U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, op 8 februari kregen meer dan 900.000 gezinnen – 1,6 miljoen kinderen – voor de eerste keer het Groeipakket uitbetaald.

Dankzij de herziening van de kinderbijslag en de eigen accenten die Vlaanderen daaraan heeft gegeven met de invoering van het Groeipakket, krijgt 1 op de 5 gezinnen een sociale toeslag. Het gaat om ruim 152.000 kinderen die in het oude systeem geen recht hadden op een sociale toeslag, maar nu dus wel. Vroeger was die toeslag gekoppeld aan het socioprofessioneel statuut van de ouders. Dit werd bewust veranderd. We herinneren ons allemaal de discussies daarover nog wel tijdens de commissievergaderingen waarin het ontwerpdecreet werd behandeld.

Voortaan is het gezinsinkomen bepalend voor de berekening van een eventuele sociale toeslag. Dat betekent dat voortaan ook werkende ouders met een laag inkomen recht hebben op zo’n toeslag. Uit de cijfers blijkt dat bijna 20 procent van de gezinnen recht heeft op zo'n toeslag. In het oude systeem was dat maar 10 procent. Deze cijfers maakte het Vlaams Agentschap tot Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG) bekend.

Andere toeslagen die in het Groeipakket zijn opgenomen, zijn de zorgtoeslag, die als doel heeft om wezen, halfwezen, pleegkinderen en kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte extra te ondersteunen.

Op 20 februari zal ook voor het eerst de kleutertoeslag worden toegekend – dat is ondertussen dus gebeurd – aan ouders van wie de 3- of 4-jarige zoon of dochter voldoende dagen naar de kleuterschool is geweest. Die toeslag bedraag momenteel 132,6 euro per jaar. 10.783 kinderen zouden daar recht op hebben.

Het Groeipakket voorziet ook in een schooltoeslag. Kinderen vanaf 3 jaar die Nederlandstalig onderwijs volgen in Vlaanderen of Brussel, kunnen rekenen op een jaarlijkse schooltoeslag als het inkomen van de ouders voldoet aan de inkomensvoorwaarde. De schooltoeslag vervangt de schooltoelage.

Ook de kinderopvangtoeslag valt voortaan onder het Groeipakket. Die wordt toegekend aan wie gebruikmaakt van Nederlandstalige kinderopvang in Vlaanderen of Brussel en niet betaalt op basis van het inkomen.

Minister, het decreet op het Groeipakket impliceert een heel grote transitie. Meermaals kwam in de commissie aan bod dat de omschakeling een huzarenstuk was, gelet op het feit dat op hetzelfde moment zoveel gezinnen een correcte uitbetaling van de bedragen waarop zij recht hebben, moeten krijgen. Kunt u toelichting geven bij de manier waarop die omschakeling is verlopen?

Volgens de gegevens meegedeeld door het Vlaams Agentschap tot Uitbetaling van Toelagen krijgen maar liefst 152.000 kinderen die in het oude systeem geen recht hadden op een sociale toeslag, die nu wel. Een verklaring is dat de sociale toeslagen voortaan gebaseerd zijn op het inkomen en niet op het socioprofessioneel statuut van de ouders. Zijn er nog andere verklaringen?

Is het cijfer van 152.000 kinderen die vroeger geen recht hadden op de sociale toeslag en die nu wel krijgen, conform de prognoses die werden opgemaakt bij de totstandkoming van het Groeipakket? Zo nee, in welke zin wijken die cijfers af en wat kan de verklaring daarvoor zijn? Op welke manier wordt gegarandeerd dat gezinnen die recht hebben op een toeslag, die ook effectief ontvangen, en dat zo onderbescherming wordt tegengegaan?

