U bent hier

De voorzitter

De heer Hermes Santorum-Vandevoorde heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister, het is eerst en vooral zeer goed dat deze studie is uitgevoerd. Die studie is er gekomen op vraag van de heer Ronse en mezelf. Ik was positief verrast dat er heel snel openheid was om een dergelijke studie uit te voeren. Het is natuurlijk geen geheim dat het mij vooral gaat over ethische drijfveren. Voor u en uw kabinet kwam vooral de economische opportuniteit in het vizier. En dat is terecht, want uit de studie blijkt dat er heel wat opportuniteiten liggen voor het Vlaamse bedrijfsleven.

Het gaat over een groeimarkt voor vleesvervangers wereldwijd. Uit de studie blijkt ook dat er in Vlaanderen al zeer veel academische knowhow bestaat. Als het gaat over de productie in Vlaanderen is er wel nog wat werk, in de zin dat het vooral gericht is op de interne markt. Aangezien Vlaanderen bij uitstek een exportland is, is er op dat vlak zeker een opportuniteit.

De studie benadrukt ook het potentieel voor boeren, want er is ook een toenemende vraag in Vlaanderen naar lokaal geproduceerde producten. We zien dat dat bij soja min of meer al lukt, hoewel de competitiviteit nog problematisch is. In elk geval is er ook daar een opportuniteit voor de boeren. Daarbij komt nog dat al deze plantaardige producten ook een lagere milieu-impact hebben dan vlees. Met het oog op de duurzaamheidsdoelstellingen, die we in Vlaanderen toch allemaal hoog in het vaandel voeren, is dat dus ook een opportuniteit.

Het grote knelpunt dat de studie naar voren schuift en waarnaar we zeker oren moeten hebben, is dat alle spelers wat naast elkaar bestaan. Dat is een beetje kort door de bocht gesteld, maar er is duidelijk meer nood aan samenwerking. Het studieteam formuleert ook een aantal aanbevelingen, waaronder het oprichten van een eiwittransitieplatform als overleg- en netwerkorgaan, het ondersteunen van kmo’s, in het bijzonder bij opschalen, het voorlichten van de consument over de kwalitatieve, ecologische en gezondheidsaspecten van producten waarin dierlijke eiwitten deels of volledig werden vervangen door plantaardige eiwitten, en het ontwikkelen van een brede langetermijnstrategie.

Minister, dat is voer voor heel wat vragen. Ik weet natuurlijk dat we aan het einde van de legislatuur zijn, dus we kunnen ook niet een wereld van verschil verwachten van u, denk ik, maar er zullen toch wel een aantal stappen mogelijk zijn.

Hoe wilt u concrete invulling geven aan de aanbeveling om dat eiwittransitieplatform op te richten, teneinde het overleg en de samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, overheden en ook ngo’s te faciliteren? Welke concrete steunmaatregelen plant u of acht u mogelijk om kmo’s te ondersteunen, onder andere in die cruciale fase van de opschaling? Hoe kan de Vlaamse overheid zich richten tot consumenten om hen te overtuigen van de aspecten van vleesvervanging, in die zin dat dierlijke eiwitten worden vervangen door plantaardige eiwitten? Ook in andere commissies woedt dat debat natuurlijk. Ik denk dat er ook een rol is weggelegd voor het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Hoe staat u daartegenover? Hoe kunt u verzekeren dat er ook een langetermijnvisie komt met betrekking tot de technologische of hoogtechnologische oplossingen om vleeseiwitten te vervangen? Hoe ziet u die langetermijnvisie?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Collega Sanctorum, ik kan u garanderen dat mijn kabinetsmedewerkers met het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) en met Flanders’ FOOD hebben overlegd. Ik hoop en denk dat u Flanders’ FOOD kent. Dat is de organisatie die de speerpuntcluster AgriFood trekt. Dat is ook een beetje dat platform waarover u spreekt, waar onderzoeksinstellingen, bedrijven en anderen elkaar kunnen ontmoeten. Dat zou eigenlijk moeten kunnen worden ingevuld door Flanders’ FOOD. Zij zijn nauw betrokken geweest bij de studie die u hebt aangehaald en ik denk dat zij inderdaad de meest aangewezen speler zijn om samenwerking te faciliteren, zowel bij bekende bedrijven als bij eventuele nieuwe, innovatieve bedrijven die daarin kunnen meespelen.

