U bent hier

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik heb een vraag over internaten voor het buitengewoon onderwijs. Minister, u weet dat die internaten altijd tussen twee domeinen vallen: Welzijn en Onderwijs. Hun plaats in het landschap is nog niet helemaal bepaald, zeker wat betreft het Gemeenschapsonderwijs (GO!). Ik had daarover in de commissie Welzijn vorige dinsdag een vraag. Ze zitten daar in een transitiefase. Het is flou wat nu juist hun plaats is.

Het is niet het meest duidelijke of transparante landschap. Er zijn heel veel verschillende instellingen en benamingen. Mijn vraag gaat vandaag specifiek over de internaten voor het buitengewoon onderwijs. In het GO! bestaat daarvoor een eigen specifiek aanbod. Er zijn medisch-pedagogische instituten (MPIGO’s), inbewaringstelling (IBS) en ondertoezichtstelling (OTS) – ik ga niet alle afkortingen afgaan. Het gaat mij vooral om de integriteit en de rechten van de internen die daar aanwezig zijn.

Aan het einde van de vorige legislatuur lichtte collega Daniëlle Vanwesenbeeck een zeer goede conceptnota toe ‘betreffende de verduidelijking van de rechten van internen en het kwaliteitskader van internaten’. Daarin had zij speciale aandacht voor de situatie van de kinderen en jongeren die vanwege een handicap of een beperking in zo’n internaat terechtkomen. In het recente jaarverslag van de kinderrechtencommissaris werd trouwens naar deze conceptnota verwezen en werden de uitgangspunten terecht genoemd.

Er zijn de afgelopen maanden een aantal specifieke casussen in de media verschenen. Ik focus mij nooit op individuele gevallen, dat is nooit een goede leidraad. Maar het toont wel aan dat het goed is om blijvende aandacht te hebben voor het kwaliteitskader en de rechten van de internen. Er rijzen nog altijd problemen en het is nog altijd onduidelijk bij wie ouders terechtkunnen met klachten daarover.

Minister, kinderen en jongeren die zich met een handicap of een beperking op een internaat bevinden, behoren tot een erg kwetsbare groep. Welke maatregelen zult u nemen om hun integriteit verder te garanderen?

Zorgbeleid op school, en zeker in het buitengewoon onderwijs, is gebaseerd op het zorgcontinuüm. Hoe kan ervoor gezorgd worden dat de begeleiding op het internaat veel meer in overeenstemming komt met de zorg en begeleiding die deze kinderen en jongeren op school krijgen?

Internaten moeten autonoom instaan voor beleid, preventie en aanpak van hun zorgbeleid. Er is geen zicht op het aantal klachten met betrekking tot de aantasting van de integriteit. Ik zei net dat er een aantal casussen bekend zijn. In welke mate kunt u de internaten, en in het bijzonder die voor het buitengewoon onderwijs, hierin ondersteunen en ervoor zorgen dat de klachten degelijk en efficiënt worden behandeld, zodat de ouders niet in het ongewisse blijven?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Er zijn inderdaad twee soorten internaten: de onderwijsinternaten en de voorzieningen. Hier gaat het over de voorzieningen. Daar heb je kinderen met een verhoogde hulpvraag die absoluut kwetsbaar zijn. Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de school, van het bestuur van het internaat en de school, om de integriteit van de kinderen te verzekeren.

Mijn opdracht bestaat er vooral in om in de randvoorwaarden te voorzien die kwalitatieve verzorging en begeleiding van deze kwetsbare jongeren mogelijk maken, en, ten tweede, ervoor zorgen dat de algehele kwaliteit in alle internaten verhoogt.

Daarom werken we aan de vernieuwing van een regelgevend kader voor de onderwijsinternaten, waar we toch met veel belanghebbende partners aan tafel schuiven. De kern van wat wij noemen het referentiekader voor internaatskwaliteit – opnieuw een afkorting, het RiK – bestaat uit 23 kwaliteitsverwachtingen waarover we het samen eens zijn en waarbij natuurlijk ook de interne leerling centraal staat. Het sluit aan bij de Kinderrechten.