Hebt u cijfers over het aantal gerechtigden op een wezen- of halfwezentoeslag? Hoeveel gezinnen en kinderen hebben recht op een sociale toeslag voor het opvangen van een pleegkind? Hoeveel gezinnen en kinderen hebben recht op een sociale toeslag voor een kind met een handicap of aandoening? Hoeveel gezinnen en kinderen hebben recht op een kinderopvangtoeslag, een kleutertoeslag en/of schooltoeslag?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega, de invoering van het Groeipakket is inderdaad een huzarenstuk. Een belangrijke mijlpaal en een test lag op 8 februari laatsleden, want dan moest inderdaad voor de eerste keer het Groeipakket op de rekening van de Vlaamse gezinnen worden gestort.

Die transitie is volgens plan verlopen dankzij een degelijke voorbereiding. In december 2018 zijn de kinderbijslagdossiers succesvol overgezet vanuit de federale kinderbijslagfondsen naar de Vlaamse uitbetalingsactoren. Vanaf 2 januari 2019 zijn er al tussentijds betalingen uitgevoerd in de vorm van startbedragen en regularisaties. Die regularisaties slaan uiteraard voornamelijk op rechtzettingen van de vorige jaren, die onder de toepassing van de Algemene Kinderbijslagwet ressorteren.

Enkele dagen voor 8 februari is vanuit de systemen een betaalbestand klaargezet waarmee de gezinnen op 8 februari hun Groeipakket ontvangen hebben. De betalingen zijn stipt uitgevoerd, zoals ook bevestigd in de reacties door gezinnen en onder andere de Vlaamse ombudsman op 8 februari. Er is een Groeipakket uitbetaald voor 917.222 gezinnen of 1.619.799 kinderen. Na de betaling is er een technisch probleem opgedoken in de betaalmotor. Die technische problemen zijn ondertussen opgelost. Met de leverancier van de servers wordt nu bekeken hoe de problemen in de toekomst structureel kunnen worden vermeden.

Automatische en correcte rechtentoekenning is de belangrijkste prioriteit, en zo ook voor de toekenning van de sociale toeslagen. Die zijn automatisch toegekend op basis van de inkomstengegevens van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. Enkel het gezinsinkomen, en bij de toepassing van het nieuwe Groeipakket ook de gezinsgrootte, spelen een rol bij de toekenning van sociale toeslagen. Dit zijn de enige criteria en bijgevolg verklaringen voor de 152.261 extra kinderen met een sociale toeslag. Dit komt dus ten goede van de werkende arme gezinnen die tot vorig jaar niet in aanmerking kwamen voor een sociale toeslag.

Om ervoor te zorgen dat deze extra kinderen en gezinnen automatisch deze sociale toeslag kregen, is er vertrokken van gegevens opgevraagd eind 2018 door de federale kinderbijslagfondsen. Die gegevens zijn verrijkt met geactualiseerde gegevens over wijzigingen in de gezinssituatie en met gegevens over het inkomen. Bij de betalingsberekening is op die manier maximaal ingezet op de automatische rechtentoekenning.

Daarnaast is er ook een alarmbelprocedure beschikbaar voor de sociale toeslag. Wanneer gezinnen vaststellen dat hun inkomen gedaald is, maar dit nog niet gebleken is uit hun fiscale gegevens, kunnen ze gebruikmaken van deze alarmbelprocedure om alsnog een sociale toeslag te verkrijgen.

Verder zullen we ook de gegevens van de kinderopvang, het onderwijs en het rijksregister gebruiken om onderbescherming te vermijden, zodat elk gezin krijgt waar het recht op heeft.

Wat de prognoses voor de sociale toeslag betreft, kunnen we bevestigen dat het cijfer van 152.000 kinderen in lijn lag van de verwachtingen die gehanteerd werden bij de begrotingsopmaak van 2019. We moeten voorzichtig zijn met al te sterke vaststellingen, aangezien dit enkel de eerste uitbetaling betrof. Maar we merken dat er door de verwerking van de fiscale gegevens eind 2018 wat minder kinderen dan verwacht met een sociale toeslag uit het oude systeem zijn overgedragen, terwijl er nu een aantal kinderen meer dan verwacht sociale toeslagen bij krijgen. Mogelijk fluctueren de gegevens nog wat in de komende maanden, maar algemeen ligt dit zeker binnen de verwachtingen. Deze evolutie zal ook worden opgevolgd binnen het monitoringcomité dat werd opgericht, in het bijzonder om dergelijke evoluties op te volgen.