De kerntaak van een speerpuntcluster als Flanders’ FOOD is immers het verzekeren van de competitiviteit van een sector – in dit geval is dat dan de sector van de agrofood – door de krachten van de onderzoeksinstellingen en de bedrijven te bundelen. Daarbij wordt dan intens samenwerkt met ons Agentschap Innoveren en Ondernemen, maar ook met andere agentschappen, met andere beleidsdomeinen. Dat vind ik de sterkte van het clustergegeven: dat idee van open innovatie, maar ook van de netwerken die die cluster maken.

U vroeg naar de steunmaatregelen. Uiteraard is er de steun aan Flanders’ FOOD om bedrijven uit de agrofoodsector te ondersteunen bij hun innovatieve inspanningen, maar uiteraard kan elk bedrijf altijd een beroep doen op de bekende maatregelen Er is de begeleiding vanuit VLAIO, maar voor hun investeringen en activiteiten is er ook onze kmo-ondersteuning, zijn er onze innovatiegroeisubsidies en dergelijke meer. Ook onze onderzoeksprojecten gericht op individuele bedrijven komen natuurlijk in aanmerking.

Als u vraagt of ik specifiek voor deze sector aparte nieuwe innovatiemaatregelen zal uitdenken, dan is mijn antwoord ‘neen’. Ik denk dat er genoeg mogelijkheden zijn binnen het bestaande steunmateriaal om daarvoor de nodige steun te geven. Zeker voor innovatieve bedrijven zijn er wel mogelijkheden.

Het Departement Landbouw en Visserij was bij de studie betrokken. Ook in het vervolgtraject kan het verder worden betrokken. Ik wil ook meegeven dat Flanders’ FOOD zelf zich bewust is van het belang van innovatieve voedingscommunicatie. Flanders’ FOOD heeft dat ook expliciet opgenomen in zijn onderzoeksprogramma.

Ik kom dan al bij uw laatste vraag, over het verzekeren dat de oplossing verder wordt ontwikkeld en uitgedragen. Ik kan dat natuurlijk niet garanderen. Met die studie, die op jullie verzoek is gemaakt, is een goede aanzet gegeven. Ik ben ook blij dat die studie aantoont dat er beloftevolle perspectieven zijn. Het is volgens mij nu aan de bedrijven en kennisinstellingen om met die studie aan de slag te gaan. Alles hangt natuurlijk af van de resultaten van dat verder onderzoek, van de economische haalbaarheid van eiwitvervangers en ook van de bereidheid van de consument om zijn eetgewoonten aan te passen. Of die visie ook daadwerkelijk tot een verandering van ons voedingspatroon zal leiden, zullen we ook nog moeten zien. U zult echter met mij vaststellen dat men uit de feedback die ik uit de sector krijg, maar dat is ook in een breed publiek, wel kan afleiden dat er een grote openheid is om die economische opportuniteiten grondig te bekijken.

Wat die studie betreft, we hebben daar op jullie verzoek snel op ingespeeld, om daar iets mee te doen, zoals u zei. Ik denk dat de studie wel een aanzet zal geven. Het platform van Flanders’ FOOD lijkt me het goede platform om ter zake de nodige contacten te hebben, tussen bedrijven, maar ook tussen bedrijven en onderzoeksinstellingen.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U bevestigt inderdaad die openheid van de sector omdat deze expliciet en publiek het voorwerp van de studie heeft ondersteund. Ook de speerpuntcluster Flanders’ FOOD stond erachter, ik merk dan ook een grote openheid.

