U bent hier

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, ik heb een redelijk korte vraag. We hebben het in de discussie over de beleidsnota’s gehad over het emissieoverschot in de periode 2013-2020. U hebt gezegd dat u een emissieoverschot zult boeken van 2 tot 6 megaton CO2, afhankelijk van de temperatuur in de winters en dergelijke. Ik denk dat we eerder aan de bovenkant van die vork zullen eindigen, de toestand een beetje kennende. Ik denk dat er nog weinig significante dalingen te merken zullen zijn voor 2019 en 2020.

We hebben eens bekeken wat dat emissieoverschot de Vlaamse overheid zou kosten. Aan de huidige prijzen van emissierechten kom je uit op een bedrag tussen de 48 en 147 miljoen euro, op basis van die 2 tot 6 megaton CO2 die overschiet.

In uw beleid legt u de nadruk op de betaalbaarheid van het klimaatbeleid, maar ik vrees dat het aanhoudende overschot aan emissies in die niet-ETS-sector (emissions trading system) net de druk op de betaalbaarheid en haalbaarheid dreigt te verhogen.

Het huidige klimaatbeleidsplan spreekt van een tekort van 3,8 megaton CO2 voor de periode van 2021 tot 2030. Berekend aan de hand van de huidige prijzen, komt dat neer op een bedrag van ongeveer 90 miljoen euro.

Ik heb daar een paar vragen over. Kunt u bevestigen dat die berekening min of meer – dus niet tot op de eurocent – klopt? Zullen we voor 2013-2020 inderdaad een kost hebben die tussen de 50 en 150 miljoen euro ligt, of slaan we de bal helemaal mis?

Wat is de impact hiervan op de begroting? Dat zijn namelijk wel belangrijke cijfers. Waar komen die middelen om dit te financieren vandaan?

Wanneer moet dat betaald worden? Ik neem aan dat dat is op het einde van de periode. Wil dat dan zeggen dat wij begin 2021 die rechten moeten aankopen?

Ten slotte zei u hier net dat het tijd is voor actie. U weet ook dat er een gat zit tussen de ambities in het klimaatplan en de doelstellingen van het klimaatplan. Zijn er al wonderoplossingen gevonden of wachten wij nog steeds op mirakels?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Dank u voor uw vraag, collega D’Haese. Ik ga op voorhand al zeggen dat ik u misschien ga teleurstellen wat de berekeningen betreft. U noemt daar een kost tussen de 48 en 147 miljoen euro. De experten en de diensten die daar fulltime mee bezig zijn, zeggen me dat het niet zo simpel is – helaas, ik kan daar ook niks aan doen. Ze hebben mij een zeer uitvoerig antwoord bezorgd. Er zijn heel wat factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Ik overloop met u het antwoord dat door de deskundigen van de administratie opgesteld is.

De inschatting die u geeft voor de kost van het aankopen van de benodigde kredieten om onze Vlaamse broeikasgasreductiedoelstelling 2013-2020 te behalen, is een overschatting. U spreekt van een kost tussen 48 en 147 miljoen euro. De prijsraming voor de aankoop van kredieten die u hanteert, lijkt me gebaseerd op de prijzen van Europese emissierechten in het EU-ETS. Deze prijs van emissierechten in het EU-ETS schommelt momenteel rond de 25 euro per emissierecht. In de periode 2013-2020 kunnen lidstaten, onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde limieten, echter ook gebruik maken van de zogenaamde Kyoto-eenheden om deze doelstelling te halen.

Er zijn dus verschillende types van kredieten die lidstaten kunnen hanteren om te voldoen aan de verplichtingen, elk met specifieke eigenschappen en specifieke prijzen. De marktprijs van Kyoto-eenheden ligt wel beduidend lager dan de emissierechten in het kader van het EU-ETS, waar u rekening mee houdt. Indien gerekend wordt met een prijs van dergelijke Kyoto-eenheden, zal de kostprijs dan ook lager uitvallen dan de bedragen die u vermeldt. Ook binnen deze Kyoto-eenheden zijn er nog verschillende types, elk weer met specifieke eigenschappen en ook specifieke prijzen. Dat werken met Kyoto-eenheden is dus een eerste belangrijk punt.

Maar Vlaanderen – en dat is de tweede –, zal ook niet voor het volledige tekort bijkomend kredieten moeten aankopen. Vlaanderen beschikt vandaag immers al over een bufferhoeveelheid aan kredieten van 2,3 miljoen eenheden. Deze buffer moet uiteraard in mindering gebracht worden van het tekort dat voor deze periode nog aangekocht zal moeten worden. De precieze omvang van het tekort aan niet-ETS-emissieruimte voor de periode 2013-2020 is momenteel nog niet gekend.