De internaten met permanente openstelling (IPO’s) werken daarnaast ook met een kwaliteitskader, dat zich baseert op het decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de Jeugdhulp. Ik zal deze legislatuur verder investeren. Er is. een aparte budgettaire lijn, wel pas volgend jaar, voor de sector van de onderwijsinternaten. Een aangepast regelgevend kader, samen met een toename van middelen, moet resulteren in een verhoogde kwaliteit van zorg .

De internaten met permanente openstelling hebben reeds een transparante klachtenprocedure. Tijdens deze legislatuur laat ik mijn administratie bekijken hoe dat geëvolueerd is en of we deze procedure ook in de onderwijsinternaten kunnen doorvoeren.

Ik wil ook samen met mijn collega van Welzijn bekijken wat de rol is binnen onderwijs van deze medisch-pedagogische instituten van het GO! en de internaten met permanente openstelling. We hebben ter zake eigenlijk ook een passage, een heel duidelijke doelstelling, opgenomen in het regeerakkoord.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Misschien een vraagje: hebt u zelf ooit op internaat gezeten? Neen? Ik heb wel op internaat gezeten, een heel goed internaat. Ik heb absoluut geen klachten. Maar wat me wel altijd is bijgebleven, en wat ik nu pas besef, is dat dat internaat echt de levensomgeving van je jeugd is op dat moment, gedurende heel veel dagen, en voor de mensen waarover we het vandaag hebben, is dat voor het grootste stuk van hun jeugd. Het is echt belangrijk om ervoor te zorgen en echt goed op te volgen dat dit kwaliteitskader de rechten van de kinderen bewaart, en hun integriteit echt bewaard blijft.

Ik ben tevreden met uw antwoord dat u daar gaat kijken hoe we dat kunnen perfectioneren, hoe we daarvoor de bijkomende middelen efficiënt kunnen inzetten. Uw laatste punt is echt de essentie van de zaak, namelijk dat we de plaats van de instituten tussen Welzijn en Onderwijs de komende jaren definitief vastleggen, zeker op het einde van de transitieperiode, die in 2021 afloopt. Ze is dus nog eens verlengd voor drie jaar. Er moet echt duidelijkheid zijn over alle zaken die al opgenomen zijn in de beheersovereenkomst tussen het GO! en het agentschap Jongerenwelzijn, maar vooral ook over de financiering. We moeten ervoor zorgen dat ze de middelen hebben om ervoor te zorgen dat de zaken waar we het nu over gehad hebben, effectief kunnen afgedwongen worden.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Ik besef dat het hier inderdaad gaat over de voorzieningen voor kinderen met een verhoogde hulpvraag. Maar ik wou toch ook even de aandacht richten op de internaten die gekoppeld zijn aan Onderwijs, de gewone internaten, omdat er minder internaten zijn, die natuurlijk ook wel wat vlugger vollopen.

De gewone onderwijsinternaten krijgen ook meer en meer kinderen die uit kwetsbare gezinnen komen, dus kinderen die eigenlijk geplaatst zouden moeten worden, waarschijnlijk in een voorziening, maar toch terechtkomen in een gewoon internaat. Daar wou ik toch wel even de aandacht op vestigen, omdat we merken dat die internaten natuurlijk bepaalde ondersteuning niet krijgen. Zij krijgen uiteraard wel de ondersteuning die voor het onderwijsluik voorzien zijn, voor de kinderen die bepaalde SES-kenmerken (socio-economische status) hebben of voor andere zaken, waardoor in het onderwijs wel in een bepaalde ondersteuning wordt voorzien, maar die ondersteuning wordt niet doorgetrokken naar het internaat. Dus daar zitten, naast kinderen van ouders die drukke jobs hebben, zoals de foorreizigers en de schippers met onregelmatige werkuren, ook veel kwetsbare kinderen die toch wel bijzondere aandacht nodig hebben. Dat kunnen type 3-kinderen zijn, maar evengoed kinderen die eigenlijk zijn doorverwezen naar de kinderpsychiatrie.