Het klopt dat Flanders’ FOOD al bestaat als platform, maar de studie legt nogal de nadruk op die eiwittransitie. Ik weet dat Flanders’ FOOD daarmee bezig is, maar het kan volgens mij nog iets sterker aanwezig zijn in hun werking.

Wat de kmo-ondersteuning betreft, hoeft inderdaad misschien geen apart luik te worden opgericht, specifiek voor landbouw en voeding. De vraag is natuurlijk of het voldoende gekend is bij de spelers. Waarschijnlijk is er op dat vlak nog wat werk aan de winkel. Ook daar legt de studie de vinger op een wonde maar vraag is hoe men dat dan precies aanpakt. Die kmo-ondersteuning is blijkbaar nog onderbenut.

U verwijst zelf naar een vervolgtraject. Ik verwacht niet dat er deze maanden plots een grote revolutie zal losbarsten maar deze studie is een uitnodiging om daar verder werk van te maken.

Tot slot nog een kritische noot bij de studie. Ik denk dat het aspect van ‘cell-based meat’ nog een beetje onderbelicht is. Er is natuurlijk nog niet zo veel over geweten over cell-based meat of kweekvlees, wat niet bepaald een aantrekkelijke term is, er wordt nog nagedacht over een betere omschrijving. De academische knowhow is vandaag heel sterk in Vlaanderen, en in de landen rondom ons, vooral in Nederland, gebeurt er baanbrekend onderzoek op dat vlak. Ik denk dan ook dat we die trein een beetje aan het missen zijn. Ik hoop dat er ook op het vlak van cell-based meat stappen vooruit kunnen worden gezet. Dat is niet altijd even gemakkelijk, want die onderzoekers fungeren onafhankelijk, het is niet dat er vanuit de overheid een richtlijn bestaat.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Sanctorum, u zegt dat die transitie sterker moet kunnen. De studie stelt dat het sneller kan en is precies de trigger en de basis om het sneller te laten gaan. Dat is nu net de sterkte van die studie. We zien dat bij jongeren de omschakeling weg van de klassieke en gekende voedingspatronen volop bezig is. Ik heb altijd geleerd dat ondernemen is: er elke dag voor te zorgen om opnieuw innovatief en een beetje sexyer te zijn dan een ander bedrijf. Dat kan op veel manieren maar dit is zeker een manier om je te onderscheiden van andere bedrijven.

Door de economische finaliteit mee te bevestigen dankzij de studie springen bedrijven die vragen hadden over de rendabiliteit, mee op de kar en trekken ze zelfs mee aan de kar. Ik hoop dat de versnelling waar u naar vraagt, er effectief komt, of dankzij de studie mee kan worden gerealiseerd.

U vroeg ook of de maatregelen voldoende gekend zijn. Dat is altijd een pijnpunt. Dankzij onder meer de clusters, zowel de bedrijvenclusters als de speerpuntclusters, komen veel bedrijven samen. Zij die de netwerken leiden, kennen die steunmaatregelen wel en kunnen die beter bekend maken. De werkgeversorganisaties en de sectorfederaties hebben daar ook kennis van. Ik hoop dan ook dat dankzij meer netwerking en samenwerking tussen bedrijven de steunmaatregelen beter bekend geraken. Zo kan bij innovatieve zaken waar het vaak nog trial-and-error is, het risico worden gedeeld dankzij de subsidiemaatregelen. Subsidiemaatregelen zijn er om twee redenen: om drempels weg te nemen en om het risico te delen. Er zijn op dat vlak maatregelen genoeg die via die netwerken bekend kunnen worden gemaakt. Een bedrijf dat op zijn eentje bezig is, zal vandaag niet ver komen. De informatie moet via die netwerken nog beter worden gedeeld.

U hebt gelijk dat Nederland op het vlak van cell-based meat vandaag zeer sterk aanwezig is. Ik zal die opmerking voorleggen tijdens een volgende vergadering met de cluster en vragen of zij daar nog opportuniteiten zien. Ik vind dat niet de overheid het initiatief moet nemen, maar dat de sector zelf de stappen moet zetten.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.