U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Deze vraag kwam al vorige week al aan bod in de plenaire vergadering. Maar aangezien mijn vraag gekoppeld is aan deze van mevrouw Franssen, heb ik mijn vraag niet teruggetrokken omdat zij anders niet mee aan bod zou komen.

We hebben een stap gezet in de richting van de uitrol van de digitale elektriciteitsmeter. Dit is onontbeerlijk voor de uitbouw van een slim netwerk. Deze omschakeling is ook noodzakelijk omdat de oude elektriciteitsmeters, de zogenaamde ferrarismeters, verdwijnen.

De Vlaamse Regering besliste begin 2017 over een gefaseerde omschakeling naar de digitale meter vanaf 1 januari 2019. Daarbij werd heel doelbewust gekozen voor een basismodel, dat goedkoop is en dat niet méér mag kosten dan de industrie betaalt voor de interne metingen. Dat basismodel is dan wel digitaal, maar nog altijd dom. De consumenten kunnen het basismodel achteraf slim maken. Zij kunnen het in functie van hun eigen inzichten en noden uitbreiden naar de mogelijke ‘slimme’ toepassingen. 

In de media wordt aangegeven dat diegene die een digitale meter weigert, door de distributienetbeheerders zal kunnen worden afgesloten van het net. Dat werd vorige week ook in de plenaire vergadering aangekaart. Minister, u en ik hebben toen gezegd dat als je een teller weigert, je geen energie of water hebt. Dat is bij ons het systeem, en maar goed ook. In Engeland is dat anders. Daar betaal je puur in functie van het aantal gezinsleden en het aantal punten, enzovoort. Daardoor krijg je nooit een correcte afrekening. Het is dus goed dat we werken met een meter – of dat nu een oude of een nieuwe meter is. Een meter is een basisgegeven om correct te kunnen afrekenen.

Er werd in dat debat verwezen naar personen die elektrohypersensitief zijn en dus last zouden hebben van de straling door elektromagnetische velden. Dit is voor hen een reden om een digitale meter te weigeren. De meter stuurt gegevens normaal gezien ‘wireless’ door. De Vereniging ElektroHyperSensitiviteit (VEHS) is vragende partij om bij de invoering van deze nieuwe technologie de nodige voorzorgen te nemen om de gezondheid te vrijwaren en dus rekening te houden met deze doelgroep. We moeten bekijken of we daar een oplossing voor kunnen vinden. Maar we moeten niet sowieso van de veronderstelling uitgaan dat die mensen een meter kunnen weigeren.

Minister, u geeft aan dat er gekozen is voor een digitale meter zonder stralingsgevaar. Op welke manier werd dat onderzocht? Wat zijn de concrete resultaten van dit onderzoek?

Op welke manier kan worden tegemoetgekomen aan de bezorgdheid van de VEHS? Hoeveel straling mag een meter uitzenden voor de elektrosensitieven om niet gevoeld te worden?

Hoe kan Vlaanderen de nodige voorzorgen nemen? Is het bijvoorbeeld een mogelijkheid om de consument zelf te laten kiezen voor een digitale meter waarbij de communicatie via het eigen bekabelde internet verloopt en het draadloze netwerk voor zijn meter wordt uitgeschakeld? Dat is de typische truc om die straling te vermijden. Wat zijn hiervoor de meerkosten? Op welke manier moet het huidige kader eventueel worden aangepast?

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Minister, ik probeer ook rekening te houden met de zaken die u al hebt gezegd in de plenaire vergadering. Ik stel mijn vraag vooral met het oog op de volksgezondheid.

De heer Gryffroy verwees al naar de uitrol van de digitale meter en het verdwijnen van de klassieke meter. Indien een persoon de nieuwe meter niet installeert, zou hij zonder elektriciteit komen te zitten.