Verschillende onzekere elementen zullen nog een impact hebben op het uiteindelijke tekort, onder andere externe factoren zoals het aantal graaddagen en de economische conjunctuur in de laatste jaren van de periode. Er is ook nog onzekerheid over de exacte omvang van de Vlaamse emissies voor fluorhoudende gassen in onze emissie-inventaris. Op basis van voortschrijdend inzicht ontvingen we indicaties dat een bijsturing van de gehanteerde monitoringmethodiek voor deze emissies noodzakelijk is. Dit zal wellicht leiden tot hogere Vlaamse niet-ETS-emissies in de periode 2013-2020 in vergelijking met eerdere inschattingen. We moeten nog even afwachten wat de exacte omvang van die emissies zal zijn. Het laatste is daar dus nog niet over gezegd.

Vorige week, op 15 januari, heeft Vlaanderen in deze context een voorlopige emissie-inventaris gerapporteerd aan Europa op basis van een aangepaste berekeningsmethodiek voor deze fluorhoudende gassen. Op 15 maart zal Vlaanderen een definitieve emissie-inventaris rapporteren aan Europa. In deze definitieve inventaris kunnen we nog bijkomende informatie of opmerkingen van de Europese Commissie naar aanleiding van de voorlopige rapportering verwerken.

Er zal pas finaal duidelijkheid zijn over de impact van deze aangepaste berekeningsmethodiek wanneer de Europese Commissie de Vlaamse emissie-inventaris aanvaard. Die duidelijkheid komt er tegen de zomer. Op basis van de finale cijfers zal ik in het najaar een voortgangsrapport publiceren over de evolutie van de Vlaamse niet-ETS-emissies in de periode 2013-2020.

In het verleden heb ik gesproken over een tekort aan emissieruimte in de periode 2013-2020 in de vork tussen de 2 megaton en 6 megaton CO2-equivalenten. Op basis van de voorlopige cijfers, rekening houdend met de aangepaste berekeningsmethodiek voor fluorhoudende gassen, zal het uiteindelijke tekort over de periode 2013-2020 eerder in de vork tussen 5 à 7 megaton CO2-equivalenten uitkomen. Zoals gezegd zal ik hierover meer duidelijkheid scheppen en alle cijfers publiceren, zodra Europa onze definitieve emissie-inventaris heeft aanvaard.

Rekening houdend met de verschillende onzekerheden – de omvang van het tekort – en de keuzes die nog gemaakt moeten worden – het type kredieten dat we zullen aankopen – kunnen we vandaag nog geen exacte raming geven van de kostprijs voor de aankoop van de benodigde kredieten, maar het zal in elk geval veel lager zijn dan de bedragen die u vernoemt.

Ik zal eerst de verschillende mogelijkheden en types van kredieten om het tekort aan te zuiveren grondig analyseren en vervolgens een onderbouwde beslissing nemen hierover. Wat de financieringsbron betreft, is decretaal voorzien dat de aankoop kan gebeuren met middelen uit het Vlaams Klimaatfonds.

De datum van de aankoop van de emissierechten hangt af van verschillende factoren, zoals het precieze moment waarop we met een tekort geconfronteerd zullen worden, alsook het moment waarop we de huidige buffer inzetten. Op basis van de meest recente prognoses gaan we ervan uit dat de rechten ten vroegste in de tweede jaarhelft van 2021 voorhanden moeten zijn. Meer waarschijnlijk is dat ze pas ingezet zullen moeten worden in 2022.

Voor de periode 2021-2030 zitten we, zoals u zegt, nog niet aan de 35 procentdoelstelling. Met de huidige maatregelen bereiken we een reductie van 32,6 procent.

Vlaanderen en de Vlaamse Regering streven ernaar om de doelstelling tegen 2030 te blijven hanteren in de niet-ETS-structuren. Ik hoop dat we de komende jaren door versneld in te zetten op en de versnelde doorzetting van circulaire economie ook verder inzetten op dat innovatiepad, samen met het federaal flankerend beleid. We hebben een aantal zaken mee opgenomen in het nationaal plan waarvan we hopen dat dat voor de nodige CO2-uitstootreductie kan zorgen. Verder is er ook de doorvertaling van bijkomend Europees instrumentarium.

