U bent hier

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, als je geluk hebt, heb je een job die je heel graag doet. Ik denk dat we het er allemaal over eens kunnen zijn dat dat een van de mooiste dingen is ter wereld. Maar dan loop je het risico dat je passie je gaat opbranden. Dat is een burn-out. Dat kent iedereen. Daar zijn heel wat maatschappelijke debatten over. Als je pech hebt, dan zit je niet in die situatie, dan zit je niet in een jobomgeving die je op diezelfde manier stimuleert en aanvuurt. Dan maak je kans op een bore-out, iets wat wij ongetwijfeld allemaal kennen. Maar het maatschappelijke debat hierover kent wel minder ingang.

Terwijl 21 procent van de Belgen zich af en toe verveelt op het werk, gebeurt dat bij 8 procent zelfs regelmatig. 10 procent vindt zijn werk saai, 8 procent vindt zijn werk niet zinvol en 19 procent noemt zijn dagelijkse taak weinig uitdagend. Dat zijn geen leuke cijfers. Het verhoogt de kans op een bore-out, waar 5,6 procent van de werknemers aan zou lijden. Dat las ik alleszins op maandag 3 december in verschillende kranten. Deze cijfers zij gebaseerd op een onderzoek van hr-dienstverlener Securex bij 1552 loontrekkende werknemers.

Er is al wel wat onderzoek gebeurd naar dit fenomeen. Het gaat hierbij om een motivatieprobleem dat ontstaat wanneer men te weinig stimulering of uitdagingen ervaart in zijn job. Het komt vooral voor bij werknemers in grote organisaties. Jongeren lopen meer risico en leidinggevenden minder. Om een bore-out tegen te gaan, moeten werkgevers voldoende ruimte maken voor autonomie, verbondenheid en competenties.

Deze cijfers vind ik eigenlijk wel zorgwekkend. Een job is niet enkel een bron van inkomsten maar ook een belangrijke plek om je te ontplooien en om je dag liefst zo zinvol mogelijk te besteden. Als je je werk saai, niet uitdagend of niet zinvol vindt, kan dat dus erg slopend zijn. Zo erg zelfs, dat je er een beetje ziek van wordt en een bore-out krijgt.

Minister, wat is uw reactie en uw visie op deze cijfers? Verbazen zij u of liggen zij in de lijn van uw verwachting? Op welke manier kan VDAB hier verder mee aan de slag gaan? Zijn er nog andere acties die u zult ondernemen in het kader van werkbaar werk om dit tegen te gaan? Ik hoop alvast op een zeer gepassioneerd en niet saai antwoord.

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Annouri, voor alle duidelijkheid, als we spreken over werkbaar werk dan denken veel mensen effectief aan te hoge werkdruk, maar ook aan het aanbieden van een job die uitdagend genoeg is, is een onderdeel van werkbaar werk.

De cijfers in de studie geven aan dat werkgevers en werknemers in samenspraak nog verdere stappen moeten nemen om een goede balans te vinden in dat geheel. Positief is dat we in de cijfers van de werkbaarheidsmonitor zien dat tussen 2004 en 2016 de aspecten leermogelijkheden, autonomie en taakvariatie gestegen zijn. Deze elementen kunnen niet alleen een burn-out, maar ook een bore-out tegengaan.

Ik ben het met u eens dat de uitdaging voor de toekomst enorm is. Met artificiële intelligentie en de ‘alles wordt smart’-filosofie zullen we veel meer individueel moeten gaan kijken wie wat kan en hoe je wordt geholpen door heel het smartgebeuren. We hebben het hier al over gehad toen we de artificiële intelligentie hebben besproken. Als je daar te ver in gaat, dan zal er veel bore-out komen en als je daar niet ver genoeg in gaat, dan kunnen sommige mensen hun job niet meer aan. Er is dus zeker een uitdaging voor de toekomst.

Zoals u zelf naar voren hebt gebracht, is het meest essentiële dat je een job vindt die aansluit bij uw competenties. U weet dat VDAB bij jobbemiddeling daarnaar kijkt. Ik denk dat we wat dat betreft nog altijd vrij uniek zijn in Europa.

Daarnaast heeft elke werkende burger in Vlaanderen recht op loopbaanbegeleiding. Ook dat is zeer speciaal, niet overal wordt het op die manier aangepakt. Men kan de loopbaancheques zeer goedkoop aankopen en op die manier kan men steeds meer eigenaar van zijn eigen loopbaan zijn. Misschien kan men zeggen: ‘Het is maar dat.’ Volgens mij is een van de meest essentiële elementen dat je een arbeidswetgeving hebt die de overgang van de ene naar de andere job meer ondersteunt.