Tot slot geef ik u nog een aantal cijfers mee over de andere toeslagen in het Groeipakket, gebaseerd op de eerste betalingen in januari. Deze cijfers zullen dus zeker nog evolueren. Er zijn 89 kinderen in 57 gezinnen die de halfwezentoeslag ontvingen. Er is geen enkel kind dat de vollewezentoeslag uit het Groeipakket ontving. Daarnaast zijn er ook nog 18.983 kinderen in 12.975 gezinnen die de verhoogde wezenbijslag uit de Algemene Kinderbijslagwet kregen. 2785 kinderen in 2244 gezinnen ontvingen een pleegzorgtoeslag. 35.696 kinderen in 32.841 gezinnen kregen een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte. Er werden 10.783 kleutertoeslagen uitbetaald en op basis van de registraties in de niet-inkomensgerelateerde kinderopvang hebben 22.479 kinderen recht op een kinderopvangtoeslag.

De schooltoeslag is pas in voege vanaf het schooljaar 2019-2020. Cijfers zullen dan ook pas beschikbaar zijn.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik wil onze appreciatie uitdrukken voor de manier waarop die transitie is verlopen. Het is een huzarenstuk. Dat stond zo in mijn vraag, en u hebt dat woord ook gebruikt. Het is hier voorafgaandelijk ook meermaals zo gezegd in de commissie. Heel die omzetting, ervoor zorgen dat voor al die kinderen, in al die gezinnen, die betaling op de juiste datum kon gebeuren, met de toeslagen: ik denk dat we er alleen maar heel veel appreciatie voor kunnen opbrengen dat dat inderdaad op deze manier is verlopen.

We vinden het ook heel goed dat er voor zoveel meer kinderen een toeslag wordt uitbetaald. Want dat was natuurlijk ook een van de doelstellingen van het decreet: niet meer die koppeling aan het socioprofessioneel statuut, maar wel aan het inkomen. En dat zal zich in de toekomst alleen maar verder doorzetten.

U hebt verder nog een belangrijke doelstelling genoemd, namelijk de automatische rechtentoekenning. Niet langer geleden dan vorige week woensdag is in de verenigde commissies Onderwijs en Welzijn het decreet goedgekeurd dat de technische vertaling is in verband met de schooltoeslagen. Ook daar wordt natuurlijk ingezet op die automatische rechtentoekenning.

U hebt een aantal cijfers genoemd. We zullen zien hoe die in de toekomst verder evolueren.

Wat mij wel even de wenkbrauwen deed fronsen, was dat u zei: ‘Enkele dagen na de eerste uitbetaling is er een technisch probleem geweest. Gelukkig is dat snel opgelost. Maar we gaan toch na hoe dat kan worden voorkomen.’ Want dat toont toch aan hoe fragiel een en ander mogelijk is. En het is natuurlijk essentieel dat die betalingen ook in de toekomst op een correcte manier en op de juiste data blijven gebeuren. Maar dat geldt natuurlijk niet alleen voor dit systeem, maar voor alle systemen die afhankelijk zijn van dergelijke technologie.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

In de eerste plaats wil ik aansluiten bij de woorden van appreciatie ten aanzien van al diegenen die die transitie op het terrein mee mogelijk hebben gemaakt: de administratie, ICT enzovoort. Want het gaat inderdaad om heel veel gezinnen. En voor heel veel gezinnen is dat Groeipakket, die kinderbijslag, een bijzonder belangrijk gegeven. Het is een van de buffers die ons in vergelijking met het buitenland een goede positie opleveren op het vlak van herverdeling en de werking van sociale stelsels.