Wat is nu het probleem? Er is daarvoor geen ondersteuning voorzien, maar daarnaast worden die leerkrachten ook vaak onthouden van belangrijke informatie. Omdat zij waarschijnlijk ook niet de juiste kwalificaties rond beroepsgeheim hebben, wordt er dikwijls heel veel precaire informatie over het kind zelf of over de thuissituatie niet meegedeeld aan de leerkrachten. Daardoor is het voor die leerkrachten soms heel moeilijk om te werken met die kinderen en begrijpen zij soms niet waarom het kind op bepaalde dagen zo onhandelbaar is.

U hebt in het regeerakkoord opgenomen dat bestaande verschillen tussen internaten moeten worden weggewerkt. Dit moeten we daarin meenemen. De gewone internaten die ook kwetsbare kinderen, kinderen die moeten worden geplaatst, in hun omgeving krijgen, moeten een bepaalde ondersteuning kunnen genieten vanuit de overheid.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mijnheer Vande Reyde, ik heb al veel gedaan, maar ik heb nog niet mogen proeven van het internaat. Ik ken wel iemand vrij goed die dat wél heeft gedaan, Theo Francken. Dat was wellicht niet in het kader van een verhoogde hulpvraag. (Gelach. Opmerkingen)

Dat is pas later gekomen. Het is nog vrij goed gekomen met die jongen. Maar hij zat op internaat in het Montfortcollege. Het ene internaat is het andere niet, mevrouw Krekels. Ik denk niet dat daar grote problemen waren.

Zoals u zelf terecht opmerkt, is het belangrijk om die internaten een plaats te geven. Er is het transitieproces dat al gestart is sinds 2012. Dat gaat gestaag, maar heel traag. We hebben problematieken inzake verschillende statuten van het personeel. Verder werken verschillende mensen in het kader van het onderwijs met een specifieke opdracht. Waar kunnen zij dan heen?

Mijn eerste bekommernis als minister van Onderwijs is dat alle categorieën van kinderen goed onderwijs krijgen. Ik wil er in de eerste plaats voor zorgen dat er voor die categorieën van kinderen die nog geen degelijk onderwijs krijgen – en zo zijn er toch nog wel, bijvoorbeeld in het kader van verplaatsing – extra middelen worden uitgetrokken.

Ik heb het genoegen dat ik kan rekenen op een budgettair groeipad. Voor dit jaar is er een eenmalig budget van bijna 0,5 miljoen euro, maar vanaf volgend jaar is dat 1,5 miljoen euro. En dat stijgt naar ongeveer 5 miljoen euro. Alles is relatief, maar er zijn wel voor het eerst extra middelen voor de internaten. Ik wil daarbij vooral volgende doelstelling realiseren: zorgen voor een goed onderwijs voor álle leerlingen, niet alleen de gegoeden, maar ook diegenen die wat tegenslag kennen.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik ga daar helemaal mee akkoord. Ik ben het enorm eens met uw antwoord en met de heel goede aanvullingen. Het gaat uiteindelijk over de rechten van het kind, over het belang van de kinderen. En die mogen niet ondergesneeuwd geraken door de zaken waarover we meestal bezig zijn: de institutionele kwesties. En zeker in dit geval is het heel duidelijk dat er een aantal aandachtspunten rijzen die te maken hebben met institutionele zaken die nog niet zijn afgehandeld en die inderdaad, zoals u terecht opmerkt, heel traag gaan.

Ik ben heel blij dat u benadrukt dat we het belang van het kind in de gaten moeten houden. Ik ben het daarmee volledig eens. We zullen hierop in de toekomst waarschijnlijk nog terugkomen in deze fijne commissie. Ik ben alvast heel tevreden met uw insteek daarover.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.