U bent hier

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, de voorbije zomers en vooral de zomer van 2018 kenden we in Vlaanderen een lange periode met hoge temperaturen en aanhoudende droogte. Experten voorspellen dat deze situatie zich in de toekomst vaker zal voordoen onder invloed van de klimaatverandering. Als we kijken naar de waterbeschikbaarheid per persoon, bengelt Vlaanderen helemaal onderaan de lijst van landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Vorige zomer heeft iedereen dat gevoeld.

Bij het begin van vorige zomer werd een droogtecommissie opgericht, die instaat voor de coördinatie van en het overleg over droogtemaatregelen. Zij adviseerde vorige zomer ook over bepaalde waterbesparende maatregelen. Daarbij bleek dat verschillende gemeenten of provincies soms hun eigen communicatie voerden, los van het advies. Er is een eerste evaluatierapport van de droogtecommissie gemaakt, een finaal rapport komt nog deze maand.

De regering is ondertussen ook bezig met een droogteplan/waterplan, dat er allicht nog dit voorjaar moet komen. Op 28 februari was alvast een overlegmoment gepland met de leden van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), om feedback te geven over de consultatie van het voorontwerp van dat plan.

Op 21 februari vernamen we dat de provincie Limburg de opdracht heeft gegeven aan experten van de Bodemkundige Dienst, KU Leuven en VUB om alle waterbronnen te inventariseren, evenals het verbruik en de mogelijk nog grotere behoefte. Die informatie wordt vervolgens in een model gegoten, de zogenaamde waterbalans, die de provincie zal toelaten om in tijden van schaarste het weinige water optimaal te bestemmen. Zo wil men stoppen met het ‘nattevingerwerk’ en wordt de Limburgse aanpak ‘maatwerk’.

Het instrument moet het in de toekomst mogelijk maken om bij schaarste de juiste prioriteiten te geven aan het weinige beschikbare water. Op lange termijn moet de waterbalans ook een hulpmiddel zijn voor een adaptief en mitigerend klimaatbeleid en voor het waterrobuuster maken van de provincie Limburg.

Het plan komt er ook opdat de adviezen van de Vlaamse droogtecommissie voor heel Vlaanderen zouden gelden en geen onderscheid zouden maken tussen provincies en binnen eenzelfde provincie.

Minister, hoe staat u tegenover dit Limburgs initiatief?

In welke mate is dit te rijmen met het werk van de Vlaamse droogtecommissie en de opmaak van een droogteplan voor Vlaanderen?

In welke mate kan het toekomstig droogteplan tegemoetkomen aan de regionale en lokale verschillen in Vlaanderen? Is er ook feedback van gekomen tijdens de consultatieronde?

Zal dit aspect bij de finale evaluatie van de droogtecommissie ook mee in rekening worden gebracht?

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Collega De Vroe, ik dank u voor uw vraag.

Het is absoluut belangrijk dat we, naar aanleiding van de droogte van vorig jaar, investeren in kennisopbouw. Om het droogteplan verder te verfijnen, is het goed dat in Vlaanderen zoveel mogelijk aan kennisopbouw rond waterschaarste en droogte wordt gedaan. Ik sta dan ook heel positief tegenover het Limburgs initiatief, dat de vraag, het aanbod en de behoefte aan water in de Oostgouw van Vlaanderen zal analyseren, als basis voor de uitwerking van structurele maatregelen en van een afwegingskader voor prioritaire watergebruiken. Uiteraard is het essentieel dat dergelijke initiatieven passen binnen het ruimere kader voor het beheer van waterschaarste en droogterisico dat op Vlaams niveau uitgetekend wordt.

Ik zal er dan ook bij de betrokken partijen op aandringen dat de afstemming met initiatieven op Vlaams niveau bewaakt wordt en dat de Vlaamse diensten betrokken worden bij deze studie, zodat gegarandeerd wordt dat de meer lokale inschatting voor Limburg past in de inzichten op de schaal van Vlaanderen.