Zoals gezegd bij de vorige vraag, zal er een afsprakenkader komen dat gemonitord zal worden. Los van het federaal flankerend beleid, dat gaat over de vergroening van bedrijfswagens maar ook bijvoorbeeld de kostprijs van het slopen, is er misschien ook de doorvertaling van het Europees instrumentarium. Als het dan nog nodig is, zullen we nog bijkomende maatregelen moeten nemen. Wel belangrijk is dat, in het geval het allemaal niet loopt zoals we willen, we voorzien hebben dat we een beroep kunnen doen op de flexibiliteit die voorzien is via de Europese regelgeving. We hebben dat ingeschreven in het nationaal plan als een vorm van verzekeringsmechanisme. Ik wil dat onderstrepen. De bedoeling is niet om niets te doen en dan die flexibiliteit in te roepen. We hebben als goede huisvader gezegd dat we net zoals andere landen wel moeten voorzien om eventueel een beroep te kunnen doen op die flexibiliteit. Maar als u het mij vraagt, zal dat maximaal beperkt zijn en het liefst van al niet gebeuren. Het is eerder het verzekeringsprincipe. Ik vind dat we echt wel werk moeten maken van die 35 procentdoelstelling, omdat ik denk dat die haalbaar is.

De heer D'Haese heeft het woord.

Minister, dank u voor het antwoord. Er is goed en slecht nieuws. Ik was wat te negatief in mijn berekening. Dat is heel goed nieuws voor de Vlaamse begroting. Het slechte nieuws is natuurlijk wel dat de vooruitzichten nog slechter zijn dan we al dachten. Het ziet ernaar uit dat het gat nog groter zal zijn dan we dachten. Dat is dus net iets minder goed nieuws.

Ik verwacht uiteraard geen exacte raming. Maar als u een vork hebt van 5 tot 7 megaton overschot en als er nog wat flexibiliteit zit op welke mechanismen u juist kunt inzetten, dan neem ik aan dat u dan ook een vork moet kunnen geven tussen welke bedragen die kost moet kunnen liggen. Dat mag van mij relatief breed zijn, maar ik ben heel geïnteresseerd over welke grootteorde het gaat. Gaat het over een grootteorde van tientallen miljoenen euro’s, zoals ik hier heb neergepend, wat niet juist is en waarvoor ik heel blij ben? Gaat het over een grootteorde van honderdduizenden euro's, van miljoenen euro’s of tientallen miljoenen euro’s? Dat interesseert mij zeer, aangezien het gaat over onze begroting, waar deze regering toch zo precies over is.

Ten slotte ben ik niet geheel verbaasd, maar toch wel wat verbouwereerd dat we dat geld uit het Klimaatfonds moeten gaan halen. Het Klimaatfonds is het enige fonds dat u hebt om klimaatbeleid mee te voeren. We hebben het begrotingsbesluit bij het klimaatplan gezien. Daar staat letterlijk in dat er geen extra fondsen gemobiliseerd worden. Die moeten nog allemaal aangevraagd worden als die nodig zijn. De enige fondsen die u hebt om klimaatbeleid te voeren, komen uit dat klimaatplan. U gebruikt het gros van die fondsen al om energie-intensieve bedrijven te gaan subsidiëren en nu gaat u het overschot blijkbaar nog inzetten om onze schuld uit het verleden af te kopen. Ik vraag me af welke ruimte er dan nog overblijft om effectief klimaatbeleid te voeren. Het is de vraag of we niet beter klimaatbeleid zouden voeren met klimaatgeld dan dat we dat geld investeren in het afkopen van schulden uit het verleden.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Minister, het is toch wel een discussie waard om een zicht te krijgen op wat nu juist de mogelijke kost zal zijn. Wat ons betreft, is elke euro die we daaraan uitgeven, een verloren euro. We zouden ze echt willen uitgeven aan beleid natuurlijk.

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) heeft ook een berekening gemaakt en duidelijk gemaakt dat die berekening een raming was. Maar zij komen tot een nog veel hoger bedrag. Ze spreken over het aankopen van hun buitenlandrechten rond de groenestroomdoelstelling. Ze spreken verder over een mogelijke inbreukprocedure, die ook tot kosten zou kunnen leiden, met mogelijk een boete van meer dan 70 miljoen euro. En zo komen ze in totaliteit tot een nog veel hoger bedrag, van meer dan 400 miljoen euro.

Ik vraag u om duidelijkheid op dat vlak. Men erkent van die elementen dat de factuur er mogelijk aan komt. Net als collega D’Haese ben ik verbaasd dat die middelen uit het Klimaatfonds zullen komen. Ik volg hem daarin voor 200 procent. Het is de enige post waarvan de Vlaamse Regering expliciet zegt dat ze die wil gebruiken voor klimaatbeleid. En momenteel wordt het eigenlijk vooral gebruikt om het niet voeren van een klimaatbeleid te bekostigen. Dit is echt de omgekeerde wereld.  

