat u op dat aanbod ingaat.

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Minister, aansluitend op wat de collega juist zei, stel ik voor dat we een zeespiegelstijgingsspecialistenseminarie kunnen organiseren. (Gelach)

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.