Vanmorgen hebben we dit nog gehoord in de discussie bij de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO), waar mevrouw Vanwesenbeeck, de heer Van Rompuy en de heer Bothuyne aanwezig waren. Mochten er bij de verschillende statuten in de privésector en die van ambtenaren meer mogelijkheden zijn, dan zou dat stimulerend werken. Het individualiseren en het maatwerk vraagt ook een andere arbeidswetgeving dan die die vandaag bestaat.

Met werkbaar werk en duurzame tewerkstelling houden we vandaag meer onze eigen loopbaan in de hand. Vlaanderen doet wat het kan, maar andere zaken vormen daarin wel een drempel.

We hebben vorig jaar op 11 juli hervormingen goedgekeurd in verband met het opleidingsverlof. We werken die hervormingen momenteel uit. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de mensen echt de kans krijgen om een andere job aan te leren.

Verder worden de oorzaken van bore-out en de sleutels om bore-out aan te pakken gevat in de lopende werkbaarheidsmaatregelen die wij met de sociale partners uitvoeren. Een van de maatregelen daar is de professionalisering van HR in bedrijven. We ondersteunen dat met ESF-oproepen (Europees Sociaal Fonds) en andere organisaties. Ook binnen de kmo-portefeuille en werkbaar werk zal daarop een accent komen te liggen. Een werkbaarheidsscan kan zulke zaken in beeld brengen.

Ik loop nu wat vooruit. Morgen zullen we een versnelling hoger kunnen schakelen. Dan zullen we kenbaar maken wat de Vlaamse Regering samen met de sociale partners in werkbaar werk zal uitvoeren.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is alleszins een probleem op onze arbeidsmarkt. Het vormt heel wat uitdagingen in de toekomst.

U haalde loopbaanbegeleiding terecht aan als een manier om je als werknemer bewust te worden van wat je uitdaagt en wat je graag hebt. Als je niet op de juiste plek zit, moet je daar iets aan doen.

Tegelijkertijd merk ik dat er op de arbeidsmarkt nog altijd een zekere schroom bestaat om te spreken over een burn-out, dat het een taboe is. Nochtans is dat een van de meest besproken maatschappelijke thema’s. Iedereen praat er graag over, maar niemand geeft graag toe dat het hem of haar is overkomen. Ik denk dat die schroom nog veel groter is bij een bore-out. Je moet dan aan de buitenwereld toegeven dat je, ten eerste, het geluk hebt een goede job te hebben, maar ten tweede, dat je daar niet goed tot je recht komt, dat je je verveelt, niet wordt uitgedaagd en eigenlijk iets anders zou willen.

Er is daarrond sensibilisering, maatschappelijke gewaarwording nodig. Er zijn allerlei campagnes gevoerd rond burn-out en dat men tijdig aan de alarmbel moet trekken. Minister, kunt u sensibiliseren rond dit thema, zodat het bespreekbaar wordt? Zo kunnen de mensen die daarmee worden geconfronteerd die drempel overwinnen en op de juiste manier hulp zoeken of de juiste stappen zetten.

Welke saaie collega wenst een einde te maken aan deze saaiheid?

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Het is een liberale visie om regisseur te zijn van je eigen leven. Minister, we zitten heel vaak op dezelfde golflengte. De problematiek is eerder: zitten die werknemers misschien in een gouden kooi? Want de huidige krapte betekent dat er opportuniteiten zijn. Als je last hebt van een bore-out, kun je misschien eens overwegen om te veranderen van werk. De omstandigheden zijn werkelijk ideaal om dat nu te doen.

Minister, ik volg u volledig om te streven naar één statuut voor iedereen die werkt. Maar dat is een federale materie. Dan zijn al die discussies dus ook achter de rug.

Het lijkt mij geen goed idee om dan ook nog eens een sensibiliseringsactie rond bore-out op te zetten. Ik verwijs opnieuw naar mijn eerste punt. Je bent voor een deel nog altijd verantwoordelijk voor je eigen leven. Ik denk niet dat het aan de overheid is om te zeggen: ‘Indien u het wat saai vindt op uw werk, kunt u misschien dit of dat doen.’ Maar goed, dat is mijn persoonlijk standpunt daarrond.

Het is misschien wel interessant om na te gaan over wie het dan eigenlijk gaat. Is het jobgerelateerd? Is het gerelateerd aan de profielen? Is het gerelateerd aan anciënniteit of wat dan ook? Hebt u daarover cijfers, minister? (Minister Philippe Muyters knikt van nee)

De heer Ronse heeft het woord.

Ik zal u een zeer saai antwoord geven. Ik ben het volledig eens met alles wat mevrouw Vanwesenbeeck heeft gezegd. Ik wilde die dingen ook zeggen.