Op uw tweede vraag is het antwoord dat dit past binnen de mogelijkheid om Vlaamse initiatieven aan te vullen of te verfijnen met lokale en regionale initiatieven. Ook wat de werking van de droogtecommissie betreft, wordt uitgegaan van het principe van subsidiariteit, waarbij lokale aspecten behandeld worden binnen de provinciale crisisoverlegfora en waarbij de droogtecommissie voornamelijk instaat voor coördinatie en afstemming, en provincie-overschrijdende aspecten behandelt. 

Het toekomstige actieplan droogte betreft een actieplan met kortetermijnacties voor de periode 2019-2021. Doelstelling is om een aantal quick wins te realiseren in de aanloop naar de stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027. Het gaat om acties die kunnen ondergebracht worden in vier groepen: van kennisopbouw, van richtlijnen en regelgeving, van communicatie en tot slot van innovatie.

Regionale en meer lokale aspecten komen in het actieplan aan bod in de vorm van initiatieven van lokale waterbeheerders en gemeenten, waaronder de opmaak van een Limburgse waterbalans. Op 28 februari overlegden een twintigtal experten over het actieplan. Ook tijdens dat overleg is gesteld dat waterbalansmodellen op verschillende detailniveaus nodig zijn om de watervraag en het wateraanbod beter op elkaar te kunnen afstemmen. Dergelijke waterbalansmodellen vragen een gecoördineerde aanpak van monitoring en kennisverwerving, van het samenbrengen van de kennis en data die bij de verschillende actoren aanwezig zijn, en van het openstellen van die data.

Het evaluatierapport beveelt een optimalisatie van het crisisbeheer aan op basis van de ervaringen met de droogte en waterschaarste van vorig jaar. Daarbij is voorzien dat de verdere uitwerking en optimalisatie van het draaiboek ‘Crisisbeheer bij waterschaarste en droogte’ met de betrokkenheid van de federale diensten van de gouverneurs gebeurt. Ook wordt bekeken of een uitbreiding van de droogtecommissie met een vertegenwoordiging van alle federale crisisdiensten van de gouverneurs via een taskforce betere garanties biedt voor de inbreng van lokale aspecten en voor de wederzijdse afstemming. Verder zullen afspraken gemaakt worden over de verfijning van de eenduidige communicatie voor, tijdens en na crisissituaties. Het aangepaste draaiboek zal voorgelegd worden aan de vergadering van juni van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW).

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, dank u voor uw reactie. Het is inderdaad een goede zaak dat er op het lokale niveau heel wat initiatieven genomen worden, dat er kennisopbouw is. Het is aan de andere kant ook heel belangrijk dat er betrokkenheid is, en dat er een afstemming is tussen de lokale initiatieven en de Vlaamse initiatieven. Het allerbelangrijkste is uiteraard dat die stukken als puzzelstukken mooi in elkaar moeten passen, en dat er langs beide kanten goed wordt samengewerkt. Dat wilde ik gewoon nog even meegeven, maar ik wil u hartelijk danken voor uw bijkomende informatie en verduidelijkingen. 

De heer Danen heeft het woord.

Minister, dank u wel voor de bekommernis voor het water in de provincie Limburg. U zegt in uw antwoord dat u stimuleert, of het goed vindt, dat er aan kennisopbouw gedaan wordt wat water betreft. Vraag en aanbod, dat is natuurlijk van primordiaal belang. Maar begrijp ik dan dat die kennis er voor de andere provincies is, of zult u bij de andere provincies ook aansturen op dergelijke initiatieven? Ik ben er natuurlijk voorstander van dat, als het over cruciale, strategische zaken zoals waterbevoorrading gaat, iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, maar het zou toch heel vreemd overkomen als enkel de provincie Limburg hiermee een probleem zou hebben en de andere niet. Ik heb immers de discussies hierover heel goed gevolgd de voorbije jaren, toen er een probleem van droogte was. Het water is nog niet helemaal aangevuld, ondanks de hevige regenval van de laatste weken. Er zullen dan echter nog provincies zijn die met problemen kampen.