Een van de redenen waarom voor de digitale meter werd gekozen, is de mogelijkheid om de meter op afstand te lezen, waardoor geen personeelsleden meer aan huis hoeven te komen. Dit kan echter aanleiding geven tot medische problemen bij personen die lijden aan elektrohypersensitiviteit (EHS). Zo wijzen diverse instellingen, waaronder de Hoge Gezondheidsraad en de Raad van Europa, op de gezondheidsrisico’s van elektromagnetische straling. We weten dat we ons in deze tijd bijna niet meer kunnen beschermen tegen de elektromagnetische smog. In Zweden werd deze ziekte zelfs officieel erkend en hebben mensen die eraan lijden, recht op steun. Men becijferde dat er in België 100.000 tot 300.000 mensen hyperelektrosensitief zijn. Voor deze mensen is hun woning vaak de enige plaats waar ze volledig vrij zijn van elektromagnetische straling. Daar kunnen ze nog keuzes maken. In de openbare domeinen kunnen ze dat niet. 

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) pleitte in zijn advies voor een mogelijke opt-out. Naast veiligheids- en privacyoverwegingen haalt de SERV ook elektromagnetische straling aan als mogelijk bezwaar tegen de verplichting van digitale meters. Om tegemoet te komen aan de EHS-patiënten bestaat bijvoorbeeld in Nederland de mogelijkheid om de slimme meters uit te schakelen, om zo de blootstelling aan straling in huis te kunnen minimaliseren.

Minister, werd er rekening gehouden met mogelijke gezondheidsrisico’s bij de keuze van de meters? U zei van wel in uw antwoord op de actuele vraag. Met het oog op het voorzorgsprincipe en ‘Health in All Policies’ is dat natuurlijk niet onbelangrijk. Ik denk ook aan jonge gezinnen met kleine kinderen, die waarschijnlijk vatbaarder zijn voor die elektromagnetische stralingen.

Voorziet u vooralsnog in een opt-outmogelijkheid in het ontwerp van decreet, zoals de SERV in zijn advies voorstelde?

Ziet u een mogelijkheid om toch nog tegemoet te komen aan de bevolkingsgroep die stralingsgevoeliger is? U hebt gezegd dat u dit wilt onderzoeken.

Kan het Nederlandse model, waarbij de slimme meter kan worden uitgeschakeld om de straling te minimaliseren, binnen het huidige kader een oplossing zijn?

Zal de digitale meter de mogelijkheid hebben om via een netwerkkabel aan te sluiten op het internet in plaats van via een draadloze netwerkverbinding, om zo de straling in de woningen van de EHS-patiënten tot een minimum te beperken?

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

Vooraleer in te gaan op de inhoudelijke kant van de zaak, wil ik duidelijk stellen dat er twee zaken moeten worden onderscheiden. Ten eerste: is een opt-out mogelijk in die zin dat de communicatiefunctie van de digitale meter kan worden uitgeschakeld? En twee: moet voor sommige categorieën, zoals mensen met aangetoonde EHS, in een alternatieve oplossing worden voorzien om communicatie op afstand toe te laten?

Wat betreft de eerste vraag heb ik vorige week in het parlement al duidelijk gesteld dat een opt-out niet mogelijk is. We hebben de digitale meters nodig om een omslag te maken van een klassiek energiesysteem naar een nieuw decentraal energiesysteem.

Ik heb vorige week al gezegd dat Vlaanderen een van de laatsten van de Europese Unie is die aan de uitrol van de digitale meter begint. We zijn in het gezelschap van maar drie andere Europese landen. Al de overige zijn al begonnen met een uitrol. We gaan niet achterop kunnen blijven lopen op het vlak van de energieomslag. Ik wil met de Stroomversnelling, zijnde de Vlaamse energievisie, die iedereen toch wel onderschrijft, absoluut vooruit. Ik ben geen voorstander van het Nederlandse model waarbij de communicatiefunctie wordt uitgeschakeld. Op die manier worden veel baten van de digitale meter niet gerealiseerd. Ik ben daar geen voorstander van, in eerste instantie alleen al omdat we dan twee systemen naast elkaar moeten uitrollen en er dan nog altijd meteropnemers moeten langskomen in bepaalde huizen. Daarover is mijn standpunt duidelijk.