Maar u kent onze kritiek, minister. En dat is meteen mijn bijkomende vraag. We vinden dat er, met de inzet zoals die gekozen is, eigenlijk te weinig vooruitgang wordt geboekt als het gaat over het bestrijden van kinderarmoede. Het gaat soms niet alleen over te weinig vooruitgang boeken met de middelen die worden ingezet, soms gaan groepen erop achteruit. En daarom heb ik een vraag specifiek over de wezen en de halfwezen waarnaar mevrouw Schryvers heeft gevraagd.

Minister, kunt u een verduidelijking of gewoon herhaling geven van de cijfers – want ze kwamen nogal snel? Heb ik het goed dat de 89 halfwezen die u hebt vernoemd in het eerste deel van uw opsomming over wezen, eigenlijk nieuwe dossiers betreffen? U gaf ook nog een tweede cijfer. Betreft dat dan de ‘historische’ dossiers die werden overgenomen? Daarover zat ik een beetje in dubio. Want het is wel zo dat in sommige scenario’s – en er zijn er mij bekend –, waarbij een overlijden heel kort na nieuwjaar 2019 plaatsvond, mensen op jaarbasis tot 4100 euro minder ontvangen dan wanneer dat overlijden een paar weken vroeger had plaatsgevonden. Niemand kiest daarvoor. En iemand die daar wel voor kiest, zal ongetwijfeld niet met het Groeipakket in zijn achterhoofd hebben gezeten. Op dat moment heb je andere dingen aan het hoofd.

344 euro op maandbasis kan het verschil zijn tussen het oude en het nieuwe systeem, voor een gezin met drie kinderen. Wij hebben dat ingebracht bij de bespreking van het decreet.

Als het hier nu gaat over 89 nieuwe dossiers, dan kan het budget volgens mij bezwaarlijk een argument worden genoemd. In het geheel van wat voorligt, is dit peanuts. Uit cijfers die Joris Vandenbroucke heeft opgevraagd, blijkt ook dat wat als fraude wordt vastgesteld, niet significant is. Mijn vraag is dan ook of er nu echt geen mogelijkheid bestaat om de scheeftrekking die ontstaat recht te trekken, wetende dat eenoudergezinnen – en voor halve wezen geldt dat per definitie – de groep zijn waar het armoederisico absoluut het hoogste is. Als je het niet generiek kunt inzetten, bekijk dit dan alsjeblief nog eens in detail voor die groep 89 nieuwe dossiers en een aantal historische dossiers. Om budgettaire redenen kan dit eigenlijk geen bezwaar zijn. Het is me nog altijd een raadsel waarom men voor die aanpak heeft gekozen.

Minister Jo Vandeurzen

Binnen enkele maanden zijn er opnieuw verkiezingen, het hoogtepunt van de democratie. U mag natuurlijk voorstellen om wijzigingen aan te brengen aan het systeem, maar de discussie over die wezentoeslag is natuurlijk gevoerd toen het decreet hier in het parlement is gepasseerd. De optie die toen is genomen, is natuurlijk niet zonder argumentatie. Er is gekozen voor een systeem waardoor iemand die half wees is, de toeslag niet verliest op het moment dat de partner een nieuw gezin vormt, wat in het oude stelsel wel het geval is. Dat werd als bijzonder onbillijk ervaren, en om die reden is gekozen voor een ander systeem dat nu dus wordt toegepast.

Er zijn 12.975 gezinnen waarin 18.983 kinderen opgroeien die nog een verhoogde wezenbijslag uit het oude systeem, de Algemene Kinderbijslagwet, krijgen. Die 89 kinderen uit 57 gezinnen hebben een halve wezentoeslag gekregen door de situatie die is ontstaan toen het nieuwe systeem van kracht is geworden. Ik begrijp de manier waarop u dit met elkaar vergelijkt, maar u moet alles met elkaar vergelijken, ook de daaraan verbonden randvoorwaarden en modaliteiten, en die zijn voor beide groepen wel degelijk verschillend.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.