Minister, uw voorganger heeft toen ook gezegd dat er een droogtecoördinator aangesteld is. Is het dan niet de taak van die droogtecoördinator om dit soort initiatieven te coördineren? 

Coördineren houdt nu eenmaal in dat je op die plekken waar dingen ontstaan, probeert de dingen samen te brengen en probeert daar iets beters van te maken. Is het niet de taak van de droogtecoördinator om die coördinatie op zich te nemen? Het is belangrijk om alle initiatieven in Vlaanderen op een goede manier te coördineren zodat er geen kennis verloren gaat. Ik denk dat de kasten van de diverse bestuursniveaus vol liggen met allerhande studies waar weinig mee gedaan is. Als het over water gaat, moeten we er echt voor zorgen dat die zaken niet verloren gaan en op een optimale manier worden gebruikt.

Ik heb dus twee concrete vragen. Wat gaat u met de andere provincies doen? Is het niet de taak van de droogtecoördinator om dit alles te coördineren?

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Elke Wouters (N-VA)

Voorzitter, minister, collega's, we kunnen er niet langer omheen dat het klimaat verandert en dat de kans op waterschaarste elke zomer groter lijkt te worden. We wachten al heel lang op een allesomvattend droogteplan of, zoals onze partij vraagt, een waterplan. Dat is er vandaag nog steeds niet. Ik vind het daarom zeker niet slecht dat men in Limburg de vlucht vooruit neemt en zelf gaat kijken wat er nodig is om waterschaarste te vermijden door de jaren heen. Ik dacht dat de studie zelfs kijkt tot in 2100, dus nog wel een aantal jaren verder.

Het was voor mij ook essentieel om te weten of het droogteplan op Vlaams niveau de provinciale verschillen uitgebreid in kaart zal brengen en in een aanpak op maat zal voorzien. De Vlaamse droogtecommissie heeft dit tot op vandaag nog niet gedaan. Uit uw antwoord leid ik af dat dat niet de bedoeling is. Het initiatief in Limburg lijkt me zeker nuttig. Ik kan me alleen maar aansluiten bij de vraag van de heer Danen. Ik ben namelijk een voorstander van de studie die de provincie Limburg nu besteld heeft. Het zou zeker niet slecht zijn als de andere provincies hierin zouden volgen. Minister, hoe staat u hier tegenover?

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Het is hartverwarmend dat een collega van de N-VA een provinciale werking stimuleert, aanmoedigt en noodzakelijk vindt. Dank u wel mevrouw Wouters. Grapje, mijnheer Vandaele. U moet niet zo ernstig kijken. (Gelach)

Mijnheer Tobback, u hebt dat toch ook gehoord? (Opmerkingen van Bruno Tobback. Gelach)

Collega Danen, het zou absoluut een meerwaarde zijn dat elke provincie dat zou doen. In West-Vlaanderen worden er ook initiatieven genomen, ook onder stimulans van actieve polders en wateringen. Wij hebben er een minder goede kijk op of de andere provincies dat doen maar we sluiten niet uit dat dergelijke initiatieven worden genomen.

Kennisverwerving is absoluut mee opgenomen in het droogteplan, in een coördinerende rol. Dan is natuurlijk de vraag hoe ver het staat met het droogteplan. Dat is een van de allereerste vragen die ik ooit heb moeten beantwoorden. Ik zal misschien nog even kort zeggen wat er in februari allemaal is gebeurd. Eind januari werd een actieplan door de VMM rondgestuurd aan de brede waaier van betrokkenen en stakeholders in de CIW. Die konden tot 15 februari antwoorden en feedback en suggesties geven. Op 28 februari is er dan een inhoudelijke bespreking gekomen over de hoofdlijnen ervan. Er is een vergadering geweest met een twintigtal vertegenwoordigers. Dat is allemaal verwerkt en – goed nieuws! – heel recent is het droogteplan vanuit de VMM bij ons op het kabinet gekomen. We gaan zo spoedig mogelijk de bespreking daaromtrent opstarten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.