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik ben verwonderd dat men verwonderd is. Het is niet plots gisteren vastgesteld dat we er niet zouden geraken. Reeds jaren geleden hebben wij en onze partij erop gewezen dat we moesten opletten en dat we moesten kijken naar de impactanalyse van de ambitieuze doelstellingen die worden vooropgesteld. De impactanalyses die we hebben opgevraagd,  zijn er niet. Ook de impactanalyses die we hebben opgevraagd bij Europa, zijn er niet. En nu is het plots van: ‘Oei, we hebben een schuld.’ Sorry, maar het feit dat we tonnen CO2 te kort zouden hebben of te veel zouden uitstoten, is niet nieuw. Dat is al jaren geweten, als ik het zo mag uitdrukken. Ik ben dus eigenlijk verwonderd over jullie verwondering.

Daarover ben ik niet verwonderd, want we hadden inderdaad al een tijdje gezien dat die cijfers eraan komen. Aan de andere kant weten we ook dat we ze nog niet vandaag moeten betalen en dat er dus minstens theoretisch nog mogelijkheden zijn om dat bedrag zo klein mogelijk te houden. Of het nu uit het Klimaatfonds, uit de algemene middelen of waar dan ook komt: het komt altijd van de Vlaamse belastingbetaler. Als je alleen maar naar de discussie van vandaag kijkt, of het nu gaat over elektrische mobiliteit, over woningrenovatie of over een hoop andere investeringen: daarvoor hebben we allemaal geld te kort, terwijl we weten dat het eigenlijk zou helpen om deze kost te verlagen en om de kwaliteit van leven te verbeteren.

Minister, zou het niet veel nuttiger zijn dat de Vlaamse Regering wat ambitieuzer is in het uitgeven van middelen voor de dingen die in Vlaanderen het leven kunnen beteren in plaats van Vlaams belastinggeld te dragen naar anderen die wel inspanningen hebben geleverd? Indien dat uw ambitie is, wil ik mij daar graag bij aansluiten. Maar dan mag de lat wel wat hoger liggen dan ze vandaag ligt in het Vlaamse beleid.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Met dat laatste ben ik het eens, mijnheer Tobback. Liever investeren in Vlaanderen dan achteraf betalen. Daarmee ben ik het eens. Maar de doelstelling voor die periode 2013-2020 is er niet. En dan moet er natuurlijk worden betaald, om toch tegemoet te komen aan die doelstelling. Ik moet dat gewoon doen.

Mijnheer D’Haese, zelfs die 48 miljoen euro is heel veel. Ik kan nog niet exact zeggen welk bedrag, want als het achteraf weer niet goed is, zou u kunnen verwijzen naar het bedrag dat ik vandaag zou hebben vernoemd. De mensen die ermee bezig zijn, zeggen dat zelfs dat bedrag te hoog is. De decreetgever heeft inderdaad gezegd dat het bedrag uit het Klimaatfonds zal komen.

Ik wil graag iets onderstrepen. Ik heb de cofinanciering voorgesteld. Die bestond voordien niet. We zijn nu overeengekomen dat we het budget van het Klimaatfonds verdubbelen. Het is de bedoeling dat de ministers, wanneer ze voor een bepaalde maatregel een beroep doen op het Klimaatfonds, ook binnen hun eigen domeinen fiftyfifty neertellen. Dat zal ook aan bod komen in het afsprakenkader. Zo zal ik ook vanuit mijn Energiefonds aan klimaatbeleid doen.

Alle ministers zullen dan moeten kijken hoe ze hun maatregelen gaan realiseren, want het Klimaatfonds zal daar inderdaad niet voldoende voor zijn. Dat zal verder bekeken moeten worden. Maar het is goed dat we die cofinanciering al hebben ingevoerd. Dat is een goed begin, maar we zijn er helaas nog niet.

De heer D’Haese heeft het woord.

In alle verwondering slaat de heer Gryffroy de bal natuurlijk wel helemaal mis. Hij is eventjes niet aan het luisteren, maar dat is niet erg. Het probleem zijn niet onze klimaatdoelstellingen, mijnheer Gryffroy. Zowat de hele wereld is ervan overtuigd dat die te laag liggen. Het probleem is jullie klimaatbeleid. (Opmerkingen van Andries Gryffroy)

U hebt ook op mij gereageerd. Dan mag ik toch wel iets terugzeggen, zeker? Wat is dat nu voor een lichtgeraaktheid?

Het probleem zijn niet de doelstellingen, maar wel het beleid dat die doelstellingen niet haalt. Dat is het probleem.

Minister, ik ben heel geïnteresseerd in de technische kanten van de zaak. Is het mogelijk om die door te sturen, zodat we daar zelf eens kunnen doorgaan? Dan kunnen we eens bekijken hoe dat juist werkt. Alvast bedankt, en ook bedankt voor uw antwoord.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.