U bent hier

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, op 30 november 2016, ondertussen ruim twee jaar geleden, heeft de Vlaamse Regering beslist tegen het midden van 2018 een visie op het ruimtelijk biodiversiteitsbeleid in Vlaanderen uit te werken. Dat is, voor wie het graag heel precies weet, beslispunt 8 bij punt 1 van voornoemde ministerraad. Het is ondertussen begin 2019 en we mogen dus aannemen dat deze visie is afgewerkt.

Het was de bedoeling met deze visie ruimer te gaan dan de focus van ons natuurbeleid op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. De visie moet de richting aangeven van de wijze waarop we ons natuurlijk kapitaal overal in Vlaanderen willen veiligstellen. Het moet dan ook gaan om de egels, de bijen en de merels en zeker niet vooral om zeldzamer soorten als de kwartelkoningen, de zeggenkorfslakken en de wolven.

Minister, de Europese biodiversiteitsdoelen bepalen onder meer dat we ecosystemen en ecosysteemdiensten handhaven en herstellen, dat we de bijdrage van land- en bosbouw tot de instandhouding en de verbetering van de biodiversiteit scherpstellen, dat we onze visbestanden duurzaam beheren en dat we exoten doeltreffend bestrijden. Na deze inleiding heb ik een paar punctuele en wat meer algemene vragen.

Klopt het dat de visietekst ondertussen is opgeleverd? Kunt u zo vriendelijk zijn die visietekst aan het Vlaams Parlement te bezorgen, zodat we hier kennis van kunnen nemen?

Hebt u die visietekst eventueel al aan uw administratie overgemaakt. Hebt u uw administratie ook gevraagd deze visie in het beleid te implementeren? Heeft dit eventueel al tot recente aanpassingen of wijzigingen van het gevoerde natuurbeleid geleid?

Hoe zal deze visie zich vertalen in de opmaak van het onderdeel over de biodiversiteit in landbouwgebied in het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)? Met deze vraag raak ik even het domein dat we in de vorige vraag om uitleg ook al wat hebben verkend.

Een gezond ecosysteem, waarin de milieu- en ruimtecondities eerst in optimale toestand worden gebracht, wordt verondersteld de biodiversiteit voldoende kansen te kunnen bieden. Bent u van mening dat natuurbeheer in dat geval beter op een ecosysteembenadering dan op een soortenbenadering wordt gebaseerd?

Bent u, het om de algemene natuurkwaliteit in heel onze regio te kunnen garanderen, van plan de gebiedsgerichte instrumenten en initiatieven van verschillende overheden, namelijk de projectmatige samenwerking, het waterbeleid, het klimaatbeleid en het ruimtelijk beleid, beter op elkaar af te stemmen in een zogenaamd natuurinclusief denken en handelen?

Welke actoren, tot slot, zult u op welke manier inschakelen om deze biodiversiteitsvisie op het terrein te vertalen?

Minister Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, ik heb een zeer uitgebreid antwoord van een aantal pagina’s voorbereid gekregen. Zoals u weet, ben ik nogal nieuw in deze job en ik kijk met een zeker helikoptergevoel naar deze vragen en naar de problematiek.

Mijnheer De Bruyn, uw vraag heeft betrekking op een visietekst die er is en die ik aan het Vlaams Parlement zal overmaken. Die tekst is in september 2018 al naar de andere leden van de Vlaamse Regering gestuurd om te verbeteren, te becommentariëren of suggesties te doen.

Initieel was het de bedoeling dat het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) deze visietekst maatschappijbreed zouden aftoetsen en de tekst zouden voorleggen aan adviesraden en er eventueel een publieksdebat rond zouden houden. Als ik dit boekje nu lees, dan is dit echter een heel goede en brede uitwerking van wat de visietekst algemeen wil opzetten. Het INBO heeft dit gisterenochtend voorgesteld. Dat is dus eigenlijk een antwoord op al uw vragen.

De visietekst is er, maar eigenlijk is die visietekst al voorbijgestoken door deze uitgewerkte studie. Er staan sleutelboodschappen in, er worden verschillende kijkrichtingen in afgewogen, met hun voor- en nadelen, en er worden implicaties opgesomd voor valleien en stedelijke gebieden en voor verschillende sectoren. U vraagt me nu hoe ik actoren ga inschakelen om deze visie te vertalen naar gebiedsgerichte instrumenten. Wel, het antwoord zit in de vier kijkrichtingen, de sleutelboodschappen en de heel mooie samenvattende tabel met alle voor- en nadelen. Met dit document moeten we aan de slag. Dit document moeten we bij de volgende regeringsonderhandelingen en tijdens de volgende legislatuur als een handleiding gaan zien om te weten te komen hoe we de biodiversiteit, de ecosysteemdiensten en het natuurinclusief beleid kunnen versterken. De visietekst is één ding, maar dit document is er een concrete en brede vertaling van, met verschillende richtingen. Ik ken de gewoonten in deze commissie niet, maar misschien zou het goed zijn dat het INBO dit document hier eens komt voorstellen. Dan zult u een antwoord krijgen op verschillende vragen. Ik denk dat de nieuwe Natuurverkenning, die we gisteren gepresenteerd kregen, een heel sterk document is. Als ik een suggestie mag doen, voorzitter, dan zou ik dit in de commissie aan bod laten komen.

De heer De Bruyn heeft het woord.

We zullen het in de regeling van de werkzaamheden wel bekijken, maar het lijkt mij het juiste moment om in de commissie eens na te gaan hoe we de volgende jaren met biodiversiteit willen omgaan en welke actoren daar een grote rol in kunnen spelen. Ik zal met heel veel interesse de visietekst lezen die u ons zult bezorgen. Ik zal die ook aftoetsen aan de brochure. De achterliggende vraag is dan natuurlijk in hoeverre de visies ook beleid gaan worden. U hebt gezegd dat dit een leidraad moet zijn bij het uitstippelen van het verdere beleid. Ik denk dat dat zeer zinvol is.

Ik geef alleen één tegenindicatie: niet iedereen zit al op dezelfde lijn. Toen het Landbouwrapport eind vorig jaar verscheen, werd aan de secretaris-generaal gevraagd wat de uitdagingen zijn voor het landbouwbeleid de volgende decennia. In de negen opgesomde prioriteiten vernoemde hij niet biodiversiteit. Dat wil niet zeggen dat er naast die negen prioriteiten geen andere meer waren, maar de vanzelfsprekendheid waarmee wij naar biodiversiteit kijken als een prioritaire doelstelling is toch nog niet in alle geledingen van de Vlaamse overheid doorgedrongen. Ik heb bij mijn eerste vraag daarnet ook gewezen op het bijzonder grote belang van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en van de voortrekkersrol die Vlaanderen daarin kan nemen. We mogen zeker ook het Europese niveau in dit verhaal niet uit het oog verliezen en we moeten daar ook een voortrekkersrol opnemen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.