Ik kom tot de tweede vraag, of het wenselijk is om te voorzien in aangepaste communicatiemogelijkheden voor mensen die lijden aan aangetoonde elektrohypersensitiviteit. Met de gevoeligheden voor draadloze signalen werd rekening gehouden in de bepaling van de concrete functionaliteiten van de digitale meter. In de lastenboeken voor de meter is 4G-comunicatie voorgeschreven, dezelfde manier van communiceren als we allemaal kennen van onze gsm en smartphone, die zal werken met een simkaart. Die communicatie moet al voldoen aan internationale gangbare specificaties en aan Europese, dus ook Belgische wetgeving. Er moet voldaan zijn aan stralingsnormen die van toepassing zijn op menselijk vlak. De stralingsproblematiek is dus niet iets wat niet werd bekeken. Er wordt wel degelijk rekening mee gehouden in de lastenboeken. De leverancier van de digitale meters, Sagemcom, heeft in een zogenaamde Declaration of confirmity bevestigd dat de door hem geleverde meters voldoen aan de Europese richtlijnen.

In lijn met de in West-Europa gangbare digitale meters is in de lastenboeken niet in een UTP-poort voorzien op de digitale meter. De optie van bekabeling werd dus niet meegenomen, om de kost van de digitale meter globaal zo laag mogelijk te houden. Ik bekijk wel met de netbeheerders, zoals ik al heb gezegd in de plenaire vergadering, wat de technische en de economische haalbaarheid is van de piste om in zeer uitzonderlijke gevallen toch in een bekabeling te voorzien.

Zoals ik vorige week in de plenaire vergadering heb gezegd, sta ik volledig achter het standpunt om de digitale meter zo snel mogelijk te kunnen uitrollen. In principe kan men daar moeilijk veel uitzonderingen op toestaan, want als men een uitzondering toestaat voor de ene groep, komen andere groepen om bepaalde redenen een uitzondering vragen en op de duur is er geen digitale meter meer. Dan staan we weer even ver en hebben we nog altijd geen simnetwerk.

Anderzijds zou volgens de informatie op de website van de Vereniging ElektroHyperSensitiviteit Vlaanderen (VEHS) 3 tot 5 procent van de bewoners elektrohypersensitief zijn, maar ik weet niet hoe VEHS dat heeft gemeten. Blijkbaar weten artsen niet hoe ze dat moeten meten, want het is geen gekend gegeven. Mocht er een te definiëren probleem zijn, dat wetenschappelijk is onderbouwd, wat ik niet onmiddellijk op de website kan terugvinden, kan de bekabelde aansluiting wel een oplossing zijn. Gsm’s werken inderdaad ook op 4G, maar er zijn een aantal mensen die ook geen gsm hebben, maar een vaste telefoonlijn. Ik kan me wel inbeelden dat er zo mensen zijn. Als men een vaste verbinding moet maken, gebeurt dat dan niet met het standaardtoestel van 40 tot 45 euro, maar is daar een hogere kost aan verbonden. Als die mensen dan eisen dat ze een afwijking krijgen van een standaardtoestel, kunnen zij die beperkte meerprijs betalen om hun probleem op te lossen.

Minister, over de eerste vraag is uw standpunt zeer duidelijk. Wat de tweede vraag betreft, merk ik op dat in Zweden voor mensen met elektrohypersensitiviteit 4G al moeilijk is. De Scandinavische landen lopen vaak voorop. Wat de stralingsnormen betreft, is het op Europees vlak vaak de kwestie, te vergelijken met de hormoonverstorende stoffen, dat de schadelijkheid stof per stof wordt bekeken. In dit geval wordt de schadelijkheid van straling product per product bekeken, maar nooit wordt gekeken naar de cumulatie van alle elektromagnetische smog die vandaag op ons af wordt gestuurd.

Ik dring erop aan dat we verder kunnen onderzoeken hoe met een netwerkkabel kan worden gewerkt. Het betreft niet alleen mensen die al weten dat ze elektrohypergevoelig zijn, er zijn ook mensen die bewust kiezen om steeds meer met netwerkkabels te werken en veel minder met draadloze toepassingen. Ik hoop dat de mogelijkheden toch verder worden onderzocht.

Ik weet ook dat bepaalde zaken Europees worden opgevolgd, maar ik vermoed dat Europa in de toekomst ook een aantal maatregelen zal moeten nemen als individuele lidstaten bottom-up een aantal problemen aankaarten en dat men, met het voortschrijdend inzicht in het kader van de volksgezondheid, daar op termijn toch rekening mee zal moeten houden.

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik heb over dit thema een schriftelijke vraag ingediend, die u wellicht binnenkort zal beantwoorden, want de termijn loopt bijna af. Ik heb een aantal bijkomende vragen.