Minister Muyters heeft het woord.

Ik volg mevrouw Vanwesenbeeck ook wat betreft het sensibiliseren.

Mevrouw Vanwesenbeeck, mijnheer Annouri, mijnheer Ronse, een belangrijk aspect om die stappen misschien niet te nemen, is dat je zo veel opgebouwde rechten krijgt. Onze arbeidswetgeving gaat uit van, ten eerste, een gelijke job, zoveel mogelijk eenheidsworst en, ten tweede, het opbouwen van rechten, omdat we er in die wetgeving nog altijd van uitgaan dat je begint bij een werkgever en daar blijft totdat je stopt met werken. Die opgebouwde rechten maken dat je blijft zitten waar je zit. We kennen daar allemaal wel voorbeelden van.

Ik geef een voorbeeld. Ik was met collega Bourgeois op bezoek in een loopbaancentrum. Een van die mensen kwam bij mij en vertelde hoe gelukkig hij was dat Ford Genk de deuren had gesloten: ‘Ik werkte daar 25 jaar en ging daar zeker nog 25 jaar werken. Ik ging elke dag tegen mijn zin naar mijn werk. Maar ik had dat allicht verder gedaan. Want ik had mijn zekerheid, mijn job. En al de rest ging onzeker zijn. Nu ben ik ontslagen. Ik heb een gouden handdruk gekregen. Ik heb een opleiding van een jaar gevolgd. En ik ga fluitend naar mijn werk. Ik ben zo blij.’

Tja, dat is natuurlijk de moeilijkheid. Daarvoor wil ik sensibiliseren en dat doen we ook, met de loopbaancheque. Want daarmee geven we mensen inzicht in welke capaciteiten ze hebben, in wat ze kennen, wat ze kunnen en waar ze daarmee terechtkunnen op de arbeidsmarkt. Dat vind ik een zeer positief verhaal. Dat is een goede zaak. Je kunt daarmee zelfs naar je eigen werkgever trekken. Je kunt assertief zeggen dat je loopbaanbegeleiding hebt gedaan en dat je merkt dat een aantal van je competenties die valabel zijn niet aan bod komen in het bedrijf. Je kunt daar open over babbelen met je baas.

Als je dat combineert met wat we in werkbaar werk ook meenemen, namelijk human ressources die meer coachen dan in het verleden, dan kunnen we daar wel iets mee doen. Persoonlijk denk ik dat de arbeidswetgeving nog altijd een enorme rem is op ‘neem je lot in eigen handen’, maar dat we in Vlaanderen, dankzij de loopbaancheque, een ongelooflijk instrument hebben ingevoerd dat het mogelijk maakt om te weten wat je waard bent op de arbeidsmarkt. Daarmee kun je naar je eigen baas gaan of naar een andere job. Ik ben daar toch wel blij mee.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, er vallen enkele dingen op. Deze discussie heeft toch wel een zeker speculatief gehalte. U vertelt zelf een anekdotisch verhaal en mevrouw Vanwesenbeeck vraagt of u meer weet over de profielen van die mensen. We hebben daar eigenlijk geen antwoord op. We zijn dus allemaal een beetje aan het speculeren waarom die mensen in die situatie terechtkomen. Ik vind dat problematisch.

Het is interessant om te weten welke redenen die mensen geven, welke hun profielen zijn en waarom ze dan in die situatie terecht zijn gekomen. Het is natuurlijk een mooie gedachte dat je zelf de regisseur van je eigen leven bent, maar je moet dan wel aan zelfanalyse kunnen doen. Ik denk dat ook heel veel mensen niet weten wat bore-out is en dat ze ook niet de juiste tools hebben om dit te detecteren. Mensen zullen doorhebben dat ze over hun grenzen gaan maar ze zullen dat ook vaak te laat doorhebben. Mensen zullen niet altijd doorhebben dat hun werkplek niet de juiste is. Er is meer voor nodig, niet het minst omdat ik denk dat het in de toekomst een groter probleem zal worden.

Ik stel voor om toch eens contact op te nemen met de mensen van Securex met de vraag om meer zicht te krijgen op die 1552 respondenten. In welke sectoren werken zij? Welke profielen hebben ze? Ik denk dat we toch een beetje nattevingerwerk aan het doen zijn – en ik bedoel dat niet denigrerend – en dat we niet genoeg weten over welke profielen het juist gaat.

Minister Muyters heeft het woord.

Er is heel wat VIONA-onderzoek. Het is misschien interessant om aan de VIONA-werkgroep de suggestie te geven om hierrond onderzoek te doen.

De heer Annouri heeft het woord.

Dat lijkt mij een goed voorstel.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.