Als we de slimme meter willen invoeren, en ik denk dat dat nodig is, is het belangrijk dat het draagvlak zo breed mogelijk is. Daarom moeten we voor de meeste opmerkingen of bezwaren een antwoord hebben. Op de website www.digitalemeter.be worden een aantal antwoorden gegeven. Voor een aantal vragen word je doorverwezen naar de netbeheerders. De vraag “Ik ben erg gevoelig voor draadloze signalen. Is er in mijn geval een alternatief voor de digitale meter?” staat erbij. De netbeheerder geeft aan dat dit nog wordt besproken tussen de overheid en de netbeheerders. Met dat antwoord zijn de mensen natuurlijk weinig. Ik zou dus willen vragen die informatie op de site te updaten naar aanleiding van de antwoorden die u op die vraag hebt gegeven.

Ik wil ook een pleidooi houden om mensen alternatieven aan te bieden. Mensen moeten kunnen kiezen voor de overdrachttechnologie die ze wensen. U bent toch een liberaal. Mensen moeten  kunnen kiezen voor een bekabelde oplossing, ook al is die iets duurder. Ik heb begrepen dat nu niet in die keuze is voorzien, maar dat u dat verder wilt onderzoeken. Ik hoop dat het niet bij onderzoeken blijft, maar dat er echt oplossingen komen.

U zegt dat u voor mensen die de diagnose van elektrohypersensitiviteit hebben, iets wilt doen, maar ik heb begrepen dat het ziektebeeld als dusdanig vandaag in ons land nog niet wordt erkend. Ik vermoed wel dat dat zal komen binnenkort. Het is natuurlijk moeilijk om een arts te vragen een diagnose te stellen van een ziekte die nog niet erkend is. Dat is een beetje een hiaat in uw antwoord. Nogmaals, ik ben blij dat u aandacht hebt voor het probleem, maar ik zou u willen vragen om er echt werk van te maken om mensen de keuze te geven voor welke communicatietechnologie ze kiezen.

Minister Bart Tommelein

Tot slot, het spreekt vanzelf dat ik de keuzevrijheid absoluut niet aan banden wil leggen, maar op een bepaald moment moeten we beseffen dat de oude meter, die niet digitaal is, gewoon niet meer gemaakt wordt. We moeten dus overschakelen naar digitale meters.

Ik merk dat er nog heel wat misverstanden zijn, al of niet bewust gestuurd door een aantal spelers op de markt. Op www.digitalemeter.be staat een heel goede uitleg van het Vlaamse Energieagentschap over het waarom van de digitale meter en over de kostprijs ervan, want daarover worden grote verhalen verteld. Men maakt zich enerzijds terecht de bedenking of dat allemaal niet veel meer zal kosten. Ik besteed daar ook aandacht aan. Anderzijds vraagt men een pak uitzonderingen die onmiskenbaar zullen leiden tot hogere kosten als we daar op grote schaal op ingaan. Voor mij is het duidelijk: op grote schaal, neen. In individuele gevallen, waar problemen zijn, proberen we altijd een oplossing te zoeken.

Ik kan akkoord gaan met wat u net zegt. Er is een standaardoplossing en voor uitzonderlijke gevallen, kan men een oplossing op maat krijgen.

Die oplossing op maat moet er echter niet noodzakelijk toe leiden dat de meerkosten ten laste zijn van de maatschappij. Die kan eventueel worden verhaald op die mensen die dat vragen. Als je dat immers niet doet, dan zou je het omgekeerde kunnen krijgen, dat een aantal groepen ook een bekabelde uitvoering gaan vragen omdat ze dat veel leuker vinden en minder straling hebben in hun huis enzovoort. In welk straatje zit je dan? Ik vind dus dat de klant die dat bekabeld wil, als dat de oplossing zou zijn voor een beperkte groep, dan ook moet weten dat daar meerkosten aan vasthangen. Dat hoeft niet veel te zijn. Ik schat dat een bekabelde uitvoering 50 à 60 euro meer zou kosten. Dan zou echter ook tenminste duidelijk worden gemaakt dat men daar bewust voor kiest en dat daar kosten aan zijn verbonden. Dat is ook zo voor andere toepassingen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.